19. 517101 Raadsvoorstel zienswijze begroting 2023 en 1e wijziging begroting 2022 SVHW.pdf
Tekst van het document
Samenhangende Objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 22 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. In juni 2021 is het conceptueel model voor de SOR afgerond en is de architectuurbeschrijving voor de voorzieningen van de SOR gepubliceerd. Deze documenten vormen een belangrijke input voor het verdere besluitvormingsproces over de SOR. Er is echter nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De VNG heeft hierover overleg met het ministerie van BZK. De insteek van de VNG is dat er nieuwe financieringsafspraken nodig zijn, die tevens een oplossing bieden voor het feit dat de bronhouders momenteel een onevenredig groot deel van de kosten dragen. Mede vanwege de kabinetsformatie is dit overleg minder voorspoedig verlopen en is het onduidelijk wanneer dit overleg wordt afgerond. Ondanks VNG Realisatie nog uitgaat van invoering per 2025 lijkt vertraging zeer waarschijnlijk. De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen en de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW.
4.2.4
Common Ground
Dit is een ontwerp en een veranderstrategie van de VNG voor een nieuwe gemeenschappelijke gemeentelijke informatievoorziening. Hierdoor ontstaat er een nieuw en modern gegevenslandschap, dat op een verantwoorde en consistente wijze wordt ondersteund. Dit maakt het mogelijk om de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering snel en flexibel te moderniseren. Het is een grote verandering die veel vraagt van de gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers en diverse partners in de digitale overheid. Vanuit de architectuur en standaarden is meerjarig een extra impuls nodig om deze veranderingen te realiseer en beheersbaar te maken. De winkel moet tijdens de verbouwing open blijven. Naar verwachting zullen de bestaande voorzieningen over een periode van 3 tot 8 jaar worden uitgefaseerd. De aanpassing/vervanging van applicaties vraagt in ieder geval tijd en forse investeringen. Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Landelijke inschattingen spreken over bedragen van honderden miljoenen, die nodig zijn voor de realisatie van Common Ground. Daartegenover staan ook te verwachten besparingen op het moment dat uiteindelijk de principes van Common Ground goed zijn doorgevoerd.
SVHW heeft in 2021 een nieuwe waarderingsapplicatie (OrtaX) en een nieuwe objecten/BAG-applicatie (iObjecten) in gebruik genomen, die beide al voldoen aan de principes van Common Ground en beschikbaar zijn als ‘Software as a Service’ (SaaS) in de Cloud. De belastingapplicatie dient echter nog aangepast te worden (zie ook paragraaf 4.2.6).
4.2.5
Artificial Intelligence/ Machine learning
De toename van de hoeveelheid beschikbare data (o.a. open data), de ontwikkeling naar een informatiesamenleving en de maatschappelijke noodzaak om meer gegevens te gebruiken om zodoende de herkenbaarheid en kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren leiden er toe dat SVHW meer en meer data zal moeten gaan verwerken en beschikbaar stellen. Hierbij worden alle domeinen van SVHW geraakt. Dit zal leiden tot de situatie dat de systemen van SVHW op basis van ‘Artificial Intelligence (AI) en ‘Machine learning’(ML)’ datastromen gaan verwerken. Hierbij is AI is erop gericht om functies van intelligentie te ontwikkelen (redeneren, verbanden zien, etc.) en ML houdt zich bezig met de
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 23 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 ontwikkeling van algoritmes en technieken om AI te bereiken. SVHW zal bij de keuze van systemen hiermee rekening moeten houden. Voor de verwerking van de toenemende datastromen zal SVHW ook meer en meer robotisering moeten gaan inzetten (‘RPA’, Robotic Process Automation). Hierbij worden repetitieve handelingen door middel van software zoveel mogelijk geautomatiseerd. SVHW doet dit momenteel veelal door scripting. Naast de technische maatregelen zullen ook de medewerkers van SVHW zich moeten bekwamen in het verwerken van data en is aanvullende expertise en capaciteit op het gebied van data-analyse noodzakelijk.
4.2.6
Cloud technologie
In steeds toenemende mate bieden de IT bedrijven hun software aan in de Cloud in de vorm van Software as a Service (SaaS). Kostenbesparing, beheersbaarheid en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud. Bij SVHW betref dit al de waarderings- en objecten/BAGapplicaties. Ook Centric zal eind 2023 de belastingapplicatie aanbieden in de vorm van een SaaS oplosing. Vanuit de Cloud wordt dan door Centric een standaardpakket aangeboden gebaseerd op vergaande processtandaardisatie. Momenteel beheert SVHW nog zijn eigen Centricapplicatie maar zal op enig moment ook gebruik moeten gaan maken van SaaS. In deze situatie heeft SVHW geen mogelijkheden om zelf maatwerk in de software door te voeren en wordt daardoor minder flexibel. Daarnaast bestaat er een gedegen risico, dat slimme maatwerkoplossingen en specifieke functionaliteiten, die SVHW op basis van scripting heeft ontwikkeld en die bijdragen aan de huidige efficiency en flexibiliteit van SVHW, niet in de uiteindelijke standaard worden aangeboden. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de kortingen, de verschillende BIZ-grondslagen, de slimme bijsluiter, de controle op het Automatisch Heffen en Verminderen (AOV), het geautomatiseerde Invorderingsproces en bulk verwerkingsprocessen. Daarnaast kunnen interne koppelingen naar andere SVHW systemen worden geraakt.
Tegelijkertijd zal er in de toekomst minder beheercapaciteit nodig zijn. Als mitigerende maatregel werkt SVHW samen met andere belastingkantoren om zoveel mogelijk bestaand gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol.
4.2.7
Informatiebeveiliging en privacy
Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds belangrijker. SVHW zal daarom zijn digitale weerbaarheid op peil dienen te houden. Dit vergt een toenemende inspanning van SVHW. SVHW maakt op dit gebied (beveiliging en privacy) gebruik van de diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en werkt samen met collega belastingkantoren.
4.3 4.3.1
Sociaal-culturele en economische ontwikkelingen Digitalisering van de samenleving
Digitalisering speelt volop in de samenleving, raakt inwoners en ondernemers en biedt nieuwe mogelijkheden en kansen voor welvaart en maatschappelijk welzijn. Bijvoorbeeld het efficiënt en Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 24 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 effectief inrichten van processen of het verlagen van drempels om met elkaar in contact te komen. Gemeenten kiezen ervoor de kansen die digitalisering biedt te pakken en te werken aan de mogelijke keerzijden ervan. In de VNG verenigingsagenda Gemeenten 2024 is de ‘informatiesamenleving’ tot kernthema benoemd en de digitale agenda geeft hier invulling aan. Hierbij zijn de volgende doelstellingen benoemd: 1.
Mogelijk maken: zoals het realiseren van de GDI, Common Ground, de digitale identiteit van inwoners, de basisregistraties, de regie op gegevens door de inwoners, open data en digitale dienstverlening;
2.
