16. 270028 Energiestrategie regio Rotterdam Rijnmond inzake Concept Nota van beantwoording wensen en bedenkingen concept RES 1.0 Rotterdam Den Haag.pdf
Tekst van het document
Draagvlak en acceptatie van belanghebbenden zijn inderdaad belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten). In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak. Bij die kennisoverdracht en de invulling in de RES 1.0 zijn EnergieSamen en NMFZH betrokken. Dat geldt voor de productie van elektriciteit maar ook voor warmteprojecten.
11
Lansingerland
Betaalbaarheid van de energietransitie
In de RES 1.0 wensen wij duidelijk terug te lezen hoe het betaalbaarheidsprincipe geborgd wordt, met name met het oog op huishoudens met een kleinere portemonnee.
Het principe van betaalbaarheid wordt meerdere malen –terecht– genoemd als één van de leidende principes bij Algemeen de regionale aanpak van de energietransitie. Daarin herkennen wij duidelijk een belangrijk punt zoals neergelegd in het Energieperspectief 2050. Uit de concept RES wordt echter onvoldoende duidelijk hoe dat geborgd wordt. Onvoldoende duidelijk is nu hoe de betaalbaarheid van de energietransitie een rol speelt in afwegingen die nog gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van de Regionale Structuur Warmte en installaties voor grootschalige opwek rekening houden met dit aspect. Specifiek vragen wij aandacht voor de gevolgen die de RES heeft (of kan hebben) voor huishoudens met een kleinere portemonnee. In iedere stap die we als samenleving de komende decennia zetten in de energietransitie, dienen we oog te houden voor de gevolgen voor kwetsbare groepen. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag terug hoe het principe van betaalbaarheid geborgd moet worden in toekomstige keuzes, waarbij er expliciete aandacht geschonken moet worden aan huishoudens die nu al moeite hebben hun energierekening te betalen.
12
Lansingerland
Optrekken met ministeries om unieke kans van warmterotonde voortvarend te realiseren
Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. T.b.v. de Regionale Structuur Warmte (RSW) zijn scenario's uitgewerkt. Bij deze scenario's is mede gekeken naar de verschillen in maatschappelijke kosten tussen de verschillende scenario's voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Op basis van de scenario's zal in de RES 1.0. een richtinggevend toekomstbeeld voor een regionale warmtestructuur 2050 worden opgenomen, die in de komende jaren verder moet worden uitgewerkt. Aandachtspunt hierbij is de belangrijke samenhang met en de randvoorwaarden voor de glastuinbouw. Vanuit de Uitvoeringslijn warmte onderschrijven we het belang van een stevige samenwerking van overheden en overige betrokken partijen. Om te zorgen dat de uitkomsten van de RES en het ontwerp Warmtesysteem Zuid-Holland (WTSZH) realistisch en robuust zijn, is er vanuit de RES met de Gasunie (en provincie) een basis gelegd voor samenwerking.
Dit heeft geleid tot afstemming bij het delen van data, en de resultaten van onderzoek. De vervolgstap voor de RES 2.0 is om met landelijke partijen af te tasten of er tot een gezamenlijke agenda kan worden gekomen waar alle relevante partijen die betrokken zijn, zoals ook de Rijksoverheid, onderdeel van zijn. Voor de studies die leiden tot de Regionale Structuur Warmte is samenwerking gezocht met Energiebeheer Nederland en InvestNL. Ook is er vanuit de regio gebruik gemaakt van de consultatie op het ontwerp van de Wet Collectieve Warmte om juist ook het specifieke van de regionale samenhang en integratie te benadrukken en een betere plek te geven in het wetsontwerp.
Wij onderschrijven het feit dat de kans voor verduurzaming door de warmterotonde van unieke omvang in Nederland is. Dit vraagt echter een zeer complex proces en grote investeringen, zoals ook adequaat beschreven in het document. Iedere overheid heeft hierin zijn eigen rol. Dit kan alleen voortvarend en succesvol worden gerealiseerd als deze overheden nauw samenwerken. We zouden dan ook graag zien dat een proactieve nauwe samenwerking, met name met de rijksoverheid, er prominenter in komt. Zo is het bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat dit netwerk door zijn grootte niet goed aansluit bij reguliere wetgeving en subsidieregelingen. Hier kan maatwerk nodig zijn om de kansen in dit gebied te verzilveren. Inzichtelijk maken welke randvoorwaarden ontbreken, of op welke aspecten wordt gewacht, is wat ons betreft een formulering die deze gewenste nauwe samenwerking nog onvoldoende weerspiegelt.
25
Warmte
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 13
Organisatie Lansingerland
Onderwerp/steekwoorden Draagkracht van het landschap
Korte formulering Ook in het vervolgtraject naar de RES 1.0 wensen wij blijvende aandacht voor waar wij ons als regio comfortabel bij voelen ten aanzien van de ruimtelijke implicaties van de grootschalige opwek van duurzame energie.
Toelichting Thema Wij onderschrijven de gekozen werkwijze om bij de totstandkoming van zoekgebieden uit te gaan van de Elektriciteit draagkracht van de landschapstypen die wij hebben in onze regio. Dit is een essentieel vertrekpunt om de latere ruimtelijke inpassing van duurzame opwek op te baseren. We bepalen dan namelijk eerst wat we kunnen (en waar we ons comfortabel bij voelen), in plaats van te redeneren vanuit hetgeen we moeten. Tegelijkertijd willen wij niet dat deze werkwijze ertoe leidt dat moeilijke keuzes vooruit worden geschoven of dat er standaard voor de makkelijkste optie wordt gekozen. Realisme is verstandig, maar in de brede transitie moeten we wel degelijk veel, en zal een bepaald gevoel van comfort soms moeten wijken. Bij het uitwerken van de concept RES naar de RES 1.0 wensen wij een voortzetting van de gekozen realistische benadering van dit vraagstuk, waarbij er wel duidelijk wordt aangegeven onder welke omstandigheden het comfort (de draagkracht van het landschap) dient te wijken in het licht van de enorme opgave waar we voor staan.
14
Lansingerland
Toevoegen risicoparagraaf
In de RES 1.0 verwachten wij een risicoparagraaf terug te zien.
De concept-RES gaat weliswaar op verschillende plekken in op enkele specifieke risico’s (bv.: vollooprisico v.w.b. warmte, of netverzwaring v.w.b. elektriciteit) maar ontbeert een integrale risicoparagraaf met mitigatiemaatregelen. Om lokaal een goede afweging te kunnen maken over het al dan niet vaststellen van de RES 1.0, is een duidelijk overzicht van alle bij de RES behorende risico’s noodzakelijk.
15
Lansingerland
Meer aandacht voor energiebesparing
In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke aandacht voor energiebesparing.
