CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

21. 327869 MRDH inzake Voorlopige jaarstukken MRDH 2020 tbv de rekeningcommissieleden MRDH.pdf

Gemeenteraad AW 31 mei 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken33.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Inhoudelijk en qua vormgeving is deze in lijn gebracht met de in 2020 vastgestelde communicatie/Public Affairs-strategie, met extra aandacht voor actuele en uitgelichte onderwerpen én toegankelijkheidsvereisten. De MRDH zet normaliter in op fysieke, informele maar inhoudelijke ontmoetingen, zoals het Metropoolcafe en werkbezoeken. Als gevolg van de coronacrisis moest de slag gemaakt worden naar digitale bijeenkomsten. Een geslaagd voorbeeld daarvan was MRDH Live!, het jaarlijkse MRDH-congres, waarbij een paar honderd deelnemers via de computer of smartphone een programma mee konden maken over het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid in tijden van de coronacrisis. De corporate communicatiemiddelen, zoals het MRDH-journaal en andere presentatiemiddelen en uitingen, werden vorig jaar actueel gehouden en de investering in monitoring van (social)media werd gecontinueerd. Verder is er hard gewerkt aan het verder op orde brengen van het relatiemanagement en de informatievoorziening aan adviescommissies en gemeenteraden. Tot slot zijn meerdere verhalen gebracht over de onderwerpen die binnen MRDH spelen. 73

Bij de ontwikkeling van de Groeiagenda Zuid-Holland (Investeren in de Regio) zijn het afgelopen jaar digitale beeldverhalen gemaakt die benut worden voor de interne en externe communicatie en de lobby van de deelnemende partijen aan de regionale coalitie. Ook werd geïnvesteerd in een goede maatschappelijke en economische onderbouwing van de Groeiagenda. Daartoe werden opdrachten verstrekt aan de OESO en de Erasmus Universiteit Rotterdam/NEO. De resultaten zijn inhoudelijk benut en worden gebruikt voor de communicatie en Public Affairs. De kosten zijn verdeeld tussen de deelnemende partijen. In het kader van kennismanagement werd de in 2019 gepresenteerde Regioverkenning MRDH in 2020 geactualiseerd, voornamelijk met oog op de gevolgen van de coronacrisis. Dit is bijvoorbeeld benut voor het Sterker uit de Crisis-pakket van Economisch Vestigingsklimaat. Het jaar 2020 was ook het jaar waarin de MRDH een traineeprogramma initieerde, samen met meerdere gemeenten in de metropoolregio. Social media werden benut voor de werving van- en communicatie met jonge academici. Vanwege de coronacrisis heeft de metropool mastercourse strategie, die de MRDH samen met meerdere gemeenten invult, weliswaar doorgang gevonden, maar via digitale invulling.

Personele en materiële overhead totaal De realisatie van de personele en materiële overhead van de MRDH-organisatie levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting:

3.920.331

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020 370.139

Bestuurszaken

64.701

-51.851

116.552

ICT/DIV

522.810

-59.242

582.052

Overige personele lasten

458.108

-252.892

711.000

Financiën/Juridische zaken

173.409

-16.591

190.000

Huisvesting/Facilitaire zaken

905.677

-173.023

1.078.700

Communicatie/Public Affairs

258.136

-81.864

340.000

Bijdrage samenwerkingsverbanden

- 43.857

-43.857

0

Doorbelasting overhead projecten

- 48.206

-48.206

0

6.211.109

-357.387

6.568.496

MRDH TOTAAL OVERHEAD Personele overhead (salarislasten)

Totalen

Realisatie 2020

Gewijzigde begroting 2020 3.550.192

Toelichting afwijkingen: De overhead laat een overschot zien van € 357.387. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 727.526 op de materiële overhead en een negatief saldo op de personele overhead van € 370.139.

74

Personele overhead (salarislasten) Er is een overschrijding van € 370.139 op personele overhead (salarislasten). Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Tevens bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 879.671 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 509.532 positief. Bestuurszaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 51.851. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er in verband met de coronacrisis minder vergaderingen en bijeenkomsten (fysiek) konden plaatsvinden. Het merendeel van de vergaderingen en bijeenkomsten werd digitaal gehouden. In 2019 is er gestart met de implementatie van de nieuwe digitale stukkensysteem. De laatste werkzaamheden hebben in 2020 plaatsgevonden waardoor het project volledig is afgerond. Om dit te kunnen realiseren is een gedeelte van de bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging gebruikt. ICT/DIV De verwachting was dat het gehele budget uitgeput zou worden, echter bedraagt de onderschrijding € 59.242. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door verschuiving in de tijd van de Pilot SharePoint. De verdere implementatie zal in het 1e halfjaar 2021 plaats vinden.

