CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

25.a Brief PZH over huisvesting statushouders Albrandswaard- IBT- 1 juli 2026.pdf

Gemeenteraad AW 12 oktober 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken1.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard Postbus 1000 3160 GA RHOON Gedeputeerde Staten Contact Mevrouw E.M. Kremer T 06 - 48436990 em.kremer@pzh.nl Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl/contact Datum Zie verzenddatum linksonder Ons kenmerk PZH-2026-893953263 DOS-2026-0000318 Uw kenmerk Bijlagen 1 Onderwerp Huisvestingswet: huisvesting vergunninghouders Beoordeling 1 juli 2026 Geacht college, Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland heeft besloten tot indeplaatsstelling op grond van artikel 124 van de Gemeentewet bij de uitvoering van de wettelijke taakstelling op grond van artikel 28 jo. 29 van de Huisvestingswet 2014 voor de huisvesting van vergunninghouders. Met deze brief informeren wij u over dit besluit en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Indeplaatsstelling is een ingrijpende stap. Gedeputeerde Staten zijn evenwel van oordeel dat gedurende het voorgaande traject voldoende terughoudendheid is betracht bij de uitoefening van het toezicht. Deze inspanningen hebben niet geleid tot het alsnog realiseren van de taakstelling, en op dit moment ontbreken voldoende aanknopingspunten dat dit binnen afzienbare termijn zal wijzigen. Indeplaatsstelling is daarom het aangewezen en noodzakelijke interventie-instrument om de realisatie van de gemeentelijke taakstelling te waarborgen.

Het doel blijft om u zo goed mogelijk te ondersteunen bij het behalen van de door het ministerie van Asiel en Migratie op de grond van artikel 29 van de Huisvestingswet 2014 vastgestelde taakstellingen. Gelet op de omvang en duur van de achterstand zijn Gedeputeerde Staten gehouden om met dit besluit te voorzien in een zorgvuldige borging van de tijdige en volledige uitvoering van deze taak. Wij blijven streven naar een constructieve dialoog en willen met u samenwerken aan oplossingen die recht doen aan zowel de wettelijke verplichtingen als de specifieke situatie van uw gemeente. Wettelijk kader en bevoegdheid tot indeplaatsstelling Op grond van artikel 124, eerste lid, van de Gemeentewet oefent de provincie toezicht uit op de realisering van de gemeentelijke taakstelling met betrekking tot de huisvesting van vergunninghouders. Deze taakstelling wordt halfjaarlijks vastgesteld door het ministerie van Asiel en Migratie.

2/5 Ons kenmerk PZH-2026-893953263 DOS-2026-0000318 Het toezicht is nader uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma generiek interbestuurlijk toezicht 2024 en het Aanvullend beleidskader huisvesting vergunninghouders 2020. Bij achterstanden hanteert de provincie de Interventieladder indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Uw gemeente wordt met dit besluit geplaatst op trede 5. Indien binnen de gestelde termijn niet alsnog aan de wettelijke taakstelling wordt voldaan, volgt bij trede 6 de feitelijke uitvoering van de indeplaatsstelling.’ Deze juridische interventie is voorafgegaan door een ambtelijk en bestuurlijk traject, waarin de gemeente eerst zelf in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. Onder het kopje ‘Verantwoording van het toezicht- en escalatietraject’ wordt nader ingegaan op dit verloop. Wettelijke verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 dragen burgemeester en wethouders zorg voor de huisvesting van vergunninghouders overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Indien deze taak niet (volledig) wordt uitgevoerd, kunnen Gedeputeerde Staten overgaan tot indeplaatsstelling. Dit houdt in dat Gedeputeerde Staten de noodzakelijke maatregelen treffen om de taakstelling te realiseren, op kosten van de gemeente.