De concept-RES gaat hoofdzakelijk over te maken keuzes ten aanzien van duurzame opwek en Warmte warmtevraagstukken. Dat is begrijpelijk, maar in onze beleving wordt er te weinig aandacht geschonken aan de rol van energiebesparing, terwijl dit een onmisbaar onderdeel van het bestrijden van de klimaatcrisis is. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag explicieter terugkomen welke rol energiebesparing moet hebben in de regionale energiestrategie, waarbij in ieder geval duidelijk wordt welke rol de regio daarin speelt en waar de gemeente en eventuele andere lokale partijen een verantwoordelijkheid hebben.
Terecht wordt aangegeven dat energiebesparing een onmisbaar onderdeel is van de aanpak van de energietransitie, ook in onze regio. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C); dit is gebaseerd op de eerdere analyse van de RES partijen, welke is vastgelegd in het document 'Energieperspectief 2050 - Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag', dat als bijlage bij het concept-RES is opgenomen. In de scenario-analyses die voor het onderdeel warmte ten grondslag liggen aan de RES 1.0 is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. In de RES 1.0 zullen we aan het belang van een onderwerp nadrukkelijk aandacht geven. De regionale afspraak is dat de isolatie-aanpak primair een rol is van de gemeenten; in de gemeentelijke beleidsplannen, waaronder de TVW wordt daaraan invulling gegeven. Onderlinge samenwerking vindt daarbij bijvoorbeeld plaats bij de regionale energieloketten en de taakuitschrijving van de omgevingsdiensten t.b.v. de naleving van de wettelijke verplichting voor energiebesparing door bedrijven. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Voorzien is om in het traject van de RES 2.0, (2023) met de gemeenten te verkennen of een specifiekere aanpak voor de regio bij het onderwerp energiebesparing gewenst is.
16
Lansingerland
Meer aandacht voor rol van regionale overheden
In de RES 1.0 wensen wij meer specifieke De RES heeft een regionaal karakter, terwijl het grootste deel van de hieruit voortvloeiende Algemeen aandacht voor de sturende en/of uitvoeringsvraagstukken bij de betrokken gemeenten komen te liggen. Dat is begrijpelijk, gelet op o.a. het coördinerende rol van regionale overheden principe van lokaal draagvlak, maar toch achten wij een vorm van regionale sturing of coördinatie van belang. Zo voorkomen we dat iedere partij ‘’slechts zijn gedeelte oppakt’’, zonder oog te houden voor de bredere opgave. Als suggestie geven wij mee in de RES 1.0 de eventuele rol van de provincie in dat verband te onderzoeken en te duiden.
48
LeidschendamVoorburg
tekeningen behorende bij de verhaallijnen
tekeningen in de RES 1.0 moeten duidelijk zijn
Wij onderschrijven deze wens. De RES is een proces en product van de partijen. De kracht daarbij ligt erin dat regionaal is gezocht naar kansen zodat deze benut kunnen worden voor lokale aanpak. Tegelijkertijd kan iedere gemeente voor zich een lokale aanpak vormgeven, sterker dat is al geruime tijd goed op weg en mét resultaten. Er zijn echter gezamenlijk ambities geformuleerd, zowel op kwantiteit als kwaliteit. Dat vraagt derhalve een coördinatierol op regionaal niveau voor de looptijd van het Klimaatakkoord. Dat geldt b.v. voor de betrokkenheid van inwoners en 50% lokaal eigendom als ook hoe e.e.a. aan blijft sluiten op de regionale visie. Het gaat ook om doelrealisatie, blijven we op koers? Daarbij werken we aan een monitoringsmechanisme en het voorstel is om de governance, waar ook de provincie in zit voort te blijven zetten tot einde 2030. Van belang is dat al deze inspanningen voor wat betreft opwek van elektriciteit ertoe moeten leiden dat uiterlijk in 2025 vergunningen moeten zijn verleend. Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting. Dit betreft ook de kaarten. Met zowel detaillering, kleurgebruik als de omvang is rekening gehouden.
Aandachtspunt is dat de tekeningen behorende bij de verhaallijnen onder meer door het gebruik van de pastelkleuren zeer slecht leesbaar zijn maar ze zijn ook te klein.
26
Algemeen
Algemeen
Antwoord Ook in de RES 1.0 is inderdaad de potentiële (nieuwe) opwekking van duurzame elektriciteit benaderd vanuit de draagkracht van het landschap. Gedurende het nader uitwerken van zoekgebieden (ook na de RES 1.0) staat de haalbaarheid, het draagvlak, de netimpact en de ruimtelijke inpassing centraal. Zo blijft de draagkracht van het landschap centraal staan, ook wanneer de realisatie gaat schuren met de ambitie. Als regio blijven we er op richten dat er vanuit ruimtelijke kwaliteit gekeken wordt naar realisatiekansen, ook voor nieuwe/extra ontwikkelingen. Dat zal tevens van gemeenten vragen om daar waar locatieontwikkelingen complexer zijn, b.v. vanwege diverse belangen die afgewogen moeten worden en/of er gewerkt moet worden aan verbetering van draagvlak, daar óók voortvarend op wordt ingezet. Zo wordt voorkomen dat de opgave onnodig wordt doorgeschoven, in tijd of naar elders. We onderschrijven dat het van belang is om integraal naar risico's te kijken en deze daar waar van toepassing te adresseren. Er wordt aandacht aan besteed in een algemene risicoparagraaf en de specifieke risico's per uitvoeringslijn zijn in de desbetreffende hoofdstukken benoemd. In het hoofdstuk Systeemsamenhang is een risicoparagraaf opgenomen, die meer algemeen en beschouwend van aard is.
In het hoofdstuk Warmte zijn risico's zoals het vollooprisico in relatie tot de benodigde instrumenten opgenomen.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 49
Organisatie LeidschendamVoorburg
Onderwerp/steekwoorden aandacht voor goede planologische inpassing
50
LeidschendamVoorburg
regionale warmte inzetten waar dit een betaalbare en efficiënte oplossing is.
51
LeidschendamVoorburg
35
Korte formulering Geen ruimte voor windturbines in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gekozen bandbreedte biedt ruimte voor alternatieven.