Hier is rekening mee gehouden in de Roadmap 2021 en het bijbehorende budget. Tevens blijkt een gebudgetteerde software update in 2020 niet noodzakelijk en zijn er minder kosten gemaakt voor afschrijving automatisering door een heroverweging van de voorgenomen aanschaf. In het 1e kwartaal 2020 heeft er nog extra ondersteuning met betrekking tot de nieuwe digitale werkplek en begeleiding Roadmap 2020 plaatsgevonden. Om dit te kunnen realiseren is een gedeelte van de bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging gebruikt. Overige personele lasten Ondanks de uitgaven voor aanschaf van thuiswerkproducten en de tijdelijke thuiswerkvergoeding bedraagt de onderschrijding binnen deze kostensoort € 252.892. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de deelbudgetten opleidingen/trainingen, ondernemingsraad en vergoeding woon-werk. Door de coronacrisis zijn minder medewerkers gestart aan een opleiding/trainingen en zijn voorgenomen trainingen voor de ondernemingsraad uitgesteld. Tevens heeft de Nederlandse Spoorwegen op eigen initiatief een pauze regeling ingelast. Hierdoor zijn de kosten voor de openbaar vervoerabonnementen tijdelijk stop gezet. Financiën/Juridische zaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 16.591. In 2020 zijn de kosten met betrekking tot de accountant en inhuur externe expertise lager dan begroot.

Huisvesting/Facilitaire zaken Het pand aan de Westersingel is in 2020 grotendeels gesloten geweest. Deze sluiting heeft een groot effect op alle deelbudgetten binnen deze kostencategorie. De onderschrijding bedraagt € 173.023. Vooral op de deelbudgetten voor schoonmaakkosten, facilitaire diensten, cateringkosten bij vergaderingen en kopieerkosten/drukwerk zijn de gemaakte kosten veel lager dan begroot. Ook zijn vervangingsinvesteringen op het op het gebied van kantoor- en vergadermeubilair in 2020 uitgesteld waardoor er een onderbesteding is op de ingecalculeerde afschrijvingskosten. 75

Communicatie/Public Affairs Aan communicatie en Public Affairs is in 2020 € 81.864 minder besteed dan begroot, voornamelijk vanwege lagere kosten voor regiobijeenkomsten (als gevolg van minder bijeenkomsten door de coronacrisis), minder specialistische inhuur op communicatie en lagere lasten voor media monitoring. Bijdrage samenwerkingsverbanden De opbrengst van de doorbelasting werkplekken en overheadkosten aan Bereik! is niet in de begroting opgenomen en is in die zin een meevaller van € 43.857. Doorbelasting overhead projecten De MRDH is de uitvoerder voor het ABRI project namens een viertal gemeenten. Vanuit voortschrijdend inzicht is besloten een deel van de overhead kosten van ondersteunende diensten door te belasten aan dit project. In 2020 is hier geen rekening mee gehouden in de begroting. Ook dit is een meevaller van € 48.206. Personele en materiële overhead Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat Hierna volgen de overzichten van de verdeling van de hiervoor verantwoorde kosten van de overhead over de Vervoersautoriteit/de Rijksbijdrage BDU verkeer en vervoer, Economisch vestigingsklimaat/de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en een incidentele bijdrage uit de reserve Interne kwaliteitsverhoging. De materiele kosten van de overhead komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer.

Voor een toelichting op de verdeling van de personele lasten van de overhead zie 3.4.1 MRDH-organisatie.

76

Overhead Vervoersautoriteit

Personele overhead (salarislasten)

Realisatie 2020

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020

Gewijzigde begroting 2020

3.020.474

312.775

2.707.699

Bestuurszaken

51.761

-41.481

93.242

ICT/DIV

418.249

-47.393

465.642

Overige personele lasten

366.486

-202.314

568.800

Financiën/Juridische zaken

138.727

-13.273

152.000

Huisvesting/Facilitaire zaken

724.541

-138.418

862.959

Communicatie/Public Affairs

206.509

-65.491

272.000

Bijdrage samenwerkingsverbanden

- 35.086

-35.086

0

Doorbelasting overhead projecten

-38.565

-38.565

0

4.853.096

-269.246

5.122.342

Totalen

Overhead Economisch vestigingsklimaat

Realisatie 2020

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020

Gewijzigde begroting 2020

Personele overhead (salarislasten)

899.857

57.364

842.493

Bestuurszaken

12.940

-10.370

23.310

ICT/DIV

104.562

-11.848

116.410

Overige personele lasten

91.622

-50.578

142.200

Financiën/Juridische zaken

34.682

-3.318

38.000

Huisvesting/Facilitaire zaken

181.135

-34.606

215.741

Communicatie/Public Affairs

51.627

-16.373

68.000

Bijdrage samenwerkingsverbanden

- 8.771

-8.771

0

Doorbelasting overhead projecten

- 9.641

-9.641

0

1.358.013

-88.141

1.446.154

Totalen

77

3.4.3 Rechtmatigheid Rechtmatigheid is één van de kernbegrippen van goed overheidsbestuur. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat overheden publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Daarom nemen overheden zelf maatregelen in de organisatie die waarborgen verschaffen en zijn er ook in de regelgeving eisen aan de interne en externe controle op rechtmatigheid opgenomen. De in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de verordeningen van de MRDH. De accountant geeft een oordeel over de rechtmatigheid volgens het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Dit oordeel maakt onderdeel uit van de controleverklaring bij de jaarrekening. Deze verklaring helpt het bestuur om de rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen te beoordelen en te controleren. Jaarlijks wordt in dit kader gerapporteerd over de naleving van de financiële verordening en het treasurystatuut. Naleving Treasurystatuut MRDH 2016 De bepalingen uit het treasurystatuut zijn in 2020 goed opgevolgd. Naleving financiële verordening MRDH 2015 Met betrekking tot de financiële verordening was er gedurende het verslagjaar nog één artikel waar niet aan werd voldaan.

Hieronder volgt het betreffende artikel en de toelichting daarop: Artikelnummer Omschrijving Artikel 9 lid 4 Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf subsidies in ieder geval een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend.

Toelichting Er worden slechts enkele MRDH subsidies buiten de subsidieverordening om verleend. De verleende subsidies worden in de betreffende programma's verantwoord.

78

Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer is met name extra aandacht nodig voor de volgende drie criteria: 1. het begrotingscriterium; 2. het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium); 3. het voorwaardencriterium. Deze onderwerpen zijn verder uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en verwerkt in het Controleprotocol accountantscontrole MRDH jaarrekening 2020-2021, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 11 december 2020. Hierna volgt een analyse van de rechtmatigheid over het verslagjaar 2020. Ad 1) begrotingscriterium Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging is, - voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft – mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van het algemeen bestuur. Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het algemeen bestuur geformuleerde beleid en/ of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen óf respectievelijk welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan het algemeen bestuur.

Begrotingsoverschrijdingen Voor het operationaliseren van de rechtmatigheidstoets worden de volgende zeven categorieën onderscheiden (Kadernota rechtmatigheid 2018): 1. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel voor begrotingsaanpassing heeft ingediend zijn onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 2. Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd zijn onrechtmatig en tellen wel mee in het oordeel. 3. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet, zijn onrechtmatig maar tellen niet mee in het oordeel. 4. Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen zijn onrechtmatig maar tellen niet mee in het oordeel. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. 5. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn, zijn onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 6.

Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Indien deze overschrijdingen tijdens het verantwoordingsjaar worden geconstateerd betreft het een onrechtmatigheid die wel meetelt voor het oordeel. Indien deze overschrijdingen na het verantwoordingsjaar worden geconstateerd betreft het een onrechtmatigheid die niet meetelt voor het oordeel. 7. Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren. In het jaar van investeren is de 79

budgetoverschrijding onrechtmatig en telt wel mee voor het oordeel. De hogere afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren zijn onrechtmatig maar tellen niet mee voor het oordeel. In de MRDH jaarrekening 2020 is binnen het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer sprake van een budgetoverschrijding. De overschrijding binnen dat programma bedraagt per saldo € 16 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit een overbesteding van € 23,7 miljoen en daarnaast een aantal kleinere onderbestedingen. In het jaar 2020 heeft het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding uitgekeerd om de financiële gevolgen van de coronacrisis op het openbaar vervoer op te vangen. In de begroting is rekening gehouden met 80% voorschot op deze regeling. In de werkelijke kosten is ook de resterende afrekening met de vervoerders van 20% opgenomen. Dit verklaart een verschil van € 23,7 miljoen. Het gaat om een begrotingsonrechtmatigheid die valt onder bovenstaande categorie 3. De budgetoverschrijding wordt namelijk geheel gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, namelijk de nog te ontvangen laatste 20% van de beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk. Deze overschrijding telt daarom niet mee in het oordeel van de accountant over rechtmatigheid.

Ad 2) Het M&O-criterium geldt in het bijzonder voor bijdragen om niet en subsidies; worden subsidies terecht verstrekt en worden ze ook voor het doel waarvoor het is gegeven gebruikt? Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen en is dan ook onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik is feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar is dit in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. MRDH geeft hier invulling aan door aanvragen voor en verantwoordingen van subsidies en bijdragen te toetsen op de te behalen doelstellingen. Daarnaast verzoekt de MRDH in veel gevallen een controleverklaring bij subsidieverantwoordingen. Een groot deel van de geldstromen binnen de MRDH gaat richting partijen als gemeenten en vervoerders. Er zijn nauwelijks particuliere begunstigden van de MRDHgelden waardoor het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik lager is. Uit de interne controles op verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken. Ad 3) Bij het voorwaardencriterium gaat het erom dat bepalingen in wet- en regelgeving worden nageleefd. Het kan hier zowel om interne regelgeving (verordeningen etc) als externe regelgeving gaan.

In het controleprotocol, dat jaarlijks wordt opgesteld, staat de regelgeving opgenomen onder het normenkader. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn met name de gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht (heeft de ontvanger wel recht op de vergoeding of subsidie), hoogte (klopt het bedrag, is de berekening juist) en duur (zijn de juiste termijnen in acht genomen) van belang. Een voorbeeld van het niet naleven van het voorwaarden criterium is het ten onrechte niet Europees aanbesteden van een opdracht. Het voorwaardencriterium is verder uitgewerkt in interne controleprogramma’s. Uit de interne controles op inkopen, verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken.

80

3.5 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., RET N.V. en de Verkeersonderneming, waarvan hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens opgenomen zijn. De verbonden partijen kunnen onderverdeeld worden in vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (Verkeersonderneming).

Er is zeggenschap verkregen over RET en HTM in de vorm van één aandeel van voornoemde vennootschappen. Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 was dit nodig om de inbesteding van het railvervoer aan beide bedrijven mogelijk te maken. Op basis van juridische adviezen (en contra-advies) is gekozen voor een zo licht mogelijke vorm van zeggenschap, waarbij de risico’s voor de MRDH nihil zijn. Aan deze zeggenschap zijn bijzondere rechten gekoppeld. Over een aantal onderwerpen vindt namelijk besluitvorming door alle aandeelhouders van het betreffende vervoerbedrijf plaats op basis van unanimiteit. Het betreft onder meer het goedkeuren van de begroting, het vaststellen van de statuten en het benoemen van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. De MRDH heeft bij een aantal besluiten feitelijk het vetorecht.

81

Naam Vestigingsplaats Visie Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s Beleidsvoornemens Monitoring prestaties Programma en activiteit

HTM Personenvervoer N.V. Den Haag Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio. Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt. De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV. Naamloze vennootschap Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Deelneming in de HTM Personenvervoer van € 1,Per 31-12-2019: € 91.868.126 Per 31-12-2019: € 459.222.369 Over 2019: € 3.919.927 Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden. Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie Verkeer en Openbaar Vervoer.

Naam Vestigingsplaats Visie Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s Beleidsvoornemens Monitoring prestaties Programma en activiteit

RET N.V. Rotterdam Door middel van zeggenschap in RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio. Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt. De andere aandelen van RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam. Naamloze Vennootschap Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Deelneming in de RET van € 1.000,Per 31-12-2019: € 159.645.000 Per 31-12-2019: € 178.407.000 Over 2019: € 5.828.000 Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam. Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie Verkeer en Openbaar Vervoer. 82

Naam Vestigingsplaats Visie Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen

Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang

Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s

Beleidsvoornemens

De Verkeersonderneming Rotterdam De Verkeersonderneming heeft als doel het bereikbaar maken en houden van de Rotterdamse haven, stad en regio door o.a. het ontwikkelen en tot uitvoering brengen van innovatieve concepten. Bereikbaarheid van de stad, regio en havengebied van Rotterdam. De Verkeersonderneming wordt aangestuurd door de Stuurgroep en bijgestaan door de Raad van Advies. De Stuurgroep bestaat uit het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat/RWS, het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam en MRDH. De Raad van Advies wordt gevormd door de vertegenwoordigers van relevante partners voor de bereikbaarheidsopgave van de Rotterdamse regio, die niet in de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd. Dit zijn VNO-NCW West, MKB Rotterdam Rijnmond, Deltalinqs, Ect, KPN, Erasmus Mc, Vopak, Van der Ent, Topmovers, Breeman, CGI, Hogeschool Rotterdam. Stichting (Vice-)voorzitter bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is lid van de Stuurgroep. Een jaarlijkse bijdrage in de exploitatiekosten ad € 209.000 plus de bekostiging van één formatieplaats (€ 105.000). Deze bijdrage is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie Verkeer en Openbaar Vervoer.

Per 31-12-2019: € 301.539 Per 31-12-2019: € 17.846.162 Over 2019: € 48.880 Het risico bestaat dat de Verkeersonderneming verplichtingen aangaat buiten het kader van de vastgestelde begroting en daarmee dus boven het bedrag van de inbreng van de deelnemers. Dit risico wordt beperkt doordat in de statuten is opgenomen dat de bestuurder in specifieke gevallen goedkeuring van de raad van toezicht en de deelnemers van de Stuurgroep nodig heeft, bijvoorbeeld waar het overeenkomsten of investeringen betreft die het daarvoor in de jaarbegroting vastgestelde bedrag te boven gaan. De samenwerkingsovereenkomst met de Verkeersonderneming is verlengd t/m 2021 of zoveel eerder de nieuwe bereikbaarheidsorganisatie is ingeregeld. Tot dan tijd toetst de VO haar operaties aan de looptijd van de samenwerking. Ondertussen werken partijen aan moeder- en aan uitvoeringzijde aan de een nieuwe organisatie met (werktitel) samenwerkingsorganisatie Zuid Holland Bereikbaar.

83

Monitoring prestaties

Programma en activiteit

Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een monitoringsrapportage opgesteld. Voorts wordt uiterlijk 2 maanden voorafgaande aan het komende jaar een jaarplan opgesteld, dat met uitzondering van het onderdeel Vraagbeïnvloeding (dat door de Raad van Toezicht wordt vastgesteld) door de Stuurgroep wordt vastgesteld. Dit plan bevat tenminste de volgende onderwerpen: beschrijving, planning en prioritering werkzaamheden en projecten inclusief beoogde meerjarige resultaten, exploitatie, de organisatie en uitvoerders en de risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. Programma Exploitatie Verkeer en Openbaar Vervoer.

3.6 COVID-19 Programma 1 exploitatie verkeer en openbaar vervoer Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH, is door de COVID-19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020, de Beschikbaarheidsvergoeding, die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Zie in de toelichting van “Wat heeft het gekost” op programma 1 Exploitatie verkeer en openbaar vervoer voor de financiële uitwerking hiervan. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een Transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk.

In dit Transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022) maar ook voor de langere termijn. Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde kortere termijn context, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Verder lijkt het aannemelijk dat het Rijk verwacht dat de MRDH de exploitatievergoedingen ook in 2021 zal blijven uitkeren aan de vervoersbedrijven ook als er minder voor wordt gereden. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit heeft op 25 mei 2020 besloten om het bovenstaande in ieder geval te doen voor de periode van 16 maart 2020 tot 1 juni 2020, waarin sprake was van veel minder aanbod aan OV. Dit was een voorwaarde van het Rijk om te komen tot de Beschikbaarheidsvergoeding 2020. Dit zal, na een nog te nemen bestuurlijk besluit hierover, geen impact hebben op de MRDH-begroting van 2021.

84

Programma 2 Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De effecten van COVID-19 op de mobiliteit worden wekelijks gemonitord op nationale schaal. Door het toevoegen van regionale panels geven wij deze landelijke monitor een meer regionaal karakter. Uit de landelijke monitor is gebleken dat het autoverkeer weer op het niveau is van voor de COVID-19 pandemie, maar meer gespreid is over de dag. Hierdoor is er tijdens de spits nauwelijks sprake van filevorming of vertraging. Uitvoeringsorganisaties als Bereikbaar Haaglanden & Rijnland en De Verkeersonderneming onderzoeken de mogelijkheden dit positieve effect te behouden. In 2020 hebben de wegbeheerders niet aangegeven dat COVID-19 effect heeft op de uitvoering van de projecten die zijn opgenomen in het investeringsprogramma verkeer en openbaar vervoer. Programma 3 Economisch Vestigingsklimaat Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat is er gewerkt aan een pakket van projecten, onder de noemer Sterker uit de crisis. Deze projecten dragen zowel bij aan het economisch herstel als aan de transitie naar de nieuwe economie. Ze dragen bij aan de digitalisering van het midden- en kleinbedrijf, zorgtechnologie, productiesoevereiniteit in de maakindustrie en een leven lang ontwikkelen. Naast het pakket Sterker uit de crisis wordt kennisdeling tussen gemeenten gestimuleerd over de economische gevolgen van de COVID-19 crisis.

Dit middels een webpagina waarop gemeenten vragen kunnen stellen aan elkaar of informatie kunnen delen. Ook zijn er de afgelopen maanden webinars georganiseerd over diverse economische thema’s. Overhead/bedrijfsvoering De eigen organisatie was al volledig ingericht om thuis te kunnen werken. Voor de ondersteuning van het personeel in het thuiswerken zijn wel de nodige thuiswerkproducten aangeschaft. Daarnaast is er besloten om een tijdelijke thuiswerkvergoeding uit te keren aan het personeel. Zie een verdere uitwerking in paragraaf 3.4.2 bedrijfsvoering. Vanuit de MRDH-organisatie is het bestuur voortdurend meegenomen in alles wat er gebeurde rondom COVID-19 en de MRDH. Dit is gebeurd in de vorm van bestuurlijke updates waarin het managementteam van de MRDH de leden van het algemeen bestuur en de MRDH coördinatoren binnen de gemeenten op de hoogte bracht van de laatste ontwikkelingen rondom de MRDH. Voor het taakveld Treasury en dan met name de financiering aan de vervoerbedrijven is onze inschatting dat het risicoprofiel niet wijzigt. Er is op dit moment geen sprake van een duurzame waardevermindering van de gefinancierde activa. Voor onze risico inschatting verwijzen wij naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

85

Deel 2 Jaarrekening

86

Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten 4.1 Overzicht van baten en lasten per programma Staat van baten en lasten Realisatie

2020

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2020

Gewijzigde begroting

Primaire begroting

Realisatie

2020

2020

2019

Lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien

538.380.403 180.056.143 4.573.744 6.211.109 0

16.036.539 -67.960.676 -844.258 -357.387 0

522.343.864 248.016.819 5.418.002 6.568.496 0

422.554.578 284.006.738 4.964.600 6.541.500 0

409.569.601 264.540.397 5.148.601 6.841.115 0

Totaal lasten

729.221.399

-53.125.783

782.347.181

718.067.416

686.099.714

Baten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonersbijdrage

546.144.811 180.056.143 5.035.423 6.168.005

16.231.858 -67.960.676 101.916 -357.387

529.912.953 248.016.819 4.933.507 6.525.392

428.704.176 284.006.738 4.964.600 6.541.500

416.952.857 264.540.397 4.866.927 6.401.421

Totaal baten

737.404.382

-51.984.289

789.388.671

724.217.014

692.761.602

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

8.182.983

1.141.493

7.041.490

6.149.598

6.661.888

Toevoeging aan reserves Geaccordeerd bij bestuursrapportage

7.569.089

0

7.569.089

6.149.598

6.737.208

Onttrekking aan reserves Geaccordeerd bij bestuursrapportage

-163.030

364.569

-527.599

0

-721.368

Gerealiseerd resultaat

776.924

776.924

0

0

646.048 87

4.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 4.2.1 Analyse afwijkingen De verschillen tussen realisatie en begroot worden in de programmaverantwoordingen toegelicht in de hoofdstukken 2.1.3, 2.2.3, 2.3.3 en 2.4.2. 4.2.2 Overzicht van de incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de exploitatie materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor een materieel sluitende exploitatie. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan:  Stortingen in en onttrekkingen aan reserves;  Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Binnen de MRDH zijn dat de verrekeningen met de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. De Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat. Deze reserve heeft een langlopend karakter.

De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en is daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven:

88

Incidentele baten en lasten

Realisatie 2020

Programma's

Lasten

Baten

Dotaties

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Beschikbaarheidsvergoeding Dotatie risicoreserve financiering

€

118.325.000 € 118.325.000

€

€ 118.325.000 € 118.325.000 €

€ € € € € €

44.686.773 5.853.739 3.786.000 3.022.079 29.000 57.377.591

Onttrekkingen Saldo

-

€ € -7.569.089 € -7.569.089

-

€ € € € € €

-

€

-

€ €

6.156 6.156

€ €

€ € 43.104 € 43.104 €

43.857 48.206 92.063

7.569.089 7.569.089 €

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

Rotterdamsebaan Actieprogramma Regionaal OV (AROV) Beter benutten St. Sebastiaansbrug Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet

€ 44.686.773 € 5.853.739 € 3.786.000 € 3.022.079 € 29.000 € 57.377.591 €

-

€

3. Economisch Vestigingsklimaat

Project Bridge €

-

€ €

6.156 6.156 €

€ €

43.857 48.206

-

Overhead

Doorbelasting werkplekken Bereik! Doorbelasting overhead ABRI's Interne kwaliteitsverhoging

Totaal

€ € €

43.104 43.104 €

92.063 €

175.745.695 € 175.800.810 €

-

7.569.089 €

43.104 € -7.470.870

Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer In het jaar 2020 heeft het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding uitgekeerd om de COVID-19 gevolgen te kunnen dekken. Het beschikte bedrag is € 118.325.000. In 2021 verwachten wij eveneens een incidentele vergoeding van het Rijk om de ontstane opbrengstenderving te kunnen dekken. Deze is nog niet voor het hele jaar toegezegd door het Rijk. In de gewijzigde begroting was er rekening gehouden met 80% van de Beschikbaarheidsvergoeding. In 2020 hebben we het gehele bedrag verantwoord.

89

Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Het betreft incidentele baten en de daarbij behorende lasten voor projecten (Actieprogramma regionaal OV, Beter Benutten Vervolg, Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet) waar het Rijk incidenteel een bijdrage voor levert via de BDU van € 11 miljoen. Aanvullend ontvangt de MRDH een bijdrage van het Rijk voor de Rotterdamse baan van € 44,7 miljoen. Tevens is vanuit Delft en de provincie Zuid-Holland een bijdrage voor de St. Sebastiaansbrug van € 3 miljoen ontvangen. Programma 3: Economisch Vestigingsklimaat De in bovenstaande tabel opgenomen baat betreft de laatste betaling van de EU subsidie BRIDGE. Het project is reeds in 2018 afgerond en met deze laatste betaling was in de begroting geen rekening gehouden (€ 6.156 meer incidentele baten gerealiseerd dan begroot). Overhead In 2019 zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot interne kwaliteitsverhoging. De afronding, op het gebied van bestuurszaken in de vorm van digitalisering van vergaderstukken en op het gebied van ICT in de vorm van informatieveiligheid, heeft in 2020 plaatsgevonden. Het samenwerkingsverband Bereik! is gehuisvest in het kantoorpand van de MRDH. De MRDH belast een bedrag door inzake het gebruik van werkplekken. Voor het ABRI project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project.

4.2.3 Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Begroot primair Structurele onttrekkingen Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat Totaal onttrekkingen -

Begroot na wijziging Realisatie Afwijking 484.495 484.495

119.926 -364.569 119.926 -364.569

90

4.2.4 WNT gegevens De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Metropoolregio Rotterdam Den Haag van toepassing zijnde regelgeving: Het algemene WNT-maximum. Het bezoldigingsmaximum in 2020 voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is € 204.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. De leden van het algemeen- en dagelijks bestuur, bestuurscommissie Va, bestuurscommissie EV alsmede de secretarissen in 2020 zijn allen onbezoldigd. WNT-gegevens Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking Gegevens 2020

Gegevens 2019

bedragen x € 1

W. Hoogendoorn

bedragen x € 1

W. Hoogendoorn

Functiegegevens

secretarisalgemeen directeur

Functiegegevens

secretarisalgemeen directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2020

1/1 - 31/12

Aanvang en einde functievervulling in 2019

1/9 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00

Dienstbetrekking?

ja

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging

Bezoldiging

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€

168.056

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€

Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

21.882

Beloningen betaalbaar op termijn

€

6.974

€

189.938

Subtotaal

€

61.415

€

204.000

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

64.312

Totale bezoldiging

€

61.415

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

€

-

Totale bezoldiging

€

189.938

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

54.441

91

WNT-gegevens Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking bedragen x € 1

A.H.P. van Gils

B. Koopman

Functiegegevens

wnd secretaris-algemeen directeur

wnd secretaris-algemeen directeur

Kalenderjaar

2020

2019

2020

2019

Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)

N.v.t.

01/01 - 18/03

N.v.t.

18/03 - 30/08

Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar

N.v.t.

3

N.v.t.

6

Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Maximum uurtarief in het kalenderjaar

€ 193

€ 187

€ 193

187

Maxima op basis van de normbedragen per maand

N.v.t.

€

71.400

N.v.t.

€

155.400

Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

N.v.t.

€

172.600

N.v.t.

€

155.400

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

Bezoldiging Werkelijk uurtarief lager dan het (gemiddeld) maximum uurtarief?

N.v.t.

ja

N.v.t.

Bezoldiging in de betreffende periode

N.v.t.

€

36.900

N.v.t.

€

80.597

Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

N.v.t.

€

72.938

N.v.t.

€

80.597

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Totale bezoldiging, exclusief BTW

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Toelic hting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t. €

72.938

ja

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. €

80.597

92

Hoofdstuk 5 Balans 2020

ACTIVA Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut

31-12-2020

31-12-2019

1.445.983 1.445.983

2.781.321 2.781.321

Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen Overige langlopende leningen

1.126.494.386 1.001 1.077.592.198 48.901.187

1.159.195.013 1.001 1.104.365.000 54.829.012

Totaal vaste activa

1.127.940.369

1.161.976.334

232.239.459 45.506.517 183.144.212 3.588.730

286.964.395 46.175.575 238.435.119 2.353.701

3.548.767 3.548.767

2.076.171 2.076.171

Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

138.984.410 117.371.734

126.693.342 106.439.433

21.612.676

20.253.909

Totaal vlottende activa

374.772.636

415.733.908

1.502.713.005

1.577.710.243

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Liquide middelen (art. 40)

Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

31-12-2020

31-12-2019

30.206.327 100.000 29.329.403 776.924

22.023.344 100.000 21.277.296 646.048

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen

1.127.554.201 1.126.475.889 1.078.312

1.160.252.620 1.159.174.308 1.078.312

Totaal vaste passiva

1.157.760.528

1.182.275.964

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden

12.071.662 12.071.662

33.186.127 33.186.127

Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

332.880.815

362.248.152

198.906.796

216.559.892

131.010.634 2.963.385

143.873.006 1.815.254

Totaal vlottende passiva

344.952.477

395.434.279

1.502.713.005

1.577.710.243

Vlottende passiva (art. 47)

Banksaldi

Totaal activa

PASSIVA

Totaal passiva

93

5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt, alsmede schattingen en veronderstellingen maakt, die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, alsmede van de baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgesteld. Vaste activa Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de lineaire afschrijvingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. De eerste afschrijving start op 1 juli in het jaar van ingebruikname van de investering. De ontvangen investeringsbijdragen van derden zijn in één keer in mindering gebracht op de activering. Investeringen met een economisch nut Materiële vaste activa met een bruto investeringsbedrag van € 10.000 en worden niet geactiveerd, maar worden rechtstreeks ten laste van de exploitatierekening gebracht. Voor investeringen met een economisch nut hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: De volgende materiële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. 94

Financiële vaste activa Financiële vaste activa worden, tenzij hierna anders is vermeld, opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de GR participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Participaties in het aandelenkapitaal van N.V.'s en B.V.'s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van vorderingen verrekend. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserve weerstandsvermogen EV, egalisatiereserve EV, de risicoreserve financieringen, de reserve interne kwaliteitsverhoging, de voorgestelde resultaatsbestemming en het nog te bestemmen resultaat volgens het overzicht van baten en lasten (de programmarekening).

De bestemming van een reserve kan alleen door het algemeen bestuur veranderd worden. De opheffing van reserves dient door middel van een besluit van het algemeen bestuur plaats te vinden indien er vooraf geen einddatum is vastgelegd waarop de reserve komt te vervallen. Passiva met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Netto vlottende schuld met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vlottende schulden hebben een rente typische looptijd van korter dan één jaar.

95

Overlopende passiva De overlopende passiva zijn ook gewaardeerd tegen nominale waarde. Resultaatbepaling Ten behoeve van de gemeenschappelijke kosten zoals opleidingen, huisvesting, automatisering, financiën, communicatie en archief wordt in de begroting een kostenverdeling gemaakt op basis van een verdeelsleutel. Deze kosten worden verantwoord in het onderdeel Overhead. De gemeenschappelijke kosten worden toegerekend aan de dekkingsbronnen op basis van de in de begroting gehanteerde sleutels. De baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. De rijksbijdragen worden verantwoord volgens het principe van Single information Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Verantwoording concessiebedragen Elk jaar verleent de bestuurscommissie Vervoersautoriteit aan vervoerders een subsidie voor het uitvoeren van hun vervoersconcessie. Deze subsidie is gebaseerd op een bijdrage per dienstregelinguur (bus) cq. dienstregelingkilometer (rail). Over de dienstregelinguren cq. dienstregelingkilometers wordt tenminste elk kwartaal gerapporteerd aan de MRDH (MIPOV rapportage). Onder meer via deze verantwoording controleert de MRDH of de afgesproken uren en kilometers zijn gerealiseerd.

Deze controles bieden de MRDH voldoende zekerheid dat deze subsidies juist en rechtmatig worden besteed. De OV subsidies die zijn verleend voor het jaar 2020, worden naar verwachting vanaf het derde kwartaal 2021 vastgesteld door de MRDH. In 2020 zijn subsidies verleend en verkregen voor de Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer vanuit de Regeling Specifieke Uitkering Beschikbaarheidsvergoeding. Deze worden door de vervoerders verantwoord in het derde kwartaal van 2021. Verantwoording subsidiebedragen De kaders voor het verlenen van subsidies binnen de programma’s Exploitatie en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zijn vanaf 2018 vastgelegd in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018. Voor de bevoorschotting en afrekening van tot en met 2017 verleende subsidies is de Tijdelijke subsidieverordening Verkeer en Vervoer MRDH 2015 nog van kracht. Op basis daarvan waren de betreffende subsidieverordeningen van de voormalige stadsregio’s in 2020 nog steeds van kracht. De belangrijkste bepalingen ten aanzien van subsidieverlening, bevoorschotting en vaststelling op grond van de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 luiden als volgt: De wijze van bevoorschotting van de subsidie voor grote projecten wordt per project bepaald en in de beschikking vermeld.

Voor kleine projecten geldt dat er op verzoek, met een daarvoor bestemd formulier, eenmaal een voorschot van 50% van de subsidie kan worden gegeven, mits dit voorschot minimaal € 12.500 bedraagt. Een aanvraag tot vaststelling moet binnen 26 weken na gereedkomen van een project zijn ingediend. Deze moet vergezeld gaan van een eindrapportage inclusief accountantsverklaring (indien maximum subsidiebedrag meer dan € 50.000 bedraagt en er op basis van werkelijke kosten is beschikt), die aangeeft dat het eindverslag in overeenstemming is met de 96

subsidievoorwaarden uit deze subsidieverordening en de afgegeven beschikking tot subsidieverlening, waarna de subsidie kan worden vastgesteld. Op basis van de vaststelling kan de aanvrager een factuur sturen ter hoogte van de vaststelling na aftrek van het reeds verstrekte voorschot. Indien de vaststelling lager is dan het reeds verstrekte voorschot zal de aanvrager een factuur ontvangen. De belangrijkste bepalingen ten aanzien van subsidieverlening, bevoorschotting en vaststelling op grond van de Tijdelijke subsidieverordening Verkeer en Vervoer MRDH 2015 luiden als volgt: Regio Rotterdam: De subsidie wordt in beginsel bij de subsidievaststelling betaald. Er kan eenmaal een voorschot worden verleend. Een eerste voorschot van 50% van de subsidie wordt betaald nadat de aanvrager met een daarvoor bestemd formulier heeft laten weten dat met de uitvoering van het project is gestart. Als het project of programma is uitgevoerd dient men een eindverslag in, vergezeld van een schriftelijke verklaring van de opdrachtgever dat het werk of de maatregelen zijn uitgevoerd overeenkomstig het plan op grond waarvan de subsidie is verleend is.

Daarbij behoort een controleverklaring van de onafhankelijke accountant die aangeeft dat het eindverslag in overeenstemming is met de subsidievoorwaarden uit deze subsidieverordening en de afgegeven beschikking tot subsidieverlening, waarna de subsidie kan worden vastgesteld. Op basis van de vaststelling kan de aanvrager een factuur sturen ter hoogte van de vaststelling na aftrek van het reeds verstrekte voorschot. Indien de vaststelling lager is dan het reeds verstrekte voorschot zal de aanvrager een factuur ontvangen. Regio Haaglanden: De bestuurscommissie Vervoersautoriteit kan een voorschot verstrekken van 50% van het beschikte bedrag onder de voorwaarde, dat moet worden aangetoond dat tenminste 50% van het project is gegund. Een aanvraag tot vaststelling moet binnen 26 weken na ingebruikname of na afronding van een project zijn ingediend. Deze moet vergezeld gaan van een eindrapportage inclusief accountantsverklaring, zoals hiervoor beschreven. In het verslagjaar verleende voorschotten worden als besteding in de exploitatie van dat jaar verantwoord, mits de daadwerkelijke projectvoortgang dat rechtvaardigt.

97

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3339/documents/24836