22. 415509 Raadsvoorstel beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-2026.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Beleidsplan Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-2026
College van burgemeester en wethouders 9 november 2021
Portefeuillehouder Mieke van Ginkel
Zaaknummer 415509
Openbaar
E-mailadres opsteller: r.ditvoorst@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. Het Regionaal beleidsplan 2022 t/m 2026 Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vast te stellen
1/6
Raadsvoorstel Inleiding Met de transitie van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) per 2015 is de taak Beschermd Wonen (BW) overgekomen naar de gemeenten. Beschermd Wonen (BW) is een maatwerkvoorziening in de Wmo voor mensen met een psychosociale beperking die (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en 24-uurstoezicht nodig hebben. Omdat overdracht naar alle gemeenten in 2015 nog niet mogelijk was, is BW inclusief het bijbehorende budget tijdelijk ondergebracht bij 43 centrumgemeenten. Albrandswaard, centrumgemeente Rotterdam en de regiogemeenten Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Ridderkerk hebben voor de uitvoering van de taak Beschermd Wonen in 2017 het Regionaal beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2018-2020 vastgesteld (hierna te noemen: het regionaal beleidsplan). Het lopende regionaal beleidsplan is verlengd tot en met 31 december 2021. De opgave is om in regionaal verband in 2022 en de komende jaren continuïteit in de ondersteuning te blijven bieden aan de doelgroep voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (MO); MO wordt (nog) niet doorgedecentraliseerd. Het beleid voor de komende jaren is vastgelegd in het regionaal beleidsplan BW en MO, dat in samenwerking met de genoemde gemeenten in de regio is ontwikkeld.
Na voorbereiding hiervan in regionale webinars voor klantenraden en gemeenteraadsleden en nadere bespreking in de commissie in mei van dit jaar wordt het regionale beleidsplan in de regio aan de gemeenten in de regio ter vaststelling aangeboden. Beoogd effect Met dit beleidsplan willen we bereiken dat we binnen onze regio specialistische zorg met de focus op herstel voor onze inwoners organiseren en een goede toegang daartoe. We streven ook naar een grotere variëteit in aan aanbod van beschermd wonen, die beter aansluit bij de behoefte van de inwoner. Door in de komende periode verder invulling te geven aan 'Beschermd thuis' kunnen inwoners passende begeleiding thuis en in de buurt krijgen waardoor we escalatie kunnen voorkomen en er minder mensen een beroep hoeven te doen op zwaardere intramurale zorg. Argumenten 1.1 Inwoners worden beter geholpen. Omdat het beleidsplan een gevarieerder woonzorgaanbod en een verdere ontwikkeling van Beschermd thuis beoogt, zullen inwoners eerder worden geholpen en zal de hulp beter aansluiten bij hun hulpvraag. 1.2 Het voorliggende regionale beleidsplan geeft invulling aan de regionale samenwerking. Deze samenwerking is nodig, gewenst en landelijk verplicht, om zwaardere specialistische zorg te (kunnen) organiseren. 1.3 Het huidige beleidsplan eindigt 31-12-2021.
Dit beleidsplan van 2018-2020 is tot en met 31-12-2021 verlengd omdat de invoering van het financiële aspect van deze doordecentralisatie was uitgesteld. In verband met de regionale inkoop van woonzorgaanbieders is verder uitstel niet wenselijk. 1.4 Regionaal wordt dit beleidsplan bestuurlijk gedragen. In het bestuurlijk overleg van 15 juli is het voorliggend beleidsplan met consensus geaccordeerd om lokaal ter besluitvorming voor te leggen. 2.1 De Verordening Maatschappelijke adviesraad Albrandswaard 2015 is van toepassing
2/6
De Maatschappelijke adviesraad Albrandswaard is conform de verordening gevraagd advies uit te brengen. De adviesraad heeft op 3 september jl. een gevraagd advies uitgebracht op de conceptverordening Wmo. Overleg gevoerd met In mei zijn er regionale webinars voor klantenraden en ook webinars voor gemeenteraadsleden georganiseerd. De uitkomsten daarvan zijn 25 mei in de commissie gedeeld. Toen is ook uw input gevraagd met betrekking tot nieuw beleid en de gewenst samenwerking. Dit is verder uitgewerkt in het huidige regionale beleidsplan dat door het regionale bestuurlijke overleg is geaccordeerd. Vervolgens is dit voorgelegd aan de klantenraden in de regio. De reacties daarvan met betrekking tot het regionale beleidsplan kunt u lezen in de de inspraaknotitie in de bijlage. Aan de Maatschappelijke adviesraad Albrandswaard is 21 juli om advies gevraagd, wat zij schriftelijk hebben gegeven. De reactie van het college is als bijlage toegevoegd. Kanttekeningen 1.1 De aansluiting met lokaal beleid en 'Beschermd thuis' wordt niet concreet gemaakt. De lokale uitwerking past niet bij de regionale schaal van dit beleidsplan. Toch zal er op basis van dit beleidsplan een veel gevarieerder aanbod van woonzorgvoorzieningen zijn, zoals semimurale voorzieningen, Housing First, BW+ o.a. Bovendien zal in de looptijd van dit beleidsplan 'Beschermd thuis' verder worden vormgegeven.
Sinds kort heeft de VNG ondersteuning voor regio's daarbij gefaciliteerd. Bij de implementatie van het Integraal beleid sociaal domein komt de aansluiting met het lokale voorliggende veld aan de orde.
1.2 In plaats van voldoende voorzieningen op regionaal niveau willen we die voorzieningen op lokaal niveau. De zwaarte, mate van sp[ecialisatie en gevarieerdheid van de gevraagde zorg in combinatie met het aantal inwoners in Albrandswaard dat tot de doelgroep behoort (rond de 12) zorgt ervoor dat dit niet op lokaal niveau georganiseerd kan worden. Vandaar ook de landelijke verplichting voor regionale samenwerking, zodat de kwaliteit van de zorg gewaarborgd kan worden. Uitvoering/vervolgstappen Woonzorgvisie De behoefte aan woonzorglocaties en voor woningen voor cliënten die uitstromen uit BW naar een zelfstandige woning, al dan niet met begeleiding, worden meegenomen in de lokale woonzorgvisie en concrete afspraken met de woningbouwverenigingen. Het om uitstroom van BW naar een zelfstandige woonruimte in Albrandswaard van gemiddeld 6 cliënten per jaar (over de laatste 4 jaar berekend). De spreidingsopgave De spreidingsopgave, die moet zorgen voor een minder scheve verdeling van de instroom van cliënten van buiten onze regio naar onze regio (voornamelijk in Rotterdam), zal worden geactualiseerd. Dat is nodig omdat de doelgroep voor BW is verkleind. Inwoners met een psychische stoornis zonder perspectief op zelfstandig kunnen wonen, vallen sinds 1-1-2021 immers onder de Wet langdurige zorg. In onze regio gaat dat om ongeveer 35% tot 40% van voormalige doelgroep voor BW.
Tevens moet er rekening mee gehouden worden dat er meer mensen passende opvang thuis zullen krijgen als gevolg van lokaal beleid. Ook is te verwachten dat er relatief minder mensen van buiten de regio in onze regio komen wonen als gevolg van de invoering van het woonplaatsenbeginsel. Ontwikkeling van Beschermd thuis
3/6
Voor de ontwikkeling van Beschermd thuis zal aansluiting worden gezocht bij de implementatie van het Integraal sociaal beleid domein, waaronder dagbesteding, begeleid wonen, LZN, schulddienstverlening en preventie huisuitzettingen o.a. Sinds kort heeft de VNG hiervoor een team gevormd dat regio's hierbij ondersteund. Doorontwikkeling monitor De monitor zal verder worden ontwikkeld zodat we meer inzicht krijgen in de effectiviteit van beleid en uitvoering. Dat zal onder regie staan van het onderzoeksbureau van gemeente Rotterdam. Vastleggen van regionale samenwerking In alle gemeenten in onze regio moet het beleid zijn vastgesteld. Dan zullen ook de afspraken over beleidsvoorbereiding, uitvoering, inkoop en financiering worden vastgelegd in een regionale samenwerking. De huidige samenwerkende regiogemeenten (Albrandswaard, Barendrecht, Capelle a/d IJsel, Krimpen a/d IJsel Lansingerland, Ridderkerk en Rotterdam) hebben zich uitgesproken om samen te werken als het gaat om BW op grond van de Wmo2015. Dat is in overeenstemming met de landelijke verplichting omdat alleen dan de kwaliteit van de zorg kan worden geborgd. Een voorstel hiervoor zal binnenkort aan uw raad worden voorgelegd.