Toelichting Thema De concept RES is een technisch stuk waarin op voorhand geen cijfermatige doelstellingen zijn geformuleerd. De Elektriciteit selectie van kansrijke gebieden voor de opwek van wind- en zonne-energie is gebaseerd op technische haalbaarheid en realisatie voor 2030. Richting de RES 1.0 moet dan ook nog blijken of realisatie voor 2030 realistisch is omdat de lokale situatie nog niet is meegenomen. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg heeft bij het vaststellen van de uitgangspunten voor de lokale energiestrategie besloten geen ruimte te bieden aan windturbines in de gemeente. De raad vindt het realiseren van windturbines of- molens binnen het grondgebied van de gemeente niet wenselijk en ook niet mogelijk, omdat er geen goede planologische inpassing mogelijk is. In lijn met de verhaallijn voor de A4-zone ziet de gemeenteraad kansen om de inzet van zonne-energie op en langs infrastructuur te verkennen en mee te nemen in de eerste transitieperiode tot 2030. Om die reden kan Leidschendam-Voorburg zich vinden in de gekozen bandbreedte voor elektriciteit, die ruimte geeft om oplossingen in de regio die toch niet gerealiseerd kunnen worden, in te ruilen voor andere oplossingen met een hogere slagingskans.
aandacht in de Regionale Structuur warmte Regionaal is afgesproken dat enkel waar warmte een betaalbare en efficiënte oplossing is, elektrificatie van de Warmte voor de afspraak om enkel waar warmte de warmtevraag wordt voorkomen. In de Regionale Structuur Warmte gaat gewerkt worden aan hoe we warmte beste optie is elektrificatie te voorkomen optimaal kunnen benutten en uitwisselen in de regio. Wij begrijpen de inzet op regionale warmte maar zien dat specifiek voor onze gemeente niet als de meest kansrijke oplossing. Leidschendam-Voorburg wil met name inzetten op lokale warmte, innovatie en all-electric oplossingen.
Antwoord In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken.
meer aandacht voor innovatie
inzetten op innovaties i.s.m. kennisinstellingen
Maassluis
Betaalbaar warmtenet
Wij willen met klem vragen om in de RES Van belang is dat men zoekt naar een goede balans tussen een passend tempo om natuur en groen te sparen en Warmte 1.0 duidelijk aan te geven dat de oplossing tevens de investeringen niet uit de pas te laten lopen. Verder vinden wij dat Maassluis niet voorop hoeft te lopen omtrent een warmtenet in een model gevat in de transitie omdat we 1. Niet een oneindig budget hebben en 2. nog niet alle technische mogelijkheden zijn moet worden, waarbij voor de consument uitgekristalliseerd. Verder baart het ons zorgen dat er nog veel onduidelijk is omtrent de praktische invoering van de kosten van het verwarmen van een een warmtenet. Financieel en juridisch zijn de zaken nog niet geregeld en er is binnen de raad geen beeld van de woning niet hoger zal zijn, liefst lager ten zienswijze die onze gemeente zal indienen op de warmtenet 2.0. Als laatste willen wij met klem vragen om in de opzichte van het verwarmen middels RES 1.0 duidelijk aan te geven dat de oplossing omtrent een warmtenet in een model gevat moet worden, aardgas. waarbij voor de consument de kosten van het verwarmen van een woning niet hoger zal zijn, liefst lager ten opzichte van het verwarmen middels aardgas.
Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en m.n. in de energietransitie. Dat wordt ook onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de doelstelling te komen en anderzijds wordt steeds inzicht verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, vellig en schoon zijn daarbij belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. M.n. rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland, taskforce Energie (o.a. TU Delft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Per uitvoeringslijn wordt aandacht gegeven aan innovatie. In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Structuur Warmte (RSW), als onderdeel van de RES 1.0.. Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn.
In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met de keuze voor een regionale warmtestructuur met in totaal de relatief laagste totale kosten.
37
Maassluis
Zoekgebieden
Er zijn 7 zoekgebieden waarvan de ruimte In ons dichtbevolkte gebied is het in onze optiek hard nodig dat de open ruimte beschikbaar blijft voor mens en tussen Maassluis en Vlaardingen langs de dier. A20 ook in beeld is. Deze open ruimte moet in onze optiek open blijven en niet worden "vervuild" door de skyline van dit gebied onherstelbaar te veranderen.
39
Maassluis
Meer stabiliteit in het energiesysteem
Meer aandacht voor lokaal gebruik van energie op het juiste moment.
Voor een regio die bekend staat om zijn sterke innovatieve kracht komt innovatie niet voldoende aanbod. Daarom wil de gemeente meer aandacht vragen in de RES voor het toepassen van innovatieve manieren van duurzame elektriciteitsopwekking. Innovatie is vooral van belang voor de lange termijn en wordt wel aangestipt in relatie tot waterstof, groen gas etc. het zou wenselijk zijn een aparte paragraaf innovatie op te nemen met mogelijk een rol voor kennisinstellingen (TU Delft, TNO etc.) en het bedrijfsleven.
Algemeen
Elektriciteit
Naast de inpassing voor grootschalige elektriciteitsvragers in het net dient er ook aandacht te zijn Elektriciteit voor de stimulering van technische mogelijkheden om per gebruiker, per toepassing of als geografisch gebied de capaciteitsvraag af te vlakken. Dat kan enerzijds door techniek en andere toepassingen, maar ook met een per uur wisselende prijs die afhankelijk is van vraag en aanbod.
27
Het is goed te horen dat u de regionale inzet op collectieve warmte begrijpt. U geeft aan deze warmte voor uw gemeente niet als de meest kansrijke oplossing te zien. U bepaald als gemeente zelf welke warmtetechnieken u in uw gemeente wilt inzetten. Dit gebeurd in de Transitievisie Warmte. In de RES kijken we naar bovengemeentelijke kansen om warmte zo optimaal mogelijk in te zetten in de regio. Dit geeft gemeenten inzicht in de mogelijkheden die zij zelf, of tezamen met buurgemeenten kunnen benutten. Het is aan de gemeenten zelf om in hun TVW de afweging te maken op welke wijze ze regionale en lokale warmte uiteindelijk willen inzetten, daarbij kan de Regionale Strategie Warmte (RSW) uit de RES ondersteunend werken.
In de zoektocht naar zoekgebieden zal altijd vanuit de draagkracht van het landschap worden bezien of locaties ruimtelijk acceptabel zijn. Dit betekent dat het behouden/versterken van open landschap wordt meegenomen bij de nadere concretisering van zoekgebieden voor opwekking van duurzame energie. Deze zoektocht vindt plaats onder regie van de gemeente en m.n. na vaststelling van de RES 1.0 In de RES zoeken we landelijk naar inpassing van duurzame vormen van energieopwekking. De decentralisatie van deze opwek, verandering van bron, de veranderende vraag naar elektriciteit etc. vragen om een aanpassing van de energie-infrastructuur/het energiesysteem. De impact van deze veranderingen inzichtelijk maken is onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken; deze vraag is een doorlopende vraag die gedurende het gehele proces aandacht vraagt. Beprijzing, netcapaciteit, 'afvlakken' vraagt regelgeving op landelijk niveau. Daarin speelt de RES geen rol.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 41
Organisatie Maassluis
Onderwerp/steekwoorden Financiële kant warmtebronnen en -transport
Korte formulering Punt van zorg dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een restwarmtenet
Toelichting Thema In de concept-RES valt te lezen dat we 'warmtekansen moeten benutten'. In de regio is veel restwarmte aanwezig Warmte en wij zien ook dat we daar goed gebruik van kunnen maken voor het verwarmen van huizen. Een punt van zorg daarbij is echter dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een dergelijk restwarmtenet hoog of anders onduidelijk zijn, waardoor de aanleg ervan niet wordt doorgezet.
