CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

20. 607106 Raadsvoorstel vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2023.pdf

Gemeenteraad AW 19 december 2022, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken32.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorstel Onderwerp: Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 2023

College van burgemeester en wethouders 8 november 2022

Portefeuillehouder Mario Bianchi

Zaaknummer 607106

Openbaar

E-mailadres opsteller: k.djodikromo@bar-organisatie.nl

Geadviseerd besluit 1. Vast te stellen de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2023; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Leges 2023; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2023; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023. 2. In te trekken de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2022; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2022; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2022; • Verordening en tarieventabel Leges 2022; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2022; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2022.

1/7

Raadsvoorstel Inleiding Belastingtarieven en –verordeningen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. De tarieven zoals we deze nu aan u voorstellen zijn gebaseerd op de in de begroting 2023 geraamde opbrengsten. Beoogd effect De belastingtarieven en – verordeningen voor het belastingjaar 2023 vast te stellen, opdat de leges en belastingen per 1 januari 2023 formeel geheven kunnen worden. Argumenten 1.1. De belastingverordeningen worden aangepast op grond van actuele wet- en regelgeving De VNG-modelverordeningen gemeentelijke belastingen zijn als basis gebruikt om de teksten van de belastingverordeningen te actualiseren. 1.2. De voorgestelde belastingtarieven zijn gebaseerd op en in overeenstemming met de opbrengstramingen uit de programmabegroting 2023 De voorgestelde tarieven zijn in overeenstemming met de in de begroting 2023 opgenomen ramingen van opbrengsten uit gemeentelijke belastingen en heffingen en de inzet van middelen uit de voorzieningen. 2.1. Met de vaststelling van de nieuwe belastingverordeningen en tarieventabellen komen de oude verordeningen en tarieventabellen te vervallen Bij het vaststellen van de belastingverordeningen en –tarieven voor het jaar 2023 worden de verordeningen en tarieventabellen van voorgaande jaren ingetrokken. Oud maakt plaats voor nieuw.

Het tarievenbeleid 2023 In de Kaderbrief 2022-2023 zijn de kaders opgenomen die gelden ten aanzien van de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing geldt als uitgangspunt kostendekkende tarieven met of zonder inzet van voorzieningen. Voor onroerende zaakbelastingen en leges wordt als uitgangspunt gehanteerd 3% stijging, waarbij voor leges tevens geldt dat het maximaal kostendekkend mag zijn. Per belastingsoort geven we u hierna een overzicht van en toelichting op de voorgestelde tarieven voor 2023. • Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB-opbrengst stijgt in 2023 met 3%. Deze stijging van de opbrengsten is exclusief extraopbrengsten als gevolg van areaal uitbreiding. Inclusief areaaluitbreiding is de OZB-opbrengst voor 2023 geraamd op € 7.596.900. • OZB-tarieven 2023 Uitgaande van de hiervoor genoemde OZB-opbrengst en de door SVHW verwachte waardestijging inclusief areaaluitbreiding worden de volgende tarieven ter vaststelling voorgesteld. De verwachte waardestijging leidt tot een daling van de tarieven in 2023.

We stellen u de volgende tarieven ter vaststelling voor: OZB-tarieven 2022 2023 Eigenaren woningen 0,1172% 0,1038% Eigenaren niet-woningen 0,3735% 0,3767% Gebruikers niet-woningen 0,2845% 0,3192% • Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing dient ter dekking van de kosten van het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. In de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2023 is een kostenonderbouwing van de tarieven voor de afvalstoffenheffing opgenomen. Met ingang van 2022 geldt naast een vast tarief ook een variabel tarief. Uitgangspunt bij de invoering van het variabel tarief is dat dit tarief de variabele kosten dekt. Onder de variabele kosten wordt verstaan: verwerkings-, handelings- en afvaltransportkosten van de fractie Rest/PMD. In de vergadering van 31 oktober 2022 is de raad akkoord gegaan met het voorstel en heeft conform besloten om te komen tot een meer evenredige verdeling van de lasten bij het beginsel van “de vervuiler betaald”. Het komt erop neer dat ten opzichte van de bij de begroting berekende vaste tarieven dalen en de variabele tarieven stijgen, waardoor het de inwoners motiveert om beter te scheiden.

