CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

211125 buijtenland van rhoon beeldkwaliteitplan kleiner.pdf

Gemeenteraad AW 3 april 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”6.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beeldkwaliteitplan november 2021

Heeft u bouw- of inrichtingsplannen in het Buijtenland van Rhoon? Lees dan in deze folder wat u kunt doen om de bijzondere landschappelijke kwaliteiten in dit gebied te behouden en te versterken.

Inhoud Streefbeeld Landschap Bouwen in het landschap In de polder Aan de dijk Verbrede landbouw

4 6 12 18 26 34

Streefbeeld Buijtenland van Rhoon Het Streefbeeld voor het Buijtenland van Rhoon geeft richting aan een nieuwe balans tussen landbouw, natuur en recreatie. Daarbij wordt het cultuurhistorische landschap gekoesterd. Op basis van het streefbeeld is een bestemmingsplan opgesteld. Daarin is ook aandacht voor de beeldkwaliteit, zowel van het landschap als van de bebouwing en (erf)beplanting. Met de ontwikkeling van het Streefbeeld wordt via bouw- en inrichtingsplannen een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. De Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon en de gemeente Albrandswaard gaan de ruimtelijke kwaliteit van ontwikkelingen bewaken. Het beleid is daarbij verschoven van een formele toetsing achteraf naar het vooraf inspireren van en het gesprek aangaan met de initiatiefnemer. Daarbij wordt aangesloten bij de werkwijze van Mooi IJsselmonde. In Mooi IJsselmonde wordt er naar gestreefd om bij ontwikkelingen in het buitengebied de beleving en het poldergevoel in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Wie goed kijkt ziet dat het buitengebied een palet biedt met verschillende landschappen. Vanaf een dijk is de beleving van het landschap heel anders dan midden in de polder. Dat zien we ook terug in de bebouwing en beplanting van het erf. Bebouwing in de polder is anders dan bebouwing langs een dijk.

Deze verschillen vertellen iets over de plek en hangen samen met de ontstaanswijze van het landschap. Omdat we trots zijn op onze polders en dijken zien we graag dat nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij de kenmerken van de plek. Met deze folder bieden we een handreiking om ontwikkelingen in het Buijtenland van Rhoon zo goed mogelijk in te passen. Zo kan u ook bijdragen aan een aantrekkelijk landschap wanneer u in het buitengebied woont of werkt. 4

Ontstaansgeschiedenis Op het eiland IJsselmonde vinden we een afwisselend landschap

met

polders

en

dijken,

omgeven door rivieren. Voordat er dijken waren hadden de rivieren vrij spel, en overstroomde het land regelmatig. Nadat de dijken waren aangelegd konden nieuwe polders in gebruik worden genomen en kwam er permanente bewoning, in het begin vooral langs de dijken. Daarmee zijn de dijklinten duidelijke sporen van het ontstaan van de polders.

Wat kenmerkt het Buijtenland van Rhoon? Het Buijtenland van Rhoon is een 600 ha groot, cultuurhistorisch waardevol polderlandschap. Met het Streefbeeld wordt dit landschap gekoesterd en behouden. Middels natuurinclusieve landbouw wordt de in Nederland kwetsbare akkernatuur gestimuleerd. Tegelijkertijd wordt het landschap recreatief toegankelijk en beleefbaar gemaakt. De ‘oudere’ polders ten noorden van de Essendijk worden gekenmerkt door een onregelmatige blokverkaveling en zijn afwisselend open en besloten. Dit landschap polders zijn rationeel, orthogonaal verkaveld. De polders zijn grootschalig open. De ruimtebeleving is uniek in de Rotterdamse regio. Hier kan je de leegte, de wind en de luchten nog ervaren. Hier heb je nog uit- en overzicht. De bebouwing, van oudsher in de vorm van boerenerven met grotere boerderijen en schuren, bevindt zich aan de randen onderaan de dijklinten of langs de lange polderwegen. In het open landschap vormen deze met bomen omzoomde erven groen eilandjes in een zee van ruimte.Polderwoningen en poldererven zijn passende bebouwingsvormen in het open polderlandschap.

5

6

7

Aandachtspunten Kleinschalig polderlandschap De ‘oudere’ polders ten noorden van de Essendijk worden gekenmerkt door een onregelmatige blokverkaveling en zijn onderscheidend en recreatief zeer aantrekkelijk. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - Er wordt een grotere mate van beslotenheid nagestreefd, ten opzichte van de huidige situatie, zodat het afwisselend open en besloten landschap versterkt wordt en daarmee het contrast met de zuidelijke polders en de recreatieve beleving - Landschappelijke ontwikkelingen bieden de kans om het zicht op de randen (A15, Portland) met groen te onderbreken; dit versterkt de landschapsbeleving in het Buijtenland van Rhoon - Bij het landschapsontwerp wordt voldoende openheid behouden; cruciale zichtrelaties met bijv. landschap en monumentale boerderijen worden behouden en/of gerealiseerd Grootschalig polderlandschap De ‘nieuwe’ polders ten zuiden van de Essendijk zijn rationeel, orthogonaal verkaveld. De polders zijn grootschalig open. De ruimtebeleving is uniek in de Rotterdamse regio. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - In de polders wordt de grootschalige openheid gekoesterd en behouden; opgaande beplantingen zijn (beperkt) mogelijk langs de Essendijk - Het orthogonale verkavelingspatroon wordt behouden; in oostwest-richting kunnen de cultuurhistorische watergangen geaccentueerd worden

8

Aan- en opwas Een aanwas is een natuurlijke uitbreiding van gronden, in de binnenbocht van een stroom. Een opwas is een schor die midden in een rivier is ontstaan. Beide vormen een belangrijk onderdeel van de inpolderingsgeschiedenis. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - de aan- en opwassen worden (subtiel) geaccentueerd en daarmee beleefbaar gemaakt Watergangen Een aantal watergangen in het plangebied vormen een sterke verwijzing naar de ontstaansgeschiedenis. In de polder Buitenland van Rhoon is de watergang langs de Achterweg nog een restant van de ontwatering van een oude aanwas. In de oostwest-watergangen in de Zegenpolder en de Molenpolder zijn nog restanten zichtbaar van het verloop van oude kreken. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - De cultuurhistorisch waardevolle watergangen worden gehandhaafd en bij voorkeur versterkt en beleefbaar gemaakt Oude molenlocatie en boezemvaart Op twee locaties heeft in het verleden een molen gestaan. Via de molens en de boezemvaarten werden de polders afgewaterd op uiteindelijk de Koedood. De molens en het boezemwater vertellen het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van de polders. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - Accentueren en landschappelijk en/of functioneel inpassen van de oude molenlocaties - Verhogen van de beleefbaarheid van de voormalige boezemvaarten

9

Aandachtspunten Rivierdijk De Zegenpoldersedijk en de Portlandse Zeedijk vormen de primaire waterkering langs de Oude Maas. De dijk is een hoog en robuust waterstaatkundig dijklichaam zonder bomen. De rivierdijk vormt een harde grens met de buitendijkse grienden. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - Behoud van robuuste, rationele vormgeving met lange rechtstanden - Geen boombeplanting toevoegen - Dijkopgangen zijn ontwerpaccenten en maken de dijk beleefbaar Dijk met bomen Kenmerkend voor het Buijtenland van Rhoon zijn de secundaire waterkeringen die het landschap geleden via de forse hoogte en begeleiding met bomenrijen. Meest in het oog springt de Essendijk, maar ook de Rijsdijk, Schenkeldijk en Molenpolderse Zeedijk zijn krachtige, lineaire landschapselementen. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - Behoud en aanvullen van de bomenstructuur - Behoud van waardevolle zichtrelaties met beeldbepalende boerderijen en de achterliggende polder Grasdijk met bomen Zeer bijzonder is de Molenpolderse Zeedijk, een secundaire waterkering en de enige grasdijk in het plangebied en omgeving. Aandachtspunten bij ontwikkelingen: - Behoud van de grasdijk, geen verhardingen aanbrengen op de kruin van de dijk - Behoud en aanvullen van de bomenstructuur - Behoud van waardevolle zichtrelaties met beeldbepalende boerderijen en de achterliggende polders

10

Polderweg met bomen De polderwegen in het Buijtenland van Rhoon zijn veelal lang, recht en zonder bomen. De Achterweg is hierop een uitzondering en heeft aan weerszijden een dubbele bomenrij. De achterweg accentueert hiermee de voormalige aanwas. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - behoud en aanvullen van de bomenstructuur Wiel (oude dijkdoorbraak) Het wiel ten westen van de Schenkeldijk is zichtbaar op een dijkdoorbraak werd niet het wiel gedicht maar de dijk om het wiel heen gelegd. Aandachtspunten bij ontwikkelingen zijn: - accentueren van het voormalige wiel langs de Schenkeldijk Beeldbepalende boerderijen Het landschap van het Buijtenland van Rhoon wordt mede bepaald door de beeldbepalende boerderijen. Het prototype is het Middenlangsdeeltype. Aandachtspunten bij ontwikkelingen: - De beleefbaarheid van de boerderijen in het landschap behouden - De boerenerven recreatief toegankelijk maken

11

Algemene tips voor bouwen in het landschap

Houd de bebouwing eenvoudig

Erfbeplanting is beeldbepalend

Zorg voor zicht op het landschap

Gebouwen in het buitengebied hebben 1

Door de erfbeplanting liggen de

Houd rekening met de positie van

bouwlaag met daarop een eenvoudige,

gebouwen minder prominent, min of meer

gebouwen en de organisatie van het erf,

maar beeldbepalende kap.

verscholen, in het landschap.

zodat het landschap zichtbaar blijft.

Bouwen in het landschap Landschappelijke inpassing In het buitengebied staat het landschap centraal. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom zorgvuldig worden ingepast. Dat betekent dat de bebouwing niet te opvallend mag zijn, en er uit ziet alsof het gebouw ook echt op die plek thuis hoort. Beplanting speelt daarbij een heel belangrijke rol. In het landelijk gebied hoort een typisch landelijke architectuur, met

De basis opzet van het erf Het erf heeft altijd een verdeling in ‘voor’ en ‘achter’. Aan de voorzijde bevindt zich de mooie kant met een siertuin of moestuin. ‘Achter’ is de functionele kant waar gewerkt wordt. Deze kant is veel meer een onderdeel van het landschap.

12

Volg de richting van het landschap

Het erf staat centraal

Houd rekening met hiërarchie

Geef gebouwen een richting en volg

Het erf is een compositie van bebouwing

Bebouwing dicht bij de dijk of weg is het

daarbij het landschap.

en beplanting, waarbij het voorerf

visitekaartje van het landschap. Verder

representatief is en het achtererf vooral

het landschap in is de bebouwing lager,

functioneel.

informeler en onopvallend.

Algemene tips voor uw erf Verharding Probeer niet meer verharding

Reclame Probeer reclame zo eenvoudig

toe te passen dan echt noodzakelijk is.

mogelijk te houden. Liefst geen verlichting, geen felle kleuren en niet te groot. Daarmee

Verlichting

Besteed

aandacht

aan

is reclame nooit te groots of schreeuwerig,

de verlichting. Plaats de verlichting zo

maar past deze bij de bebouwing en het

laag mogelijk bij de grond, en probeer

landschap.

overvloedige verlichting te vermijden. Parkeren Hekwerken

Probeer

in

plaats

van

hekwerken zoveel mogelijk beplanting toe

Zorg

parkeerplekken

voor

op

de

voldoende kavel,

zoveel

dieren

Tref

mogelijk uit het zicht.

te passen. Als hekwerken echt noodzakelijk zijn, kunnen deze gecombineerd worden

Aantrekkelijk

met hagen, zodat ze minder opvallen in het

voorzieningen en/of gebruik plantsoorten

voor

landschap.

die voor dieren aantrekkelijk zijn. Vooral struiken waar noten (hazelaar) of bessen

Beplanting Het erf is een compositie van

(Gelderse

roos,

sleedoorn)

in

zitten

bebouwing en beplanting. Denk dus steeds

zijn aantrekkelijk voor dieren. Ook met

aan beide tegelijkertijd.

nestkasten en takkenhopen creëert u een plek voor dieren. 13

Bouwen in het landschap - erf Uw tuin als onderdeel van het landschap U kunt bijdragen aan een aantrekkelijk landschap door uw erf zorgvuldig in te richten en te kiezen voor streekeigen beplanting. Coniferen horen bijvoorbeeld niet thuis in het landschap van IJsselmonde. Een kastanje of eik daarentegen is een verrijking voor het landschap.

Aandacht voor natuur

De voorkant bepaalt het aanzicht van het

Aan de achterzijde is de beplanting

erf, en gezamenlijk vormen de erven het

vaak vooral functioneel. Zo is er is vaak

eerste aanzicht van de dijk of polder. Aan

beplanting die de wind tegen moet houden

de voorzijde vinden we bijvoorbeeld een

(windsingel) en Tuinontwerp rivacy

Op eenvoudige wijze kunt u met de

moet bieden.

inrichting van uw erf een bijdrage

boomgaard, moes- of siertuin, leilindes

Vanuit het landschap gezien is deze

leveren

om de woning koel te houden en een

beplanting Het is aan ook te raden van grote om een waarde inrichtingsomdat

Bijvoorbeeld

grote solitaire boom zoals een walnoot of

het een en beplantingsplan kader vormt te rond maken. de gebouwen Daarbij

inheemse, streekeigen beplanting en

paardekastanje. De verharding beslaat

op het is het goed erf, waarbij om teook bedenken activiteiten watworden u met

door zo min mogelijk verharding aan

een veel kleiner oppervlak dan het groen.

afgeschermd. een goed beplantingsplan Beplanting opkunt de kavelgrens bereiken.

te brengen. Ook van een poel of een

Het voorerf wordt meestal ontsloten met

aan de bijvoorbeeld Denk achterzijde is vaak aan ook begrenzing hoger, losser van

vijver kunnen veel planten en dieren

een mooi vormgegeven lage haag.

en gevarieerder ruimten binnen het danerf, aanmaar de voorzijde ook waar van u

aan door

de te

biodiversiteit. kiezen

voor

het erf. zon of juist Eenschaduw erfafscheiding wilt, enmet op welke beplanting plek

14

heeft in alle beplanting degevallen wind tegen de kan voorkeur houden. boven

ontstaat als ze op een zonnige open

hekken, schuttingen en muren.

plek ligt.

Bebouwing en

Welke beplanting is streekeigen? Streekeigen beplanting komt van oorsprong voor in het landschap van IJsselmonde en is bovendien bijzonder waardevol voor de natuur in de omgeving. Streekeigen beplanting is goed aangepast aan de omstandigheden van ons klimaat, en is ook bestand tegen veel ziekten en plagen. Probeer de aanleg van schuttingen, coniferen en andere niet-

beplanting horen bij elkaar

inheemse beplanting zoveel mogelijk te beperken.

Bomen Veldesdoorn Gewone esdoorn Paardekastanje Zwarte els Haagbeuk Gewone beuk Gewone es Zwarte walnoot Okkernoot Wilde kamperfoelie hoogstamfruitbomen Gewone plataan Witte Abeel Grauwe abeel Euramerikaanse populier Zwarte populier Ratel populier Westamerikaanse Balsempopulier Prunus: zoete kers Zomereik Schietwilg Kraakwilg Bittere wilg Zomerlinde Grootbladige zomerlinde Zilverlinde Hollandse linde

Het is niet de bedoeling om beplanting

Struiken Acer campestre Acer pseudoplatanus Aesculus hippocastanum Alnus glutinosa Carpinus betulus Fagus sylvatica Fraxinus excelcior Juglans nigra Juglans regia Lonicera periclymenum Pit en steenvruchten* Platanus x acerifolia Populus alba Populus canescens Populus euramericana Populus nigra Populus tremula Populus trichocarpa Prunus avium Quercus robur Salix alba Salix fragilis Salix purpurea Tillia cordata Tillia platyphyllos Tillia tomentosa Tillia x vulgare

te gebruiken om gebouwen achter te

Gele kornoelje Rode kornoelje

Cornus mas Cornus sanguinea

verstoppen, de beplanting en gebouwen

Hazelaar Eenstijlige meidoorn Wilde kardinaalsmuts Wilde liguster Prunus: sleedoorn Wegedoorn Zwarte bes Aalbes Roos, honds Roos: egelantier Wilg, amandel Wilg, kat Vlier, gewone Roos, gelderse

Corylus avellana Crataegus monogyna Euonymus europeaus Ligustrum vulgare Prunus spinosa Rhamus catharticus Ribes nigrum Ribes rubrum Rosa canina Rosa rubiginosa Salix triandra Salix viminalis Sambucus nigra Viburnum opulus

bomen zijn hiervan een goed voorbeeld,

vormen samen een compositie. Hoge deze zijn al vanaf grote afstand zichtbaar en maken dat uw erf niet ‘kaal’ in het landschap ligt. Probeer ze aan de oostzijdvan uw erf te planten, zodat u ’s avonds niet in de schaduw van deze bomen zit.

*fruitsoorten geschikt voor kleigronden:

1

Appels

Peren

Present van engeland

Avezaathse kapel

Reinette van ekenstein Besy van schonauwen/ Zoete bloemee

wintervijg

Zoete campagner

Kleipeer/winterjan

Zoete kroon

Oomskinderpeer Roem van altena

15

Aan de dijk

In de polder

Polderwoning

Polderboerderij

Dijkwoning

Bouwen in het landschap Zowel in de huidige als de toekomstige situatie zijn in het Buijtenland van Rhoon op hoofdlijnen twee bebouwingstypologien te onderscheiden: - In de polder, met polderwoningen en polderboerderijen - Aan de dijk, met dijkwoningen en dijkboerderijen Op de volgende pagina’s worden de typologiën beschreven en worden de aandachtspunten

De essentie van het Streefbeeld voor het Buijtenland van Rhoon bestaat uit een agrarisch aandachtspunten opgesteld voor de beeldkwaliteit van de functie ‘(verbrede) landbouw’, waarbij het boerenerf ook aanvullende functies heeft. Deze aandachtspunten zijn overgenomen in dit beeldkwaliteitplan. In mindere mate zijn er in het Buijtenland van Rhoon aanvullende functies mogelijk. Denk aan recreatie, maar ook aan paarden-gerelateerde ontwikkelingen. Dit soort ontwikkelingen aandachtspunten voor deze functies niet benoemd in dit beeldkwaliteitplan, maar wordt verwezen naar de folders Recreatie en Hobbypaarden/ -dieren op Mooi IJsselmonde.nl. 16

Ve r b r e d e l a n d b o u w

Dijkboerderij

onderscheidende typologiën

polderwoning 2

Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige heldere volumes

Uw gebouw

Individuele toegang tot de kavel via een eigen bruggetje is kemerkend in de polder

3

De bebouwing heeft één bouwlaag met een kap (type zadeldak)

Het hoofdgebouw staat op enige afstand waardoor de voortuin beeldbepalend is

Karakteristiek

Positie en oriëntatie

• De bebouwing is ondergeschikt aan het

• Het hoofdgebouw is georiënteerd op het

landschap

lint/ de weg. Bijgebouwen staan achter

• Individuele bebouwing in de polder, aan een lint of polderweg

de voorgevellijn van het hoofdgebouw • Het hoofdgebouw staat op enige

• De (korrelgrootte van een) polderwoning is/

afstand van de weg, waardoor het beeld

oogt groter dan een dijkwoning. Bijgebouwen

grotendeels door de voortuin wordt

zijn daarom eventueel onderdeel van het

bepaald

volume van het hoofdgebouw

• De positie van de bebouwing op de

• Ondanks sterke onderlinge

kavel is zorgvuldig gekozen, met

overeenkomsten is elk gebouw uniek, er

aandacht voor de beleving van en zicht

wordt niet seriematig gebouwd

op en over het landschap

• Gebouwen zijn vormgegeven als

• De richting van de hoofd- en

eenvoudige en heldere volumes

bijgebouwen volgt de polderverkaveling, haaks op de weg •

18

Kap en bouwhoogte • De bebouwing bestaat uit één bouwlaag met een kap • De kap heeft dezelfde richting als het landschap • De kap is beeldbepalend (dakhelling) • Het type kap, de grootte en hoogte van de kap passen bij de sfeer, maat en schaal van het landschap • Dakkapellen ogen als een toevoeging, de nok en randen van het dak zijn altijd

Materiaal- en kleurgebruik • Polderwoningen zijn doorgaans van

Organisatie kavel • Kenmerkend is de individuele toegang tot kavel via een eigen bruggetje over

baksteen, eventueel gecombineerd

de sloot die de dijkzone begrenst

met houten delen. De kap bestaat uit

• Er wordt op eigen terrein geparkeerd

keramische pannen

• Geparkeerde auto’s staan achter de

• Het kleurgebruik is terughoudend

voorgevellijn, zoveel mogelijk uit het zicht • Opslag en vuilcontainers hebben een plek op eigen terrein, zoveel mogelijk uit het zicht

zichtbaar • Type kap: zadeldak

19

polderboerderij 4

Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige heldere volumes

De positie van de bebouwing is zorgvuldig gekozen, met aandacht voor beleving en zicht op het landschap

schuur(woning)

Uw gebouw De bebouwing heeft één bouwlaag met een kap (type zadeldak)

Karakteristiek • Een poldererf bestaat uit een

• De architectuur van hoofdgebouw en bijgebouwen is op elkaar afgestemd,

ensemble van gebouwen rondom een

de gebouwen zijn familie van elkaar.

gemeenschappelijk erf

(bijvoorbeeld overeenstemming in

• De bebouwing bestaat uit maximaal 1 hoofdgebouw (boerderij) en eventueel een of meerdere bijgebouwen

kleur- en materiaalgebruik, kapvorm, gevelontwerp)

(schuurwoningen, kap- wagenschuren,

Positie en oriëntatie

stook- en zomerhuisjes)

• De richting van de hoofd- en

• De korrelgrootte van de bebouwing is groter dan die van de polderwoning. Zowel een boerderij als een woonschuur

20

Bij meerdere gebouwen op een erf toont de bebouwing onderlinge samenhang en hiërarchie

bijgebouwen volgt de richting van de polder en staat haaks op de weg • Het hoofdgebouw is georiënteerd op de

kan uit meerdere ruimte voor

weg en staat op enige afstand van de

ruimteeenheden bestaan

weg, waardoor de voortuin grotendeels het beeld bepaalt

• De positie van de bebouwing op de kavel is zorgvuldig gekozen, met

Materiaal- en kleurgebruik

Organisatie kavel

• De boerderij is doorgaans van

• Hoofd- en bijgebouwen zijn

aandacht voor de beleving van en zicht

metselwerk al dan niet gecombineerd

georganiseerd rond een

op en over het landschap

met houten delen. De kap is vaak

gemeenschappelijk erf

• De bijgebouwen staan achter de gevellijn van het hoofdgebouw, met uitzondering van het zomer-/ stookhuisje

Kap en bouwhoogte • De bebouwing bestaat uit 1 bouwlaag met een forse kap • Type kap: zadeldak, kenmerkend zijn de wolfseinden die (alleen) worden

bedekt met keramische pannen, soms met riet. De schuren zijn of van

• Kenmerkend is de gemeenschappelijke toegang tot het erf, die verbijzonderd

baksteen of van houten delen

wordt door een hek of een bruggetje

• Materiaal- en kleurgebruik is

• Er wordt op eigen terrein geparkeerd,

terughoudend en in onderlinge

bij voorkeur uit het zicht, bijvoorbeeld

overeenstemming

in een gemeenschappelijke kap- of

• Er worden streekeigen materialen

wagenschuur

toegepast, in natuurlijke en Oudhollandse kleuren

toegepast bij de schuren (bijgebouwen) 21

5

Gebruik beplanting die aantrekkelijk is voor dieren

Pas niet meer verharding toe dan noodzakelijk is

Probeer in plaats van hekwerken zoveel mogelijk beplanting toe te passen

6

Probeer van het erf een groen eilandje te maken in een zee van ruimte

Gebruik sloten als erfgrens, eventueel in combinatie met bomen of struiken

7

Erven hebben een mooie voorkant met een functionele achterkant

Wat te planten in de polder? els, eik, es, berk, beuk en meidoorn hoogstam- of laagstam fruitbomen met appel, peer, pruim, noot of kers leilindes, haag beuk, haagbeuk, liguster meidoorn, veldesdoorn katwilg, amandelwilg, rode kornoelje, sleedoorn, hazelaar, hondsroos, gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, wegedoorn, zwarte bes, aalbes, walnoot, paardenkastanje, okkernoot, rode beuk

22

beplanting in de polder • Het erf is een compositie van

• Denk bij de inrichting van de tuin aan de

• Maak het water vanaf de dijk zoveel

sfeer van moestuinen en boomgaarden.

mogelijk zichtbaar. Gebruik de sloten op

Richt de ruimte overwegend

de erfgrens om het water richting de dijk

steeds aan beide tegelijkertijd.

landschappelijk en informeel in

te leiden. combuineer dit eventueel met

• Houd beplanting in deze zone

• Gebruik grote (formele) bomen als

bebouwing en beplanting. Denk dus

overwegend laag, maak gebruik van

uitzondering, bijvoorbeeld om een

fruitbomen en hagen (tuinbeplanting)

bijzondere plek aan het water te

of informeler, met de knotbomen en riet

accentueren

(landschappelijke beplanting)

een aanlegplek of insteekhaventje • Een aanlegplaats of insteekhaventje ligt altijd op eigen terrein • Beplant de oeverzijde met riet, met het oog op privacy en om een rommelig beeld vanaf het water tegen te gaan 23

polderwoning 8

9

13

14

18

19

(Vlaamse schuur) boerderij

schuur(woning)

beukhaag 24

ligusterhaag

meidoornhaag

veldesdoornhaag

10

11

12

15

16

17

De foto’s in deze folder zijn voor een groot deel gemaakt door de opstellers. Dit geldt niet voor de genummerde foto’s. De fotoverantwoording/bronvermelding van deze inspirerende voorbeelden vindt u hieronder:

20

solitaire beuk

1. Natuur in de tuin. Foto: Marijke Lutz 2. Gorate Garantwoningen - Landelijke woning – bron: www.gorate.nl 3. Polderwoning in IJzendijke - bron: www.zeelandhome.nl 4. Schuurhuis, Donderen – Architect: Aat Vos Architecten – bron: www.interdijk.nl 5,6 Beelden uit boek: Linten in de leegte, uitgave van Gemeente Montfoort 7. Vlaamse schuurboerderij in Ridderkerk - bron: www.rijksmonumenten.nl 8. Woning, bouwstijl landelijk – bron: www.bouwgroephuiskes.nl 9. Polderwoning Lindtsedijk – bron: beeldkwaliteitplan Lindtsedijk, Enno Zuidema Stedebouw 10. Polderwoning – bron: www.gildegarant.nl 11. Landelijke villa Oud Alblas – Architect Bongers Architecten bna – bron: www.bongersarchitecten.nl 12. Woning – bron: www.brummelhuis.nl 13. Schuurboerderij Lagendijk, Ridderkerk – bron: www.rialtobouwadvies.nl 14. Schuurboerderij Oudelande, Ridderkerk – foto: Annemieke Punter 15.Schuurhuis, Donderen – Architect: Aat Vos Architecten – bron: www.interdijk.nl 16. Woonboerderij Bergambacht – Architect: No Label – bron: www.dearchitect.nl 17. Woonboerderij – Architect: Architectenbureau Drijvers Oisterwijkb.v. – bron: www.drijvers-oisterwijk.nl 18. Schuurwoning – Architect: Cor Kalfsbeek Architectuur BNA – bron: www.corkalfsbeek.nl 19. Schuurwoning, Lochem – foto: Frits Punter 20. Schuurhuis, Westzaan – Architect: FKG Architecten Aan De Zaan – bron: www.fkg.nl 25

dijkwoning

Het dijktalud wordt niet aangetast. Parkeren gebeurt zo nodig onder aan de dijk.

De richting van de hoofd- en bijgebouwen is evenwijdig aan de dijk

Uw gebouw De bebouwing heeft één bouwlaag met kap ten opzichte van het dijkniveau.

Karakteristiek • Kleinschalige individuele bebouwing, boven of onderaan de dijk, afgewisseld

Positie en oriëntatie • De positie van de bebouwing op de

met doorzichten naar het achtergelegen

kavel (bijvoorbeeld boven- of onderaan

open landschap

de dijk) is zorgvuldig gekozen en

• Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes • Er is een duidelijk verschil tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen op

afgestemd op de situatie (dijklint/ dubbellint, een-/tweezijdig, doorzichten) • De richting van de hoofd- en bijgebouwen is evenwijdig aan de dijk

een kavel, waarbij aan- en bijgebouwen

• Het hoofdgebouw is georiënteerd op

onderschikt zijn aan het hoofdgebouw

de dijk. Bijgebouwen staan achter de

en kleiner ogen, maar qua architectuur

voorgevellijn van het hoofdgebouw

wel op elkaar zijn afgestemd. 26

Vanaf de dijk is er zicht op het landschap.

• Type kap: zadeldak

Kap en bouwhoogte • De bebouwing bestaat uit één bouwlaag met een kap • De woning bovenaan de dijk heeft een bouwlaag, ten opzichte van het dijkniveau. Dit kan betekenen dat er aan de achterzijde, onderaan de dijk, sprake is van twee bouwlagen • De kap heeft dezelfde richting als het landschap en is beeldbepalend. • Dakkapellen ogen als een toevoeging, de nok en randen van het dak zijn altijd zichtbaar

Materiaal- en kleurgebruik • Dijkwoningen zijn doorgaans van

Organisatie kavel • Wanneer de woning iets verder terug in het talud van de dijk staat, blijft het

(gepleisterde/gekeimde) baksteen, of

dijklichaam herkenbaar. De ruimte

(zwart gepotdekselde) houten delen. De

tussen dijk en woning wordt niet

kap bestaat uit keramische pannen • Materiaal- en kleurgebruik is terughoudend en in onderlinge overeenstemming • Er worden streekeigen materialen

opgevuld • Er wordt op eigen terrein geparkeerd, onderaan de dijk, bij voorkeur uit het zicht • Opslag en vuilcontainers hebben een

toegepast, in natuurlijke en Oud

plek op eigen terrein, zoveel mogelijk uit

Hollandse kleuren

het zicht.

dijkboerderij

Het hoofdgebouw (boerderij) staat boven aan de dijk, bijgebouwen staan onderaan de dijk.

Een dijkerf bestaat uit een ensemble van gebouwen rondom een gemeenschappelijk erf. Een schuur(woning) kan daar onderdeel van zijn.

Bijgebouwen hebben een informeel karakter en zijn daarom nooit van steen of metselwerk.

Het hoofdgebouw heeft vaak een rieten kap.

Karakteristiek

Positie en oriëntatie

• Een dijkerf bestaat uit een ensemble

• Het hooofdgebouw (boerderij) staat

schuur(woning)

van gebouwen rondom een

boven aan de dijk, bijgebouwen

gemeenschappelijk erf

(schuurwoningen, kap- wagenschuren)

• De bebouwing bestaat uit maximaal 1

staan onderaan de dijk.

hoofdgebouw (boerderij) en eventueel

• De richting van de hoofd- en

één of meerdere bijgebouwen • De korrelgrootte van de bebouwing is groter dan die van de dijkwoning • Gebouwen zijn vormgegeven als eenvoudige en heldere volumes • De architectuur van hoofdgebouwen

Kap en bouwhoogte • De bebouwing bestaat uit één bouwlaag met een forse kap • De dijkboerderij bestaat uit één

is op elkaar zijn afgestemd, de

bouwlaag, ten opzichte van het

gebouwen zijn familie van elkaar

dijkniveau. Dit kan betekenen dat er aan

(bijvoorbeeld overeenstemming in

de achterzijde, onderaan de dijk, sprake

kleur- en materiaalgebruik, kapvorm,

is van twee bouwlagen

gevelontwerp). 28

bijgebouwen is evenwijdig aan de dijk

• Dakkapellen ogen als een toevoeging,

• Bijgebouwen hebben een informeel

• Wanneer de woning iets verder terug

de nok en randen van het dak zijn altijd

karakter en zijn daarom nooit van steen

in het talud van de dijk staat, blijft het

zichtbaar

of metselwerk

dijklichaam herkenbaar. De ruimte

• Type kap: zadeldak, kenmerkend zijn

• Materiaal- en kleurgebruik is

de wolfseinden die (alleen) worden

terughoudend en in onderlinge

toegepast bij de schuren (bijgebouwen)

overeenstemming

Materiaal- en kleurgebruik • Dijkboerderijen en -schuren zijn

• Er worden streekeigen materialen toegepast, in natuurlijke en Oud Hollandse kleuren

doorgaans van zwart gepotdekselde

Organisatie kavel

houten delen, eventueel gecombineerd

• Hoofd- en bijgebouwen zijn

met baksteen. De boerderijen hebben

georganiseerd rond een

vaak een rieten kap (of keramische

gemeenschappelijk erf met een

pannen)

gemeenschappelijke toegang

tussen dijk en woning wordt niet opgevuld • Er wordt op eigen terrein geparkeerd, onderaan de dijk, bij voorkeur uit het zicht • Opslag en vuilcontainers hebben een plek op eigen terrein, zoveel mogelijk uit het zicht.

Plaats waar mogelijk een mooie boom

Probeer in plaats van hekwerken zoveel mogelijk beplanting toe te passen

De bovenzijde van de dijk is de voorkant van het erf. Zorg voor een representatieve uitstraling

Beplant dijken eventueel met fruitbomen

Waar ruimte is kan een scherm met leilindes worden geplant

Open ruimtes aan de dijk, bijvoorbeeld met een schapenweide, verrijken het beeld

Wat te planten aan de dijk? beuk, haagbeuk, liguster leilindes besdragende struiken, kornoelje, hazelaar hoogstamfruitbomen met appel, peer, pruim, noot of kers walnoot, paardenkastanje, okkernoot, rode beuk wilg, es, populier meidoorn, veldesdoorn

30

• De bovenzijde van de dijk is de voorkant

• Benadruk de schuine lijn van het talud

van het erf. Richt de voorkant en de

van de dijk met een knie- tot heuphoge

zichtbare zijkanten in als een sier- of

haag. Ook daar waar de woning niet

informele kant van het dijkerf. Begrens

moestuin;

pal tegen de weg op de dijk staat, is het

het erf aan deze (achter)zijde met een

mooi nog een haag tussen woning en

sloot;

• Plaats waar mogelijk een mooie boom, bijvoorbeeld een paardenkastanje of walnoot;

weg toe te voegen;

fruitbomen; • De onderzijde van de dijk is de

• Plant langs de sloot streekeigen soorten

• Kavelgrenzen op het talud van de dijk

als (knot-)wilg, els, es of populier, als

eventueel ook met hagen beplanten.

scherm (in het gelid of nonchalant her

aan de overkant van de weg geplaatst

Gebruik geen coniferen of hekwerken;

en der) of als solitaire bomen.

worden, als de grond tot het eigendom

• Voeg, als de ruimte het toelaat, leilindes

• Soms kunnen 1 of 2 solitaire bomen ook

behoort, of met toestemming van eigenaar;

toe tussen woning en weg; • Beplant dijken eventueel met

dijkboerderij

dijkwoning

schuur(woning)

beukhaag 32

ligusterhaag

1

2

6

7

11

12

meidoornhaag

veldesdoornhaag

3

8

4

5

9

10

De foto’s in deze folder zijn voor een groot deel gemaakt door de opstellers. Dit geldt niet voor het merendeel van de gebruikte foto’s deze twee bladzijdes. De fotoverantwoording/bronvermelding van deze inspirerende voorbeelden vindt u hieronder:

13

1, 4, 5. Dijkboerderij Noldijk, Barendrecht - foto: Annemieke Punter 2. Dijkboerderij Dorpsstraat, Heerjansdam - foto: Annette Matthiessen 3. Dijkboerderij Noldijk, Barendrecht - foto: Annette Matthiessen 6. Dijkwoning Rijksstraatweg, Barendrecht - foto: Annemieke Punter 7. Landelijke pastorie - bron: www.bik.be 8. Woning buitengebied Maarsbergen – Architect: Dick van der Merwe – bron: www.interdijk.nl/kavelenhuis 9. Dijkwoning, s ‘Gravendeel – bron: www.vdspekbouw.nl/proj-opgeleverd 10. Woning Noldijk Ridderkerk – foto: Annemieke Punter 11. Schuurwoning – Architect: Cor Kalfsbeek Architectuur BNA – bron: www.corkalfsbeek.nl 12. Schuurwoning, Lochem – foto: Frits Punter 13.Schuurwoning, Delden – Architect: SchipperDouwesArchitectuur – bron: www.schipperdouwes.nl

sloot met riet en lage kade 33

De agrarische sector bepaalt nog steeds

Het is daarom ook bij deze ontwikkelingen

voor een groot deel het landschapsbeeld

belangrijk om deze zorgvuldig in te passen.

van IJsselmonde. In de landbouw vindt een

Denk bijvoorbeeld aan de inpassing van

continue schaalvergroting plaats en dat zien

grote bouwvolumes, maar ook de kleinere

we terug in het landschap. In de afgelopen

ontwikkelingen kunnen gezamenlijk het

jaren zijn percelen samengevoegd en

beeld van het buitengebied beïnvloeden.

landschapselementen verdwenen. Tegelijk

Voorbeelden

worden de schuren ten behoeve van de

reclame-uitingen, (tijdelijke) bijgebouwen,

grotere machines ook groter. Doordat

parkeeroplossingen, en het spanningsveld

percelen van andere landbouwbedrijven

tussen publiek en privé. We moeten

worden

aangekocht,

schakelen

de

veelheid

aan

deze

nu onze kans grijpen om met een

boerenbedrijven gedeeltelijk of geheel

goede landschappelijke inpassing van

over op andere bedrijfsvormen. Zo krijgen

deze

boerenbedrijven een steeds grotere rol in

buitengebied aantrekkelijk te houden.

de versterking van recreatie, toerisme, zorg,

natuurontwikkeling,

natuurbeheer

en landschapsbeheer. Een deel van deze activiteiten heeft directe gevolgen voor de uitstraling van het buitengebied van IJsselmonde.

34

zijn

(ruimtelijke)

ontwikkelingen

het

Wat kan er mis gaan? • Karakteristieke streekeigen bebouwing verdwijnt (cultuurhistorie); • Grote opvallende bouwvolumes verstoren de landschappelijk beleving; • (tijdelijke) Bijgebouwen zoals keten/containers hebben een armoedige uitstraling; • Bebouwing wordt niet (met beplanting) ingepast; • Er ontstaat een spanningsveld tussen publiek en privé (aanvullende activiteit(kernactiviteit); • Parkeren en ontsluiting zijn te dominant in beeld; • Er ontstaat een spanningsveld tussen recreatieve drukte en landschappelijke rust;

1

Karakteristieke bebouwing raakt verdrukt achter reklameuitingen.

Mogelijke uitbreiding en vernieuwing in de landbouw heeft een behoorlijke landschappelijke inpact.

Er worden nieuwe bijgebouwen geplaatst voor nevenfuncties.

Alle hoofd- en bijgebouwen op een erf bestaan uit eenvoudige volumes, met 1 bouwlaag en een (grote) kap. De nokrichting is gelijk aan de richting van het landschap.

Het hoofdgebouw is he tatieve deel van het bed daardoor geschikt voo als de receptie. Het hoo georiënteerd op de weg

Aanbevelingen en tips Er zijn verschillende redenen denkbaar om naast (of in de plaats van) agrarische activiteiten ook andere activiteiten op uw erf te ontplooien.

Gebruik voor nieuwe functies streekeigen bijgebouwen zoals een kapschuur, hooiberg, stookhuisje.

Soms is het een ontwikkeling die ongemerkt uitgroeit tot een zelfstandige activiteit, terwijl in andere gevallen heel bewust ‘het roer omgaat’. In beide gevallen zullen aanpassingen nodig zijn om uw erf geschikt te maken voor de nieuwe activiteiten. In deze handreiking geven we een aantal aanbevelingen en tips die kunnen helpen om uw erf een prettige uitstraling te geven die goed past in het buitengebied van IJsselmonde. IJsselmonde is van oorsprong een eiland waar vooral agrarische activiteiten plaatsvinden. Met een steeds groter wordende stedelijke druk zien we ook in het buitengebied steeds meer niet-agrarische activiteiten. Om de kwaliteiten van het landelijke karakter te behouden in het buitengebied, hebben we gekeken naar wat de oorspronkelijke (agrarische) bebouwing en erven van IJsselmonde kenmerkt. Door deze aspecten bij de ontwikkelingen op uw erf toe te passen, kunt u bijdragen aan een mooi buitengebied van IJsselmonde.

36

Gebruik bij voorkeur eenvoud groene en streekeigen erfafsch dingen. Alleen ter plaatse va de entree past een mooi hek, d ook gebruikt kan worden voor reclame. Houd re voudig: natuurl lichtrecl meting

Houd het erf compact wanneer nieuwe gebouwen worden toegevoegd: plaats deze zoveel mogelijk in lijn met de bestaande gebouwen en behoud zo mogelijk het zicht op het achtergelegen landschap. Zoek bij de modernisering van de bestaande gebouwen naar manieren waardoor de kap- en gebouwvorm in tact blijven. (Gebruik bijvoorbeeld geen dakkapellen.)

et represendrijf en or functies ofgebouw is Houd de erfverlichting g. bescheiden en minimaal.

dige heian dat r

eclameborden eengebruik bescheiden, lijke materialen (geen lames)en houd de afbeperkt.

Stem de nieuwe bebouwing af op de karakteristiek (kap, kleur- en materiaalgebruik, detaillering) Houd het parkeren uit van de bestaande bebouwing. het zicht en gebruik simpele (half)verharding

Pas grote volumes zoals schuren en stallen landschappelijk in en zorg voor onopvallend materiaalen kleurgebruik (bijvoorbeeld donker groen) waardoor ze het beeld niet domineren en wegvallen tegen het landschap.

Het achtererf is een meer informele ‘werkplaats’. De beplanting op de erfgrens is inheems en oogt landschappelijker.

Het voorerf is een formele ‘strakke’ tuin, is meer groen dan verhard, en met (gecultiveerde) hagen op de erfgrens.

Combineer landbouw met natuurwaarden, maak ruimte voor bloemrijke grasbermen langs weilanden en akkers en zorg voor flauwe taluds langs de sloten.

Bij functieveranderingen zijn op het achtererf meer veranderingen mogelijk dan op het voorerf.

Aandachtspunten bij de bebouwing op uw erf: Kies voor een bouwstijl die past bij IJsselmonde Over het algemeen is de bebouwing in het landelijk gebied vrij sober. Een belangrijk kenmerk is dat alle gebouwen bestaan uit 1 bouwlaag met een kap. Ook voor de bijgebouwen op het erf geldt dat ze een eenvoudige hoofdvorm hebben. Bij voorkeur is dit net als bij het hoofdgebouw een langgerekte vorm in de richting van de kavel.

Koester de historische details Probeer wanneer het kan ook de oude gebouwen in uw nieuwe plannen op te nemen. Historische bijgebouwen zoals hooibergen kunnen heel goed een nieuwe functie krijgen zoals overdekt terras of vergaderruimte. U kunt mooie details extra aandacht geven door nieuwbouw in vorm en detaillering ondergeschikt te laten zijn aan de bestaande en historische elementen.

Houd de contouren eenvoudig bij grote gebouwen Probeer bij modernisering van bestaande bebouwing de contouren zoveel mogelijk te behouden. Daarbij is het goed denkbaar om glazen lichtvensters toe te passen in de zijgevel of het dak. Ook bij nieuwbouw van (grote) loodsen, schuren of stallen zijn de contouren eenvoudig, en is de kleur groen.

Nieuwe schuren Wanneer er een nieuwe schuur nodig is ter vervanging of uitbreiding van uw bedrijf, zorg er dan voor dat een dergelijk groot bouwvolume onderdeel van het erf wordt en niet beeldbepalend is. Maak daarom gebruik van donkere gedekte kleuren en natuurlijke materialen, positioneer het gebouw zorgvuldig, houd het erf zo compact mogelijk, en zorg er voor dat de architectuur van de schuur in kleur, materiaal en kapvorm is afgestemd op de andere bebouwing.

Koester historische details; deze oude wagenschuur geeft extra charme aan recreatieve activiteiten. 38

Aandachtspunten bij de inrichting van uw erf: Zorg dat het landschap zichtbaar blijft Gebouwen in het buitengebied staan meestal aan een polderweg of dijk. Ook

Schep duidelijkheid met hiërarchie; het hoofdgebouw is representatief en op de weg georiënteerd.

als er meerdere gebouwen langs deze weg staan, willen we het landelijk karakter blijven ervaren. Het is daarom belangrijk dat er voldoende zicht op het landschap blijft. U kunt hier op verschillende manieren

Nieuwe schuren en bijgebouwen vormen een ensemble met het hoofdgebouw

rekening mee houden: - Door de bijgebouwen in één lijn met de boerderij te plaatsen. Zo houdt u de zichtlijn vanuit het lint naar het landschap open; - Door het erf compact te houden; - Wanneer u de bebouwing wilt uitbreiden, doet u dit in de diepte in

Houd het parkeren uit het zicht.

plaats van in de breedte, zonder dat u het erf teveel uitrekt.

Schep duidelijkheid met hiërarchie Zorg ervoor dat er een duidelijke hiërarchie is in zowel de bebouwing als in de inrichting van uw erf. Het hoofdgebouw is meestal een woning of een representatief deel van het bedrijf, zoals de receptie van een kleine camping. Het hoofdgebouw is op de weg

Zorg dat het landschap zichtbaar blijft.

georiënteerd en kijkt richting de weg. Hierbij moet u de afstand tot de weg afstemmen op de positie van de andere hoofdgebouwen in het lint. De bijgebouwen staan altijd naast en achter het hoofdgebouw.

2

Uw erf is uw visitekaartje Uw erf is het eerste wat uw (potentiële) bezoekers van uw bedrijf zien. Daarom is het belangrijk dat zeker de voorkant een representatieve uitstraling heeft. Bij functieverandering kunt u meer veranderingen aanbrengen op het achtererf dan op het voorerf. Uw voorerf is ook mede bepalend voor het karakter van het landschap.

Aandachtspunten bij de inrichting van uw erf:

Uw voorerf is uw visitekaartje, daarom is het belangrijk dat uw voorerf een representatieve uitstraling heeft.

De inrichting van uw voorerf Als visitekaartje heeft het voorerf vooral elementen die het aanzicht van uw woning mooier maken. Dat kan bijvoorbeeld een siertuin, boomgaard of moestuin zijn. Ook een groot grindvlak is kenmerkend voor een voorerf. Probeer terughoudend te zijn met het gebruik van vlaggen en grote borden. Het is beter om een bescheiden reclamebord bij een heg langs de weg te plaatsen. Of gebruik bijvoorbeeld een markante boom om op te vallen. Houdt het streekeigen, eenvoudig, sober en stoer met rustige kleuren.

De inrichting van uw achtererf Een terras of speelvoorzieningen zijn typisch elementen voor

4

Een terras of speelvoorzieningen zijn typisch elementen voor een achtererf

een achtererf, deze horen niet op het voorerf. Het achtererf is dan ook typisch de plek waar men werkt, met agrarische elementen als kuilgras, stallen, schuren, de mestput etc. Deze elementen zijn aan het zicht onttrokken, net als het laden en lossen.

Houd rekening met planten en dieren Door te kiezen voor streekeigen beplanting helpt u ook de natuur een handje. Vooral bomen en besdragende heesters leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarde van uw erf. Op uw achtererf kunt u de natuur helpen door een poel of takkenhoop aan te leggen. Vooral op de onverharde stukjes kunnen interessante overhoekjes 5

voor de natuur overblijven.

Activiteiten op het achtererf. 40

Kies voor bescheiden reclame uitingen.

Aandachtspunten voor een aantrekkelijk landschap: Houd het landschap zo open mogelijk Zorg dat het open landschap zo open mogelijk

blijft.

Plaats

daarom

ook

schuilstallen en andere (tijdelijke) bouwsels die eventueel nodig zijn voor een andere

Kies voor een landschappelijke erfafscheiding zoals bij deze camping.

bedrijfsactiviteit op het erf en niet in het open landschap. Probeer daarbij het erf wel zo compact mogelijk te houden.

Combineer landbouw met natuur De randen van uw akkers kunnen een bijdrage leveren aan een aantrekkelijke landschap,

door

bloemenmengsel combineert

u

in

deze

met

een

te

zaaien.

Zo

landbouw

met

natuur.

Deze bloemrijke omzoming kan zelfs

Combineer landbouw met natuur; de randen van uw akkers kunnen een bijdrage leveren aan een aantrekkelijk landschap.

een bijdrage leveren aan een natuurlijke plaagbestrijding. Voor het inzaaien van akkerranden zijn subsidies beschikbaar.

Blijf bij recreatieve activiteiten dicht bij de landelijke stijl.

7

8

9

De foto’s in deze folder zijn voor een groot deel gemaakt door de opstellers. Dit geldt niet voor de genummerde foto’s. De fotoverantwoording/bronvermelding van deze inspirerende voorbeelden vindt u hieronder: Omslag: De kleine Duiker in Barendrecht. Foto: Marijke Lutz 1. Theehuis sliedrecht. Bron: http://www.sliedrecht24.nl 2. Bron: brocante-dewagenschuur.nl 3, 5, 6, 10, 11, 13, 14. Zorgboerderij de Buijtenhof in Rhoon. Foto: Marijke Lutz 7, 8. De kleine Duiker in Barendrecht. Foto: Marijke Lutz 9. Beeld uit boek: Linten in de leegte, uitgave van Gemeente Montfoort 12. Nationaal Landschaps Centrum (NLC) Hoeksche Waard. Foto: HWL

42

10

11

12

13

14

15

6

Voor meer informatie over regels, procedures en vergunningen: Gemeente Albrandswaard Tel: (010) 506 11 11 www.albrandswaard.nl Gebiedscooperatie Buijtenland van Rhoon info@buijtenland-van-rhoon.nl Dit beeldkwaliteitplan voor het Buijtenland van Rhoon is samengesteld met onderdelen van van Mooi IJsselmonde: - open polder - dijken - (verbrede) landbouw Deze onderdelen zijn in januari 2016 opgesteld door de BAR-organisatie in samenwerking met WolfLandschap en Bureau Mentink en een uitgave van de Landschapstafel IJsselmonde. De aanvullingen voor het Buijtenland van Rhoon zijn opgesteld door Peter Verkade Landschapsarchitect. Kijk voor meer inspirate, achtergronden en informatie op www.buijtenlandvan-rhoon.nl, www.mooiijsselmonde.nl en www.groenijsselmonde.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3598/documents/29222