20250910 GoFlo Flexwoningen Kleidijk Rhoon raad.pdf
Tekst van het document
Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving
Opdrachtgever
Gemeente Albrandswaard
Versie Datum Opsteller Projectnummer
Versie 5 10 september 2025 R. Nijdam 1508
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1
Samenvatting en conclusie ........................................................................................... 3
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding ..................................................................................................................... 4 Ligging en begrenzing van de projectlocatie ................................................................ 4 Toets aan het toegestane gebruik en de bouwregels ................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 7
3 3.1 3.2 3.3
Het project ..................................................................................................................... 8 Bestaande situatie ........................................................................................................ 8 Aanleiding en totstandkoming locatiekeuze ................................................................ 10 Het project ................................................................................................................... 10
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Beleidskader ............................................................................................................... 15 Inleiding ....................................................................................................................... 15 Rijksbeleid ................................................................................................................... 15 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 17 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 21 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 23
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 24 Inleiding ....................................................................................................................... 24 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw ............................................................ 24 Archeologie ................................................................................................................. 24 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 26 Water........................................................................................................................... 26 Natuur ......................................................................................................................... 28 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 29 Milieuzonering ............................................................................................................. 30 Geluid .......................................................................................................................... 31 Luchtkwaliteit...............................................................................................................
32 Omgevingsveiligheid ................................................................................................... 33 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 34 Gezondheid ................................................................................................................. 35 Conclusie effecten fysieke leefomgeving .................................................................... 35
6 6.1 6.2
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 36 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 36 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 36
7 7.1 7.2
Belangenafweging en conclusie ................................................................................. 37 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? ....................... 37 Conclusie .................................................................................................................... 37
Bijlagen (separaat bijgevoegd) bijlage 1 Archeologisch bureauonderzoek bijlage 2 Verkennend Bodemonderzoek bijlage 3 Natuurtoets bijlage 4 Rapport Natuurkansen bijlage 5 Stikstofdepositie berekening bijlage 6 Watertoets bijlage 7 Akoestisch onderzoek bijlage 8 Quickscan externe veiligheid bijlage 9 Mer beoordeling (PM)
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
2/34
1
Samenvatting en conclusie
Op 1 juli 2024 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard besloten een krediet beschikbaar te stellen voor de realisatie van 70 flexwoningen aan de locatie Achterdijk/Kleidijk. De realisatie van de flexwoningen is op deze locatie niet toegestaan binnen het Omgevingsplan en het daar onderdeel van uitmakende bestemmingsplan Groene Kruisweg - Metrobaan. Om het project mogelijk te maken is een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig. In de voorliggende onderbouwing is het bouwplan beschreven, is ingegaan op de effecten op de fysieke leefomgeving (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl) en de uitkomsten van de onderzoeken. Ook is getoetst aan de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4) en is ingegaan op de participatie die voor het project is uitgevoerd. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie, zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 4, 5 en 6). Gelet op de conclusies uit de hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie.
Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
3/34
Inleiding
2
Inleiding
2.1
Aanleiding
Op 1 juli 2024 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard besloten een krediet beschikbaar te stellen voor de realisatie van flexwoningen aan de locatie Achterdijk/Kleidijk. Het gaat hierbij om 70 tijdelijke woningen van hoge kwaliteit, ruimtelijk goed ingepast, en die een aanvulling vormen op de sociale huurwoningen in Albrandswaard. Flexwoningen worden in de gemeentelijke woonvisie gedefinieerd als woningen die sneller worden gebouwd én op tijdelijk beschikbare locaties kunnen worden geplaatst. Dit verlaagt voor een deel de druk op de bestaande lokale woningvoorraad. De woningen worden geplaatst voor een periode van 15 jaar. De locatie aan de Kleidijk heeft de bestemming ‘Groen’ binnen het bestemmingsplan ‘Groene Kruisweg - Metrobaan’. De realisatie van woningen op deze locatie is niet toegestaan binnen deze bestemming. Om het project mogelijk te maken is een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig. Hiervoor is een onderbouwing nodig van de effecten op de fysieke leefomgeving, de zogenoemde goede onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving (door de VNG afgekort tot GOFLO). Ook zijn meerdere onderzoeken nodig ten behoeve van deze onderbouwing. De voorliggende onderbouwing beschrijft het bouwplan, de effecten op de fysieke leefomgeving en de uitkomsten van de onderzoeken. Ook wordt ingegaan op de participatie die voor het project is uitgevoerd.
2.2
Ligging en begrenzing van de projectlocatie
De projectlocatie ligt aan de Kleidijk (zie afbeelding 1). Het gaat om kadastraal perceel RHO00A-4245. In hoofdstuk 3 is nader ingegaan op de situatie.
afbeelding 1: luchtfoto, met rode stippellijn is de projectlocatie aangeduid (bron: pdok.nl)
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
4/34
Inleiding
2.3
Toets aan het toegestane gebruik en de bouwregels
2.3.1 Inleiding Voor de projectlocatie gelden de volgende plannen: Omgevingsplan gemeente Albrandswaard (2024) Bestemmingsplan Groene Kruisweg - Metrobaan (2011); De bouw- en gebruiksregels zijn beschreven in het Bestemmingsplan ‘Groene Kruisweg - Metrobaan’. Hieronder is ingegaan op de regels uit dit bestemmingsplan. 2.3.2 Bestemmingsplan ‘Groene Kruisweg - Metrobaan’ In afbeelding 2 is de projectlocatie aangegeven op een uitsnede van de verbeelding. Binnen de projectlocatie gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen: Bestemming ‘Groen’; Bestemming ‘Water’; Dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie - 1’ en ‘Waarde - Archeologie - 2’; Dubbelbestemming ‘Leiding -Leidingstrook’; Gebiedsaanduiding ‘wro-zone - wijzigingsgebied 8’; Gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’; Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - leiding’. Hierna is ingegaan op de betreffende bestemmingen en aanduidingen en de betekenis voor het project.
afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Groene Kruisweg - Metrobaan’, de projectlocatie is met witte stippellijn aangeduid (bron: omgevingsloket.nl)
Bestemming ‘Groen’ Het grootste deel van het kadastrale perceel heeft de bestemming ‘Groen’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: groen, water, voet- en fietspaden, perceelsontsluitingswegen, speelvoorzieningen, straatmeubilair en nutsvoorzieningen. De bouwhoogte van andere bouwwerken (geen gebouwen) mag niet meer bedragen dan 5 meter. De woonfunctie is niet toegestaan binnen de bestemming ‘Groen’. Ook zijn er geen gebouwen toegestaan. Om in afwijking hiervan de nieuwe woningen mogelijk te maken is een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig. Perceelsontsluitingswegen zijn wel toegestaan. Ook zijn andere bouwwerken toegestaan zoals straatmeubilair tot 5 meter hoogte.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
5/34
Inleiding
Bestemming ‘Water’ Langs de randen van het kadastrale perceel ligt de bestemming ‘Water’. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterberging en waterhuishouding, extensief recreatief medegebruik, duikers, groenvoorzieningen en bruggen. Ter plaatse van de aanduiding 'brug', zijn de gronden in ieder geval bestemd voor een brug. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen, mag niet meer bedragen dan 5 meter. Er zijn geen gebouwen voorzien binnen de bestemming ‘Water’. Mogelijk dat het bestaande water wordt verbreed ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak. Dat is niet strijdig met de bestemming. Ook de bouw van een nieuwe brug is toegestaan in de bestemming. Dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie - 1’ en ‘Waarde - Archeologie - 2’ Ter bescherming van archeologische waarden zijn de archeologische dubbelbestemmingen opgenomen in het bestemmingsplan. Binnen ‘Waarde - Archeologie - 1’ is archeologisch onderzoek nodig voor bouwwerken en grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm en met een oppervlakte meer dan 100 m2. Binnen ‘Waarde - Archeologie - 2’ is archeologisch onderzoek nodig voor bouwwerken en grondwerkzaamheden dieper dan 100 cm en met een oppervlakte meer dan 200 m2. Voor het project is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit is beschreven in paragraaf 5.3. Uit het onderzoek kwamen geen belemmeringen voor het project naar voren.
Dubbelbestemming ‘Leiding -Leidingstrook’; Ten noorden van het perceel loopt een ondergrondse leidingenstraat. Een klein deel van de noordzijde van het perceel ligt binnen de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingenstrook'. De gronden hier zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse leidingenstraat. Hier geldt dat er ten behoeve van de voor deze gronden geldende bestemming(en) geen bouwwerken mogen worden gebouwd. Hier kan van worden afgeweken, onder de voorwaarde dat de belangen met betrekking tot de betrokken leidingen dit toelaten en alvorens een omgevingsvergunning te verlenen schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leiding. In het project zijn geen bouwwerken binnen deze dubbelbestemming voorzien. Zodoende is er geen strijdigheid met deze dubbelbestemming. Gebiedsaanduiding ‘wro-zone - wijzigingsgebied 8’; Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘wro-zone - wijzigingsgebied 8’ geldt een wijzigingsbevoegdheid om de bestemming te wijzigen in de bestemmingen 'Bedrijf', 'Cultuur en ontspanning', 'Groen', 'Horeca', 'Bedrijf - Opslag', 'Tuin', 'Verkeer - verblijfsgebied' en 'Water' alsmede 'Recreatie', behoeve van een herontwikkeling naar bedrijfs- en/of recreatiegebied. De wijzigingsbevoegdheid biedt geen mogelijkheden voor wijziging naar een woonfunctie.
Zodoende is de wijzigingsbevoegdheid niet van toepassing op het project. Gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’ In het bestemmingsplan is ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone-industrie geregeld dat de bouw van geluidsgevoelige objecten hier uitsluitend is toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen. Inmiddels zijn de normen uit de Wet geluidhinder opgegaan in de Omgevingswet. Voor het project is akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 5.9. Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - leiding’ Een deel aan de noordzijde van het perceel ligt binnen de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding’. Ten aanzien van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone-leiding' geldt dat geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd. Hier mag van worden afgeweken door het college, mits sprake is van gewichtige redenen en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
6/34
Inleiding
Woningen zijn kwetsbare objecten. Er komen geen woningen binnen de gebiedsaanduiding. Zodoende is het project niet strijdig met deze regeling. 2.3.3 Conclusie toets aan bestemmingsregels Het project is strijdig met de gebruiksregels en bouwregels van de bestemming ‘Groen’ vanwege de bouw van woningen, omdat het gebruik als wonen niet is toegestaan en er zijn geen bouwmogelijkheden geboden voor gebouwen. Zodoende is een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit nodig voor de woningen. De realisatie van een perceelsontsluitingsweg is wel toegestaan, evenals de aanleg van paden over het terrein. Rond de bebouwing zullen mogelijk bouwwerken komen, zoals bankjes en dergelijke. Die zijn tot 5 meter hoogte toegestaan in het huidige plan.