2/7

•

Invoering nieuw tariefsysteem: tarief voor een tweepersoons huishoudens met ingang van 2023 Het raadsbesluit van 31 oktober 2022 houdt in dat een nieuw tarief voor tweepersoonshuishoudens wordt geïntroduceerd. • Variabele tarieven stijgen De variabele tarieven voor het aanbieden van afval stijgen als gevolg van het raadsbesluit van 31 oktober en zien er als volgt: van € 0,75 naar € 1,15 per zak en van € 3,00 naar € 4,60 per minicontainer. • Onvermijdbaar medisch afval Met de invoering van het variabele tarief kunnen inwoners die als gevolg van een chronische ziekte of handicap van hem of haar zelf of van personen die behoren tot zijn/haar huishouden extra afvalstoffen van substantiële omvang aanbieden, op aanvraag, aanspraak maken op vermindering van de variabele heffing op het aantal aanbiedingen. Dit beleid blijft in 2023 ongewijzigd. • Kwijtschelding voor het vast tarief afvalstoffenheffing Kwijtschelding wordt verleend voor het vast tarief afvalstoffenheffing. Dit beleid blijft ongewijzigd voor 2023. Het variabel deel van het tarief wordt nog wel in rekening gebracht. Hiermee worden alle huishoudens zoals opgenomen in het afvalbeleidsplan gestimuleerd PMD/Rest te scheiden.

• Tarieven afvalstoffenheffing 2023 De ter vaststelling voorgestelde tarieven zien er als volgt uit: Afvalstoffenheffing 2022 2023 Eenpersoonshuishoudens (vast tarief) € 274,92 € 243,00 Tweepersoonshuishoudens (vast tarief) € 315,00 Meerpersoonshuishoudens (vast tarief) € 366,60 € 333,00 Variabel tarief per ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer € 0,75 € 1,15 Variabel tarief per lediging van een minicontainer € 3,00 € 4,60 Overige tarieven 2022 Voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval (met uitzondering van chemisch afval en asbest), per aanvraag (max. 3 m³ per keer) € 40,00 Voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval, per aanvraag (max. 3 m³ per keer) € 40,00 Indien kwijtschelding van gemeentelijke belasting is verleend, wordt restitutie voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval of grof tuinafval verleend voor maximaal € 80,-- (2 keer € 40). Eenmalige kwijtschelding wordt verleend voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval na overlijden. Voor het op aanvraag omwisselen van € 75,00 een minicontainer Voor het verstrekken van een of meerdere minicontainer(s), per aanvraag € 75,00 Voor het op aanvraag verstrekken van een vervangende minicontainer als gevolg van beschadiging of verlies door eigen schuld € 75,00

2023

€ 40,00

€ 40,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

3/7

Voor het verstrekken van een nieuwe of extra afvalpas € 20,00 € 20,00 Voor het op aanvraag van inwoner kostbaarheden uit de ondergrondse container halen € 75,00 € 75,00 • Rioolheffing De opbrengst uit de rioolheffing is bedoeld om de kosten te kunnen verhalen voor noodzakelijke maatregelen voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen voor grond- en hemelwater. Om kostendekkende tarieven voor de rioolheffing te bereiken wordt voor 2023, in overeenstemming met de begroting, voorgesteld om de hierna volgende tarieven vast te stellen. Hierbij worden beklemde voorzieningen voor 2023 ingezet om op een kostendekkend niveau te blijven. • Tarieven rioolheffing 2023 Voor het belastingjaar 2023 worden de volgende tarieven ter vaststelling voorgesteld: Rioolheffing 2022 2023 Eenpersoonshuishouden 202,86 220,44 Meerpersoonshuishouden 270,48 294,00 • Lijkbezorgingsrechten De tarieven lijkbezorgingsrechten worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 3%. Per 2021 zijn diverse tarieven gewijzigd. Het tarief voor de onderhoudskosten is per 2021 gewijzigd in diverse tarieven afhankelijk van het type graf. Dit resulteerde in 2022 voor een nieuw tarief voor een dubbelgraf Poortugaal 1 diep voor € 130,--. Voor nabestaanden die bewust gekozen hebben voor een jaarlijkse betaling is dit een verhoging van ruim 50%. Bezwaarden zijn inmiddels gecompenseerd.

