19. Raadsinformatiebrief 2025-062031 Startnotitie Uitgangspunten Warmteprogramma 2026.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Aan de gemeenteraad van Albrandswaard.
Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Status: Versie:
ja
Ons kenmerk: 2025-062031 Contact: Krystel de Wolff Doorkiesnummer: 06-48088442 E-mailadres: k.d.wolff@albrandswaard.nl Datum: 21 oktober 2026
Betreft: : Raadsinformatiebrief Startnotie Uitgangspunten Warmteprogramma Albrandswaard 2026 Geachte raadsleden, Op 9 september 2025 heeft het college van B&W de startnotitie Uitgangspunten Warmteprogramma Albrandswaard vastgesteld. Met deze brief informeren wij u over de achtergrond, de uitgangspunten en de planning voor het Warmteprogramma Albrandswaard 2026. INLEIDING In 2021 stelde uw raad de Transitievisie Warmte (TVW) vast. Daarmee zette Albrandswaard de eerste stap in de warmtetransitie. We brachten toen in kaart welke duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn en met welke dorpen en wijken we als eerste aan de slag zouden gaan. De opgave is sindsdien duidelijker geworden. In 2050 verwarmen we gebouwen zonder aardgas. Dat is nodig voor het klimaat en om minder afhankelijk te zijn van aardgas uit het buitenland. Hoe Albrandswaard deze overstap maakt, leggen we vast in het Warmteprogramma. Dit programma volgt de TVW op en werkt de keuzes concreet uit voor de periode 2026–2036. Het laat per buurt zien wat het perspectief is, welke oplossingen kansrijk zijn en in welk tempo we werken. KERNBOODSCHAP
Met het Warmteprogramma geven we duidelijkheid en richting. Inwoners en ondernemers weten op tijd wat er in hun buurt gaat spelen en hoe zij zich kunnen voorbereiden. Partners, zoals woningcorporaties en Stedin, kunnen hun investeringen en werkzaamheden daarop afstemmen. We werken transparant en samen met de samenleving. De wijk en de inwoners staan centraal. We zijn eerlijk over onzekerheden, kosten en planningen. De startnotitie legt de uitgangspunten en randvoorwaarden vast die we in het vervolg gebruiken. Zo kunnen we in 2025 door met de uitwerking en ligt er uiterlijk eind 2026 een haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig Warmteprogramma. TOELICHTING Wat is het Warmteprogramma? Het Warmteprogramma is een verplicht gemeentelijk programma op basis van de Omgevingswet en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Elke gemeente moet uiterlijk 31 december 2026 zo’n programma hebben. Het programma is concreter dan de TVW. Het laat per buurt zien wat het perspectief is, welke warmteoplossingen kansrijk zijn en in welk tempo we werken. Het programma is zelfbindend: het bindt de gemeente. Als er later regels nodig zijn voor inwoners of bedrijven, gebeurt dat via het omgevingsplan. Dat is een apart traject waar uw raad over besluit.
Bevoegdheden en rol van raad en college Bij de TVW in 2021 was uw raad het besluitvormend orgaan. Voor het Warmteprogramma ligt de formele vaststelling nu bij het college. Uw rol blijft belangrijk. U wordt vroegtijdig betrokken, u kunt richting geven en u spreekt zich uit via wensen en bedenkingen. De lijn is als volgt. Eind 2025 gegin 2026 ontvangt het college van B&W het concept Warmteprogramma voor informatie en bespreking. In het tweede kwartaal van 2026 legt het college het ontwerp Warmteprogramma aan u voor, zodat u wensen en bedenkingen kunt meegeven. Uiterlijk eind 2026 stelt het college het Warmteprogramma vast en informeren wij u via een raadsinformatiebrief over de uitkomst, de inbreng uit participatie en de vervolgstappen. Als er regels nodig zijn voor derden, gebeurt dit via het omgevingsplan; dat is een raadsbevoegdheid. Aanwijsbevoegdheid: wat betekent dat wel en niet? De Wgiw geeft gemeenten de aanwijsbevoegdheid. Dat is de mogelijkheid om, na een apart besluit, in een gebied te bepalen dat de gaslevering op termijn stopt en er een duurzaam alternatief komt. Het college en de gemeenteraad worden geadviseerd om nu het voornemen uit te spreken om deze bevoegdheid later in te zetten, zodra per wijk of gebied een passend alternatief beschikbaar is. Dit voornemen verandert het omgevingsplan nu niet.
Het maakt wel mogelijk om het omgevingsplan later te wijzigen en de levering van aardgas in een wijk of gebied stop te zetten. Het is een duidelijk signaal dat de gemeente de warmtetransitie wil versnellen. Het Warmteprogramma neemt nu geen besluit. Het programma kan alleen aangeven in welke gebieden we de inzet van de aanwijsbevoegdheid later willen onderzoeken. Een aanwijzing kan pas per wijk of gebied als er een uitvoeringsplan ligt waaruit blijkt dat het alternatief haalbaar, betaalbaar en betrouwbaar is. Over zo’n aanwijzing besluit uw raad. Na een aanwijzingsbesluit geldt een overgangstermijn van minimaal acht jaar. Zo hebben gebouweigenaren voldoende tijd om over te stappen. Uitgangspunten en randvoorwaarden We bouwen voort op de uitgangspunten bij de TVW: de warmtetransitie moet haalbaar en betaalbaar zijn, en iedereen moet kunnen meedoen. In de startnotitie staan drie randvoorwaarden die altijd moeten kloppen. De maatschappelijke kosten moeten doelmatig zijn; de woonlasten voor inwoners blijven zoveel mogelijk gelijk of dalen; en warmtebronnen zijn duurzaam en betrouwbaar voor de lange termijn. Bij de uitwerking per buurt kijken we daarnaast naar praktische zaken zoals netcapaciteit, het gebruik van ruimte in huis en in de openbare ruimte, de behoefte aan koeling en het slim combineren van werkzaamheden.
Participatie en communicatie We betrekken inwoners en partners in elke stap. Inwoners kunnen meedenken via een enquête (digitaal en op papier), via pop-up momenten in de kernen en via bewonersavonden. We organiseren ook een isolatie-roadshow. Partners, zoals woningcorporaties, Stedin, het Energieloket, het lokale energiecollectief en ondernemersorganisaties, doen mee in werksessies en overlegmomenten. Met de RES-regio Rotterdam–Den Haag stemmen we af over kennis, planning en regionale samenhang. Na ieder participatiemoment laten we zien wat we met de inbreng doen en welke keuzes dat beïnvloedt. Plan-MER in gewone taal Een plan-MER is een onderzoek naar de effecten van het programma op milieu en leefomgeving. Het is aan de orde als het programma duidelijke kaders geeft voor latere projecten, zoals warmtenetten of bronnen. De procedure start met een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), daarna vragen we om reacties en werken we het MER uit. Dit vergroot de juridische houdbaarheid en de transparantie. In oktober 2025 beoordelen we of een plan-MER voor Albrandswaard noodzakelijk is.
