26. 449685 Raadsvoorstel verordening individuele inkomenstoeslag Albrandswaard 2023.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023
College van burgemeester en wethouders 18 oktober 2022
Portefeuillehouder Mieke van Ginkel
Zaaknummer 449685
Openbaar
E-mailadres opsteller: a.v.d.plaat@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023 vast te stellen.
1/3
Raadsvoorstel Inleiding Voor inwoners die al langere tijd moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op inkomensverbetering, heeft de wetgever de individuele inkomenstoeslag in de Participatiewet opgenomen. In Albrandswaard is dit sinds 2016 opgenomen in een gecombineerde verordening met de individuele studietoeslag. Door een wetswijziging in de Participatiewet op het gebied van de studietoeslag is een gecombineerde verordening niet meer mogelijk en blijft alleen de individuele inkomenstoeslag over. De verordening is daarop aangepast. Tevens is in de verordening opgenomen hoe we omgaan met de wettelijke voorwaarde 'geen zicht hebben op inkomensverbetering'. Beoogd effect Een financiële toeslag te verstrekken aan inwoners die langdurig (minimaal 3 jaar) van een laag inkomen leven. Argumenten 1.1. Hiermee wordt de verordening aangepast aan de huidige wetgeving Participatiewet. De verordening is losgekoppeld van de 'studietoeslag' hetgeen nodig is door de recente wetswijzing Participatiewet met betrekking tot de 'studietoeslag'. De voorwaarden voor het recht op een individuele inkomenstoeslag zijn ongewijzigd. Nieuw is opgenomen hoe moet worden omgegaan met de wettelijke voorwaarde 'geen zicht hebben op inkomensverbetering'. De uitvoering hanteerde deze werkwijze al, het was echter niet opgenomen in de verordening of in beleid.
Overleg gevoerd met De portefeuillehouder, juridische zaken, uitvoering en de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard. Kanttekeningen N.v.t. Uitvoering/vervolgstappen De verordening wordt gepubliceerd en het werkproces aangepast daar waar het nodig is. Financiën Er zijn geen financiële consequenties. Communicatie/participatie na besluitvorming N.v.t.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Advies MAA Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023.pdf BRE reactie advies verordening individuele inkomenstoeslag Aw.docx Wijzigingen verordening Individuele Inkomenstoeslag 2023.pdf Verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023.docx
2/3
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023
Gemeenteraad: 19 december 2022
Zaaknummer: 449685
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 18 oktober 2022, gelet op Participatiewet
BESLUIT: 1. De verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023 vast te stellen.
3/3
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Advies Verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023
Aan : College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Van : Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard voorzitter@maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl Datum : 19 juli 2022
Geacht college, Van uw beleidsambtenaar ontvingen wij op 14 juni 2022 het “concept verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023” met het verzoek om advies te geven. Hier geven wij graag gehoor aan. De leden van de Maatschappelijke Adviesraad zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
2 Namens de Adviesraad, Met vriendelijke groet, Piet van Verseveld voorzitter
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Adviesverzoek Verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023 aan de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Overzicht wijzigingen 1. Technische wijzigingen Bij de nummering van artikelen geeft u aan dat het niet meer noodzakelijk is om de regels voor de studietoeslag per verordening vast te leggen, aangezien deze regels in landelijke wetgeving vastgelegd worden. Wij vragen ons af, of deze landelijke regels voor iedere studie sluitend zijn. Zo zouden de regels niet van toepassing zijn voor personen, die reeds met een meerjarige studie gestart zijn. Ons advies : Laat in de bijzondere bijstand ruimte voor studietoeslag voor personen, die geen gebruik kunnen maken van de landelijke regels voor studietoeslag. Het uitgangspunt moet zijn, dat door het afronden van een studie de positie op de arbeidsmarkt van betrokkene verbetert. Met het ontbreken van de financiële mogelijkheden om een studie af te ronden wordt dit doel niet bereikt. Inhoudelijke wijzigingen per artikel Artikel 6. Geen zicht op inkomensverbetering Aangegeven wordt, dat personen die uit Rijkskas bekostigd onderwijs volgen of kunnen volgen geen recht hebben op de toeslag. Wij vragen ons af, waarom personen geen gebruik zouden maken van de landelijke regels voor studietoeslag.