Voor de nabestaanden die al voor 2021 een jaarlijkse vergoeding betalen wordt het nieuwe tarief per 2023 € 90,-- (artikel 6.122a). • Leges, overige heffingen en retributies De teksten in de tarieventabel zijn conform de actuele VNG-modelverordening aangepast. Dit heeft ertoe geleid dat sommige bepalingen zijn vernummerd en/of anders zijn omschreven. In overeenstemming met de uitgangspunten voor gemeentelijke belastingen geldt hierbij in beginsel een stijging van de opbrengsten met 3% waarbij tevens geldt dat de tarieven maximaal kostendekkend zijn. • Afronding op 10 eurocent: Bij de afronding van de legesbedragen wordt de landelijke richtlijn gevolgd door af te ronden op 10 eurocent naar boven.

- Leges burger- / publiekszaken • Nieuw tarief voor digitale aanvragen voor verstrekkingen uit basisregistratie persoonsgegevens In verband met de mogelijkheid om digitaal aanvragen voor verstrekkingen uit de basisregistratie persoonsgegevens in behandeling te nemen en daarvoor leges in rekening te kunnen brengen is een nieuw artikel in de tarieventabel leges toegevoegd (zie artikel 1.4.1.1: Het tarief bedraagt voor het digitaal in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van een ingezetene, per verstrekking: € 6,80.) - Leges APV- en overige vergunningen of ontheffingen • Tarieven voor urgentieverklaringen in het kader van huisvestingswet ongewijzigd voor 2023 Voor urgentieverklaringen wordt verwezen naar de bepalingen van de Verordening Woonruimtebemiddeling Rotterdam 2020. Deze regels gelden namelijk ook voor de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Voor 2023 zijn er geen wijzigingen en blijven de huidige tarieven gehandhaafd.

• Leges Leegstandswet: de hoogte van het tarief voor vergunning tot tijdelijke verhuur leegstaande ruimte op hetzelfde niveau voor gemeenten binnen de BAR samenwerking De hoogte van de tarieven voor leges in het kader van de Leegstandswet is voor alle drie de gemeenten binnen de BAR samenwerking op gelijk niveau met toepassing van inflatiecorrectie, aangezien in de praktijk meestal sprake is van een aanvrager voor de drie gemeenten. • Leges in het kader van Wegenverkeerswetgeving (artikel 1.9.5)

4/7

Conform de Modelverordening van de VNG is de titel van de paragraaf gewijzigd van Verkeer en Vervoer in Wegenverkeerswetgeving. Op grond hiervan zijn de bepalingen in de tarieventabel geactualiseerd, vervallen en/of vernummerd. Daarnaast worden leges voor parkeerontheffingen voortaan verschuldigd per kenteken, voertuig, persoon, locatie of evenement. De volgende wijzigingen worden in dit kader voorgesteld: • Parkeerontheffing blauwe zone (artikel 1.9.5.1) De tekst is geactualiseerd. Daarnaast wordt met ingang van 2023 voorgesteld om duidelijk te omschrijven dat de ontheffing geldt per voertuig/per kenteken. Dit voorkomt dat één ontheffing gebruikt kan worden voor meerdere voertuigen, hetgeen niet de bedoeling is. Tenslotte is voorgesteld om de hoogte van het tarief voor de drie gemeenten binnen de BAR-samenwerking op hetzelfde niveau te houden. • Parkeerontheffing uitsplitsen in tijdsduur: nieuwe tarieven voor dag, week, maand en jaar (artikel 1.9.5.2.1 t/m 1.9.5.2.4) In de praktijk ontstond een ongewenste situatie waarbij voor een ontheffing van een dag dezelfde leges moet worden betaald als voor een ontheffing van een jaar. Met dit voorstel wordt deze situatie voorkomen. Er gelden met ingang van 2023 tarieven voor een dag, week, maand en jaar.

