20250310 Hof van Poortugaal_vastgesteld_Regels.pdf
Tekst van het document
Bij de beoordeling of sprake is van voldoende parkeergelegenheid, is het mogelijk om dubbelgebruik toe te passen tussen bezoekersparkeren en bewonersparkeren en parkeren van andere functies, op basis van de aanwezigheidspercentages zoals gegeven in de CROW publicatie ASVV 2021 of een recentere versie hiervan. d. In afwijking van lid a. geldt voor sociale huurappartementen een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per woning (dit is incl. bezoekersparkeren van 0,3 per woning). e. De in lid a. bedoelde parkeergelegenheid moet afmetingen hebben die afgestemd zijn op de richtlijnen opgenomen in de CROW publicatie ASVV 2021 of een recentere versie hiervan. f. B&W zijn bevoegd van het bepaalde onder a. t/m e. bij omgevingsvergunning af te wijken, indien: 1. het geldende gemeentelijke parkeerbeleid daartoe mogelijkheid biedt; 2. zij van oordeel zijn dat er op andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; of 3. zij van oordeel zijn dat het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en geen sprake zal zijn van onevenredige toename van de parkeerdruk en geen afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid. 20.3
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt, voor zover dit niet al in de bestemming zelf is aangegeven, in ieder geval gerekend: a. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden als standplaats voor kampeermiddelen of andere onderkomens; b. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden als opslag- of bergplaats voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, voer-, vaar- of vliegtuigen, werktuigen, machines of onderdelen hiervan, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden voor het storten of lozen van puin, vuil, of andere vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; d. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, (raam)prostitutie of escortbedrijf; e. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden als ligplaats voor woonschepen, drijvende woningen of recreatie-arken; f. het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor permanente bewoning, voor zover de betreffende gronden niet voorzien zijn van een daartoe passende bestemming; g. het gebruiken en/of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen bij een (bedrijfs-/dienst)woning voor (zelfstandige) bewoning.
36
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Hof van Poortugaal
20.4
Uitzondering
het bepaalde in 20.3 onder b. en c. is niet van toepassing op het (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken.
Regels (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Hof van Poortugaal
Artikel 21 21.1
Algemene aanduidingsregels
geluidzone - industrie
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geldt de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder en zijn nieuwe geluidsgevoelige objecten uitsluitend toelaatbaar met inachtneming van de maximaal toelaatbare geluidswaarden volgens de Wet geluidhinder. 21.2
veiligheidszone - leiding brandstof
Op de gronden binnen de aanduiding 'veiligheidszone - leiding brandstof' geldt dat: a. geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd; b. burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde onder a mits sprake is van gewichtige redenen; c. alvorens de omgevingsvergunning voor het afwijken te verlenen wordt advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. 21.3
karakteristieke bebouwing
a. Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' bouwwerken te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders. b. Het bepaalde in lid a. is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die uit het oogpunt van te beschermen belangen van ondergeschikte betekenis zijn. c. Een vergunning als bedoeld in lid a. wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige schade wordt toegebracht aan de cultuurhistorische waarde van de bebouwing. d. Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in lid a. advies in bij de gemeentelijke monumentencommissie en welstandscommissie.
38
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Hof van Poortugaal
Artikel 22 22.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de bepalingen in de regels ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de bouw ten dienste van het openbaar nut van: 1. niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut waarbij de inhoud niet meer mag bedragen dan 150 m3 en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m, gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd; 2. andere bouwwerken, zoals standbeelden, uitingen van kunst en dergelijke, met een bouwhoogte van niet meer dan 10 m. b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, bouwpercelen, bouwen functieaanduidingen, dan wel bouwvlakken, indien bij de definitieve uitmeting of verkaveling of bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuivingen nodig zijn in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan, mits niet meer dan 10% zal worden afgeweken van de vastgelegde oppervlakte of niet meer dan 2 meter van een grens; c. het afwijken van de voorgeschreven maatvoeringen voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze wijzigingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met ten hoogste 10% mag worden afgeweken; met betrekking tot deze omgevingsvergunning voor het afwijken geldt, dat: 1. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet; 2.
de omgevingsvergunning voor het afwijken slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welke 'als recht' zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder verleende omgevingsvergunning voor het afwijken ten aanzien van de bouwnorm is niet toegestaan; 3. het oprichten van andere bouwwerken, zoals antenne-installaties en vlaggenmasten, met een bouwhoogte van niet meer dan 20 m. d. het afwijken van de bouwregels en toestaan dat bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten worden gebouwd met een hoogte van maximaal 40 m. e. het schrappen of wijzigen van de gegeven bestemming 'Waarde - Archeologie 5' indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken, dat niet langer sprake is van een gebied met oudheidkundige waarden, dan wel nadat er sprake is van opgravingen en documentatie waardoor de planologische bescherming niet langer gehandhaafd behoeft te blijven; Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de omgevingsvergunning voor het afwijken dient in de belangenafweging eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid (voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer).
Regels (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Hof van Poortugaal
Hoofdstuk 4 Artikel 23 23.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
23.1.1 Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 23.1.2 Afwijking vergroting bouwwerken Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning eenmalig afwijken van het bepaalde in sublid 23.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sublid 23.1.1 met maximaal 10%. 23.1.3 Uitgesloten bouwwerken Sublid 23.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 23.2
Overgangsrecht gebruik
23.2.1 Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 23.2.2 Verbod verandering gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 23.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 23.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 23.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 23.2.4 Uitgesloten gebruik Lid 23.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
40
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Hof van Poortugaal
Artikel 24
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan Hof van Poortugaal'.
Regels (vastgesteld)
41