16. Raadsinformatiebrief 2024 938132 vaststelling werkplan DCMR 2024 en landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet .pdf
Tekst van het document
18
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
HOOFDSTUK 5
Randvoorwaarden voor werken met de LHSO Eventuele vaststelling en bekend making als beleid(sregel)
Organisatorische borging Niet alleen op papier, maar ook organisatorisch moet uitvoering van de LHSO en in het bijzonder de afstemming
De LHSO kan elektronisch worden bekendgemaakt als
en samenwerking geborgd zijn. Dat betekent dat de betrokken
beleidsregel. Vaak zal er daarnaast een beleidsregel moeten
instanties ervoor zorgen dat relevante functies (zoals
worden vastgesteld waarin duidelijk wordt gemaakt dat en hoe
contactpersonen en specialisten) structureel bemenst zijn.
de LHSO wordt gevolgd in het eigen beleid. Er is daarvoor een model-vaststellingsbesluit beschikbaar dat door het betrokken bestuursorgaan kan worden gebruikt.
Model verslaglegging stappen Afstemming met ander handhavingsbeleid
Het verdient aanbeveling om te werken met een vast model
Het bestaande handhavingsbeleid dient waar nodig te
voor verslaglegging van de stappen en beslissingen in
worden afgestemd op de LHSO. De betrokken handhavende
handhavingstrajecten dat zoveel mogelijk landelijk wordt
instantie is verplicht om een handhavingsstrategie vast te
gehanteerd en in de gebruikte ICT systemen is ingebouwd.
stellen en kan hierbij gebruik maken van de LHSO. Voor bepaalde beleidsterreinen zullen daarvoor naar verwachting in de toekomst modellen worden ontwikkeld die kunnen worden overgenomen of waarbij aansluiting kan worden gezocht. Om recht te doen aan het uitgangspunt van een transparante overheid zouden deze keuzestrategieën ook als beleidsregel moeten worden vastgesteld die elektronisch wordt bekendgemaakt. Het model-vaststellingsbesluit gaat uit van deze mogelijkheid.
Overlegstructuur Het is voor een effectieve handhaving van groot belang dat er effectief en loyaal wordt samengewerkt tussen alle betrokkenen (bevoegde bestuursorganen, toezichthouders en opsporingsambtenaren, politie en openbaar ministerie). Deze samenwerking moet zo zijn georganiseerd dat de juiste personen op het juiste moment structureel of juist ad hoc en zaakgericht overleggen en informatie uitwisselen. Structureel afstemmingsoverleg en overleg over signalen of concrete zaken met het OM en de politie dient te zijn gewaarborgd.
19
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
BIJLAGE 1
Concept Model vaststellingsbesluit handhavingsstrategie Omgevingsrecht Beleidsregel Handhavingsstrategie Omgevingsrecht provincie xxx/ Waterschap xxx/ Gemeente xxx Het college van Gedeputeerde Staten/het college van dijkgraaf en heemraden/het college van Burgemeester en wethouders (en de burgemeester) Gelet op: -
Artikel 18.1 en 18.20, eerste lid, Omgevingswet;
-
Artikel 13.5 Omgevingsbesluit;
-
Artikel xx Verordening Kwaliteit, toezicht en handhaving Omgevingsrecht xx
Besluit vast te stellen: +
Beleidsregel Handhavingsstrategie omgevingsrecht en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
+ +
De handhavingsstrategie Bouwen (bij wijze van voorbeeld) De handhavingsstrategie Cultureel Erfgoed (bij wijze van voorbeeld)
+
De handhavingsstrategie Horeca ((bij wijze van voorbeeld van een optioneel lokaal geformuleerde strategie)
Het verdient aanbeveling om in het vaststellingsbesluit (of in de daarmee vast te stellen besluiten) voorzieningen op te nemen van overgangsrecht, en een uitdrukkelijke bepaling die de citeertitel voorschrift.
20
Auteur (s) Afdeling Documentnummer Datum
DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T
010 - 246 80 00
F
010 - 246 82 83
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
: W.A.M. van Mil : Reguleren, Advies & Omgeving : 22358079 : 15 november 2023
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden .............................................. 4 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen ....................................................................... 4 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente ........................................................................ 5 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente ................................................ 5 1.3.2 Beleid en prioriteiten A. Beleid en prioriteiten van de gemeente Albrandswaard . 5 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners .............................................................................. 6 1.4 Wijze van verantwoorden .............................................................................................. 7 1.5 Impact van de Omgevingswet ....................................................................................... 8 1.6 Uitdagingen van de arbeidsmarkt .................................................................................. 8
2.
Financieel kader .................................................................................................................. 9 2.1 2.2 2.3 2.4
3
Financieel kader 2024 ................................................................................................... 9 De tariefstructuur ........................................................................................................... 9 Budgetteringsmethodiek voor VTH-taken...................................................................... 9 Indeling in producten en clusters ................................................................................. 10
Programma Milieubeheer ................................................................................................. 11 3.1 Inleiding ........................................................................................................................ 11 3.2 Uitgangspunten en programma VTH ........................................................................... 12 3.3 Uitgangpunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving ................................................................................................. 14 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring ............................................. 14 3.5 Toelichting op de clusters ............................................................................................ 14 3.5.1 Cluster Reguleren ................................................................................................. 14 3.5.2 Cluster Milieutoezicht ........................................................................................... 15 3.5.3 Cluster Handhaving .............................................................................................. 17 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden .....................................................................
17 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH .................................................................. 17 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken .................................................................................. 18 3.5.7 Cluster Omgevingsadvies..................................................................................... 18 3.5.8 Cluster Beleidsadvisering ..................................................................................... 19 3.5.9 Cluster Bodem ...................................................................................................... 20 3.5.10 Cluster Lucht ........................................................................................................ 22 3.5.11 Cluster Omgevingsveiligheid ................................................................................ 23 3.5.12 Cluster Monitoring en databeheer ........................................................................ 23 3.5.13 Cluster Accountbeheer ......................................................................................... 25 3.5.14 Cluster Projectbijdragen ....................................................................................... 25 3.5.15 Cluster Materiële kosten ....................................................................................... 26
4
Aanvullende opdrachten .................................................................................................. 27
5
Bijlagen .............................................................................................................................. 28 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Samenvatting werkzaamheden ........................................................................ 28 Overzichtstabel DCMR werkzaamheden Regiogemeenten ............................. 31 Taken en mandaat ............................................................................................ 41 Projectbijdragen Dienstbrede Projecten ........................................................... 43 Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 ........................................................... 44 Toelichting cluster reguleren ............................................................................ 50 Afkortingenlijst ................................................................................................... 52
Werkplan 2024 I 3
1.