• Nieuw artikel: ontheffing voor het houden of deelnemen aan een wedstrijd met voertuigen (artikel 1.9.5.3.2) Er is vooralsnog geen bepaling voor een ontheffing voor het houden of deelnemen aan een wedstrijd met voertuigen op de openbare weg. Er is behoefte aan om deze mogelijkheid op te laten nemen. • Leges voor ontheffing voor het vervoer van gevaarlijke stoffen uitsplitsen in dag, jaar en drie jaren (1.9.5.4.1 t/m 1.9.5.4.3) De leges voor ontheffing voor het vervoer van gevaarlijke stoffen was niet duidelijk genoeg omschreven, waardoor er een ongewenste situatie ontstond met betrekking tot de geldigheid van een verkregen ontheffing. Met dit voorstel wordt duidelijkheid gegeven. Uitsplitsing verlaagt de drempel voor het doen van een aanvraag (en het risico op illegaal gedrag) en biedt meer mogelijkheden voor het leveren van maatwerk. • Nieuw artikel voor leges: ontheffing voor de rijbewijsplicht voor het besturen van gehandicaptenvoertuigen voor bestuurders jonger dan 16 jaren (artikel 1.9.5.8) Dit is een bevoegdheid van het college waar in de praktijk de behoefte bestaat voor het aanvragen van deze ontheffingen. • Nieuw artikel voor leges: ontheffing voor het parkeren grote voertuigen (artikel 1.9.5.9) Deze bepaling ontbreekt vooralsnog en is nergens eerder opgenomen, terwijl hieraan behoefte bestaat en de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) dit mogelijk maakt.

- Leges omgevingsvergunning De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet is wederom verschoven naar 1 juli 2023. De tarieventabel zal met de inwerkingtreding van deze nieuwe wet per die datum worden gewijzigd. Dit houdt in dat hoofdstuk 2 van de tarieventabel leges geheel zal worden vervangen door de nieuwe bepalingen op basis van de nieuwe Omgevingswet. In het eerste kwartaal van 2023 zal de raad in dit kader worden verzocht om een wijzigingsverordening van de tarieventabel leges omgevingsvergunning vast te stellen. • Leges welstandstoets : Tarieven blijven ongewijzigd voor 2023 De tarieven van de Welstandcommissie Dorp Stad en Land zijn voor 2023 niet gewijzigd. Dit zal ook worden overgenomen, hetgeen betekent dat voor welstandstoets ongewijzigd blijven. • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 In de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 is onder andere geregeld en opgenomen dat voor de afvalstoffenheffing de kwijtschelding geldt voor het vaste tarief. Deze bepaling blijft voor 2023 ongewijzigd. Overleg gevoerd met Adviseurs van het cluster Financiën en collega’s van de betreffende clusters die de betreffende diensten leveren en vertegenwoordigers van het SVHW. Kanttekeningen Niet van toepassing

5/7

Uitvoering/vervolgstappen De besluiten zullen bekend worden gemaakt en gepubliceerd op de website www.officiëlebekendmakingen.nl. Daarnaast wordt het opgenomen in het huis-aan-huisblad “De Schakel”. De vastgestelde tarieven en verordeningen zullen ter verdere uitvoering worden doorgestuurd naar het SVHW. Financiën De berekening van de tarieven is gebaseerd op de geraamde opbrengsten uit de begroting 2023. Communicatie/participatie na besluitvorming De verordeningen zullen voor inwerkingtreding worden gepubliceerd via de daarvoor gebruikelijke kanalen. Afschriften van de vastgestelde tarieventabellen en verordeningen zullen worden verstuurd naar het SVHW die belast is met de uitvoering van de belastingtaken voor Albrandswaard.