Resultaat Het Warmteprogramma geeft straks houvast aan inwoners, ondernemers en partners. Inwoners weten wanneer en welk alternatief in hun buurt kansrijk is en welke ondersteuning zij kunnen verwachten. Partners kunnen hun investeringen en planning afstemmen op onze koers. Voor de gemeente is er één duidelijk kader voor communicatie, participatie en monitoring van de voortgang. Ook kunnen we hiermee verantwoording afleggen aan Rijk en regio. Zo is het Warmteprogramma zowel praktisch als strategisch: het stuurt op uitvoering én het geeft vertrouwen en duidelijkheid. CONSEQUENTIES • Juridisch: de startnotitie heeft geen directe juridische gevolgen. Het Warmteprogramma is zelfbindend voor de gemeente. Als later regels nodig zijn voor derden, loopt dit via het omgevingsplan (raadsbevoegdheid). Bij een aanwijsbesluit beslist de raad apart; daarna geldt minimaal acht jaar overgangstijd. • Financieel: de uitwerking in 2025–2026 kost € 62.990 (incl. btw) en past binnen het duurzaamheidsbudget 2025. Als een plan-MER nodig is, zijn er extra kosten van circa € 100.000. Daarvoor komt een separaat raadsvoorstel; (gedeeltelijke) dekking via CDOKE en het duurzaamheidsbudget is mogelijk. Structurele kosten horen bij de uitvoering na 2026 en komen bij latere besluiten (bijv. wijkuitvoeringsplannen) terug naar de raad.
• Organisatorisch: we plannen de vervolgstappen strak en stemmen structureel af met partners (corporaties, Stedin, regio). Hierdoor beperken we vertraging en borgen we samenhang. VERVOLG Periode Najaar 2025 Oktober 2025 Okt.–nov. 2025 December 2025 Jan.–feb. 2026 April–mei 2026 Voorjaar 2026 Uiterlijk dec. 2026
Activiteit Uitwerken afwegingskader en bespreken keuzes per buurt en wijkvolgorde Start plan-MER (indien nodig) Gesprekken over conceptkeuzes Concept Warmteprogramma gereed Bespreking concept met college delen met de raad Ontwerp Warmteprogramma (en evt. MER) → wensen, bedenkingen & zienswijze Voorbereiding vaststelling Vaststelling Warmteprogramma door college
Betrokkenen Gemeente + partners Gemeente Inwoners en partners Gemeente College en raad Inwoners, partners, belanghebbenden Gemeente College
BIJLAGEN Bijlagen 1. Startnotitie Uitgangspunten Warmteprogramma Albrandswaard 2026 Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris de burgemeester,
mr. drs. Florus van der Linden drs. Cees Pille
Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma Albrandswaard 2026
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Context & aanleiding
3. 3.
2. Doelstelling Albrandswaard 2.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden 2.2 Doelstelling
4. 4. 5.
3. Scope & afbakening
5. 6.
4. Gemeentelijke organisatie 4.1 Besluitvorming 4.2 Betrokken beleidsafdelingen
6. 6. 7. 7.
5. Participatiestrategie 5.1 Uitgangspunten participatie 5.2 Inwonersparticipatie 5.3 Stakeholderparticipatie 5.4 Communicatie 5.5 Evaluatie & reflectie
8. 8. 8. 9. 10. 10.
6. Aanpak & planning 6.1 Sprintsessies
11.
Bijlage 1: De opgave in Albrandswaard
12.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
2
1 Inleiding De gemeente Albrandswaard bereidt zich voor op het opstellen van haar Warmteprogramma. In deze startnotitie leggen we de basis door de uitgangspunten en randvoorwaarden vast te leggen die richting geven aan dit programma. Deze uitgangspunten zijn tot stand gekomen in overleg met belangrijke stakeholders in de warmtetransitie. Met deze startnotitie vragen wij het gemeentelijk bestuur om instemming, zodat we het Warmteprogramma verder kunnen ontwikkelen op een manier die past bij de lokale situatie en ambities van Albrandswaard.
1.1 Context & aanleiding In 2019 is het Klimaatakkoord gesloten. Hierin is afgesproken dat Nederland in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 55% vermindert ten opzichte van 1990 en in 2050 volledig klimaatneutraal is. De gemeente Albrandswaard onderschrijft deze doelen en werkt al enkele jaren actief aan de verduurzaming van haar wijken. Sinds 2024 geldt de Omgevingswet, die gemeenten meer regie en ruimte voor maatwerk geeft. Onder deze wet worden omgevingsvisies opgesteld. Om deze visies om te zetten in concrete uitvoering zijn programma’s nodig, zoals het Warmteprogramma. Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet, waarin de gemeente vastlegt hoe zij haar wijken in de komende tien jaar wil verduurzamen en voorbereiden op een aardgasvrije toekomst. Het is de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW) die de gemeenteraad in 2021 heeft vastgesteld. In die TVW werd de eerste route geschetst richting een aardgasvrij Albrandswaard. Het Warmteprogramma bouwt hierop voort, werkt de plannen concreter uit en moet uiterlijk eind 2026 worden vastgesteld. Vervolgens wordt het elke vijf jaar geactualiseerd, zodat nieuwe inzichten, technieken en ontwikkelingen steeds kunnen worden meegenomen. De gemeente Albrandswaard streeft ernaar in 2050 CO₂-neutraal te zijn.
Het Warmteprogramma vormt een belangrijke tussenstap op weg naar dat doel, door de plannen voor de komende tien jaar vast te leggen en zo concreet bij te dragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit programma sluit aan bij de uitgangspunten van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en bouwt voort op de Regionale Energie Strategie (RES) Rotterdam–Den Haag. De gemeente Albrandswaard wordt bij het opstellen van het Warmteprogramma en de begeleiding van het participatieproces ondersteund door adviesbureau Sweco. Daarnaast levert het RES-programma Rotterdam– Den Haag ondersteuning bij de analysefase en het maken van keuzes per wijk. Ook maakt de gemeente gebruik van het ondersteuningsaanbod Warmteprogramma van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW), dat gemeenten stapsgewijs begeleidt bij het opstellen van een concept-Warmteprogramma. De huidige situatie van Albrandswaard is in dit kader in kaart gebracht en opgenomen in bijlage 1.
