15. 327751 Gemeenschappelijke regelingen Jeugdhulp Rijnmond inzake Voorlopige Jaarstukken 2020 en Ontwerp Begroting 2022 GRJR.pdf
Tekst van het document
Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Realisatie 2019 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt
Begroting 2020 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt
Realisatie 2020 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt
31
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om haar investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2020 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt het kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2020, € 20,3 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2020. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.
De GRJR is in 2020 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en
32
transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bovenregionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie.
Het AB is voor de uitvoering van de taken van de GRJR een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met de gemeente Rotterdam. Het betreft hier de taken ten behoeve van en voortvloeiend uit het inkopen en subsidiëren van zorgaanbieders voor bovenlokale jeugdhulp. Van belang hierbij is dat de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt verleend. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel is van de GRJR-bedrijfsvoering. De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. 33
De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van deze taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een verbeterplan ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan. Zie hoofdstuk 2 voor een stand van zaken.
3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening 2020 wordt net als in voorgaande jaren in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. De accountant steunt daarbij op de verbijzonderde interne controles (derdelijns controle) die worden uitgevoerd door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam. Deze interne auditfunctie stelt in samenspraak met de externe accountant jaarlijks een auditprogramma op. In de uitvoering van het auditprogramma wordt gecontroleerd op de getrouwheid en de rechtmatigheid van het door het AB gevoerde financiële beheer. De bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader.
Het toetsingskader rechtmatigheid 2015 is, met de op 17 oktober 2019 door het AB geactualiseerde lijst met wet- en regelgeving, ook voor het jaar 2020 van toepassing. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria.
34
Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. De accountant heeft in 2020 aanbevelingen gedaan om het budgetbeheer te versterken zodat aankomende overschrijdingen eerder worden gesignaleerd. Deze aanbevelingen zijn door het DB overgenomen en komen ook terug in de verbetering van de informatievoorziening. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Op accountantsaanbevelingen om de interne beheersing te versterken zijn, nadat medio 2020 de capaciteit van de uitvoeringorganisatie is uitgebreid, acties in gang gezet die voor de jaarverantwoording 2021 geëffectueerd moeten zijn.
Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
3.5 Coronaparagraaf Op advies van de commissie BBV is in dit jaarverslag een afzonderlijke coronaparagraaf opgenomen. In het eerste kwartaal van 2020 werd Nederland opgeschrikt door het zich snel verspreidende coronavirus. Dit virus bleek grote gevolgen te hebben voor de samenleving 35
in zijn geheel en voor besmette patiënten en de verzorgenden in het bijzonder. Ook voor de aanbieders van jeugdhulp, Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en de Gecertificeerde Instellingen hebben de COVID-19 pandemie en de door de rijksoverheid opgelegde maatregelen impact. Maatregelen en gevolgen eerste Coronagolf Snel na het uitbreken van de pandemie zochten aanbieders en gemeenten elkaar op, zowel regionaal als landelijk. In de effecten van de pandemie op de specialistische jeugdhulp werden drie lijnen onderscheiden. Hieronder staat per lijn kort een terugblik, stand van zaken en vervolg. Opvangen liquiditeitsproblemen De GRJR bood de mogelijkheid om (in ieder geval tot 1 juni 2020) een liquiditeitsborg (voorschot) aan te vragen om acute liquiditeitsproblemen te voorkomen. Op een paar aanbieders na verwachtten de aanbieders in onze regio geen acute liquiditeitsproblemen en maakten zij van deze mogelijkheid geen gebruik. Bij de enkele aanbieders die een liquiditeitsborg ontvingen, zal deze worden betrokken bij de reguliere afrekening zorgkosten 2020. Meerkosten bij doorgaande jeugdhulp gedurende maart tot en met december 2020 Jeugdhulp werd waar mogelijk gecontinueerd, zo nodig in aangepaste vorm. In hoofdstuk 2 van de jaarstukken zijn daarvan diverse voorbeelden genoemd.