2.4
Leeswijzer
In deze onderbouwing is beoordeeld of het project op grond van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie inpasbaar is. Hiervoor is de ruimtelijke situatie beoordeeld (hoofdstuk 2), is op hoofdlijnen getoetst aan het beleid van het rijk, provincie en gemeente (hoofdstuk 3) en zijn de milieu- en omgevingsaspecten afgewogen (hoofdstuk 4). De economische uitvoerbaarheid van het project is beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot is in hoofdstuk 6 de conclusie van de onderbouwing beschreven.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
7/34
3
Het project
3.1
Bestaande situatie
De projectlocatie ligt aan de noordzijde van Rhoon, op de rand van het stedelijk gebied. De projectlocatie maakt onderdeel uit van het buitengebied, een groen buffergebied tussen Rhoon en Rotterdam.
afbeelding 3: vogelvlucht perspectief bestaande situatie (bron: SYNRG)
Het gebied aan de Kleidijk – Achterdijk waar de projectlocatie ligt, is ingesloten tussen de provinciale weg Groene Kruisweg en de metrobaan. Aan de zuidzijde van het perceel is een caravanstallingsbedrijf gevestigd. Verder zijn er woningen aan het lint en diverse bedrijven. De Achterdijk sluit in het zuiden aan op de Rivierweg en aan de noordzijde is een aansluiting voor bestemmingsverkeer op de Groene Kruisweg. Langs de Achterdijk-Kleidijk loopt een fietsverbinding.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
8/34
Het project
afbeelding 4: bestaande situatie, met rode stippellijn is de perceelsgrens aangeduid (bron: pdok.nl)
Het perceel is kadastraal bekend RHO00-A-4245. Het perceel is ongeveer 38 meter breed en ongeveer 210 meter lang en is ontsloten vanaf de Kleidijk. Het hele perceel bestaat uit grasland. Rond het perceel loopt een watergang. Aan de straatzijde staat een klein gebouwtje van ongeveer 26 m2 groot. Bij het gebouwtje is ook de toegang tot het perceel via een dam. Langs de Kleidijk staan bomen. Op het perceel zelf, staan geen bomen, enkel een coniferenhaag bij de toegang.
afbeelding 5: aanzicht vanaf de zuidzijde (bron: google maps)
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
9/34
Het project
3.2
Aanleiding en totstandkoming locatiekeuze
3.2.1 Behoefte aan tijdelijke flexwoningen De woningnood in Nederland is groot. Tot aan 2030 heeft Nederland zo'n 900.000 woningen extra nodig om het woningtekort aan te pakken. Er moeten daarom meer betaalbare woningen komen voor verschillende doelgroepen. Ook de gemeente Albrandswaard heeft hier mee te maken. In het collegewerkprogramma 2022-2026 is opgenomen dat gestreefd wordt naar een evenwichtige woningvoorraad gericht op starters en ouderen, maar ook naar het tijdelijk huisvesten van specifieke doelgroepen. En daarnaast heeft de gemeente, samen met alle gemeenten in Nederland, de opdracht vluchtelingen uit Oekraïne en vergunninghouders op te vangen. Deze opdracht zet extra druk op de behoefte aan huisvesting. Om al op korte termijn de druk op de woningmarkt te verlichten, heeft de gemeenteraad financiele middelen beschikbaar gesteld om tijdelijke huisvesting te realiseren. Door realisatie van de flexwoningen neemt de druk op de wachtlijsten van woningcorporaties af. 3.2.2 Verkenning van locatiemogelijkheden In de afgelopen tijd heeft de gemeente verschillende locaties in Albrandswaard onderzocht. In mei 2023 is de gemeenteraad geïnformeerd over de onderzochte locaties voor tijdelijke huisvesting van specifieke doelgroepen.
In de maanden vóór mei 2023 zijn 23 locaties onderzocht op mogelijkheden voor het realiseren van tijdelijke huisvesting aan de hand van afwegingscriteria. Vijf locaties werden als kansrijk aangemerkt, waarbij uiteindelijk twee locaties nader onderzocht en uitgewerkt zijn. Dit betrof de locatie Stationsstraat (tussen de Molendijk en Intratuin) en de locatie Albrandswaardsedijk (naast sportvereniging Poortugaal). 3.2.3 Vervolg Medio 2024 is aan de raad een voorstel voorgelegd voor het realiseren van tijdelijke huisvesting voor statushouders op een (nieuwe) locatie aan de Achterdijk-Kleidijk. De aangeboden locatie aan de Achterdijk-Kleidijk heeft de voorkeur omdat realisatie van flexwoningen daar als een reele mogelijkheid werd gezien. 3.2.4 Raadsbesluit locatie Achterdijk – Kleidijk De locatie aan de Achterdijk/Kleidijk in Rhoon biedt concrete mogelijkheden om flexwoningen te realiseren. Het gaat om een locatie die omsloten wordt door de metrobaan, de Groene Kruisweg, bedrijven en enkele woningen. Door de directe beschikbaarheid van deze (nieuwe) locatie heeft het college van B&W aan de raad het voorstel voorgelegd voor de realisatie van 70 flexwoningen. Dit heeft geresulteerd in het raadsbesluit van 1 juli 2024 om krediet beschikbaar te stellen voor de realisatie van flexwoningen aan deze (nieuwe) locatie Achterdijk/Kleidijk.
Voorafgaand aan het raadsbesluit van 1 juli 2024 is er overeenstemming bereikt over grondgebruik met de eigenaar van de locatie.