Inleiding
1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden Gemeente Albrandswaard is aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling (GR) van DCMR. Naast de gemeente Albrandswaard zijn 12 andere gemeenten1 en de provincie Zuid-Holland aangesloten bij het samenwerkingsverband. Een aanpassing van de GR is in voorbereiding. Zie voor verdere details bijlage 3. DCMR is één van de vijf regionale uitvoeringsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Brzo-taken voor de provincies Zeeland en Zuid-Holland, de meldkamer en bij de landelijke Seveso/Brzo-coördinatie. In het vervolg van dit werkplan wordt steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de gemeenten en provincie Zuid-Holland, de participanten, bij DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Veel taken moeten door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in het basistakenpakket2 . Het werkplan 2024 is een uitwerking van de afspraken voor 2024 die met uw gemeente als opdrachtgever zijn gemaakt. Voor een aantal taken zijn bevoegdheden door uw gemeente aan DCMR gemandateerd.
In 2023 is het mandaatbesluit aangepast aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Zie bijlage 3. 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen Het Rijnmondgebied kenmerkt zich door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. De Omgevingswet gaat daarvoor nieuwe eisen stellen aan de uitvoering van de taken van DCMR. De beleidsbegroting van DCMR heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen vastgelegd. De beleidsbegroting 2024 van DCMR is op 7 september 2023 door het Algemeen Bestuur van DCMR vastgesteld. Daarmee is het financiële kader voor de werkplannen voor de door DCMR uit te voeren taken in 2024 voor Albrandswaard vastgelegd.
Voor het werkplan van Albrandswaard is hiervoor € 470.098 opgenomen. Zie verder hoofdstuk 2. De werkzaamheden die DCMR uitvoert voor Albrandswaard zijn in hoofdstuk 3, het programma Milieubeheer, beschreven. Dit programma bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, maar ook de advisering over de fysieke leefomgeving de ondersteuning bij beleidsontwikkeling en verder databeheer en monitoring. De in dit werkplan genoemde producten en diensten zijn sinds 2015 gebaseerd op de Zuid-Hollandse PDC (Producten en Diensten Catalogus). Deze is aangepast vanwege de Omgevingswet. 1
Sinds 1 januari 2023 vormen de gemeenten Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis samen de gemeente Voorne aan Zee. Vanwege de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) waarmee een versterking van de democratische legitimatie wordt beoogd, alsook vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 en de vorming van de gemeente Voorne aan Zee, is in 2023 een wijzigingsbesluit voorbereid van de gemeenschappelijke regeling van DCMR. 2 Sinds 2015 zijn gemeenten en provincies op grond van de wet VTH verplicht de uitvoering van bepaalde taken, het basistakenpakket, door de omgevingsdiensten uit te laten voeren. Wet VTH: Wet van 9 december 2015 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving).
Werkplan 2024 I 4
Het beleidskader in de beleidsbegroting bevat de inhoudelijke prioriteiten voor het werk van DCMR en is gebaseerd op het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026. Op basis van de vijf beleidsopgaven veiligheid, ondermijning tegengaan, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid, zijn 12 focuspunten voor de uitvoering vastgelegd. Zie verder bijlage 5. 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente Albrandswaard bestaat uit twee dorpen, Rhoon (met de kleinere kern Portland) en Poortugaal, waar de bedrijven en woningen dicht bij elkaar gevestigd zijn. De gemeente heeft verschillende bedrijventerreinen. In Albrandswaard zijn 389 milieurelevante bedrijven (2023). 1.3.2 Beleid en prioriteiten A. Beleid en prioriteiten van de gemeente Albrandswaard Raadsakkoord 2022-2026, gemeente Albrandswaard In het Raadsakkoord 2022-2026 geven gemeenteraad en college aan zich samen in te zetten voor een socialer, nabijer, schoner, veiliger en groener Albrandswaard. Vanuit het Raadsakkoord werken raad en college samen aan openheid en een andere bestuurscultuur. Dit gebeurt langs drie pijlers, te weten: Hoe gaan we met elkaar om? Hoe gaan we om met de samenleving? En Samenwerking met regionale bestuurlijke partners.
Belangrijke onderwerpen in het akkoord zijn: De Zorg voor Wonen, Sociaal en nabij, Houdbare financiën, Actief en gezond, Educatie is meer dan onderwijs, Veilige leefomgeving voor iedereen, Langzaam verkeer gaat voor, Natuurlijk! Duurzaam en groen, Duurzame lokale economie, Beleef, doe mee en leer. • Het grote woningtekort vraagt om innovatieve oplossingen, versnelling van processen en actieve sturing op de doorstroming op de woningmarkt. Wonen is meer dan alleen het stapelen van stenen. Het gaat om de balans tussen wonen, groen en infrastructuur. Hierbij spelen duurzaamheid, circulariteit en leefbaarheid een grote rol. • Albrandswaard wordt een klimaatneutrale gemeente. Wij hebben dit gerealiseerd in 2050 (wettelijk kader) en waar mogelijk eerder. We werken de komende jaren aan een duurzame en groene gemeente. We gaan zo zuinig mogelijk om met grondstoffen en de natuur. We bevorderen schone lucht. • Albrandswaard wil een aantrekkelijk vestigingsklimaat hebben voor ondernemers die vooruit willen, innovatief zijn, maar ook actief bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie (inclusief de energietransitie). B. Nieuwe wet- en regelgeving Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) worden de gemeenten primair verantwoordelijk voor de leefomgeving inclusief de bodemkwaliteit en het bodemdatabeheer.
Vraagstukken en beleidsvorming rondom onderwerpen als PFAS, ZZS en opkomende stoffen worden hiermee onderdeel van de werkzaamheden van de gemeenten. Tot nu toe zijn deze bodemtaken bij de provincie belegd geweest, waarbij DCMR deze taken uitvoert. In 2024 belegt de gemeente deze taken weer bij DCMR. Op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het sinds 1998 geldende verbod om leges te heffen voor milieuvergunningen. Met ingang van de Omgevingswet is de mogelijkheid om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Gemeente Albrandswaard (en andere regiogemeenten) hebben als uitgangspunt het zogenaamde profijtbeginsel, de aanvrager betaalt de kosten. De verdere uitwerking van de heffing van leges en vaststelling is onderdeel van de Legesverordening. Deze is eind 2023 ter vaststelling aan het gemeentebestuur aangeboden. De nieuwe wet- en regelgeving raakt de werkwijzen van de DCMR en de milieu- en Wabotaken die binnen de gemeente Albrandswaard worden uitgevoerd. Met betrekking tot dit onderwerp zal ook in 2024 afstemming plaats blijven vinden tussen de DCMR en de gemeente. Het jaar 2024 wordt gebruikt voor de verdere implementatie van de Omgevingswet, zowel bij de gemeente als bij DCMR. Ook wordt dit jaar gebruikt om de werkafspraken tegen het licht te houden en af te stemmen op de nieuwe wet- en regelgeving (zowel inhoudelijk, procesmatig als financieel).
Werkplan 2024 I 5
C. Gemeente Albrandswaard zelfstandig verder De gemeente Albrandswaard is per 1 januari 2024 weer een eigen gemeentelijke organisatie waarin beleids- en uitvoeringstaken specifiek in Albrandswaard zijn georganiseerd. Albrandswaard behoudt (net als in de jaren daarvoor) haar eigen werkplan. Op ambtelijk niveau wordt waar mogelijk gezocht naar efficiencymogelijkheden. Er wordt blijvend gewerkt aan de verdere verbetering van de aansturing van alle Verbonden Partijen, waaronder de DCMR. Hierbij is voor 2024 bepaald welke aansturingsvariant voor DCMR passend is: varianten Chauffeur, Bijrijder en Achterbankzitter (zie figuur 1). Figuur 1: Aansturingsvarianten
Gekozen is voor de variant Bijrijder. Dit is een minder intensieve sturingsvariant in vergelijking met de variant Chauffeur, die de vorige bestuursperiode is gehanteerd. Aan de wijziging liggen de volgende argumenten ten grondslag. Eerste aanleiding is het overgaan van het DB-lidmaatschap van Albrandswaard (vorige bestuursperiode) naar Krimpen aan den IJssel (huidige bestuursperiode), namens de subregio. Hierdoor zijn er minder mogelijkheden om aan de voorkant te sturen op de ontwikkeling van de gemeenschappelijke regeling. Dat niet gekozen is voor de positie ‘Achterbank’ komt door de financiële situatie bij DCMR en de komende ontwikkelingen rond met name de Omgevingswet en de grote maatschappelijke opgaven als energietransitie en circulariteit. Dit vergt extra sturing, waarbij de inzet van collega’s op het gebied van financiën en juridische zaken noodzakelijk is. 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners De meldkamer van DCMR registreert meldingen van bewoners van de gemeente over overlast uit hun omgeving. Een jaaroverzicht van de meldingen wordt opgenomen in het jaarverslag en in de eindrapportage. Van de gemeente Albrandswaard is hieronder een overzicht opgenomen van de overlastmeldingen per soort en over een aantal jaren (2020, 2021, 2022, 2023 t/m sept).
Het betreft de meldingen waar DCMR voor aan de lat staat, over overlast van de bewoners van Albrandswaard van bedrijven binnen en buiten de gemeente. Informatie over de verdere behandeling van de meldingen staat in paragraaf 3.5.2.
Werkplan 2024 I 6
Voor de behandeling van andere meldingen werkt DCMR samen met andere partijen, zoals de provincie, buurgemeenten, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en (bij vliegtuiglawaai) de Commissie Regionaal Overleg Rotterdam-The Hague Airport (RTHA). Zie ook https://staatvanrijnmond.nl. Dit platform bundelt, bewerkt en presenteert data van en over Rijnmondgemeenten op het gebied van het milieu en de leefomgeving. Figuur 2: Milieumeldingen in cijfers
1.4 Wijze van verantwoorden Opdrachtgever en opdrachtnemer In het werkplan zijn de taken opgenomen die DCMR in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling uitvoert voor de gemeente. DCMR heeft bij de uitvoering van deze taken de rol van opdrachtnemer. In deze rol ondersteunt en adviseert DCMR de gemeente ten aanzien van de zorg voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hierbij bepaalt de opdrachtgever welke producten en adviezen door DCMR worden geleverd. Periodiek bespreekt DCMR de voortgang op het werkplan met de opdrachtgever. Terugkoppeling over de voortgang en uitvoering Over de voortgang en uitvoering van de werkplannen zijn de volgende afspraken gemaakt: Maandrapportage Maandelijks genereert DCMR een cijfermatige rapportage. Het laat de uitputting van het werkplan in uren en euro’s op niveau van productgroepen zien. Deze maandrapportage wordt binnen drie weken na afloop van een maand per mail verzonden naar de gemeente. De rapportage sluit aan bij het niveau van de overzichtstabel (bijlage 1). Eindrapportage Over het gehele kalenderjaar stelt DCMR een eindrapportage op, die na afloop van het jaar in april naar de gemeente gemaild wordt. De eindrapportage bevat eindconclusies op financieel en inhoudelijk gebied, in de vorm van infographics met kernachtige teksten.
Participantenoverleg Vier tot zes keer per jaar vindt een participantenoverleg plaats tussen de milieucontactambtenaren van de participanten en DCMR over relevante ontwikkelingen van de werkzaamheden en de organisatie. Voortgangsoverleg (voorheen trimesteroverleg) Twee keer per jaar vinden de voortgangsoverleggen plaats. In de overleggen bespreken de accountregisseur, de relatiemanager en de gebiedscoördinator de voortgang van het werkplan en relevante inhoudelijke dossiers met de milieucontactpersoon van de gemeente. In het overleg van augustus/september worden ook afspraken gemaakt over het werkplan voor het volgende jaar.
Werkplan 2024 I 7
Bestuurlijk overleg Tweemaal per jaar hebben een directielid, de accountverantwoordelijke unitmanager en de accountregisseur overleg met de verantwoordelijke wethouder. In deze overleggen bespreken zij onder andere de bestuurlijke thema’s, de voortgang van het werkplan en de milieumeldingen. Integraal Handhavingsoverleg Het is nog niet bekend of een integraal handhavingsoverleg zal worden georganiseerd. 1.5 Impact van de Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet zal in 2024 extra aandacht vragen en kan mogelijk financiële effecten hebben. Een eenduidig beeld ontbreekt over deze effecten. Vanuit VNG en de gezamenlijke omgevingsdiensten is bij het Rijk veelvuldig aangedrongen op een beter beeld van de financiële consequenties, maar hierover is echter niet voldoende duidelijkheid verkregen. In de bestuurlijke uitgangspunten voor de DCMR-begroting is daarom uitgegaan van de bestaande financiële kaders. De Omgevingswet heeft impact op de uitvoering van de taken van DCMR. Daarom zijn onder meer de volgende zaken aangepakt: • De primaire werkprocessen zijn zo nodig aangepast aan nieuwe producten/instrumenten en aan nieuwe termijnen. • De Zuid-Hollandse producten- en dienstencatalogus (PDC) is aangepast. • Experts van DCMR hebben hun inhoudelijke kennis en vaardigheden verbreed naar de vereisten van de Omgevingswet. • Er is een voorstel mandaatbesluit voorgelegd aan de gemeente.
• Er zijn afspraken gemaakt over het takenpakket. • Er zijn afspraken gemaakt in het kader van het Rijnmondberaad over samenwerking met de gemeente, GGD en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond onder de Omgevingswet. • Er zijn gegevens geleverd aan het Rijnmondberaad ten behoeve van het nemen van de beslissing om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. • Er heeft een verdere ontwikkeling plaatsgevonden naar een datagedreven organisatie. De werkelijke impact zal in 2024 blijken. Maar verwacht wordt dat de invoering van de Omgevingswet extra aandacht en inzet zal vragen. Deze extra inspanningen en mogelijke financiële consequenties worden gemonitord, opdat tijdig met de bevoegde gezagen kan worden afgestemd hoe hiermee moet worden omgegaan. 1.6 Uitdagingen van de arbeidsmarkt DCMR heeft te maken met de uitdagingen die de huidige arbeidsmarkt biedt: er is krapte aan ervaren vakmedewerkers en demografisch gezien loopt het aantal jongeren terug, waardoor de krapte wordt versterkt. Tot nu toe lukt het in het algemeen om vacatures in te vullen. Bij een aantal specifieke functies is dit echter moeilijk tot zeer moeilijk geworden. Vanuit dit oogpunt zijn er twee ontwikkelingen in gang gezet: 1. Strategische personeelsplanning waarbij longitudinaal rekening wordt gehouden met de behoefte vanuit de organisatie en de personele ontwikkeling. 2.