43
Maassluis
Waterstof en groen gas
Te voorzichtige inzet op het gebruik van waterstof en groen gas.
De vooruitgang op het gebied van waterstof en groen gas gaat sneller dan te lezen valt in de concept-RES. Wij Brandstoffen geven als bedenking mee dat er te voorzichtig wordt ingezet op het gebruik van waterstof en groengas voor 2030.
45
Maassluis
Warmtenet
Er is een groot risico dat de kosten voor het Het realiseren van een warmtenet levert nu al de nodige (politieke) onrust op. Ik denk hier realiseren van een warmtenet te hoog bijvoorbeeld aan het getouwtrek rond de leiding Rotterdam-Leiden. De kosten voor gemeenten en worden. consumenten lopen torenhoog op. Het is de vraag of dit realistische oplossingen zijn.
Warmte
46
Maassluis
Windmolens en zonnepanelen
Zet het land niet vol met windmolens en zonnepanelen.
Elektriciteit
Windmolens en zonnepanelen zorgen voor overlast en horizonvervuiling. Een ongebreidelde uitbreiding hiervan, zowel in de stedelijke gebieden als op het platteland, gaat uiteindelijke ten koste van de leefbaarheid (rust en ruimte).
28
Antwoord De onduidelijkheid is over de kosten van warmtenetten is een van de redenen geweest om ter voorbereiding van de RES 1.0. nader onderzoek te doen. In een aantal scenario's voor een regionale warmtestructuur zijn de mogelijkheden van aansluiting van (delen van) gemeenten onderzocht. Voor deze scenario's zijn tevens de kosten van de warmtenetten en andere kosten in kaart gebracht, op basis van de ervaring van (private en publieke) partijen. Daarbij is inzicht gebracht in welke instrumenten er nodig zijn om het betaalbaar te maken. Daarbij is ook vertrouwen een belangrijk (benoemd) belang. Dit vraagt (o.a.) transparantie in bijvoorbeeld de kosten voor een bewoner, maar ook hoe de kosten tot stand zijn gekomen. Deze afwegingen zijn onderdeel van de Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES 1.0. . Om de energietransitie te doen slagen is het inderdaad nodig om innovaties op een goede wijze mee te nemen. In de uitvoeringslijn brandstoffen van de Concept-RES wordt terdege rekening gehouden met de mogelijkheid dat de ontwikkelingen sneller kunnen gaan dan nu verwacht. Dit is weergegeven door gebruik te maken van potentiële reikwijdtes. Toekomstige ontwikkelingen zullen meer duidelijkheid geven of de ontwikkelingen aan de onder of bovenzijde van de reikwijdtes zal uitkomen. De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd om innovaties mee te kunnen nemen.
In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Strategie Warmte (RSW). Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn. In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met nivellering van kosten. Met het ondertekenen van het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt hoe we de klimaatdoelstellingen van Parijs vertalen naar Nederlands beleid en uitvoeringsafspraken. Onderdeel daarvan is de doelstelling om in 30 RES regio's te onderzoeken op welke wijze minimaal 35 TWh duurzame energie op land kan worden opgewekt. Als RES-regio Rotterdam Den Haag dragen wij hier aan bij, om vanuit de draagkracht van het landschap geschikte zoekgebieden nader te concretiseren waar inpassing van die opwekking plaats kan vinden. In de RES 1.0 worden weloverwogen richtingen bepaald t.a.v. de realisatie van de regionale ambitie.
Daarop volgend zal onder regie van gemeenten gewerkt worden om de beoogde productie te realiseren in samenwerking met de omgeving en de regio. Daarbij spelen ruimtelijke afwegingen de meest belangrijke rol. De RES is een proces, wanneer er in de loop van tijd betere technieken of technieken die minder ruimte innemen technisch haalbaar zijn worden deze ook meegenomen in het traject.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 47
Organisatie Maassluis
Onderwerp/steekwoorden Gebruik van biomassa
Korte formulering Het gebruik van biomassa moet niet worden gestimuleerd
Toelichting Het gebruik van biomassa is in de ogen van Forum voor Maassluis niet duurzaam en het gebruik daarvan moet daarom niet worden gestimuleerd.
Thema Brandstoffen
384
Maassluis
Biobrandstoffen
Afzien van gebruik van biobrandstoffen.
D66 Maassluis vindt dat er moet worden afgezien van het gebruik van biobrandstoffen, gezien de milieuconsequenties hiervan en een aankomend mogelijk verbod.
Brandstoffen
29
Antwoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en -dragers). Zowel het Nederlandse klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. Uw zorgen over de duurzaamheid van deze biobrandstoffen zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.
Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de RES 1.0. De RES regio stimuleert momenteel de ontwikkeling van deze biogrondstoffen niet actief. De belangrijkste instrumenten hiervoor zijn de landelijke rijksregelgevingen zoals de SDE+. Het duurzaamheidskader zal ook van toepassing zijn om in aanmerking te komen voor deze financieringsinstrumenten. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het Klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden.
Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en -dragers). Zowel het Nederlandse Klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. De zorgen over de duurzaamheid zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa. Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de concept RES (deel A, P33). Een verbod op de inzet van biogrondstoffen is momenteel nog niet aan de orde
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 217
Organisatie Midden Delfland
Onderwerp/steekwoorden Korte formulering De bijzondere positie van MiddenDelfland
218
Midden Delfland
Wij onderschrijven het bod
219
Midden Delfland
Meer nadruk op Bijzonder Provinciaal Landschap
220
Midden Delfland
Betere duiding van de zoekgebieden
221
Midden Delfland
Onze bijdrage aan de RES
Toelichting Thema Midden-Delfland is het eerste Bijzonder Provinciaal Landschap van Nederland. Deze status geeft het belang aan Elektriciteit van het open en groen houden van het waardevolle agrarisch veenweidelandschap tussen de steden in onze metropoolregio. De kernopgave van onze gemeente is bij oprichting van de gemeente vastgelegd. Het is onze opdracht het groene landschap te beschermen en te verbinden met de stedelijke omgeving. Deze opdracht werd verwoord in de gebiedsvisie Midden-Delfland" 2025 en het Landschapontwikkelingsperspectief Midden-Delfland” 2025 (LOP). Het LOP werd opgesteld in samenspraak met alle omliggende gemeenten, gebiedsorganisaties en de provincie Zuid-Holland en is integraal vastgesteld in de afzonderlijke Raden. In het LOP wordt de openheid van het gebied met een agrarische identiteit als één van de kernkwaliteiten benoemd. Het buitengebied van MiddenDelfland is van groot belang voor het vestigingsklimaat van inwoners en bedrijven in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Immers, onderdeel van een goed vestigingsklimaat is een prettige omgeving om te wonen, werken en recreëren. Als groene hart van de regio speelt het buitengebied van Midden-Delfland hierin een belangrijke rol. De metropoolregio bevestigt dit in haar strategische agenda.