3.3
Het project
3.3.1 Algemeen Het project bestaat uit de realisatie van 70 flexwoningen, welke er voor een periode van 15 jaar komen te staan. Met de verhurende woningcorporatie is afgesproken dat de woningen in eerste instantie voor de helft toe worden gewezen aan statushouders, die Albrandswaard vanwege de wettelijke taakstelling moet huisvesten. De andere helft wordt toegewezen aan starters. Hierdoor ontstaat doorstroming in de bestaande lokale woningvoorraad. Andere doelgroepen hebben daardoor een grotere kans op een woning in de eigen gemeente. De flexwoningen zullen maximaal 15 jaar op de locatie blijven staan. De kosten van het ontwikkelen en plaatsen van de woningen zijn niet laag. De periode van 15 jaar maakt het financieel nog niet haalbaar. Daarom wordt ingezet op additionele gemeentelijke bijdrage en wordt onderzocht of verhuur op een 2e locatie voor weer 15 jaar mogelijk is, dan wel teruglevering via het Rijk.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
10/34
Het project
3.3.2 Verkaveling Voor de verkaveling en positie van de bebouwing zijn verschillende aspecten bepalend geweest. Zo is het noordelijk deel gelegen in de veiligheidszone vanwege de nabijgelegen leidingenstrook. Dit betekent dat de woningen meer op het zuidelijke deel van het perceel dienen te komen. Daarnaast is de locatie gelegen in een gebied met geluidbelastingen vanwege wegmetro en industrie. Dat heeft ertoe geleid dat een verkaveling is onderzocht waarbij de bebouwing afschermend werkt, zodat er een meer geluidluwe binnenzijde ontstaat. Door de woningen te stapelen en in twee L-vormige blokken te plaatsen, is deze afscherming gecreëerd. Er komt een L-blok met twee lagen (ongeveer 6 à 7 meter hoog) en een L-blok met drie lagen (ongeveer 9 à 10 meter hoog). De verkaveling is getoond in afbeelding 6. In afbeelding 8 is een impressie getoond van de verkaveling in 3D, met een mogelijke inrichting van het terrein. De exacte inrichting van het terrein ligt nog niet vast, en ook de exacte ligging van de perceelsontsluitingsweg. Wel is bekend dat de weg aan de zuidwestzijde van het perceel zal komen en dat het parkeren aan de noordzijde zal worden opgelost, waar de woningen niet kunnen komen vanwege de nabijheid van de leidingenstrook en de veiligheidszone.
Verder zal voor de inrichting aandacht zijn voor het aanbrengen van inheemse beplanting om zo de biodiversiteit te vergroten van het huidige grasland (zie hiervoor paragraaf 3.3.3). Ook zal er binnen het perceel extra water worden gerealiseerd ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak.
afbeelding 6: ruimte indeling van het perceel, ter hoogte van de rode vlakken komen de woningen (bron: gemeente Albrandswaard, 29 augustus 2025)
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
11/34
Het project
afbeelding 7: schets verkaveling (bron: gemeente Albrandswaard, 29 augustus 2025)
afbeelding 8: 3D impressie ter illustratie en indicatie (bron SYNRG)
3.3.3 Inrichting en biodiversiteit De tijdelijk te gebruiken locatie ligt in het door de provincie aangewezen ‘groene buffergebied’ (zie paragraaf voor uitleg hierover). Bij stedelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat deze bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit op de locatie. Voor het project is dan ook een verkenning van de natuurkansen gedaan, op basis van eerder uitgevoerd ecologisch onderzoek (IDDS, 10 september 2025). Het rapport is opgenomen als bijlage 4. Omdat er sprake is van een tijdelijke ontwikkeling, is vooral gekeken naar laagdrempelige ingrepen die voldoende effectief zijn en na afloop niet het gebruik in de weg hoeven te zitten. Hieronder zijn de adviezen beschreven. Het zijn adviezen, die meegenomen worden bij de verdere uitwerking van het ontwerp en inrichting van het terrein. De voorgestelde natuurkansen zijn niet strijdig met de regels van het bestemmingsplan, zodoende is hier ook geen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor nodig.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
12/34
Het project
De projectlocatie maakt geen onderdeel uit van beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000- gebied of het NNN. De afstanden tot deze natuurgebieden is ook te groot om een waardevolle bijdrage te leveren aan het versterken van deze natuurgebieden. Wel bestaat de mogelijkheid om de natuurwaarden te versterken op de kavel. Door te kiezen voor inheemse beplanting kan deze na de exploitatieperiode van 15 jaar blijven staan en bijdragen tot de Groene Buffer. Uit de eerder uitgevoerde Natuurtoets (zie par. 5.6) en recente gegevens vanuit het nationaal register (NDFF) komt naar voren dat in het projectgebied en/of directe omgeving geschikt leefgebied aanwezig is voor vleermuizen, algemene broedvogels, algemene amfibie-, vlinder- en plantensoorten. Ook bieden naastgelegen waterlichamen geschikt broedgebied voor algemene vogelsoorten, amfibieën en libellen en leefgebied voor algemene vissoorten. Voor een aantal icoonsoorten van provincie Zuid-Holland (Argusvlinder, weidehommel, zandhommel, huismus, merel, egel, meervleermuis en rosse vleermuis) kunnen natuurkansen worden gecreëerd, zie hieronder. Natuurkansen De projectlocatie kan een grotere functie vervullen voor plant- en diersoorten en de algehele biodiversiteit. In onderstaande tabel is een opsomming gegeven van aan te brengen natuurkansen binnen de projectlocatie.
Ter verduidelijking, dit is een overzicht van mogelijkheden en is opgesteld als advies. In de verdere uitwerking van het ontwerp en inrichting van het terrein wordt een keuze gemaakt. Zoals aangegeven zijn de voorgestelde natuurkansen niet strijdig met de regels van het bestemmingsplan, zodoende is hier ook geen omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor nodig.
