CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

21. 957979 Raadsvoorstel zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie, de bedrijfsvoeringspartner.pdf

Gemeenteraad AW 26 februari 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken19.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

gemeente wenst uit te treden.

behoort ook de vaststelling van een eventuele

5. Het besluit als bedoeld in het eerste lid

deelnemer. Het bestuur maakt zijn besluit bekend

uittreedsom, te betalen door de uittredende

27

wordt terstond ter kennis gebracht van

binnen zes maanden nadat het uittredingsbesluit

het algemeen bestuur.

door de uittredende deelnemer bekend is gemaakt.

6. De financiële schade die door de uittreding aan het openbaar lichaam is

Deze beslistermijn kan eenmaal worden verdaagd met drie maanden.

toegebracht wordt, inclusief de hierdoor

6. Bij het bepalen van de omvang van de uittreedsom

ontstane wachtgeldverplichtingen, aan

geldt de financiële positie van de

de uittredende gemeente in rekening

bedrijfsvoeringsorganisatie op het moment van het

gebracht. In het kader van de afwikkeling

uittreden van de deelnemer als vertrekpunt. Daarbij

van de financiële gevolgen van de

worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

uittreding zal een toewijzing van personeel aan de uittredende deelnemer plaatsvinden en er zal een compensatie verschuldigd zijn voor de overige rechten, verplichtingen en vermogen, tenzij

a. Alleen de schade die het direct, onvermijdelijke, en niet te mitigeren gevolg is van de uittreding komen voor vergoeding in aanmerking. Het gaat hierbij om:

partijen anders overeenkomen.

1o frictiekosten, waaronder wordt verstaan de kosten

7. De hoeveelheid toe te wijzen personeel

van de uittreding; en

wordt bepaald op basis van de GR-

2o desintegratiekosten, waaronder wordt verstaan

begroting over het jaar voorafgaand aan

de kosten die samenhangen met de afbouw van

het jaar van uittreding en betreft zowel

overcapaciteit in personele en materiële sfeer en

het directe als het indirecte personeel.

andere verplichtingen;

8. De hoeveelheid toe te wijzen indirect personeel en de overige rechten, verplichtingen en vermogen worden bepaald op basis van de

die de bedrijfsvoeringsorganisatie maakt als gevolg

3o kosten die de overige deelnemers moeten maken als direct, onvermijdelijk en niet te mitigeren gevolg van de uittreding; b. Voor schadeposten die niet uitsluitend aan de

28

kostenverdelingen, welke zijn opgenomen

uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend,

in de begroting over het jaar

wordt de omvang van de schade berekend door de

voorafgaand aan het jaar van uittreding.

totalen per post naar rato te berekenen op basis van

9. Compensatie voor de overige rechten en verplichtingen, als bedoeld in het tweede lid, zal in een bijdrage ineens voldaan worden. Deze bijdrage is gelijk aan driemaal de bepaalde hoeveelheid overige rechten en verplichtingen zoals bedoelt in het zesde lid. 10. De verrekening van het vermogen wordt verrekend met de bijdrage als bedoeld in het negende lid. 11. Voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in het zesde lid wordt door algemeen bestuur en de uittredende gemeente, gezamenlijk, advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van de

de procentuele bijdrage van de uittredende deelnemer aan de bedrijfsvoeringsorganisatie; c. Toekomstige schade wordt tot vijf jaar na uittreding mede toegerekend aan de uittredende deelnemer; d. Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie spant zich in om al zoveel als mogelijk te anticiperen op de nieuwe situatie, teneinde de schade zo veel als mogelijk te beperken. 7. Bij het bepalen van de personele consequenties geldt het uitgangspunt van ‘mens-volgt-werk’. 8. Indien een uittreedsom moet worden betaald door de uittredende deelnemer, maakt een betalingsregeling, met een maximum van vier jaarlijkse termijnen, onderdeel uit van de vaststelling van de gevolgen van de uittreding.

deskundige in de vorige zin genoemd is

9. Voorafgaand aan de vaststelling van de gevolgen

voor partijen bindend.

van de uittreding door het bestuur, brengt een

12. Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven

Commissie van deskundigen hierover advies uit, met inachtneming van deze Regeling. Daartoe wijzen het bestuur en de uittredende deelnemer – elk voor

29

aan de overige deelnemende gemeenten

eigen rekening – ieder een deskundige aan. Deze

en Gedeputeerde Staten.

twee deskundigen wijzen gezamenlijk een derde deskundige aan als voorzitter. De Commissie van deskundigen regelt haar eigen procedure. De kosten van de werkzaamheden van de voorzitter en de overige kosten worden door het bestuur en de uittredende deelnemer gedeeld. 10. Een deelnemer heeft de bevoegdheid om een keer in vijf jaar het bestuur te vragen een anterieure vaststelling van de gevolgen van uittreding over twee jaar vast te stellen. Het bestuur komt hier binnen zes maanden aan tegemoet. Deze termijn kan eenmaal worden verdaagd met drie maanden. De leden vijf tot en met acht zijn van overeenkomstige toepassing, zij het dat het advies van de Commissie van deskundigen bindend is voor het bestuur. 11. Een deelnemer heeft de bevoegdheid om met toestemming van de raad binnen drie maanden nadat het bestuur een anterieure vaststelling van de gevolgen van een uittreding heeft vastgesteld, een besluit tot uittreding met toestemming van de raad bij de overige deelnemers en het bestuur bekend te maken, voor welke uittreding die reeds vastgestelde

30

gevolgen dan gelden. Artikel 28: Wijziging en opheffing

Artikel 23: Wijziging

1. De regeling wordt aangegaan voor

1. De Regeling kan op voorstel van het bestuur dan

onbepaalde tijd.

wel een van de deelnemers worden gewijzigd bij

2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het daartoe strekkend voorstel aan de betrokken

toestemming van de raden. Een wijziging in de taken

gemeenschappelijke regeling is aansluiting

van de bedrijfsvoeringsorganisatie leidt altijd tot een

gezocht bij de bepaling over uittreding.

wijziging van deze Regeling.

gemeenten.

wordt gedaan, wordt daarover gezamenlijk overleg gevoerd door de deelnemers.

stelt het algemeen bestuur een

3. Een wijziging in het takenpakket kan eerst vijf jaar

liquiditeitsplan op dat voorziet in de

na inwerkingtreding van deze Regeling plaatsvinden.

gemeenten alle rechten, verplichtingen en vermogen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in dit plan te bepalen wijze. Dit plan wordt vastgesteld door de betreffende bestuursorganen van de

afzonderlijke bepalingen opgenomen. Bij de bepaling over wijziging van de

2. Alvorens een voorstel tot wijziging van de Regeling

verplichting van de deelnemende

van de regeling en de opheffing zijn in

gelijkluidend besluit van de deelnemers, na

bestuursorganen van de deelnemende

3. In geval van opheffing van de regeling

Dit artikel is ook geheel vernieuwd. De wijziging

4. Voordat een besluit wordt genomen over de wijziging van het takenpakket, stelt het bestuur bij meerderheid van stemmen de gevolgen van deze wijziging vast. Dit zijn de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen. Tot de gevolgen van wijziging behoort ook de vaststelling

deelnemende gemeenten.

van een wijzigingssom, te betalen door de deelnemer

4. Het dagelijks bestuur is belast met de

deelt de uitkomsten met de deelnemers binnen zes

of deelnemers die wijziging wensen. Het bestuur

31

uitvoering van de liquidatie. 5. Zo nodig blijft het algemeen bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is. 6. Van elk besluit tot wijziging dan wel opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de betrokken gemeenten en Gedeputeerde Staten.

maanden nadat het wijzigingsverzoek is ontvangen. Deze termijn kan eenmaal worden verdaagd met drie maanden. 5. Bij het bepalen van de wijzigingssom is het bepaalde in de leden vijf tot en met zeven van artikel 22 van deze Regeling van overeenkomstige toepassing. 6. Het bestuur kan voor het in kaart brengen van de gevolgen van de voorgestelde wijziging in het takenpakket van de bedrijfsvoeringsorganisatie advies inwinnen bij een Commissie van deskundigen. Daartoe wijzen het bestuur en de, één of meer, deelnemers die de wijziging van de Regeling hebben voorgesteld – elk voor eigen rekening – ieder een deskundige aan. Indien het bestuur de wijziging heeft voorgesteld, wijst het bestuur een deskundige aan en wijzen de deelnemers gezamenlijk een deskundige aan. De twee deskundigen wijzen gezamenlijk een derde deskundige aan als voorzitter. De Commissie van deskundigen regelt haar eigen procedure. De kosten van de werkzaamheden van de voorzitter en de overige kosten worden door het bestuur vergoed. 7. De deelnemers betrekken de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in het derde lid en het

32

eventuele advies van de commissie bij hun besluit. Artikel 24: Opheffing 1. De Regeling kan op verzoek van het bestuur dan wel een of meer van de deelnemers worden opgeheven. 2. Nadat alle deelnemers tot opheffing hebben besloten en de raden daarvoor toestemming hebben gegeven, stelt het bestuur een routekaart voor de opheffing vast. In de routekaart worden in ieder geval de volgende onderwerpen geregeld: a. Een plan van aanpak voor het ontvlechtingsproces; b. De voorgenomen duur van de liquidatie; c. De wijze en frequentie waarop overleg plaatsvindt; d. De bestuurlijk-juridische, personele en financieeloperationele uitgangspunten van de liquidatie; e. De verdeelsleutel die bij de liquidatie wordt gehanteerd. Uitgangspunt daarbij is verdeling naar rato van de bijdrage van de deelnemers; f. De keuze van de onderzoeksbureaus die gezamenlijk worden ingeschakeld; g. de kostenverdeling van het liquidatietraject; h. De afspraken over (de wijze van) continuering van de Regeling gedurende de liquidatie.

33

3. Het bestuur stelt een liquiditeitsplan vast, waarin de financiële, juridisch, personele en organisatorische consequenties van de opheffing worden vastgelegd. Het bestuur kan voorafgaand aan de vaststelling van het liquiditeitsplan een commissie van deskundigen om advies vragen. 4. Het bestuur kan voorzien in een College van vereffenaars met onder meer als taken het nakomen van bestaande verplichtingen, het te gelde maken van overblijvende activa, het overdragen van rechten en verplichtingen aan deelnemers, toezicht en handhaving ten aanzien van al dan niet financiële rechten en verplichtingen van deelnemers en het opstellen van een liquidatieverslag. 5. Het bestuur waakt ertegen dat zijn werkzaamheden die betrekking hebben op de opheffing van de Regeling, zijn taken ter behartiging van de belangen waarvoor de bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld, negatief beïnvloeden. Artikel 29: Ondersteuning

Artikel 25: Ondersteuning gemeenteraden

gemeenteraden 1. Op de gemeenteraden en elk van zijn

Deze bepaling is ongewijzigd ten opzichte van het oude artikel 29.

1. Op de gemeenteraden en elk van zijn leden van de

34

leden van de deelnemende gemeenten is

deelnemende gemeenten is artikel 33 van de

artikel 33 van de Gemeentewet van

Gemeentewet van toepassing.

toepassing. 2. De gemeentelijke verordening ex

2. De gemeentelijke verordening ex artikel 33

artikel 33 Gemeentewet van elke

Gemeentewet van elke deelnemer is van

deelnemer is van overeenkomstige

overeenkomstige toepassing op de uitvoering van het

toepassing op de uitvoering van het

eerste lid.

eerste lid. Artikel 30: Bestaande samenwerkingen

Deze bepaling is vervallen want overbodig.

en deelnemingen 1.De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemende gemeenten afzonderlijk of gezamenlijk met derden blijven bestaan. Dit tot het moment, waarop ieder van de colleges van de deelnemende gemeenten, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het Dagelijks Bestuur, besloten heeft welke van de per gemeente geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de

35

betreffende gemeente gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden. In geval van opzegging kan een college besluiten de betreffende taken te laten uitoefenen door het openbaar lichaam. 2.De in het vorige lid vermelde inventarisatie zal uiterlijk binnen 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling voltooid te zijn. Artikel 26: Evaluatie Het bestuur kan besluiten het functioneren van de Regeling te evalueren. Het bestuur stelt daartoe vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie

De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling een bepaling over evaluatie van de Regeling bevat.

vast, alsmede de wijze van evalueren. Daarbij worden de deelnemers gehoord. Artikel 31: Slotbepaling

Artikel 27: Slotbepaling

1.Het personeel van de deelnemende

1. Het personeel van het openbaar lichaam BAR-

In het eerste lid geeft duidelijkheid over het

gemeenten wordt op 1 januari 2014

organisatie komt van rechtswege in dienst bij de

personeel.

overgedragen aan het openbaar lichaam.

bedrijfsvoeringsorganisatie De

2. De regeling kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke

Bedrijfsvoeringspartner. 2. Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel

In het tweede lid wordt de naam van de

36

regeling BAR-organisatie“ 3. De deelnemende gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van deze regeling voorafgaande aan de inwerkingtreding op een in de desbetreffende gemeente gebruikelijke wijze. 4. Het gemeentebestuur van de gemeente Ridderkerk is aangewezen als het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen. 5. In alle gevallen waarin deze regeling

‘Gemeenschappelijke regeling De

organisatie vastgelegd.

Bedrijfsvoeringspartner’. 3. De regeling treedt in werking op 1 juli 2024. 4. De deelnemende gemeenten dragen zorg voor de bekendmaking van deze regeling voorafgaande aan de

Artikel 26 Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat de regeling in werking treedt op een in de regeling bepaalde dag.

inwerkingtreding op een in de desbetreffende

De bepaling is verder gelijkluidend aan de

gemeente gebruikelijke wijze.

slotbepaling (art. 31) uit de oude regeling.

5. Het gemeentebestuur van de gemeente Ridderkerk is aangewezen als het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 6. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur gehoord de colleges.

niet voorziet, beslist het algemeen bestuur gehoord de colleges.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3627/documents/31553