25. 457507 Raadsvoorstel Bestemmingsplan Achterdijk 11 te Rhoon.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Bestemmingsplan Achterdijk 11 te Rhoon
College van burgemeester en wethouders 31 mei 2022
Portefeuillehouder Ronald Schneider
Zaaknummer 457507
Openbaar
E-mailadres opsteller: c.d.klerk@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De ingekomen zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren. 2. Vast te stellen het bestemmingsplan Achterdijk 11 Rhoon, waarbij het plan ten opzichte van het ontwerp ter inzage gelegde bestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld; 3. Geen exploitatieplan vast te stellen.
1/4
Raadsvoorstel Inleiding Het initiatief is goed bekend bij U. Het marktinitiatief is ook meerdere keren aan de raad gepresenteerd. Het gaat om bouwen van 4 nieuwe woningen en het herinrichten van het perceel Achterdijk 11 te Rhoon. Maandag 21 februari 2022 is de raad akkoord gegaan met de ruimtelijke randvoorwaarden en is de ontwikkelovereenkomst aangegaan. Door de initiatiefnemer is een ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende ruimtelijke onderbouwing en onderzoeken aangeboden. Het ontwerpbestemmingsplan maakt het mogelijk om op het terrein 4 nieuwe vrijstaande woningen te realiseren. Vastgesteld kan worden dat de aangeleverde ontwerpstukken passend zijn binnen de afspraken en door de raad vastgesteld kader. Daarop is het publieke traject van het doorlopen van een bestemmingsplan ingezet. Het college heeft het ontwerpbestemmingsplan met het actueel planologisch juridisch kader voor deze ontwikkeling als ook het ontwerpbesluit voor de hogere waarde wet geluidhinder voor de nieuwe woningen voor 6 weken ter inzage gelegd. Er is gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen. Daarvan is eenmalig gebruik gemaakt. Tegen het hogere waarde besluit is geen zienswijze ingediend. Tegen het ontwerpbestemmingsplan is 1 zienswijze ingediend. De stukken zijn gereed gemaakt voor besluitvorming en vaststelling door de raad van de gemeente Albrandswaard.
Beoogd effect Herinrichten perceel Achterdijk 11 en de bouw van 4 woningen mogelijk maken Het vestigen van een actueel planologisch juridisch kader. Argumenten 1.1 Er is 1 zienswijze ingekomen die in behandeling moet worden genomen. Aan het indienen van een zienswijzen zijn vereisten. Om een zienswijze in behandeling te kunnen nemen en dus om aan een inhoudelijke toetsing te kunnen toekomen, moet deze ontvankelijk zijn. Geconstateerd kan worden dat de zienswijze aan de wettelijke indieningsvereisten voldoet. De zienswijze is ingekomen binnen de gestelde termijn van 6 weken. De indieners zijn bewoners van het naburig perceel en aan te merken als belanghebbenden. De zienswijze is in behandeling genomen. De zienswijze kan ontvankelijk worden verklaard. 1.2 Het beantwoorden van de zienswijzen is tevens een belangenafweging Uw raad dient de zienswijze inhoudelijk te beoordelen en van een reactie te voorzien. De zienswijze is in een afzonderlijke nota samengevat en beantwoord. Wij verwijzen u voor de volledige beantwoording naar deze nota van zienswijze Achterdijk 11. Kort samengevat gaat de zienswijze in op de ruimtelijke kaders die u in de raad van 21 februari 2022 heeft vastgesteld. In deze besluitvormende bijeenkomst tot overeenkomen en vaststellen van de ruimtelijke kaders heeft u hetgeen de indiener naar voren brengt reeds afgewogen.
Indiener maakt bezwaar tegen de 'derdelijns bebouwing' in het plan. De in procedure gebrachte situering was bij uw raad bekend en is door u al afgewogen bij de vaststelling van de ruimtelijke kaders. Uw raad is al akkoord gegaan met deze situering van de 4 woningen op het perceel en de vaststelling van het BKP. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet hier op passende wijze in. Door de indiener worden ook enkele eisen aangehaald die geen effect hebben op de planontwikkeling. Zo attendeert eiser -terecht- op een tekstfout in bekendmaking en zijn er zorgen over het parkeren tijdens de uitvoering van de bouwplannen. De ingediende reactie geeft geen aanleiding tot tekstuele en (ambtshalve) aanpassingen in het bestemmingsplan. Vastgesteld kan worden dat de zienswijzen ontvankelijk en ongegrond is. 2.1 De raad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen De raad heeft ingestemd met het initiatief en daarbij het college opgedragen het plan verder in procedure te brengen. Het college is bevoegd het ontwerpbestemmingsplan met aanhangige besluiten in procedure te brengen. Het college heeft daartoe het ontwerpbestemmingsplan met het actueel planologisch juridisch kader voor 6 weken ter inzage gelegd. Daarbij is gelegenheid geboden voor belanghebbenden om zienswijzen in te dienen. Daarvan is gebruik gemaakt. Er is 1 zienswijze ingediend.
Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. 2.2 De gemeente heeft zich gecommitteerd aan de planontwikkeling Er is een getekende ontwikkelovereenkomst met de initiatiefnemer en het ontwerpbestemmingsplan is
2/4
in overeenstemming met de afgesproken ruimtelijke kaders doordat er 4 woningen in een bepaalde inrichting en volgens de richtlijnen van beeldkwaliteitseisen en overige gebiedskwaliteiten worden gecreëerd. Het ontwerpbestemmingsplan Achterdijk 11 voldoet aan de door de raad overeengekomen ruimtelijke randvoorwaarden. 2.3 het plan is een kwalitatieve inpassing passend in de omgeving In de voorgaande periode is door de initiatief afgestemd met de omgeving. Het plan is passend in de omgeving. Door de overeengekomen eisen met betrekking tot de uitstraling van de nieuwbouw en inrichting van het perceel voor deze ontwikkellocatie aan de Achterdijk 11 te Rhoon ontstaat op termijn een duurzaam hoogwaardige dorpse omgeving. 3.1 Het kostenverhaal is via een getekende anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar al verzekerd. Er hoeft daarom geen exploitatieplan, zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening, opgesteld en vastgesteld te worden, omdat de kosten anderszins verzekerd zijn. Overleg gevoerd met Projectleider marktinitiatieven, Waterschap Hollandse Delta. raad, omwonenden, team verkeer, team stedenbouw, Veiligheidsregio. Kanttekeningen 2.1 De ontwikkeling betekent vrijstaande woningen Het vastgestelde ruimtelijke kader laat geen andere mogelijkheid toe dan vrijstaande woningen.