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Verordening Onroerende zaakbelasting 2023 Verordening Afvalstoffenheffing 2023 Verordening Rioolheffing 2023 Verordening en tarieventabel Leges 2023 Verordening Lijkbezorgingsrechten 2023 Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 Was-wordt leges tarieventabel 2022 - 2023 Was-wordt Lijkbezorgingsrechten 2022 - 2023 Overzicht belangrijkste tarieven 2022 - 2023 def.pdf

6/7

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2023

Gemeenteraad: 19 december 2022

Zaaknummer: 607106

De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 8 november 2022,

BESLUIT: 1. Vast te stellen de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2023; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Leges 2023; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2023; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023.

2. In te trekken de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2022; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2022; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2022; • Verordening en tarieventabel Leges 2022; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2022; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2022.

7/7

Verordening Onderwerp: Verordening onroerende zaakbelastingen 2023

Gemeenteraad: 19 december 2022

BBVnr: 607106

Commissie: B&A Welzijn 28 november 2022

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2022; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2023 Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b.

het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Pagina 1 van 4

Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a.

ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g.

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

Pagina 2 van 4

h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

2. De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: 1. de gebruikersbelasting 0,3192 %; 2. bij de eigenarenbelasting a. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1038 %; b. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3767 %. 2 Indien de heffingsmaatstaf beneden € 12.000,- blijft, wordt geen belasting geheven. 3 Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro's. 4 Voor bedragen tot € 9 ,- wordt geen aanslag opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde belastingen of heffingen aangemerkt als één bedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

Pagina 3 van 4

2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022' wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 19 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 4 van 4

Verordening Onderwerp: Verordening Rioolheffing 2023

Gemeenteraad: 19 december 2022 Commissie: B&A Welzijn 28 november 2022

BBVnr: 607106

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2022; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water; c. onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. e. garagebox: een overdekte en afsluitbare ruimte bedoeld voor het stallen van een auto (WOZobjectcode 1700) Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a.

gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

Pagina 1 van 4

b. c.

gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel; Artikel 5 Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen die in zelfstandig gebruik zijn als berging (WOZobjectcode 1730) of garagebox (WOZ-objectcode 1700). Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.

In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel 7 Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt per perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd:

Pagina 2 van 4

a.

b. c. d. e. f.

tot en met 500 m³ per jaar met dien verstande dat aan een volgens de gemeentelijke basisadministratie alleenwonende gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd vermindering wordt verleend van 25% van het in dit lid genoemde tarief. per m³ boven de 500 m³ tot en met 1500 m³; per m³ boven de 1500 m³ tot en met 2500 m³ per m³ boven de 2500 m³ tot en met 5000 m³ per m³ boven de 5000 m³. Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht

€ 294,00 € 1,68 € 1,56 € 1,44 € 1,32

Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 6.

Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Pagina 3 van 4

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De ‘Verordening rioolheffing 2022’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2023'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 19 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 4 van 4

Verordening Onderwerp: Verordening Afvalstoffenheffing 2023

Gemeenteraad: 19 december 2022 Commissie: B&A Welzijn 28 november 2022

BBVnr: 607106

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2022; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2023 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is. c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt d.

een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Pagina 1 van 4

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder ‘gebruik maken’ verstaan gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 5 Vrijstelling Inwoners die als gevolg van een chronische ziekte of handicap van hem of haarzelf of van personen die behoren tot zijn/haar huishouden extra afvalstoffen van substantiële omvang aanbieden kunnen op aanvraag, aanspraak maken op vermindering van het aantal aanbiedingen. 1. Met betrekking tot ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer is de vermindering van toepassing: - vanaf 105 tot en met 208 klepbewegingen. 2. Met betrekking tot lediging van een minicontainer is de vermindering van toepassing: - vanaf 27 tot en met 52 ledigingen. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 7 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1 en 2.1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.