Wordt dit bij een gemeentelijke aanvraag voor studietoeslag nader onderzocht? Ons advies : Laat in de bijzondere bijstand ruimte voor studietoeslag voor personen, die geen gebruik kunnen maken van de landelijke regels voor studietoeslag en onderzoek bij een gemeentelijke aanvraag de redenen, waarom er geen gebruik gemaakt kan worden van de landelijke regels. Individuele Inkomens Toeslag De regels voor de individuele inkomens toeslag zijn helder. De MAA heeft hier verder geen opmerkingen over.
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
3
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard p/a voorzitter@maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Uw brief van: Uw kenmerk:
19 juli 2022
Ons kenmerk: 449685 Contact: Mw. A. van der Plaat Telefoonnummer: 010 506 11 11 Team: Beleid en Ontwikkeling Sociaal Domein Datum:
Betreft: Reactie advies verordening individuele inkomenstoeslag
Beste leden Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard, Op 19 juli 2022 heeft u advies uitgebracht op de concept verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard die ingaat per 1 januari 2023. Wij willen u bedanken voor het uitgebrachte advies en hieronder inhoudelijk reageren op uw adviezen. Advies 1 Technische wijzigingen Bij de nummering van artikelen geeft u aan dat het niet meer noodzakelijk is om de regels voor de studietoeslag per verordening vast te leggen, aangezien deze regels in landelijke wetgeving vastgelegd worden. Wij vragen ons af, of deze landelijke regels voor iedere studie sluitend zijn. Zo zouden de regels niet van toepassing zijn voor personen, die reeds met een meerjarige studie gestart zijn. Ons advies : Laat in de bijzondere bijstand ruimte voor studietoeslag voor personen, die geen gebruik kunnen maken van de landelijke regels voor studietoeslag. Het uitgangspunt moet zijn, dat door het afronden van een studie de positie op de arbeidsmarkt van betrokkene verbetert. Met het ontbreken van de financiële mogelijkheden om een studie af te ronden wordt dit doel niet bereikt. Reactie op advies 1; De wetgever heeft bij de wijziging in de Participatiewet per 1 april 2022 beoogd om de uitvoering van de Studietoeslag meer eenduidig uit te laten voeren door gemeenten. Voor 1 april had iedere gemeente daar eigen beleid op.
De Studietoeslag heeft als doel om studenten die door een beperking geen bijbaantje kunnen hebben hierin financieel te compenseren. De Studietoeslag is daarom een voorziening gericht op de persoon en niet specifiek voor de studie en de kosten die daaraan verbonden zijn. Bij de wetswijziging is ook bepaald dat de Studietoeslag geen bijstand meer is maar een aparte voorziening binnen de Participatiewet. Via de bijzondere bijstand zijn er in het algemeen geen mogelijkheden om studiekosten te vergoeden, dit is immers geregeld via andere voorzieningen. Er is geen beperking in de wettekst opgenomen voor studenten die al zijn gestart met de studie en later een aanvraag indienen.
Stationsstraat 4 - 3161KP te Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Betreft: Reactie advies verordening individuele inkomenstoeslag
Pagina 2 van 2
Er komt in 2022 nog wel gemeentelijk beleid voor de Studiekostentoeslag. Als het conceptbeleid gereed is wordt u gevraagd hierover de adviseren. Een goed moment om met elkaar deze regeling en de wijzigingen in de wet te bespreken en nader uit te leggen. Advies 2 Inhoudelijke wijzigingen per artikel; Artikel 6. Geen zicht op inkomensverbetering Aangegeven wordt, dat personen die uit Rijkskas bekostigd onderwijs volgen of kunnen volgen geen recht hebben op de toeslag. Wij vragen ons af, waarom personen geen gebruik zouden maken van de landelijke regels voor studietoeslag. Wordt dit bij een gemeentelijke aanvraag voor studietoeslag nader onderzocht? Ons advies : Laat in de bijzondere bijstand ruimte voor studietoeslag voor personen, die geen gebruik kunnen maken van de landelijke regels voor studietoeslag en onderzoek bij een gemeentelijke aanvraag de redenen, waarom er geen gebruik gemaakt kan worden van de landelijke regels. Reactie op advies 2; De verordening Individuele Inkomenstoeslag, die nu voorligt voor advies, is een geheel andere regeling dan de Studietoeslag. De Individuele Inkomenstoeslag is bedoeld voor inwoners die langdurig (3 jaar) een laag inkomen hebben en geen zicht hebben op inkomensverbetering. Studenten zijn uitgesloten van deze regeling omdat zij in principe wel zicht hebben op inkomensverbetering na afronding van de studie.
De Studietoeslag is juist bedoeld voor studenten en heeft geen relatie met de bijzondere bijstand zoals bij vraag 1 is toegelicht. Advies 3 Individuele Inkomens Toeslag De regels voor de individuele inkomenstoeslag zijn helder. De MAA heeft hier verder geen opmerkingen over. Reactie advies 3; Wij blij te vernemen dat de verordening verder geen vragen oproept.
Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard, de secretaris,
de burgemeester,
dhr. Hans Cats
drs. J.G.H. de Witte@handtekening@
Overzicht wijzigingen Individuele inkomenstoeslag 2023 1. Technische wijzigingen Nummering artikelen Door een wetswijziging is het niet meer noodzakelijk om de regels voor de studietoeslag per verordening vast te leggen. Deze regels worden in landelijke wetgeving vastgelegd. De verordening Individuele studie- en inkomenstoeslag dient hierdoor gewijzigd te worden. Hoofstuk 2 uit de verordening is verwijderd. De verordening stelt nu alleen de regels vast voor de individuele inkomenstoeslag. Hierdoor is de nummering van de artikelen aangepast.
2. Inhoudelijke wijzigingen algemeen Toelichting In de toelichting is het onderdeel over overgangsrecht niet meer opgenomen. Het overgangsrecht had bettrekking op veranderingen door de invoering van de Participatiewet. De Participatiewet is in 2015 ingevoerd en derhalve is er geen overgangsrecht meer noodzakelijk.
3. Inhoudelijke wijzigingen per artikel Verordening Individuele studieen inkomenstoeslag (OUD)
Verordening Individuele inkomenstoeslag 2022 (NIEUW)
Toelichting
Hoofstuk 2 Studietoeslag (artikel 3, 4 en 5) zijn verwijderd
n.v.t.
Artikel 3. Algemene voorwaarden 1. Als één van de gehuwden op grond van artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de Participatiewet geen recht heeft op bijstand, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder geldt. 2. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum leidend. 3. Niet voor individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WSF 2000/WTOS.
Artikel 3. Algemene voorwaarden 1. Als één van de gehuwden op grond van artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de Participatiewet geen recht heeft op bijstand, komt de rechthebbende echtgeno(o)te in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag, naar de hoogte die voor de rechthebbende echtgeno(o)te als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 2. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum leidend.
I.v.m. wetswijziging is het niet meer noodzakelijk om de bepalingen uit Hoofstuk 2 in de verordening op te nemen Lid 3 is nu opgenomen in artikel 6 lid 4.