Tabel 1: overzicht natuurkansen voor het project (bron: IDDS)
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
13/34
Het project
afbeelding 9: voorbeeld van invulling van de natuurkansen binnen het project (bron: IDDS)
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
14/34
4
Beleidskader
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering van de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project In de omgevingsvisie is in beleidskeuze 2.4 het volgende opgenomen: “overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio’s en bevorderen een onderscheidend en aantrekkelijk vestigingsklimaat”.
In opgave 5 uit de Nationale Omgevingsvisie is beschreven dat de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen vergroot moet worden binnen 30 jaar. Met de Nationale Omgevingsvisie wordt er gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Er is in Rhoon en in de regio een grote woningbehoefte voor de komende 30 jaar. Het Rijk kiest ervoor om bereikbaarheid en omgevingskwaliteit als belangrijkste voorwaarden te stellen ten aanzien van nieuwe woon- en werklocaties. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de benodigde versnelling van de bouw van nieuwe woningen, in dit geval tijdelijk. De beoogde ontwikkeling sluit goed aan bij de beleidsdoelen die op rijksniveau in de NOVI zijn gesteld. 4.2.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
15/34
Beleidskader
Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor rijksinstructieregels gelden zijn hieronder opgesomd: 1. waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) 2. beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) 3. beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; 4. beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; 5. het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; 6.
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; 7. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). 8. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Betekenis voor het project De onderhavige ontwikkeling bestaat uit de realisatie van tijdelijke flexwoningen. Op de specifieke milieu- en omgevingsaspecten zoals veiligheid, water, geluid en bodemkwaliteit, wordt in hoofdstuk 4 ingegaan (punten 1 t/m 4 van bovenstaande opsomming). Hierbij wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de instructieregels. De toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking uit punt 4 is beschreven in paragraaf 4.2.3 hieronder. Aan punt 5 wordt voldaan, het project gaat niet ten koste van ruimte voor toekomstige autowegen, buisleidingen of natuur- of recreatiegebieden.
Ook heeft het project geen negatieve gevolgen voor de staat en werking van de infrastructuur of andere nationale voorzieningen die zijn genoemd onder punten 6 of punt 8. Punt 7 is niet van toepassing, aangezien de bebouwing niet in de openbare buitenruimte is geprojecteerd. 4.2.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand en is opgenomen in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Het bevoegd gezag past de Ladder toe bij een wijziging van het omgevingsplan en de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor zover een omgevingsplan (of een BOPA) voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b.
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
16/34
Beleidskader
Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 5.129g lid 1 Bkl van het. Deze luidt: ‘ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is’. Betekenis voor het project Bij het project gaat het om de realisatie van 70 flexwoningen voor een periode van 15 jaar, gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hieronder is eerst ingegaan op de behoefte en daarna op de locatie. Behoefte De flexwoningen zijn bedoeld voor de inwoners van de gemeente Albrandswaard, waarbij de gemeente er in eerste instantie voor kiest de woningen toe te wijzen aan statushouders en starters. De flexwoningen worden sociale huurwoningen. Dit betekent dat de toewijzingsregels van de gemeentelijke Verordening Woonruimtebemiddeling van toepassing zijn. De woningnood in Nederland is aanzienlijk, met een geschat tekort van 900.000 woningen tot 2030. Albrandswaard wordt geconfronteerd met een tekort aan (betaalbare) woningen. Het collegewerkprogramma 2022-2026 richt zich op de bouw van circa 1.500 woningen waarvan 500 betaalbare woningen. Oplevering van deze woningen start fasegewijs vanaf 2026 en zal doorlopen tot 2030.
Om de woningnood in Albrandswaard op korte termijn te verlichten is de bouw van flexwoningen nodig. In paragraaf 4.4 is ingegaan op het actuele gemeentelijke woonbeleid. In de gemeentelijke Woonvisie 2024-2028 is aangegeven dat de gemeente de mogelijkheid onderzoekt voor het realiseren van flexwoningen voor mensen met een tijdelijke urgente woonvraag. Op grond van het gemeentelijk woonbeleid is te concluderen dat de voorgenomen ontwikkeling zowel kwalitatief als kwantitatief passend is binnen de behoefte. Ligging buiten het bestaand stedelijk gebied De projectlocatie ligt niet in bestaand stedelijk gebied (BSD gebied). In het voorbereidende proces is een verkenning uitgevoerd voor een groot aantal locaties, waaronder ook enkele locaties binnen het bestaand stedelijk gebied. De binnenstedelijke locaties bleken om verschillende redenen echter niet mogelijk om in te zetten voor het realiseren van tijdelijke flexwoningen. Met name omdat de locaties binnen het bestaand stedelijk gebied kansrijk zijn voor andere mogelijke invullingen met een permanent karakter. Er bleken zodoende geen reële alternatieve locaties binnen het bestaand stedelijk gebied voor de tijdelijke flexwoningen.
Daar komt bij dat het gaat om een klein gebied, aangrenzend aan bestaande stedelijke functies en zal het perceel voor de tijdelijke woningbouw hier zorgvuldig worden ingericht met aandacht voor groen en biodiversiteit. Conclusie: De ontwikkeling is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Op basis van deze toetsing kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een zorgvuldig ruimtegebruik.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Algemeen De provincie Zuid-Holland heeft al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie, een Omgevingsprogramma en een Omgevingsverordening. De documenten vormen het omgevingsbeleid van de provincie. De Omgevingsvisie bevat het strategische beleid. Het ruimtelijk-relevante, operationele beleid is opgenomen in het Omgevingsprogramma. De verplichtingen voor plannen van de provincie of lagere overheden zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Omdat het hier gaat om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, is deze getoetst aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hiervoor is gebruik gemaakt van de versie van 1 juli 2025.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
17/34
Beleidskader
4.3.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Voor het project is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) geraadpleegd. De locatie ligt in de volgende relevante werkingsgebieden (zie afbeelding 10). Peilbesluitgebieden Regionale wateren Waterschap Hollandse Delta Gebieden met beschermingscategorie 2 (groene buffer en recreatiegebied) Gebieden met beschermingscategorie 3 (buitengebied) Zuid-Holland De eerste drie werkingsgebieden hebben geen directe relevantie voor het project, maar zijn gericht op het waterschap. De andere drie werkingsgebieden zijn wel relevant. Hieronder is ingegaan op de van toepassing zijnde artikelen en hoe het project hieraan voldoet.