Visie op instroom van medewerkers op competentie en motivatie, waarbij met opleiding en training de vakinhoudelijke kennis wordt bijgebracht. Werving en selectie besteedt dan ook ruim aandacht aan netwerkbijeenkomsten en bedrijvendagen op (hoge)scholen, aanname van stagiaires en trainees voor jong afgestudeerden. Dit laatste gebeurt onder de vlag van De Betere Wereldbaan, in samenwerking met de overige vier Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De verwachting is dat het risico van capaciteitsgebrek in 2024 ook nog aanwezig zal zijn. Dit kan van invloed zijn op (het tempo van) de realisatie van de doelen van het meerjarenprogramma en de individuele participanten/opdrachtgevers.
Werkplan 2024 I 8
2.
Financieel kader
2.1 Financieel kader 2024 Het budget voor het werkplan Albrandswaard 2024 is € 470.098 Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Het werkplanbudget voor 2024 is ten opzichte van 2023 met 8,40% verhoogd conform de indexeringsbrief van 20 december 2022 (met kenmerk: zaaknummer 971703) voor gemeenschappelijke regelingen. Deze indexering is door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Gemeenschappelijke Regelingen. Voor de uitvoering van bodemtaken die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet onder het bevoegd gezag van de gemeente zijn gekomen, is € 49.261 via de begroting aan het werkplan toegevoegd. Dit betekent dat er een bedrag van € 470.089 kan worden ingezet voor de uitvoering van de werkzaamheden van het programma Milieubeheer, zoals samengevat in onderstaande tabel. Daarvan wordt € 2.659 vanuit het voorschot gefinancierd om tot een volledig werkplan te komen. Tabel 1: Financieel kader werkplan 2024 Financieel kader 2024 Begroting Overige correcties
Budget € 467.439 € 2.659
Totaal
€ 470.089
Financiering Factuurbedrag Voorschot
Budget € 467.439 € 2.659
Totaal
€ 470.089
2.2 De tariefstructuur Voor de uitvoering van de in dit werkplan opgenomen activiteiten worden de tarieven 2024 gehanteerd, die door het Algemeen Bestuur van DCMR op 7 september 2023 zijn goedgekeurd. Voor 2024 gaat het om een gemiddelde tariefsverhoging van 5,2 % ten opzichte van 2023. Tabel 2: Tarieven 2024 Tariefgroep 1 2 3 4 5 6 7
Salarisschaal 5 t/m 8 9 10 11 12 13 14 t/m 18
Tarief 2023 € 95 €107 €117 €128 €135 €139 €147
Tarief 2024 €101 €113 €123 €134 €141 €145 €153
2.3 Budgetteringsmethodiek voor VTH-taken Voor uitvoering van de bedrijfsgebonden taken met een wettelijke basis (vergunningverlening, toezicht en handhaving) vormt het beschikbare budget een belangrijk kader. In het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 (vastgesteld in het AB van 8 december 2022) is de berekeningsmethodiek van het basisbudget voor de gemeentelijke bedrijven versimpeld. Factoren die in de oude methodiek zijn meegenomen zoals de branche-indeling van de bedrijven en de mate waarin MJP-focuspunten een rol spelen, bleken in de praktijk te complex.
Werkplan 2024 I 9
In 2023 is een nieuwe berekening gemaakt van het benodigde budget. Hierin zijn de gevolgen van het budget vanwege de Omgevingswet nog niet meegenomen, omdat daar nog onvoldoende zicht op is. Deze berekening gecombineerd met de ervaring van de laatste jaren met de hoogte van het basisbudget, hebben geen aanleiding gegeven om het basisbudget voor het werkplan 2024 te wijzigen ten opzichte van 2023. Samengevat hanteert DCMR voor de budgetsystematiek de volgende uitgangspunten: • Er wordt gewerkt met bedrijfskentallen. Het bedrijfskental staat voor de bewerkelijkheid van een bedrijf, uitgedrukt in een gemiddeld aantal uren per jaar. Impliciet zijn daarmee in het bedrijfskental de structurele factoren milieurelevantie, grootte en juridische status verdisconteert. • Een vast deel van het budget wordt gereserveerd voor de zogenoemde borgingstaken. • De omvang en aard van het bedrijvenbestand van een participant is bepalend voor de hoogte van het budget. • Voor milieutoezicht geldt dat het intrinsiek risico (themascores per branche voor gemeenten en per installatie voor PZH) medebepalend is voor de hoogte van het deelbudget voor milieutoezicht. • Uitvoering van het MJP 2023-2026 past binnen de basis.
2.4 Indeling in producten en clusters Voor de werkplannen van DCMR is een verdeling gemaakt in clusters. De eerste vijf clusters betreffen de VTH-basisbudgettaken. In de overzichtstabel van bijlage 2, is per cluster aangegeven welke producten eronder vallen. Deze producten sluiten aan bij de (vernieuwde) Producten- en Dienstencatalogus Zuid-Holland (PDC). In de volgende tabel zijn de voor de gemeente Albrandswaard relevante clusters opgenomen en is de begrote inzet in uren en budget voor 2024 per cluster aangegeven. Tabel 3: De clusters van het programma Milieubeheer Clusters Reguleren Milieutoezicht Handhaving Juridische werkzaamheden Kwaliteit en ontwikkeling VTH Overige VTH-taken Omgevingsadvies (voorheen Ruimtelijke ontwikkeling) Beleidsadvisering Bodem Lucht Geluid Omgevingsveiligheid (voorheen Externe Veiligheid) Monitoring en databeheer Accountbeheer Projectbijdragen Materiële kosten Totaal
Uren 432 1.688 85 20 113 353 241 98 462 7 50 30 25 153
3.757
Begroting Budget € € € € € € € € € € € € € € € € €
54.212 201.935 10.904 2.626 14.949 39.384 31.017 12.757 55.879 860 6.734 3.941 3.080 19.555 11.767 500 470.098
Werkplan 2024 I 10
3
Programma Milieubeheer
3.1 Inleiding DCMR geeft uitvoering aan haar werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin al haar primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. Programma milieubeheer en programmamanagement Voor een groot deel van het reguliere werk is DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te ingewikkeld, complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de taakgerichte lijnorganisatie. Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen. In 2024 wordt door DCMR aan de volgende programma’s gewerkt binnen het overkoepelende programma Milieubeheer: • Verduurzaming Industrie • Circulaire Economie en Energietransitie van de bebouwde omgeving • Milieucriminaliteit • Implementatie Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) • Complexe bedrijfsdossiers • Stad en Haven • Data gedreven organisatie In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke werkzaamheden in 2024 binnen het programma Milieubeheer worden uitgevoerd. Het werk van DCMR is in te delen in de volgende drie kerntaken.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Dit betreft reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving. Vanaf 2024 gebeurt dit onder meer op basis van de Omgevingswet, de invoeringswetten, de uitvoeringsbesluiten Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving, en de uitvoeringsregeling. Voor milieubelastende activiteiten uit het Activiteitenbesluit die niet in het Bal of Bbl zijn opgenomen, zijn voorschriften via de Bruidsschat te vinden in het Omgevingsplan. Advisering over beleidsontwikkeling en toetsing van en/of advisering voor de fysieke leefomgeving Dit betreft de bevoegd gezag taken voor de milieueffectrapportage, de advisering op de milieueffectrapportage en de (milieu)advisering op en toetsing van Omgevingsplannen. Verder ondersteunt DCMR op verzoek bij het ontwikkelen van leefomgevingsbeleid van participanten. Databeheer en monitoring Door het verzamelen, bewerken, analyseren en presenteren van data, het monitoren van trends, en het ontwikkelen van een transparante informatievoorziening wordt de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht en de uitvoering van DCMR-werkzaamheden verbeterd en geoptimaliseerd.
Informatie die op deze wijze wordt verzameld en beheerd vormt de basis voor de VTH-taken van DCMR, voor de advisering bij planontwikkeling bij gemeenten, voor het ontwikkelen van T&H-interventies en het onderbouwen van (nieuw) beleid van participanten. Daarnaast geeft de informatie inzicht in de staat van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen daarin.
Werkplan 2024 I 11
3.2 Uitgangspunten en programma VTH Doelgericht innoveren, doortastend met focus op effect DCMR wil zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) verder ontwikkelen. Daarbij ligt een accent op innovatie en meer aandacht voor het effect van ons werk. Het doel van de inzet van dit instrumentarium is het voorkomen en oplossen van milieuschade en het beschermen van de kwaliteit van de leefomgeving. Beleidsuitgangspunten Bij de uitvoering van taken hanteert DCMR de volgende beleidsuitgangspunten: Verantwoordelijkheid en vertrouwen Veiligheid en milieu zijn primair de verantwoordelijkheid van bedrijven. Vertrouwen is niet vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend en blijkt uit adequate naleving van de regels en een proactieve houding van de bedrijven. Sturen op effect DCMR zet zijn instrumenten gericht en effectief in waar de risico’s het grootst zijn. In het toezicht wordt gebruik gemaakt van een doordachte mix aan instrumenten, en worden daarbij onze ketenpartners betrokken. Bij het verlenen van vergunningen vindt risicobepaling en prioriteitenstelling plaats aan de hand van het beleid van de participant. DCMR zet in op de bijdrage aan een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie, zoals circulaire economie en energietransitie.
Consequente en voortvarende handhaving Handhaving vindt plaats op strikte en consequente wijze, volgens de vastgestelde sanctiestrategie. De inzet van handhavingsinstrumenten wordt waar nodig afgestemd met andere inspectiediensten. Actuele vergunningen Vergunningen van bedrijven moeten actueel en handhaafbaar zijn. Nieuwe wetgeving en richtlijnen worden uiterlijk binnen 4 jaar na van kracht worden verankerd in de vergunning. Incidenten kunnen aanleiding zijn om een vergunning versneld te actualiseren. Professioneel DCMR voldoet aan de krachtens de Omgevingswet vastgestelde kwaliteitscriteria, baseert zich bij de uitvoering van taken op “state of the art” kennis, en voldoet aan de verordeningen die door participanten zijn vastgesteld aan kwaliteit. Transparantie DCMR communiceert met alle belanghebbenden op een toegankelijke manier over de uitvoering van onze taken en over initiatieven en ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op de woon- en werkomgeving van mensen. De organisatie kent een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus, die de resultaten van onze werkzaamheden inzichtelijk maakt. Samenwerken Het samenwerkingsprogramma Brzo+ voert regie op de uitvoering van VTH-taken bij Sevesobedrijven en initieert ontwikkeltrajecten om de kwaliteit van de uitvoering en het level playing field voor bedrijven te verbeteren.
De inspectiepartners acteren daarbij als één overheid richting bedrijfsleven. De inzichten en richtlijnen die hieruit voortkomen zijn medebepalend voor het inrichten van Uitvoeringsbeleidsplan MJP en de uitvoering van taken in het algemeen. Beleidscyclus Participanten hebben beleidsplannen opgesteld die richtinggevend zijn voor de uitvoering van VTH-taken door DCMR. De beleidskaders van de participanten en de taakuitvoering door DCMR zijn volgens het principe van de Big-8 met elkaar verbonden (zie figuur 3). De Big-8 kent een strategisch/beleidsmatige plan-do-check-act-cyclus en een meer operationele uitvoeringscyclus.
Werkplan 2024 I 12
Figuur 3: de Big-8 cyclus
De bovenste cyclus die een periode van meer (doorgaans vier) jaren omvat, begint bij de beleidsprioriteiten van de participanten. Op strategisch niveau worden die vertaald in het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 en daarin opgenomen een bijgesteld Meerjarenprogramma met inhoudelijke doelen en prioriteiten. Het Uitvoeringsbeleidsplan MJP omschrijft wat de uitgangspunten, hoofdlijnen en prioriteiten zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving en adviestaken. De Omgevingswet vormt hiervoor de wettelijke basis. Het Uitvoeringsbeleidsplan MJP bouwt voort op uitgangspunten van het Uitvoeringsbeleidsplan VTH 2019 -2022. Nieuw is dat de inhoudelijke focuspunten (voorheen vastgelegd in een separaat Meerjarenprogramma (MJP), nu onderdeel zijn van het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026. Het Uitvoeringsbeleidsplan MJP geeft een antwoord op de vraag: hoe en met welke middelen voert DCMR zijn taken uit? Het Meerjarenprogramma beantwoordt de vraag op welke milieu inhoudelijke thema’s daarbij de focus ligt en welk effect wordt nagestreefd. In de evaluatiefase doet DCMR aan de hand van uitvoeringsresultaten aanbevelingen voor eventuele bijstelling van het beleid en de strategische uitgangspunten voor de uitvoering.
Een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus en professionele medewerkers met adequate kennis zijn van belang om de kwaliteit en continuïteit van de werkzaamheden te kunnen waarborgen. Dit betekent ook dat DCMR tijdig wordt betrokken bij het evalueren, actualiseren en opstellen van provinciale en gemeentelijke (thematische) beleidsstukken die voor de uitvoeringspraktijk van belang zijn.
Werkplan 2024 I 13
Op basis van het MJP 2023- 2026 en een inhoudelijke probleemanalyse stelt DCMR een risicogestuurd en effectgericht programma op voor de uitvoering, het startpunt voor de onderste cyclus van de Big-8. Het actualisatieprogramma voor de vergunningverlening en het brancheprogramma voor het toezicht zijn belangrijke onderdelen in de onderste cyclus van de Big-8. Het programma wordt jaarlijks op uitvoeringsniveau bijgesteld op basis van ervaringen en resultaten in het voorgaande jaar. De uitvoering wordt per participant vastgelegd in een jaarlijks werkplan, dat de basis vormt voor de financiering. De onderdelen risicosturing, de thema’s met risicoscores per branche, de sanctiestrategie, borgingstaken en het meerjarenprogramma worden in bijlage 5 nader toegelicht. 3.3
Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving De uitdaging voor Albrandswaard is om duurzame ontwikkeling te realiseren en de leefkwaliteit te verbeteren in een gezonde balans tussen milieu, economie en ruimte. Dat vergt een aanpak waarin niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke thema’s van milieu en duurzaamheid (geluid, lucht, veiligheid, bodem, energie, klimaat), maar ook naar de verbanden tussen deze thema’s en naar de relaties tot andere beleidsterreinen, zoals gezondheid, verkeer, economie en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet biedt hiervoor goede mogelijkheden. Op verzoek van de gemeente kan DCMR hierover adviseren in alle fasen van de besluitvorming binnen het omgevingsrecht en omgevingsbeleid. Dit gebeurt op basis van betrouwbare en actuele (milieu)gegevens en de meest actuele kennis van beschikbaar instrumentarium. De werkzaamheden die DCMR hiertoe uitvoert, zijn opgenomen in de paragrafen 3.5.7 tot en met 3.5.12. 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring DCMR werkt aan data die beschikbaar, bruikbaar en betaalbaar zijn voor alle processen en producten die de dienst levert (vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring). DCMR heeft de ambitie uitgesproken om een datagedreven organisatie te worden.
Deze ambitie is in 2020 onderschreven door het Algemeen Bestuur. ‘Datagedreven’ impliceert: • Een professionalisering van het databeheer van DCMR. • Een verbeterslag op datakwaliteit. • De inzet van data om onze (VTHA-)producten slimmer en beter te maken, onder andere door toepassing van de (kwalitatief goede en professioneel beheerde) data in informatieproducten (viewers, dashboards etc.). • Een versteking van planning, sturing en verantwoording op basis van data. Het gegevensmanagement (‘databeheer’ in de strikte zin van het woord) is met ingang van 2022 ondergebracht in de afdeling Bedrijfsvoering. Onder de noemer ‘databeheer, meten en monitoring’ in het werkplan wordt vooral ingezet op het toepassen van geografische data en informatie in informatieproducten. DCMR ontwikkelt deze informatieproducten onder de vlag van het programma ROI, sinds 1 maart 2022 met een multidisciplinair team (MDT). Dit MDT bestaat uit medewerkers uit verschillende onderdelen van de dienst (BI-team, Team Monitoring, Toezichtslab). Zij werken samen volgens de Agile/Scrum methode. Door de gebruikers vooraan in het ontwikkelproces te betrekken worden op maat gemaakte en gebruikersvriendelijke tools gebouwd. Uiteindelijk helpen deze informatieproducten DCMR om effectiever en efficiënter te werken. Zie verder paragraaf 3.5.13.
3.5 Toelichting op de clusters In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de werkzaamheden binnen de clusters van het programma Milieubeheer. 3.5.1 Cluster Reguleren De Omgevingswet brengt vele wijzigingen met zich mee voor reguleren. In bijlage 6 worden de grootste wijzigingen beschreven.
Werkplan 2024 I 14
Onder het cluster reguleren in het kader van de Omgevingswet vallen de volgende taken: • Vooroverleg en advies aan de Omgevingstafel of Intaketafel. • Vergunningaanvragen beoordelen, vergunning opstellen en verlenen. • Uitvoeren van een actualisatietoets bij oudere vergunningen (conform actualisatieprogramma). • Meldingen en informatieverstrekking accepteren, registreren, beoordelen en bevestigen. • Maatwerkvoorschriften opstellen. Vraaggestuurd en risicogericht Reguleren vindt veelal vraaggestuurd plaats. Een aanvraag voor een vergunning van een milieubelastende activiteit (MBA), een maatwerkvoorschrift of een melding komt op initiatief van een bedrijf. Daarnaast is het van belang om verouderde vergunningen te actualiseren en zo nieuwe wetgeving en richtlijnen te implementeren. Dit gebeurt risicogericht en middels een jaarlijks op te stellen actualiseringsprogramma. Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de focuspunten uit het MJP en de (wettelijke) termijnen voor implementatie. 3.5.2 Cluster Milieutoezicht Het wettelijk kader is veranderd. Vanaf 2024 gebeurt milieutoezicht met name op basis van de Omgevingswet en de op die wet gebaseerde regels. In het cluster Milieutoezicht zijn de volgende taken ondergebracht: • Preventief toezicht (conform brancheplannen), inclusief het toezicht op de informatieplicht energiebesparing.
• Afhandeling overlastmeldingen/voorvallen, incidenten en bedrijfsmeldingen. • Repressief toezicht naar aanleiding van eerder geconstateerde overtredingen tijdens preventief toezicht en voorvalonderzoek. • (Werkzaamheden van) de meldkamer. Programmatische aanpak DCMR pakt preventief toezicht voornamelijk programmatisch op. Elke vier jaar stelt DCMR voor de branches een brancheplan op. Integraal onderdeel zijn de focuspunten vanuit het MJP. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan gemaakt op basis van het 4 jaren brancheplan. Daarin worden resultaten van voorgaande jaren meegenomen en/of worden andere accenten gelegd. Aanleidingen om brancheplannen aan te passen zijn wijziging in de risico’s, wensen vanuit de participanten of nieuwe wetgeving. In het brancheplan staat welke mix aan instrumenten ingezet gaat worden om tot zo effectief mogelijk toezicht op de relevante risico’s in die branche te komen. Daarnaast zijn voor ondermijning, asbest en evenementen themaplannen opgesteld en is voor het thema energie een apart team ingericht. Bij asbest wordt de programmatische aanpak ook landelijk afgestemd vanuit de Asbestkamer van ODNL. Risicoanalyse Belangrijke instrumenten om die risico’s in beeld te krijgen en zo tot een effectieve toezichtstrategie te komen, zijn het RIAN-model, de analyse van externe informatiebronnen, en de brancheaanpak en themaplannen.
Het RIAN geeft inzicht in trends in bijvoorbeeld naleving, incidenten, inspectiehistorie en klachten. Naast het RIAN-model zet DCMR in op analyse van informatie van andere bronnen, zoals van andere inspectiediensten of van openbare bronnen. Deze inzichten vullen branchetrekkers aan met hun kennis van de branche. Branchetrekkers onderzoeken systematisch de motivatie bij onder toezicht gestelden (OTG) en mogelijk ander gedrag van de OTG-beïnvloedende partijen. Al deze inzichten helpen een effectieve toezichtstrategie te formuleren die bij elke (sub)branche er anders uit kan zien. Daarnaast zet DCMR ook gericht gebiedscontroles in om ontwikkelingen en veranderingen bij bedrijven in beeld te hebben en daarmee het bedrijvenbestand actueel te houden. Ook kunnen signalen van klokkenluiders aanleiding zijn voor de inzet van (extra) toezicht.
Werkplan 2024 I 15
Milieucriminaliteit In 2022 is het programmaplan Milieucriminaliteit vormgegeven. Het programma loopt tot eind 2024. Doel is om de samenwerking en de samenhang in de aanpak van milieucriminaliteit te verbeteren. Zowel bezien vanuit het strafrecht als het bestuursrecht. De aanpak van milieucriminaliteit vereist afstemming met de gemeenten (bijvoorbeeld bij de gezamenlijke aanpak op het thema ondermijning) maar dient ook afgestemd te worden met andere organisaties die betrokken zijn in de aanpak. Denk hierbij aan gezamenlijke inzet met de politie, Functioneel pakket, ILT, de NVWA en de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Door de bovenregionale samenwerking te versterken is een effectievere inzet mogelijk. Onder meer door gebruik te maken van elkaars expertises. Het programmaplan milieucriminaliteit kent 3 pijlers: - voorkomen, - opsporen en -vervolgen en sanctioneren. In 2023 is gestart met het team Ketenrecherche die onderzoek heeft verricht in de ketens asbest, PFAS-grondstromen en teerhoudend asfaltgranulaat. Dit is succesvol geweest in 2023 en wordt daarom in 2024 voortgezet waarbij ook andere thema’s aan de orde zullen komen (zoals E-waste).
Het programma milieucriminaliteit kent zoals gezegd ook een externe oriëntatie: zowel vanuit het interbestuurlijk programma (IBP) als ook vanuit de Strategische milieukamer wordt gewerkt aan de versterking tussen het bestuursrecht en het strafrecht en worden gezamenlijk geprioriteerde thema’s (zoals Afval, ZZS-stoffen en gewasbeschermingsmiddelen) opgepakt. Andere elementen van het programma die in 2024 worden opgepakt zijn: de bestuurlijke boete, een nieuwe interventie die met de komst van de omgevingswet toepasbaar wordt, de nieuwe Landelijke handhavingstrategie omgevingsrecht (LHSO) implementeren in de organisatie en het op orde brengen van de databronnen ten behoeve van risicogestuurde inzet (ondermijningsacties, ketentoezicht en handhaving). Toezichtslab Het Toezichtslab draagt bij aan doelgericht en effectief toezicht, door inzichten uit de gedrags-, data- en communicatiewetenschappen te vertalen naar praktische tools en interventies. Deze kennis kan ingezet worden bij belangrijke toezichtuitdagingen en het ontwikkelen van een effectieve aanpak daarop. Dit kan gaan om incidentele uitdagingen (bijvoorbeeld een bedrijf dat regels blijft overtreden) of structurele en duurzame gedragsveranderingen (bijvoorbeeld het tegengaan van morsen van plastic korrels naar het milieu en de beïnvloeding van cultuur bij bedrijven).
Er wordt ingezet op datagedreven werken om het toezicht gerichter in te zetten. De opgedane kennis wordt daarnaast ook steeds meer gebruikt bij andere taken van DCMR (reguleren en advisering), onder andere bij klimaatgerelateerde uitdagingen. Milieupiket Het milieupiket is een belangrijke schakel in het operationele toezicht. Het is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen. Zo mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt problematiek op een dusdanige wijze in kaart gebracht dat anderen dat kunnen doen. Meldkamer De meldkamer van DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied. Binnen de meldkamer van DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen meldkamer-inspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving.
Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen. Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna wordt beoordeeld of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen. Wanneer het stoppen van de overlast niet op afstand mogelijk is of er meer onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken.
Werkplan 2024 I 16
Ook vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing. De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team (ROT), waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt. Verder wordt de directie, het bestuur en (indirect) de omgeving per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd. Bij vijftien of meer overlastmeldingen per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Brzo- en RIE4bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket, betrokkenen binnen DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam. Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie. Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en het X-account (voorheen Twitter-account van DCMR. 3.5.3 Cluster Handhaving Bij constatering van overtredingen treedt DCMR repressief op, volgens de ‘sanctiestrategie voor milieuovertredingen’. De sanctiestrategie geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Zie ook bijlage 5.
Bestuursrechtelijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Daarnaast wordt het met de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk om voor Seveso/Brzo-overtredingen (Seveso toezicht) een bestuurlijke boete op te leggen. Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu. Alle bestuursrechtelijke handhavingsbeschikkingen die door het college aan bedrijven worden opgelegd, worden gepubliceerd op de website van DCMR. 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals werkzaamheden voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, de rechtbank of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook juridische beleidswerkzaamheden vallen onder de werkzaamheden van het cluster. 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de Borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en Themabeheer opgenomen. De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld. Borgingstaken Op basis van de wet gelden eisen die erop neerkomen dat in de uitvoering van VTH-taken een complete plan-do-check-act cyclus (inclusief kwaliteitsborging) moet zijn opgenomen.
Activiteiten die daarop betrekking hebben zijn: meerjarenprogrammering, uitvoeringsprogramma’s, monitoring, omgevings- en risicoanalyse, planning en control, werkinstructies en protocollen, plannen van aanpak (onder meer voor sancties, gedoogbeleid, en vergunning), volgen van ontwikkelingen in beleid en regelgeving voor VTH-taken en het voeren van overleg met externe partners. Dergelijke taken worden in dit werkplan samengevat onder de term ‘borgingstaken’. Voor deze ‘borgingstaken’ wordt in totaal maximum 6500 uur uit het gezamenlijke budget van de participanten ingezet. Dit komt in de huidige situatie overeen met 2,5 procent. Elke participant draagt bij aan deze borgingstaken, naar rato van de zwaarte van het bedrijvenbestand waarvoor de participant bevoegd gezag is. Het budget voor de borgingstaken is onderdeel van het budget dat op basis van de bedrijfskentallen wordt bepaald. Ook regie, verantwoording naar de participanten en monitoring (totaal 900 uur) betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten en zijn daarom toegevoegd aan de borgingstaken. Voor de implementatie van de Omgevingswet is 900 uur uit de dienstbrede borgingstaken toegevoegd aan de post beleidsontwikkeling. In bijlage 6 is een beschrijving van de werkzaamheden binnen borgingstaken opgenomen.
Werkplan 2024 I 17
Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken. 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Deze taken worden wel, niet of op verzoek van de gemeente uitgevoerd. Tabel 4: Overige VTH-taken PDC
Producten OVTH-taken
A01 OR01
Advies milieuaspecten - Overleg met betrekking tot handhaving - Toets MBA aan het Omgevingsplan Omgevingsvergunning milieu-inrichting/ Bibob
OR09 OR12 OR26 R28 OR41
OT01 OT05 OT09 OT12 T13
Behandeling melding Bal voor het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem /melding GBES Ontheffing vervoer gevaarlijke stoffen Ontheffing geluidsbelasting - Advisering bij evenementen (Sloop)melding asbest Beschikking Woo-verzoek Toezicht milieubelastende activiteit - Toezicht EPBDIII - Toezicht Label C Beoordeling verplichte rapportage - E-PRTR Toezicht bodembescherming - Controle GBES Toezicht geluidnormen - Toezicht bij evenementen Controle BRIKS/ - Toezicht op asbestverwijdering Totaal
Wel, Niet, Op verzoek Wel Wel Wel Wel Op verzoek Op verzoek Wel Wel Niet Niet Niet Wel Op verzoek
Wel 353 uren
Toelichting op toezicht gesloten bodemenergiesystemen (GBES) Bij het toezicht op gesloten bodemenergiesystemen (GBES) wordt de focus gelegd op de risico’s bij aanleg die genoemd zijn in de signaalrapportage van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Hierbij kan gedacht worden aan fouten bij het afvullen van boorgaten en het gebruik van schadelijke smeermiddelen. Doel is om 25% van de startmeldingen GBES in het veld te controleren. Daarbij zal tijdens gecombineerde gebiedscontroles in het kader van toezicht op grondverzet en bodemwerkzaamheden, ook toezicht worden gehouden op eventueel niet gemelde aanleg van GBES. 3.5.7 Cluster Omgevingsadvies Op verzoek van de gemeente adviseert DCMR in ruimtelijke planprocessen. Dit vindt plaats door vooraf voor een planvorming relevante kaders aan te geven, tussentijds bij planvorming te adviseren en de uitgewerkte plannen voorafgaand aan de besluitvorming te toetsen op basis van die kaders. Als uitgangspunt hanteert DCMR de eisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving, het beleid en de ambities van het Rijk, de provincie en de gemeente op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Deze werkwijze is van toepassing op ruimtelijke vraagstukken die ingediend zijn voor 1 januari 2024.
Werkplan 2024 I 18
Met betrekking tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zal de hierboven omschreven werkwijze worden aangepast, hierover zullen nog nadere afspraken worden gemaakt. Wel is duidelijk dat voor het wijzigen van een omgevingsplan een Quick scan milieu (m.i.v. 1 januari 2024 ‘omgevingsscan’) de basis zal vormen voor de verdere advisering op de diverse milieuthema’s. In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van mogelijke werkzaamheden. De werkzaamheden worden op verzoek en in nauw overleg met de gemeente uitgevoerd. Tabel 5: Omgevingsadvies PDC Producten Omgevingsadvies A01 Advies milieuaspecten - Quick scan light (m.i.v. 1 januari 2024 ‘omgevingsscan’) - Quick scan uitgebreid (m.i.v. 1 januari 2024 ‘omgevingsscan’) - Inhoudelijke adviezen over één of meer thema’s - Inventarisatie milieucategorieën - Advies omgevingsveiligheid - Toetsen GRO ruimtelijk plan - Opstellen GRO (deeltekst) OA06 Advies Omgevingstafel OA04 Beoordeling MER-plicht/ 0-stap advies OA07 Mer-beoordelingsprocedure voor ruimtelijke besluiten OA08 Mer-procedure voor ruimtelijke besluiten OR25 Beschikking hogere waarde R60
Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit
R61
Mer-procedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit
Uren 2024
Totaal
241 uren
3.5.8 Cluster Beleidsadvisering Onder dit cluster vallen diverse milieuadviezen en overleggen. Een milieuadvies kan gaan over concrete milieuvraagstukken, (landelijke en Europese) wetgeving, beleidsvelden, bedrijfstakken en branches. Ook werkzaamheden die voortvloeien als gevolg van de implementatie van de Omgevingswet zijn in dit cluster gepland. De volgende tabel geeft de werkzaamheden van DCMR voor de gemeente Albrandswaard in schema weer. Tabel 6: Werkzaamheden/producten ten behoeve van beleidsadvisering PDC DCMR product typering Beleidsadvisering Uren 2024 A01
OR26 Totaal
Advies milieuaspecten - Verstrekken van algemene adviezen op verzoek van de gemeente. - Gezamenlijk thema: implementatie Omgevingswet. (zie toelichting) - Voorbereiden en deelnemen aan bestuurlijke overleggen, beantwoorden van raadsvragen en vragen vanuit het bestuur. Ontheffing geluidsbelasting - Ontheffing bouwlawaai. 98 uren
Werkplan 2024 I 19
Toelichting op implementatie Omgevingswet De kosten voor deze werkzaamheden worden verhoudingsgewijs verdeeld over de participanten. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Deze wet grijpt in op de wijze waarop de leefomgevingskwaliteit beschermd en beheerd wordt. De Omgevingswet heeft daardoor consequenties voor alle participanten en voor DCMR. Samen met de participanten heeft DCMR zich voorbereid. De wet heeft gevolgen voor de wijze waarop de beleidsadvisering, ruimtelijke en gebiedsadvisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving plaatsvindt. In 2017 is een intentieverklaring getekend tussen DCMR, VRR en GGD om meer samen te werken en zijn vanuit de Omgevingswet uitgangspunten benoemd voor leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. Op 1 januari 2024 is de regio gereed om te starten, maar echter nog niet klaar. In 2024 wordt de samenwerking voortgezet in de vorm van nazorg. De participanten, waterkwaliteitsbeheerders, GGD, VRR, HbR en DCMR trekken hierbij samen op in het Rijnmondberaad Omgevingswet en het programmamanagersoverleg Omgevingswet. DCMR blijft zijn faciliterende rol vervullen binnen het Rijnmondberaad met als doel om met de participanten Rijnmondbreed kennis, maar vooral ook ervaringen te blijven delen. Ook in 2024 gaat DCMR verder met inhoudelijke verdieping op de Omgevingswet.
Gelet hierop spant DCMR zich ook in 2024 in op de volgende gebieden: • Goede samenwerking met de participanten onder andere binnen het Rijnmondberaad Omgevingswet. • Beschikbaar hebben van actuele kennis en gegevens over de gebiedskwaliteit. • Investeren op gebied van inhoudelijke kennis van de wet. • Verkennen van veranderingen in processen en producten. 3.5.9 Cluster Bodem De gemeente is op 1 januari 2024, bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bevoegd gezag voor de bodem. De bevoegd gezag taken voor het grondwater blijven bij de provincie. Dit laatste heeft tot gevolg dat er bij bodemprojecten, waarbij zowel grond als grondwater is betrokken, er vaker met DCMR en de provincie overlegd en afgestemd moet worden. Een deel van de bodemtaken (VTH) is bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het basistakenpakket die bij de omgevingsdiensten moeten worden ondergebracht (+402 uren). Daarnaast zijn er ook eigen keuzes. Voor de ondergrond betekent dit dat, naast de oude afwegingen door bodemverontreiniging, er ook afwegingen meegenomen kunnen worden waarin andere ondergrondkwaliteiten een rol kunnen spelen (zie figuur 3 Ondergrondkwaliteiten bodem).