Tekortschietende uitvoering van de huisvestingstaak Gedeputeerde Staten constateren dat uw gemeente sinds 1 juli 2023 niet (volledig) voldoet aan de wettelijke taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders. Per 1 juli 2026 bedraagt de achterstand 33 te plaatsen vergunninghouders. Deze achterstand is groter dan de taakstelling voor de tweede helft van 2026, die 24 bedraagt. Wel zien wij dat de afgelopen periode een stijging zichtbaar is in het aantal gerealiseerde plaatsingen. Het maatschappelijk resultaat dat met deze wettelijke taak wordt beoogd, is dat vergunninghouders binnen een redelijke termijn passende huisvesting verkrijgen. Het uitblijven daarvan leidt tot knelpunten in de opvangketen en raakt het functioneren van het asiel- en huisvestingsstelsel als geheel. Daarnaast heeft uitstel van huisvesting een directe negatieve impact op het leven en de integratie van vergunninghouders. Te realiseren resultaat en herstel van de taakuitvoering Van uw gemeente wordt verwacht dat zij de volledige achterstand inloopt en aansluitend structureel voldoet aan de halfjaarlijks vastgestelde taakstellingen. Dit besluit betreft de achterstand zoals vastgesteld per 1 juli 2026 (33). Indien de volledige achterstand alsnog vóór 1 juli 2027 is gehuisvest, vervalt het besluit tot indeplaatsstelling.

Daarbij geldt dat de achterstand pas kan worden ingelopen nadat eerst aan de reguliere taakstelling is voldaan. Dit houdt in, gelet op de geboden termijn tot 1 juli 2027, dat op dat moment volledig moet zijn voldaan aan de taakstelling voor de tweede helft van 2026, de taakstelling voor de eerste helft van 2027 en dat de opgelopen achterstand dient te zijn gehuisvest. 3/5 Ons kenmerk PZH-2026-893953263 DOS-2026-0000318 Verantwoording van het toezicht- en escalatietraject Uw gemeente loopt sinds 1 juli 2023 achter op haar taakstelling en is daarom per 1 juli 2025 op trede 4 geplaatst van de bestuurlijke interventieladder. Sinds 2024 zijn ambtelijk toezichtgesprekken gevoerd met de gemeente, het COA en woningcorporaties, gericht op het versnellen van de huisvesting en het wegnemen van knelpunten. In 2025 hebben meerdere bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden waarin is beoordeeld of voldoende grond bestond om af te zien van verdere escalatie. Gedeputeerde Staten erkennen dat uw gemeente extra inspanningen heeft geleverd en dat dit heeft geleid tot een toename van het aantal plaatsingen. Deze inzet wordt gewaardeerd.

Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat het handelingsperspectief in het door uw gemeente aangeleverde Huisvestingplan voor Vergunninghouders (HvV) onvoldoende concreet is om aannemelijk te maken dat de achterstand zelfstandig en structureel binnen afzienbare termijn wordt ingelopen. Uw HvV was voornamelijk gebaseerd op de inzet van flexwoningen voor versnelde huisvesting van vergunninghouders. Doordat de flexwoningen die u had opgenomen in het HvV door recente besluiten van de gemeenteraad niet gerealiseerd lijken te gaan worden, is geen zicht op concrete versnelling. Indien het u wel lukt om de taakstelling volledig te realiseren voor 1 juli 2027, wat wij uiteraard hopen, wordt de positie van uw gemeente op de interventieladder naar trede 0 aangepast. Gelet hierop zien Gedeputeerde Staten geen aanleiding om bestuurlijke coulance toe te passen of af te zien van plaatsing op trede 5. Termijn voor zelfstandig herstel van de taakuitvoering Hoewel u met dit besluit op trede 5 wordt geplaatst, blijft het uitgangspunt dat de gemeente primair zelf verantwoordelijk is voor de uitvoering van de wettelijke taak. Tot 1 juli 2027 bestaat de mogelijkheid om zelfstandig alsnog volledige uitvoering te geven aan de taakstelling inclusief de achterstand.

Indien uw gemeente binnen deze termijn overtuigend aantoont dat zij door middel van concrete, uitvoerbare en verifieerbare maatregelen de volledige achterstand tijdig inloopt, waarbij als eerder vernoemd geldt dat daarvoor eerst aan de reguliere taakstelling(en) dient te zijn voldaan, zal dit worden betrokken bij de verdere opvolging van dit besluit en daarbij behorende plaatsing op de interventieladder. Indien uw gemeente niet binnen de geboden termijn aantoont hoe zij de volledige achterstand tijdig inloopt, waarbij als gezegd geldt dat daarvoor eerst aan de reguliere taakstelling(en) dient te zijn voldaan, zal per 1 juli 2027 worden overgegaan tot trede 6 en (daarmee) feitelijke uitvoering van de indeplaatsstelling. Op grond van de Gemeentewet zijn wij in dat geval gemachtigd om alle nodige maatregelen te nemen die ten doel hebben de desbetreffende taakstelling (alsnog) te verwezenlijken. 4/5 Ons kenmerk PZH-2026-893953263 DOS-2026-0000318 Financiële gevolgen van indeplaatsstelling Indien wordt overgegaan tot feitelijke uitvoering van de indeplaatsstelling, zullen de kosten die samenhangen met het treffen van de vereiste maatregelen volledig ten laste worden gebracht van uw gemeente.