afbeelding 10: uitsnede Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (bron: Regels op de kaart)
4.3.2.1 Algemeen Artikel 7.13 toepassingsbereik In dit artikel is geregeld wat het toepassingsbereik is van de artikelen in Afdeling 7.3 van de omgevingsverordening. Hierin is opgenomen in lid 2 sub b dat de paragrafen 7.3.4 tot en met 7.3.8 en 7.3.15 tot en met 7.3.23 niet van toepassing voor zover het gaat om een omgevingsplan (of BOPA) voor de functiewijziging van bestaande bouwwerken buiten stedelijk gebied ten behoeve van logies voor arbeidsmigranten en asielzoekers mogelijk maken. Aangezien het project niet gaat over de functiewijziging van bestaande bouwwerken, maar de realisatie van tijdelijke nieuwe woningen, is dit artikel niet voor het project van toepassing. Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; b. aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; c. transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Art. 7.43b aanvaardbaarheid soort ruimtelijke ontwikkeling per beschermingscategorie.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
18/34
Beleidskader
1. Een omgevingsplan voor een locatie met beschermingscategorie 3 als bedoeld in artikel 7.42, derde lid, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder soort inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43h. 2. Een omgevingsplanplan voor een locatie met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de soort inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met artikel 7.43i, 7.43j of 7.43k. Artikel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.
Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Beoordeling algemene provinciale regels voor ruimtelijke ontwikkeling De realisatie van flexwoningen kan gezien worden als transformeren zoals is gedefinieerd in artikel 7.43 doordat sprake is van een wijziging van een agrarische naar een stedelijke functie. De locatie ligt binnen gebieden met beschermingscategorieën 2 en 3. Binnen beschermingscategorie 2 kan in beginsel slechts sprake zijn van ontwikkelingen die vallen onder inpassen of aanpassen. Het is echter zo dat de woonfunctie hier tijdelijk zal zijn en na 15 jaar weer verdwijnt. Er is zodoende geen permanente wijziging van de gebiedsidentiteit. Daarom wordt geacht dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 7.43b. Wel is het belangrijk dat de tijdelijke functie zorgvuldig wordt ingepast op grond van de bepalingen in de artikelen 7.43c. en dat de locatiekeuze is gemotiveerd op grond van artikel 7.43d. Zoals is beschreven in paragraaf 3.3.3, is aandacht voor de groene inrichting van het terrein.
Er zal worden ingezet op het vergroten van de biodiversiteit door onder andere het aanbrengen van inheemse beplanting op het terrein en het bieden van verschillende nestvoorzieningen. Hier zal wel de tijdelijkheid van de woonfunctie in acht worden genomen, wat betekent dat het ontwerp doelmatig zal zijn en passend dient te zijn in de exploitatiebegroting. De locatiekeuze is beschreven in paragraaf 3.2. Er is zodoende te concluderen dat het project voldoet aan de artikelen 7.43, 7.43b, 7.43c en 7.43d. Hierna is nog ingegaan op de specifieke regelingen die horen bij de betreffende beschermingscategorieën. 4.3.2.2 Gebieden met beschermingscategorie 3 (buitengebied) Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1. Een omgevingsplan voor een locatie in het buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de gebiedskenmerken en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de kenmerkende maat, schaal en het groene karakter van het landschap; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c.
het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
19/34
Beleidskader
Beoordeling project Zie hiervoor onder andere paragraaf 3, waarin is toegelicht hoe de locatiekeuze tot stand is gekomen en hoe het terrein wordt ingericht. Er zal worden ingezet op het vergroten van de biodiversiteit door onder andere het aanbrengen van inheemse beplanting op het terrein en het bieden van verschillende nestvoorzieningen. Hier zal wel de tijdelijkheid van de woonfunctie in acht worden genomen, wat betekent dat de maatregelen doelmatig zullen zijn en passend dienen te zijn in de exploitatiebegroting. 4.3.2.3 Gebieden met beschermingscategorie 2 (groene buffer en recreatiegebied) Artikel 7.43k (gebiedstype: beschermingscategorie 2 groene buffers) 1. Een omgevingsplan voor locaties binnen groene buffers kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; b. de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; c. de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; d. de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied; e. de natuurwaarde van het gebied; f.
het agrarische karakter van het gebied in de nabijheid van de stedelijke omgeving. Beoordeling project Zie ook de reactie op artikel 7.43h in paragraaf 4.3.2.2. Het terrein heeft in de huidige situatie geen recreatieve betekenis en uit het natuuronderzoek blijkt dat het ook geen bijzondere natuurwaarde bezit. In de tijdelijke situatie met de flexwoningen zal de inrichting van het terrein bijdragen aan de biodiversiteit. Daarbij, het gaat om een tijdelijke functie, wat betekent dat na 15 jaar het terrein weer de bestaande functie in de omgeving zal invullen. 4.3.2.4 Zuid-Holland Er gelden in algemene zin regels voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen de provincie Zuid-Holland. Deze zijn opgenomen in de volgende artikelen: artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) Artikel 7.45c (bereikbaarheid) Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Artikel 7.45f (parkeernorm sociale huur) Hieronder is op de artikelen ingegaan en is de toetsing van het project beschreven. Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt, houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde afgestemde regionale behoefte aan deze ontwikkeling.