Kansen benutten: door het leggen van verbindingen tussen beleidsdomeinen van de overheid en met andere sectoren (economie);
3.
Duiden en reflecteren van waarden en innovatie in de informatiesamenleving: zoals de impact van de informatiesamenleving op de democratie en rechtstaat, de impact van de toepassing van nieuwe technologieën (Artificial Intelligence, algoritmen en virtual reality) en de toekomstig benodigde digitale vaardigheden van inwoners.
Als uitvoeringsorganisatie heeft SVHW in de ontwikkeling van de dienstverlening met het bovenstaande te maken. Een bijzonder punt van aandacht is het realiseren van digitale inclusie om te voorkomen, dat mensen die moeite hebben met digitale vaardigheden geen toegang hebben tot informatie. Het betekent onder andere dat SVHW de website toegankelijk moet maken voor mensen met een beperking en dat SVHW de andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) moet blijven onderhouden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De digitalisering van de samenleving wordt ondersteund door wetgeving die de wettelijke basis legt voor de basisinfrastructuur, de informatie-uitwisseling en verplichtingen van de overheid. In de onderstaande paragrafen (paragraaf 4.4 en verder) worden een aantal wetten en de gevolgen daarvan nader toelicht.
4.3.2
Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA)
In 2021 is SVHW begonnen met uitvoering van de Verzamelwet hersteloperatie toeslagen. In dit verband hebben de deelnemers zich door middel van een Collegebesluit geconformeerd aan het Moratorium en heeft SVHW de invordering aangehouden van de vorderingen bij alle mogelijke gedupeerden van de KOTA, die zich hadden aangemeld bij de Rijksbelastingdienst. SVHW heeft hen per brief geïnformeerd. Nadat SVHW de bestanden van de erkend gedupeerden (vertraagd) van de Rijksbelastingdienst had ontvangen is SVHW in november 2021 begonnen met het kwijtschelden van de per 1-1-2021 openstaande belastingschulden van de erkend gedupeerden. In december 2021 ontving SVHW de eerste bestanden van de afgewezen gedupeerden en in januari 2022 is SVHW gestart met inachtneming van een acclimatisatieperiode van 30 dagen met de invordering, waarbij SVHW de betrokkenen individueel per brief en flyer informeert over de afhandeling. Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van 30.000 euro dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een ‘schuldenvrije’ start krijgen. Concreet betekent dit dat
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 25 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit in de toekomst mogelijk niet meer zullen krijgen Omdat mogelijke gedupeerden zich tot en met 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst, zal SVHW naar verwachting tot en met 2025 bezig zijn met de afhandeling. Aangezien het onduidelijk is in hoeverre de Rijksbelastingdienst de erkend gedupeerden in 2022 afhandelt en hoeveel mogelijke nieuwe gedupeerden zich nog aanmelden, is het tevens onduidelijk hoeveel gedupeerden er in 2023 er nog worden erkend door de Rijksbelastingdienst. Hiermee is de hoogte van de forfaitaire vergoeding en de gederfde ophogingskosten eveneens onduidelijk (naar verwachting zal deze substantieel lager zijn dan in 2021 resp. 2022) en is er in de begroting geen rekening gehouden met deze eventuele opbrengsten.
4.4 4.4.1
Algemene politiek-juridische ontwikkelingen Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) / NCNP-problematiek
Naar aanleiding van de teleurstellende resultaten van het WODC rapport over de handelingswijze van de No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus heeft de VNG vervolgonderzoek geïnitieerd dat is uitgevoerd door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo). Het Coelo onderzoek richtte zich op de vraag of de bestaande kostenvergoeding, wat betreft hoogte en structuur, adequaat is. Daarmee wordt bedoeld dat de kostenvergoeding voldoende is om de dienstverlening aan inwoners en bedrijven te faciliteren, zonder dat er financiële prikkels bestaan die leiden tot een te hoog niveau aan bezwaren of aan proceshandelingen. Voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties zijn hier niet alleen kosten aan verbonden doordat ze kostenvergoedingen moeten betalen. Het legt ook beslag op de tijd van schaarse professionals. De resultaten van het onderzoek zijn in november 2021 door SVHW aangeboden aan het Algemeen Bestuur SVHW. De conclusie van het rapport is dat de vergoedingsstructuur op basis van het Bpb perverse prikkels bevat, en daardoor gedrag beloont dat niet strookt met het algemeen belang. De financiële prikkel stimuleert namelijk om zoveel mogelijk WOZ-bezwaren (automatisch en nagenoeg ongeacht de slagingskans) in te dienen. De afhandeling van deze WOZ-bezwaren legt een groot beslag op de uitvoeringscapaciteit.
Daarnaast wordt het bezwaartraject onnodig geformaliseerd, terwijl veel gemeenten (zo ook SVHW) nu juist streven naar een verdergaand informeel contact met de burger. Het rapport zal door de VNG worden benut in de lopende gesprekken met stakeholders waaronder de betrokken ministeries en de belangenvereniging van NCNP-bureaus. De inzet daarbij is om zo snel mogelijk te komen tot een adequate rechtsbescherming zonder perverse prikkels. Een aanpassing van het Bpb lijkt hierbij sneller te realiseren dan een aanpassing van bijvoorbeeld de wet WOZ. SVHW verwacht echter niet dat er in 2023 als sprake zal zijn van een aanpassing en dat de NCNPproblematiek ondanks de mitigerende maatregelen van SVHW in ieder geval in 2023 blijft aanhouden. Aangezien de uit te keren proceskostenvergoeding een structureel karakter heeft dient deze conform BBV-regels structureel in de begroting te zijn opgenomen. Dit is in 2022 door een begrotingswijziging gebeurd en deze werkt structureel door in 2023, waardoor een verdere aanpassing van de begroting 2023 niet nodig is.
4.4.2
Wet digitale overheid
De Wet digitale overheid (Wdo) regelt verdere digitalisering van de Nederlandse overheid. Dit eerste deel van de wet gaat over hoe inwoners en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de (semi-) overheid. Daarnaast bevat de wet regels over informatieveiligheid en privacy en het toepassen Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 26 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 van open standaarden. De wet verankert taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. de voorzieningen voor de generieke digitale infrastructuur (GDI), verplichtingen voor bestuursorganen en aanspraken van inwoners en bedrijven. Gewerkt wordt in tranches: de eerste tranche regelt onder meer de toegang tot digitale dienstverlening van de overheid door middel van elektronische identificatie en authenticatie, informatieveiligheid en standaarden. Naar verwachting wordt de Wdo stapsgewijs ingevoerd. Na inwerkingtreding:
moet SVHW zijn digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau;
heeft SVHW een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen;
moet SVHW zijn informatiebeveiliging op orde hebben;
moet SVHW meebetalen voor het gebruik van inlogmiddelen door inwoners.