Het gebied biedt onze regio nog meer kansen, bijvoorbeeld rondom klimaatadaptatie en —mitigatie, gezondheid en voedselvraagstukken. Ons landschap is dus het beschermen waard. Niet alleen voor onze eigen inwoners, maar juist ook voor de 2 miljoen inwoners van de hele regio. Bij het werken aan een duurzame samenleving zijn naast de energietransitie daarom ook andere thema’s van belang. Ontwikkelopgaven moeten in samenhang bekeken en zorgvuldig gewogen worden. In de concept-RES wordt uitgegaan van de opwek van 2.8 tot 3.2 TWh aan duurzame elektriciteit in onze regio. Algemeen Hieraan ligt een uitgebreide inventarisatie van mogelijkheden en onmogelijkheden ten grondslag. De concept-RES gaat daarnaast uit van volop kansen voor het ontwikkelen van duurzame warmtenetten, het gebruik van restwarmte uit de haven en het toepassen van geothermie. Met het grote warmtepotentieel in onze regio versterken we het bod ten aanzien van de opwek van duurzame elektriciteit. Het totale bod beschouwen wij als realistisch met een gezonde dosis ambitie. Wij onderschrijven dit bod. Onze regio gaat in de concept-RES in de basis uit van de draagkracht van het landschap. Dat uitgangspunt Elektriciteit onderschrijven wij van harte. In de concept-RES komt echter te weinig expliciet naar voren welke bijzondere status het Bijzonder Provinciaal Landschap heeft.
Daarom vragen wij u in de RES 1.0 expliciet te benoemen dat het Midden-Delflandgebied (onze gemeente en het landelijk gebied en recreatiegebieden van 7 omliggende gemeenten) de status heeft van Bijzonder Provinciaal Landschap. Daarnaast vragen wij u explicieter te omschrijven hoe belangrijk dit gebied is voor het vestigingsklimaat in onze metropoolregio. Zo onderbouwen we beter waarom de draagkracht van het landschap voor onze regio zo’n belangrijk uitgangspunt is.
Antwoord In de RES 1.0 worden deze uitgangspunten onderschreven via de beschreven verhaallijnen en de gekozen aanpak. Ruimtelijke kwaliteit en een zorgvuldig gekozen ontwikkelproces, waarbij integraliteit en het koppelen van opgaven staat centraal is de norm. De openheid van midden-Delfland wordt ook benoemd in de verhaallijn open landschap.
De teksten in de concept-RES zijn een goede weergave van de gesprekken die de afgelopen maanden werden Elektriciteit gevoerd. Afwegingen, uitsluitingen en prioriteiten worden voldoende helder. Echter, nuanceringen en uitsluitingen ten aanzien van de verschillende zoekgebieden zijn niet duidelijk genoeg vertaald in de overzichtskaarten waarop de zoekgebieden visueel worden aangeduid. Kaarten gaan gemakkelijk een eigen leven leiden en tekstuele nuances kunnen daarbij worden vergeten. Mogelijk worden politiek gevoelige discussies met deze kaarten onnodig opnieuw aangewakkerd. Daarom vragen wij u de kaarten met zoekgebieden aan te passen. Wij vragen u de contouren van het Bijzonder Provinciaal Landschap apart aan te geven en in de legenda duidelijk te maken dat het open agrarisch veenweidegebied géén onderdeel uitmaakt van de zoekgebieden voor grootschalige opwek van windenergie en zonne-energie op land. Voor een goede, kwalitatief hoogwaardige inpassing van elementen van een nieuw energielandschap in het open Elektriciteit gebied zien wij voldoende mogelijkheden voor zon op dak en het plaatsen van kleine windmolens op (voormalig) agrarische erven. Zo kan ons buitengebied op termijn energieneutraal worden, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap en de betekenis ervan voor onze regio.
Om wind- en zonne-energie toe te passen zonder afbreuk te doen aan het open landschap en historische panden, zien wij mogelijkheden voor grote windmolens in het havengebied en middelgrote windmolens uit het zicht, bijvoorbeeld op industrieterreinen of langs snelwegen. Energieopwekking door zonnepanelen op daken past goed binnen de kaders van onze gemeente en deze kans willen wij optimaal benutten. Op daken van bedrijven op Bedrijventerrein Harnaschpolder komen zonnepanelen. Totaal gaat dit om 10 tot 15 hectare aan zonnepanelen. Dat levert meer groene stroom op dan alle woningen in Den Hoorn verbruiken. Dichtbij infrastructuur en in en rondom de dorpskernen zien wij mogelijkheden voor het aanpassen van wet- en regelgeving om meer of innovatieve vormen van energieopwekking mogelijk te maken. Aan de randen van het buitengebied en nabij kassen zien wij kansen voor nieuwe geothermiebronnen, die middels warmtenetten energie kunnen leveren aan de bebouwde omgeving. Wij werken actief mee aan de realisatie van WarmtelinQ en het WarmteSyteem Westland (WSW). Op deze manier levert ons gebied een eigen, significantie bijdrage aan de energietransitie in onze regio. Deze manier van werken aan een nieuw energielandschap sluit aan bij de concept-RES zoals deze nu voorligt.
De RES 1.0 biedt een nadere uitwerking van de Concept RES, waarin tevens aandacht is voor de weergave in kaarten. Daartoe is een nieuwe set kaarten opgenomen, waarin deze wens is meegenomen. In de bijlage is te zien waar de zoekgebieden overlappen met (bovenregionaal) ruimtelijk beleid.. Dit betekent niet altijd dat hier geen ontwikkeling kan plaatsvinden, maar wel dat er extra nauwkeurig naar inpassing en dergelijke moet worden gekeken.
30
Dank voor uw onderschrijving, we zijn het eens dat het totale bod realistisch is en een gezonde dosis ambitie toont.
Dit aspect wordt onderschreven in de RES 1.0. daarin is specifiek aandacht gegeven aan het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland als ook het Groene Hart en Voorne-Putten.