De afgestemde regionale behoefte kan blijken uit regionale bestuurlijke afspraken, waaronder een regionale programmering, waarmee gedeputeerde staten geheel of gedeeltelijk hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld. Zie ook paragraaf 4.2.3. Om de woningnood in Albrandswaard op korte termijn te verlichten is de bouw van flexwoningen nodig. In paragraaf 4.4 is ingegaan op het actuele gemeentelijke woonbeleid. In de gemeentelijke Woonvisie 2024-2028 is aangegeven dat de gemeente de mogelijkheid onderzoekt voor het realiseren van flexwoningen voor mensen met een tijdelijke urgente woonvraag. Op grond van het gemeentelijk woonbeleid is te concluderen dat de voorgenomen ontwikkeling zowel kwalitatief als kwantitatief passend is binnen de behoefte. Er wordt voldaan aan artikel 7.44.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
20/34
Beleidskader
Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Het project is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.2.3. Er wordt voldaan aan artikel 7.45. Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) Een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving. Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. Voor het project is gezocht naar een balans tussen verdere verdichting en de leefbaarheid in de buurt en de ruimte op het perceel. De verschillende randvoorwaarden hebben geleid tot de voorgestelde verkaveling en aantal flexwoningen.
Er wordt voldaan aan artikel 7.45b. Artikel 7.45c (bereikbaarheid) Een omgevingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Het project vindt plaats binnen het bestaande wegennetwerk. Er is sprake van een beperkte toename van het aantal woningen. In paragraaf 5.7 is nader ingegaan op de verkeerssituatie. De toekomstige verkeersintensiteiten zijn goed op het bestaande wegennetwerk af te wikkelen. Er wordt voldaan aan artikel 7.45c. Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Binnen het project is aandacht voor duurzaamheid en biodiversiteit, zie ook par. 3.3.3. Voor de beplanting op het terrein wordt gekozen voor een inheemse soort. Ook wordt gedacht aan het realiseren van nestvoorzieningen voor soorten zoals bijen en/of vleermuizen. Er wordt voldaan aan artikel 7.45ca. Artikel 7.45f (parkeernorm sociale huur) In artikel 7.45f is opgenomen dat een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen een parkeernorm hanteert van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning.
In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als er op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren zijn vastgesteld gebaseerd op het autobezit per woningtype of woonoppervlak. In paragraaf 5.7 is ingegaan op de parkeernormen. De gemeente Albrandswaard beschikt over eigen parkeernormen voor sociale huurwoningen, gedifferentieerd op basis van de omvang van een woning. De gemeentelijke normen zijn voor het project aangehouden. Op grond hiervan is te concluderen dat het project voldoet aan artikel 7.45f.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Toekomstvisie 2025 Op 15 april 2013 werd de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 goedgekeurd door de gemeenteraad van Albrandswaard. Deze visie stelt de richting vast waarin de gemeente zich wil ontwikkelen op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur, rekening houdend met
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
21/34
Beleidskader
de wensen van zowel huidige als toekomstige generaties. De visie is gebaseerd op vijf kernpunten, namelijk ondernemen, ontspannen, ontmoeten, ontplooien en ontketenen. Het bijbehorende Ingrediëntenboek bevat initiatieven en ideeën die laten zien hoe deze ontwikkelingsrichting kan worden bereikt. De uiteindelijke keuzes zullen door de burgers van Albrandswaard worden gemaakt. Het is de taak van de gemeente om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting te bewaken. Initiatieven en ideeën die passen binnen de maatschappelijke en economische omstandigheden tot 2025 zullen door de gemeente worden ondersteund. De prioriteiten van de gemeente bij de uitvoering van de Toekomstvisie zijn als volgt: Nabijheid van de gemeente tot haar burgers en partners. Maatwerk in plaats van standaard woningbouw, met nadruk op dorps en levensloopbestendig. Vernieuwing en verbetering van bedrijvigheid, met nadruk op kleinschalige dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid. Transformatie van puur agrarische productie naar duurzaam en verbreed "natuurlijk" boeren. Samenwerking tussen gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties om een uitstekende openbare ruimte te creëren.
Gelijktijdig met de Toekomstvisie werd ook de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, die de uitwerking is van de Toekomstvisie. 4.4.2 Structuurvisie Albrandswaard 2025 Op 15 april 2013 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 vastgesteld. In de structuurvisie wordt aangegeven hoe de gemeente zich op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur wil ontwikkelen, om aan te sluiten bij de wensen en de opvattingen van huidige en toekomstige generaties. De gewenste ontwikkelingsrichting is gevat in vijf O’s: Ondernemen (werken), Ontspannen (recreëren), Ontmoeten (wonen), Ontplooien (leren) en Ontketenen (besturen). In de Toekomstvisie en het bijbehorend Ingrediëntenboek zijn initiatieven en ideeën bijeengebracht om te laten zien op welke manieren de gewenste ontwikkelingsrichting bereikt kan worden. Concrete keuzes moeten de komende jaren door de burgers van Albrandswaard zelf gemaakt worden. De gemeente heeft de taak om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting van de visie te bewaken. Aan initiatieven en ideeën die passen in de maatschappelijke en economische omstandigheden op weg naar 2025 worden door de gemeente medewerking verleend. Prioriteiten bij uitvoering van de Toekomstvisie door de gemeente zijn: De gemeente staat dicht bij haar burgers en partners.