De raad heeft zich hiermee feitelijk al uitgesproken dit aantal en deze woningcategorie op deze locatie te realiseren. Uitvoering/vervolgstappen Het vaststellingsbesluit van de raad voor het bestemmingsplan waarin wordt voorzien in de overeengekomen ruimtelijke kaders en ontwikkelafspraken wordt bekendgemaakt en ter inzage gelegd voor 6 weken. Tegen dit besluit staat beroep open bij de Raad van State. Bij geen beroep kunnen de omgevingsvergunningen voor de bouwplannen na de termijn van ter inzagelegging worden verleend. Financiën De gemeentelijke kosten zijn anderszins verzekerd via een ontwikkelingsovereenkomst. Communicatie/participatie na besluitvorming Bekendmaken en ter inzage leggen van het vaststellingsbesluit (6 weken). Schriftelijk bekendmaken van het besluiten de mogelijkheid om beroep in te dienen aan de indiener van een zienswijze. In behandeling nemen en (bij geen beroep) verlenen van de omgevingsvergunning.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Zienswijze tegen ontwerpbestemmingsplan Achterdijk 11 te Rhoon Besluit hogere waarden Wet geluidhinder Achterdijk 11 Nota zienswijzen BP Achterdijk def.docx vtg bericht.docx RO-BP-620.151.60 Ontwerpbestemmingsplan Achterdijk 11, Rhoon.pdf
3/4
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Bestemmingsplan Achterdijk 11 te Rhoon
Zaaknummer: 457507
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 31 mei 2022, gelet op Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wet geluidhinder overwegende, dat het ontwerpbestemmingsplan Achterdijk 11, op basis van de door de raad geaccordeerde ruimtelijke randvoorwaarden is opgesteld; dat het ontwerpbesluit hogere waarde wet geluidhinder en het ontwerpbestemmingsplan voor 6 weken ter inzage zijn gelegd; dat iedereen gedurende deze periode zienswijzen over het ontwerp bij de raad naar voren kon brengen; dat daarvan kennis is gegeven door publicatie in het Gemeenteblad en de Schakel van de gemeente Albrandswaard van 31 maart 2022 en door plaatsing op de gemeentelijke website; dat tegen het ontwerpbestemmingsplan 1 zienswijze is ingediend; dat de zienswijze ontvankelijk en ongegrond is; dat het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bestemmingsplan Achterdijk 11 ongewijzigd kan worden vastgesteld.
BESLUIT: 1. De ingekomen zienswijze ontvankelijk en ongegrond te verklaren.
2. Vast te stellen het bestemmingsplan Achterdijk 11 Rhoon, waarbij het plan ten opzichte van het ontwerp ter inzage gelegde bestemmingsplan ongewijzigd wordt vastgesteld;
3. Geen exploitatieplan vast te stellen.
4/4
besluit hogere waarden Wet geluidhinder Inzake bestemmingsplan `Achterdijk 11’
Kenmerk
457507
Besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om de bestaande woning op het perceel aan de Achterdijk 11 in Rhoon te vervangen door vier nieuwe woningen. De globale begrenzing van de planlocatie is in de navolgende afbeelding weergegeven.
Figuur 1: Weergave van de planlocatie
Blad 1 van 6
Procedure Op de voorbereiding van het hogere waardenbesluit (als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder) is de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, afgezien van de uitzondering genoemd in artikel 110c van de Wet geluidhinder. Het ontwerpbesluit zal tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Algemeen toetsingskader Inleiding De Wet geluidhinder (Wgh) beoogt de burger te beschermen tegen een te hoge geluidbelasting. In de Wgh, en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen, zijn normen opgenomen voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (voorheen voorkeurswaarden genoemd) van onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrieterreinen. De regelgeving gaat daarbij uit van ten hoogste toelaatbare geluidbelasting en hogere waarden dan de ten hoogste toelaatbare waarden (de maximale hogere waarden). Een geluidbelasting onder de voorkeurswaarde wordt zonder meer aanvaardbaar geacht, terwijl een geluidbelasting boven de maximale hogere waarden niet toegestaan is. Indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, dienen er maatregelen te worden getroffen om de geluidbelasting te verlagen tot de voorkeurswaarde.
In bepaalde situaties kunnen er echter geen of onvoldoende maatregelen worden getroffen, omdat deze maatregelen stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In die situaties kunnen er hogere waarden dan de voorkeurswaarden worden toegestaan tot aan de maximale hogere waarde. Daarbij dient in ieder geval te worden voldaan aan de eisen die gelden ten aanzien van de binnenniveaus in verblijfsruimten van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. Wegverkeerslawaai De nieuwe woningen zijn gelegen in de zone van de Rhoonse Baan, de Rivierweg en de Nijverheidsweg. Binnen zones langs wegen is de voorkeurswaarde voor woningen 48 dB. Voor nieuwe woningen in de zone van een bestaande weg bedraagt de maximale hogere waarde (in stedelijk gebied) 63 dB en voor vervangende nieuwbouw 68 dB. De maximaal toelaatbare binnenwaarde in een verblijfsruimte van een woning bedraagt 33 dB. Spoorwegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een zone van een spoorweg. Industrielawaai Het plangebied bevindt zich binnen de zone van het industrieterrein Waal-/Eemhaven. Op 22 december 1997 is door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland voor het industrieterrein Waal-/Eemhaven het saneringsprogramma vastgesteld.