De belasting bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 t/m 2.4 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,-4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.

Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. 7. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 t/m 2.4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel 10 Termijnen van betalen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

Pagina 2 van 4

2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De op grond van artikel 7, tweede lid, verschuldigde belasting moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald: a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking. b. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2022’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2023'.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 19 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 3 van 4

Tarieventabel afvalstoffenheffing 2023 behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2023 Hoofdstuk 1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een éénpersoonshuishouden 1.2 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een tweepersoonshuishouden 1.3 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een meerpersoonshuishouden 1.4 Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht.

€ 243,00 € 315,00 € 333,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.6 2.2 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting: Per lediging van een minicontainer bestemd voor Plastic, Blik, Drankkartons (PMD) en restafval Per ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer voor PMD+restafval Voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval (met uitzondering van chemisch afval en asbest), per aanvraag (max. 3 m³ per keer) Voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval, per aanvraag (max. 3 m³ per keer) Indien kwijtschelding van gemeentelijke belasting is verleend, wordt restitutie voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval of grof tuinafval verleend voor maximaal € 80,-- (2 keer € 40). Eenmalige kwijtschelding wordt verleend voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval na overlijden. Voor het op aanvraag omwisselen van een minicontainer Voor het verstrekken van een of meerdere minicontainer(s), per aanvraag Voor het op aanvraag verstrekken van een vervangende minicontainer als gevolg van beschadiging of verlies door eigen schuld Voor het verstrekken van een nieuwe of extra afvalpas Voor het op aanvraag van inwoner kostbaarheden uit de ondergrondse container halen

€ 4,60 € 1,15 € 40,00 € 40,00

€ 75,00 € 75,00 € 75,00 € 20,00 € 75,00

Behoort bij het raadsbesluit van 19 december 2022. De griffier,

drs. Leendert Groenenboom

Pagina 4 van 4

Verordening Onderwerp: Legesverordening en tarieventabel 2023

Gemeenteraad: 19 december 2022 Commissie: B&A Welzijn 28 november 2022

BBVnr: 607106

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2022; gelet op artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; BESLUIT: Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2023 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; - week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Pagina 1 van 25

Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. 3. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Pagina 2 van 25

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.1 (burgerlijke stand); 2. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 3. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 4. artikel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 5. artikel 1.7.1 (verklaring omtrent het gedrag); 6. onderdeel 1.9.3. (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht 1.

De “Legesverordening Albrandswaard 2022” van 20 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening en tarieventabel Albrandswaard 2023. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 19 december 2022. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 3 van 25

Tarieventabel Legesverordening 2023. Behoort bij Legesverordening 2023. Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten onderdeel 1.9.1 Huisvestingswet onderdeel 1.9.2 Leegstandwet onderdeel 1.9.3 Kansspelen onderdeel 1.9.4 Kabels en leidingen onderdeel 1.9.5 Wegenverkeerswetgeving onderdeel 1.9.6 Diversen Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Paragraaf 2.1 Begripsomschrijvingen Paragraaf 2.2 Vooroverleg/beoordelen conceptaanvraag Paragraaf 2.3 Omgevingsvergunning Paragraaf 2.4 Vermindering Paragraaf 2.5 Teruggaaf Paragraaf 2.6 Intrekking omgevingsvergunning Paragraaf 2.7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project Paragraaf 2.8 Bestemmingswijzigingen Paragraaf 2.9 Ontheffing geluidhinder bouwen en slopen Paragraaf 2.10 In dit hoofdstuk niet benoemde beschikking Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 Paragraaf 3.2 Paragraaf 3.3 Paragraaf 3.4 Paragraaf 3.5 Paragraaf 3.6 Paragraaf 3.7

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Horeca en exploitatie openbare inrichting Seksbedrijven (vervallen) Winkeltijdenwet Organiseren evenement of markt Standplaatsen Landelijk Register Kinderopvang In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

Pagina 4 van 25

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand 1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een partnerschap in een huwelijk:

1.1.1.1

twee vaste momenten per week in het gemeentehuis

1.1.1.2

Maandag t/m vrijdag tussen 09.00 uur en 17.00 uur incl. trouwboekje: - In het gemeentehuis - In een aangewezen trouwlocatie - Op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie

1.1.1.3

Maandag t/m vrijdag tussen 17.30 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:

Kosteloos € 425,40 € 425,40 € 576,10

- In het gemeentehuis: niet mogelijk - In een aangewezen trouwlocatie - Op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie 1.1.1.4

Zaterdag tussen 09.00 uur en 17.00 uur incl. trouwboekje:

€ 479,60 € 644,00

- In het gemeentehuis: niet mogelijk - In een aangewezen trouwlocatie - Op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie 1.1.1.5

Zaterdag tussen 17.30 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:

€ 737,40 € 925,10

- In het gemeentehuis: niet mogelijk - In een aangewezen trouwlocatie - Op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie 1.1.1.6

Zondag tussen 09.00 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:

€ 737,40 € 925,10

- In het gemeentehuis: niet mogelijk - In een aangewezen trouwlocatie(niet mogelijk in het Oude Raadhuis) - Op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie 1.1.2

Het tarief bedraag voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

1.1.2.1.

een trouwboekje of een partnerschapsboekje (inclusief een uittreksel van de huwelijksakte of partnerschapsregistratieakte)

1.1.2.2.

een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het legesbesluit akten burgerlijke stand. Dit tarief wordt niet geheven, indien van het onvermogen van partijen blijkt door een verklaring van de burgemeester van hun woon- of verblijfplaats.

€ 872,10 € 1.060,90

€ 45,90

a. (meertalige) uittreksels en afschriften uit de registers van de Burgerlijke Stand; b. voor de verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; c. voor de attestatie de vita, als bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 1.1.2.3.

gemeentelijke getuigen (per twee)

€ 39,80

Pagina 5 van 25

1.1.3

Het tarief bedraagt ter zake van de administratiekosten:

1.1.3.1.

Annuleringskosten

1.1.3.2

Wijzigingskosten rondom de locatie of het tijdstip

1.1.3.3.

Volledige annulering kan tot het voorbereidingsgesprek met de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij annulering na het gesprek met de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is het gehele onder 1.1.1. tot en met 1.1.1.6. bedoelde tarief verschuldigd. Met uitzondering van ziekte, acute ziekenhuisopname, en/of overlijden van familieleden. Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de gemeentelijke registers van de burgerlijke stand, voor een ieder daaraan besteed kwartier

1.1.4. 1.1.5.

Het tarief bedraagt voor het aanvragen van een vergunning voor uitstel van lijkbezorging buiten de wettelijke termijn.

€ 79,60 € 45,30

€ 16,00 € 14,30

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten 1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

1.2.1

van een nationaal paspoort:

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

Pagina 6 van 25

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.2.6

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen 1.3.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs, bedraagt het door het ministerie van Infrastructuur en milieu goedgekeurde en vastgestelde tarief, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden.

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde tarief

1.3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vermissing van een rijbewijs

1.3.4

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een Eigen Verklaring, het door het Centraal Bureau Rijvaardigheid aan de gemeente in rekening gebracht tarief zoals geprint op het af te nemen product.

€ 23,20

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen 1.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van een ingezetene, per verstrekking:

1.4.1.1

Het tarief bedraagt voor het digitaal in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van een ingezetene, per vestrekking:

€ 18,40 € 6,80

Pagina 7 van 25

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van een niet-ingezetene, per verstrekking:

1.4.3

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het laten verrichten van genealogisch onderzoek bedraagt, ongeacht het resultaat van het onderzoek, per kwartier

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van één of meer gegevens omtrent een persoon waarvoor persoonskaartenarchief moet worden geraadpleegd, ongeacht het resultaat van het onderzoek, per kwartier

1.4.5

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen geldt het tarief zoals dat door het Ministerie van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder één verstrekking verstaan 1 of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3434/documents/28387