1.2 Doel van het Warmteprogramma Met het Warmteprogramma legt de gemeente Albrandswaard vast hoe we de komende tien jaar stap voor stap onze wijken, buurten en dorpskernen klaar willen maken voor een toekomst zonder aardgas. We geven aan waar we als eerste aan de slag gaan, en hoe we dat doen. Het programma wordt elke vijf jaar opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. Zo kunnen we inspelen op nieuwe inzichten, technieken en kansen. Ons uiteindelijke doel is dat Albrandswaard een plek blijft waar het prettig wonen is, met comfortabele en energiezuinige woningen, minder CO₂-uitstoot en lagere energiekosten. Om toe te werken naar het doel van het warmteprogramma stelt de gemeente vooraf een doelstelling op.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
3
2 Doelstelling Albrandswaard De doelstelling van de gemeente Albrandswaard is gebaseerd op duidelijke uitgangspunten en randvoorwaarden. Deze vormen de basis voor de uiteindelijke doelstelling. Eerst lichten we deze uitgangspunten en randvoorwaarden toe, daarna volgt de geformuleerde doelstelling waarin ze zijn verwerkt.
1.2 Uitgangspunten en randvoorwaarden Betaalbaar De gemeente wil dat de overstap naar aardgasvrij voor iedereen haalbaar en betaalbaar blijft. We houden de totale kosten van de transitie zo laag mogelijk en verdelen kosten en baten eerlijk. Lage woonlasten en behoud of verbetering van wooncomfort hebben prioriteit. Daarbij is het belangrijk dat vastgoedeigenaren en bewoners financiële duidelijkheid hebben, zodat zij met vertrouwen kunnen meedoen en stappen kunnen zetten.
Gelijkwaardig en inclusief Iedereen moet mee kunnen doen in de overstap naar een aardgasvrij Albrandswaard. Daarbij is het belangrijk dat ook kwetsbare groepen, zoals huishoudens met een laag inkomen of inwoners die moeilijk te bereiken zijn, actief worden betrokken. Gelijke kansen en inclusie staan centraal bij het maken van keuzes en het uitvoeren van maatregelen. Keuzevrijheid Inwoners van Albrandswaard behouden de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij hun woning aardgasvrij maken. Ook wanneer de gemeente een voorkeursoplossing voorstelt, kunnen gebouweigenaren een eigen alternatief kiezen. Dit zelfstandig gekozen alternatief moet minimaal even duurzaam zijn als de oplossing van de gemeente. Deze zogenoemde opt-out zorgt ervoor dat maatwerk en persoonlijke voorkeuren altijd mogelijk blijven.
Haalbaar, leefbaar en transparant De gemeente kiest voor een realistische aanpak van de warmtetransitie, met oog voor tijd, budget, capaciteit en beschikbare ruimte. Waar mogelijk sluiten we aan op natuurlijke momenten, zoals onderhoud of herinrichting, en combineren we werkzaamheden om overlast te beperken en onnodige kosten te voorkomen. We communiceren duidelijk over keuzes, planning en verantwoordelijkheden, zodat inwoners en partners weten waar ze aan toe zijn. Daarnaast werken we samen binnen én buiten de gemeente om kennis te delen en maatregelen goed op elkaar af te stemmen.
Duurzaam De gemeente kiest voor oplossingen die niet alleen op korte termijn energie besparen, maar ook op de lange termijn effectief blijven. Dat betekent het inzetten van betrouwbare, hernieuwbare warmtebronnen en maatregelen die bijdragen aan een duurzame en uiteindelijk klimaatneutrale gebouwde omgeving. Waar mogelijk koppelen we deze maatregelen aan andere maatschappelijke doelen, zoals lagere energiekosten, een gezondere leefomgeving en het behoud van natuur en biodiversiteit. We werken samen met partners en staan open voor innovatieve technieken die passen bij onze ambitie om in 2050 volledig CO₂-neutraal te zijn.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
4
2.2 Doelstelling De uitgangspunten en randvoorwaarden vertalen we naar één heldere doelstelling voor het Warmteprogramma. In Albrandswaard werken we aan een toekomst waarin iedereen prettig kan wonen, nu én in de generaties die na ons komen. Dat betekent: betaalbare en comfortabele woningen, schone energie en een leefomgeving waarin we trots kunnen blijven wonen. De overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is daarin een grote stap. Met het Warmteprogramma geven we richting aan deze verandering stap voor stap, met oog voor onze dorpen, de mensen die er wonen en het unieke karakter van onze gemeente. We doen dit samen. Samen met inwoners, ondernemers, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties en andere partners. Want alleen door de krachten te bundelen kunnen we deze verandering betaalbaar, haalbaar en voor iedereen toegankelijk maken. We willen dat iedereen kan meedoen, ook mensen die minder middelen of mogelijkheden hebben om te verduurzamen. We houden daarom vast aan keuzevrijheid: inwoners mogen zelf bepalen hoe zij hun woning aardgasvrij maken, zolang het alternatief minimaal even duurzaam is als de oplossing die de gemeente voorstelt. Zo blijft er ruimte voor persoonlijke voorkeuren, zonder dat we inleveren op onze duurzaamheidsdoelen. We weten dat dit een ingrijpende verandering is, die vragen oproept en soms overlast kan geven.
Daarom combineren we werkzaamheden zoveel mogelijk met natuurlijk onderhoudsmomenten en verdelen we kosten en baten eerlijk. We kiezen voor oplossingen die niet alleen vandaag energie besparen, maar ook bijdragen aan een toekomstbestendige, klimaatneutrale gemeente. Onze doelstelling is helder: Een betaalbare, haalbare, leefbare, gelijkwaardige en duurzame overgang naar een aardgasvrije gebouwde omgeving, waarin iedereen kan meedoen en we samen bouwen aan een sterk en toekomstbestendig Albrandswaard. In deze startnotitie lichten we de uitgangspunten en randvoorwaarden achter deze doelstelling toe. In het Warmteprogramma zelf werken we dit verder uit in concrete stappen, projecten en meetbare resultaten voor de komende tien jaar.
