CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

17. 2025-001186 GR Jeugdhulp Rijnmond Raadsbrief Ontwikkelingen gesloten Jeugdhulp.pdf

Gemeenteraad AW 3 februari 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken18.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zodra een jongere geen vrijheidsbeperkende maatregelen meer nodig heeft en de MGJ is komen te vervallen, kan de jongere op dezelfde groep de behandeling voortzetten met een geschorste machtiging. Dit is belangrijk, omdat de jongere vaak wel nog een hoog specialistische behandelbehoefte heeft. In het huidige systeem met gesloten groepen moeten deze jongeren uitgeplaatst worden naar een open setting. Dit heeft tot risico dat zij weer terugvallen in oude patronen en opnieuw in geslotenheid geplaatst worden. Om dit te voorkomen, werken wij in het landsdeel met flexibele (geslotenheid als onderdeel integraal traject) en hybride groepen. Daarnaast is er volgens onderzoek van AEF een groep kinderen en jongeren die wel passende hulp kunnen krijgen in de open jeugdhulp, maar voor wie tijdens een korte periode toch een beperkte vorm van vrijheidsbeperkende maatregelen wenselijk is om

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

27

passende hulp of veiligheid te kunnen (blijven) bieden. Bijvoorbeeld bij slachtoffers van mensenhandel of eerwraak of jongeren die uit een Justitiële Jeugdinrichting (JJI) komen. Het tijdelijk inzetten van vrijheidsbeperkende maatregelen (nog steeds volgens het principe ‘nee, tenzij’) kan dan juist bijdragen aan hun (gevoel van) veiligheid. Het maakt bovendien de overgang van een gesloten naar een open setting voor hen kleiner. Voor deze jongeren kan een plaatsing in een hybride groep ook passend zijn om zo onnodige en soms zelfs schadelijke overplaatsingen te voorkomen. Hybride groep In landsdeel Zuidwest is de hybride groep als volgt gedefinieerd28: Een hybride groep is een groep waarin jeugdigen geplaatst kunnen worden met een Machtiging Gesloten Jeugdhulp (MGJ), een voorwaardelijke Machtiging Gesloten Jeugdhulp of een geschorste Machtiging Gesloten Jeugdhulp. Jeugdigen met een beschikking van de schorsing van de voorlopige hechtenis, met daarin als voorwaarde opgenomen het volgen van behandeling op een hybride groep op de locatie van de JZ+, worden ook passend binnen deze voorwaarden gezien. Deze groep wordt gekenmerkt door een open leefklimaat. Een hybride groep kan alleen worden vormgegeven op locaties waar een MGJ uitgevoerd mag worden.

Vrijheidsbeperkende maatregelen worden alléén toegepast bij jongeren met een MGJ en worden op maat en zo min mogelijk toegepast, volgens de veldnormen Terugdringen Vrijheidsbeperkende Maatregelen. Zodra een jongere geen vrijheidsbeperkende maatregelen meer nodig heeft en de MGJ is komen te vervallen, kan de jongere op dezelfde groep de behandeling voortzetten met een geschorste machtiging. Aanbieders die hybride groepen hebben ingericht zijn verplicht zich maximaal in te spannen jongeren met een MGJ al dan niet voorwaardelijk te plaatsen als uit de triage blijkt dat dit de geëigende zorgvorm is voor de betreffende jongere. Rechtsbescherming Het lansdeel zet de rechtsbescherming van de jeugdige die geplaatst wordt op een hybride groep centraal, dit wordt gewaarborgd door de afspraak dat alleen met (een vorm van) machtiging kan worden geplaatst. In uitzonderlijke gevallen kan een jongere met een schorsing van een voorlopige hechtenis geplaatst worden op een hybride groep als dit in het vonnis is opgenomen. Het landsdeel heeft dus gekozen voor een smallere definitie - dan door IGJ gehanteerd voor hybride voorziening - door het niet toestaan van open instroom vanwege de rechtsbescherming van jeugdige. Resultaat ontwikkelopdracht en vervolg In de actualisatie van het bovenregionale plan van 21 november 2023 is als ontwikkelopdracht opgenomen om weging en triage te herzien.

Samen met de zorgaanbieders, de Plaatsingscommissie en GI’s hebben de regio's een procesbeschrijving en juridisch kader opgesteld voor de toeleiding naar hybride groepen. Zodat het plaatsen van jeugdigen in hybride groepen in de hoog specialistische jeugdzorg mogelijk wordt en volgens duidelijke en heldere afspraken verloopt. 28

Zie bijlage 1, DOS landsdeel Zuidwest. Vastgesteld in bovenregionale Stuurgroep 17 mei 2024

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

28

Hiertoe is een nieuw concept-hoofdstuk29 toegevoegd aan het plaatsingsprotocol van de regio Zuidwest. Dit hoofdstuk is een verdere uitwerking en formalisering van de werkwijze voor de triage en weging van aanmeldingen voor en plaatsingen in hybride groepen in het landsdeel Zuidwest30. m alle ketenpartners, waaronder GI’s, de Raad, de Rechtbank en de Veiligheidsregio’s, te informeren over de nieuwe werkwijze wordt binnenkort een communicatieplan opgesteld (werkgroep). Voor het monitoren van plaatsingen op hybride groepen wordt aangesloten op al lopende monitoring die wordt aangevuld met extra data (dit beperkt zich tot de hoogstnoodzakelijke data). Zodanig dat de administratieve last voor de aanbieders en Plaatsingscommissie niet wordt vergroot. De Plaatsingscommissie neemt de kwantitatieve monitoring voor haar rekening (Kwartaalrapportages), beide zorgaanbieders de interne kwalitatieve (Key Performance Indicator) monitoring.

29 Concept hoofdstuk plaatsingsprotocol hybride groepen d.d. juni 2024

30 Door werkgroep bestaande uit: Coördinatoren gesloten jeugdhulp van JBRR, JBW, WSG, LdH en Nidos, plaatsingsfunctionarissen iHub en Schakenbosch en plaatsingscoördinatoren ZW (ook voorzitter)].

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

29

Plaatsing Drie pijlers De af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp vraagt een inhoudelijke doorontwikkeling van het aanbod, waarbij het perspectief van het kind en de jongere op de dag en uitstroom naar zo thuis mogelijk centraal staan: dat betekent een integrale combinatie van onderwijs, dagbesteding, behandeling en waar mogelijk een gezinsgerichte aanpak. Residentieel verblijf kan daarbij ondersteunend zijn, maar altijd tijdelijk, zo kort mogelijk en als onderdeel van een traject31 . Er wordt vanuit mogelijkheden, wensen en ambities gewerkt aan het toekomstperspectief van een jeugdige. Tijdens het verblijf blijft er verbinding met de eigen regio (zowel op het gebied van wonen, als onderwijs en eventueel vrijetijdsbesteding) en het eigen netwerk en/of ouders. Met name voor de 12- kinderen en jongeren met mogelijk perspectief op terugkeer naar huis, is een gezingsgerichte aanpak essentieel. In dit hoofdstuk schetsen we de algemene visie voor de 12+ en 12- groep in residentiële zorg. Om de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp inhoudelijk vorm te geven, staan er vanuit het landsdeel drie punten centraal: 1. Onderwijs als cruciaal en integraal onderdeel van het aanbod: onderwijs is leidend en er is een doorlopende leerlijn voor de jongeren. 2. Een inhoudelijke verbreding van het zorg- en onderwijsaanbod met GGZ-, LVB-, forensische expertise en Verslavingszorg. 3.

Aandachts-, liefdevolle en trauma sensitieve zorg: aandacht voor talenten, mogelijkheden en een positieve blik naar jongeren. Onderwijs als leidend principe Belangrijk speerpunt vanuit de regio’s is dat ieder kind leerrecht heeft. nderwijs is leidend in het leven van kinderen en jongeren en zorg moet gezien worden als een “tijdelijke interventie”. Centraal hierbij staat het borgen van een doorlopende leerlijn. Onder meer door inzet van kleinschalige groepen van max. 6 kinderen of jongeren en een doorlopend integraal dagprogramma (DiD), maar ook door het inzetten van ambulante alternatieven om de jeugdige, de woonplek en de (reguliere) school te versterken. Instellingsscholen worden voor kinderen en jongeren uit residentieel verblijf tijdelijke bovenregionale voorzieningen. De stamschool (laatst bekende school van herkomst/inschrijving) behoudt zorgplicht en schrijft de leerling niet uit. Er is tijdens plaatsing behoud van contact met de stamschool. Om de doorlopende leerlijn te realiseren en onderwijs leidend te maken, werken we in ons landsdeel samen met een onderwijscoalitie van 15 samenwerkingsverbanden, iHub (namens de instellingsscholen) en gemeente Rotterdam (namens de jeugdhulpregio’s). Het plan van de onderwijscoalitie is als bijlage 2 toegevoegd aan de 2e actualisatie van het Bovenregionaal Plan (november 2023).

Naast de doelstellingen van de onderwijscoalitie wordt er door de instellingscholen doorontwikkeld langs 2 sporen:

31

Vanuit het normenkader betekent tijdelijk maximaal 6 maanden. We streven er echter naar om toe te werken naar maximaal 10 weken. Voor de 12- groep ligt dit genuanceerder. Naast de relatief korte en intensieve woontrajecten, is er in de praktijk ook een groep voor wie wij denken dat dit nooit genoeg gaat zijn. Zij hebben onvoorwaardelijk wonen nodig, waarbij er in fases behandeling ingezet moet worden. Voor deze kinderen zijn langverblijfvoorzieningen van grote toegevoegde waarde.

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

30

1.

2.

Vraaggerichter integraal individueel dagprogramma op maat bij huidige residentiele instellingsscholen. Dit spoor is afgelopen jaren verder doorontwikkeld, de samenwerking met de stamscholen kan hierin verankerd worden. Verbinden van de zorg- en onderwijsexpertise die er binnen het DiD is aan de reguliere schoollocaties. Het gaat er hierbij om dat er meer expertiseuitwisseling plaatsvindt tussen scholen en specifiek tussen de instellingsschool en de ‘reguliere’ scholen van herkomst of uitstroom. Hierdoor is het niet afhankelijk van de locatie waar een kind naar school gaat of die plek de expertise ook standaard in huis heeft, omdat deze expertise vanuit buiten ingevlogen kan worden. Door samen te werken en open te staan voor elkaars kennis en kunde, kan de ondersteuning op school aangepast worden aan de behoefte van een kind of jongere. Hierdoor wordt de expertise verspreid en geborgd bij de medewerkers in plaats van dat het aan één gespecialiseerde school gekoppeld is. Om preventief in te zetten en daarmee plaatsing en uitval te voorkomen, is het daarnaast goed dat de expertise ook ingevlogen kan worden wanneer er vragen zijn over een leerling op andere reguliere scholen. De onderwijscoalitie kan hierin bijdragen.

Ieder kind heeft leerrecht. Hoe dat vormgegeven wordt, kan verschillen per situatie. Kijkend naar wat er nodig is om onderwijs en zorg integraal te combineren voor kinderen en jongeren in residentiële zorg en JeugdzorgPlus, kan er een onderscheid gemaakt worden tussen drie verschillende groepen: 1. Kinderen en jongeren die naar de instellingsschool gaan en daar een DiD volgen. • Voor deze groep wordt voldaan aan het speerpunt onderwijs is leidend en een doorlopende leerlijn, mits zij het onderwijs op niveau kunnen blijven volgen wat zij aankunnen en willen. Het is daarnaast nodig om de scholen van herkomst beter te betrekken om leerlingen na plaatsing in de zorg terug te laten keren naar hun stamschool of een andere uitstroomschool. Dit is nog een aandachtspunt, zeker gezien de wachtlijsten in het (V)SO.32 • Tijdens plaatsing worden er afspraken gemaakt hoe het contact met de leerling onderhouden zal worden met de stamschool. Dit is zowel belangrijk voor de doorlopende leerlijn als dat de leerling zich gehoord en gezien voelt door de stamschool en er verbinding blijft met de stamschool. Indien er geen stamschool meer betrokken is, worden er afspraken gemaakt met het samenwerkingsverband en wordt zo snel als mogelijk de uitstoomschool met elkaar bepaald. • Indien mogelijk kan er tijdens plaatsing al flexibel meegelopen worden op de stamschool/school van uitstroom. 2.

Kinderen en jongeren die naar school zouden kunnen gaan, maar voor wie dat nu nog niet lukt omdat het onderwijs zoals dit nu gegeven wordt eigenlijk niet passend is. Dit zijn thuiszitters33, kinderen en jongeren die nu ver buiten de

32 De onderwijscoalitie werkt aan een gentleman’ s agreement met schoolbesturen over het contact houden met –

en niet uitschrijven van kinderen in residentiële jeugdzorg. CW definieert thuiszitters als ‘leerlingen die ingeschreven zijn op school, maar langer dan 4 weken thuiszitten’. Daarnaast is er ‘absoluut verzuim’. Daarbij gaat het over leerlingen die wel leerplichtig zijn,

33 Het ministerie van

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

31

verblijfsplaats naar school moeten of kinderen en jongeren voor wie constante 1 op 1 begeleiding nodig is om onderwijs te kunnen volgen. • Voor deze groep is er extra LVB en GGZ-expertise nodig in het onderwijs op didactisch en pedagogisch gebied. Dit kan door samen te werken met een cluster 3 school, door samen te werken met andere zorgaanbieders (GGZ en LVB) en/of door vanuit de instellingsschool bepaalde GGZ-expertise zelf in huis te halen. • Voor een aantal van deze kinderen en jongeren kan dit beteken dat er een onderwijssetting nodig is met zeer kleine, prikkelarme groepen van max. 6 leerlingen. • Om dit te bereiken, is een aantal randvoorwaarden belangrijk: de inzet en het commitment van samenwerkingsverbanden en cluster 3 scholen, voldoende financiering34, geschoold personeel, geschikte onderwijshuisvesting en de beschikbaarheid en inzet van zorgaanbieders op schoollocaties. Dit is niet allemaal in korte tijd gerealiseerd, maar is echt een beweging die tijd en investering zal vragen gedurende een langere periode. 3.

Kinderen en jongeren voor wie school nu nog echt een brug te ver is en die eerst via een dagprogramma tijd nodig hebben om te herstellen, te werken aan de individuele problematiek, te ontwikkelen in een niet schoolse setting en te werken aan de vaardigheden om te kunnen functioneren in het onderwijs. • Voor deze groep is het belangrijk dat er zinvolle dagbesteding is (inclusief behandeling) en ontwikkeling in een niet schoolse setting (denk ook aan leerkracht die langskomt of andere manieren van ontwikkelen op bijvoorbeeld creatief, muzikaal of praktisch vlak), waarbij er toegewerkt wordt naar wanneer en op welke wijze doorgroei naar onderwijs wel mogelijk is. Er wordt telkens gekeken naar dat wat wél kan, waar de wensen en talenten liggen van een kind of jongere en wat dit dan vraagt van het onderwijs. Er wordt actief gewerkt aan ontwikkeling en toegewerkt naar een perspectief op onderwijs, continu in afstemming met de jongere, ouders en het betrokken samenwerkingsverband.

Inhoudelijke verbreding GGZ-, LVB-, forensische expertise en verslavingszorg Voor de doelgroep van de JZ+ is het belangrijk dat er een integraal programma ontstaat waar het zorg- en onderwijsaanbod bestaat uit verschillende facetten: Jeugd & Opvoedondersteuning voor het aanbrengen van (dag)structuur, ritme en voor het bieden van de nodige begeleiding. GGZ-expertise, zodat er altijd direct na plaatsing gestart kan worden met de behandeling van onderliggende psychiatrische/psychische problemen. Het gaat hierbij o.a. om behandeling van psychiatrische stoornissen, traumabehandeling

maar niet op een school staan ingeschreven en dus niet naar school gaan. Een derde groep zijn leerlingen die zijn vrijgesteld van de leerplicht. Deze vrijstelling vindt plaats op basis van een specifieke situatie, zoals een ernstige, meervoudige handicap. In de gesloten jeugdzorg is er vaker sprake van een tijdelijke vrijstelling. Dit zijn formeel geen thuiszitters, de jeugdigen volgen wel een DiD en hebben een ingroeiplan. 34 Hierover vindt o.a. afstemming plaats met de Onderwijscoalitie af- en ombouw gesloten jeugdzorg

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

32

-

-

-

(meer dan 50% van alle jongeren in de JeugdzorgPlus heeft traumatische gebeurtenissen meegemaakt35), systeemtherapie of diagnostiek. • Aandachtspunt is dat er in de residentiële jeugdzorg gewerkt wordt vanuit de Jeugdwet en feitelijk de mogelijkheid gemist wordt om te werken vanuit de Wet verplichte GGZ op het moment dat een jeugdige in een psychiatrische crisis verkeert. Om de afbouw van de gesloten bedden te realiseren, dient er een samengewerkt te worden met de GGZ waarbij de GGZ de verantwoordelijkheid neemt voor het bieden van een residentieel GGZ bed, waar mogelijk op hetzelfde terrein. LVB-expertise zodat de structuur, begeleiding en behandeling ook aansluit bij het cognitieve vermogen van jongeren met een LVB. • Voor jongeren met een IQ tussen de 50 en 75 zijn er naast de benodigde zorg expertise nog twee aandachtspunten: de veiligheid op het terrein (mede in relatie tot de andere kinderen en eventuele negatieve beïnvloeding) en het onderwijs (zie bovenstaand). Forensische expertise, zodat jongeren die agressief, gewelddadig en/of delinquent gedrag vertonen (‘hoog forensisch profiel’) in ons landsdeel passend aanbod ontvangen en de veiligheid op en rond het terrein geborgd kan worden. Verslavingszorg, zodat kinderen en jongeren aan hun verslavingsproblematiek kunnen werken. De focus ligt hierbij op de 12+ groep, maar ook bij de 12- groep kan dit voorkomen.

Zo zien we in toenemende mate bij jonge kinderen game en beeldschermverslaving en het gebruik van verslavende middelen zoals vapen en snus36. Uit de resultaten van de monitor JeugdzorgPlus37 blijkt dat gemiddeld 45% van de jongeren bij aanvang in de JeugdzorgPlus instelling te maken heeft met verslavingsproblematiek. Jongeren gaan door het gesloten verblijf minderen of stoppen met gebruik, maar met de opbouw van hun verlof neemt bij de meeste jongeren het middelengebruik weer toe. Jongeren met een IQ tussen de 75 en 80 zijn hier extra kwetsbaar voor. Naast persoonsgebonden- en omgevingsfactoren, spelen er ook instellingsgebonden factoren, zoals de mate van aanwezige verslavingsdeskundigheid, de cultuur binnen een instelling en de manier waarop maatregelen worden ingezet bij middelengebruik. Verslavingszorg moet ingezet kunnen worden als integraal onderdeel van de behandeling. Dit kan door samen te werken met een externe partner of door het zelf behandeling te bieden bij problematisch middelengebruik (bijv. Brains4Use of DOK3).

Dit sluit aan op het model van Anne Pelzer, waarbij de vier zorg expertises samen komen en toegevoegd worden op de basis van het onderwijs (zie p.9 Samenwerking in de specialistische jeugdzorg, A. Pelzer, 2022). Anne Pelzer is als kinder- en jeugdpsychiater werkzaam binnen de acute jeugd-ggz en heeft in opdracht van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd een onderzoek gedaan naar de barrières, facilitators en kansen in de samenwerking binnen de specialistische jeugdzorg. Een belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat jeugdigen

35

AEF 2024 Quickscan forensische doelgroep gesloten jeugdzorg

36 Snus is een soort theezakje dat onder de bovenlip wordt gestopt. Het is een methode waarbij je nicotine

binnenkrijgt zonder te roken en is van oorsprong afkomstig uit Zweden. 37 Om de effectiviteit van de zorgverlening in de gesloten jeugdzorg inzichtelijk te maken is, door het Ministerie van

VWS, Jeugdzorg Nederland en de JeugdzorgPlus instellingen de monitor JeugdzorgPlus ontwikkeld. https://ivo.nl/jeugdzorgplus-verslavingsproblematiek/

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

33

binnen de JeugdzorgPlus qua problematiek veel overeenkomsten vertonen met de jongeren die opgenomen zijn binnen de jeugd-ggz. In het kader hiervan is samenwerking van essentieel belang. Omdat er dikwijls sprake is van een combinatie van (forse) gedragsproblematiek en psychiatrische problematiek, eventueel in combinatie met een LVB en verslavingsproblematiek, is het zaak voor deze kwetsbare jongeren een sluitende keten te creëren, zodat zij niet tussen wal en schip belanden. Door deze inhoudelijke verbreding van het zorg- en onderwijsaanbod verwachten wij in het landsdeel bijna alle kinderen en jongeren te kunnen plaatsen die nu nog soms het landsdeel uit gaan. Hoewel wij liever niet in doelgroepen praten, zijn er toch een aantal doelgroepen die specifiek uitgelicht moeten worden. Adviesbureau AEF38 heeft eerder geconcludeerd dat er voor deze jongeren geen landelijke voorziening nodig is, maar dat er voor deze groepen wel nog extra aandacht nodig is. 1. Jongeren die agressief, gewelddadig en/of delinquent gedrag vertonen, en een zogenoemd hoog forensisch profiel hebben. Deze doelgroep omvat zowel (1) de jongeren die civielrechtelijk geplaatst worden in of na een strafrechtelijk proces (na schorsing of bij vonnis) als (2) de jongeren die een vergelijkbaar gedragsprofiel hebben, maar geen (bewezen) delicten gepleegd hebben. 2.

Jongeren die seksueel overschrijdend gedrag vertonen en wiens problematiek te complex is, omdat er vaak sprake is van co-morbiditeit van gedrag en psychiatrische problematiek 3. Jongeren die qua problematiek in open voorzieningen passen, maar voor wie enige vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn. Hierover staat meer onder het Hoofdstuk Instroom (hybride groepen) Over de doelgroep met Hoog Forensisch Profiel is recent een Quick scan van AEF (Quick scan Hoog forensisch profiel) verschenen. Jongeren met een HFP zijn vaker dan gemiddeld jongens die zich in een deviante391 vriendengroep bevinden dan andere jongeren in de jeugdzorg. Ze hebben veelal de verbinding met school verloren en er is sprake van ernstig externaliserend (met name delinquent) gedrag. Er is in mindere mate sprake van internaliserend gedrag. Er is zeer beperkt passend aanbod beschikbaar. Jongeren kunnen op (bijna) geen plek een passend integraal en langdurig behandelaanbod ontvangen. Jongeren belanden nu vaak op alternatieve (overbruggings-)plekken, waarbij de focus voornamelijk ligt op onderdak en in mindere mate op behandeling en onderwijs. Deze oplossingen lijken onvoldoende op de zwaarte van de problematiek aan te sluiten. Daarnaast hebben deze oplossingen ongewenste gevolgen. Veelal hebben deze jongeren een combinatie van forensische-, orthopsychiatrische, verslavings-, LVB-, GGZ- en jeugdzorg nodig.

Dit wordt momenteel vrijwel niet geboden (ambulant noch residentieel) en geldt als breder probleem in de sector (ook voor andere doelgroepen). Bij organisaties in één van deze domeinen kunnen jongeren vaak niet terecht door capaciteitsproblemen of contra-indicaties. Passende alternatieven zijn in de Quickscan van AEF vrijwel niet naar voren gekomen. Dat duidt erop dat het veld nog geen passend alternatief gevonden heeft. Het ontwikkelen van plekken voor deze jongeren is meer dan het opplussen van capaciteit. Jongeren uit 38 39

Behoefteanalyse specialistisch alternatief gesloten jeugdhulp, AEF Januari 2023 Een (vrienden)groep waarin meerdere leden van de groep gedrag vertonen dat als ongepast wordt beschouwd met betrekking tot de (morele) normen van de samenleving. In dit geval gaat dat bijvoorbeeld om het veroorzaken van overlast, of om delinquent of gewelddadig gedrag.

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

34

deze doelgroep hebben zorg nodig waarin zowel jeugdzorg-, forensische-, verslavings-, LVB, en GGZ-specialismen geborgd zijn. Met de verbreding van het zorg- en onderwijsaanbod bij de JeugdzorgPlus instelling in Zuidwest dient hier extra aandacht voor te zijn. Ook moet complexe casuïstiek zoals jongeren met een HFP op de overlegtafel van Regionale Expertteams (RET's)terecht komen, zodat er goed gekeken kan worden naar passend aanbod (zorg en onderwijs) en er niet naar tijdelijke alternatieve (maar onwenselijke)oplossingen gezocht wordt. Aandachts-, liefdevolle en trauma sensitieve zorg: aandacht voor talenten, mogelijkheden en een positieve blik naar jongeren Kijkend naar wetenschappelijke onderzoeken van de afgelopen 20 jaar, luidt de conclusie dat des te meer er sprake is van dwang, des te minder de effectiviteit. Jongeren in de jeugdzorg voelen zich vaak niet gezien en gehoord, wat leidt tot een negatief zelfbeeld, eenzaamheid en een verlies van vertrouwen in zichzelf en hulpverleners. Uithuisplaatsing is vaak sowieso een stressvolle en soms traumatische gebeurtenis. Veel kinderen en jongeren die zijn geëindigd in de gesloten jeugdhulp hebben al een heel traject met meerdere uithuisplaatsingen doorlopen. Ervaringsdeskundigen benadrukken dat aandacht veel van hun trauma's had kunnen voorkomen. Dit vraagt een andere blik naar kinderen en jongeren.

Geen negatieve en wantrouwige blik, maar een positieve blik van 'collaborative care', trauma sensitieve zorg en een aandachts- en liefdevolle benadering. Een trauma sensitieve benadering gaat uit van het belang van bewustwording bij professionals over de impact van ingrijpende ervaringen op de ontwikkeling van kinderen en jongeren en hoe dit tot uiting komt in gevoelens en gedrag. Deze kennis en bewustwording helpt professionals om in te zetten op een rustige bejegening waarin zij woorden geven aan de stress en emoties achter het gedrag bij jeugdigen. Traumasensitief werken krijgt zowel binnen zorg als onderwijs steeds meer aandacht. Door het streven van hulpverleners naar het creëren van een veilige omgeving, het bouwen aan een stabiele relatie en hulp bieden bij emotieregulatie kunnen kinderen en jongeren niet alleen in de behandelsetting, maar juist ook binnen het dagelijks leven op school en op de leefgroep nieuwe positieve en steunende ervaringen opdoen. Om echt aandachtsvol te kunnen werken, is het essentieel dat we de focus verleggen en kijken naar de oorzaken van het gedrag dat een jongere laat zien en niet slechts naar het probleemgedrag zelf.

We zien jongeren en ouders in hun totaliteit: Wat vinden ze leuk? Wat kunnen ze wel? En wie of wat is belangrijk is het leven van het kind? We sluiten aan bij de positieve factoren in het leven van de kinderen en hun ouders vanuit het principe “alles wat je aandacht geeft groeit”. ongeren hebben door hun ervaringen vaak een zeer negatief beeld over zichzelf en hun omgeving. Door te werken aan talentontwikkeling, perspectief en toekomstontwikkeling (onderwijs, vrije tijd) kunnen we hen helpen om dit beeld te veranderen. De nadruk ligt op de successen en de groei die de jongeren en ouders doormaken. Aandacht voor hulpverleners is daarbij net zo cruciaal als voor de jongeren zelf. Het is onvermijdelijk dat er in het werken met deze jongeren spanningen, conflicten en soms

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

35

onveilige situaties ontstaan. In plaats van het toepassen van repressie40, is de uitdaging voor hulpverleners om jongeren te begrenzen vanuit aandacht en in te zetten op verbindend gezag en geweldloos verzet. Relationeel begrenzen gaat over nabij komen en constant zoeken, afstemmen op de ander en vragen stellen. Aandachtsvol werken kan alleen als hulpverleners kunnen en mogen kijken naar hun eigen handelen. Het is nodig dat dit gesprek plaatsvindt tussen hulpverleners, dat we ruimte maken om te leren en dat dit gebeurt in een omgeving waarin we niet oordelen en men zich veilig voelt. Het is belangrijk dat we juiste randvoorwaarden te creëren, zoals tijd en ruimte voor reflectie, intervisie en coaching en het bevorderen van een open en lerende cultuur. Hier spelen de besturen van zorgaanbieders en gemeenten ook een belangrijke rol in. Toch is dat niet altijd voldoende. Vrijheidsbeperkende maatregelen41 kunnen tijdelijk en incidenteel noodzakelijk zijn als de veiligheid van de jeugdige, de groep of de medewerkers te erg in gevaar komt. Het gaat er dan om dat dit binnen de wettelijke kaders gebeurt, dat de maatregelen vanuit een liefdevolle, aandachtsvolle en trauma sensitieve intentie worden ingezet en dat er in de afweging sprake is van een ‘nee tenzij principe’42.

Juridisch gezien blijven vrijheidsbeperkende maatregelen onder strikte voorwaarden mogelijk, zowel vanuit de Wet Zorg en Dwang, de Wet Verplichte GGZ als de Jeugdwet. De inzet hiervan dient zo veel mogelijk ingeperkt te worden en niet meer worden toegepast voor de 12- groep. Het komt voor dat maatregelen die vrijheidsbeperkend zijn om pedagogische redenen ingezet worden. Wanneer dit zorgvuldig afgewogen is en past bij de leeftijdsfase en ontwikkeling van het kind of de jongere, kan dit passend zijn in het kader van de opvoeding (zoals regels en afspraken over bedtijden en telefoongebruik). Echter, generieke maatregelen zijn niet toegestaan. Deze zijn niet afgewogen per kind en dus is er sprake van een vrijheidsbeperking. Dit speelt nadrukkelijk ook in de open jeugdhulp, waar een grote toestroom te zien in als gevolg van toename van verwijzingen en gewijzigde wetgeving. De plaatsingen en herplaatsingen vanuit open jeugdhulp zijn van grote invloed op de bedbezetting in gesloten jeugdhulp. Naar verwachting wordt najaar 2024 het beleidsstandpunt van de staatssecretaris bekend op het advies van de Raad voor Strafrechttoepassing en jeudbescherming (RSJ) over vrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp43.

Breder maatschappelijk debat: risico’s en maatschappelijk tolerantie In plaats van repressie gebruik maken van aandachts- en liefdevolle zorg is een essentiële stap om een verschil te gaan maken voor deze jongeren. Toch moeten we ook realistisch zijn en concluderen dat dit niet altijd voldoende gaat zijn. De af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp kent een breder maatschappelijk vraagstuk: 40 Repressie is het doelbewust schade toebrengen aan een jongere, dan wel het onwettig of willekeurig inperken

van de autonomie van een jongere door een autoriteitsfiguur. 41 Vrijheidsbeperkende maatregelen zijn maatregelen die door een jeugdhulpaanbieder worden ingezet binnen de

jeugdhulpverlening en die daarmee een vorm van vrijheidsbeperking voor het betreffende kind of jongere oplevert, waaronder vastpakken en vasthouden, afzonderen, beperking van bewegingsvrijheid, beperking van communicatiemiddelen (zoals internet), toezicht of controle op communicatiemiddelen (zoals een telefoon), urinecontroles, inzet van deurverklikkers, kamercontrole en cameratoezicht. 42 Dat betekent dat vrijheidsbeperking alleen mag worden toegepast als het echt noodzakelijk en passend is. Bijvoorbeeld als er acute onveiligheid is van de jongere of de mensen eromheen. Of wanneer er geen andere minder strenge opties zijn. De maatregel moet wel redelijk zijn en moet ook helpend zijn in die situatie. 43

Advies Vrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulp? | Advies | Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (rsj.nl)

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

36

accepteren we als samenleving de risico’s die hierbij komen kijken en welke tolerantie hebben we dan met elkaar? Als de gedragsproblemen extremer worden (bijv. automutilatie, suïcidaliteit en extreme agressie), dan is dat een breder probleem van de hele maatschappij en niet alleen in de JZ+. Welke tolerantie hebben we, en welke oplossingen vinden we in de maatschappij acceptabel? Hoe gaan we hiermee om, ook als het een keer misgaat? En wat betekent dit voor onze wens en visie dat jeugdigen niet meer gaan naar de JJI of de JZ+? De samenleving dient hier transparant, kwetsbaar en realistisch met elkaar over in gesprek te gaan. Een intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen (onderwijs, zorgaanbieder, verwijzer/GI, gemeente, veiligheidsketen) is een vereiste hierin. We lossen niet alles daarmee op, maar dat moeten we dan ook accepteren en niet bij die moeilijkste situaties focussen op de schuldvraag of naar elkaar verwijzen.

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

37

Uitstroom en nazorg De kinderen en jongeren keren na verblijf op een instelling terug in de context die eerder onderdeel is geweest van de complexe problematiek. Ambulante overstapbegeleiding is noodzakelijk om te zorgen dat de jeugdige dusdanig integraal begeleid wordt (door zowel zorg als onderwijs) dat hij/zij blijft werken aan herstel en zich kan ontwikkelen. Het is belangrijk dat deze ambulante overstapbegeleiding vanuit zowel onderwijs als zorg goed op elkaar aansluiten. We trekken hierbij samen op met de onderwijscoalitie, die als een van haar doelstellingen heeft om zorg te dragen voor een soepele overgang voor de leerling en een doorlopende leerlijn tijdens en na verblijf in een JeugdzorgPlus instelling. Tijdens plaatsing op een residentiele school wordt er al samen opgelopen met de stamschool (of samenwerkingsverband als er geen stamschool bekend is) ten aanzien van het onderwijs voor de desbetreffende leerling. De einde machtingsdatum, dan wel de verwachte uitstroomdatum wordt daarin met elkaar besproken, zodat er ook tijdens plaatsing al gewerkt kan worden met elkaar richting een passende uitstroom en begeleiding. Indien mogelijk kan er tijdens plaatsing al flexibel meegelopen worden op de stamschool/school van uitstroom.

Als er voor de uitstroom naar een passende school in het gespecialiseerd voor leerlingen een geldige toelaatbarheidsverklaring (TLV) ontbreekt, dient deze zo snel mogelijk door de school waar het kind of de jongere ingeschreven staat, aangevraagd te worden bij het desbetreffende samenwerkingsverband.44 Zodra het uitstroommoment in zicht komt, wordt er een maatwerkbegeleiding plan gemaakt voor zowel de zorg als de onderwijsbegeleiding. Deze onderwijsbegeleiding is er niet alleen voor de leerling, maar ook voor de docenten van de stamschool. De totstandkoming van zo’n maatwerkplan gebeurt in samenspraak met alle betrokken: 1. De jeugdige en diens ouders/verzorgers; 2. Voogd (indien aanwezig) 3. De verwijzer 4. De zorg vanuit de instelling 5. De instellingsschool 6. De stamschool 7. Jeugdhulp vanuit de gemeente 8. Eventueel het samenwerkingsverband (indien er geen stamschool meer is of als er extra inzet op onderwijsondersteuning nodig is) 9. Eventueel het informele netwerk (zoals JIM-aanpak) en/of ervaringsdeskundigen Hoe de rolverdeling in het proces er precies uit komt te zien, wordt momenteel samen met de onderwijscoalitie onderzocht.

44

Bij welk samenwerkingsverband vraagt de school een TLV aan? (overheid.nl)

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

38

Voor een goede uitstroom en nazorg, is het belangrijk dat er naar de verschillende leefgebieden van een kind of jongere gekeken wordt. Een goede aansluiting op de vervolgplek, zowel qua wonen, school/werk/dagbesteding als qua vrije tijdsbesteding, is cruciaal voor het laten doorlopen van leer- en ontwikkellijnen. De instelling en school hebben een gezamenlijke visie op hoe de samenwerking met ketenpartners moet worden vormgegeven om een goede aansluiting op de vervolgplek van de jongere of het kind te realiseren. In deze visie wordt meegenomen hoe instelling, school en ketenpartners gezamenlijk inhoud geven aan de zorg en ondersteuning, zodat het de jeugdige in staat is om zijn of haar toekomstperspectief te realiseren. De jongere heeft regie over zijn perspectief en ouders zijn betrokken. Hierbij gelden een aantal uitgangspunten: 1. Support: de jeugdige heeft tenminste één volwassene die er altijd voor hem/haar is en heeft een ondersteunend netwerk van familie, vrienden en/of kennissen 2. Wonen: er is een passende, betaalbare woonplek alleen of met anderen, waar de jeugdige voor langere tijd kan blijven. Als de jeugdige tijdelijk intensieve hoog specialistische zorg ontvangt met verblijf, blijft er verbinding met de woonplek in eigen regio 3.

School & werk: er is een school van herkomst of uitstroom waar de jeugdige naartoe kan of de jongere studeert of werkt, zodat er toekomstperspectief is en blijft. 4. Vrije tijdsbesteding: de jongere heeft een zinvolle vrijetijdsbesteding zoals een sport, cultuur en/of een bijbaan en een stabiele vriendenkring en ondersteunend netwerk 5. Inkomen: jongeren zijn goed voorbereid op financiële zelfstandigheid en het voorkomen of oplossen van schulden. En als zij het (nog) niet zelf kunnen, is er iemand die dit samen met hen kan doen. Voor 18-/18+ geldt dat er een stabiel inkomen dat voldoende is voor nu en de nabije toekomst. 6. Welzijn: Het gaat mentaal en lichamelijk goed genoeg en de jeugdige heeft het gevoel dat hij/zij de toekomst aan kan. Kinderen en jongeren kunnen bij zichzelf herkennen wanneer het niet of minder goed gaat en dat zij weten waar en bij wie zij dan kunnen aankloppen voor hulp.

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

39

b3 DOS definitie hybride groepen Vastgesteld door bovenregionale stuurgroep d.d. 17 mei 2024 Separate bijlage

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

40

b4 Inventarisatie alternatief aanbod Separate bijlage

Actualisatie bovenregionaal plan september 2024

41

Hybride groep, versie 25 april 2024 voor landsdeel Zuidwest1 Doel van het document Dit betreft een definitie en beschrijving van hybride groepen. Dit document kan van tijd tot tijd worden herzien voor het eerst uiterlijk 31 december 2023. De meest recente vastgestelde versie is geldig. Betrokken partijen bij de totstandkoming van dit document: regiogemeenten Zuidwest, iHUB, Schakenbosch, JBRR en JBW. Normenkader Voor deze productbeschrijving is het Normenkader getransformeerde zorg JHP van toepassing. Dit kader is 24 maart 2022 vastgesteld door de bovenregionale stuurgroep JHP landsdeel Zuidwest. Het Normenkader is een set (ontwikkel)afspraken om tot een verbetering te komen van de zorg aan de jongere die tijdelijk in een setting voor JeugdhulpPlus bescherming en behandeling nodig heeft. Langs deze normen is het de bedoeling de verdere doorontwikkeling van zorg voor jongeren die een complexe zorgbehoefte hebben en in een hybride groep zijn geplaatst te realiseren. Op de hybride groepen zijn de normen die van toepassing zijn op de verkleinde groepen JZ+ van toepassing, namelijk: • • • • • • •

Jongeren ontvangen hun zorg zo huiselijk mogelijk; Groepsgrootte maximaal 6 plaatsen; Het eigen netwerk van de jongere en de jongere zelf zijn altijd mede-eigenaar van de behandeling/ begeleiding; Best passende vorm van hulp/ behandeling of diagnostiek is direct beschikbaar Uitgangspunt is een maximale verblijfsduur van 6 maanden; Er is onderwijs/ dagbesteding beschikbaar die aansluit bij het perspectief en de mogelijkheden van de jongere; Er is een veiligheidsplan t.b.v. jongere, gezin, betrokken professionals en omgeving.

Voor een nadere omschrijving van de (ontwikkel)normen in het Normenkader: zie bijlage. Het Normenkader wordt van tijd tot tijd herzien en aan de ontwikkelingen en ervaringen aangepast. De meest recente vastgestelde versie is geldig. Hybride groep: Een hybride groep is een groep waarin jongeren geplaatst kunnen worden met een Machtiging Gesloten Jeugdhulp (MGJ), een voorwaardelijke Machtiging Gesloten Jeugdhulp of een geschorste Machtiging Gesloten Jeugdhulp. Jongeren met een beschikking van de schorsing van de voorlopige hechtenis, met daarin als voorwaarde opgenomen het volgen van behandeling op een hybride groep op de locatie van de JZ+, worden ook passend binnen deze voorwaarden gezien. De hybride groep wordt gekenmerkt door een open leefklimaat. Een hybride groep kan alleen worden vormgegeven op locaties waar een MGJ uitgevoerd mag worden. Vrijheidsbeperkende maatregelen worden alléén toegepast bij jongeren met een MGJ met inachtneming van de toelichting Toezicht op ombouw JeugdzorgPlus van de IGJ van mei 2023 en worden zo min mogelijk toegepast, conform de veldnormen Terugdringen Vrijheidsbeperkende Maatregelen.

1

Dit is de versie die op 17 mei is vastgesteld door de Bovenregionale Stuurgroep JHP

Zodra een jongere geen vrijheidsbeperkende maatregelen meer nodig heeft en de MGJ is komen te vervallen, kan de jongere op dezelfde groep de behandeling voortzetten met een geschorste machtiging. Aanbieders die hybride groepen hebben ingericht zijn verplicht zich maximaal in te spannen jongeren met een MGJ al dan niet voorwaardelijk te plaatsen als uit de triage blijkt dat dit de geëigende zorgvorm is voor de betreffende jongere. Doelgroep, situatie en zorgbehoefte De hybride groepen zijn bedoeld voor jongeren tussen 12 en 18 jaar en tot en met 31 december 2024 voor jongeren jonger dan 12 jaar, die in ieder geval voldoen aan de onderstaande intakecriteria: •

• •

Er is complexe, meervoudige gedragsproblematiek en/ of psychiatrische problematiek vastgesteld al dan niet in combinatie met forensisch gedrag, al dan niet in combinatie met een lichte verstandelijke beperking. Dit betekent veelal dat: - De jongere het grootste gedeelte van de dag begeleiding en/ of toezicht nodig heeft. - Aanvullend hierop individuele of groepsgerichte therapieën en trainingen nodig heeft. - De jongere te maken heeft met intergenerationele probleemoverdracht in het gezin of netwerk. - De jongere ernstig is vastgelopen op meerdere ontwikkelingsterreinen. - De jongere niet ontvankelijk is voor hulp en niet functioneert in het onderwijs. - De jongere een (potentieel) risico vormt voor de veiligheid van zichzelf en/ of de omgeving, bijvoorbeeld door problematiek op het gebied van impulscontrole en de noodzaak hiermee in een beschermende omgeving te oefenen. Er is een duidelijk en uitvoerbaar perspectiefplan. Verblijf op de behandellocatie is noodzakelijk. Dit betekent veelal dat: - Jongeren niet door middel van specialistische ambulante hulp geholpen kunnen worden. - Jongeren op dat moment niet in een minder specialistische/andere setting geholpen kunnen worden.

Weging en triage Met betrekking tot de weging en triage zijn afspraken gemaakt die aan deze beschrijving zijn toegevoegd in de bijlage. Aanvullende en/of structurele afspraken zullen worden toegevoegd in het plaatsingsprotocol. Eisen Personeel De groepsleiding bestaat hoofdzakelijk uit HBO-geschoolde professionals en de behandelstaf bestaat hoofdzakelijk uit WO-geschoolde professionals. Deze professionals zijn SKJ- of BIGgeregistreerd. Indien MBO-geschoolde professionals (niveau 3/4) worden ingezet, staan zij onder supervisie van een tenminste HBO-geschoolde professional. Er is een regiebehandelaar aanwezig. Personele inzet op de groep

Zowel de groepsgrootte, als de inzet van medewerkers, en de inschatting van de veiligheidsrisico’s zijn afgestemd op de zorgvraag van de jongeren. Er is 24-uurs aanwezigheid van ten minste één SKJ- of BIG-geregistreerde professional op de groep of personeel met minimaal HBO-niveau is snel oproepbaar. Er worden minimaal 2 pedagogische medewerkers per groep van 6 jongeren ingezet. Personeel moet opgeleid zijn in relationele veiligheid en het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen en het voorkomen van de noodzaak tot het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Er is gedragswetenschappelijke expertise beschikbaar voor de groep. Groepsgrootte De groepsgrootte is maximaal 6 jongeren. In uitzonderlijke gevallen kan een groep tijdelijk uit 7 jongeren bestaan. Toezicht en beveiliging De jeugdhulpaanbieder houdt zich te allen tijde aan de Jeugdwet en de meest recente overeengekomen Veldnormen terugdringen vrijheidsbeperkende maatregelen (oktober 2022) van de brancheorganisatie (zie bijlage). Er is sprake van nabijheid en een daarop aangepaste methodiek (bijvoorbeeld Geweldloos Verzet, Verbindend gezag). Duur verblijf Het uitgangspunt is dat de behandeling in het verblijf zolang duurt als effectief is, en ernaar gestreefd wordt verblijf binnen 6 maanden af te ronden.

Indien de verblijfsduur van jongeren verlengd moet worden, beslissen verwijzer en aanbieder gezamenlijk of verlenging van de verblijfsduur noodzakelijk is. Kenmerken ondersteuning: Op de hybride groepen ontvangen jongeren intensieve, specialistische begeleiding en behandeling. Dit betekent dat: • •

• •

•

GGZ-behandeling is onderdeel is van het traject. Er wordt gewerkt met evidence based therapieën en behandelingen conform de Routine Outcome Monitoring (ROM). Daarnaast worden nieuwe therapieën en behandelingen ontwikkeld, waarvan de effectiviteit wetenschappelijk wordt getoetst. Binnen de hybride groepen heerst een veilig, stabiel, ondersteunend, stimulerend en open klimaat. De focus ligt tijdens de eerste periode met name op stabilisatie, diagnostiek, PTSS en traumabehandeling en tijdens de tweede periode op begeleiding bij het ontwikkelen van toekomstperspectief. Het behandelplan wordt zoveel mogelijk integraal vormgegeven; verschillende partijen (zoals zorg, school, ouder/ verzorger, verwijzer, netwerk) werken samen met de jongere aan behandeldoelen op diverse ontwikkelingsterreinen. Daarnaast werken het lokale team en/ of de GI samen met de jeugdhulpaanbieder met het gezin aan de gezinsproblematiek.

•

•

Het behandelprogramma bestaat uit een combinatie van activiteiten op het gebied van behandeling, onderwijs, stage, werk, dagbesteding en/ of vrije tijd en sluit aan bij de wensen, interesses en mogelijkheden van de jongere en het netwerk. Er wordt altijd een (voor de jongere op maat gemaakt) doorlopend integraal dagprogramma (DID) aangeboden waarin onderwijs/ dagbesteding en zorg de basis vormen. De persoonlijke leer- en ontwikkeldoelen en de ontwikkeling van de jongere staan hierbij centraal. Een of meer onderdelen van het DID kunnen waar nodig en/ of mogelijk buiten de instelling worden geleverd.

Resultaatgebieden: • • •

•

Maximaal mogelijk herstel door behandeling of vermindering / stabilisatie van problematiek als gevolg van een (ontwikkelings-)stoornis en/ of gedragsproblemen. Vergroten en/ of waarborgen van de zelfstandigheid en het sociaal en persoonlijk functioneren binnen de mogelijkheden van de jongere. Versterken van de opvoedingsvaardigheden van ouders/ verzorgers. Het gaat hierbij om het bieden van (relationele) veiligheid, het stimuleren van de sociale en affectieve ontwikkeling van de jongere, gedragsregulatie, gezondheid en opleiding. Warme overdracht bij uitstroom: De jongere wordt begeleid in het maken van de overstap richting bijvoorbeeld zelfstandig wonen/ terug naar het gezin, pleeggezin, gezinshuis, leefhuis of andere woon- of verblijfvorm en naar school en/of dagbesteding en een netwerk waarop de jongere kan terugvallen.

Bijlage Weging en Triage dd april 2024 Bijlage: Normenkader getransformeerde zorg JHP, 24 maart 2022 Bijlage: Veldnormen Terugdringen Vrijheidsbeperkende Maatregelen, oktober 2022 Later toe te voegen: bijlage update Plaatsingsprotocol

Bijlage Weging en Triage april 2024 De weging en triage verloopt vanaf 1 mei 2024 via de Werkgroep Toegang. Deze werkgroep bestaat uit: Coördinatoren gesloten jeugdhulp van JBRR, JBW, WSG, LdH en Nidos, plaatsingsfunctionarissen iHUB en Schakenbosch en plaatsingscoördinatoren ZW (tevens voorzitter). Uiterlijk op 1 mei 2024 verlopen de aanmeldingen en plaatsingen voor de hybride groepen volgens duidelijke en heldere afspraken die in de werkgroep zijn gemaakt. Dit betreffen conceptafspraken die nader aangevuld kunnen worden. Resultaten: 1. Discussies over plaatsingen op een hybride groep worden zoveel mogelijk in de Werkgroep Toegang beslecht en monden uit in afspraken. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt gekozen voor escalatie naar de managers zorgbemiddeling van JBRR en JBW. Uitgangspunt is dat de leden van de Werkgroep Toegang bij onduidelijkheid in de eigen organisatie kunnen terugvallen op de managers zorgbemiddeling van respectievelijk JBRR en JBW en vervolgens mandaat hebben om afspraken te maken over plaatsing. Indien wordt geëscaleerd dan worden de besluiten van de managers zorgbemiddeling gecommuniceerd naar de leden van de Werkgroep Toegang als input voor het maken van plaatsingsafspraken. 2. Bij iedere plaatsing op de hybride groep kan op verzoek van een lid van de Werkgroep Toegang verzocht worden om een evaluatie.

De evaluatie behelst het opstellen van een tijdlijn en een toelichting op de overwegingen waarop gehandeld is. Hiervoor gelden dezelfde afspraken als bij het evalueren van de plaatsingen buiten kantooruren. 3. Op 1 juni 2024 is het geactualiseerde plaatsingsprotocol gereed. Het concept is voor 1 juni 2024 gezien en akkoord bevonden door de vertegenwoordigers van de vijf subregio’s, beide zorgaanbieders en de Gecertificeerde instellingen/Landelijk Werkende Instellingen.

Inventarisatie Regionaal alternatief aanbod

Ontwikkelopdracht Bovenregionaal plan JHP

Definitief concept 27 mei 2024

Inhoud

▪ De ontwikkelopdracht ▪ Alternatief aanbod (definitie) ▪ Data: o Herkomst jeugdigen in JHP o Historische plaatsingen per regio 2020-2024 ▪ Conclusies proces en aanbod ▪ Onderwijsperspectief en alternatief aanbod ▪ Wat hebben regio’s nodig? ▪ Bovenregionaal vraagstuk en voorstel

Bijlagen (separaat) ▪ Kansen en risico’s ▪ Alternatief aanbod per regio versie 27 mei 2024

2

De ontwikkelopdracht, maart 2024

Inventariseer de voortgang van de ontwikkeling van regionaal alternatief aanbod in de regio’s voor een zo compleet mogelijk totaal beeld. Breng daarnaast mogelijke risico’s in beeld en daarbij helpende elementen. • • •

Na interviews bij 5 regio’s is een concept memo opgesteld en ambtelijk besproken (27/5). Na bijstelling is deze voorgelegd aan het bovenregionaal directeurenoverleg (20/6). De conclusies maken deel uit van de 3e actualisatie van het bovenregionaal plan, ter vaststelling aan de Stuurgroep juli 2024.

versie 27 mei 2024

3

Alternatief aanbod ▪

Alternatief aanbod is aanbod dat toeziet op : ▪ residentiële of ambulante zorgvormen ter vervanging en voorkomen van gesloten jeugdhulp ▪ via innovatie of doorontwikkeling van zorg ▪ zodat deze passend wordt voor jongeren die (voorheen) in de gesloten jeugdhulp verbleven (SPUK-regeling, concept februari)

▪

Alternatief aanbod kan zowel nieuw ontwikkeld aanbod zijn als uitbreiding van bestaand (open/gesloten) aanbod AEF onderzoek¹ noemt specifiek: Flexibele/hybride² bedden, verkleinde groepen, specialistische kennisoverdracht scholing (nieuw) personeel, kleinschaligheid, integratie van kennis en expertisen”.

▪

¹ onderzoek AEF naar de toekomst van de Jeugdhulp in Zuidwest (december 2022) ² hybride bedden zijn in inventarisatie niet specifiek benoemd, is bovenregionale ontwikkeling i.p.v. regionale versie 27 mei 2024

4

Data: Herkomst jeugdigen in JHP

78 30 13 12 61

Plaatsingen JHP naar herkomst per regio en naar voorgaande plaatsing. Bron: Jaarrapportage PC 2023.

versie 27 mei 2024

5

Data historische JHP-plaatsingen 2020-2024

6

Conclusies proces (1) ▪ Ontwikkeling alternatieven is organisch, geen vast tempo of patroon ▪ Ontwikkeling alternatieven heeft geen duidelijk beginpunt; vindt oorsprong in de eerder vastgestelde regionale Programma’s en actieplannen, Bovenregionaal plan (2021)ed. ▪ Veel overlap in focus 2 à 3 ontwikkellijnen in Plannen van aanpak. ▪ Na Plannen van aanpak (voorjaar/zomer ’23) onderzoeks- en inventarisatiefase, daarna start ontwikkelfase (eind 2023- eind 2024). ▪ 4* van de 5 regio’s gestart met uitvoering Plan van aanpak ▪ Factoren bepalend voor tempo uitvoering: nieuwe regionale inkoop, personeelswisselingen, urgentiegevoel/daadkracht partners, ambtelijke capaciteit/prioriteit, onduidelijkheid financiering ▪ Samenwerkingspartners naast zorgaanbieders (open en gesloten): lokale teams, RET, PC, jeugdhulpregio’s, samenwerkingsverbanden VO en MBO, ervaringsdeskundigen, GI’s, Inspectie (IJG) * Haaglanden: start binnenkort

versie 27 mei 2024

7

Conclusies aanbod (2) ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Verblijf en (intensief) ambulant aanbod (of combinaties van), zowel nieuw aanbod als doorontwikkeling bestaand*. Focus verschilt per regio. Ontwikkeling expertise/bijscholing en onderwijs/dagbesteding (enkele regio’s) Elke regio heeft alternatief aanbod ontwikkeld, echter groot deel nog in planning/ voorbereiding in 2024 e.v.(Rijnmond, Zuid Holland Zuid en Holland Rijnland). Komend jaar lijkt bepalend voor haalbaarheid plannen en uitvoering. Verkleinde groepen en hybride bedden zijn grotendeels gerealiseerd, niet gespecificeerd per regio Niet altijd duidelijk of sprake is van nieuw ontwikkeld – dus aanvullend aanbod ter voorkoming/vervanging jeugdhulpplus - of al bestaand aanbod. Geen beeld van bovenregionale zorgvraag naast het nieuw te ontwikkelen regionaal alternatief aanbod Geen beeld mogelijk van totaal nog te verwachten alternatief aanbod, in plekken/bereikte jeugdigen noch in tijd. Aansluiting residentieel onderwijs onderbelicht (zie hierna) Zonder voldoende en passende alternatieven blijft Jeugdzorgplus langer nodig. Overzicht per regio in bijlage.

* De 3 transformatie-elementen: nieuw alternatief aanbod, versterken bestaand, doorontwikkeling JH versie 27 mei 2024

8

Onderwijsperspectief en alternatief aanbod In de ambitie van Zuidwest is het bieden van onderwijsperspectief onlosmakelijk onderdeel van een passend zorgaanbod en passende plaatsing. Dit geldt dus ook voor alternatief zorgaanbod. Regio’s¹ geven aan dat de aansluiting onderwijs op alternatief ambulant/residentieel aanbod nu nog onderbelicht is bij de ontwikkeling van alternatief aanbod. Het gaat met name om: ▪

Organiseren van doorlopend onderwijs of dagbesteding gedurende verblijf in kleinschalige woonvorm

▪

Ondersteuning op school via ambulant team

Dit vergt vroegtijdige en structurele afstemming tussen (residentieel) onderwijs, Hervormingsagenda en regionale alternatieven. Op dit moment gebeurt dit via de Onderwijscoalitie Residentieel Onderwijs Zuidwest²- subdoelen o.a. onderwijs bij alternatieven en vergroten samenwerking onderwijs en gemeenten. Via het innovatiebudget van de Onderwijscoalitie liggen er mogelijkheden voor samenwerkingsverbanden en aanbieders om maatwerk-oplossingen te ontwikkelen en het beter verbinden van onderwijs en alternatieven. Echter kennen dit budget en de subsidie voor de Coalitie een beperkte looptijd terwijl de transformatie nog doorloopt komende jaren. Onbekend hoe dit wordt opgevolgd= vraagstuk voor aanbieders+samenwerkingsverbanden+regio’s. ¹ In Holland Rijnland wordt hieraan invulling gegeven via bestuurlijke Regiegroep Jeugdzorg-Onderwijs met afvaardiging van de gemeenten en de 3 samenwerkingsverbanden. ² De Onderwijscoalitie Zuidwest zet zich binnen het landsdeel in voor een betere verbinding van onderwijs- zorg voor jongeren in jeugdzorg, o.a. via het verbinden en versterken van bestaande en nieuwe netwerken. De subsidie stopt vooralsnog eind 2024 (projectleider: Anke van der Landen). versie 27 mei 2024

9

Wat hebben regio’s nodig? “Om de alternatieven te laten slagen is structurele bovenregionale monitoring, informatiedeling en verbinding met betrokkenen uit het veld noodzakelijk. Waaronder GI's, lokale gemeenten, aanbieders en onderwijs.” “Kennisdeling zowel tussen aanbieders onderling over leer-ervaringen bij ontwikkelde voorzieningen (uitvoerders) als tussen projectleiders van de regio’s over aanpak, routes, kaders en gekozen oplossing (opdrachtgevers)”. quotes regio 5 regio’s: a. Informatie- en kennisuitwisseling over ervaring met ontwikkelen en gebruiken van alternatief aanbod. Ter inspiratie en lerend vermogen. b. Financiering ontwikkelkosten, scholingskosten ed. c. Bovenregionaal Expertise Netwerk ZuidWest Regionaal*: d. Betrekken van en samenwerken met onderwijspartners aan de voorkant van de alternatief-ontwikkeling door aanbieders en regio’s e. Beschikbaar stellen van expertise door aanbieders onderling (open-gesloten) f. Actieve houding en daadkracht aanbieders (enkele regio’s) g. Onafhankelijke project- en procesleider om samenwerking bestuurders te faciliteren en aanjaagfunctie (1 regio) * vraagt om regionale oplossingen (buiten scope inventarisatie). versie 27 mei 2024

10

Bovenregionaal vraagstuk

1. 2. 3.

Geen duidelijke bovenregionale zorgvraag in beeld nu; data/inzicht ontbreekt regionaal; behoefte aan monitoring Kennis en informatie-uitwisseling over ontwikkeling van alternatieven; inzetten lerend vermogen Financiering ontwikkelkosten, scholingskosten ed.

….vraagt om bovenregionale aanpak door: 1.

2. 3. 4.

Monitoring afname plaatsingen vanaf peildatum 1 juli 2023 (start PvA’s) in combinatie met bovenregionale doelstellingen x tijd per regio. Met als doel bevordering van meer en passend alternatief aanbod. Betrekken data capaciteit via PC; kwalitatieve monitoring n.t.b. Procesaanpak opstellen inclusief afspraken over evt. bijsturing en consequenties bij niet behalen doelstellingen. Bovenregionale zorgbehoefte aanwezig? > in beeld via BREN/RET’s Organiseren kennisontwikkeling als onderdeel van BREN Subsidieregeling BREN voor alternatief aanbod

versie 27 mei 2024

11

Bijlagen

1. Kansen en risico’s 2. Alternatief aanbod (separate bijlage) ▪ Midden Holland ▪ Holland Rijnland ▪ Rijnmond ▪ Zuid Holland Zuid ▪ Haaglanden Niet altijd was de precieze startdatum van het alternatief bekend; mogelijk zijn ook alternatieven genoemd die al langer bestaan.

versie 27 mei 2024

12

Bijlage 1. Kansen bij ontwikkeling alternatief aanbod door één of meerdere regio’s

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Urgentiegevoel c.q. bestuurlijke wil aanbieders aanwezig. Of: Lijkt meer prioriteit te krijgen bij bestuurders aanbieders, positieve beweging zichtbaar Versterken onderlinge samenwerking gemeente- onderwijs en met aanbieders De wil om intensiever samen te werken is er wel, maar de faciliterende rol om dit te realiseren is onvoldoende duidelijk en mogelijk belegd bij de regio gemeenten. Die moeten hierin actievere rol nemen. Meer delen en benutten leerervaringen expertise bij ontwikkeling van alternatieven met overige regio’s; maar dit vergt organisatie, gaat niet vanzelf Inzetten van expertise van aanbieders uit andere regio’s; meer kennisdelen over regio’s heen Delen en benutten leerervaringen expertise van huidige alternatieven tussen aanbieders onderling (“luiken gaan wel open maar vergt nog tijd”) Doorontwikkelen bestaand aanbod (Marathon); het hoeft niet altijd nieuw! Sommige regio’s zijn al toe aan evaluatie van pilots van innovatieve alternatieven> leereffect mee in aanpak van nog te ontwikkelen aanbod Door vanuit JZP afschaling en tempo tijdig kenbaar te maken kunnen open aanbieders anticiperen

versie 27 mei 2024

13

Bijlage 1. Risico’s bij ontwikkeling alternatief aanbod door één of meerdere regio’s ▪

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Afhankelijkheid (in capaciteit en tijd) binnen transformatieopgave tussen af- en ombouw van jeugdhulpplus door JZaanbieders en ontwikkeling alternatief aanbod in de regio’s, 3 elementen. Onvoldoende urgentiegevoel en daadkracht aanbieders (div. regio’s) Onvoldoende bestuurlijke betrokkenheid vanuit zowel gemeenten als (systeem)aanbieders (enkele regio’s) Onvoldoende samenwerking / verbinding of afwachtende houding van aanbieder(s) onderling waardoor nieuwe ontwikkelingen niet / moeizaam/ later op gang komen (enkele regio’s) Onbekendheid nieuw ontwikkeld (ambulant)aanbod bij collega-aanbieders staat gebruik van nieuw aanbod soms in de weg Focus van aanbieders op grotere regio’s (1 regio) Onzekerheid beschikbare middelen ter dekking ontwikkelkosten en structurele financiering Structurele financiering (bv onvoorwaardelijk verblijf) is niet goed geregeld aan voorkant. Onvoldoende subsidie t.b.v. aansluiting residentieel onderwijs op (kleinschalige) alternatieven Beschikbaarheid ervaren personeel/medewerkers in ontwikkelfase nieuw aanbod; wil is er maar tijd ontbreekt Krapte arbeidsmarkt; geschoold en ervaren personeel voor op kleinschalige woonvorm/ambulant team Nieuwe aanbestedingstermijn regionale Jeugdzorg per 1-1-2026 Solidariteit binnen de regio (1 regio) Regionale aanpak past bij scope van de opdracht en de rol die regio’s kunnen nemen.

Voor aanbieders die in meerdere regio’s actief zijn ligt hier mogelijk behoefte in bovenregionale aanpak. versie 27 mei 2024

14

Bijlage 2

behorende bij: Inventarisatie alternatief regionaal aanbod

1. Kansen en risico’s (regionaal) 2. Alternatief aanbod: ▪ Midden Holland ▪ Holland Rijnland ▪ Rijnmond ▪ Zuid Holland Zuid ▪ Haaglanden Niet altijd was de precieze startdatum van het alternatief bekend; mogelijk zijn ook alternatieven genoemd die al langer bestaan.

versie 27 mei 2024

1

Overzicht alternatief aanbod

Bijlage 2

Midden-Holland

Aantal plekken residentieel: 13 (7+6)

2018 ▪ MST- PAST-MDFT-IVT-FACT; divers ambulant aanbod i.c.m. gezinsaanpak. Doelgroep die anders uithuisgeplaatst wordt, zowel jzplus als open residentieel of crisis 2021-2023 ▪ BREAK (ASVZ, 2023). Deels verblijf, deels ambulant. Flexibele bedden (7), doelgroep: jeugdigen met een thuisperspectief, gericht op (terugkeer naar) thuissituatie door combinatie van flexibel verblijf jeugdige met gezinsaanpak. Korte interventie, maximale duur 6 maanden. Combinatie op- en afschaling MST en separaat inzetbaar. Binnenkort 7 dgn/week. tot 18 jaar ▪ Mocking-Bird, Gouda (IHUB i.s.m. anderen, 2022/2023). Inzet van expertise. Ter voorkoming van doorplaatsing vanuit pleeggezin naar residentiële plaatsing; Levert ondersteuning via het gezamenlijk opbouwen van een community (consultaties) van 6-8 pleegzorggezinnen die bij elkaar in de buurt wonen. Door de nabijheid van de gezinnen, een Home-hub en het opbouwen van onderlinge relaties ontstaat een netwerk van ondersteuning voor en door zowel pleegkinderen als pleeggezinnen. ▪ Seqoia (Enver, ASVZ, 2021). Behandelgroep 6 plekken Doelgroep tussen LVB en regulier. 15-18 jaar ▪ Avalon (Youz, Enver). Dagbesteding en onderwijs (geen verblijf), Doelgroep 14-18 jaar ▪ Team Marathon (Ihub). Ambulante gezinshulp. Open en gesloten doelgroep 2024 ▪ 2 kleinschalig behandelgroepen verblijf (max groepsgrootte 6).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3740/documents/33382