Door de Minister van VROM is op 17 januari 2001 een besluit genomen over de Maximaal Toelaatbare Geluidniveaus (MTG's) nabij de woningen gelegen rondom het industrieterrein. De geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de woningen is bepaald zoals het convenant geluidruimte Waal-/Eemhaven voorschrijft. Binnen zones van een industrieterrein bedraagt de voorkeurswaarde 50 dB(A). Voor nieuwe woningen binnen een zone van een industrieterrein bedraagt de maximale hogere waarde 55 dB(A). De maximaal toelaatbare binnenwaarde in een verblijfsruimte van een woning bedraagt 35 dB(A). Cumulatie Indien woningen zich binnen de zones van meerdere geluidbronnen bevinden, moet onderzoek worden verricht naar de gecumuleerde geluidbelasting. Voor het bestemmingsplan is geen sprake van cumulatie van geluid. Wel is de gecumuleerde geluidbelasting door het industrieterrein
Blad 2 van 6
Waal-/Eemhaven en nestgeluid berekend. De karakteristieke geluidwering van de woning moet zijn afgestemd op deze gecumuleerde geluidbelasting. Gemeentelijk toetsingskader In de ‘Beleidsregel vaststellen hogere waarde gemeente Albrandswaard’ (hierna Beleidsregel) zijn criteria vastgelegd voor het vaststellen van hogere waarden. Wij hebben in het Actieplan EU-richtlijn omgevingslawaai, tweede tranche (hierna Actieplan geluid) plandrempels vastgesteld. De plandrempels zijn voor wegverkeerslawaai 65 dB, voor railverkeerslawaai 65 dB en voor de gecumuleerde geluidbelasting 65 dB. In het Actieplan is ook bepaald dat boven de 65 dB geen hogere waarde kan worden vastgesteld en dat de ontwikkeling ongewenst is. Akoestisch onderzoek De resultaten van het onderzoek naar de geluidbelasting op de geplande woningen zijn weergegeven in het geluidrapport ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Bestemmingsplan “Achterdijk 11” (werknummer 621.151.60)’ van 27 januari 2022 opgesteld door KuiperCompagnons. Het akoestisch onderzoek voldoet aan de bepalingen van de Wet geluidhinder, de Handreiking Waal-/Eemhaven, de Beleidsregel en het Actieplan geluid.
Motivering besluit Wegverkeerslawaai ten gevolge van de Rhoonse Baan Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de woningen maximaal 47 dB (inclusief aftrek van 5dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt. De voorkeurswaarde wordt hierdoor niet overschreden. Wegverkeerslawaai ten gevolge van de Rivierweg Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de woningen maximaal 47 dB (inclusief aftrek van 5dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt. De voorkeurswaarde wordt hierdoor niet overschreden. Wegverkeerslawaai ten gevolge van de Nijverheidsweg Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de woningen maximaal 47 dB (inclusief aftrek van 5dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt. De voorkeurswaarde wordt hierdoor niet overschreden. Industrielawaai ten gevolge van Waal-/Eemhaven Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Waal-/Eemhaven op de woningen de voorkeurswaarde van 50 dB(A) overschrijdt. De geluidbelasting bedraagt maximaal 55 dB(A). Het kosteneffectief reduceren van de geluidbelasting van industrieterrein Waal-/Eemhaven is niet mogelijk. Tijdens de sanering van het industrieterrein in de jaren ’90 zijn alle kosteneffectieve maatregelen reeds getroffen.
De maximale hogere waarde van 55 dB(A) wordt niet overschreden, zodat een hogere waarde voor de woningen kan worden vastgesteld.
Blad 3 van 6
Cumulatie van geluid en gevelwering Voor de bepaling van de noodzakelijke geluidwering van de gevels van de woningen dient naast het industrielawaai ook het nestgeluid en het verkeersgeluid te worden beschouwd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting op de woningen maximaal 56 dB(A) bedraagt. Hierdoor wordt voor alle woningen aan de plandrempel van 65 dB voldaan. Beleidsregel hogere waarde Voor de woningen zijn de volgende ontheffingscriteria van toepassing: • één woning wordt gesitueerd ter vervanging van bestaande bebouwing; • de woningen vullen een open plaats op tussen de bestaande bebouwing langs de Achterdijk; • de ligging van de geluidbronnen op het betrokken industrieterrein is zodanig dat de geluidbelasting, vanwege dat industrieterrein en vanwege andere geluidbronnen, van ten minste één uitwendige scheidingsconstructie van elk van de woningen lager of gelijk is aan 50 dB(A) inclusief het nestgeluid.
Blad 4 van 6
Besluit Gelet op: • geluidrapport ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Bestemmingsplan “Achterdijk 11” (werknummer 621.151.60)’ van 27 januari 2022 opgesteld door KuiperCompagnons, • artikel 59, lid 1 Wgh en • artikel 110a Wgh besluiten Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard voor het bestemmingsplan “Achterdijk 11” de hogere waarde voor industrielawaai als volgt onder de volgende voorwaarden onherroepelijk vast te stellen: 1. Vast te stellen hogere waarden: Bestemming: Woning Omschrijving
Aantal
Woning
4
Bron
Hogere waarde in dB(A)
Industrieterrein Waal/Eemhaven
55
2. Voor de bepaling van de geluidwering van de gevels van de woningen wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting. In artikel 5.4 van het Besluit geluidhinder is bepaald dat bij het Besluit hogere waarden een kaart hoort. In onderstaande figuur is de ligging van de woningen met de betreffende hogere waarde weergegeven.
Blad 5 van 6
Overige regels en wetten Het onderhavige besluit betreft een ontheffing op grond van de Wet geluidhinder. Dit besluit laat onverlet dat er voor realisering van de ontwikkeling mogelijk rekening gehouden dient te worden met andere wettelijke bepalingen. Datum besluit: 31 mei 2022 Het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
Hans Cats
drs. Jolanda de Witte
Blad 6 van 6
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Achterdijk 11”
Gemeente Albrandswaard Datum: 19 mei 2022
-2-
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................... 4
2.
