CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

17. 888373 Raadsvoorstel Vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2024.pdf

Gemeenteraad AW 18 december 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Ingekomen stukken34.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

voor het toetsen, opstellen en beoordelen door BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam) voor de volgende werkzaamheden bedragen de tarieven: het toetsen van een aanvraag archeologievergunning: het opstellen van nader archeologisch advies voor bouwplannen, ruimtelijke plannen en aanlegvergunningen: het beoordelen van rapportages van een archeologisch onderzoek: het opstellen van een Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek: het beoordelen/toetsen van een Programma van Eisen: het beoordelen van offertes, aanbesteding, controle veldwerk (boringen/proefsleuven), rapport en selectieadvies inclusief het toezenden van de beoordeling en voorstel voor een selectiebesluit aan de gemeente: het verzorgen van een archeologieparagraaf in (de ruimtelijke onderbouwing van) een Omgevingsplan of projectbesluit: c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: Artikel 2.38 Advies 1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Barendrecht 2021 dat betrekking heeft op de redelijke eisen van welstand bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet]: Indien de bouwkosten minder bedragen dan € 50.000: € 100,00 indien de bouwkosten meer dan € 50.000 bedragen: 0,20% over de bouwkosten tot € 2.000.000: over de bouwkosten van € 2.000.000 tot € 6.000.000: € 4.000,00 plus 0,50% indien de bouwkosten meer bedragen dan € 2.000.000: € 6.000,00 De tarieven in dit onderdeel worden naar boven afgerond op € 5,00

€ 95,00

10%

€ 0,00 € 0,00 € 0,00

€ 563,70

€ 307,90 € 307,90 € 735,80 € 1.201,70 € 600,70

€ 600,70 € 1.921,80 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00

€ 382,30

€ 100,00 0,20% € 4.000,00 0,50% € 6.000,00

c.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b:

Indien de bouwkosten minder bedragen dan € 25.000: indien de bouwkosten € 25.000 tot € 2.000.000 van de bouwkosten bedragen: indien de bouwkosten meer bedragen dan € 2.000.000 De tarieven in dit onderdeel worden naar boven afgerond op € 5,00 d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.39 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. Paragraaf 2.11 Vermindering Artikel 2.40 Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.10. De vermindering bedraagt: a. bij 5 tot 10 activiteiten: 2% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; b. bij 10 tot 15 activiteiten: 3% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; c. bij 15 of meer activiteiten: 5% van de voor die activiteiten verschuldigde leges.

Paragraaf 2.12 Teruggaaf Artikel 2.41 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.42 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.43 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.

bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: 40% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 30% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.44 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

€ 0,00 € 0,00 € 0,00

2% 3% 5%

75%.

25%.

50%

40%

30%

a.

b.

c.

Artikel 2.45

Artikel 2.46

a.

b.

Artikel 2.47

Artikel 2.48

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 40% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 30% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

50%

40%

30%

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

25%

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.11. Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan €100,00 wordt niet teruggegeven.

Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 of 2:79b van de Algemene plaatselijke verordening: b. een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, van de Algemene plaatselijke verordening: Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: b. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: Indien dit samengaat met een ontheffing van de sluitingstijd worden hier geen leges voor in rekening gebracht. c. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet.: Indien dit samengaat met een wijziging op de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening worden geen leges in rekening gebracht. d.

een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: Indien dit samengaat met een bijschrijving van een beheerder op de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28i en artikel 3:15 van de Algemene plaatselijke verordening worden geen leges in rekening gebracht. e. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: f. aanvraag tot het wijzigen van de gegevens in de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 of 2:79b van de Algemene plaatselijke verordening: Paragraaf 3.2 Gereserveerd Artikel 3.3 gereserveerd Artikel 3.4 gereserveerd Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet: b. een wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing: Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: a. Een A-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder b van de APV

25%

€ 324,10

€ 314,70 3.1.1.1

€ 33,20

€ 32,20 3.1.1.2

€ 322,40

€ 313,00 3.1.2.1

€ 33,20

€ 32,20 3.1.2.2

€ 136,90

€ 132,90 3.1.2.3

€ 136,90

€ 132,90 3.1.2.4

€ 32,30

€ 31,40 3.1.2.5

€ 136,90

€ 132,90 3.1.1.3

€ 79,30 € 79,30

€ 77,00 3.3.1 € 77,00 3.3.2

nihil

€ 0,00 3.4.1

b.

Een B- of C-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder c en d door een persoon of organisatie met commercieel winstoogmerk c. Een B- of C-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder c en d door een persoon of organisatie voor een ideeel doel Artikel 3.7 gereserveerd Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Gereserveerd Artikel 3.9 Gereserveerd Artikel 3.10 Losse standplaatsen a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening: b. Het tarief voor het innemen van een standplaats (anders dan Emmastraat) met een verkoopwagen of eenheid: 1. voor een halve dag 2. voor een hele dag c. Het tarief voor het innemen van een standplaats met een verkoopwagen of eenheid op dinsdagen Emmastraat Poortugaal: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. d. 1.

tot en met 8m2, per dag van 9 tot en met 12 m2, per dag van 13 tot en met 16 m2, per dag van 17 tot en met 20 m2 per dag: tot en met 8m2, per dag, per jaar: (52 x € 7,40) van 9 tot en met 12 m2, per jaar: (52 x € 9,20) van 13 tot en met 16 m2, per jaar: (52 x € 14,50) van 17 tot en met 20 m2 per jaar (52 x € 20,00) Het tarief voor het innemen van een seizoenstandplaats: Voor het innemen van een seizoenstandplaats met een kraam bedraagt het tarief per maand 2. Voor het innemen van een seizoenstandplaats met een verkoopwagen bedraagt het tarief per maand Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikel 3.11 gereserveerd Artikel 3.12 gereserveerd Artikel 3.13 gereserveerd Artikel 3.14 gereserveerd Artikel 3.15 gereserveerd Artikel 3.16 gereserveerd Artikel 3.17 gereserveerd Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag a. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het plaatsen van een object op de openbare weg: b. Het tarief voor het gebruik van de openbare weg voor het plaatsen van een object, per object: 1. per dag 2. per week 3. per maand 4. per jaar c.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: Artikel 3.19 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een opname in het Landelijke Register Kinderopvang van: 1. een kindercentrum of gastouderbureau 2. een voorziening voor gastouderopvang

€ 228,20

nihil

€ 221,60 3.4.2 € 0,00 3.4.3

€ 35,90

€ 34,90 3.5.1

€ 22,50 € 35,90

€ 21,80 3.5.2.1 € 34,90 3.5.2.2

€ 7,80 € 9,80 € 15,30 € 21,20 € 408,20 € 507,60 € 799,90 € 1.103,30

€ 7,60 3.5.3.1 € 9,50 3.5.3.2 € 14,90 3.5.3.3 € 20,60 3.5.3.4 € 396,30 3.5.3.5 € 492,80 3.5.3.6 € 776,60 3.5.3.7 € 1.071,20 3.5.3.8 3.5.4

€ 105,00

€ 101,90 3.5.4.1

€ 214,20

€ 208,00 3.5.4.2

€ 11,00

€ 10,70 3.7.1

€ 34,10 € 47,40 € 133,90 € 266,00

€ 33,10 3.7.2.1 € 46,00 3.7.2.2 € 130,00 3.7.2.3 € 258,30 3.7.2.4

€ 34,10

€ 33,10 3.7.3

€ 1.295,80 € 323,30

€ 1.258,10 3.6.1 € 313,90 3.6.2

3.7.2

BELASTINGTARIEVEN 2024 2023

2024

Eigenaarsbelasting woningen

0,1038%

0,1006%

-3,1%

Eigenaarsbelasting niet-woningen

0,3767% 0,3192%

0,3970% 0,3270%

5,4% 2,4%

€ 220,50 € 294,00

€ 220,50 € 294,00

0,00 0,00

0% 0%

€ 1,68 € 1,56 € 1,44 € 1,32

€ 1,68 € 1,56 € 1,44 € 1,32

0,00 0,00 0,00 0,00

0% 0% 0% 0%

€ 243,00 € 315,00 € 333,00

€ 257,04 € 334,08 € 353,04

14,04 19,08 20,04

6% 6% 6%

€ 4,60

€ 4,60

0,00

0,0%

€ 1,15

€ 1,15

0,00

0,0%

kostbaarheden uit de ondergrondse container halen

€ 0,57 € 40,00 € 40,00 € 75,00 € 75,00

Nieuwe afvalpas

€ 20,00

€ 0,57 € 40,00 € 20,00 € 75,00 € 75,00 € 20,00

0,00 0,00 -20,00 0,00 0,00 0,00

0,0% 0,0% -50,0% 0,0% 0,0% 0,0%

BELASTINGJAAR BELASTING TARIEVEN

Ontwikkeling abs. %

ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN

Gebruikersbelasting niet-woningen RIOOLHEFFING éénpersoonshuishouden meerpersoonshuishoudens Verh. bij een waterverbr. per volle eenheid van 1m3 500 - 1.500 m3 1.500 - 2.500 m3 2.500 - 5.000 m3 >5.000 m3 AFVALSTOFFENHEFFING Vast tarief éénpersoonshuishouden Vast tarief tweepersoonshuishouden Vast tarief meerpersoonshuishouden Variabel tarief per lediging van een minicontainer Variabel tarief per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inwerp opening geschikt voor een 60-liter afvalzak) Variabel tarief per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inwerp opening geschikt voor een 30-liter afvalzak) Inzameling grof huishoudelijk afval Inzameling grof tuin afval extra of vervanging mini-container

Verordening Onderwerp: Verordening Afvalstoffenheffing 2024

Gemeenteraad: 18 december 2023 Commissie: B&A Welzijn 27 november 2023

BBVnr: 888373

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2024 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d.

een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Pagina 1 van 4

Artikel 5 Reductie heffing bij onvermijdbaar medisch afval 1. De belastingplichtige, als bedoeld in artikel 4, komt, op aanvraag, in aanmerking voor vermindering van het aantal aanbiedingen als bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1 tot en met 2.1.2.2, van de in artikel 6 bedoelde tarieventabel, indien de belastingplichtige als gevolg van een (chronische) ziekte of handicap van hem of haarzelf dan wel (chronische) ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afvalstoffen van substantiële omvang moet aanbieden. 2. De in het eerste lid bedoelde vermindering met betrekking tot ontgrendeling van een verzamelcontainer is van toepassing op klepbewegingen 105 tot en met 208. 3. De in het eerste lid bedoelde vermindering met betrekking tot lediging van een minicontainer is van toepassing op ledigingen 27 tot en met 52. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 7 Belastingjaar Voor de belastingen, bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing 1.

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 tot en met 2.4 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,-4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. 7. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 zijn verschuldigd na het einde van het belastingjaar. 8. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 tot en met 2.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel 10 Termijnen van betalen

Pagina 2 van 4

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De op grond van artikel 8, tweede lid, verschuldigde belasting moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald: a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking. b. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2024'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 18 december 2023. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 3 van 4

Tarieventabel afvalstoffenheffing 2024 behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2024

Hoofdstuk 1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een éénpersoonshuishouden 1.2 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een tweepersoonshuishouden 1.3 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een meerpersoonshuishouden 1.4 Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht. Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting: 2.1.1 Per lediging van een minicontainer bestemd voor Plastic, Blik, Drankkartons (PMD) en restafval 2.1.2.1 Per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inwerp opening geschikt voor een 60-liter afvalzak) 2.1.2.2 Per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inwerp opening geschikt voor een 30-liter afvalzak) 2.1.3 Voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval (met uitzondering van chemisch afval en asbest), per aanvraag (max. 3 m³ per keer) 2.1.4 Voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval, per aanvraag (max.

3 m³ per keer) 2.1.5 Indien kwijtschelding van gemeentelijke belasting is verleend, wordt restitutie voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval of grof tuinafval verleend voor maximaal € 80,-2.1.6 Eenmalige kwijtschelding wordt verleend voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval na overlijden. 2.2 Voor het op aanvraag omwisselen van een minicontainer 2.3.1 Voor het verstrekken van een of meerdere minicontainer(s), per aanvraag 2.3.2 Voor het op aanvraag verstrekken van een vervangende minicontainer als gevolg van beschadiging of verlies door eigen schuld 2.3.3 Voor het verstrekken van een (nieuwe) afvalpas 2.4 Voor het op aanvraag van inwoner kostbaarheden uit de ondergrondse container halen

€ 257,04 € 334,08 € 353,04

€ 4,60 € 1,15 € 0,57 € 40,00 € 20,00

€ 75,00 € 75,00 € 75,00 € 20,00 € 75,00

Behoort bij het raadsbesluit van 18 december 2023. De griffier,

drs. Leendert Groenenboom

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3510/documents/30740