Artikel 8. Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt; a. voor een alleenstaande; € 362 b. voor een alleenstaande ouder; € 465 c. voor gehuwden: € 550 d. voor een alleenstaande en alleenstaande ouder in een inrichting: € 130 e. voor gehuwden in een inrichting € 250. 2. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari, overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en op hele euro’s afgerond naar boven. 3. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Artikel 5. Hoogte individuele inkomenstoeslag 1. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt; a. voor een alleenstaande; € 410,00 (2022) b. voor een alleenstaande ouder; € 525,00 (2022) c. voor gehuwden: € 621,00 (2022) d. voor een alleenstaande en alleenstaande ouder in een inrichting: € 149,00 (2022) e. voor gehuwden in een inrichting € 284,00 (2022) 2. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari, overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en op hele euro’s afgerond naar boven. 3. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
De bedragen zijn aangepast naar de vastgestelde bedragen voor 2022
N.v.t.
Artikel 6. Geen zicht op inkomensverbetering 1. Van degene die gedurende de referteperiode van 36 maanden een laag inkomen heeft gehad, kan worden gesteld dat er geen zicht is op inkomensverbetering. 2. De individuele omstandigheden worden betrokken bij de beoordeling van het zicht op inkomensverbetering. 3. Tot de individuele omstandigheden worden in ieder geval gerekend: a. de krachten en bekwaamheden van de persoon; en b. de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. 4. Lid 1 is niet van toepassing op personen die uit ’s Rijks kas
Artikel 6 is toegevoegd aan de verordening om duidelijkheid te creëren omtrent het begrip ‘geen zicht op inkomensverbetering’. In de prakrijk blijkt dat als er gedurende de referteperiode een laag inkomen is ontvangen de kans op inkomensverbetering binnen in ieder geval een jaar klein is. Wel dienen hierbij de omstandigheden en inspanningen van de persoon in ogenschouw genomen te worden.
bekostigd onderwijs volgen of kunnen volgen.
Door te kiezen voor deze benadering is het voor een grote groep minima mogelijk om een individuele inkomenstoeslag aan te vragen. Hier is voor gekozen ter compensatie van verminderde koopkracht en energiekosten die hoger zullen worden.
Personen die uit Rijkskas bekostigd onderwijs volgens of kunnen volgen hebben geen recht op de toeslag, omdat hier wel sprake is van zicht op inkomensverbetering. Artikel 9 Beleidsregels 1. Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van deze verordening. 2. De beleidsregels, zoals bedoeld in het eerste lid, geven met betrekking tot de individuele studietoeslag in ieder geval aan wanneer een persoon niet in staat is om het wettelijk minimumloon te verdienen, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en hebben voor de individuele inkomenstoeslag in ieder geval betrekking op de invulling van het begrip ‘geen uitzicht op inkomensverbetering' zoals bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de P-wet.
N.v.t.
Artikel 9 uit de oude verordening is verwijderd, omdat de bepalingen die in aanvullend beleid kunnen worden opgenomen al zijn vastgelegd in artikel 6 van de nieuwe verordening. Aanvullend beleid is niet meer noodzakelijk.
Verordening Individuele inkomenstoeslag Albrandswaard 2023 De raad van de gemeente Albrandswaard; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders gemeente Albrandswaard d.d. 18 oktober 2022. Gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en c, tweede en derde lid, van de Participatiewet en artikel 36 van de Participatiewet: Gezien het advies van de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
BESLUIT: vast te stellen de: Verordening Individuele inkomenstoeslag Albrandswaard 2023
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. P-wet: Participatiewet; b. inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet; c. bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet; d. WML: Wettelijk Minimumloon (bruto) geldend voor de leeftijd van de aanvrager; e. peildatum: datum waarop een persoon Individuele inkomenstoeslag aanvraagt; f. referteperiode: periode van drie jaar (36 maanden) voorafgaand aan de peildatum; g. te laste komend kind: is een kind dat voldoet aan de bepalingen van artikel 4 sub e P-wet; h. inrichting: a. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden; b. een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is. Artikel 2. Indienen verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door de gemeente beschikbaar gesteld formulier.
HOOFDSTUK 2 INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG Artikel 3. Algemene voorwaarden 1. Als één van de gehuwden op grond van artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de Participatiewet geen recht heeft op bijstand, komt de rechthebbende echtgeno(o)te in aanmerking voor een Individuele inkomenstoeslag, naar de hoogte die voor de rechthebbende echtgeno(o)te als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 2. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum leidend. Artikel 4. Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode van 36 maanden het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Artikel 5. Hoogte Individuele inkomenstoeslag 1. De hoogte van de Individuele inkomenstoeslag bedraagt; a. voor een alleenstaande; € 410,00 (2022) b. voor een alleenstaande ouder; € 525,00 (2022) c. voor gehuwden: € 621,00 (2022) d. voor een alleenstaande en alleenstaande ouder in een inrichting: € 149,00 (2022) e. voor gehuwden in een inrichting € 284,00 (2022)
1
2. De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari van een kalenderjaar, overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en op hele euro’s afgerond naar boven. 3. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. Artikel 6. Geen zicht op inkomensverbetering 1. Van degene die gedurende de referteperiode van 36 maanden een laag inkomen heeft gehad, kan worden gesteld dat er geen zicht is op inkomensverbetering. 2. De individuele omstandigheden worden betrokken bij de beoordeling van het zicht op inkomensverbetering. 3. Tot de individuele omstandigheden worden in ieder geval gerekend: a. de krachten en bekwaamheden van de persoon; en b. de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. 4. Lid 1 is niet van toepassing op personen die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen. HOOFDSTUK 3 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 7. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid. Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking na vaststelling en werkt terug tot 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Individuele Inkomenstoeslag Albrandswaard 2023. 3.
De ‘Verordening Individuele studie-Inkomenstoeslag Albrandswaard 2016’ wordt ingetrokken per datum 1 januari 2023. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 19 december 2022.
de griffier,
de voorzitter,
dhr. Hans Cats
drs. J.G.H. de Witte
2
Toelichting individuele inkomenstoeslag Algemeen Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden daarvoor. Het betekent niet dat in het geheel geen individuele inkomenstoeslag verstrekt mag worden.
Het college kan in regelingen aangeven welke groepen niet in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen personen uitzicht hebben op inkomensverbetering. Vast te leggen regels in verordening De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten op grond van artikel 8, tweede van de Participatiewet regels vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Langdurig laag inkomen Op grond van deze verordening is er sprake van een laag inkomen als het inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Langdurig wordt gesteld op 36 maanden oftewel 3 jaar. Dat een periode van driejaar als “langdurig” kan worden gezien wordt bevestigd in onderzoeken verricht door het NIBUD. Hoogte toeslag Daarnaast moet in de verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden.
Het college moet vanaf 2015 ook aangeven wanneer er sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid, van de Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden van de persoon. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend: - de krachten en bekwaamheden van de persoon, en - de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Dit zal worden uitgewerkt in de beleidsregels.
Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.
Artikel 1. Begrippen Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Inkomen Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een vorm van bijzondere bijstand is, is het niet nodig
3
expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen. Het wordt niet wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag in aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenst effect kan hebben dat een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslag heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in de referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag.
Peildatum De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan te vragen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Referteperiode Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Artikel 2. Indienen verzoek Op grond van artikel 36 Participatiewet kan een verzoek worden ingediend om een individuele inkomenstoeslag. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb). Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan middels een door de gemeente beschikbaar gesteld formulier.
Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om een individuele studietoeslag of een individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Artikel 3. Algemene Voorwaarden Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, lid 1 van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikel 11 of artikel 13, lid 1 van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand.