Geen standaard woningbouw, maar maatwerk: dorps en levensloopbestendig. Bedrijvigheid: geen grote hallen, maar vernieuwing en verbetering. Nadruk op kleinschalige dienstverlening (kantoorvilla’s) en dorpse bedrijvigheid (ambachtelijkheid). Van een puur agrarische productie naar ‘natuurlijk’ boeren (verbreden en duurzaam). Gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties zorgen samen voor een excellente openbare ruimte. De structuurvisie kent een kernkoers die is gericht op vijf pijlers, te weten: 1. Van meer naar beter: In plaats van uitbreiden wordt de aandacht verplaatst naar het verbeteren van de gebieden die er al zijn. 2. Identiteit dorpen versterken: Ieder dorp vanuit zijn eigen uitstraling en identiteit versterken. De omliggende polders worden hierbij betrokken. 3. Clusteren: Elke dorpskern gaat een aantrekkelijke bestemming vormen met een eigen maatschappelijk en commercieel voorzieningenpakket. Slimme clusters zorgen ervoor dat verschillende functies van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren. 4. Recreatie verbeteren: Verzilver de potentie van de strategisch gelegen plekken. In wordt gezet op de recreatieve economie.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
22/34
Beleidskader
5. Uitstraling en beleving verbeteren: etaleer Albrandswaard en ondersteun ondernemerschap. Betekenis voor het project In de Structuurvisie Albrandswaard 2025 wordt het realiseren van flexwoningen niet expliciet als afzonderlijk thema behandeld. De visie richt zich op het ruimtelijk beleid in brede zin en biedt kaders voor toekomstige ontwikkelingen, zoals woningbouw, infrastructuur en groenvoorzieningen. Flexwoningen vallen daaronder als onderdeel van de bredere woningbouwopgave, maar worden niet als specifiek beleidsinstrument uitgewerkt in de structuurvisie. Voor het project is dan ook de recente woonvisie meer relevant, zie paragraaf 4.4.3. 4.4.3 Woonvisie 2024-2028 Met de Woonvisie 2024-2028 (vastgesteld 3 februari 2025) geeft de gemeente richting aan de opgaven voor het wonen. De Woonvisie geldt voor vijf jaar (2024 – 2028). Er is in de woonvisie aangegeven dat sprake is van een woningmarktcrisis. Zowel de beschikbaarheid van woningen als de betaalbaarheid van het wonen heeft hieronder te lijden. Voor verschillende groepen is het (zeer) lastig hun woonwens te vervullen. In de woningmarktregio rond Albrandswaard is het aantal huishoudens flink gegroeid en zijn de prognoses voor de komende tien jaar verhoogd. Albrandswaard heeft met name een grote aantrekkingskracht op jonge gezinnen met kinderen uit de regio.
In Albrandswaard is behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad in alle prijsklassen. Het grootste tekort is echter te zien in de sociale huursector en de betaalbare koopsector. In Albrandswaard doen de grootste woningtekorten zich voor onder terugkerende jongeren, huishoudens in de gezinsvormende fase met een middeninkomen, huishoudens die zijn aangewezen op de sociale huur, met of zonder urgentie, aandachtsgroepen met een urgente woonvraag en ouderen. Betekenis voor het project De ambitie is om te komen tot een toekomstbestendige woningvoorraad (ambitie 1) en om meer beschikbare en betaalbare woningen te realiseren (ambitie 2). Het woningtekort is evident. De gemeente Albrandswaard is onderdeel van een grotere woningmarkt. Door samen met andere gemeenten in de regio (betaalbare) woningen te bouwen volgens afspraken in het Regioakkoord, draagt de gemeente bij aan voldoende beschikbare en betaalbare woningen voor inwoners en woningzoekenden in Albrandswaard. Omdat het tekort aan woningen een urgente opgave is, biedt op korte termijn flexwonen een oplossing voor verschillende doelgroepen om aan hun woningbehoefte te voldoen.
4.5
Conclusie beleidskader
Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.
Goede onderbouwing effecten op de Fysieke Leefomgeving Flexwoningen Kleidijk, Albrandswaard
23/34
Omgevingsaspecten
5
Omgevingsaspecten
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. De beschrijving wordt per aspect in een aparte paragraaf opgenomen en kan vervolgens in subparagrafen worden onderverdeeld. De gemeente kan omgevingswaarden vaststellen in het omgevingsplan. Het moet dan gaan om omgevingswaarden die het gemeentebestuur kan beïnvloeden of beheersen door de inzet van beleidsinstrumenten, zoals voor geur of geluid. Door de gemeente zijn nog geen omgevingswaarden in het omgevingsplan vastgesteld.
5.2
Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw
5.2.1 Algemeen Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 5.2.2 Betekenis voor het project De locatie heeft geen specifieke cultuurhistorische, monumentale waarden. De projectlocatie ligt niet op gronden met cultuurhistorische waarde, zoals beschermd kasteel- en landgoedbiotoop. Daarnaast ligt het niet in een beschermd molenbiotoop of een beschermd stads- en dorpsgezicht. Vanuit landschappelijk oogpunt maakt het perceel onderdeel uit van het grotere groene buffergebied tussen de noordzijde van Rhoon en het stedelijk gebied van Rotterdam. Doordat de woningen hier tijdelijk komen, is er geen permanente invloed op de bufferfunctie.
Ook komt de bebouwing zuidelijk op het perceel, dicht bij de bestaande bebouwing aan de Kleidijk en niet los van de bebouwing achter op het terrein. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie en landschap er geen belemmeringen bestaan voor het project.
5.3
Archeologie
5.3.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen