CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

17. 888373 Raadsvoorstel Vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2024.pdf

Gemeenteraad AW 18 december 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 8: Ingekomen stukken34.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorstel Onderwerp: Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 2024

College van burgemeester en wethouders 7 november 2023

Portefeuillehouder Mario Bianchi E-mailadres opsteller: k.djodikromo@bar-organisatie.nl

Geadviseerd besluit 1. Vast te stellen de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2024; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2024; • 2e wijzigingsverordening Afvalstoffenheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2024; • Verordening en tarieventabel Leges 2024; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2024; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. 2. In te trekken de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2023; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Leges 2023; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2023; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023.

Zaaknummer 888373

Openbaar

Raadsvoorstel Inleiding Belastingtarieven en –verordeningen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. De tarieven zoals we deze nu aan u voorstellen zijn gebaseerd op de in de begroting 2024 geraamde opbrengsten en de effecten van de 1e begrotingswijzigingen. Beoogd effect De belastingtarieven en – verordeningen voor het belastingjaar 2024 vast te stellen, opdat de leges en belastingen per 1 januari 2024 formeel geheven kunnen worden. Argumenten 1.1 De belastingverordeningen worden aangepast op grond van actuele wet- en regelgeving De VNG-modelverordeningen gemeentelijke belastingen zijn als basis gebruikt om de teksten van de belastingverordeningen te actualiseren. 1.1.1 Naar aanleiding van recente uitspraak van het Gerechtshof dient de Verordening afvalstoffenheffing 2023 te worden gewijzigd Onlangs is er een uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch gepubliceerd waarin is geoordeeld dat afvalstoffenheffing niet zowel een tijdstip- als een tijdvakheffing kan zijn. In de verordening afvalstoffenheffing 2023, waarin de heffing van diftar (variabel tarief) is opgenomen, blijkt dat niet duidelijk is geregeld dat de diftar als tijdvakheffing is bedoeld. De aanslagen van diftar worden namelijk pas na het einde, dus het daarop volgend belastingjaar, opgelegd. De diftar over belastingjaar 2023 zal SVHW in 2024 opleggen.

Om het juridisch risico niet te lopen, wordt daarom voorgesteld om deze noodzakelijke aanpassing in de verordening vast te laten stellen. Met het vaststellen van deze wijziging in de Verordening Afvalstoffenheffing 2023 wordt de hiervoor beschreven onduidelijkheid weggenomen. De bepaling als gevolg van deze wijziging is reeds verwerkt en opgenomen in de Verordening Afvalstoffenheffing 2024. 1.2 De voorgestelde belastingtarieven zijn gebaseerd op en in overeenstemming met de opbrengstramingen uit de programmabegroting 2024 en de effecten van de 1e begrotingswijzigingen 2.1 Met de vaststelling van de nieuwe belastingverordeningen en tarieventabellen komen de oude verordeningen en tarieventabellen te vervallen Bij het vaststellen van de belastingverordeningen en –tarieven voor het jaar 2024 worden de verordeningen en tarieventabellen van voorgaande jaren ingetrokken. Oud maakt plaats voor nieuw. Het tarievenbeleid 2024 In de Kaderbrief 2023-2024 zijn de kaders opgenomen die gelden ten aanzien van de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing geldt als uitgangspunt kostendekkende tarieven met of zonder inzet van voorzieningen. Voor onroerende zaakbelastingen en leges wordt als uitgangspunt gehanteerd 3% stijging, waarbij voor leges tevens geldt dat het maximaal kostendekkend mag zijn.

Per belastingsoort geven we u hierna een overzicht van en toelichting op de voorgestelde tarieven voor 2024. Onroerende zaakbelastingen (OZB) Bij de OZB-raming is aanvankelijk uitgegaan van een stijging van de OZB-opbrengst in 2024 met 3%. Deze stijging van de opbrengsten is exclusief extra opbrengsten als gevolg van areaal uitbreiding. Op grond hiervan is de OZB-opbrengst inclusief areaaluitbreiding geraamd op € 7.894.800. Bij de 1e begrotingswijziging is voorgesteld om voor maximaal 4 jaren de OZB opbrengst van de niet-woningen met extra 2% te laten stijgen. OZB-tarieven 2024 Uitgaande van de hiervoor genoemde OZB-opbrengst inclusief de extra OZB-opbrengst uit de nietwoningen uit de 1e begrotingswijziging en de door SVHW verwachte waardestijging inclusief areaaluitbreiding worden de volgende tarieven ter vaststelling voorgesteld. 2023 2024 Eigenaren woningen

0,1038% 0,1006%

Eigenaren niet-woningen 0,3767% 0,3970% Gebruikers nietwoningen

0,3192% 0,3270%

2/6

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing dient ter dekking van de kosten van het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. In de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2024 is een kostenonderbouwing van de tarieven voor de afvalstoffenheffing opgenomen. Diftar/variabel tarief afvalstoffenheffing Naast een vast tarief kent Albrandswaard ook een variabel tarief. Uitgangspunt bij de invoering van het variabel tarief is dat dit tarief de variabele kosten dekt. Onder de variabele kosten wordt verstaan: verwerkings-, handelings- en afvaltransportkosten van de fractie Rest/PMD. Variabele tarieven blijven ongewijzigd en voortzetting tarief voor ondergrondse containers voorzien van een kleinere inworpopening t.b.v. maximaal 30 liter afvalzakken De variabele tarieven voor het aanbieden van afval blijven ongewijzigd in 2024. Daarnaast blijft het tarief voor een kleinere afvalzak van 30 liter gelden voor 2024. Onvermijdbaar medisch afval: ongewijzigd Inwoners die als gevolg van een chronische ziekte of handicap van hem of haar zelf of van personen die behoren tot zijn/haar huishouden extra afvalstoffen van substantiële omvang aanbieden, kunnen op aanvraag, aanspraak maken op vermindering van de variabele heffing op het aantal aanbiedingen. Dit beleid blijft in 2024 ongewijzigd.

Tarieven afvalstoffenheffing 2024 De ter vaststelling voorgestelde tarieven zien er, ten opzichte van vorig jaar, als volgt uit: Vaste tarieven 2023 2024 Eenpersoonshuishoudens

243,00 257,04

Tweepersoonshuishouden

315,00 334,08

Meerpersoonshuishoudens

333,00 353,04

Variabele tarieven / Diftar Per lediging minicontainer (PMD) en restafval

4,60

4,60

Per ontgrendeling verzamelcontainer PMD+restafval (opening 60liter afvalzak)

1,15

1,15

Per ontgrendeling verzamelcontainer PMD+restafval (inworpopening t.b.v. maximaal 30 liter afvalzakken

0,57

0,57

Grof huish. afval per aanvraag 40,00 (max. 3 m³ per keer)

40,00

Grof tuinafval, per aanvraag (max. 3 m³ per keer)

40,00

20,00

Eenmalige kwijtschelding grof 75,00 huish. afval na overlijden

75,00

Omwisselen van een minicontainer

75,00

75,00

Een of meerdere minicontainer(s), per aanvraag

75,00

75,00

Vervangende minicontainer

75,00

75,00

Overige tarieven

Restitutie grof huish. afval of tuinafval max € 80,-ingeval sprake is van kwijtschelding

3/6

als gevolg van beschadiging of verlies door eigen schuld Verstrekken van een (nieuwe) 20,00 afvalpas

20,00

kostbaarheden uit de 75,00 ondergrondse container halen

75,00

Rioolheffing De opbrengst uit de rioolheffing is bedoeld om de kosten te kunnen verhalen voor noodzakelijke maatregelen voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen voor grond- en hemelwater. Om kostendekkende tarieven voor de rioolheffing te bereiken wordt voor 2024, in overeenstemming met de begroting, voorgesteld om de hierna volgende tarieven vast te stellen. Hierbij worden beklemde voorzieningen voor 2024 ingezet om op een kostendekkend niveau te blijven. Tarieven rioolheffing 2024 Voor het belastingjaar 2024 blijven de tarieven op hetzelfde niveau als in 2023. De ter vaststelling voorgestelde tarieven zien er als volgt uit: 2023 2024 Eenpersoonshuishouden

220,44 220,44

Meerpersoonshuishouden

294,00 294,00

Lijkbezorgingsrechten De tarieven lijkbezorgingsrechten worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 3%. Leges, overige heffingen en retributies Daar waar wettelijke tarieven voor bepaalde leges van toepassing zijn, worden deze wettelijke tarieven gehanteerd. Indien kan worden volstaan met een verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie van 3% is dit toegepast. Bij de afronding van de legesbedragen wordt de landelijke richtlijn gevolgd door af te ronden op 10 eurocent naar boven. Hierna volgen voorstellen die met ingang van 2024 gelden of waarop de inflatiecorrectie van 3% niet is toegepast of leges die nieuw zijn ten opzichte van 2023. Tarief overig publiekszaken: leges aanvraag naturalisatie op basis van Rijks regelgeving Het betreft dienstverlening vanwege het Rijk waar leges worden geheven op basis van Rijks regelgeving/-wetgeving. Het is niet noodzakelijk om dit op te nemen in de gemeentelijke regelgeving. Om deze reden komt deze bepaling niet meer voor in de gemeentelijke tarieventabel leges. Tarieven voor urgentieverklaringen in het kader van huisvestingswet ongewijzigd voor 2024 (artikel 1.29 tarieventabel) Voor urgentieverklaringen wordt verwezen naar de bepalingen van de Verordening Woonruimtebemiddeling Rotterdam 2020. Deze regels gelden namelijk ook voor de gemeente Albrandswaard.

Voor 2024 zijn er geen wijzigingen en blijven de tarieven van 2023 gehandhaafd. Leges voor kansspelautomaten Dit zijn wettelijk vastgestelde tarieven, daarom wordt geen inflatiecorrectie toegepast. Leges omgevingsvergunning: nieuw hoofdstuk 2 Tarieventabel leges De nieuwe Omgevingswet zal per 1 januari 2024 in werking treden. Hoofdstuk 2 van de tarieventabel leges is in zijn geheel vervangen door de nieuwe bepalingen op basis van deze nieuwe wet. De VNGmodelverordening is specifiek opgesteld op basis van de nieuwe wetgeving. Inhoudelijk zijn er daarom veel tekstuele wijzigingen en nieuwe/gewijzigde activiteiten. Ook de volgorde wijkt af van de huidige verordening. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen en toevoegingen zijn daarbij: • Het splitsen van de bouwactiviteit Dit heeft te maken met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Daarin is de volgende knip aangebracht: a. knip in bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger en b. ruimtelijke toets door de gemeente. • De buitenplanse omgevingsplanactiviteit Voor afwijken van het Omgevingsplan geldt in bepaalde gevallen een apart tarief. Binnenplans afwijken is onder de Omgevingswet niet meer mogelijk.

4/6

• Vervallen vergunningplicht en leges brandveilig gebruik In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) komt het brandveilig gebruik van een bouwwerk alleen voor als meldingsplichtige activiteit. Voor meldingen mogen geen leges meer worden geheven. • Tarieven voor maatwerkvoorschriften Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag voor concrete gevallen afwijken van algemene (Rijks)regels voor een activiteit, in geval dat het Omgevingsplan hier ruimte voor biedt. • Modaliteiten voor teruggaaf leges bij intrekken aanvraag De modelverordening introduceert modaliteiten voor teruggaaf van leges bij het intrekken van de vergunning. Deze zijn overgenomen. Vigerend Kwijtscheldingsbeleid blijft gehandhaafd Kwijtschelding wordt verleend voor de onroerende zaakbelastingen, de rioolheffing en het vast tarief van de afvalstoffenheffing. Dit beleid blijft ongewijzigd voor 2024. Het variabel deel van het tarief van de afvalstoffenheffing wordt nog wel in rekening gebracht. Hiermee worden alle huishoudens zoals opgenomen in het afvalbeleidsplan gestimuleerd PMD/Rest te scheiden. Overleg gevoerd met Vertegenwoordigers SVHW, juridische zaken, Financiën, diverse vakafdelingen. Kanttekeningen Niet van toepassing Uitvoering/vervolgstappen De besluiten zullen bekend worden gemaakt en gepubliceerd op de website www.officiëlebekendmakingen.nl.

De vastgestelde tarieven en verordeningen zullen ter verdere uitvoering worden doorgestuurd naar het SVHW. Financiën De berekening van de tarieven is gebaseerd op de geraamde opbrengsten uit de begroting 2024 en de effecten van de 1e begrotingswijzigingen. Inclusiviteitstoets Niet van toepassing Communicatie/participatie na besluitvorming De verordeningen zullen voor inwerkingtreding worden gepubliceerd via de daarvoor gebruikelijke kanalen. Afschriften van de vastgestelde tarieventabellen en verordeningen zullen worden verstuurd naar het SVHW die belast is met de uitvoering van de belastingtaken voor Albrandswaard.

Bijlagen 1. Verordening onroerende zaakbelasting 2024 2. 2e Wijziging verordening Afvalstoffenheffing 2023 3. Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2024 4. Verordening en tarieventabel Leges 2024 5. Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2024 6. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024 7. Overzicht tarieven Lijkbezorgingsrechten 2023 - 2024 8. Overzicht tarieven leges 2023 - 2024 9. Overzicht belastingtarieven 2024.pdf 10. Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2024.docx

5/6

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2024

Gemeenteraad: 18 december 2023

Zaaknummer:

De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 7 november 2023,

BESLUIT: 1. Vast te stellen de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2024; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2024; • 2e wijzigingsverordening Afvalstoffenheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2024; • Verordening en tarieventabel Leges 2024; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2024; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024.

2. In te trekken de volgende verordeningen en tarieventabellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2023; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2023; • Verordening en tarieventabel Leges 2023; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2023; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023.

6/6

Verordening Onderwerp: Verordening onroerende zaakbelastingen 2024

Gemeenteraad: 18 december 2023

BBVnr: 888373

Commissie: B&A Welzijn 27 november 2023

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2024 Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b.

het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Pagina 1 van 4

Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a.

ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g.

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

Pagina 2 van 4

2

3

h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: 1. de gebruikersbelasting 0,3270 %; 2. bij de eigenarenbelasting a. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1006 %; b. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3970 %. 2 Indien de heffingsmaatstaf beneden € 12.000,- blijft, wordt geen belasting geheven. 3 Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele euro's. 4 Voor bedragen tot € 9 ,- wordt geen aanslag opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde belastingen of heffingen aangemerkt als één bedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling

Pagina 3 van 4

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023' wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2024’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 18 december 2023. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 4 van 4

Verordening Onderwerp: 2e wijziging van de Verordening afvalstoffenheffing 2023

Gemeenteraad: 18 december 2023

BBVnr: 888373

Commissie: B&A Welzijn 27 november 2023

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 149 Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Tweede wijziging van de Verordening afvalstoffenheffing 2023 Artikel I Artikel 7 wordt vervangen door: Voor de belastingen, bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel II Artikel 8, lid wordt vervangen door: 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel III Artikel 9 wordt vervangen door: 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 6. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Pagina 1 van 2

7. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 zijn verschuldigd na het einde van het belastingjaar. 8. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 t/m 2.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel III

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening wordt aangehaald als: “Tweede wijziging Verordening afvalstoffenheffing 2023” 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in zijn openbare vergadering van 18 december 2023.

De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 2 van 2

Verordening Onderwerp: Verordening Rioolheffing 2024

Gemeenteraad: 18 december 2023 Commissie: B&A Welzijn 27 november 2023

BBVnr: 888373

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water; c. onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. e. garagebox: een overdekte en afsluitbare ruimte bedoeld voor het stallen van een auto (WOZobjectcode 1700), Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a.

gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;

Pagina 1 van 4

b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel; Artikel 5 Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen die in zelfstandig gebruik zijn als berging (WOZobjectcode 1730) of garagebox (WOZ-objectcode 1700). Artikel 6 Maatstaf van heffing 1.

De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.

Artikel 7 Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd:

Pagina 2 van 4

a.

b. c. d. e. f.

tot en met 500 m³ per jaar met dien verstande dat aan een volgens de gemeentelijke basisadministratie alleenwonende gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd vermindering wordt verleend van 25% van het in dit lid genoemde tarief. per m³ boven de 500 m³ tot en met 1500 m³; per m³ boven de 1500 m³ tot en met 2500 m³ per m³ boven de 2500 m³ tot en met 5000 m³ per m³ boven de 5000 m³. Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht

€ 294,00

€ 1,68 € 1,56 € 1,44 € 1,32

Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 6.

Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Pagina 3 van 4

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De ‘Verordening rioolheffing 2023’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2024'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 18 december 2023. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 4 van 4

Verordening Onderwerp: Legesverordening en tarieventabel 2024

Gemeenteraad: 18 december 2023 Commissie: B&A Welzijn 27 november 2023

BBVnr: 888373

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; BESLUIT: Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; - week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Pagina 1 van 29

Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b.

een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:

Pagina 2 van 29

1. paragraaf 1.1 (burgerlijke stand); 2. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 3. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 4. artikel 1.15.f (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen); 5. artikel 1.25.a (verklaring omtrent het gedrag); 6. artikel 1.31. (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht 1. De “Legesverordening Albrandswaard 2023” van 19 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening en tarieventabel Albrandswaard 2024.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 18 december 2023. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Pagina 3 van 29

Tarieventabel Legesverordening 2024. Behoort bij Legesverordening 2024. Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 Diversen Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 Voorfase Paragraaf 2.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 Overige activiteiten Paragraaf 2.7 Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.8 Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.9 Overige tarieven Paragraaf 2.10 Modaliteiten Paragraaf 2.11 Vermindering Paragraaf 2.12 Teruggaaf Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 Paragraaf 3.2 Paragraaf 3.3 Paragraaf 3.4 Paragraaf 3.5 Paragraaf 3.6 Paragraaf 3.7

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Horeca Gereserveerd Winkeltijdenwet Organiseren evenement of markt Standplaatsen Huisvestingswet (gereserveerd) In dit hoofdstuk niet benoemd Besluit

Pagina 4 van 29

Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand artikel 1.1

a. b. 1. 2. 3. c. 1. 2. 3. d. 1. 2. 3. e. 1. 2. 3. f. 1. 2.

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een partnerschap in een huwelijk: twee vaste momenten per week in het gemeentehuis: maandag t/m vrijdag tussen 09.00 uur en 17.00 uur incl. trouwboekje: in het gemeentehuis: in een aangewezen trouwlocatie: op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie: maandag t/m vrijdag tussen 17.30 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:

Kosteloos € 438,20 € 438,20 € 593,40

in het gemeentehuis: niet mogelijk: in een aangewezen trouwlocatie: op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie: zaterdag tussen 09.00 uur en 17.00 uur incl. trouwboekje:

€ 494,00 € 663,30

in het gemeentehuis: niet mogelijk: In een aangewezen trouwlocatie: op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie: zaterdag tussen 17.30 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:

€ 759,50 € 952,90

in het gemeentehuis: niet mogelijk: in een aangewezen trouwlocatie: op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie: zondag tussen 09.00 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:

€ 759,50 € 952,90

in het gemeentehuis: niet mogelijk: in een aangewezen trouwlocatie (niet mogelijk in het Oude Raadhuis):

3. artikel 1.2

op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie:

artikel 1.3

gereserveerd

artikel 1.4

gereserveerd

artikel 1.5

gereserveerd

artikel 1.6

Beschikbaar stellen getuige door gemeente

artikel 1.7

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuigen voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per twee getuigen. Annuleren of wijzigen datum:

gereserveerd

€ 898,30 € 1.092,70

€ 41,00

Het tarief bedraagt ter zake van de administratiekosten: a.

annuleringskosten: Volledige annulering kan tot het voorbereidingsgesprek met de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij annulering na het gesprek met de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is het

€ 82,00

Pagina 5 van 29

b. artikel 1.8

gehele onder artikel 1.1 en 1.8 lid a bedoelde tarief verschuldigd. Met uitzondering van ziekte, acute ziekenhuisopname, en/of overlijden van familieleden. wijzigingskosten rondom de locatie of het tijdstip: Trouwboekje of partnerschapsboekje en overige

€ 46,70

Het tarief bedraagt: a. b.

c. d. e. f. g.

een trouwboekje of een partnerschapsboekje (inclusief een uittreksel van de huwelijksakte of partnerschapsregistratieakte): voor het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Dit tarief wordt niet geheven, indien van het onvermogen van partijen blijkt door een verklaring van de burgemeester van hun woon- of verblijfplaats: voor het verstrekken van (meertalige) uittreksels en afschriften uit de registers van de Burgerlijke Stand: voor de verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: voor het doen van naspeuringen in de gemeentelijke registers van de burgerlijke stand, voor een ieder daaraan besteed kwartier: voor de attestatie de vita, als bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: voor het aanvragen van een vergunning voor uitstel van lijkbezorging buiten de wettelijke termijn:

€ 47,30

€ 16,50

€ 14,70

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart artikel 1.9. Paspoorten of andere reisdocumenten

a. 1.

2.

b. 1.

2.

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een nationaal paspoort: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar

beneden:

Pagina 6 van 29

c.

artikel 1.10

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: Nederlandse identiteitskaart

a.

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een Nederlandse identiteitskaart:

1.

2.

d.

1.

2.

c. artikel 1.11 a.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: Modaliteiten Het tarief voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: voor een spoedlevering van de in artikel 1.9 en 1.10 genoemde documenten, wordt het tarief vermeerderd met een bedrag dat vermeld is in artikel 6, lid 1 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden:

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen artikel 1.12 Rijbewijzen

artikel 1.13

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs bedraagt het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde tarief, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande, dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: Modaliteiten

Pagina 7 van 29

1.

Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt:

a.

bij een spoedlevering vermeerderd met het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde tarief: het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vermissing van een rijbewijs: het tarief bedraagt voor het verstrekken van een Eigen Verklaring, het door het Centraal Bureau Rijvaardigheid aan de gemeente in rekening gebracht tarief zoals geprint op het af te nemen product:

b. c.

€ 23,90

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen artikel 1.14 Definities 1. 2. artikel 1.15

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

a.

tot het verstrekken van gegevens van een ingezetene, per vestrekking:

b.

artikel 1.16

tot het digitaal verstrekken van gegevens van een ingezetene, per vestrekking: tot het verstrekken van gegevens van een niet-ingezetene, per verstrekking: tot het laten verrichten van genealogisch onderzoek bedraagt, ongeacht het resultaat van het onderzoek, per kwartier: tot het verstrekken van één of meer gegevens omtrent persoon waarvoor persoonskaartenarchief moet worden geraadpleegd, per kwartier: voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen geldt het tarief zoals dat door het Ministerie van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder één verstrekking verstaan 1 of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd: gereserveerd

artikel 1.17

gereserveerd

artikel 1.18

gereserveerd

c. d. e. f.

€ 19,00 € 7,00 € 19,00 € 16,50 € 16,50

Paragraaf 1.5 Bestuursstukken artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: een afschrift van de gemeentebegroting:

b.

een afschrift van de gemeenterekening:

c.

een afschrift van de algemene plaatselijke politieverordening:

€ 141,70 € 141,70 € 57,20

Pagina 8 van 29

d. artikel 1.20 a.

een afschrift van de bouwverordening: Abonnement op bestuursstukken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar: op de verslagen van de carrousel- en raadsvergaderingen alsmede de raadsvoorstellen en -besluiten:

€ 57,20

€ 128,90

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. b. artikel 1.22

a. b.

tot het verstrekken van een papieren afschrift of lichtdruk van een (ontwerp)planboek zonder bijlage(n), zoals bestemmingsplan, structuurvisie of stadsvernieuwingsplan: tot het verstrekken van een papieren afschrift of lichtdruk van een voorbereidingsbesluit: Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: de BAG (basisregistratie Adressen en Gebouwen) in Excel-formaat per kwartier: Het tarief genoemd in b wordt verhoogd met:

1.

per geleverd adres:

2.

voor 2.500 geleverde adressen:

3.

voor 5.000 geleverde adressen:

4.

voor 10.000 geleverde adressen:

c.

naar aanleiding van het doen van naspeuring in het Kadaster voor ieder daaraan besteed kwartier: het Kadester, dan wel de plaatselijke aanduiding, per inlichting:

d. e.

artikel 1.23

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen: gereserveerd

€ 155,50 € 21,00

€ 13,80 € 16,50 € 1,10 € 1.834,90 € 3.008,30 € 4.004,20 € 16,50 € 13,70

€ 30,50

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken artikel 1.24 gereserveerd artikel 1.25

Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

a.

b.

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag, het in artikel 1 van de ‘Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden’ vermelde bedrag met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden. tot het legaliseren van een handtekening:

€ 13,90

Pagina 9 van 29

c.

een gewaarmerkt kopie:

d.

een verklaring inzake Nederlanderschap:

e.

tot het annuleren, of niet verschijnen, van het afleggen van een Verklaring Onder Ede, waarbij de ambtenaar de diensten van een zogenaamde tolkentelefoon moet annuleren:

€ 13,90 € 13,90 € 51,40

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief 1. 2.

artikel 1.27

1. 2. a. b. c. artikel 1.28

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier: Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift of (digitale) kopie van een in het gemeentearchief te Rotterdam berusten stukken, de tarieven zoals deze op het moment van aanvraag geldt in de legesverordening Rotterdam. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: een afschrift of (digitale) kopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina A4 of A3: een afschrift of (digitale) kopie groter dan A3-formaat van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina: een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk:

€ 16,50

€ 1,10 € 7,60 € 7,60

gereserveerd

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten artikel 1.29 Huisvestingwet 2014

1. 2. artikel 1.30 1. a. b.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van: een urgentieverklaring conform Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020: een urgentieverklaring op grond van medische redenen. Dit bedrag dient te worden voldaan naast het in artikel 1.9.1.1 genoemde bedrag voor de kosten van een medische keuring: Leegstandwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:

€ 50,00 € 50,00

€ 144,40 € 69,50

Pagina 10 van 29

2.

artikel 1.31 1. a.

Als aanvragen als bedoeld in a en b gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend. Wet op de kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

b.

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat: en voor iedere volgende kansspelautomaat:

c.

voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van 5 jaar: voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van vijf jaar, voor de eerste kansspelautomaat: en voor iedere volgende kansspelautomaat:

d.

2.

3. 4.

artikel 1.32 1.

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Het eerste lid, onderdelen a en b is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vijf jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening: Telecommunicatiewet - Kabels en leidingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 25 m1 tot 250 m1) Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 250 m1 tot 1500 m1) Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 1500 m1 tot 5000 m1) Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit

(Tracé 5000 m1 en meer). Per strekkende meter tracélengte een bedrag van: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m

€ 56,50 € 56,50 € 34,00 € 226,50 € 226,50 € 136,00

€ 27,60

€ 373,40

€ 364,00 € 479,40 € 594,50 € 0,10

€ 61,50

Pagina 11 van 29

artikel 1.33

Wegenverkeerswetgeving

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: voor een dag:

2.

voor een week:

3.

voor een maand:

4.

voor een jaar:

b.

1.

verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), per persoon: het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats als bedoeld in artikel 26 van het RVV1990 en gemeentelijke beleidsregels, per locatie: het aanbrengen van een wijziging die betrekking heeft op een bestaande gehandicaptenparkeerplaats per locatie: het verkrijgen van een ontheffing voor de rijbewijsplicht voor het besturen van gehandicaptenvoertuigen voor bestuurders jonger dan 16 jaren als bedoeld in artikel 5 lid 3 van het Reglement Rijbewijzen: het verlenen van een ontheffing voor het parkeren in een parkeerschijfzone (blauwe zone) als bedoeld in artikel 25 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, Per kenteken en/of voertuig het verkrijgen van andere ontheffingen van krachtens de WVW1994 vastgestelde regels als genoemd in artikel 149 WVW1994, anders dan genoemd in deze paragraaf per persoon: het verkrijgen van een ontheffing voor het houden of deelnemen aan een wedstrijd met voertuigen op de weg als genoemd in artikel 10 WVW 1994 Per evenement: tot het verlenen van een ontheffing voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over andere dan door de gemeenteraad aangewezen wegen als bedoeld in artikel 28 Wet vervoer gevaarlijke stoffen, per kenteken en/of voertuig: voor de duur van een dag:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3510/documents/30740