Fijn te lezen dat Midden-Delfland een actieve bijdragen levert aan de RES. Het is goed om te weten dat gemeenten en ondernemers samenwerken om zonnepanelen op daken, kleinere windmolens en zonnepanelen op waterbassins bij kassen te realiseren. Wat ons betreft maken we op deze manier gebruik van oplossingen die passen binnen onze ruimtelijke kwaliteit. Wij houden andere innovaties in de gaten en zullen deze tijdens kennissessies delen.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 222
Organisatie Midden Delfland
Onderwerp/steekwoorden Hanteer de juiste balans tussen regionaal en lokaal
Korte formulering
Toelichting Thema Onze gemeente kenmerkt zich door lokale kracht en duurzame burgerinitiatieven, waaronder een eigen Algemeen energiecoöperatie en een initiatiefgroep voor warmtetransitie. Veel bedrijven en verenigingen treffen al vergaande duurzaamheidsmaatregelen. In de glastuinbouw werken ondernemers aan de realisatie van nieuwe geothermiebronnen en warmtenetten. Samen met de agrarische sector werken we aan de realisatie van een energieneutraal buitengebied. Juist bij dit soort lokale initiatieven willen wij aansluiten om het aanwezige potentieel optimaal te benutten. Waar nodig en mogelijk stimuleren wij ook nieuwe lokale initiatieven. Om maatschappelijk draagvlak en bewustwording te bevorderen is het van belang om de relatie tussen het opwekken van duurzame energie en gebruik ervan zichtbaar te maken. Het geeft inwoners voldoening om zeggenschap te hebben over de ruimtelijke inrichting in hun buurt en om eigen investeringen terug te zien. Wij vragen u daarom om zorg te blijven dragen voor een juiste balans tussen regionaal vorm te geven plannen en lokaal uit te voeren initiatieven. Kies voor een top-down aanpak bij kansrijke grootschalige initiatieven waarbij regionale samenwerking cruciaal is.
Laat voldoende ruimte voor het bottom-up stimuleren van lokale initiatieven die bijdragen aan het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie en die passen binnen de uitgangspunten van de RES en bij de kernopdracht van onze gemeente. Zorg, met andere woorden, voor de juiste balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie en communiceer dit helder aan alle betrokkenen en stakeholders. Dat helpt ons bij het realiseren van de doelstellingen en ambities zoals verwoord in de concept-RES.
Antwoord We erkennen de kracht van lokale initiatieven en het draagvlak dat hiervoor bestaat. Deze bottom-up stimulering sluit aan bij de regionale afspraak om "lokaal, lokaal" te houden en daar waar nodig regionaal te ondersteunen en faciliteren. De balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie heeft onze nadrukkelijke aandacht, waar we met elkaar aandacht aan (moeten blijven) geven. Het is goed te lezen dat u daar actief aan deelneemt; het RES-proces is een nauwe samenwerking.
168
Nissewaard
Landschappelijke inpassing
Het realiseren van duurzame wind- en Energieprojecten gaan de inwoners raken in de beleving van hun omgeving. Windturbines en zonakkers worden Elektriciteit zonenergie gaat samen met versterking van ingepast in het landschap, waarbij natuur en recreatie versterkt worden. Zo worden de turbines en panelen geen het landschap, de natuur en de recreatie kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap met meerwaarde voor inwoners, natuur en recreatie.
In de RES 1.0 speelt ruimtelijke kwaliteit een prominente rol. Dat gaat over draagkracht van het landschap; op welke manier kan energieopwekking een rol hebben in bepaalde (type) landschappen. Een verscheidenheid aan mogelijkheden is opgenomen aan de hand van verhaallijnen, waarbij de mogelijkheid van combinatie tussen energieopwekking en recreatie tevens expliciet is opgenomen. In tweede instantie gaat het over realiseerbaarheid van projecten voor 2030 en de aanpak via gebiedsgerichte processen door de gemeenten. Daarbij staat integraliteit centraal. De geformuleerde wens wordt daarmee weerspiegeld in de aanpak die de RES voorstaat maar vooral ook lokaal realiteit zal moeten worden. Deze realisatie gebeurd aan de hand van lokale gebiedsprocessen, waarbij integrale, bij het gebied passende keuzes kunnen worden gemaakt.
169
Nissewaard
Participatie
Iedere inwoner wordt uitgedaagd om mee Bij deze transitie is betrokkenheid van inwoners essentieel. Gevraagd wordt om de inwoners en andere te doen belanghebbenden mee te nemen en daarbij de volgende aanbevelingen te gebruiken: - Gebruik diverse participatie instrumenten - Benader (groepen) inwoners op een bij hun passende wijze - Zoek mogelijkheden om inwoners die zich niet laten horen te betrekken - Begin tijdig / zo vroeg mogelijk - Maak de participatie concreet en duidelijk - Streef naar een hoog niveau op de participatieladder
170
Nissewaard
Klare taal
Voer de discussie over de energietransitie op een voor iedereen toegankelijke wijze
De concept RES is moeilijk leesbaar. De opgave is abstract. De kaarten zijn onduidelijk. - Maak de RES 1.0 voor Communicatie iedereen toegankelijk - Gebruik begrijpelijke taal en maak (meer) gebruik van andere communicatiemiddelen dan geschreven tekst - Maak dat iedereen de kaarten begrijpt - Maak de opgaven voor Nissewaard concreet
171
Nissewaard
Open landschap
Het open polderlandschap wordt niet aangewezen als locatie voor windmolens
Het open polderlandschap in het buitengebied van de gemeente is van belang voor bewoners, voor natuur, recreatie en voor de agrarische activiteiten. Het plaatsen van windmolens past daar niet bij.
Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) het benaderen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf en wordt niet door de regio gedaan, 2) de regio ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie en adviseert verschillende participatieinstrumenten (Participatie via volksvertegenwoordigers zoals in de wensen en bedenkingen procedure is ook een voorbeeld in deze regio) , 3). de regio overlegt met gemeenten. 4) Uitvoering van inwonersparticipatie is volgens afspraak buiten scope van RES R DH. Het antwoord is tweeledig: 1) We nemen leesbaarheid en aantrekkelijkheid mee bij het schrijven en het opmaken van het product RES 1.0. Ook beeldmateriaal incl. kaarten zullen gebruikt en gecontroleerd worden. Als gevolg van de inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting. 2) de opgaven voor Nissewaard concreet maken is geen communicatief vraagstuk/buiten scope. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap).
In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt voor het vervolg een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten.
31
Communicatie
Elektriciteit
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 172
Organisatie Nissewaard
Onderwerp/steekwoorden Biomassacentrale
Korte formulering Er komt geen biomassa centrale
Toelichting Biomassa is een vorm van energie productie waarvoor natuurlijke producten moeten worden gebruikt. Er is voortdurende stroom aan materiaal nodig. Dat gaat lijken op een vicieuze cirkel.
173
Nissewaard
Participatie
Energieverenigingen en coöperaties Energieverenigingen en coöperaties bieden bewoners kansen om actief deel te nemen in projecten. Het worden betrokken bij de uitwerking van de kleinschalige karakter daarvan verlaagt de drempel om mee te doen. RES
174
Nissewaard
Organiseer maatschappelijke betrokkenheid
Zorg dat alle inwoners en relevante De energietransitie heeft de komende jaren grote invloed op de inwoners van Voorne-Putten. De keuzes die in de Communicatie stakeholders de mogelijkheid krijgen om RES gemaakt worden, brengen in een latere fase zichtbare ingrepen in hun directe leefomgeving met zich mee, zowel in de voorbereidende beleidsfase van bijvoorbeeld door de komst van windmolens of zonnevelden. Het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van het RES-proces. In de projectfase kunnen inwoners, maatschappelijke organisaties, lokale ondernemers en marktpartijen bij de ontwikkeling van de RES direct omwonenden in de eerste plaats komt het maatschappelijke draagvlak voor de ingrepen ten goede en maakt de (ruimtelijke inpassing van de) meedenken en bij de energieprojecten energieprojecten beter. Bovendien beschikken zij over kennis van de regio die de kwaliteit van de RES kan kunnen meeprofiteren, daarna kunnen ook vergroten. de andere inwoners meeprofiteren.