Het wetsvoorstel is op 18 februari 2020 door de Tweede Kamer aangenomen. Vragen van de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel hebben er toe geleid dat de Staatssecretaris van BZK een wetswijziging zal indienen. Met deze zogenaamde novelle wordt privacybescherming steviger in de WDO verankerd. Er komt een wettelijk verhandelverbod voor gegevens en de principes ‘privacy by design’ en ‘open source’ worden in de wet opgenomen. Hierdoor wordt inloggen bij de overheid veiliger en betrouwbaarder. De daadwerkelijke datum van de inwerkingtreding is afhankelijk van wanneer de Eerste Kamer het wetsvoorstel met de wijziging bespreekt.
4.4.3
Wet open overheid
In oktober 2021 is de Wet open overheid (Woo) aangenomen, de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo treedt op 1 mei 2022 in werking. De Woo geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet legt de verplichting op documenten in een, voor SVHW beperkt, aantal categorieën actief openbaar te maken:
wet- en regelgeving;
organisatiegegevens;
bestuurstukken;
jaarplannen en -verslagen;
Wob/Woo-verzoeken;
onderzoeken;
klachten.
SVHW voldoet - voor zover van toepassing- al voor een deel van de categorieën aan deze verplichting, uitgezonderd de Wob/Woo-verzoeken, de besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur, onderzoeken en klachten. Ook deze categorieën documenten zullen vanaf 1 mei 2022 actief openbaar moeten worden gemaakt. Daarnaast verplicht de Woo SVHW om een contactpersoon aan te wijzen voor het beantwoorden voor het beantwoorden van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en het voeren van een organisatie brede regie op het digitaal bewaren en ontsluiten van de eigen gegevens. In dit verband wil SVHW over gaan tot de aanschaf van een zaaksysteem. Dit systeem kan ook verder worden toegepast voor de dienstverlening naar de inwoners in het kader van de regie op eigen gegevens. De landelijke verwachting is dat de aanloopkosten en de structurele kosten van de Woo hoog kunnen zijn. Voor de uitvoering komt voor gemeenten een bedrag beschikbaar van 164 miljoen euro waarvan
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 27 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 structureel 42,1 miljoen euro per jaar en incidenteel 121,9 miljoen euro. Voor SVHW zou het de implementatie van een zaaksysteem en benodigde capaciteit voor de vraagbaak- en regiefunctie betekenen.
4.4.4
BTW-koepelvrijstellling
De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving. Het is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. Het is onduidelijk hoe dit dossier verder gaat verlopen. Er zijn immers sinds 2019 geen ontwikkelingen meer merkbaar en deze worden op korte termijn ook niet verwacht. Indien de koepelvrijstelling verdwijnt dan wordt SVHW BTW-plichtig en zal het BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat door arbeid, aangezien de huidige deelnemersbijdrage van SVHW al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de door SVHW ingekochte diensten en producten. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTWcompensatiefonds, de extra BTW verrekenen. Het waterschap Hollandse Delta heeft deze mogelijkheid echter niet. Daarnaast zullen extra uitvoeringskosten gaan ontstaan, omdat SVHW aanvullende administratieve werkzaamheden zal moeten gaan verrichten.
4.5 4.5.1
Ontwikkelingen WOZ Waarderingskamer
De Waarderingkamer pleit voor een brede investeringsagenda voor de WOZ-uitvoering met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden verder toeneemt, is het van belang dat de WOZuitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In de instemmingsbrief gericht aan het Dagelijks Bestuur van SVHW voor het mogen beschikken van WOZwaarden en het verzenden van de OZB-aanslagen in 2020 vroeg de Waarderingskamer dan ook voor blijvende aandacht voor het doen van de nodige investeringen. Daarnaast schetst de Waarderingskamer in haar strategiedocument 2020-2025 nog de volgende ontwikkelingen die van grote invloed zijn op de WOZ-uitvoering:
iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens;
het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZ-waardebepaling;
de invoering van een nieuw verantwoordingsdocument en taxatieverslag.
SVHW zal in de bedrijfsvoering en begroting rekening moeten houden met de bovenstaande punten.
4.5.2
Regie op eigen gegevens
De Waarderingskamer schrijft in haar strategiedocument 2020- 2025 dat de WOZ-uitvoering moet inzetten op de ontwikkeling om belanghebbenden een grotere rol te geven bij het actueel houden van de objectgegevens. In dit verband speelt MijnOverheid een belangrijke rol.
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 28 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 In MijnOverheid zijn de eigen WOZ-waarden via het onderdeel ‘ Persoonlijke gegevens’ voor inwoners in te zien en SVHW heeft via dat kanaal ook de bijbehorende taxatieverslagen opvraagbaar gemaakt. MijnOverheid zou in de toekomst ook startpunt kunnen zijn voor het bezwaar maken tegen de WOZwaarde van de woning (het daadwerkelijke bezwaar maken kan op dit moment niet via MijnOverheid, maar moet plaatsvinden bij SVHW). De verwachting is dat steeds meer belastingplichtigen de MijnOverheid Berichtenbox en de omgeving voor Persoonlijke Gegevens zullen gaan gebruiken, waardoor het aantal fysieke brieven zal verminderen. Indien deze ontwikkeling doorzet, zal er behoefte ontstaan aan een mogelijkheid om via MijnOverheid met SVHW te communiceren. In dat kader vindt de Waarderingskamer het van belang dat belanghebbenden de objectkenmerken, die ten grondslag liggen aan de WOZ-taxaties, permanent kunnen inzien en dat objectieve correcties of wijzigingen hierover permanent en op een eenvoudige en veilige manier aan de gemeente kunnen worden doorgeven. SVHW heeft hierop al geanticipeerd door “Mijn SVHW” via single-sign-on bereikbaar te maken vanuit MijnOverheid en volgt de verdere ontwikkelingen. Daarnaast wil SVHW een zaaksysteem aanschaffen (zie ook paragraaf 3.4.3).
4.5.3
Nieuw taxatie modellen / extra taxatie gegevens
De komende jaren zal de ontwikkeling van taxatiemodellen in hoog tempo doorgaan. Het toepassen van nieuwe technieken, zoals de eerder beschreven Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning en het betrekken van meer gegevens, zoals locatiegegevens vanuit de Geo-registraties en open data bestanden, zullen leiden tot een verdere verfijning van de taxatiemodellen en steeds betere WOZ-taxaties. De waarderingsapplicatie OrtaX, die SVHW in 2021 heeft aangeschaft, is voorbereid op deze ontwikkeling en kent al een toepassing van AI, maar zal ook verder doorontwikkeld moeten worden. Voor de SVHW taxateurs betekent deze ontwikkeling dat er steeds meer nadruk komt te liggen op analysevaardigheden en het inrichten en verfijnen van de modellen.
4.5.4
Verantwoordingsdocument en taxatieverslag nieuwe stijl
Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven. Ook moet SVHW als gevolg van arresten van de Hoge Raad (op de zaak betrekking hebbende stukken) al in de bezwaarfase verplicht aanvullende gegevens verstrekken aan de belanghebbende of deze ter inzage leggen. Daarnaast stelt SVHW bij beroepsprocedures vaak een taxatiematrix met aanvullende gegevens op waarmee SVHW wil aantonen dat de WOZ-waarde juist is. De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door samen met betrokken partijen te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. De combinatie van deze twee documenten moet de volledige onderbouwing van de WOZ-waarde zijn. Daarbuiten zouden geen andere gegevens verstrekt hoeven te worden. In 2022 vindt in een aantal gemeenten een pilot plaats met het vernieuwde taxatierapport. Daarnaast wordt het verantwoordingsdocument nader gedefinieerd. Het gemoderniseerde taxatieverslag en verantwoordingsdocument zullen vanaf 2023 mogelijk worden ingevoerd. Het jaarlijks opstellen van een verantwoordingsdocument zal SVHW inspanning kosten, maar hopelijk kan dit worden "terugverdiend" in bezwaar en beroepsprocedures doordat de waarden zowel door belanghebbenden als door de rechters beter zullen worden geaccepteerd.
De huidige waarderingsapplicatie OrtaX is voorbereid om het taxatieverslag nieuwe stijl automatisch te genereren. Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 29 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Daarnaast past SVHW inmiddels een opname App toe waarmee SVHW foto’s kan opvragen om de kwaliteit van de waardering te verbeteren. SVHW bouwt deze manier van informatie uitwisseling in 2023 verder uit.
4.5.5
Toename areaal
Door de bouwopgave van de Nederlandse gemeenten (in verband met de woningnood) zal het aantal WOZ-objecten van de deelnemers stijgen en daarmee ook de hoeveelheid werkzaamheden, die SVHW moet verrichten. Aangezien de huidige bezetting van taxateurs en WOZ-medewerkers ‘scherp’ is, kan deze toename ondanks procesverbeteringen niet meer worden opgevangen zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Een uitbreiding van de formatie is noodzakelijk. Daarnaast kan worden gedacht om duurdere externe inhuur in te ruilen voor meer goedkopere vast formatie Dit zal gelet op de omstandigheden op de arbeidsmarkt niet eenvoudig zijn. Alternatief zou SVHW een traineeprogramma kunnen starten. Een mogelijke (gedeeltelijke) financiering kan gevonden worden in de toename van het aantal WOZ-objecten.
4.5.6
Wet verbetering rechtsbescherming WOZ
De huidige Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is onvoldoende toegespitst op de situatie, dat belanghebbenden tegengestelde belangen bij dezelfde WOZ-waarde hebben. Begin 2019 is een wetsvoorstel, dat beoogt de rechtsbescherming van de belanghebbenden bij een WOZ-beschikking adequaat te regelen, voor internetconsultatie gepubliceerd. Op het wetsvoorstel was veel kritiek en daarom is het nog niet bekend of en wanneer de parlementaire behandeling plaats vindt en daarmee is het onwaarschijnlijk of de wijziging van de wet WOZ in 2023 van kracht zal zijn. Ondertussen worden in de jurisprudentie de ergste tekorten in de rechtsbescherming verholpen, bijvoorbeeld door medebelanghebbenden toegang te geven tot procedures. De Waarderingskamer heeft inmiddels een handreiking voor gemeenten geschreven hoe in bezwaar- en beroepsprocedures met derde-belanghebbenden om te gaan bij het ontbreken van een wettelijke regeling SVHW volgt de ontwikkeling nauwlettend, aangezien er gevolgen zijn voor de uitvoeringspraktijk.
4.6 4.6.1
Ontwikkelingen digitalisering/gegevensbeheer Data gestuurd werken
Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van Artificial Intelligence en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie Data gestuurd werken betekent dat (overheids-)organisaties data en data-analyse structureel inzetten om beleid en uitvoering te verbeteren. De gestructureerde registerdata, waaronder de basisregistraties, groeit sterk. Bovendien is er de sterke groei van de ongestructureerde data van internet. Door gebruik te maken van Machine Learning en Data Analytics wordt de data ontsloten en als informatie gebruikt voor beleid en uitvoering. Voor SVHW is deze ontwikkeling in alle domeinen voelbaar: bij het waarderen in het WOZ-domein, het verrijken van gegevens met open data in het heffingen-domein, bij de klantcontacten en bij de (dwang)invordering in het invorderingsdomein. SVHW moet hiertoe de vaardigheden van het bestaande personeel vergroten maar zal ook specifieke expertise moeten aantrekken in de vorm data-analyse.
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 30 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
4.6.2
Samenhangende objecten registratie (SOR)
SVHW heeft in 2021 al geanticipeerd op de ontwikkeling van de SOR door het in gebruik nemen van een nieuwe BAG applicatie, iObjecten. Met iObjecten is SVHW in staat om geheel geïntegreerd het beheer uit te voeren van objectgegevens zowel voor de BAG als WOZ. Dit verhoogt de kwaliteit en efficiency. Daarnaast is de applicatie voorbereid voor de doorontwikkeling naar de Samenhangende Objecten Registratie (SOR), bijvoorbeeld voor het werken in ketens en de koppeling met BGT-gegevens. SVHW heeft ook de applicatie Way-2-Go geïmplementeerd als management tool voor het objectbeheerproces. Way2Go kan gebruikt worden als ‘communicatiemiddel’ tussen het SVHW en de deelnemer. Het uploaden van bouw- en sloopvergunningen, huisnummerbesluiten, het doen van (terug) meldingen et cetera. Eind 2021 hebben de 6 gemeentelijke deelnemers, die de BAG niet hebben ondergebracht bij SVHW, de beschikking gekregen over deze tool. In 2022 volgen de andere gemeentelijke deelnemers. Het platform ondersteunt ook het verbeteren en behouden van de uniformiteit van WOZ- en BAGgegevens. Deze gegevens zijn na afronding van het WOZ conversieproject van inhoud naar oppervlakte geharmoniseerd. De eventuele efficiencywinst is in hoge mate afhankelijk in hoeverre deze uniformiteit kan worden behouden.
In die gevallen waarin de gemeenten zelf hun BAG beheren is het niet ondenkbaar dat werkwijzen en efficiencywinst gaan verschillen, omdat er qua kwaliteit verschillen tussen de diverse gemeenten zijn. SVHW he eft met de niet BAG-deelnemers in 2021/2022 procesafspraken gemaakt voor een adequate afhandeling van de terugmeldingen die SVHW doet. SVHW zal vanwege het belang van de uniformiteit strak sturen op deze afspraken. Naast de ingebruikname van het platform zal SVHW in 2022 met de deelnemers in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR project inventariseren op welke wijze de samenwerking het beste vorm gegeven kan worden. Het is hierbij denkbaar dat er meerdere varianten ontstaan. In 2023 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de eventuele ingebruikname van de SOR eind 2025. De effecten van deze stappen zijn niet opgenomen in deze begroting
4.6.3
Rijksprogramma Regie op Gegevens
Het programma ‘Inwoners en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening in opdracht van het Ministerie van BZK en het Ministerie van Economische Zaken. De impact op SVHW is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement wordt ingevoerd, dan zal dit van invloed worden op de dienstverlening (zie ook paragraaf 4.5.2). Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Voor SVHW betekent dit, dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op deze ontwikkeling en er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. Zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, WOZ-voormeldingen of het permanent ‘openzetten’ van objectgegevens ter controle en datacontrole/analyse door SVHW nemen hierdoor in belang toe.
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 31 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
4.7
Ontwikkelingen Heffingen
4.7.1
Diftar
In 2022 hebben drie gemeentelijke deelnemers bij de afvalstoffenheffing DifTar ingevoerd en in 2023 volgen er nog twee gemeentelijke deelnemer. Diftar is een maatregel om het recyclen of het cyclisch maken van de afvalstroom te stimuleren. Bij DifTar betalen de inwoners veelal een jaarlijks vastrecht en een tarief per lediging of storting. Ofschoon de ledigings- en stortingsgegevens in hoge mate geautomatiseerd kunnen worden verwerkt neemt de hoeveelheid werk, die gemoeid is met controle en het verhelpen van uitval, toe. Dit betekent dat SVHW ondanks verdere proces optimalisaties voor de afhandeling van de DifTar in 2023 formatieve uitbreiding nodig heeft.
4.7.2
Aanpassing waterschapbelastingen
De waterschappen hebben op 11 december 2020 een definitief voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal urgente knelpunten op, te weten:
knelpunt zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen;
knelpunten watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.
Het voorstel is aangeboden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met het verzoek om een voortvarend wetgevingstraject in te zetten en om vervolgstappen te nemen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Aangezien er een wetgevingstraject (wellicht met uitzondering van het beperken van de tariefdifferentiatie wegen tot 100 procent) noodzakelijk is en dit opgepakt moet worden door het nieuwe kabinet, verwacht SVHW geen effecten in 2023.
4.7.3
Aanpassing gemeentelijke belastingen
Om een stabielere financiering voor de gemeenten te realiseren en hun autonomie te vergroten, gaat het nieuwe kabinet in de komende periode een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitwerken, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB in de beschouwing betrokken. In de huidige kabinetsperiode zal de financiering van de gemeenten grotendeels worden vormgegeven via de accres systematiek. SVHW verwacht daarom geen effecten in 2023. Een recente ontwikkeling is, dat de Minister van BZK het rapport “Naar nieuwe vormen van decentraal bestuur” van prof. mr. dr. D.J. (Douwe Jan) Elzinga, hoogleraar Staatsrecht RUG, op 18 februari 2022 heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. In het rapport beschrijft Elzinga aanbevelingen voor verbeterde interbestuurlijke betrekkingen en voor een effectief beleidskader voor het decentrale bestuur. Eén van de aanbevelingen is het invoeren van een ingezetenenheffing voor zowel de gemeenten als het waterschap, naast een verlaagde of een in de ingezetenenheffing geïntegreerde OZB, opcenten en andere belastingen. Hierbij worden directe relaties worden gelegd tussen de heffing en de besteding van de opbrengsten. Dit kan volgens Elzinga een belangrijke bijdrage leveren aan de vergroting van de lokale autonomie.
Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen namelijk worden betrokken bij de vaststelling van de bestedingsdoelen van deze ingezetenenheffing. Aangezien het rapport nog een parlementaire behandeling moet krijgen verwacht SVHW geen effecten in 2023.
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 32 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
4.7.4
Verduurzaming belastingstelsel
De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. Binnen de huidige wetgeving zijn de mogelijkheden echter beperkt en dienen de effectiviteit van deze zogenaamde “duurzaamheidsbepalingen” en bijbehorende risico’s in relatie tot de rechtsgelijkheid, extra inspanningen en uitvoeringskosten goed overwogen te worden. De Minister van BZK heeft bijvoorbeeld in haar kamerbrief d.d. 18 januari 2021 (Kamerstukken II 2020-2021, 32813 nr. 658) gesteld dat een WOZ-waarderingsuitzondering of OZB-vrijstelling op diverse problemen stuit en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief vormt. Denkend in mogelijkheden om door middel van het gemeentelijke belastingstelsel verduurzaming te stimuleren heeft SVHW in december 2021 een rapport aan de deelnemers aangeboden. In dit rapport wordt de retributie beschreven als een alternatief om verduurzaming te stimuleren. Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. SVHW houdt daarom in de Begroting 2023 geen rekening met eventuele extra inspanningen.
Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal SVHW de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s). Het is belangrijk dat hiertoe op voorhand overleg plaats vindt om de juridische en operationele haalbaarheid te bepalen (uitvoeringstoets).
4.8 4.8.1
Ontwikkelingen Invordering Inleiding
Met ingang van 2021 is een aantal grote wijzigingen ingetreden, waarvan de eerste effecten in 2022 zichtbaar gaan worden en doorwerken in 2023. Daarnaast staat er nog een aantal ontwikkelingen in de steiger. De rode draad is dat het invorderingsdomein meer en meer te maken gaat krijgen met het maatschappelijk verantwoord invorderen en daarmee beperkingen en een zorgvuldiger gebruik van het instrumentarium. Daarnaast neemt ook de afstemming en de informatie-uitwisseling met andere overheden en schuldeisers toe. Dit betekent, dat het invorderen veel meer data gestuurd en digitaal zal gaan plaatsvinden.
4.8.2
Wijzigingen 2021
Wijziging beslag- executierecht. Door een wijziging van het beslag- en executierecht per 1 april 2021 resteren er minder mogelijkheden tot het leggen van beslag. Bij het bankbeslag dient een beslagvrije voet te worden gehanteerd. Bij roerende goederen geldt een uitgebreider beslagverbod. Dat wil zeggen dat het beslag niet meer als ‘pressiemiddel’ (om belastingschuldigen tot betaling te bewegen) mag worden gebruikt en zaken alleen in beslag mogen worden genomen indien deze ‘bovenmatig’ zijn. Het administratief beslag op kentekens is daarentegen verruimd. SVHW mag nu beslag op voertuigen leggen zonder dat de deurwaarder het voertuig hoeft aan te treffen. Door de wijzingen verwacht SVHW een hoger bedrag oninbaar te gaan lijden bij gebrek aan beslagmaatregelen. Daarnaast is de effectiviteit van de bankbeslagen aanzienlijk verminderd. Door deze ontwikkelingen legt SVHW meer beslag op onroerende zaken. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Met de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt de toegang tot het beslagregister verbreed.
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 33 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 De verbeterde gegevensuitwisseling draagt er – in aanvulling op de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – aan bij, dat het bestaansminimum van mensen die kampen met schulden beter kan worden geborgd in gevallen van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. De internetconsultatie van de algemene maatregel van bestuur voor de gegevensuitwisseling is in december 2021 afgerond. Aangezien deze maatregel nog vastgesteld moet worden en het verbrede beslagregister nog gebouwd moet worden is het onduidelijk wanneer de invoering plaats vindt. Daarnaast moet de praktijk uitwijzen in hoeverre de administratieve druk voor SVHW toeneemt. SVHW verwacht in 2023 nog geen consequenties. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet De wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) is per 1 januari 2021 ingegaan. SVHW moet onder deze wet extra inspanningen verrichten om de juiste beslagvrije voet (bvv) vast te stellen door onder andere: het contact opnemen met belastingschuldige, het raadplegen van openbare bronnen, het onderling uitwisselen van informatie tussen beslagleggers en het raadplegen van UWV gegevens. Als de beslaglegger dit niet doet, dan moet hij het normbedrag van de bvv hoger vaststellen, waardoor er vrijwel geen afdracht van de werkgever/uitkeringsinstantie te verwachten valt. SVHW verwacht de volgende effecten ten gevolge van de Wvbvv:
minder effectieve loonbeslagen;
een toenemende doorlooptijd van loonbeslagen in verband met een hogere bvv;
meer bezwaren tegen de vastgestelde bvv;
SVHW kan zelf geen bvv meer vaststellen en dient deze op te vragen;
een toename van hernieuwde dwangbevelen;
een veranderende rol van de deurwaarder (socialer, beperking in beslagrecht);
mogelijkerwijs meer betalingsregelingen en minnelijke schuldbemiddelingen en – saneringen.
Vanwege vertraging bij de invoering en aanhoudende technische problemen heeft SVHW in 2021 slechts beperkt ervaringen kunnen opdoen. Hierdoor is het niet geheel duidelijk in hoeverre er sprake is van meer uitvoeringswerkzaamheden dan wel hogere kosten vanwege het opvragen van de bvv gegevens bij externe instanties
4.8.3
Maatschappelijk verantwoord invorderen
SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden ontstaat. SVHW heeft hiervoor al de volgende maatregelen getroffen:
het hanteren van een betalingstermijn van 3 maanden in plaats van de wettelijke 6 weken;
de mogelijkheid om met een automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen te betalen;
de mogelijkheid om tijdens het dwanginvorderingstraject binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;
het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms;
het treffen van individuele betalingsregelingen waarbij er naar mogelijkheden wordt gekeken.
Verder overweegt SVHW de volgende maatregelen:
de deurwaarders van SVHW gaan samen met de belastingschuldige meer en meer naar oplossingen kijken. Het maken van betalingsafspraken, het bij de deurwaarder
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 34 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 (gedeeltelijk)betalen en het samen met de deurwaarder invullen van een kwijtscheldingsformulier zijn hiervan voorbeelden;
het uitwerken van nadere richtlijnen uitwerken voor het alsnog treffen van betalingsregelingen nadat de dwangbevelen zijn betekend;
het simuleren van het gebruik van de automatische incasso door het proactief opsturen van machtigingsformulieren;
het uitvoeren van een onderzoek naar de wenselijkheid van flexibele incassotermijnen.
De bovenstaande maatregelen kunnen eventueel leiden tot een verminderde opbrengst van de invorderingskosten. In deze begroting wordt dit als risico benoemd.
4.8.4
Vroegsignalering
Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen. Ofschoon de gemeentelijke heffingen wettelijk gezien geen onderdeel mogen zijn van de vroegsignalering stelt SVHW binnen de kaders van de AVG op verzoek individuele gegevens ter beschikking van de sociale wijkteams en schuldhulpverlening. Op 1 januari 2022 starten 10 gemeenten met het experiment gemeentebelastingen, dat 4 jaar zal duren. Tijdens dit experiment wordt onderzocht of met behulp van de signalen over betalingsachterstanden op gemeentebelastingen mensen met financiële problemen in beeld komen die nog eerder niet bekend waren bij vroegsignalering en schuldhulpverlening. De verwachting is dat gemeenten meer inwoners met schulden beter en eerder bereiken. Deze tijdelijke regeling raakt alleen de inwoners van gemeenten die meedoen met het experiment. Met het experiment wordt gebruik gemaakt van de experimenteerruimte die de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (art 10, Wgs) geeft om betere indicatoren te ontwikkelen voor vroegsignalering.
4.8.5
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet)
Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Door deze wijziging kan er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten en inspanning voor SVHW met zich mee. Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken. Het was de bedoeling dat wijziging per 1 januari 2022 zou ingaan, maar de Rijksbelastingdienst heeft aangegeven dat dit in verband met de afhandeling van KOTA niet haalbaar is. Het is hiermee ook onzeker of de wijziging per 1 januari 2023 ingaat.
4.8.6
Kwijtschelding 3.0
In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Hiertoe wordt een platform Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 35 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 aangeboden waarmee men zijn informatie eenvoudig kan verzamelen, controleren en bundelen. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor inwoners zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die inwoners in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. SVHW volgt deze ontwikkeling.
4.9
Deelnemers
Op het moment van het schrijven van deze begroting loopt bij één gemeente een intern onderzoek naar de toekomst van de belastingtaak. Continuïteit, onwikkeling, kwaliteit en kosten zijn hierbij belangrijke overwegingen. In de basis liggen er twee mogelijke opties: zelf blijven uitvoeren of geheel uitbesteden. Voor deze laatste optie heeft SVHW in december 2021 een kostenindicatie afgegeven. De kostenindicatie geeft aan, dat de gemeente een substantieel structureel kostenvoordeel kan boeken door toe te treden tot SVHW. Daarnaast zijn continuïteit en ontwikkeling bij SVHW gelet op de schaalgrootte beter geborgd. Het is uiteraard de overweging van het College en de Gemeenteraad om bij het Algemeen Bestuur van SVHW een verzoek in te dienen om toe te mogen treden. Een eventuele toetreding is voorzien per 1 januari 2023. De effecten van deze eventuele toetreding zijn niet verwerkt in deze begroting
4.10 Dienstverlening 4.10.1
Dienstverlening inwoners en ondernemers
In 2023 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van MijnOverheid, de digitale overheid, de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en de ontwikkelingen binnen het WOZ-domein. Daarnaast voert SVHW wederom het tweejaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek uit. Naast al het digitale ‘geweld’ zal SVHW aandacht moeten blijven houden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) blijven daarom onderdeel van de dienstverlening van SVHW en worden ook doorontwikkeld. Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen en is er blijvende aandacht voor het maatschappelijk verantwoord invorderen. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van problematische schulden of een opeenstapeling van schulden. Invordering zal meer en meer digitaal en data gestuurd gaan worden. Daarnaast zal de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagenaffaire in 2023 nog doorlopen
4.10.2
Dienstverlening deelnemers
In 2021 is het door de operationele drukte en de aanhoudende Coronasituatie niet mogelijk gebleken om weer een klanttevredenheidsonderzoek onder de deelnemers te houden als opvolging op het onderzoek uit 2019. SVHW gaat nu in de tweede helft van 2022 het onderzoek uitvoeren en zal eventuele verbeterpunten aansluitend implementeren. Naar verwachting loopt de implementatie door tot in 2023. In 2023 zal er ook verder inhoud moeten worden gegeven aan de ketensamenwerking tussen de deelnemers en SVHW op het gebied van het bijhouden van de objectgegevens. Het geïmplementeerde samenwerkingsplatform Way-2-Go biedt hier de basis voor. Ofschoon het onzeker is of de SOR Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 36 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 daadwerkelijk in 2025 in gebruik genomen gaat worden, zal hierop voor zover mogelijk geanticipeerd moeten worden. Eventuele consequenties (formatie/financiën) zijn niet meegenomen in deze begroting. Hangende de implementatie van de SOR is het belangrijk dat de gegevens in de WOZ en BAG uniform blijven. Voor de niet BAG-deelnemers ligt deze verantwoordelijk bij de deelnemers zelf. SVHW heeft met hen in 2021/2022 procesafspraken gemaakt voor een adequate afhandeling van de terugmeldingen die SVHW doet. SVHW zal vanwege het belang van de uniformiteit strak sturen op deze afspraken.
4.10.3
Samenwerking met collega belastingkantoren
De in 2015 ingezette lijn, om samen met collega belastingkantoren ontwikkelingen in dienstverlening en ondersteunende ICT systemen te realiseren, wordt in 2023 gecontinueerd. Op deze manier gaat SVHW kostenefficiënt om met publieke middelen. Bovendien kunnen de kantoren hierdoor in de richting van strategische leveranciers en overheidsorganisaties hun belangen bij ontwikkelingen beter vertegenwoordigen. Aangezien SVHW niet het enige belastingkantoor is, dat te maken heeft met de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de daarvoor benodigde extra inspanningen, heeft SVHW eind 2021 verkennende gespreken met twee andere belastingkantoren geïnitieerd om te inventariseren of er mogelijkheden zijn om op het gebied van de ondersteunende processen en ICT meer samen te werken. De bedoeling is hierbij om te inventariseren of door samenwerking de kwetsbaarheid kan worden verminderd en kosten kunnen worden bespaard. In deze begroting zijn eventuele effecten niet verwerkt.
4.10.4
Organisatie / ISAE-3402
Organisatie In 2021 zijn de operationele afdelingen van SVHW (Vastgoedinformatie, Heffingen en Invordering) van een traditionele lijnorganisatie omgevormd naar een proces georiënteerde organisatie waarbij procesteams (zelforganiserende teams) onder regie van een proceseigenaar verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en de verbetering van processen. De operationele processen zijn gegroepeerd in twee domeinen: Productie en Dienstverlening met aan het hoofd een domeinmanager, die verantwoordelijk is voor het binnen MT-verband stellen van kaders voor de procesuitvoering en het faciliteren van de procesteams. In 2022 volgen de ondersteunende functies, die worden gegroepeerd in het domein Ondersteuning met aan het hoofd een derde domeinmanager. Hiermee is de overgang de overgang naar een procesgerichte organisatie met zelforganiserende teams afgerond. Een organisatie, die zoveel mogelijk geautomatiseerd/gedigitaliseerd is en goed kan inspelen op de snel veranderende externe omstandigheden. 2023 staat in het teken van de consolidatie van de doorgevoerde wijzigingen en verdere optimalisaties van processen en de organisatie. ISAE-3402 In 2021 is SVHW er niet in geslaagd om fase één van de ISAE-3402 certificering geheel afgerond te hebben.
SVHW heeft prioriteit gegeven aan de uitbouw van de verbijzonderde interne controle en het treffen van aanvullende maatregelen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast hebben de eerder genoemde operationele druk, de organisatie ontwikkeling en de Coronasituatie er Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 37 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 toe geleid, dat er geen capaciteit meer beschikbaar was voor het afronden van fase één van de ISAE3402 certificering. De afronding van fase één wordt nu direct na de aanslagoplegging in 2022 opgepakt en SVHW streeft er naar om fase twee van ISAE-3402 certificering nog in 2022 of zo vroeg mogelijk in 2023 gerealiseerd te hebben. In 2023 treedt dan aansluitend de beheerfase in, waarbij eventuele verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de processen worden doorgevoerd. ISAE-3402 is een internationale standaard, die zekerheid geeft over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de interne beheersing van de primaire processen van de financiële rapportages. Een certificaat geeft aan dat SVHW als serviceorganisatie voor haar deelnemers in control is.
4.10.5
Personeel
De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat steeds meer het uitvoerend werk overnemen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan. In lijn met de ontwikkeling van de organisatie wordt van de SVHW medewerkers gevraagd om flexibel en proactief te zijn en goed in het snel oppakken van nieuwe zaken. Ze komen samen met de deelnemers tot oplossingen en kijken hierbij over de grenzen van eigen afdeling en SVHW heen. De competenties zijn onder andere: communicatief vermogen, adviesvaardigheid, procesgericht werken en analytisch vermogen. Een zogenaamde ‘Belasting Ambtenaar van de toekomst’. Met grote regelmaat geeft SVHW zowel mondeling (personeelsbijeenkomsten, afdelingsoverleg, individueel overleg) als via Intranet al aandacht aan het thema duurzame inzetbaarheid. Dit om het bewustzijn te creëren bij de medewerkers, dat zij in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en hun toekomstige inzetbaarheid bij SVHW. Om te kunnen voldoen aan het competentieprofiel ‘Belasting Ambtenaar van toekomst’ zullen medewerkers zich moeten blijven ontwikkelen.
Opleidingen zijn hierbij essentieel en het volgen daarvan wordt steeds minder vrijblijvend. SVHW biedt als generieke voorziening online trainingen aan de medewerkers aan en stimuleert de medewerkers tot het volgen van opleidingen. Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en moet erop toegerust zijn om de nieuwe competenties tot zijn recht te laten komen en te stimuleren. Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft hiermee de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. De overblijvende taken vragen een ander en vaak hoger werk- en denkniveau. SVHW verwacht dat hierdoor aanvullend zal moeten worden ingezet voor scholing, uitstroom en -gelet op de krapte op de arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel- de vaak lastig te realiseren instroom.
4.11 Doelstellingen 2022 De belangrijkste doelstellingen voor 2022 zijn:
Schaalgrootte: o
Binden en interesseren van de huidige deelnemers;
o
Meer dienstverlening realiseren voor bestaande deelnemers;
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 38 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 o
Volgen van ontwikkelingen bij gemeenten en waterschappen, die hun belastingtaak nog zelfstandig uitvoeren en indien mogelijk aantrekken nieuwe deelnemers;
o
Onderzoek naar samengaan/samenwerken met een ander belastingkantoor;
o
Onderzoek naar samenwerken met andere overheden.
Dienstverlening: o
Uitvoeren van de dienstverlening conform DVO;
o
Verdere ontwikkeling van het digitale kanaal in lijn met de digitalisering van de samenleving met aandacht voor inclusie;
o
Verdere ontwikkeling van de dienstverlening in lijn met de Wet digitale overheid en de Wet open overheid;
o
Implementatie verbeterpunten/aanbevelingen KTO 2022;
o
Maatschappelijk verantwoord invorderen/vroegsignalering;
o
Zo veel mogelijk behoud van efficiency en flexibiliteit door inzetten van API’s en robotisering in primaire systemen in samenhang met een eventuele standaardisering van de dienstverlening;
o
Samen met deelnemers inhoud geven aan samenwerking in het kader van de Samenhangende Objecten Registratie (SOR).
Basis op orde: o
Compleetheid en juistheid van administraties en registraties;
o
Invoering van data gestuurd werken / Machine Learning / Artificial Intelligence;
o
Volgen ontwikkelingen en waar nodig doorvoeren van systeemaanpassingen i.v.m. Common Ground, Cloud technologie en landelijk stelsel basisregistraties;
o
Implementatie wettelijke eisen en waar nodig doorvoeren van proces- en systeemaanpassingen (digitale overheid, Regie op gegevens, keten voor derdenbeslag, etc.);
o
Volgen ontwikkelingen strategie document Waarderingskamer 2020-2025 en implementatie verantwoordingsdocument en taxatieverslag nieuwe stijl.
Samenwerking: o
Continueren samenwerking collega belastingkantoren;
o
Beïnvloeden ontwikkelagenda leveranciers in samenwerking met belastingkantoren.
Organisatie o
Consolidatie van organisatie ontwikkeling en verdere optimalisatie van processen en de organisatie;
o
Beheerfase ISAE-3402 met implementatie van eventuele verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de processen.
Personeel: o
Aanpassing aard en omvang personeelsbestand in lijn met ontwikkeling SVHW organisatie;
o
Continue ontwikkeling van medewerkers.
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 39 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Beleidsbegroting 5.1
Uitgangspunten
Hieronder staan de uitganspunten voor de (meerjaren)begroting opgesomd:
5.1.1
Vertrekpunt
Het vertrekpunt is de gewijzigde Begroting 2022 en de realisatie 2021.
5.1.2
Indexering
Materiele kosten De door het CBS gepubliceerde CPI over het jaar 2021 is 2,7 procent. Hiervoor heeft in de 1e Wijziging van de begroting 2022 een aanvullende indexering plaats gevonden. Voor de Begroting 2023 gaat SVHW dan ook uit van een indexering met 1 procent. Personele kosten In lijn met het besluit van het Algemeen Bestuur van 1 februari 2017 volgt SVHW voor het indexeren van de personeelskosten de afspraken die zijn vastgelegd in de cao Werken voor waterschappen. In het geval van het ontbreken van een cao gaat SVHW uit van een loonstijging van 1 procent. Indien de daadwerkelijke prijsontwikkeling hoger is dan de gehanteerde indexcijfers in de Begroting 2023, dan zal er uiterlijk 15 april 2023 een begrotingswijziging 2023 worden ingediend. Eén en ander in lijn met het gestelde in de “Financiële Verordening SVHW 2021”.
5.1.3
Ontwikkelingen/nieuw beleid
SVHW streeft er naar om de kosten voor het volgen van (wettelijke) ontwikkelingen en nieuw beleid zoveel mogelijk met besparingen op te vangen binnen de exploitatie, waardoor er geen aanvullende budgetten vanuit de deelnemers nodig zijn. SVHW realiseert dit onder andere door de samenwerking met andere belastingkantoren, proces- en systeemoptimalisaties en een actief inkoopbeleid. In de periode van 2016 tot en met 2022 bedraagt het binnen de begroting opgevangen bedrag in totaal 1.093.000 euro . Daarnaast heeft SVHW in de periode 2016 tot en met 2021 ten gevolge van gerealiseerde positieve resultaten 1.242.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers. De onderstaande tabel geeft het overzicht. Jaar
Toename bedrijfskosten t.g.v. indexering Opgevangen Netto toename Resultaat Dotatie aan Restitutie kosten bedrijfskosten Jaarrekening reserves deelnemers indexering Nieuw Beleid / Totaal binnen (P+M) Externe exploitatie ontwikkelingen 2016 239.000 239.000 -139.000 100.000 227.000 227.000 2017 110.000 185.000 295.000 -160.000 135.000 583.000 228.000 355.000 2018 90.000 45.000 135.000 -321.000 -186.000 589.000 43.000 546.000 2019 150.000 105.000 255.000 -105.000 150.000 479.000 238.000 241.000 2020 310.000 (1) 310.000 -15.000 295.000 -102.000 -102.000 0 2021 (3) 456.000 315.000 (1) 771.000 -353.000 418.000 228.000 128.000 100.000 2022 (2) (3) 428.000 643.000 1.071.000 0 1.071.000 pm pm pm Totaal 1.783.000 978.000 3.076.000 -1.093.000 1.983.000 2.004.000 762.000 1.242.000 (1) De incidentele kosten voor de organisatie ontwikkeling worden in 2021+2022 ad 195.000 euro ten laste gebracht van de reserve organisatie (2) Betreft 1e Wijziging Begroting 2022 (3) De netto stijging van de bedrijfskosten is in 2021 en 2022 in belangrijke mate veroorzaakt door kosten i.v.m. Corona en NCNP-gerelateerde kosten
Versie 0.7 14 april 2022
Pagina 40 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Mede door deze handelswijze liggen de uitvoeringskosten van SVHW al jarenlang substantieel onder het landelijke gemiddelde. Uit het in april 2021 uitgevoerde benchmarkonderzoek van de Waarderingskamer blijkt, dat de WOZ- uitvoeringskosten per object van SVHW ver beneden het landelijk gemiddelde liggen: 27,8 procent. De WOZ uitvoeringskosten van SVHW bedragen 12,85 euro per object en het landelijk gemiddelde is 17,81 euro per object. Dit beeld wordt bevestigd door een onderzoek van de gemeente Ridderkerk naar de toekomst van de belastingtaak in het laatste kwartaal van 2021/ begin 2022. Hieruit bleek dat het onderbrengen van de belastingtaak bij SVHW zou leiden tot significante besparingen. Gelet op het bovenstaande heeft SVHW geen verdere ruimte heeft om de extra kosten in 2023 op te vangen zonder dat dit impact heeft op de kwaliteit van de dienstverlening.