3 Scope en afbakening In deze paragraaf maken we duidelijk waar het Warmteprogramma Albrandswaard zich op richt en wat er wel en niet onder valt. Het Warmteprogramma Albrandswaard richt zich op de overgang naar aardgasvrije verwarming binnen de gemeentegrenzen. Dit geldt voor alle gebouwen: woningen én utiliteitsgebouwen zoals scholen, kantoren en zorginstellingen. De focus ligt op de warmtevoorziening voor ruimteverwarming (het verwarmen van binnenruimtes). De warmtevraag voor industriële en grootschalige bedrijfsprocessen valt buiten de scope, omdat deze een andere aanpak vragen en vaak buiten de invloed van de gemeente liggen. In het Warmteprogramma benoemen we per buurt een voorkeurstechniek voor de overstap naar aardgasvrij, zoals een warmtenet, een collectieve oplossing of individuele elektrische systemen. Ook bepalen we een volgorde waarin buurten worden aangepakt, op basis van haalbaarheid, kosten en beschikbare warmtebronnen. Het programma beschrijft nog geen concrete maatregelen per buurt; die worden later uitgewerkt in afzonderlijke wijkuitvoeringsplannen. De gemeente neemt klimaatneutraal gas, zoals biogas of synthetisch gas niet mee als warmtescenario in het Warmteprogramma. Deze keuze maken we omdat er op dit moment nog veel onzekerheid is over de beschikbaarheid, betaalbaarheid en grootschalige inzet van deze gassen.
Voor de technische analyse en het kiezen van de warmtestrategie per buurt gebruiken we het afwegingskader van de RES-regio Den Haag – Rotterdam. Dit kader helpt om verschillende warmteopties te beoordelen op technische haalbaarheid, kosten en baten, ruimtelijke inpassing en uitvoerbaarheid.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
5
Dit eerste Warmteprogramma kijkt tien jaar vooruit en heeft betrekking op de periode tot en met 31 december 2035. Iedere 5 jaar wordt het Warmteprogramma geactualiseerd en verschuift de desbetreffende periode met 5 jaar.
4 Gemeentelijke organisatie Het gemeentebestuur en de interne organisatie zijn nauw betrokken bij het opstellen van het Warmteprogramma. Hieronder lichten we de stappen en verantwoordelijkheden in dit proces toe.
4.1 Besluitvorming Het Warmteprogramma wordt vastgesteld binnen de kaders van de Omgevingswet. Volgens deze wet is het vaststellen van een programma een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders (B&W). De gemeenteraad wordt gedurende het proces actief betrokken bij de totstandkoming. De bestuurlijke stappen binnen het Warmteprogramma proces van Albrandswaard zijn als volgt gedefinieerd: Start Warmteprogramma
Op 18 maart heeft een informatiebijeenkomst voor de raad plaatsgevonden. Het college wordt periodiek bijgepraat en stelt deze startnotitie vast. De gemeenteraad word geïnformeerd via een raadsinformatiebrief (RIB) over het proces en de planning. Er is een projectgroep ingericht met vertegenwoordigers van relevante gemeentelijke teams en een aangewezen projectleider. De uitgangspunten en randvoorwaarden zijn afgestemd met regionale partners en het NPLW. Bestaande data en analyses uit de Transitievisie Warmte en eerdere onderzoeken zijn verzameld als basis voor het vervolgproces.
Analyse
Belangrijke keuzes worden aan het college voorgelegd tijdens het proces, bijvoorbeeld bij de afweging en keuze voor voorkeurstechnieken en wijkgerichte aanpakken. Afstemming vindt plaats met regionale partners zoals de RES Rotterdam–Den Haag en het NPLW. De resultaten van technische en economische analyses worden besproken met de projectgroep en relevante stakeholders. Op basis van de analyse worden conceptscenario’s per buurt opgesteld en getoetst aan de uitgangspunten.
Communicatie
Afspraken zijn gemaakt over communicatie richting inwoners, ondernemers en andere stakeholders, bijvoorbeeld via nieuwsberichten, sociale media en de gemeentelijke website. De communicatieaanpak wordt afgestemd op de verschillende doelgroepen, zodat informatie op maat wordt aangeboden. Belangrijke mijlpalen en besluitmomenten worden actief gedeeld om transparantie te waarborgen.
Ter inzagelegging en vaststelling
Het college besluit het concept-Warmteprogramma vrij te geven voor inspraak en informeert de raad hierover. De raad wordt gevraagd om eventuele inspraak te leveren bij de ter inzagelegging van het conceptWarmteprogramma.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
6
Het concept wordt ter inzage gelegd voor bewoners, bedrijven, stakeholders en de raad. Alle ingediende zienswijzen worden verzameld en beantwoord in een ‘nota van beantwoording’. Het college stelt vervolgens het definitieve Warmteprogramma vast. De vaststelling wordt breed gecommuniceerd, inclusief een begrijpelijke samenvatting voor inwoners en partners.
Daarnaast is er de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW). Deze wet geeft gemeenten de mogelijkheid om een ‘einddatum’ vast te stellen voor het gebruik van het aardgasnet in een wijk of gebied. Dit heet de aanwijsbevoegdheid. Met deze bevoegdheid kan de gemeente, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, bepalen vanaf welk moment woningen en gebouwen in een bepaald gebied geen aardgas meer geleverd krijgen. De aanwijsbevoegdheid kan alleen worden ingezet als: 1. Er een haalbaar en betaalbaar alternatief beschikbaar is voor aardgas. 2. Er goed overleg heeft plaatsgevonden met de netbeheerder en met de inwoners van de wijk. Het gebruik van deze aanwijsbevoegdheid is een belangrijk juridisch instrument in de warmtetransitie, maar wordt alleen toegepast als er breed draagvlak is en de overstap voor bewoners praktisch en financieel uitvoerbaar is. Het college en de gemeenteraad wordt geadviseerd om het voornemen uit te spreken om de aanwijsbevoegdheid in te zetten zodra er een passend alternatief beschikbaar is. Dit voornemen maakt het mogelijk om in de toekomst het omgevingsplan te wijzigen en de levering van aardgas in een wijk of gebied te beëindigen. Het uitspreken van dit voornemen betekent niet dat het omgevingsplan nu al verandert, maar geeft wel een krachtig signaal dat de gemeente deze mogelijkheid wil benutten om de warmtetransitie te versnellen.
4.2 Betrokken beleidsafdelingen Het Warmteprogramma wordt opgesteld in nauwe samenwerking met de afdeling Ruimte en de bijbehorende teams, zoals Duurzaamheid, Civiel, Ruimtelijke Ordening, Omgevingswet en Wonen. Daarnaast is ook het team Participatie actief betrokken. Omdat het programma onder de Omgevingswet valt en sterke ruimtelijke gevolgen heeft, is de betrokkenheid van deze teams essentieel. De gemaakte keuzes hebben directe invloed op de openbare ruimte en de wijken. Daarom nemen zij deel aan twee gezamenlijke werksessies en worden zij tussentijds regelmatig geïnformeerd over de voortgang.
5 Participatiestrategie Met het Warmteprogramma richt de gemeente Albrandswaard zich via een wijkgerichte aanpak op de verduurzaming van de warmtevoorziening. Participatie is hierbij een vast onderdeel. Door inwoners, stakeholders en andere partijen te betrekken, zorgen we dat het programma aansluit bij de wensen en behoeften in de gemeente en breed wordt gedragen. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte in 2019 en 2020 zijn inwoners geraadpleegd via een enquête en vier bewonersbijeenkomsten. De uitgangspunten die toen naar voren kwamen – betaalbaar, transparant, haalbaar en duurzaam – zijn nog steeds actueel en zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van deze startnotitie. De participatiestrategie in dit hoofdstuk sluit aan bij de participatievisie van de gemeente Albrandswaard. Daarbij volgen we dezelfde kernwaarden als in hoofdstuk 2: betaalbaar, haalbaar, gelijkwaardig, leefbaar en duurzaam. De strategie beschrijft hoe inwoners en stakeholders op het juiste moment en op een passende manier worden betrokken bij het opstellen van het Warmteprogramma. Het gaat om het samen vormgeven van plannen en keuzes per buurt, terwijl participatie over de uitvoering plaatsvindt op projectniveau (zoals in wijkuitvoeringsplannen).
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
7
Binnen het Warmteprogramma onderscheiden we twee vormen van participatie:
Inwonersparticipatie – Het actief betrekken van alle inwoners van de gemeente, zodat hun inzichten en wensen worden meegenomen in het beleid. Stakeholderparticipatie – Het betrekken van professionele en maatschappelijke partners die een rol spelen in de warmtetransitie.
5.1 Uitgangspunten De participatieaanpak is gebaseerd op de uitgangspunten van de gemeentelijke participatievisie. Dit zorgt voor een eenduidige werkwijze en voor heldere verwachtingen bij alle betrokkenen: 1. Zorgvuldig proces: De gemeente voert de regie over een transparant, toegankelijk en zorgvuldig proces. Er is voldoende tijd, ondersteuning en begrijpelijke informatie beschikbaar voor alle deelnemers. 2. Heldere afspraken vooraf: Vanaf de start is duidelijk wat vaststaat (wetgeving, beleid, financiën) en waar inwoners en stakeholders over kunnen meedenken. 3. Iedereen kan meedoen: Activiteiten zijn laagdrempelig, ook voor het ‘stille midden’ en moeilijk bereikbare groepen, bijvoorbeeld via woningcorporaties, welzijnsorganisaties en lokale initiatieven. 4. Inbreng telt mee: Suggesties worden waar mogelijk verwerkt in het concept-Warmteprogramma. We koppelen terug wat wel of niet wordt overgenomen en waarom. 5. Respectvolle samenwerking: Bijeenkomsten worden begeleid door een gespreksleider, met ruimte voor iedere stem en een veilige, constructieve dialoog.
5.2 Inwonersparticipatie De gemeente wil inwoners goed informeren en actief betrekken bij het opstellen van het Warmteprogramma. Hun ideeën, zorgen en voorkeuren helpen om plannen te maken die passen bij de leefomgeving en breed draagvlak krijgen. Zo voelen inwoners zich mede-eigenaar van de transitie. Bij elke stap maken we duidelijk wat vaststaat en waar inwoners invloed op kunnen uitoefenen. We zoeken een goede balans tussen betrokkenheid en uitvoerbaarheid in tijd en tempo. Onderwerpen voor inwonersparticipatie Inwoners worden gevraagd mee te denken over onder andere:
Mogelijke overlast of impact op de woonomgeving (geluid, werkzaamheden, uitstraling). Voorkeuren voor warmteoplossingen en belangrijke voorwaarden. Hoe en wanneer zij willen worden geïnformeerd en betrokken (bijeenkomsten, online, via buurtcontacten, krant, e-mail, sociale media). Eigen initiatieven, zoals collectieve inkoopacties, buurtprojecten of voorlichting. Feedback op concrete voorstellen en op de communicatie van de gemeente.
Vormen en momenten Om inwoners op een laagdrempelige manier te bereiken, zet de gemeente meerdere participatievormen in:
Digitale én papieren enquête, vergelijkbaar met die tijdens de Transitievisie Warmte. Pop-up terrassen in juli en augustus 2025, waar inwoners in gesprek kunnen met medewerkers en vragen kunnen stellen. Isolatie-roadshow na de zomer van 2025, als extra moment om te informeren en input op te halen. Bewonersavonden, voorafgegaan door een inventarisatie van onderwerpen en vragen bij geïnteresseerde bewoners.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
8
Activiteiten worden georganiseerd op toegankelijke locaties, in begrijpelijke taal en met visuele ondersteuning. Waar nodig worden vertalingen of extra begeleiding geboden. Na elk participatiemoment wordt teruggekoppeld wat er met de inbreng is gedaan.
5.3 Stakeholderparticipatie Het Warmteprogramma wordt opgesteld in nauwe samenwerking met verschillende stakeholders. Deze partijen spelen een belangrijke rol in de verduurzaming van de warmtevoorziening en brengen kennis, ervaring en netwerken mee. Door hen vroegtijdig te betrekken, zorgen we dat het programma uitvoerbaar is, aansluit bij lopende initiatieven en kan rekenen op breed draagvlak. Bij elke stap maken we duidelijk wat vaststaat (zoals wettelijke verplichtingen, beleidskaders en financiële randvoorwaarden) en waar stakeholders invloed op kunnen uitoefenen. Onderwerpen voor stakeholderparticipatie We vragen stakeholders om mee te denken over onder meer:
Technische en praktische haalbaarheid van warmteoplossingen per buurt. Planning en fasering van maatregelen. Mogelijkheden om werkzaamheden te combineren met andere projecten. Voor Stedin: netcapaciteit en mogelijke knelpunten, benodigde versterkingen en het inpassen van nieuwe aansluitingen voor duurzame warmte. Voor woningcorporaties: renovatie- en onderhoudsplanning, koppeling met verduurzamingsprojecten en huurderscommunicatie. Het benutten van bestaande programma’s en subsidieregelingen.
Vormen en momenten Stakeholders worden op verschillende momenten en manieren betrokken, zodat hun kennis en ervaring direct kunnen worden meegenomen in het Warmteprogramma:
Sprintsessies: Korte, intensieve werksessies waarin keuzes per buurt worden besproken en afgewogen. Hierin brengen stakeholders hun praktijkkennis in over technische haalbaarheid, bewonerscommunicatie en uitvoeringsvolgorde. Overlegmomenten over technische en financiële randvoorwaarden: Gericht overleg met partijen als Stedin en woningcorporaties om netcapaciteit, investeringsplannen en onderhoudscycli op elkaar af te stemmen. Periodieke voortgangsgesprekken: Structurele check-ins met partners om ontwikkelingen, nieuwe inzichten en voortgang te bespreken. Deze momenten bieden ook ruimte om knelpunten vroegtijdig te signaleren en gezamenlijk op te lossen. Afstemming met regionale partners: Overleg met de RES Rotterdam–Den Haag en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) om regionale plannen, afwegingskaders en ondersteuningsaanbod te benutten en te zorgen voor consistentie tussen lokaal en regionaal beleid.
De stakeholders van het Warmteprogramma zijn de volgende partijen: 1. Het Energiecollectief Albrandswaard is een lokaal initiatief dat bewoners en bedrijven ondersteunt bij het verduurzamen van gebouwen en het verminderen van energieverbruik. Met kennis van de lokale situatie en een breed netwerk stimuleert het collectief duurzame keuzes en draagt het bij aan bewustwording en draagvlak voor het Warmteprogramma. 2. Sobolt ondersteunt gemeenten met innovatieve data- en AI-oplossingen. In Albrandswaard verzorgt Sobolt het energieloket, waar inwoners terechtkunnen voor onafhankelijk advies, informatie over verduurzamingsmogelijkheden en hulp bij het vinden van subsidies en regelingen. Met hun technische expertise en lokale data-inzichten helpt Sobolt inwoners te informeren en te activeren. 3. Wooncompas is een woningcorporatie actief in de regio Rijnmond, waaronder Albrandswaard. De corporatie beheert en onderhoudt een groot deel van de sociale huurwoningen en investeert in verduurzaming via isolatie, zonnepanelen en energiezuinige installaties. Als eigenaar van een
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
9
4. 5.
6.
7.
8.
substantieel woningbestand speelt Wooncompas een belangrijke rol in het realiseren van de doelstellingen van het Warmteprogramma. Stedin is de regionale netbeheerder voor elektriciteit en gas in Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland, verantwoordelijk voor aanleg, beheer en onderhoud van het energienetwerk. In Albrandswaard werkt Stedin aan een betrouwbare energievoorziening, faciliteert zij nieuwe aansluitingen voor duurzame warmte en denkt mee over oplossingen voor netcongestie. Woningbouwvereniging Poortugaal is een lokale corporatie in de kern Poortugaal. Zij beheert en onderhoudt sociale huurwoningen en zet zich in voor verduurzaming door isolatie, energiezuinige installaties en andere Woonzorg Nederland is een landelijke woningcorporatie gespecialiseerd in het huisvesten van senioren en mensen met een zorgbehoefte. In Albrandswaard beheert zij diverse wooncomplexen en investeert in verduurzaming en toekomstbestendigheid, wat bijdraagt aan wooncomfort en de doelen van het Warmteprogramma. Havensteder is een woningcorporatie actief in de regio Rotterdam en omstreken. In Albrandswaard beheert en onderhoudt zij sociale huurwoningen en investeert in energiebesparende maatregelen en duurzame warmteoplossingen, waarmee zij een belangrijke partner is in de uitvoering van het Warmteprogramma.
Utiliteitseigenaren De eigenaren van de utiliteiten binnen de gemeente Albrandswaard worden betrokken via een gemeentelijke enquête. Daarnaast worden ze geïnformeerd via kanalen zoals de gemeentelijke ondernemersvereniging en het zakelijk energieloket.
5.4 Communicatie De gemeente informeert inwoners, stakeholders en andere betrokkenen via de gebruikelijke kanalen, zoals sociale media, de gemeentelijke website en De Schakel. Daarnaast worden gerichte uitnodigingen, nieuwsbrieven en samenwerkingskanalen ingezet om specifieke doelgroepen te bereiken. Zo zorgen we dat iedereen die met het Warmteprogramma te maken heeft, tijdig en duidelijk op de hoogte is van de stappen in het proces. Verwerking en terugkoppeling van input Alle binnengekomen input wordt verzameld, geanalyseerd en waar mogelijk verwerkt in het Warmteprogramma. We communiceren helder wat met de inbreng is gedaan:
Inwoners ontvangen terugkoppeling via online rapportages, nieuwsbrieven of publicaties in De Schakel. Stakeholders krijgen de uitkomsten van sprintsessies en overleggen toegestuurd, inclusief toelichting op de gemaakte keuzes. Wanneer suggesties niet worden overgenomen, leggen we uit waarom.
Op deze manier wordt de inbreng van alle betrokkenen zichtbaar gewaardeerd en geborgd in het proces, en blijft het vertrouwen in de samenwerking behouden.
5.5 Evaluatie en reflectie Participatie stopt niet na het afronden van het Warmteprogramma. De gemeente evalueert het proces en de samenwerking met inwoners en stakeholders, om te leren wat goed werkte en waar verbetering mogelijk is. Deze reflectie maakt onderdeel uit van het principe ‘leren door te doen’ uit de participatievisie. De evaluatie kijkt naar:
In hoeverre inwoners en stakeholders zich gehoord en serieus genomen voelen. Diversiteit en representativiteit van deelnemers. Effectiviteit van participatievormen en communicatiemiddelen. Duidelijkheid over kaders en verwachtingen. Snelheid en kwaliteit van terugkoppeling.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
10
De uitkomsten worden gedeeld en toegepast bij de uitvoering van het Warmteprogramma en bij toekomstige trajecten, zoals de wijkuitvoeringsplannen. Zo bouwen we voort op ervaringen en versterken we het vertrouwen van inwoners en partners in de samenwerking.
6 Aanpak en planning Voor het opstellen van de inhoud van het Warmteprogramma werkt de gemeente Albrandswaard intensief samen met de belangrijkste stakeholders (zie hoofdstuk 5). Dit gebeurt via een effectieve sprintmethodiek: korte, intensieve werksessies waarin we kennis delen, scenario’s verkennen en gezamenlijk keuzes maken. Tijdens deze sprints staat het wederzijdse leerproces centraal. Stakeholders brengen hun expertise, praktijkervaring en lokale kennis in, terwijl de gemeente de beleidsmatige kaders, uitgangspunten en randvoorwaarden bewaakt. Deze samenwerking zorgt ervoor dat de keuzes in het Warmteprogramma goed onderbouwd en breed gedragen zijn. Sweco bereidt de sprints voor, faciliteert de bijeenkomsten en zorgt voor een gestructureerd proces, waarbij inhoud en interactie hand in hand gaan. We starten met twee sprintsessies, maar kunnen – indien nodig – extra sessies toevoegen om bepaalde thema’s of wijken verder uit te werken. De uitgangspunten en randvoorwaarden zoals beschreven in hoofdstuk 2 vormen in alle sprints het fundament. Ze zijn leidend bij het vaststellen van de criteria en het maken van keuzes over technieken, tempo en fasering van de warmtetransitie in Albrandswaard.
6.1 Sprintsessies Sprint 1: invullen afwegingskader Wie betrekken: Betrokken beleidsafdelingen (zie paragraaf 4.2). In deze eerste sprint kijken we met een open blik naar de mogelijke warmteoplossingen per wijk. We baseren ons hierbij op de resultaten van de Transitievisie Warmte (TVW), het Wijkuitvoeringsplan (WUP) en recente aanvullende analyses. Samen met de betrokken beleidsafdelingen brengt de gemeente in kaart welke technieken kansrijk zijn per wijk. Daarbij wordt het afwegingskader gebruikt als hulpmiddel om keuzes te structureren en onderbouwen. In deze sessie worden de belangrijkste beoordelingscriteria vastgesteld en voorzien van een weging, zodat duidelijk is welke factoren het zwaarst meewegen bij het bepalen van de voorkeursoplossing. Sprint 2: Wat gaan we de komende 10 jaar doen Wie betrekken: Betrokken beleidsafdelingen (zie paragraaf 4.2) en belangrijke stakeholders (zie bladzijde 10). In deze tweede sprint worden de resultaten van de analyses uit Sprint 1 besproken met de belangrijkste stakeholders. Samen met de gemeente worden keuzes gemaakt voor de voorkeurstechniek per wijk en de volgorde van uitvoering. De keuzes worden onderbouwd met feitelijke gegevens, zoals technische haalbaarheid en financiële betaalbaarheid, maar ook met zachte criteria, zoals de verwachte mate van participatie en lokaal draagvlak.
Op basis hiervan wordt het tempo per wijk vastgesteld en wordt in grote lijnen bepaald wat er de komende tien jaar in elke wijk gaat gebeuren. Ondersteuning Naast de sprints ontvangt de gemeente inhoudelijke en technische ondersteuning bij het opstellen van het Warmteprogramma vanuit de RES-regio Rotterdam–Den Haag en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Deze partijen bieden verschillende hulpmiddelen en analysetools die ondersteunen
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
11
bij het maken van onderbouwde keuzes per wijk, bijvoorbeeld voor de keuze van de voorkeurswarmtetechniek of de fasering van de uitvoering. Met behulp van deze ondersteuning én de gezamenlijke uitkomsten uit de sprintsessies worden de keuzes per wijk verder aangescherpt en vastgelegd. Procesplanning Voor het opstellen van het Warmteprogramma volgt de gemeente het onderstaande proces. Naar verwachting neemt het gehele traject – van voorbereiding tot vaststelling – ongeveer één jaar in beslag. De uiteindelijke doorlooptijd kan echter variëren, bijvoorbeeld als er een plan-MER (milieueffectrapportage) moet worden uitgevoerd of als de besluitvorming wordt beïnvloed door de gemeenteraadsverkiezingen.
Bijlage 1: De opgave in Albrandswaard In deze bijlage staat een overzicht van de huidige situatie in Albrandswaard, met kerngegevens die relevant zijn voor het opstellen van het Warmteprogramma. Deze informatie vormt de basis voor de analyses, het invullen van het afwegingskader en het maken van keuzes per buurt. De onderstaande thema’s worden beschreven en – waar mogelijk – ondersteund met kaarten en visualisaties:
Buurten – indeling en kenmerken per buurt. Bouwjaren – leeftijd en bouwperiode van de woningvoorraad. Isolatiestatus – huidige energielabels en isolatieniveaus van woningen en gebouwen. Aardgasvrije woningen – huidige stand van woningen die al aardgasvrij zijn. Eigendom – verdeling tussen particuliere en corporatiewoningen. Bronnen – aanwezige en potentiële duurzame warmtebronnen. Overzicht bestaande warmtenetten – ligging en aansluitdichtheid. Stedelijkheid – mate van bebouwingsdichtheid per gebied. Dijkwoningen – specifieke bouwvormen met bijzondere aandachtspunten. Geschiktheid voor lage- en middentemperatuurwarmte (LT/MT) op basis van de isolatiestandaard.
Deze analyse geeft inzicht in zowel de technische als sociale opgave en helpt om gerichte, haalbare en betaalbare keuzes te maken voor de warmtetransitie in Albrandswaard.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
12
6.1.1 Buurten Albrandswaard bestaat uit verschillende buurten met elk een eigen karakter. Voor het Warmteprogramma gebruiken we de CBS-buurten als basis, zodat gegevens eenduidig te analyseren en vergelijken zijn. Waar het logisch is bijvoorbeeld bij vergelijkbare woningtypen of één gezamenlijke warmteoplossing kunnen buurten worden samengevoegd. Deze indeling vormt zo een herkenbaar en praktisch startpunt voor keuzes in het Warmteprogramma en toekomstige wijkuitvoeringsplannen.
6.1.2 Bouwjaren Albrandswaard heeft een gevarieerde woningvoorraad. Veel woningen stammen uit de periode 1945–1980, met grote uitbreidingen in de jaren ’90 en 2000. In het centrum staan vooral oudere woningen, terwijl de dijkwoningen grotendeels vooroorlogs zijn.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
13
6.1.3 Isolatiestatus Op basis van energielabels is de isolatiekwaliteit in Albrandswaard sterk wisselend, afhankelijk van bouwjaar en woningtype. Er is een mix van goed geïsoleerde woningen (label A en B) en matig tot slecht geïsoleerde woningen (label C t/m G). Goed geïsoleerde woningen bevinden zich vooral in Portland, Valckesteyn, RhoonZuidoost en Landweg. Portland en Rhoon-Zuidoost hebben echter ook veel D–G-labelwoningen, maar liggen gunstig bij potentiële collectieve warmtebronnen. Met voorafgaande isolatiemaatregelen zijn deze buurten kansrijk voor een collectief warmtesysteem. Van veel utiliteitsgebouwen is het energielabel nog onbekend.
4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 A
B
C
D
E
F
G
Aantal gebouwen per energielabel (VIVET)
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
14
6.1.4 Aardgasvrije woningen In Albrandswaard telt de woningvoorraad circa 10.500 woningen. Volgens CBS/Klimaatmonitor (peiljaar 2024) is 7,2% van de woningen aardgasvrij op basis van hoofdverwarming (elektrisch of via warmtenet). Dat komt neer op circa 756 woningen. Dit aantal bestaat naar verwachting vooral uit nieuwbouwwoningen waarvoor de omgevingsvergunning na 1 juli 2018 is aangevraagd (na het vervallen van de gasaansluitplicht), aangevuld met een beperkt aantal bestaande woningen die zijn verduurzaamd en elektrisch verwarmen. Het merendeel is nog aangesloten op het gasnet. Een kleine groep van ongeveer 24 woningen heeft de gasmeter daadwerkelijk laten verwijderen en is daarmee gasloos.
6.1.5 Eigendom In Albrandswaard bestaat het woning- en gebouwenbestand grotendeels uit koopwoningen (72%), aangevuld met 22,5% sociale huur en 5,5% particuliere huur. Het corporatiebezit is verspreid over de gemeente, met een concentratie in Poortugaal, Rhoon en Portland. Daarnaast zijn er meerdere actieve VvE’s en staan in drie gebieden nieuwbouwwoningen gepland van Antes.
6.1.6 Bronnen (Eerdere bronnenstudie) In 2023 heeft Sweco een bronnenstudie uitgevoerd naar potentiële warmtebronnen voor Albrandswaard. Deze studie laat zien dat er in en rond de gemeente diverse kansrijke opties aanwezig zijn voor duurzame warmtewinning. De bevindingen vormen een belangrijke basis voor de keuzes in het Warmteprogramma.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
15
De volgende bronnen zijn als meest kansrijk benoemd:
Aquathermie uit de Oude Maas – benutting van warmte uit oppervlaktewater. Warmtenet Vattenfall – aansluiting op bestaand of gepland regionaal warmtenet. Bodemwarmte via WKO – warmte- en koudeopslag in de bodem. Restwarmte uit de Rotterdamse haven – transport van industriële restwarmte naar Albrandswaard. Biomassa – hernieuwbare warmte uit organisch materiaal, vooral kleinschalig en lokaal toepasbaar.
Deze opties verschillen sterk in schaal, techniek en beschikbaarheid. In het Warmteprogramma wordt per buurt beoordeeld welke bron of combinatie van bronnen technisch, economisch en ruimtelijk het meest passend is.
6.1.7 Overzicht van bestaande warmtenetten en warmtekavels In en rond Albrandswaard liggen enkele bestaande warmtenetten die op termijn een belangrijke rol kunnen spelen in de verduurzaming van de warmtevoorziening. De mogelijkheid om hierop aan te sluiten wordt momenteel verkend binnen de RES-regio Rotterdam–Den Haag. Deze netten vormen potentiële backbone-infrastructuur voor wijken die in de toekomst op collectieve warmte willen overstappen. Aansluiting kan voordelen bieden op het gebied van leveringszekerheid, schaalvoordelen en kostenreductie, mits de technische en economische randvoorwaarden gunstig zijn. In de kaart hieronder zijn de huidige warmtenetten en warmtekavels weergegeven, zoals bekend bij de RES. Dit overzicht dient als basis voor de verdere analyse in het Warmteprogramma.
6.1.8 Stedelijkheid Albrandswaard kent een mix van stedelijke en landelijke gebieden. De mate van stedelijkheid is vastgesteld op basis van het aantal adressen per km². In dichtbebouwde buurten liggen vaak meer kansen voor collectieve warmteoplossingen, omdat aanleg en exploitatie per aansluiting daar kostenefficiënter zijn.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
16
Landelijkere delen, zoals Rhoon-Noord, hebben een lage bebouwingsdichtheid en minder directe toegang tot collectieve warmtebronnen. In deze gebieden zijn individuele oplossingen, zoals all-electric systemen, vaak technisch en economisch aantrekkelijker.
6.1.9 Dijkwoningen De dijkwoningen in Albrandswaard vormen een bijzonder onderdeel van de woningvoorraad, met historische en vaak karakteristieke bouwkenmerken. Veel van deze woningen zijn matig tot slecht geïsoleerd en vragen om maatwerkoplossingen vanwege hun ligging, bouwstijl en soms monumentale status. Van de 931 dijkwoningen in de gemeente heeft een groot deel een energielabel D of lager. Dit maakt het verbeteren van de isolatie en het vinden van passende warmteoplossingen extra belangrijk. Door de beperkte ruimte en de vaak specifieke bouwconstructies zijn collectieve systemen minder voor de hand liggend en is een individuele, zorgvuldig afgestemde aanpak meestal de beste optie.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
17
6.10 Geschiktheid look LT en MT voor en na 1945 De mogelijkheid om woningen aan te sluiten op een lage temperatuur (LT) of midden temperatuur (MT) warmtenet hangt sterk samen met het bouwjaar en het isolatieniveau.
Woningen van vóór 1945 – Wanneer deze zijn geïsoleerd volgens de isolatiestandaard van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), zijn ze doorgaans geschikt voor een MTwarmtenet. Dit komt doordat oudere woningen vaak een hogere warmtebehoefte hebben, ook na renovatie.
Op de bijgevoegde kaarten is zichtbaar welke woningen in Albrandswaard, op basis van bouwjaar en isolatiestatus, geschikt zijn voor LT- of MT-warmte. Deze informatie helpt bij het maken van keuzes voor de meest passende warmteoplossing per buurt.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
18
Woningen van na 1945 – Als deze woningen voldoen aan de RVO-isolatiestandaard, zijn ze meestal geschikt voor aansluiting op een LT-warmtenet. Door de betere bouwkwaliteit en isolatiemogelijkheden is hier vaak minder hoge watertemperatuur nodig om voldoende comfort te bieden.
Op de bijgevoegde kaarten is zichtbaar welke woningen in Albrandswaard, op basis van bouwjaar en isolatiestatus, geschikt zijn voor LT- of MT-warmte. Deze informatie helpt bij het maken van keuzes voor de meest passende warmteoplossing per buurt.
Gemeente Albrandswaard- Startnotitie uitgangspunten Warmteprogramma 2026
19