Als slechts één partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dit is geregeld in het tweede lid. Studenten zijn ook uitgesloten omdat er voor deze groep wel uitzicht is op een hoger inkomen. Artikel 4. Langdurig laag inkomen Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder ‘langdurig' en onder ‘laag’ wordt verstaan. Langdurig; de periode voorafgaand aan de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 van deze verordening en is gesteld op 36 maanden. Laag inkomen; een inkomen is laag als het niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Uit onderzoek van het Nibud is gebleken dat je na drie jaar leven van een minimum inkomen kunt spreken van een “langdurig laag inkomen". Artikel 5. Hoogte individuele inkomenstoeslag Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouderen gehuwden. Bij de hoogte van de inkomenstoeslag is destijds aansluiting gezocht bij de langdurigheidstoeslag. Hierna zijn de bedragen elk jaar geïndexeerd.
Er is niet gekozen voor een percentage van de bijstandsnorm omdat er in de Participatiewet veel normen zijn door de invoering van de kostendelersnorm. De uitvoeringskosten moeten zo laag mogelijk worden gehouden.
4
Bepalingen voor Gehuwden Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag. Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in het tweede lid. Indexering In het tweede lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) duidelijk te communiceren.
Artikel 6. Geen zicht op inkomensverbetering Het college moet vanaf 2015 ook aangeven wanneer er sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid, van de Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening, maar dat kan wel. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden van de persoon. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend: - de krachten en bekwaamheden van de persoon, en - de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Artikel 6 is toegevoegd aan de verordening om duidelijkheid te creëren omtrent het begrip ‘geen zicht op inkomensverbetering’. In de prakrijk blijkt dat als er gedurende de referteperiode een laag inkomen is ontvangen de kans op inkomensverbetering binnen in ieder geval een jaar klein is. Wel dienen hierbij de inspanningen van de persoon in ogenschouw genomen te worden. Er dient altijd een individuele afweging gemaakt te worden. Personen die uit Rijkskas bekostigd onderwijs volgen hebben geen recht op de toeslag, omdat hier wel sprake is van zicht op inkomensverbetering.
Jurisprudentie De beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' zal door het college aan de hand van de individuele omstandigheden van het geval moeten plaatsvinden. Dit vergt een op de aanvrager toegespitst onderzoek (zie CRvB 09-08-2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3023 en CRvB 30-10-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3418). Aan de hand daarvan stelt het college vast of belanghebbende zicht op inkomensverbetering heeft. De gemeente heeft niet de mogelijkheid om bepaalde groepen uit te sluiten van individuele inkomenstoeslag. Dit vanwege het individuele karakter van de individuele inkomenstoeslag (zie Rechtbank Rotterdam 14-03-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1847, Rechtbank Limburg 29-08-2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:7454 en Rechtbank Amsterdam 05-04-2017, nr. AMS 16/4202). De gemeenteraad of het college kan de doelgroep die in aanmerking komt voor de individuele inkomenstoeslag wel inperken via de beoordeling of belanghebbende ‘geen uitzicht heeft op inkomensverbetering’ (zie bijvoorbeeld CRvB 06-03-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:665). De bevoegdheid om individuele inkomenstoeslag te verlenen, ziet bij de beoordeling van het hebben van zicht op inkomensverbetering met name op het in aanmerking nemen van persoonlijke omstandigheden van een belanghebbende.
Het college of de gemeenteraad kan er wel voor kiezen om voor een bepaalde groep te regelen dat zij in beginsel zicht hebben op inkomensverbetering. Een bekend voorbeeld in dit verband is de uitsluiting van studenten (zie ook TK 2008-2009, 31 441, nr. 12). Als in een verordening of beleidsregel voor een bepaalde groep is geregeld dat zij in beginsel uitzicht hebben op inkomensverbetering, dan zal dat beleid ook in die gevallen toch een individuele toetsing moeten bevatten. In de besluitvorming moeten immers altijd de individuele omstandigheden betrokken worden (zie CRvB 03-07-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2008, CRvB 30-10-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3418 en CRvB 22-6-2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1540).
5