175
Nissewaard
Mogelijke rol alternatieve technieken en innovaties
Monitor doorlopend de mogelijke rol en opschaalbaarheid van andere dan de bewezen technieken voor de opwek en opslag van elektriciteit, zoals de toepassing van waterkracht, waterstof of kernenergie, ten behoeve van de herijking van de RES.
De Concept RES richt zich op het gebied van de grootschalige opwek van elektriciteit hoofdzakelijk op wind- en Algemeen zonne-energie. Andere duurzame alternatieve bronnen en opslagmethoden worden niet uitgesloten, maar vallen wel buiten de focus. De monitoring van de mogelijke rol van andere duurzame alternatieven en innovaties moet een duidelijkere plaats krijgen in het proces van de RES. Zoals de technieken die op dit moment nog een langere ontwikkeltijd hebben dan voor de tijdshorizon van 2030. Deze technieken kunnen hiermee bij de aanscherping/aanpassing van de RES’en iedere twee jaar mogelijk een significantere bijdrage leveren aan de energievraag dan op dit moment kant worden voorzien.
176
Nissewaard
Zon in open landschap
Onderzoek bij de uitwerking van het zoekgebied ‘overige’ op welke wijze en onder welke voorwaarden zonnevelden in de jonge zeekleipolders kunnen worden ingepast.
De jonge zeekleipolders lenen zich vanwege de grootschalige en rationale verkaveling (in beperkte mate) voor de Elektriciteit inpassing van zonnevelden, mits randvoorwaarden worden opgesteld met betrekking tot de omvang, verspreiding, hoeveelheid en ruimtelijke kwaliteit, passend bij de openheid van de polders. Onderzoek daarom samen met de agrariërs, regio, landschapsdeskundigen en andere stakeholders op welke wijze zonnevelden in de jonge zeekleipolders kunnen worden ingepast. Met aandacht voor behoud van de kwaliteit van het landschap, koppelingen met opgaven op het gebied van biodiversiteit, verduurzaming en circulariteit van de landbouw.
177
Nissewaard
178
Nissewaard
Recreatieve energielandschappen Zet bij de uitwerking van het zoekgebied Het verder uitbreiden van de groenstructuur in noordrand van Voorne-Putten tot een robuuste, landschappelijke Elektriciteit voor duurzame energiebronnen langs de buffer biedt mogelijkheden om zonnevelden en windmolens in te passen, de recreatieve potentie beter te A15 en de verhaallijn recreatief benutten en het zicht op het Haven Industrieel Complex en windmolens te beperken. Door te investeren in het energielandschap in op investeringen in het landschap kan de draagkracht van het landschap voor de inpassing van duurzame energiebronnen worden landschap en het behoud van een gezonde vergroot. De inpassing van duurzame energiebronnen is alleen wenselijk wanneer een gezond woon- en en aantrekkelijke woon- en leefomgeving in leefomgeving in en rond de kernen wordt gewaarborgd met aandacht voor de draagkracht van het landschap. en rond de kernen. Instrumentarium voor het Maak instrumentarium beschikbaar om Er zijn nog vele, mogelijk geschikte daken die onbenut blijven voor zonne-energie. Het aanbrengen van Elektriciteit stimuleren van zon op dak in kleinschalige opwekking van zonne-energie zonnepanelen op eigen dak wordt door belastingvoordeel en gemeentelijke duurzaamheidsleningen bebouwd gebied op daken te stimuleren, geef als gemeente gestimuleerd, maar vergt alsnog een eigen investering.
De gemeente kan (en wil) het aanbrengen van het goede voorbeeld en stel daarbij zonnepanelen op particuliere woningen niet verplichten. Ondersteuning bij de uitwerking van dit vraagstuk en ambitieuze maar realistische doelstellingen. het faciliteren van inwoners en ondernemers is gewenst.
32
Thema Warmte
Algemeen
Antwoord De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/1 6/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Participatie wordt lokaal ingevuld door gemeenten. Het betrekken van inwoners bij ontwikkeling van plannen is inderdaad van belang voor een succesvolle energietransitie. Het streven van 50% lokaal eigendom in energieprojecten wordt herkend en onderkend in de RES 1.0. Daarbij is tevens de opstelling dat de wijze waarop daar invulling aan gegeven wordt aan gemeenten is en in lokaal beleid en instrumentarium verankerd dient te worden. De RES maar ook het Nationaal Programma RES en Energie Samen bieden handreikingen en faciliteren daar waar nodig. Dank voor de inbreng.
Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten zelf ingezet worden. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht/breed bruikbare producten. Richting RES 1.0 en in de RES 1.0 wordt hieraan aandacht besteed zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak. Op dit moment geven we invulling aan de RES met beproefde technieken. Daarbij kijken/zoeken we inderdaad naar mogelijkheden om innovaties toe te passen, waarmee we invulling kunnen geven aan de ambitie - wellicht met minder ruimtegebruik, lagere kosten, etc. De ontwikkeling van technologieën gaan snel en verdienen daarmee blijvende aandacht. Dit is de reden dat de RES om de twee jaar wordt bijgesteld. Innovaties worden vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie. Huidige inzichten laten op dit moment lage potentie zien als het gaat andere vormen van opwek, we houden dit echter wel in de gaten. De verhaallijnen zoals in de Concept RES aangegeven zijn in de RES 1.0 nader onderzocht en uitgediept.
Ze zijn voorzien van verdere duiding en mogelijke inpassing (zoals de verhaallijn open landschap), maar niet op een zodanig gedetailleerd niveau dat alle typen open landschap zijn voorzien van duiding. In het vervolg op de RES 1.0 kunnen lokale gebiedsprocessen worden opgezet met stakeholders om dit specifiek voor de jonge zeekleipolders te doen, en al dan niet tot realisatie te komen en/of concrete zoeklocaties binnen de genoemde verhaallijn aan te wijzen. Deze wens en bespiegeling wordt volledig ondersteund in de RES 1.0. De verhaallijnen beschrijven in de RES 1.0 meer gedetailleerd op welke manier een koppeling gemaakt kan worden met andere opgaven, of ruimtelijke inpassing.
In de RES 1.0 speelt zonne-energie op daken een belangrijke rol. Daarmee wordt deze wens weerspiegeld op regionaal niveau. Ook het vraagstuk van de (financiële)_ randvoorwaarden wordt herkend en vormt onderdeel van de aanpak. Daarbij dient de scheiding tussen lokale en regionale rol in acht te worden genomen. De regio faciliteert gemeenten daar waar gepast met advies en analyse en kan indien er een kennelijke randvoorwaarde ontbreekt dat onder de aandacht brengen bij relevante actoren. De regio voorziet niet in uitvoeringscapaciteit voor lokale aanpakken.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 1-2-2021
Nr 179
Organisatie Nissewaard
Onderwerp/steekwoorden Flankerend beleid/visie
Korte formulering Toelichting De raad van Nissewaard verzoekt de MRDH De opgave van de RES kan alleen uitgevoerd worden als flankerend beleid van Rijk en provincie Zuid-Holland RES-regio om met de provincie in overleg te hiervoor voldoende ondersteuning biedt. Het huidige beleid beperkt de ontwikkeling van projecten, gaan om nieuw beleid, danwel een visie samenwerking met de provincie heeft als doel om te zoeken naar de beste oplossing op de beste plek. Als (door de provincie) te laten ontwikkelen en voorbeeld willen we werken aan betere afstemming met betrekking tot de locaties in de RES voor windmolens vast te stellen. Ten behoeve van de (zoals het Haringvliet) en zonneweides in de polders in het middengebied van Voorne-Putten. Tevens is er uitvoering van projecten die nodig zijn om behoefte aan duidelijkheid ten aanzien van het wel of niet toestaan biomassacentrales en het verbinden van de RES-opgave te realiseren. voorwaarden hieraan.
180
Nissewaard
Voorne-Putten energieneutraal als De maximale inzet voor Voorne Putten is maximale ambitie een energieneutraal Voorne-Putten. Ten behoeve van ons groene en open landschap.
181
Nissewaard
Betaalbaarheid en haalbaarheid energietransitie voor iedereen
182
Nissewaard
Afstemming met andere RESregio’s
183
Nissewaard
Haalbaarheid proces
184
Nissewaard
elektriciteitsnet, elektriciteit
185
Nissewaard
Aardwarmte, geothermie, elektriciteit
Thema Algemeen
Voorne Putten heeft de ambitie om in de toekomst, uiterlijk in 2050 energieneutraal te worden. De RES is een van Algemeen de instrumenten om invulling te geven aan deze ambitie. Uit een landschappelijke verkenning naar de inpassing van de energietransitie op Voorne-Putten blijkt dat het vanuit landschappelijk oogpunt een hele opgave is. Energieneutraal is voor Voorne-Putten dan ook het uitgangspunt voor haar maximale bijdrage in de RES.
Neem in de RES 1.0 op dat de regio mede- Een van de grootste zorgen in deze energietransitie voor Voorne Putten is de betaalbaarheid en haalbaarheid afhankelijk is van beleid op Rijksniveau voor voor iedereen. Financiële en wettelijke randvoorwaarden zijn essentieel voor de uitvoering van het bewustwording en faciliteren van financiële Klimaatakkoord, maar daarmee ook voor hetgeen is opgeschreven in de RES. Dit kan niet genoeg benadrukt voordelen energiebesparing en aanleg zon worden in de gezamenlijke lobby van Voorne Putten, maar ook in de teksten van de RES 1.0. Betaalbaarheid is op daken. In een gezamenlijke lobby naar ook een belangrijke randvoorwaarde om te zorgen voor draagvlak onder onze inwoners, maatschappelijke de RES 1.0 van Voorne-Putten richting de organisaties en ondernemers. Tegelijkertijd vraagt optimale benutting van het dakpotentieel voor de opwek van regio. Het belang van financiële en zonne-energie grote investeringen. Bewustwording over de voordelen en mogelijkheden van energiebesparing wettelijke randvoorwaarden moeten kan worden versterkt door informatie en communicatiecampagnes op landelijk en gemeentelijk niveau. benadrukt worden en naar voren komen in gezamenlijke lobby van Voorne Putten richting de regio.
Vraag de MRDH-RES-regio de afstemming Voorne-Putten en de eilanden Goeree-Overflakkee en de Hoeksche Waard vormen samen de Zuid-Hollandse met de RESregio’s Goeree-Overflakkee en Delta. De RES’en van de regio’s Rotterdam-Den Haag, Goeree Overflakkee en de Hoeksche Waard kunnen een de Hoeksche Waard te faciliteren. grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de Zuid-Hollandse Delta als geheel. Afstemming over de ruimtelijke uitwerking van de strategieën van de verschillende RESregio's is daarom wenselijk.
Antwoord We erkennen dat voor de uitvoering aansluiting van flankerend beleid nodig is, ruimtelijke ontwikkelingen hebben daarom onze aandacht. In de uitvoeringslijn Elektriciteit is er bijvoorbeeld een toets gedaan op zoeklocatie-niveau; op de samenhang met bovenregionale visies en ruimtelijke kaders, zoals van de provincie of het rijk (NOVI). Hetzelfde geldt voor de samenhang met aangrenzende RES-regio’s en opgaven zoals het Groene Hart. Er is gekeken of op de in ontwikkeling zijnde plannen zoals straks in de RES 1.0 opgenomen, in lijn zijn met bovenregionale uitgangspunten (in ontwikkeling). Daar waar nodig zoeken we gezamenlijk naar mogelijkheden om punten te agenderen bij provincie of het Rijk. Voor de realisatie van hernieuwbare brandstoffen heeft de provincie een visie en strategie waterstof opgesteld. Goed om te horen dat Voorne-Putten als ambitie heeft om in 2050 CO2 neutraal te worden en dat de RES daarvoor als invulling dient. We nemen notie van uw streven.
Algemeen
Dank voor uw inbreng. Vanuit verschillende gemeenten hebben wij het signaal ontvangen dat de uitvoering en daarmee de haalbaarheid een belangrijke randvoorwaarde is van de energietransitie, waar financiering van het Rijk als noodzakelijk wordt gezien. In de RES 1.0 zal de betaalbaarheid als randvoorwaarde worden opgenomen.
Algemeen
De afstemming met (buur)regio's en de ruimtelijke samenhang met o.a. (bovenregionale) ruimtelijke kaders heeft inderdaad de aandacht. Met (buur)regio's vindt algemene afstemming plaats. Vooral binnen de provincie is dit frequent. In de RES 1.0 wordt tevens inzicht gegeven in de raakvlakken met ruimtelijke processen die op een grotere schaal spelen dan de regio. Het betreft o.a. Groene Hart, provinciale- en Nationale omgevingsvisie en de raakvlakken met energieopwekking (bestaand) net buiten de regiogrens. Er wordt vooralsnog niet ingezoomd op specifieke gebieden binnen de regio's, anders dan de zoekgebieden. In het vervolg op de RES 1.0 kan dit wel meer aandacht krijgen, o.a. via gebiedsprocessen waarmee invulling wordt gegeven aan energieopwekking i.c.m. andere opgaven.