In het regionale bestuurlijke overleg is de voorkeur voor een lichte gemeenschappelijke regeling uitgesproken om duidelijke afspraken te maken over toegang, verstrekking, begroting, beleidsvorming, opdrachtgeverschap en regelgeving voor de uitvoering vanaf 2022. Hierbij zal aangesloten worden op de ingangsdatum van de nieuwe contracten Wmo2015 voor de intra- en semimurale (O)GGZ voorzieningen. Ook de resultaten van de pilot naar het inrichten van de toegang voor BW zullen hierbij worden meegenomen. Het concept van de samenwerking zal, na overeenstemming in het bestuurlijk overleg regiogemeenten BW, ter besluitvorming worden voorgelegd aan uw college. Daarna is het aan de gemeenteraad toe te stemmen. Dit proces geldt voor elk van de deelnemende regiogemeenten. Financiën Tot en met 2022 is de gemeente Rotterdam de ontvanger van de Rijksmiddelen. Vanaf 2023 start de decentralisatie van de financiële middelen naar alle gemeenten. Deze herverdeling volgt een ingroeipad van 10 jaar. De meerjarenraming tot en met 2027 (zie bijlage) is gebaseerd op de kosten van de zorg en de kosten van de uitvoering in 2021 en de geraamde inkomsten volgens de septembercirculaire. De totale kosten bedragen 90% van de Rijksmiddelen (peiljaar 2021). De huidige meerjarenraming is dekkend.
Middelen worden regionaal gebundeld De gemeenten in de regio hebben bestuurlijk met elkaar afgesproken dat de middelen die via het Rijk verstrekt worden aan de gemeenten gebundeld ingezet worden voor de uitvoering van BW. Dat betekent dat alle gemeenten 90% van de Rijksmiddelen beschikbaar stellen aan de centrumgemeente voor de uitvoering van BW. De overige 10% zetten gemeenten zelf in voor lokale initiatieven in het kader van Beschermd Wonen, zoals de ontwikkeling van Beschermd thuis. Daarnaast heeft de gemeente Rotterdam aangegeven de ‘Blokhuisgelden’ die gereserveerd zijn voor de realisatie van de BW+ toe te voegen aan de regionale begroting. Wanneer die incidentele middelen in 2027 wegvallen is er nog een overschot op 90% van de regionale middelen. Woonplaatsbeginsel Met de invoering van het woonplaatsenbeginsel is de gemeente van herkomst van een cliënt verantwoordelijk voor de kosten van beschermd wonen. In het regionaal bestuurlijk overleg is overeenstemming om binnen de BW-regio het woonplaatsbeginsel niet toe te passen. Dat betekent dat er geen onderlinge verrekening plaatsvindt tussen de 7 gemeenten op basis van het
4/6
woonplaatsbeginsel. Het is immers onduidelijk of de decentralisatie van de middelen overeenkomt met het aantal nieuwe inwoners met een BW-indicatie, waardoor er onevenwichtigheden kunnen ontstaan, die nu voorkomen worden. Bovendien wordt hiermee een grote toename van administratieve lasten voorkomen. Hiermee wordt de regionale verantwoordelijkheid voor een goed aanbod aan BWvoorzieningen vertaald naar een praktische manier om met deze decentralisatie om te gaan. Voor de betaling van de kosten voor cliënten die van buiten de regio komen wordt het woonplaatsbeginsel wel toegepast. Communicatie/participatie na besluitvorming Nvt
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
advies klantenraad AW Maatschappelijke opvang en beschermd wonen 2022.pdf 21 1025 Antwoordbrief-MAA-Regionaal beleidsplan BWMO 2022-2026.docx Regiomonitor beschermd wonen 2020.pdf Meerjarenraming BW.pdf 20211019 Regionaal beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang onopgemaakte versie.pdf
5/6
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Beleidsplan Beschermd wonen en maatschappelijke opvang 20222026
Zaaknummer: 415509
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 9 november 2021, gelet op Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Norm voor Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen van de VNG; overwegende, dat een gevarieerder woonzorgaanbod nodig is om meer maatwerk te kunnen bieden bij zware en gespecialiseerde zorg, de verantwoordelijkheid voor Beschermd wonen inhoudelijk en financieel gedecentraliseerd wordt naar alle gemeenten en dat gemeenten en regio's landelijk verplicht zijn om samen te werken
BESLUIT: 1. Het Regionaal beleidsplan 2022 t/m 2026 Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vast te stellen
6/6
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Advies Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022 - 2026
Aan : College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Van : Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu Datum : 10 september 2021
Geacht college, Wij ontvingen het verzoek Advies te geven op het Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen 2022 - 2026 Hieraan geven wij gaarne gevolg. Wij hopen dat deze adviezen worden meegenomen in de finale besluitvorming van bovengenoemde verordening. De leden van de Maatschappelijke Adviesraad zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Namens de Adviesraad, Met vriendelijke groet, Piet van Verseveld voorzitter
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
2
Inleiding.
De oorsprong van het probleem. Naar onze mening wordt er, hoe goed het beleidsplan ook is , weer voorbij gegaan aan de oorsprong van het probleem. Ons inziens ligt de oorsprong voor een deel in de veranderende samenleving, waarin veel mensen dreigen te verdrinken. Schuldenproblemen, verlies van werk en echtscheidingen kunnen ervoor zorgen, dat mensen in geestelijke nood geraken, dakloos worden en opgevangen moeten worden. In oktober 2017 heeft de Maatschappelijke Adviesraad op uw verzoek advies uitgebracht over dit onderwerp. Het concept , wat nu voor ons ligt, is een duidelijke uitwerking van het bovengenoemde beleidsstuk. De uitwerking van het concept Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is op regionaal niveau, waar binnen de gemeente Rotterdam de leidende factor is en blijft. De leden van de Adviesraad hebben voor onze plaatselijke situatie een aantal adviezen voor u. Onze adviezen. Vooraf : Het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis. Voor Albrandswaard geldt, dat wij hier ook te maken hebben met het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis, waar mensen verblijven – ingeschreven in de gemeente Albrandswaard. Bij ontslag uit het Ziekenhuis staan ze dus als inwoners van Albrandswaard geregistreerd en zou volgens de geldende regels de gemeente voor de opvang, dan wel woonvoorziening moeten zorgen.
Ons inziens, is dit een veel te zware belasting voor de toch als knellende woonruimte verdeling binnen onze gemeente. Daarbij komt dan ook de financiële verzwaring van de gemeente omdat deze mensen inwoners zijn geworden van Albrandswaard, terwijl ze vaak uit een heel andere gemeente binnen of zelfs buiten onze regio komen. Die gemeente is dan niet meer voor die kosten aansprakelijk. De Adviesraad wil graag weten hoe de bijzondere positie van Albrandswaard binnen de regio wordt vastgelegd en uitgevoerd. In de inleiding van het genoemde beleidsplan lezen we, dat de colleges van de aangesloten gemeenten in het najaar van 2021 het concept aan hun raad zal worden aangeboden om het op de voor hun gemeente passende wijze te bespreken en vast te stellen. Op basis van de alle gemeentelijke besprekingen is het definitieve concept ter besluitvorming aangeboden. De Adviesraad vraagt zich af, of de hierboven beschreven route ook daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden. In hoofdstuk 2 Kernpunten advies Commissie Toekomst Beschermd Wonen. De Adviesraad vraagt zich af of er ook rekening wordt gehouden met de buurtveiligheid.
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
3
In hoofdstuk 5 wordt gesproken over een duidelijke afbakening en definiëring van de doelgroep MO en BW. De afbakening geeft de grenzen aan van de regionale verantwoordelijkheid en waar de lokale verantwoordelijkheid begint. Hiermee voorkomen we onduidelijkheid bij de gemeenten en de aanvragers over de regionale en de lokale verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning. De Adviesraad vraagt zich af wat er gebeurt binnen de duidelijke afbakening van de in de inleiding besproken overlap van de problematiek van de betreffende doelgroepen. Bij de definitie van Beschermd wonen komt niet aan de orde, wat op bladzijde 28 wordt genoemd bij : de keten wonen met begeleiding of semimural wonen. De Adviesraad wil hier meer informatie over. Bij de definitie van Maatschappelijke omvang wordt gesproken over de jeugdigen. De Adviesraad mist hier een uitspraak over de dakloze jeugdigen, die onder de jeugdzorg vallen, maar daar niet terecht kunnen vanwege het tekort aan opvangplaatsen en wachtlijsten. Wij vragen ons af of deze jeugdigen niet tussen wal en schip terecht gaan komen. In hoofdstuk 6 op bladzijde 15 wordt gesproken over de uitname Wlz (Wet Langdurige Zorg), waarbij gemeld wordt, dat de groep met een Wlz indicatie niet verdwijnt uit de voorzieningen, maar daar voor een groot deel zal blijven wonen.
Dat vraagt om afstemming tussen gemeenten en de aanbieders en de zorgkantoren om de totale capaciteit voor BW op peil te houden en te voorkomen dat nieuwe BW-cliënten nergens terecht kunnen. De Adviesraad vraagt zich af hoe dit in de praktijk gaat uitpakken en of er daadwerkelijk een woonruimte tekort gaat ontstaan. In hoofdstuk 7 over de Monitoring wordt aan het einde beschreven dat deze elk voorjaar ter informatie aan de gemeenteraden en adviesraden zal worden aangeboden. De Adviesraad hoopt dan ook in het voorjaar van 2022 de monitor over 2021 te mogen ontvangen. In hoofdstuk 8 bij de toegang tot Bescherm Wonen wordt onder “de toekomst van de toegang” gesproken over de verschuiving van Rotterdam naar alle aangesloten gemeenten. Vanwege de omvang van sommige gemeenten ligt het in de verwachting dat de aantal meldingen BW bij de lokale toegang beperkt blijven tot hooguit enkele gevallen per jaar. De Adviesraad maakt zich wel zorgen over de opgebouwde expertise in Rotterdam en vreest dat Albrandswaard vanwege haar omvang een doorgeef loket zal worden voor de toegang in Rotterdam. Daarom vragen wij ons af welke gevallen er vallen onder enkele gevallen per jaar. In hoofdstuk 13 op bladzijde 29 bij de samenwerking tussen zorgverzekeraars en zorgkantoren lezen wij onder “hoe gaan we dat doen” over de samenwerking
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
4
tussen zorgverzekeraar en zorgkantoor. Hoewel er sprake is van het lokale zorgkantoor hebben wij toch onze bedenkingen. De Adviesraad heeft bezorgdheid over de afwikkeling tussen de zorgverzekeraar en het lokale zorgkantoor. Is er in Albrandswaard voldoende kennis aanwezig om bovengenoemde afwikkeling goed te begeleiden of is deze expertise alleen in Rotterdam. Onder aan deze bladzijde lezen wij : Dit betekent dat wat betreft de regionale samenwerkingsagenda wij niet als beschermd wonen regio aan één tafel zitten. De Adviesraad vraagt zich af wie er wordt bedoeld met “wij”. Op bladzijde 31 gaat het over onder Beschermd Wonen+. Zoals de omschrijving hier staat is niet precies duidelijk wie, wat , waar en wanneer handelt. De Adviesraad wil hier graag duidelijk omschreven zien hoe dit gaat worden ingevuld : wat is de afbakening en definiëring van de verschillende onderdelen. Ook willen wij duidelijkheid over de kleinere gemeenten, die vast niet zijn opgewassen tegen de grote zorgkantoren. In hoofdstuk 14 op bladzijde 32 wordt gesproken over uitstroom van Beschermd Wonen naar woningen. Dat zullen ongetwijfeld sociale huur woningen zijn. De Adviesraad vraagt zich af hoe de gemeente Albrandswaard dit gaat realiseren. Er zijn veel te weinig woningen beschikbaar en de vraag is enorm.
Onderaan bladzijde 32 wordt er vanuit gegaan, dat bij Beschermd Wonen in het verleden een woning is achtergelaten en er dus dan weer plek komt voor een ander. De Adviesraad stelt, dat er ook sprake kan zijn van nog thuiswonende personen, of personen die inmiddels gescheiden zijn. Dat betekent, dat er geen woning achter is gelaten. Bovenaan bladzijde 33 is sprake van prestatieafspraken met woningbouwcorporaties. Zijn deze prestatieafspraken voldoende om de corporaties uit de kosten te houden. De Adviesraad wil graag, dat het college onderzoekt of de woningcorporaties in Albrandswaard aan deze prestatieafspraken kunnen voldoen. Verder heeft de Adviesraad niets kunnen lezen over klachten en geschillen, met een daarbij behorende procedure. Er wordt wel gesproken over de verschillen in aanpak tussen de deelnemende gemeenten, ook over de verschillen in werkwijze en voorzieningen niveau. Ons inziens is er te veel ruimte gecreëerd voor de samenwerkende gemeenten om naar elkaar te kunnen wijzen, zodat cliënt er uiteindelijk de dupe van wordt. Ook is het niet duidelijk wie in een dergelijk geval de eindverantwoording draagt.
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
5
Verder is de Adviesraad van mening, dat er voor het college van Albrandswaard in eerste instantie drie opdrachten zijn : 1. (letterlijk) Ruimte maken voor beschermd wonen, met het optuigen van de bijbehorende zorg. Heeft de BAR hierover al ideeën? 2. In gesprek gaan met Antes over hoe uitbreiding van specifieke hulpverlening kan worden uitgebreid of opgestart (BW+) 3. Een goede financiële afwikkeling. Tenslotte zijn wij van mening, dat de zinsnede op blz. 17, waarin staat dat er gestreefd wordt naar een stabiel aantal cliënten, klinkt als: we sturen op voorzieningen en niet op cliënten. Het plannen van voorzieningen is gebaseerd op het aantal cliënten, waarbij flexibiliteit ingecalculeerd dient te worden zodat er geen wachtlijsten ontstaan. Preventief lokaal beleid wordt als een belangrijk item gezien, en daar zijn wij het volledig mee eens. Helaas wordt dit voor de lokale situatie niet verder uitgewerkt, er volgt geen beleidsvoornemen op.
6
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard maa@vanverseveld.eu
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard T.a.v. P. van Verseveld
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): KvKnummer:
Ons kenmerk: 415509 Contact: R. Ditvoorst Telefoonnummer: Team: Beleid en Ontwikkeling Sociaal Domein Datum:
Betreft: Antwoordbrief n.a.v. ontvangen ‘Advies Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026’
Geachte Maatschappelijke adviesraad Albrandswaard,
Bij het regionaal bestuurlijk overleg van 15 juli is het concept Regionaal beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-2026 geaccordeerd. Op 23 juli hebben wij u gevraagd daarop formeel advies uit te brengen. Op 10 september 2021 ontvingen wij van u uw advies bij het Regionale beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2 022-2026. Hartelijk dank voor het door u uitgebrachte advies. In deze brief en bijbehorende bijlage reageren wij op uw opmerkingen. Achtergrond bij het beleidsplan Voordat we per advies een reactie geven willen we eerst enkele achtergronden bespreken die van belang zijn voor de duiding van dit beleidsplan en de door u gegeven adviezen. Hoewel het een beleidsplan is over beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt alleen beschermd wonen doorgedecentraliseerd. Of maatschappelijke opvang ook doorgedecentraliseerd wordt, wordt volgens planning in 2025 bekend. De inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid daarvan blijft vooralsnog bij de centrumgemeente Rotterdam Omdat het een regionaal beleidsplan is, worden de thema’s vooral vanaf dat perspectief belicht. Gemeenten hebben bij de ontwikkeling van dit beleidsplan gezorgd voor de afstemming met het lokale beleid en uitvoering. Dat zal bij de implementatie verder worden geborgd.