Dit betreft onder meer de kosten die de provincie maakt voor het organiseren en realiseren van huisvesting voor vergunninghouders, waaronder begrepen – maar niet beperkt tot – personele inzet, inhuur van derden, juridische ondersteuning, administratieve uitvoering en eventuele overige uitvoeringskosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor het behalen van de taakstelling. De provincie zal deze kosten zoveel mogelijk specificeren en, indien aan de orde, bij uw gemeente in rekening brengen. Het feit dat kosten ten laste van de gemeente worden gebracht, laat de eigen verantwoordelijkheid van uw gemeente voor het realiseren van de wettelijke taak onverlet. In het geval over wordt gegaan tot feitelijke indeplaatsstelling (trede 6) zal de provincie uw gemeente regelmatig informeren over de voortgang van de uitvoering van het indeplaatsstellingsbesluit. In dat verband zal de provincie uw gemeente onder meer tijdig op de hoogte stellen van belangrijke ontwikkelingen, waaronder keuzes ten aanzien van huisvestingslocaties en de samenwerking met de woningcorporatie(s) en andere samenwerkingspartners. Besluit Conform artikel 124 van de Gemeentewet jo. artikel 28 en 29 van de Huisvestingswet 2014 besluiten wij tot indeplaatsstelling van uw college met betrekking tot de resterende taakstelling per 1 juli 2027 voor de huisvesting van 33 vergunninghouders, de achterstand van 1 juli 2026.

Daarbij geldt als gezegd dat pas aan voornoemde taakstelling kan worden voldaan nadat eerst aan de reguliere taakstelling is voldaan. Rechtsmiddelen, Beroep en voorlopige voorziening Tegen dit besluit tot indeplaatsstelling kan door uw gemeente beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. De beroepstermijn vangt aan op de dag na bekendmaking van dit besluit en bedraagt zes weken. Aan het instellen van beroep zijn kosten verbonden in de vorm van griffierecht. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking ten aanzien van dit besluit. Indien onverwijlde spoed dit vereist, kan naast het instellen van beroep een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Aan het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening zijn eveneens kosten verbonden in de vorm van griffierecht. Openbaarmaking en informatievoorziening aan bestuursorganen Conform artikel 124, vierde lid, van de Gemeentewet maken wij ons besluit tot indeplaatsstelling aan uw gemeenteraad kenbaar door een afschrift daarvan aan uw gemeenteraad te zenden en doen wij mededeling van ons besluit tot indeplaatsstelling in het provinciaal blad.

In verband met onze 5/5 Ons kenmerk PZH-2026-893953263 DOS-2026-0000318 proactieve informatieplicht zullen wij ook de leden van Provinciale Staten informeren over het besluit tot indeplaatsstelling. Uitvoering van het besluit tot indeplaatsstelling Het besluit tot indeplaatsstelling wordt geformuleerd als een last. Dit betekent dat Gedeputeerde Staten, indien de vereiste maatregelen niet binnen de gestelde termijn door uw gemeente worden genomen, deze maatregelen zelf zal treffen, op kosten van uw gemeente. Een en ander zoals hiervoor toegelicht. Tot slot Wij vertrouwen erop dat uw college zich met volledige inzet zal richten op het realiseren van de wettelijke taakstelling en het inlopen van de achterstand. Ons doel blijft om feitelijke uitvoering van indeplaatsstelling te voorkomen. Dat vergt aantoonbare en tijdige resultaten. In dat kader zullen wij u in januari 2027 uitnodigen voor een bestuurlijk overleg om de voortgang van de huisvesting te bespreken en te bezien in hoeverre wij u daarbij, binnen onze rol als toezichthouder, kunnen ondersteunen. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, secretaris, voorzitter, drs. M.J.A. van Bijnen MBA mr. A.W. Kolff Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer (DOS-2026-0000318) te vermelden. Meer informatie www.zuid-holland.nl/contact Bijlagen Stand van zaken Afschrift aan Gemeenteraad Albrandswaard

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3858/documents/36207