Zienswijzen .................................................................................................................... 5
Bijlage 1: Lindeloof (21 maart 2022) Plankaart met materialisering
-3-
1.
Inleiding
Voor u ligt de Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij het ontwerpbestemmingsplan “Achterdijk 11” van de gemeente Albrandswaard. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van vrijdag 1 april 2022 tot en met donderdag 12 mei 2022 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan is bekendgemaakt en was in te zien via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze periode is voor iedereen de mogelijkheid geboden een zienswijze in te dienen. Er is één schriftelijke zienswijze ontvangen. De reactie is binnen de termijn ingediend en derhalve ontvankelijk. De ingediende zienswijze wordt in deze nota samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling zouden zijn betrokken.
-4-
2.
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan “Achterdijk 11" heeft op grond van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegen. Binnen de termijn van terinzagelegging is één zienswijze ontvangen. De binnengekomen zienswijze is hierna samengevat weergegeven en beantwoord. Zienswijze 1 Op 9 mei 2022 is door indiener 1 een schriftelijke zienswijze ingediend. De zienswijze is binnen de indieningstermijn ontvangen en derhalve ontvankelijk. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en de beantwoording daarop. Samenvatting 1. Plan – slopen ‘bestaande loods’ In het gemeenteblad wordt melding gemaakt van het slopen van een bestaande loods. Volgens indiener is er geen ‘bestaande loods’ die wordt gesloopt. Wel wordt een woning achter een te handhaven loods gesloopt. 2. Plan – bouwen 4 vrijstaande woningen Indiener vindt de argumenten om op dit perceel vier vrijstaande woningen te bouwen waarbij derdelijns bebouwing ontstaat niet in lijn met eerdere plannen en dragen volgens indiener niet bij aan het landelijke karakter van de Achterdijk. De argumenten om derdelijns bebouwing toe te staan zouden in de loop van het traject ook gewijzigd zijn. Indiener is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan dat nu voorligt afbreuk doet aan het bebouwingsbeeld van lintbebouwing en het landelijke karakter van de Achterdijk.
Met het huidige plan krijgt het plangebied een maat en schaal van bebouwing die niet past in het landschap en ontstaat ook geen collectief boerenerf. In feite is volgens indiener, gezien het verdere beeld van de Achterdijk en eerdere bestemmingsplannen en argumenten, maximaal plaats voor twee villa’s achter elkaar haaks op de dijk (in plaats van nu drie). Indien de gemeente geen afbreuk wil doen aan het bebouwingsbeeld van de lintbebouwing en eerdere uitgangspunten zoals bij de Achterdijk 5-7 en Albrandswaard Noord. 3. Diverse overige aspecten a. Watercompensatie Vervallen kas In de berekening van de watercompensatie wordt 1132 m2 er afgehaald in verband met het vervallen van een kas. Volgens indiener is het onbekend wanneer hier een kas heeft gestaan. De eventuele kas is op basis van luchtfoto’s volgens indiener al minimaal 10 jaar geleden vervallen. Indiener verneemt graag wanneer de kas is vervallen, wat de afmetingen van de kas zijn en hoe lang in een berekening rekening gehouden mag worden met iets dat al (heel) lang weg is. Zonder deze kas moet volgens indiener 113 m2 meer water gecompenseerd worden dan nu is berekend en in het plan is opgenomen. Breedte van de te compenseren sloot aan de noordkant Indiener verneemt graag welke breedte van de sloot aan de noordzijde gehanteerd wordt en of er uitgegaan wordt van de tekening op de plankaart.
-5-
Obstakelvrije onderhoudsstrook Volgens het memo van 2d Vastgoed over de te compenseren watergang wordt tussen de erfgrens met Achterdijk 11a en de watergang ‘gepaste ruimte’ aangehouden. Volgens de tekening op de plankaart is dit volgens indiener 40 cm. Volgens indiener is sprake van een secundair oppervlaktelichaam en zou de maatvoering voor een obstakelvrije onderhoudsstrook aan weerszijden minimaal 1 meter moeten zijn. Indiener ontvangt graag een toelichting hoe dit zich verhoudt tot de gepaste ruimte van 40 cm tussen de watergang en de perceelsgrens. b. Gasleiding Kruising 8 bar gasleiding met nieuwe sloot Deze gasleiding komt op de nieuwe locatie 80 cm onder het maaiveld te liggen, met een veiligheidsstrook van 2 m breed aan weerszijden. Indiener leest nergens op welke diepte de bestaande gasleiding ligt en hoe zich dit verhoudt tot de diepte van de nieuwe sloot. Volgens indiener komt de bestaande gasleiding, uitgaande van eveneens 80 cm onder maaiveld, boven het waterpeil te hangen van de nieuwe sloot. Ook leest indiener niets over in hoeverre dit is uitgezocht cq bekend is bij Stedin. Belemmeringenstrook Op de plankaart is een veiligheidsstrook ingetekend van 2 meter aan weerszijden van de gasleiding.
Indiener vraagt zich af of dit hetzelfde is als een belemmeringenstrook en of dit bij een 8 bar gasleiding inderdaad 2 meter is aan weerszijden van de nieuwe locatie van de gasleiding. Indiener wil graag uitsluitsel dat de te verplaatsen gasleiding geen nieuwe belemmeringen oplevert voor hen. c. Bestaande groen op perceelsgrens respecteren Onderdeel van de participatie en afgesproken met de ontwikkelaar is de toezegging dat ook het bestaande groen op het perceel van indiener gerespecteerd zal worden. Zoals indiener heeft begrepen zouden afspraken hieromtrent publiekrechtelijk in het bestemmingsplan worden opgenomen. Indiener verzoekt deze toezegging van de ontwikkelaar te borgen en expliciet op te nemen in het bestemmingsplan. d. Parkeren tijdens de bouw Indiener vraagt zich af hoe de gemeente de bereikbaarheid voor hulpdiensten dan wel andere calamiteiten voor zich ziet tijdens de bouw. De eerder genoemde oplossing dat “tijdens de bouw van de woningen goede afspraken gemaakt moeten worden, onderling en met de omgeving” vindt indiener volstrekt onvoldoende en te vaag. e. Participatie Volgens indiener had de participatie een valse start en is het zeker niet van een leien dakje gegaan. Er wordt hierbij verwezen naar een brief die op 16 mei 2021 naar de gemeente is verstuurd.
De gemeente heeft na deze brief een grote rol gespeeld om de participatie vanuit de ontwikkelaar op gang te brengen. Dit heeft uiteindelijk geleid tot enkele aanpassingen aan het plan die volgens indiener verbeteringen zijn. Indiener blijft oneens met het plan zelf en het aantal woningen en menen hierdoor schade te gaan leiden door meer buren te gaan krijgen dan verwacht. Dit heeft volgens indiener aantasting van woongenot door een toename van onder meer geluidsoverlast en door vermindering van uitzicht en privacy. Indiener vindt het prettig dat er in ieder geval enigszins naar burgers en omwonenden wordt geluisterd om hierna ook het draagvlak voor een project te vergroten.
-6-
Beantwoording 1. Plan – slopen ‘bestaande loods’ In de publicatie is per abuis de woning achter de loods aangemerkt als “bestaande loods”. De woning die achter de bestaande loods staat zal worden gesloopt. De loods zelf blijft behouden. 2. Plan – bouwen 4 vrijstaande woningen Het plan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt opgezet als een ensemble van zes eenheden. Twee eenheden worden gevormd door de bestaande woning aan de Achterdijk 9 met de daarachter liggende loods. In de derde lijn staat momenteel de bungalow die wordt gesloopt. Op deze plek wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Aan de noordzijde van het gehele perceel worden vervolgens drie nieuwe kavels gerealiseerd waardoor het ensemble (het boerenerf) wordt gevormd. Langs de Achterdijk wordt het beeld van de lintbebouwing gewaarborgd door een op de Achterdijk georiënteerde woning te bouwen. Deze woning heeft een andere oriëntatie dan de overige woningen in het plangebied. Achter de lintbebouwing worden de woningen namelijk haaks op de Achterdijk georiënteerd. De plannen om vier woningen te realiseren zijn nooit gewijzigd. Ook de oriëntatie ten opzichte van de Achterdijk is nooit gewijzigd. De woning op kavel 1 is een bijzondere woning en staat parallel aan de Achterdijk, de overige drie woningen staan haaks op de Achterdijk. Hierdoor wordt antwoord gegeven op de lintbebouwing aan de Achterdijk.
Wel is de positie van de woningen op de kavels, naar aanleiding van de gesprekken met de omgeving, aangepast. In de gesprekken met de omgeving zijn de uitgangspunten van de woningen, die gebruikt worden bij het ontwerp van de woningen, aangepast op de volgende punten: - de hoogte van de nok is van 11 m verlaagd naar 9 m van de kavels 2 t/m 4; - daarna is ook de nok van de woning op kavel 1 verlaagd naar 9 m; - de posities van de woningen op de kavels zijn gewijzigd naar de huidige positie; - het bouwvlak van de woningen is gemaximeerd op 8 x 15 m; de uitbouw is maximaal 75 m²; - de kap van de woningen begint op ca. 3 m boven maaiveld waardoor er “een woning van 1 laag met een kap” kan worden gerealiseerd. De gemeenteraad van Albrandswaard is akkoord gegaan en heeft het beeldkwaliteitsplan daarop 1 februari 2021 vastgesteld. 3. Diverse overige aspecten a. Watercompensatie De voorgenomen ontwikkeling is voorgelegd en besproken met het Waterschap Hollandse Delta. Zij hebben de Watertoets – die als onderdeel van dit bestemmingsplan is uitgevoerd – goedgekeurd. De berekening van de watercompensatie is onderdeel van de watertoets. Onderdeel van de watercompensatie is de aanleg van een watergang aan de noordzijde van het perceel die voldoet aan de voorwaarden die het Waterschap Hollandse Delta hieraan stelt. Het plangebied krijgt een groene uitstraling.
De toegangsweg tot aan de parkeerplaatsen wordt in halfverharding uitgevoerd. Daarnaast zal waar mogelijk de hemelwaterafvoer afgekoppeld worden en vertraagd afgevoerd worden. Op deze wijze wordt (ruim) voldaan aan de benodigde watercompensatie. In bijlage 1 is de plankaart met materialisering weergegeven. Op deze kaart is de (half)verharding en het te realiseren of te handhaven groen weergegeven. Op de plankaart is ook een profiel van de te graven watergang weergegeven.
-7-
De te graven watergang wordt eigendom van de nieuwe bewoners (kavel 1, 2 en 3) en dient ook door deze bewoners / eigenaren te worden onderhouden. Omdat dit een privaatrechtelijke afspraak is vormt dit geen onderdeel van het bestemmingsplan. b. Gasleiding Leidingen met een druk van 8 bar vallen niet onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).In het kader van externe veiligheid zijn hier geen eisen aan verbonden. Dat is pas het geval bij leidingen met een druk van ten minste 16 bar. Om die reden is de leiding planologisch niet relevant. Derhalve is op de plankaart van dit bestemmingsplan geen aanduiding voor de gasleiding opgenomen. Het verleggen en onderhoud van de leiding valt onder de verantwoordelijkheid van Stedin. Zij hebben inmiddels opdracht om de leiding te verleggen. De leiding passeert de watergang aan de Achterdijk en passeert tevens de watergang aan de noordzijde van het perceel. De leiding sluit vervolgens aan op het bestaande tracé. Het verloop van de gasleiding op het perceel aan Achterdijk 11a ondervindt derhalve geen hinder van de verlegging. De leiding is planologisch niet relevant. In tegenstelling tot wat indiener aangeeft is dan ook geen veiligheidsstrook op de plankaart van het bestemmingsplan weergegeven. Het verleggen en onderhoud van de leiding valt onder de verantwoordelijkheid van Stedin.
Zij hebben inmiddels opdracht om de leiding te verleggen. c. Bestaande groen op perceelsgrens respecteren’ Het bestaande groen, zoals bomen en struiken, dat op andere percelen aanwezig is, maakt geen onderdeel uit van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan. Derhalve kunnen er dan ook geen publiekrechtelijke afspraken worden vastgelegd. Daarnaast hebben nieuwe bewoners geen rechten om bestaand groen dat op andere percelen aanwezig is te (laten) verwijderen. Bovendien zijn nieuwe bewoners op de hoogte van de bestaande situatie. d. Parkeren tijdens de bouw Verminderde bereikbaarheid als gevolg van parkeerbewegingen tijdens de bouw is begrijpelijk een punt van aandacht. De nieuwe bewoners zullen daar bij de verkoopgesprekken op worden gewezen. Daarnaast zullen goede afspraken gemaakt moeten worden tussen de nieuwe bewoners en de omgeving. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zal de initiatiefnemer inzichtelijk moeten maken hoe de veiligheid en bereikbaarheid tijdens de bouw gegarandeerd kan worden. e. Participatie Het verloop van de participatie wordt ter kennisgeving aangenomen. Voor zover inspreker van mening is dat sprake is van planschade dan bestaat de mogelijkheid om via een afzonderlijke procedure (artikel 6.1 Wro die los staat van de bestemmingsplanprocedure) een verzoek tot planschade in te dienen op basis van het vast te stellen bestemmingsplan.
Aanpassing De zienswijze leidt niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
-8-
Bijlage 1 Lindeloof (21 maart 2022) Plankaart met materialisering
-9-
Beste heer Freijssen en mevrouw Azier, beste Martin en Marijke, U heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan “Achterdijk 11“(Rhoon). Wij willen u graag informeren over de voortgang van de procedure tot vaststellen van het (ontwerp)bestemmingsplan “Achterdijk 11“(Rhoon). proces Het ontwerpbestemmingsplan “Achterdijk 11“(Rhoon) heeft zes weken ter inzage gelegen en binnen deze termijn hebben wij 1 zienswijze ontvangen. De ontvangen zienswijzen is samengevat en van een reactie voorzien in een “nota beantwoording zienswijze “Achterdijk 11“(Rhoon)”. Zie bijlage. Het college heeft de stukken in de vergadering van 31 mei 2022 vastgesteld en zal deze “nota van zienswijze” en het ontwerpbesluit tot vaststellen van het bestemmingsplan “Achterdijk 11“(Rhoon) ter vaststelling aan de raad aanbieden. Uw zienswijze Ik kan u meedelen dat het college de raad adviseert uw zienswijze ontvankelijk te verklaren. In navolging daarop is uw zienswijze in behandeling genomen. In de bij het ontwerpbesluit horende ‘nota zienswijzen “Achterdijk 11“ kunt u lezen dat het college de raad adviseert uw zienswijze ongegrond te verklaren, er geen aanleiding is het plan op onderdelen aan te passen, de motivatie en de hele reactie.
Deze nota met uw zienswijze en de reactie erop is, geanonimiseerd, onderdeel van het ontwerpbesluit en is te vinden bij stukken die ter vaststelling en besluitvormig aan de raad worden aangeboden. planning Behandeling van het bestemmingsplan “Achterdijk 11“(Rhoon) wordt verwacht in de Commissie Beraad en Advies Ruimte op 21 juni 2022. Vaststelling door de raad van de gemeente Albrandswaard wordt op 4 juli 2022 verwacht. U kunt bij deze openbare vergaderingen aanwezig zijn. De definitieve agenda kunt u raadplegen op raad.albrandswaard.nl of in De Schakel. U kunt eventueel bij de griffie spreekrecht vragen. Dat kan per mail via griffie@albrandswaard.nl of telefonisch bij de griffier Eelco Groenenboom, telefoon 010-506 11 00. vragen Mocht u nog inhoudelijke vragen hebben dan kunt u contact opnemen met Corry de Klerk, c.d.klerk@bar-organisatie.nl. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders Corry de Klerk - Verbeek Afdeling Advies Ruimte | Domein Ruimte | BAR-organisatie Tel : +31105061704 | E-mail : c.d.klerk@bar-organisatie.nl De BAR-organisatie werkt voor de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk www.barendrecht.nl | www.albrandswaard.nl | www.ridderkerk.nl
Gemeente Albrandswaard Bestemmingsplan ‘Achterdijk 11’ Ontwerp
Maart 2022
Gemeente Albrandswaard Bestemmingsplan ‘Achterdijk 11’
werknummer: 620.151.60 datum: maart 2022 bestand: J:\620\151\60\3.Projectresultaat
Procedureoverzicht Fase
Datum
Ontwerp
Maart 2022
Vaststelling
KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam
Gemeente Albrandswaard Bestemmingsplan ‘Achterdijk 11’ Toelichting
Maart 2022
Inhoudsopgave van de toelichting 1.
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel van het plan 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer 2.
1
1 1 1
Planbeschrijving
2
2.1 Bestaande situatie 2.2 Ontwikkelingen 2.3 Juridische aspecten
2 4 5
3.
Ruimtelijke Ordening
8
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
8 9 13 14
4
Natuur en landschap
15
4.1 Kader 4.2 Onderzoek 4.3 Conclusie 5
15 17 18
Water
19
5.1 Kader 5.2 Onderzoek 5.3 Conclusie
19 21 22
6
23
Archeologie en cultuurhistorie
6.1 Kader 6.2 Onderzoek en conclusie
23 23
7
Milieu
25
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
Algemeen M.e.r.-beoordeling Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen
25 25 26 27 28 30 31 35
8
Uitvoerbaarheid
36
8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.3 Handhavingsaspecten
36 36 37
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Beeldkwaliteitplan, Lindeloof Tuin- en Landschapsarchitecten BV, 25 november 2021 Verkennend bodemonderzoek, Inventerra, 23 juli 2020 Asbestinventarisatie, AM-P Milieu, 24 juni 2020 Quickscan beschermde planten- en diersoorten, Adviesbureau Mertens, februari 2021 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 24 februari 2022 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 27 januari 2022 Archeologisch onderzoek, IDDS, april 2021 Memo watergang, 2d Vastgoed, 1 november 2021 Memo participatie, 2d Vastgoed, 1 september 2021 Ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder
Afbeelding 1.1: Globale ligging plangebied
Afbeelding 1.2: Ligging plangebied in meer detail
1
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel van het plan Aanleiding Aan de Achterdijk in Rhoon wordt een perceel herontwikkeld. De op het perceel aanwezige woning wordt vervangen door een samenhangend ensemble van vier nieuwe woningen. De ontwikkeling van het perceel moet bijdragen aan het landelijke karakter van de Achterdijk. Door de initiatiefnemer is een plan ontwikkeld dat voldoet aan deze wens. Om deze nieuwe opzet te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling van de nieuwe woonkavels. Doel Het nieuw beoogde stedenbouwkundige plan past niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het bestemmingsplan “Achterdijk 11” heeft betrekking op de open ruimte behorende bij het erf van Achterdijk 9 in Rhoon (perceelnummer 6868). De te vervangen woning (nummer 11) staat achter op het erf. De begrenzing wordt gevormd door de watergang achter de woonkavels aan de Nijverheidsweg in het westen, de perceelsgrens met Achterdijk 11A in het noorden, de Achterdijk in het oosten en een sloot in het zuiden. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 en 1.2 weergegeven.
1.3
Leeswijzer Deze toelichting is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk, hoofdstuk 1, zijn een aantal algemene planaspecten opgenomen. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats en wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 tot en met 9 vormt feitelijk de achterliggende onderbouwing voor de wijziging en gaat in op, onder andere, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, mobiliteit, natuur en landschap, water, archeologie en cultuurhistorie en milieu. Ten slotte worden in hoofdstuk 10 en 11 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ook ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.
Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
2
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie De huidige situatie wijkt af van de planologische situatie. In deze paragraaf worden beide situaties beschreven. Huidige situatie De Achterdijk is een oud lint aan de oostzijde van het dorp Rhoon. Door het gemis van het hoogteverschil toont deze dijk als een polderweg. De Achterdijk omsluit een van de oudste polders, De Ghijselandpolder uit 1475 en aan de oostkant ligt de Jaaginpolder uit 1500. De grond van de dijk is later gebruikt om de Essendijk te maken die de polder Het Buitenland van Rhoon (1580) omsluit. Door de uitbreiding van bedrijventerrein Overhoeken is het lint aan de westzijde vastgegroeid aan het dorp. Tussen de locatie en de Nijverheidsweg zijn zogenoemde ‘eilandkavels’ aangelegd, waar een mix van wonen en werken is toegestaan. Hiermee vormen deze kavels een geleidelijke overgang tussen het bedrijventerrein en de woningbouw aan de Achterdijk. Aan de achterzijde van de eilandkavels is een strook groen opgenomen, waarmee een visuele groene buffer tussen wonen en werken is geborgd. Ten zuiden van de locatie zijn al enkele woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied met name uit open ruimte. Achter op het erf, achter een grote schuur, staat één woning. Deze wordt gesloopt.
Afbeelding 2.1: Bestaande situatie aan de Achterdijk
Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
3
Planologische situatie Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Rhoon Dorp 2013’, vastgesteld op 14 juli 2014 door de gemeente Albrandswaard. In de planologische situatie is het plangebied bestemd als ‘Wonen’ en ‘Tuin’. In de verkaveling (afbeelding 2.2) zijn twee bestemmingsvlakken en een bouwvlak opgenomen. Het grote bestemmingsvlak kent de functieaanduiding ‘bedrijf’ en het bouwvlak kent de functieaanduiding ‘karakteristiek’. Daarnaast kent het plangebied momenteel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Omdat de nieuwe verkaveling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuwe planologisch kader gemaakt.
Afbeelding 2.2: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing)
Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
4
2.2
Ontwikkelingen In deze paragraaf is de toekomstige ontwikkeling beschreven. Verkaveling Een mogelijke invulling van de toekomstige situatie voor het project is in afbeelding 2.3 weergegeven. Het plan bestaat uit vier kavels, elk circa 1.500 m2 en een mandelig terrein waarop de gezamenlijke ontsluitingsweg en een gezamenlijk erf wordt gerealiseerd. De ontsluitingsweg takt aan op de Achterdijk. Het parkeren vindt plaats op de eigen kavels. Het perceel wordt als één geheel ontwikkeld. De ordening en de karakteristiek van de toekomstige bebouwing vertonen samenhang en vertellen het verhaal van de (voormalige) dijk en een boerenerf. Aan de wegzijde ligt een de watergang, aansluitend komt een representatieve voortuin. De groene buffer van beplanting aan de achterzijde van het kavel blijft gehandhaafd, alsook de solitaire notenboom.
Afbeelding 2.3: Indicatieve verkaveling
Beeldkwaliteit De Achterdijk is een oud bebouwingslint dat onderdeel is van het geheel van dijken en linten in Rhoon. Met de komst van de Rhoonse Baan is de Achterdijk echter geen doorlopend lint meer. Van een dijk, zoals de nabijgelegen Rijsdijk, is in het straatbeeld geen sprake. Binnen het plangebied zijn vier vrijstaande woningen geprojecteerd. De ontwikkeling van het kavel moet bijdragen aan het landelijke karakter van de Achterdijk. Voor de nieuwe inrichting wordt dan ook gebruik Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
5
gemaakt van bebouwings- en verkavelingsprincipes die al langs de dijk te vinden zijn. Qua maat en schaal sluiten deze woningen aan op de bestaande structuur van de Achterdijk. De woningen krijgen een landelijke uitstraling, door te werken met zoveel mogelijk natuurlijke materialen. De nokhoogte bedraagt maximaal 9 meter. Om de beoogde (beeld)kwaliteit te waarborgen is er een beeldkwaliteitplan opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. In het beeldkwaliteitplan worden per kavel uitgangspunten beschreven. Uiteindelijke bouwplannen zullen hieraan worden getoetst, om zo de samenhang te bewaken. Ontsluiting en parkeren De Achterdijk is alleen via de Rijsdijk ontsloten op de bestaande wegenstructuur in Rhoon. Aan de noordzijde wordt de Achterdijk doorsneden door de Rhoonse Baan. De Rijsdijk sluit in het westen aan op de Rivierweg, die onderdeel vormt van de gebiedsontsluitingswegen in Rhoon. Ontsluiting van het perceel vindt plaats via het gezamenlijke erf en de gezamenlijke ontsluitingsweg. Parkeren vindt plaats op eigen terrein waar twee parkeerplaatsen per kavel zijn voorzien. Op het gezamenlijke erf is voldoende mogelijkheid voor bezoekersparkeren. In het plan wordt voorzien in de bouw van 4 vrijstaande woningen met een verkeersgeneratie van minder dan 40 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag.
Omdat deze verkeersproductie laag is ten opzichte van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen, leidt deze extra verkeersproductie niet tot belemmeringen. 2.3
Juridische aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied zoals beschreven in vorige paragrafen, is juridisch vertaald in de planregels en de planverbeelding. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op deze juridische vertaling.
2.3.1 Planmethodiek Bij de bestemmingsplanmethodiek is aangesloten op het bestemmingsplan ‘Rhoon Dorp 2013’. De huidige bestemmingen worden aangepast aan het nu voorliggende bouwplan. Daarnaast zijn de regels zoals gesteld in het bestemmingsplan ‘Rhoon Dorp 2013’ van toepassing, waaronder onder andere de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn voor zover mogelijk overgenomen uit het bestemmingsplan “Rhoon Dorp 2013”. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "wijze van meten" opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.
Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
6
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tuin De bestemming ‘Tuin’ is opgenomen voor het deel rond de woonbestemming om een groene overgang naar het omliggende gebied te waarborgen. De tuinen dragen bij aan het groene karakter van Rhoon. Bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt. Daarnaast worden ook parkeermogelijkheden geboden. Binnen de bestemming ‘Tuin’ is het tevens mogelijk water te realiseren. Wonen De nieuwe woningen zijn bestemd als ‘Wonen’. Bij deze bestemming zijn vier bouwvlakken opgenomen. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. Buiten de bouwvlakken zijn bijgebouwen en overkappingen toegestaan. De bouwregels voor de betrokken woningen en de erfbebouwingsregeling zijn in de bestemming opgenomen. In verband met de gewenste beeldkwaliteit zijn enkele bouwregels opgenomen waarmee de situering en grootte van de woningen zijn geregeld. Naast wonen is tevens praktijkruimte toegestaan (het gebruik ten aanzien van praktijkruimte is geregeld in de algemene gebruiksregels). Tot slot is – in lijn met het bestemmingsplan “Rhoon Dorp 2013” – een bed-and-breakfastregeling toegevoegd. Water De watergangen aan de rand van het plangebied zijn bestemd als water.
De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterberging en waterhuishouding, extensief recreatief medegebruik, duikers, groen voorzieningensteigers en bruggen. Waarde - Archeologie - 3 Voor het plangebied (Waarde - Archeologie 3) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor alle bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 100 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 vierkante meter. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden, zoals regels omtrent erfbebouwing en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd.
Ook is een bepaling opgenomen welke moet zorgdragen dat bij nieuwe ontwikkelingen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
7
Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de (algemene) bouwregels gelden bijzondere bouwbepalingen die met een aanduiding in de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven. Binnen het plangebied gaat het om de geluidzone industrie. Deze aanduiding ligt over alle deelgebieden heen. De bouw van geluidsgevoelige objecten is in de deelgebieden alleen toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen. Ook zijn er aanduidingen opgenomen wat betreft de instandhouding van het bestaande groen en de aanwezige bomen op het perceel. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens.
Algemene procedureregels Dit artikel regelt de procedure die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan een in dit plan opgenomen afwijkingsregels of wijzigingsbevoegdheid. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 2.3.3 Geometrische plaatsbepaling Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven.
Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
8
3.
Ruimtelijke Ordening
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Nieuwe ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.
Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 4 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
9
ontwikkeling die ladderplichtig is. Daarnaast is het projectgebied gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De voorliggende ontwikkeling is daarom niet ladderplichtig. Deze ontwikkeling past daarnaast binnen de woningbehoefte die geldt voor de gemeente Albrandswaard volgens de woningbehoefteraming 2019 van de Provincie Zuid-Holland. In de periode 2019-2030 wordt een groei van de woningbouwbehoefte in de regio Rotterdam van 51.310 woningen geprognotiseerd, waarvan 650 woningen in de gemeente Albrandswaard. De voorliggende ontwikkeling lijkt op basis van deze prognoses, passend binnen de woningbouwbehoefte zoals bepaald door de Provincie Zuid-Holland. 3.2
Provinciaal beleid Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 1 april 2019 is de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving.
Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
10
Ad. 1 Ruimtelijke hoofdstructuur
Ad. 2 Omgevingsbeleid: ambities en sturing De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Ad. 3 Omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Bestemmingsplan “Achterdijk 11” Toelichting Ontwerp
11
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is het plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – jonge zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling heeft hier geen invloed op. Daarnaast is het gebied aangeduid als ‘Bijzonder reliëf – oude stroomgordels en geulafzettingen’.
Ontwikkelingen in deze gebieden houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is het plangebied aangeduid als ‘Zeekleipolderlandschap’ en ‘Rivierdeltalandschap’. Richtpunten in veenlandschappen zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. • Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur. Richtpunten in rivierdeltalandschappen zijn: • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden dienen bij te dragen aan het versterken van het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren.