21. 2024-034008 MRDH gewijzigde GR MRDH.pdf
Tekst van het document
4.De in het derde lid bedoelde commissie regelt zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden aan het dagelijks bestuur en aan het betreffende gemeentebestuur.
4.De in het derde lid bedoelde commissie regelt zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden aan het dagelijks bestuur en aan het betreffende gemeentebestuur.
5.Op basis van het advies treden de in het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen
5.Op basis van het advies treden de in het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij
vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor te leggen aan gedeputeerde staten.
om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor te leggen aan gedeputeerde staten.
6.De kosten van de adviescommissie worden door het dagelijks bestuur en het betreffende gemeentebestuur ieder voor de helft gedragen. Hoofdstuk 8: Overgangs- en slotbepalingen
6.De kosten van de adviescommissie worden door het dagelijks bestuur en het betreffende gemeentebestuur ieder voor de helft gedragen. Hoofdstuk 8: Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8:1 Periodieke evaluatie Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd. De eerste evaluatie vindt plaats twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling. Artikel 8:2 Toezending ex artikel 26 van de wet Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam draagt zorg voor de toezending aan gedeputeerde staten en de minister van de besluiten tot toetreding tot, uittreding uit, wijziging of opheffing van de regeling. Deze besluiten worden ook voor kennisgeving gezonden aan de Minister van Infrastructuur en Milieu. Artikel 8:3 Onbepaalde tijd 1.De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.
Artikel 8:1 Periodieke evaluatie Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd.
2.In 2024 evalueert het algemeen bestuur de regeling, waarbij in elk geval wordt onderzocht of:
2.In 2024 evalueert het algemeen bestuur de regeling, waarbij in elk geval wordt onderzocht of:
a. de doelstellingen van de regeling, gelet op de overwegingen, zijn behaald, of
a. de doelstellingen van de regeling, gelet op de overwegingen, zijn behaald, of
b. voldoende grond bestaat voor continuering van de regeling.
Artikel 8:2 Toezending ex artikel 26 van de wet Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam draagt zorg voor de toezending aan gedeputeerde staten en de minister van de besluiten tot toetreding tot, uittreding uit, wijziging of opheffing van de regeling. Deze besluiten worden ook voor kennisgeving gezonden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Artikel 8:3 Onbepaalde tijd 1.De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.
b. voldoende grond bestaat voor continuering van de regeling. 3.Het algemeen bestuur doet, gehoord de Vervoersautoriteit, aan de bestuursorganen van de gemeenten op grond van de evaluatie, bedoeld in
3.Het algemeen bestuur doet, gehoord de Vervoersautoriteit, aan de bestuursorganen van de gemeenten op grond van de evaluatie, bedoeld in het tweede lid, een voorstel omtrent continuering van de regeling en de voorwaarden waaronder. De zienswijzenprocedure is van toepassing. Artikel 8:4 Inwerkingtreding en citeerwijze 1.De regeling treedt in werking op de dag nadat de Eerste Kamer van de Staten-Generaal het voorstel voor de Wet afschaffing plusregio’s heeft aangenomen. 2.De regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014".
het tweede lid, een voorstel omtrent continuering van de regeling en de voorwaarden waaronder. De zienswijzenprocedure is van toepassing.
Artikel 8:4 Inwerkingtreding en citeerwijze 1.De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 juli 2024. 2.De regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014 ". 3.Artikel 8:3, tweede en derde lid, vervalt per 1 januari 2026.--
3.Artikel 8:3, tweede en derde lid, vervalt per 1 januari 2026.
Artikel II De gemeenteraad geeft het college van Burgemeester en Wethouders en de Burgemeester toestemming op grond van artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen om deze regeling conform dit besluit te wijzigen.
Artikel III 1. Dit Besluit treedt in werking op 1 juli 2024. 2. Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit gemeente ……. Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014
Aldus besloten…………. (verwijzingen naar vergaderingen kunnen evt hier
De raad (plaats datum)
Het college (plaats, datum)
De burgemeester (plaats datum)