Inhoudelijke reactie op uw opmerkingen in de bijlage In de bijlage vind u een overzicht met uw opmerkingen en onze reactie hierop. Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hofhoek 5 - 3176 PD Poortugaal - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Betreft: Antwoordbrief n.a.v. ontvangen ‘Advies Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026’ Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard, de secretaris,
de burgemeester,
dhr. Hans Cats
drs. J.G.H. de Witte
Pagina 2 van 6
Betreft:
Pagina 3 van 6
BIJLAGE Hieronder staan vetgedrukt de vragen en opmerkingen van de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard in relatie tot het concept Regionale beleidsplan beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-2026. Onze reactie staan daaronder cursief. Daar waar dat voor de begrijpelijkheid toegevoegde waarde had hebben we in de vraagstelling een deel van de context van de brief verwerkt. 1. De Adviesraad wil graag weten hoe de bijzondere positie van Albrandswaard binnen de regio –vanwege de locatie van het psychiatrisch ziekenhuis- wordt vastgelegd en uitgevoerd. In dit verband noemt u onder andere de uitstroom naar woonruimte in Albrandswaard en de kosten. Mensen verblijven in het psychiatrisch ziekenhuis/Antes op basis van veel verschillende regelingen. Beschermd wonen in het kader van de Wmo is er daar één van. In het kader van de Wmo woonden in 2010 36 personen in Albrandswaard op een locatie voor beschermd wonen. Bij de doordecentralisatie van beschermd wonen wordt het woonplaatsenbeginsel ingevoerd. Dat betekent dat de gemeente van herkomst financieel verantwoordelijk is voor de kosten van beschermd wonen. Daar waar er in de gemeente van herkomst een positief sociaal netwerk is, is terugkeer naar die gemeente of regio te adviseren middels urgentie of directe bemiddeling. Dat is dus in eerste instantie niet naar de gemeente waar iemand zorg heeft ontvangen. 2.
De Adviesraad vraagt zich af, of behandeling van het beleidsplan door de raad in het najaar 2021 ook daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden. Dat is wel het streven. Als dit niet mogelijk blijkt te zijn zal het in het 1e kwartaal behandeld worden (januari/februari). 3. De Adviesraad vraagt zich af of er ook rekening wordt gehouden met de buurtveiligheid. Veiligheid in de buurt krijgt op verschillende manieren aandacht. Dit is bij uitbreiding van voorzieningen waar extra aandacht is voor veiligheid (BW+), de aansluiting bij lokaal beleid en de ontwikkeling van beschermd thuis. Daarnaast is buurtveiligheid een thema bij afspraken met zorgaanbieders. Ook komt het aan de orde in de woonvisie en de woonzorgvisie die ontwikkeld wordt. 4. De Adviesraad vraagt zich af wat er gebeurt binnen de duidelijke afbakening van de in de inleiding besproken overlap van de problematiek van de betreffende doelgroepen. Als iemand niet behoort tot de doelgroep van beschermd wonen of maatschappelijke opvang is lokaal beleid van toepassing op grond van de Wmo, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, etc. Maar het kan ook zijn dat iemand geen beroep doet op lokale voorziening, maar plotseling hulp in het kader van beschermd wonen nodig heeft. In die situatie is iemand van te voren nog niet in beeld bij de gemeente. 5.
De Adviesraad wil hier (tussenvormen voor beschermd wonen, zoals intramuraal) meer informatie over.
Hofhoek 5 - 3176 PD Poortugaal - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Betreft: Antwoordbrief n.a.v. ontvangen ‘Advies Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026’
Pagina 4 van 6
Bij de ontwikkeling naar ‘Beschermd thuis’ worden naast intramurale voorzieningen ook tussenvormen toegelaten. Daardoor past de huidige praktijk niet meer bij de definitie van de Wmo. Toch is er niet voor gekozen om de definitie van beschermd wonen in de Wmo te veranderen, omdat dit leidt tot andere problemen met de huidige en toekomstige praktijk. Voor deze situatie heeft de VNG een richtlijn opgesteld. Op basis hiervan is er in onze regio voor gekozen om meerdere tussenvormen toe te laten. Zie de link Richtlijn beschikbaar voor tussenvormen Beschermd Wonen - Schulinck voor meer informatie hierover.
6. De Adviesraad mist hier een uitspraak over de dakloze jeugdigen, die onder de jeugdzorg vallen, maar daar niet terecht kunnen vanwege het tekort aan opvangplaatsen en wachtlijsten. Wij vragen ons af of deze jeugdigen niet tussen wal en schip terecht gaan komen. Jeugdigen (tot 18 jaar) vallen onder de jeugdwet . Problemen m.b.t. de uitvoering van de jeugdzorg kunnen niet opgevangen worden door beschermd wonen en maatschappelijke opvang als ze nog geen 18 zijn. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang van Jongeren (18 tot 23) en volwassenen (vanaf 23) valt onder de Wmo. 7. De Adviesraad vraagt zich af hoe dit in de praktijk gaat uitpakken en of er daadwerkelijk een woonruimtetekort gaat ontstaan (bij uitname Wlz). Tot op heden is er geen tekort aan plekken voor Beschermd wonen ontstaan, omdat landelijk is afgesproken dat mensen niet hoeven te verhuizen als ze van stelsel veranderen. Deze stelselverandering betekent dat mensen met een blijvende psychische stoornis in de toekomst geen aanvraag zullen doen voor beschermd wonen, maar ook vallen onder de Wet langdurige zorg. In totaal blijft het aantal benodigde plekken dus gelijk. Uit de regionale monitor zal blijken of vraag en aanbod op termijn in balans is. 8. De Adviesraad hoopt dan ook in het voorjaar van 2022 de monitor over 2021 te mogen ontvangen. De monitor zal aan u worden toegezonden.
9. De Adviesraad maakt zich wel zorgen over de opgebouwde expertise in Rotterdam en vreest dat Albrandswaard vanwege haar omvang een doorgeef loket zal worden voor de toegang in Rotterdam. Daarom vragen wij ons af welke gevallen er vallen onder enkele gevallen per jaar. In Albrandswaard gaat het gemiddeld om 2 á 3 inwoners per jaar die een indicatie voor beschermd wonen krijgen. In Rotterdam is de expertise, omdat zij als centrumgemeente voor onze regio de regeling voor beschermd wonen uitvoert. Dat is echter op basis van hetzelfde beleid in de regio. 10. De Adviesraad heeft bezorgdheid over de afwikkeling tussen de zorgverzekeraar en het lokale zorgkantoor. Is er in Albrandswaard voldoende kennis aanwezig om bovengenoemde afwikkeling goed te begeleiden of is deze expertise alleen in Rotterdam.
Betreft:
Pagina 5 van 6
Omdat we in onze regio ook de komende jaren op dezelfde manier blijven samenwerken is er voldoende kennis aanwezig om afspraken te maken met verschillende zorgkantoren en zorgverzekeraars. 11. De Adviesraad vraagt zich af wie er wordt bedoeld met “wij”. Hiermee worden de gemeenten in onze regio bedoeld. 12. De Adviesraad wil hier graag duidelijk omschreven zien hoe dit gaat worden ingevuld: wat is de afbakening en definiëring van de verschillende onderdelen. Ook willen wij duidelijkheid over de kleinere gemeenten, die vast niet zijn opgewassen tegen de grote zorgkantoren. Bij BW+ gaat het om bestaande cliënten in de regio. Voor hen en voor andere cliënten is het wenselijk om hen te kunnen plaatsen met een hoger veiligheidsniveau. Dat verhoogt de veiligheid en bereid hen beter voor naar een standaard BW-situatie. De aanbesteding daarvan is nog niet afgerond. Zie voor meer informatie hierover: 9-Raadsinformatiebrief-2021-356727-inzakecollegestandpunt-BWplus-Antes.pdf (albrandswaard.nl) 13. De Adviesraad vraagt zich af hoe de gemeente Albrandswaard dit gaat realiseren. Er zijn veel te weinig woningen beschikbaar en de vraag is enorm. De vraag naar sociale huurwoningen vanuit allerlei verschillende doelgroepen is inderdaad groot.
Voor uitstroom van beschermd wonen is het uitgangspunt in overeenstemming met het woonplaatsenbeginsel en de ontwikkeling naar ‘Beschermd thuis’ dat iemand die vanuit gemeente X een beschermd wonenvoorziening krijgt na het traject ook weer uitstroomt naar gemeente X, mits er een positief sociaal netwerk is. Na de invoering van het woonplaatsenbeginsel zal dat meer het geval zijn dan nu. In Albrandswaard gaat het gemiddeld om kleine aantallen per jaar (zie ook antwoord bij vraag 9). 14. De Adviesraad stelt, dat er ook sprake kan zijn van nog thuiswonende personen, of personen die inmiddels gescheiden zijn. Dat betekent, dat er geen woning achter is gelaten. Dat is correct. 15. De Adviesraad wil graag, dat het college onderzoekt of de woningcorporaties in Albrandswaard aan deze prestatieafspraken kunnen voldoen. Over de prestatieafspraken worden jaarlijks gesprekken gevoerd met de woningbouwverenigingen over de haalbaarheid. 16. Verder heeft de Adviesraad niets kunnen lezen over klachten en geschillen, met een daarbij behorende procedure. Deze onderwerpen vallen niet onder het beleidsplan, maar vallen onder het uitvoerend beleid en maken ook onderdeel uit van de kwaliteitscriteria die aan aanbieders worden gesteld.
Hofhoek 5 - 3176 PD Poortugaal - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Betreft: Antwoordbrief n.a.v. ontvangen ‘Advies Regionaal Beleidsplan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2022-2026’
Pagina 6 van 6
17. Er wordt wel gesproken over de verschillen in aanpak tussen de deelnemende gemeenten, ook over de verschillen in werkwijze en voorzieningen niveau. Ons inziens is er te veel ruimte gecreëerd voor de samenwerkende gemeenten om naar elkaar te kunnen wijzen, zodat cliënt er uiteindelijk de dupe van wordt. Ook is het niet duidelijk wie in een dergelijk geval de eindverantwoording draagt. Onduidelijk is op welk vlak de MAA bedoelt dat gemeenten naar elkaar gaan wijzen. Er is voor de uitvoering van beschermd wonen naast een bestuurlijk overleg ook een uitvoerend overleg waarin kwesties in goede samenwerking besproken kunnen worden.
1.
Regiomonitor beschermd wonen 2020
Onderzoek en Business Intelligence
1
Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum: Auteur(s):
23 april 2021 drs. M.E (Eva) Mandos
Beeldmateriaal De foto’s op pagina 4 en 6 zijn van locatie De Schuilplaats en pagina 14 locatie De Nok, beide van het CVD. De foto op pagina 11 is locatie Romanohof van Antes. Deze foto’s zijn geplaatst met toestemming van CVD en Antes. Vragen:
2
onderzoek@rotterdam.nl
Samenvatting Inleiding
gemeenten. Op het moment van opstellen van dit rapport ontbrak nog een aantal gegevens. De schatting
Sinds de decentralisatie in 2015 voert Rotterdam als centrumgemeente de indicaties voor beschermd wonen uit voor inwoners van Rotterdam en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland en Ridderkerk. Beschermd wonen is een voorziening voor Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ) voor mensen die intensief begeleiding nodig hebben. Het is een combinatie van 24 uurs toezicht en wonen. Bij beschermd wonen is wel sprake van begeleiding, maar niet van behandeling.
Ontwikkeling in aantallen Instroom In 2020 hebben bijna 450 mensen voor het eerst een indicatie voor beschermd wonen gekregen. De in 2018 ingezette daling na de piek in 2017 lijkt nu te stabiliseren. De trend is voor jongeren en volwassen vergelijkbaar Uitstroom De uitstroom in 2020 (tot aan 31 december) is vrijwel identiek aan die in 2019: van bijna 370 volwassenen en 110 jongeren is de indicatie beëindigd of afgelopen. Als we alleen kijken naar verzilverde indicaties, is het uitstroompercentage jaarlijks zo’n 22%. Daarnaast zijn nog eens 243 indicaties beëindigd op 31 december 2020. Dat zijn met name (verzilverde) AWBZ-indicaties. Vermoedelijk gaat het hier om een overheveling van mensen naar de Wlz. Totaal aantal indicaties Het aantal lopende indicaties op 1 januari is tussen 2017 en 2020 vrij stabiel. Het gaat om ongeveer 1.950 indicaties waarvan er zo’n 1.850 daadwerkelijk zijn verzilverd. Vanwege de hoge uitstroom op 31 december 2020 is het aantal indicaties op 1 januari 2021 lager dan de afgelopen jaren: 1.772 indicaties waarvan er tot nu toe 1.481 zijn verzilverd. Dat aantal zal nog oplopen.
Spreiding Op basis van secundaire analyses is een schatting gemaakt van de spreiding over de afzonderlijke
wordt dus nog geactualiseerd. Los daarvan is een waarschuwing op zijn plaats dat de bevindingen als indicatief moeten worden beschouwd. De analyses zijn gemaakt op basis van aannames en onvolledige gegevens. Desalniettemin geven ze bruikbaar inzicht ten behoeve van beleidsvorming. Instroom: gemeente van herkomst Van de mensen die in 2020 een indicatie kregen en deze ook verzilverde (354 personen), kwam (naar schatting) 64% uit Rotterdam en 13% uit de regiogemeenten. Dit beeld is vergelijkbaar met de voorgaande jaren. Uitstroom: gemeente van vestiging In 2020 werden 417 verzilverde indicaties beëindigd. Daarvan zijn 42 mensen overleden. Van de overige 375 mensen vestigde (naar schatting) 75% zich in Rotterdam en 9% in de regiogemeenten. Ook dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Plaatsing: beschermd wonen locatie Van alle mensen die op 1 januari 2020 een verzilverde indicatie hadden, woonde 88% in een locatie in Rotterdam en 9% in een regiogemeente. Het aantal plaatsingen in de regiogemeenten is de laatste twee jaar iets lager dan voorheen. Voor 1 januari 2021 is het beeld tot nu toe ook vergelijkbaar (90% in Rotterdam, 9% in de regio), maar nog niet alle indicaties zijn verzilverd.
Verhouding instroom, uitstroom en plaatsing Gemiddeld genomen is in 2017 tot en met 2020 de instroom vanuit de regiogemeenten wat groter (11%) dan de uitstroom naar de regiogemeenten (9%), maar dit verschil is klein, zeker gezien de (on)nauwkeurigheid van de analyse. Het aantal plaatsingen in de regiogemeenten (gemiddeld 11%) is in verhouding met de instroom. Vanwege buitenregionale instroom is het aantal plaatsingen in een locatie in Rotterdam (gemiddeld 88%) hoger dan het aantal mensen dat afkomstig is uit Rotterdam (minder dan 70%). Ook de uitstroom naar Rotterdam (gemiddeld 75%) is groter dan de instroom uit Rotterdam.
3
4
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
6
1.1
Beschermd wonen
6
1.2
Leeswijzer
6
1.3
Bronnen en kwaliteit
6
Ontwikkelingen in aantallen
7
2.1
Nieuwe instroom
7
2.2
Herindicatie en herinstroom
7
2.3
Uitstroom
8
2.4
Aantal lopende indicaties voor beschermd wonen
10
Spreiding regiogemeenten 3.1
Herkomst
12 12
3.1.1
Zittend bestand op 1 januari
12
3.1.2
Nieuwe instroom per jaar
13
3.2
Plaatsingen
15
3.3
Uitstroom
16
3.4
Verhouding tussen instroom, plaatsing en uitstroom
17
5
1 Inleiding 1.1
Beschermd wonen
In 2015 is de financiering van beschermd en begeleid wonen overgegaan van het Rijk (via de AWBZ) naar gemeenten (WMO). Rotterdam voert als centrumgemeente de indicaties voor beschermd wonen uit voor inwoners van Rotterdam en de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht,
In hoofdstuk drie maken we een onderscheid naar de verschillende regiogemeenten. We kijken dan uit welke gemeente mensen afkomstig zijn, waar ze beschermd wonen en in welke gemeente ze zich vestigen na uitstroom.
1.3
Bronnen en kwaliteit
Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansin-
Voor het opstellen van dit overzicht wordt gebruik gemaakt
gerland en Ridderkerk.
van verschillende registratiesystemen. Deze systemen worden voor meerdere doeleinden ingezet. Het genereren
Beschermd wonen is een voorziening voor Geestelijke Ge-
van managementinformatie is daarmee op onderdelen erg
zondheidzorg (GGZ) voor mensen die intensief begeleiding
complex.
nodig hebben. Het is een combinatie van 24 uurs toezicht en wonen. Bij beschermd wonen is wel sprake van begelei-
Het is bij voorbeeld niet eenvoudig vast te stellen wanneer
ding, maar niet van behandeling.
er sprake is van een eerste indicatie, een herindicatie of een mutatie. Ook werd tot voor kort niet geregistreerd uit
Voorzieningen voor de doelgroep Verstandelijk beperkten
welke (regio-) gemeente een cliënt afkomstig is.
(VB) zijn in deze rapportage buiten beschouwing gelaten, omdat, anders dan bij de doelgroep GGZ, de afzonderlijke
De informatie in met name hoofdstuk drie van deze rappor-
gemeenten hiervoor zelf verantwoordelijk zijn.
tage (spreiding) moet als indicatief worden beschouwd. Er zijn schatting gemaakt op basis van aannames, beslisre-
1.2
gels en incomplete gegevens.
Leeswijzer
In hoofdstuk twee geven we een overzicht van de instroom en uitstroom van 2015 tot en met 2020 voor de hele regio tezamen, en het aantal herindicaties en herinstroom. We sluiten af met een overzicht van het aantal geldige indicaties op 1 januari 2015 tot en met 1 januari 2021.
Inleiding - Hoofdstuk 1 6
2 Ontwikkelingen in aantallen In 2020 hebben bijna 450 mensen voor het eerst een indicatie gekregen. De in 2018 ingezette daling na de piek in
2.1
Nieuwe instroom
2017 lijkt nu te stabiliseren. De trend is voor jongeren en volwassen vergelijkbaar.
Aantal afgegeven indicaties Onder nieuwe instroom verstaan we mensen die nog niet eerder (in ieder geval niet sinds 1-1-2015) een indicatie
Het komt voor dat er een indicatie is afgegeven, maar dat de plaatsing (nog) niet daadwerkelijk is gestart (c.q. verzil-
voor beschermd wonen hebben gehad1.
verd). Wanneer iemand wacht op een plaats, kan zo nodig
In tabel 2.1 en figuur 2.1.is het aantal nieuwe indicaties te zien. Tabel 2.1.
Daadwerkelijke plaatsing
Nieuwe instroom: aantal eerste indicaties beschermd wonen
een (extramuraal) overbruggingsarrangement worden geindiceerd2. Aanvragen voor BW In tabel 2.1 staat het aantal daadwerkelijk afgegeven indicaties. Het aantal aanvragen voor beschermd wonen kan
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Volwassenen
115
248
360
327
290
298
Jongeren
46
158
171
144
148
150
Totaal
161
406
531
471
438
448
hoger liggen. Soms haakt een cliënt namelijk af tijdens de ‘zorgvraagverheldering’. In die gevallen komt het niet tot een indicatie. Ook kan tijdens de zorgvraagverheldering blijken dat beschermd wonen niet de best passende voorziening is. Een eventuele verwijzer van de cliënt wordt hier-
Figuur 2.1.
Nieuwe instroom: aantal eerste indicaties beschermd wonen
van op de hoogte gesteld.
2.2
Herindicatie en herinstroom
Naast mensen die voor het eerst een indicatie krijgen voor
600
beschermd wonen, zijn er jaarlijks ook mensen die een in-
500
dicatie krijgen volgend op een eerdere BW-indicatie.
400 300
In deze monitor maken we daarbij vooralsnog geen onder-
200
scheid in mensen die een indicatie krijgen die direct aan-
100
sluit op een eerdere indicatie (herindicatie) en mensen die een indicatie krijgen nadat ze enige tijd geen BW-indicatie
0 2015
2016
Volwassenen
2017
2018
2019
Jongeren
2020
hebben gehad (herinstroom). In beide gevallen gaat het
Totaal
dus niet om nieuwe instroom3.
1 In deze monitor is er sprake van nieuwe instroom als iemand
3 Naast herindicaties kan er ook sprake zijn van tussentijdse muta-
sinds 2015 nooit eerder een intramurale indicatie heeft gehad. In de Raadsmonitor spreekt men van nieuwe instroom als er in het afgelopen halfjaar geen eerdere indicatie was. In beleidstukken over de doordecentralisatie is er sprake van nieuwe instroom als
ties, bijvoorbeeld wanneer een cliënt overstapt naar een andere locatie. Mutaties zijn in de tabellen (voor zover herkenbaar) niet meegerekend. Ook collectieve mutaties als gevolg van bijvoorbeeld tariefswijzigingen en stelselwijzigingen worden niet meegenomen
iemand niet eerder een WMO-indicatie heeft gehad. 2
Een overbruggingsarrangement is niet altijd nodig, bijvoorbeeld bij verblijf in een kliniek
Ontwikkelingen in aantallen – Hoofdstuk 2
7
In deze rapportage is sprake van een herindicatie of herinstroom als iemand een indicatie (dienstnummer) krijgt met een andere aanvraagdatum en een andere inhoud dan een eerdere indicatie. Dat betekent echter dat bijvoorbeeld een getrapte indicatie ook als herindicatie wordt gezien alsmede indicaties waarbij op een bepaald moment het element ‘dagbesteding’ wordt geactiveerd. Bij de doorontwikkeling van deze monitor wordt het naar verwachting moge-
Herindicatie en herinstroom vanuit de WMO De meeste WMO-indicaties voor beschermd wonen worden afgegeven voor twee jaar. Na afloop kan er dan sprake zijn van een nieuwe indicatie voor beschermd wonen. Maar het komt ook voor dat er al eerder een herindicatie is naar aanleiding van gewijzigde omstandigheden. Zoals gezegd komt het ook voor dat mensen pas na enige tijd opnieuw een indicatie krijgen (herinstroom).
lijk hier een beter onderscheid in te maken.
Logischerwijs neemt het aantal WMO- herindicaties in de eerste jaren na 2015 toe omdat er steeds meer mensen
Herindicatie en herinstroom vanuit de AWBZ
zijn die na een eerdere WMO-indicatie toe zijn aan een
De mensen die op 1 januari 2015 al gebruik maakten van
herindicatie (zie tabel 2.3). In de eerste helft van 2019 za-
beschermd wonen hadden een indicatie in het kader van
gen we bij de volwassenen voor het eerst een daling.
de AWBZ. Deze cliënten hadden overgangsrecht van
Tabel 2.3.
maximaal 1 jaar in geval van een PGB-indicatie en maxi-
Herindicatie en herinstroom: van WMO (BW) naar WMO (BW)
maal 5 jaar in geval van een ZIN-indicatie (dus uiterlijk tot 31 december 2019). Bij afloop van het overgangsrecht
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Volwassenen
13
52
144
273
222
566
Jongeren
11
71
96
105
85
94
Totaal
24
123
240
378
307
660
worden deze mensen geherindiceerd. In verband met de openstelling van de Wlz voor mensen met GGZ problematiek, is het overgangsrecht verlengd. In tabel 2.2 is te zien hoeveel mensen een WMO-indicatie voor beschermd wonen kregen, volgend op een AWBZ-indicatie. Tabel 2.2.
In 2020 is het aantal herindicaties bij jongeren vergelijk-
Herindicatie en herinstroom: van AWBZ (BW) naar WMO (BW)
baar met eerdere jaren. Bij volwassenen is het aantal herindicaties echter erg hoog (566). Dit heeft waarschijnlijk te
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Volwassenen
164
120
92
58
90
31
Jongeren
28
7
4
0
0
0
maken met het begin van de Coronacrisis. Toen zijn vanwege de beperkte mogelijkheden voor afspraken en overleg veel indicaties ambtshalve verlengd met een half jaar4. Bij jongeren is het aantal vervolgindicaties telkens relatief
Totaal
192
127
96
58
90
31
Logischerwijs nam het aantal herindicaties voor mensen met overgangsrecht de laatste jaren steeds verder af. In 2019 was er weer een stijging, en dan met name in de tweede helft van het jaar. Dit kan te maken hebben met een gerichte actie van de afdeling Stedelijke Zorg, waarin mensen zijn ‘gescreend’ die mogelijk kunnen overgaan naar de Wlz.
hoog.
2.3
Uitstroom
We spreken in deze rapportage van uitstroom wanneer een indicatie afloopt en er geen nieuwe indicatie voor beschermd wonen op volgt. Het kan hierbij gaan om mensen die na afloop van de indicatie een ander soort WMO-indicatie krijgen (bijvoorbeeld voor extramurale zorg), of mensen die overgaan naar een
4
Ontwikkelingen in aantallen - Hoofdstuk 2 8
In eerdere jaren zagen we ook wel eens een piek vanwege een collectieve administratieve wijziging die we buiten beschouwing lieten en die dus niet zichtbaar zijn in de tabel.
anders gefinancierde zorg (bijvoorbeeld Wlz). Uitstroom
Voor de beeldvorming is de uitstroom in 2020 daarom in
zonder enige vorm van vervolgzorg ligt niet voor de hand,
bijgaande figuur en tabellen gesplitst (31 december versus
maar kan (zeker in het geval van uitval) wel voorkomen.
rest van het jaar)
Voor een beperkt deel gaat het om voortijdige uitstroom, bijvoorbeeld bij overlijden of verhuizing naar een andere gemeente. Daarnaast komt het soms voor dat de indicatie al heel snel weer wordt beëindigd. Dan lijkt het erop alsof
Figuur 2.2.
Uitstroom: aantal aflopende indicaties
700 600
de indicatie niet echt verzilverd is.
500
In figuur 2.2 is de ontwikkeling van de uitstroom in de afgelopen jaren te zien. In tabel 2.2 en 2.3 zijn de aantallen weergegeven, uitgesplitst naar jongeren en volwassen en naar het soort indicatie (WMO of overgangsrecht AWBZ) In 2020 was de uitstroom opvallend hoog, maar als we de
400 300 200 100 0
uitstroom op 31-12-2020 apart nemen, dan is de uitstroom in de rest van het jaar waar wat meer vergelijkbaar met de vorige jaren.
Volwassenen
Jongeren
Totaal
De hoge uitstroom op 31 december heeft waarschijnlijk te maken met een overheveling van mensen naar de Wlz. Tabel 2.4.
Uitstroom: aantal aflopende indicaties vanaf 2015 naar leeftijdsgroep 2015
2016
2017
2018
2019
2020 tot 31 dec
31 dec 2020
Volwassenen
571
475
354
405
367
368
237
Jongeren
89
104
91
113
110
111
6
Totaal
660
579
445
518
477
479
243
Tabel 2.5.
Uitstroom: aantal aflopende indicaties vanaf 2015 naar soort indicatie 2015
2016
2017
2018
2019
2020 tot 31 dec
31 dec 2020
AWBZ
604
429
189
180
108
41
201
WMO
56
150
256
338
369
438
42
Totaal
660
579
445
518
477
479
243
In tabel 2.2 is te zien dat de uitstroom in 2020 (tot aan 31
In tabel 2.3 zien we dat het hoge aantal beëindigde indica-
december) vrijwel identiek is aan die in 2019 (bijna 480 vol-
ties op 31 december vooral AWBZ-indicaties zijn (die vrij-
wassenen en 110 jongeren. Een deel van deze indicaties
wel allemaal ook verzilverd waren).
(zo’n 13%) was overigens niet verzilverd. Er is dan dus eigenlijk niet echt sprake van uitstroom mar wel van het be-
Overigens blijkt dat de uitstroomaantallen telkens met te-
eindigen of aflopen van de indicatie en daarmee het recht
rugwerkende kracht wat naar beneden moeten worden bij-
op zorg.
gesteld. In een aantal gevallen is er blijkbaar alsnog sprake voortzetting van beschermd wonen. Daarnaast kan er
Ontwikkelingen in aantallen – Hoofdstuk 2
9
sprake zijn van herinstroom (na korte of langere tijd). Dan
Tabel 2.6.
Aantal indicaties op 1 januari vanaf 2015
is er, met terugwerkende kracht, geen sprake meer van uitstroom.
Verzilve-
Aantal
Verzilverd
1 januari 2015
ca. 2.400
niet bekend
1 januari 2016
2.139
2.010
94%
dag van het jaar te zien.
1 januari 2017
1.903
1.843
97%
Op 1 januari 2021 waren er in totaal zo’n 1.770 mensen
1 januari 2018
1.982
1.860
94%
1 januari 2019
1.939
1.843
95%
stroom op 31 december 2020.
1 januari 2020
1.969
1.852
94%
In de jaren 2017-2020 schommelt het aantal indicaties
1 januari 2021
1.772
1.481
84%
2.4
Aantal lopende indicaties voor beschermd wonen
In tabel 2.6 is het aantal lopende indicaties op de eerste
met een indicatie voor beschermd wonen. Dat zijn er duidelijk minder dan de afgelopen jaren, vanwege de hoge uit-
ringsgraad
rond de 1.950. Een deel van deze indicaties is echter (nog) niet verzilverd. De verzilveringsgraad is gemiddeld 95%. Dat betekent dat er de afgelopen jaren zo’n 1.850 verzilverde indicaties waren. Wanneer een indicatie niet verzil-
Tabel 2.7.
verd wordt, blijft gedurende de geïndiceerde periode wel
Aantal indicaties op 1 januari 2020 en 2021, naar type indicatie
het recht op zorg bestaan. 1 -1 2020
1 jan 2021
De verzilveringsgraad op 1 januari 2021 is nu nog laag (84%), maar de ervaring leert dat dit in de loop van het jaar nog zal toenemen5. In eerdere rapportages lag het aantal indicaties wat hoger (1,1% tot 3,7% hoger) dan hier gerapporteerd. Een nadere analyse laat zijn dat er telkens op 1 januari met terugwer-
WMO intramuraal (GGZ-ZIN)
1465
1551
AWBZ beschermd wonen
426
123
WMO extramuraal BW (GGZ-PGB)
78
98
1969
1772
Totaal
kende kracht zowel indicaties ‘verschijnen’ als ‘verdwijnen. Per saldo is er dus een bijstelling naar beneden. Uit controle van enkele gevallen blijkt dit vooral samen te hangen met een achterstand in de administratie en/of meldingen door de zorgaanbieders. Hierdoor worden nieuwe aanvragen soms met terugwerkende kracht toegekend en wordt ook uitstroom met terugwerkende kracht verwerkt.
5
Bij het onderscheid wel/niet verzilverd wordt niet gekeken naar het moment waarop de verzilvering start. Als een indicatie op enig moment wordt verzilverd, spreken we (ook op 1 januari) van Ontwikkelingen in aantallen - Hoofdstuk 2
10
een verzilverde indicatie, ook als dat op 1 januari nog niet het geval was.
Ontwikkelingen in aantallen – Hoofdstuk 2
11
3 Spreiding regiogemeenten Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de spreiding van mensen over de verschillende gemeenten. We kijken daarbij naar drie onderdelen: 1.
Wat is de gemeente van herkomst van mensen die gebruik maken van BW
2.
Hoe zijn de daadwerkelijke BW-plaatsingen verdeeld over de gemeenten
3.
In welke gemeente vestigen mensen zich na uitstroom uit BW
mensen dat oorspronkelijk uit onze centrumregio afkomstig is en instroomt in beschermd wonen elders in het land6 De analyse van deze inzichten is gebaseerd op een koppeling van verschillende databronnen (waaronder de lokale BRP) en verschillende beslisregels over bijvoorbeeld het vaststellen van de gemeente van herkomst. Het gaat hierbij dus niet om ‘harde’ cijfers uit een registratie en er is ook geen wettelijke definitie van ‘gemeente van herkomst’. Het gaat dus om een indicatie op basis van aannames en schattingen. Voorbeeld: Bij het bepalen van de herkomst wordt het meest recente woonadres gezocht in de BRP. Hiervoor maken we gebruik van een lokale lijst met (zorg-) instellingen, briefadressen en dergelijke. Echter, wanneer iemand bijvoorbeeld in Ridderkerk woonde, wordt opgenomen in een kliniek in Goes en vervolgens instroomt in een BW-locatie, dan kan ten onrechte de herkomst als Goes worden vastgesteld, omdat wij het adres niet herkennen als instellingsadres. Adressen die vaak voorkomen worden alsnog toegevoegd aan de lijst met instellingsadressen, maar de lijst blijft onvolledig. Ook zien we bijvoorbeeld dat na uitstroom niet altijd een nieuw adres bekend is. In dit geval wordt het meest recente adres als woonplaats aangemerkt, ook al is dat wellicht niet actueel.
Deze informatie zou moeten worden opgevraagd bij alle andere centrumgemeenten in Nederland. Spreiding regiogemeenten - Hoofdstuk 3
12
Herkomst
3.1.1 Zittend bestand op 1 januari Uit een eerste analyse (zie tabel 3.1) bleek dat van de mensen die op 1 januari 2017 een daadwerkelijk verzilverde indicatie hadden, 69% afkomstig was uit Rotterdam en 10% uit de regiogemeenten. Dat wil zeggen dat ze daar, voor zover bekend, hun laatste woonadres hadden. Nog eens 8% kwam uit de overige gemeenten in de stadsregio Rotterdam en de rest (12%) uit de rest van Neder-
Deze rapportage geeft overigens geen zicht op het aantal
6
3.1
land (en een enkele keer uit het buitenland). De daaropvolgende jaren was deze verdeling vergelijkbaar. Dat is ook logisch omdat het voor een groot deel om dezelfde mensen gaat. We zien wel een heel kleine verschuiving naar meer instroom vanuit de regiogemeenten en minder uit Rotterdam, maar gezien de foutmarge die in deze analyse zit, moeten we voorzichtig zijn met conclusies over kleine verschillen. Tabel 3.1.
Gemeente van herkomst van mensen met een verzilverde indicatie op 1 januari 2017-2021 1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
2017
2018
2019
2020
2021
Rotterdam
69%
69%
68%
68%
66%
BARCKL*
10%
11%
12%
11%
11%
Stadsregio**
8%
7%
7%
7%
7%
Overig
12%
13%
13%
13%
15%
Totaal
100%
100%
100%
100%
100%
* Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk, Capelle a/d IJssel, Krimpen a/d IJssel, Lansingerland ** Nissewaard, Spijkenisse, Brielle, Hellevoetsluis, Westvoorne, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen
Tabel 3.2 geeft een schatting van het aantal mensen per gemeente(groep). Voor 1 januari 2021 gaat het om een
minimum omdat de verzilveringsgraad in de loop van het jaar toeneemt.
Om een indruk te krijgen van de ontwikkelingen in de in-
In Tabel 3.3. is de schatting per regiogemeente te zien voor 1 januari 2020 en (het minimum van) 2021. Tabel 3.2.
3.1.2 Nieuwe instroom per jaar stroom, is het inzichtelijker om per kalenderjaar te bekijken waar de nieuwe instroom vandaan komt. Dat is weergegeven in tabel 3.4 (in percentages) en tabel 3.5 (in geschatte
Gemeente van herkomst van mensen met een verzilverde indicatie op 1 januari 2017-2021, geschatte aantallen 1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
2017*
2018*
2019*
2020
2021*
Rotterdam
1300
1315
1287
1260
984
BARCKL
196
200
217
204
163
Stadsregio
153
142
141
138
109
Overig
229
247
239
250
226
Totaal
1878
1905
1884
1852
1481
aantallen) Ook hier kijken we alleen naar de (tot nu toe) daadwerkelijk verzilverde indicaties. De aantallen wijken dus wat af van die tabel 2.1. Het aandeel mensen dat instroomt uit Rotterdam schommelt jaarlijks rond de 66%. Bij de gezamenlijke regiogemeenten zijn er wat meer schommelingen (van 9% tot 14%). Dat komt ook omdat het om kleinere aantallen gaat. De verdeling in tabel 3.4 is globaal gezien vergelijkbaar met die in tabel 3.1. Dat laat dus zien dat de nieuwe instroom per jaar in grote lijnen vergelijkbaar is met de instroom uit eerdere jaren. Wel zien we dat de nieuwe in-
* Aantallen 2017-2019 komen uit een oudere analyse en zijn daarom hoger dan de actuele aantallen in tabel 2.6. Aantal 2021 is
stroom uit de gemeenten buiten de regio Rotterdam wat
voorlopig, want de verzilveringsgraad neemt nog toe
hoger is dan de bestaande populatie op 1 januari, en de instroom uit Rotterdam juist iets lager.
Tabel 3.3.
Gemeente van herkomst van mensen met een verzilverde indicatie op 1 januari 2020 en 2021, geschatte aantallen 1 jan 2020
1 jan 2021*
Albrandswaard
9
9
Barendrecht
26
18
Capelle a/d IJssel
85
69
Krimpen a/d IJssel
27
20
Lansingerland
19
19
Ridderkerk
38
27
Totaal
204
163
Tabel 3.4.
Gemeente van herkomst van nieuwe instroom, in percentages 2017
2018
2019
2020
Rotterdam
67%
66%
66%
64%
BARCKL
9%
14%
10%
13%
Stadsregio
7%
6%
7%
5%
Overig
18%
14%
18%
18%
Totaal
100%
100%
100%
100%
In de volgende tabellen staat de instroom per gemeente. Hierbij geldt weer de uitdrukkelijke waarschuwing dat het gaat om schattingen en niet om geregistreerde aantallen.
* voorlopige aantallen, verzilvering neemt nog toe
Spreiding regiogemeenten – Hoofdstuk 3
13
Tabel 3.5.
Gemeente van herkomst van nieuwe instroom, in geschatte aantallen 2017
2018
2019
2020
Rotterdam
282
251
234
227
BARCKL
37
54
34
47
Stadsregio
29
22
25
18
Overig
74
55
64
63
Totaal
422
382
357
354
Tabel 3.6.
Gemeente van herkomst van nieuwe instroom, in geschatte aantallen 2017
2018
2019
2020
Albrandswaard
1
6
0
1
Barendrecht
8
8
3
5
Capelle a/d IJssel
11
19
11
18
Krimpen a/d IJssel
6
8
10
9
Lansingerland
1
5
6
7
Ridderkerk
10
8
3
7
Totaal
37
54
34
47
Spreiding regiogemeenten - Hoofdstuk 3 14
3.2
Plaatsingen
Bijna 90% van de BW’ers woont op een locatie in Rotter-
Verklaringen voor schommelingen zijn bijvoorbeeld de slui-
dam en rond de 10% in een regiogemeente (zie tabel 3.5).
ting/opening van een locatie. En met name bij kleinere
De laatste twee jaar is het aandeel en het aantal plaatsin-
aantallen (zoals in Krimpen a/d/ IJssel) kan het zijn dat in-
gen in de regiogemeenten wat lager dan voorheen maar
dicaties toevallig net wel of net niet op 1 januari geldig zijn
de verschillen zijn klein.
en dus wel of niet meegeteld worden in dit overzicht.
Op het niveau van de afzonderlijke regiogemeenten zien
Het aantal plaatsingen op 1 januari 2021 is laag door de
we grotere verschillen tussen de jaren (zie tabel 3.9).
eerder vermelde uitstroom naar de Wlz maar zal nog wat stijgen door verzilvering in de loop van het jaar.
. Tabel 3.7.
Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) in percentages
Tabel 3.8.
Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) in percentages
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
1 jan
2017
2018
2019
2020
2021*
2017
2018
2019
2020
2021*
Rotterdam
88%
87%
87%
88%
90%
Rotterdam
1659
1651
1635
1638
1332
BARCKL
11%
12%
12%
11%
9%
BARCKL
200
227
229
197
130
Stadsregio
0%
0%
0%
0%
0%
Stadsregio
4
7
2
4
4
Overig
1%
1%
1%
1%
1%
Overig
15
20
18
13
13
Totaal
100%
100%
100%
100%
100%
Totaal
1878
1905
1884
1852
1481
* voorlopige aantallen, verzilvering neemt nog toe
Tabel 3.9.
Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) per regiogemeente 1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
1 jan 2021*
Albrandswaard
17
31
38
36
23
Barendrecht
19
28
53
48
23
Capelle aan den IJssel
77
92
52
43
42
Krimpen aan den IJssel
13
6
14
8
5
Lansingerland
18
15
15
14
10
Ridderkerk
56
55
57
48
27
Totaal
200
227
229
197
130
In deze tabellen zijn alleen de personen meegeteld die een
mensen verblijven met een WMO-indicatie van een andere
WMO-indicatie hebben van de centrumgemeente Rotter-
regio (of met een indicatie uit een andere financieringsbron
dam. Het geeft dus geen volledig beeld van alle BW’ers in
dan de WMO).
de regio, want er kunnen op verschillende locaties ook
Spreiding regiogemeenten – Hoofdstuk 3
15
3.3
Tabel 3.12.
Uitstroom
Gemeente van vestiging in geschatte aantallen 2017
2018
2019
2020*
Rotterdam
250
303
257
281
BARCKL
28
23
40
37
Stadsregio
10
6
28
14
Overig
55
37
41
43
Totaal
343
369
367
375
Als we alleen kijken naar mensen met een verzilverde indicatie, stroomt ruim 20% van de mensen die op 1 januari gebruik maakte van beschermd wonen in de loop van het jaar uit. Het uitstroompercentage is de afgelopen jaren wat toegenomen (zie tabel 3.8) maar ook hier gaat het om kleine (verwaarloosbare?) verschillen. De uitstroom op 31 december 2020 in verband met overgang naar de Wlz is hier overigens buiten beschouwing gelaten, omdat het hierbij niet echt gaat om mensen die uitstromen uit een instelling en zich elders vestigen. Tabel 3.10.
Overzicht uitstroom: beëindigde verzilverde indicaties (excl. overgang naar Wlz) 2017
2018
2019
2020*
Uitstroom
343
369
367
375
Overleden
42
43
52
42
Totaal
358
412
419
417
Uitstroom%
21%
22%
22%
23%
Tabel 3.13.
Gemeente van vestiging in geschatte aantallen 2017
2018
2019
2020*
Albrandswaard
6
2
7
8
Barendrecht
1
4
3
5
Capelle a/d IJssel
5
9
10
10
Krimpen a/d IJssel
4
2
6
4
* exclusief 31 december 2020 overgang Wlz