Om de verantwoording van zorgkosten soepel te houden sloot de GRJR aan bij scenario’s van i-sociaaldomein voor het omgaan met berichtenverkeer tijdens de coronacrisis. Ook werd afgesproken dat GRJR het rechtmatigheidskader waar nodig zou aanpassen. De rijksoverheid geven gemeenten financiële compensatie voor meerkosten. GRJR besloot in oktober 2020 formeel dat voor meerkosten voor de in de periode maart-dec 2020 geleverde zorg, een afzonderlijke declaratie kan worden ingediend. Daarbij zijn de landelijke richtlijnen van toepassing. Aanbieders hebben tot 31 januari 2021 gelegenheid gehad een factuur voor meerkosten corona 2020 bij GRJR in te dienen conform landelijk model. De GRJR zorgde uiterlijk 15 maart voor voorlopige goedkeuring en uitbetaling.
36
De bedragen zijn opgenomen in de voorlopige jaarrekening. Definitieve vaststelling van de vergoeding vindt plaats nadat jaarrekeningen van aanbieders inclusief voorgeschreven coronabijlage en controleverklaring zijn ontvangen. Niet doorgaan van jeugdhulp (omzetderving) tijdens de eerste coronagolf Over omzetderving werd, zowel op rijksniveau als in een regionaal overleg (in april 2020 ) met een vertegenwoordiging van aanbieders, als uitgangspunt genomen dat dit vanuit één landelijke regeling opgelost moet worden. In landelijke berichtgeving was sprake van een mogelijke regeling die omzet Q2 2020 afzet tegen Q2 2019 en van mogelijke compensatie vanuit de rijksoverheid. GRJR wachtte landelijke ontwikkelingen af en deed alleen een voorlopige inventarisatie onder aanbieders. De GRJR besloot in december 2020 formeel om omzetderving van de regionaal gecontracteerde zorgaanbieders niet declarabel te verklaren. Er is geen landelijke regeling tot stand gekomen. De financiële verwachtingen van de GRJR voor 2020 vertoonden geen omzetvermindering. Eventuele vergoedingen zouden tot hogere lasten voor deelnemende gemeenten leiden die daarvoor geen compensatie van de rijksoverheid ontvingen. Aanbieders zouden werkelijk verlies als gevolg van corona moeten kunnen aantonen, wat in de praktijk zeer lastig is.
Eén D-aanbieder claimt desondanks (vergoeding van) omzetderving tijdens de 1e coronagolf. Hierover worden momenteel gesprekken gevoerd. Ten aanzien van de zogenaamde LTA-aanbieders, die door tussenkomst van de VNG zijn gecontracteerd en waarmee landelijke afspraken zijn gemaakt, acht de GRJR zich verplicht tot vergoeding van omzetderving over de maanden maart tot en met juni 2020. Deze lasten zijn in de jaarrekening opgenomen. Hieronder een overzicht van de omzetderving en meerkosten als gevolg van de coronacrisis. Coronakosten 2020 Omzetderving LTA-aanbieders Meerkosten RTA-aanbieders Totaal
288.499 1.136.031 1.424.530
Doorwerking van coronamaatregelen in de jeugdhulp Zoals eerder opgemerkt is er geen cijfermatige dip te zien geweest als gevolg van corona. Aanbieders hebben hun hulp veelal door kunnen zetten, hetzij digitaal, hetzij face to face. 37
Wel wordt door aanbieders sinds zomer 2020 een forse toename gemeld van het aantal jeugdigen dat met spoed hulp nodig heeft wegens zeer ernstige, veelal psychiatrische klachten. Deze kinderen zijn veelal voor de regulier wachtende kinderen gegaan. Tevens melden aanbieders verminderde beschikbaarheid van behandelaren als gevolg van ziekte of quarantaine en verzwaring van de problematiek van de doelgroep over de gehele linie. Hierdoor zijn de wachttijden niet gedaald en hebben aanbieders aan het einde van Q4 de noodklok geluid over de zorg voor de jeugd in coronatijd, in combinatie met de toch al lange wachttijden op hulp. Deze problematiek wordt zowel landelijk als regionaal en lokaal onderkend en staat begin 2021 volop op de agenda.
38
Hoofdstuk 4 JAARREKENING 2020
39
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van Baten en Lasten Omschrijving programma Programma Jeugdhulp Subtotaal programma Algemene dekkingsmiddelen - Lokale Heffingen - Algemene uitkeringen - Dividend - Saldo van de financieringsfunctie - Overige algemene dekkingsmiddelen
Raming begrotingsjaar voor wijziging Baten Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo
227.531.466 -227.531.466 0 227.531.466 -227.531.466
227.531.466
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
248.080.536 -248.080.536 0 248.080.536 -248.080.536
227.531.466 248.080.536
248.469.608 -248.469.608 0 248.469.608 -248.469.608
248.080.536 248.469.608
248.469.608
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 227.531.466 227.531.466
0 248.080.536 248.080.536
0 248.469.608 248.469.608
0
Toevoeging / onttrekking aan reserves Programma Jeugdhulp Subtotaal mutatie reserves Gerealiseerd resultaat
0 0 0 0 0 0 248.080.536 248.080.536
0 0 0 0 0 0 248.469.608 248.469.608
0 0 0
0 0 0 227.531.466 227.531.466
In bovenstaand overzicht is het resultaat vorige boekjaren verrekend met de baten waardoor het saldo aansluit bij het totaal gerealiseerde resultaat. Beknopt overzicht van het resultaat 2020
Totale Baten Zorgkosten Risico zorgkosten Organisatie en overige kosten Transformatiefonds Totale Lasten Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal gerealiseerd resultaat
Primitieve Begroting na begroting wijziging 2020 2020 227.531.466 248.080.536 218.173.078 241.447.570 3.082.046 2.877.380 1.942.239 3.755.586 4.334.103 0 227.531.466 248.080.536 0 0 0 0 0 0 0 0
Realisatie 2020
Verschil begroting vs resultaat 251.342.163 3.261.627 242.866.800 1.419.230 1.424.530 -1.452.850 4.178.278 422.691 0 0 248.469.608 389.071 2.872.556 2.872.556 -2.048.688 -2.048.688 -823.867 -823.867 0 0
In bovenstaand overzicht is de extra bijdrage van gemeenten van € 3,2 mln. aan de baten toegevoegd waardoor het resultaat € 0 is. Uit voorlopige productie opgaven van de zorgaanbieders over 2020 blijkt dat zij hogere zorgkosten verwachten van ca. € 5,5 mln. ten opzichte van de in deze rekening opgenomen kosten van € 154 mln. Op dit moment is er nog geen volledige aansluiting tussen de cijfers/ beschikkingen van de gemeenten en die van de zorgaanbieders. De periode tussen deze voorlopige jaarrekening en de definitieve jaarrekening wordt gebruikt om het verschil van
40
€ 5,5 mln. uit te zoeken. Het effect hiervan wordt verwerkt in de definitieve jaarrekening. Vooralsnog moet dit bedrag gezien worden als een risicobandbreedte. Baten
Primitieve begroting 2020 Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten resultaat 2020 Totaal Baten
Lasten Exploitatie A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) B Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig C verblijf) D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) E Pakket thuis (Ambulante hulp) F Crisishulp G Gecertificeerde instellingen H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I1 Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) I2 Extra ASR I3 Landelijke inkoop I4 Acute dienst GGZ Risico's Jeugdhulp Transformatiefonds Werk en Onderzoek J Organisatiekosten ICT kosten Accountantskosten Bankkosten Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten
Begroting na wijziging 2020
227.531.466
248.080.536
227.531.466
25.515.828 56.281.147
Realisatie 2020
Verschil begroting vs resultaat
248.080.536
248.080.536 3.261.627 251.342.163
0 3.261.627 3.261.627
21.845.040 62.247.658
23.292.776 61.221.155
1.447.736 -1.026.503 2.118.658
6.824.516 37.240.158 8.445.592 45.342.921 14.059.444 1.712.281 1.147.800 12.148.598 400.000 3.082.046 4.334.103 200.000 1.567.239 100.000 75.000
9.342.676 14.513.379 43.880.862 9.467.944 48.337.712 16.375.541 1.736.000 1.147.800 12.148.598 404.360 2.877.380 0 200.000 3.380.586 100.000 75.000
227.531.466
248.080.536
11.461.334 14.300.457 44.472.604 8.431.459 44.270.313 16.375.000 2.989.002 1.747.879 13.949.821 355.000 1.424.530 0 552.091 3.425.920 83.164 114.802 2.301 248.469.608
-212.922 591.742 -1.036.485 -4.067.399 -541 1.253.002 600.079 1.801.223 -49.360 -1.452.850 0 352.091 45.334 -16.837 39.802 2.301 389.071
227.531.466
248.080.536
248.469.608
389.071
0
0
0
0
2.872.556 -2.048.688 -823.867 0
2.872.556 -2.048.688 -823.867 0
9.054.793
Gerealiseerd saldo van begrote baten en lasten Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal gerealiseerd resultaat
Naast bovengenoemde lasten zijn onderstaande kosten gemaakt die gedekt zijn uit de betreffende voorzieningen. Beide voorzieningen zijn op de balans opgenomen onder de overlopende passiva. Transformatiefonds Meer samen doen in crisis
6.967.578 87.498
41
Een verdeling van het resultaat in structurele en incidentele effecten leidt tot het volgende beeld: Verdeling resultaat lasten Structureel 4.174.013 Incidenteel -3.784.941 Tekort 389.071
Het tekort van € 0,4 mln. bestaat uit een structureel te kort van € 4,2 mln. (met name op de percelen A, C en E) en een incidenteel overschot van € 3,8 mln. (onder andere de Gecertificeerde Instellingen en Crisishulp).
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten zonder vooraf bepaald bestedingsdoel die de GRJR vrij kan besteden in het kader van de uitvoering van de taken. De gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen zijn € 3,2 mln. hoger dan begroot. Het verschil betreft de extra bijdrage van de gemeenten om het resultaat naar nul te brengen.
begrote baten werkelijke baten verschil in baten toelichting verschil Extra bijdragen gemeenten (aan tekort) totaal verschil
248.080.536 251.342.163 3.261.627
3.261.627 3.261.627
Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2020 en begrotingswijzigingen 2020.
42
Bijdrage 2020 Primitieve begroting Deelnemers GR Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Totaal
Bijdrage 2020 gewijzigde begroting
1.861.658 5.744.166 1.706.451 11.034.191 4.847.903 4.972.951 6.011.874 7.564.064 4.757.844 18.720.695 7.046.131 117.394.674 15.640.904 15.139.265 2.339.691 224.782.460
2.186.973 6.344.022 1.832.322 12.231.813 5.497.530 5.641.287 6.516.697 8.276.068 5.177.633 20.591.960 7.643.567 130.056.540 17.171.069 16.377.017 2.536.038 248.080.536
Extra bijdrage voorlopig resultaat 2020 36.104 91.799 25.189 177.351 78.951 86.610 82.121 104.243 68.276 251.814 90.714 1.724.611 210.925 200.569 32.350 3.261.627
Extra bijdrage deelnemende gemeenten Het tekort van 2020 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten. Lasten Programma Jeugdhulp onderdelen van Pleeghulp tot en met VTRR Voor de toelichting op de ontwikkelingen binnen deze percelen in 2020 wordt verwezen naar hoofdstuk 2. Overzicht Overhead Tot de overhead worden die kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten opgenomen die tot de overhead gerekend worden.
43
Primitieve Begroting na begroting 2020 wijziging 2020
Realisatie 2020
Overhead Risico's Jeugdhulp
3.082.046
2.877.380
1.424.530
Werk en Onderzoek
200.000
200.000
552.091
Organisatiekosten
3.425.920
1.567.239
3.380.586
ICT
100.000
100.000
83.164
Accountantskosten
75.000
75.000
114.802
Bankkosten Totaal overhead
0
0
2.301
5.024.285
6.632.966
5.602.808
Onvoorzien/ Risico’s Jeugdhulp Het budget Risico’s Jeugdhulp kan worden aangemerkt als Bedrag onvoorzien. Dit is ingezet voor de corona gerelateerde kosten. In hoofdstuk 3.5 is dit toegelicht. Werk en Onderzoek Onder de post werk en onderzoek vallen de kosten die gemaakt zijn voor het maken van diverse onderzoeken en het tijdelijk inhuren van specialistische kennis. Organisatiekosten De organisatie kosten zijn de kosten die door Rotterdam in rekening gebracht worden voor de personele bezetting van de uitvoeringsorganisatie. ICT De ICT-kosten bestaan hoofdzakelijk uit de kosten die gemaakt zijn voor het ontwikkelen en onderhouden van de Betaaltoolzorg.
Structureel/Incidenteel Het nadelig jaarrekeningresultaat 2020 bedraagt € 3,2 mln. voor eindafrekening met gemeenten. Het rekeningresultaat heeft deels een incidenteel karakter (zie tabel ‘Verdeling van de baten en lasten in structureel en incidenteel’ op pagina 44). Dit heeft te maken met het feit dat er meer zorg geleverd is dan vooraf begroot maar ook met een negatief overlopend resultaat voorgaande boekjaren.
44
Verdeling van de gerealiseerde baten en lasten in structureel en incidenteel. Baten Structureel Incidenteel
248.080.536 389.071
Lasten Structureel Incidenteel
246.492.987 1.976.621
Saldo Structureel Incidenteel
1.587.550 -1.587.550
Specificatie incidentele baten en lasten Incidentele baten Extra bijdrage gemeenten resultaat 2020 3.261.627 Nagekomen kosten LTA -2.048.688 Gerealiseerd incidenteel saldo afrekening voorgaande jaren-823.867 totaal incidentele baten 389.071 Incidentele lasten Risico's Jeugdhulp Werk en Onderzoek Totaal incidentele lasten
1.424.530 552.091 1.976.621
Saldo incidenteel
-1.587.550
Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld Taakveld Baten 6.72 - Maatwerkdienstverlening 18187.717.320 6.82 - Geëscaleerde zorg 1853.624.059 6.83 - Geëscaleerde zorg 18+ 10.000.785 Totaal realisatie 2020 251.342.163
Lasten 187.717.320 53.624.059 10.000.785 251.342.163
Saldo -
45
4.3 Balans alle bedragen in € ACTIVA
BALANS PER 31 DECEMBER 2020 2019
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk
6.578.816 2.409.227
18.286.718 8.200.314
115.439.270 187.500
24.261.519 0
264.520
100.000
TOTAAL
124.879.333
50.848.550
PASSIVA
2020
2019
0 0
0 0
OVERLOPENDE ACTIVA Terug te vorderen bedragen van zorginstellingen Overige vorderingen LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Nog te betalen bedragen aan openbare lichamen 0 401.575 Overige schulden 6.530.073 370.014 OVERLOPENDE PASSIVA Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds *) Meer samen doen in crisis *) Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders *)
117.227.781 942.577 95.902 83.000
44.732.413 5.161.148 183.400 0
TOTAAL
124.879.333
50.848.550
*) Conform de BBV zijn deze bedragen opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
46
4.4 Toelichting op de balans ACTIVA
31-12-2020 31-12-2019
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTEN DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen 6.578.816 18.286.718 Rekening courant met het Rijk 2.409.227 8.200.314 OVERLOPENDE ACTIVA Terug te vorderen bedragen van zorginstellingen Overige vorderingen
115.439.270 24.261.519 187.500 0
Liquide middelen ABN AMRO bank t.b.v. GRJR (rekening courant) Totaal Activa
264.520
100.000
124.879.333 50.848.550
Vorderingen op openbare lichamen Dit betreft de nog te ontvangen bedragen van de deelnemende gemeenten. De bijdrage in het resultaat 2020 is opgenomen in de kolom 2020 Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den Ijssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Totaal
2019 41.112 102.187 0 0 0 0 0 0 0 271.078 91.362 0 223.371 211.934 0 941.044
2020 65.657 183.139 35.565 226.633 182.381 911.293 105.616 136.354 396.164 320.441 122.087 2.206.999 272.688 427.829 44.926 5.637.771
Totaal 106.769 285.326 35.565 226.633 182.381 911.293 105.616 136.354 396.164 591.519 213.449 2.206.999 496.060 639.763 44.926 6.578.816
Schatkistbankieren Het kabinet heeft het schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond , dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van
47
Financiën. Schatkistbankieren krijgt een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (Fido). Het ministerie vergoedt een rente over de tegoeden die bij de schatkist gestald zijn. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 1.706.000 (op basis van de primaire begroting 2020) worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2020 zijn geen overschrijdingen geweest. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1.706 Kwartaal 1
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
(2)
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.660
1.118
1.015
1.035
46
588
692
672
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
227.531 227.531 -
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000
1.706
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
151.089
101.773
93.359
95.183
91
91
92
92
1.660
1.118
1.015
1.035
48
Toelichting op de balans per 31 december PASSIVA
31-12-2020 31-12-2019
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Nog te bestemmen resultaat boekjaar
0 0
0 0
Netto vlottende schulden met rente typische looptijd korter dan één jaar Nog te betalen bedragen aan openbare lichamen 0 Overige schulden 6.530.073
401.575 370.014
VLOTTENDE PASSIVA
Overlopende passiva Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders
117.227.781 44.732.413 942.577 5.161.148 95.902 183.400 83.000 0
Totaal Passiva
124.879.333 50.848.550
Overlopende passiva / transformatiefonds Deze voorzieningen zijn in 2020 niet geheel aangewend wordt door verlengde subsidies ook in 2021 doorgezet. Een toelichting van dit fonds is opgenomen in hoofdstuk 2. Overlopende passiva / Meer samen doen in crisis Van de Rijksoverheid is eind 2019 een subsidie in het kader van “meer samen doen in crisis” ontvangen. In 2020 is een subsidie voor “Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders” ontvangen. Hiervoor zijn in 2020 nog geen uitgaven gedaan. Overzicht voorzieningen Transformatiefonds Meer samen doen in crisis Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders
saldo 31-12-19 5.161.148 183.400 0
ontvangen 2.749.007 0 83.000
uitgaven saldo 31-12-20 6.967.578 942.577 87.498 95.902 0 83.000
Conform de BBV-voorschriften zijn deze bedragen opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
49
Niet uit balans blijkende verplichten Onder Niet uit balans blijkende verplichten worden die verplichtingen verstaan die in het huidige boekjaar zijn aangegaan en verplichtingen zijn voor volgende jaren. In dit kader worden de gunningen voor de inkoop Jeugdzorg 2021 en het verlengingsjaar 2022 als niet uit balans blijkende verplichting beschouwd. bedragen in € x 1 mln. NUBBV (Niet uit balans blijkende verplichtingen)
2021
2022
156,8
161,6
4.5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten en baseert zich op de lokale beleidsplannen van gemeenten. De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De visie en doelen van de GRJR zijn daarmee een optelsom van de beleidsvoornemens van de gemeenten. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin vijftien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen
50
Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR. De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd. Gebeurtenis na balansdatum NB indien nodig toevoegen voor vaststelling JR2020 In AB in juli 2021
51
4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2020 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 201.000 per kalenderjaar (2020) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 30.150) voor de voorzitter en 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 20.100) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur en de ambtelijk secretaris als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT.
De leden van het algemeen bestuur en de ambtelijk secretaris zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen. Ook waren er geen uitkeringen wegens einde dienstverband. Gemeente
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Rotterdam Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne
Persoon en functie (na gemeenteraadsverkiezingen) AB = Algemeen Bestuur DB = Dagelijks Bestuur Mevrouw M. van Ginkel (AB en DB) Mevrouw R. Roopram (AB) De heer B. van Ravenhorst (AB) Mevrouw A. Hartnagel (AB) De heer B.J. Bruggeman (AB) De heer H. van der Velde (AB) Mevrouw K. Jaarsma (AB) De heer H. van der Wal (AB) Mevrouw A. van Tatenhove (AB en DB) Mevrouw C. Bronsveld (AB en DB) De heer W. Struijk (AB en DB) De heer L. Franzen (AB) Mevrouw J. Bokhove (AB en DB) Mevrouw I.M.S. Frijters (secretaris a.i. AB en DB) Mevrouw S. Hammer (secretaris a.i. AB en DB) Mevrouw P. van Aaken (AB en DB) Mevrouw J. Silos (AB) De heer W. Borgonjen (AB)
Beloning
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
Vaste en Voorzieningen variabele t.b.v. beloningen vergoeding betaalbaar op termijn €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
52
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
53
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 2 juli 2021,
J. Bokhove Mr. S. Hammer Voorzitter Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond Secretaris a.i. Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond
54
ONTWERP-BEGROTING 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (versie voor AB 28 april 2021)
2
INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING......................................................................................................................... 1 1.1 Voorwoord......................................................................................................................... 1 1.2 Leeswijzer .......................................................................................................................... 4 1.3 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen................ 4 2. PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................ 6 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR ................................................................. 6 2.2 Verwerking Kadernota 2022 inclusief reacties raden...................................... 8 2.3 Beoogde resultaten per opdracht ...........................................................................16 3.PARAGRAFEN.....................................................................................................................
25 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................25 3.2 Financiering ....................................................................................................................29 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................29 3.4 Rechtmatigheid..............................................................................................................31 4. FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................. 34 4.1 Overzicht baten en lasten ..........................................................................................34 4.3 Financieel perspectief .................................................................................................43 4.3 Overige toelichtingen en overzichten ...................................................................45 5. VASTSTELLINGSBESLUIT.............................................................................................. 49
3
1
1. Aanbieding 1.1 Voorwoord Voor u ligt de ontwerp-begroting van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond beter bekend als Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De deelnemende gemeenten werken in de GRJR samen om specialistische en dure jeugdhulp in te kopen. Samenwerking waar nodig Belangrijke reden voor deze samenwerking is het feit dat gemeenten niet vooraf voor alle typen zorg weten of en in welke mate het bij kinderen uit hun gemeenten nodig is om deze aan te bieden. Gemeenten willen, en moeten ook volgens de Jeugdwet, wel beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijke inkoop is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen zo samen een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere individuele gemeente zou kunnen. Dit bredere aanbod betekent meer keuzemogelijkheden voor individuele burgers, betere match tussen vraag en aanbod en effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp. Ontwikkeling vraag en aanbod De jeugdhulp is in 2017 ingekocht voor de periode 2018-2021. De hieruit voortgekomen contracten zijn inmiddels verlengd tot en met 2022. Dat betekent dat de begroting 2022 net als voorgaande jaren is geënt op de inkoopstrategie uit 2017 en de ervaringsgegevens over jeugdhulpgebruik in de afgelopen jaren.
De afgelopen jaren bleek herhaaldelijk dat de begrotingen te laag waren. In 2020 is de meerjarenbegroting 2020 – 2024 opgehoogd naar het realisatieniveau van 2019. In 2020 werden circa 12.300 jeugdigen geholpen met een divers gemiddeld weekbudget en indicatieduur. Er was sprake van wachttijden boven de zogenaamde Treeknorm. Verdere stijging van het aantal jeugdigen en/of stijging van de gemiddelde zwaarte van hulpvragen en/of volumemaatregelen voor wachttijdbeperking voor regionale ingekochte hulp zijn niet uitgesloten. Maar daarmee is in voorliggende begroting geen rekening gehouden.
1
Financiële krapte en transformatie De kostenstijgingen in de jeugdhulp leggen veel druk op gemeenten. Daarom wordt gezocht naar oplossingen. In de regio Rijnmond wordt ingezet op de transformatie naar meer lokale, integrale, vraaggerichte inzet. Terwijl deze plannen primair op inhoudelijke meerwaarde zijn gericht, is ook de aanname dat hierdoor minder (regionaal ingekochte) specialistische hulp nodig zal zijn. Dit verwachte voordeel is alvast genomen. Op deze plannen wordt door de samenwerkende gemeenten doorgepakt. Voorliggende begroting 2022 sluit daarop aan. Corona en wachttijden In 2020 is landelijk onderzoek gedaan naar de gemeentelijke budgetbehoefte voor uitvoering van de Jeugdwet. Het gaat hierbij om wat de gemeenten nodig hebben om hun Jeugdwettaken adequaat te realiseren, ongeacht of zij dit langs lokale of regionale weg doen. In 2021 is erkend dat er, incidenteel maar ook structureel, iets aan de financiële krapte moet worden gedaan mede gezien de aanhoudende lange wachttijden en de impact van de Corona-maatregelen op jeugdigen. Scenario’s Het algemeen bestuur van de GRJR heeft voor gekozen om voorliggende begroting op te stellen in lijn met de Kadernota 2022, rekening houdend met de reacties van raden op die nota. Aan de GRJR wordt gevraagd reëel te begroten, en dus rekening houden met te verwachten ontwikkelingen.
Het bestuur heeft afgesproken om voor juli 2021 om naar aanleiding van deze ontwikkelingen scenario’s uit te werken, die recht doen aan de gewenste opbouw van de lokale zorg zoals de transformatie (zoals in de nader uitgewerkt in de regiovisie) van ons vraagt. In het AB van april 2021 wordt de voortgang hiervan besproken, zodat indien wenselijk bijstelling van de (financiële) kaders tijdig kan plaatsvinden. Heel concreet betekent dit dat het bestuur in juli mogelijk, met inachtneming van de ontvangen zienswijzen van raden, een hogere begroting 2022 en een ontwerp begrotingswijziging 2021 zal vaststellen, waarbij ‘wordt gedraaid aan de volgende knoppen: -
inboeken van besparingseffecten van transformatieplannen;
-
bijramen van autonome groei c.q. structureel tekort volgens jaarrekening 2020;
-
financieel doorvoeren van de knip tussen dwang- en drangtaken voor de jeugdbescherming; 2
-
extra inzetten op wachttijdbeperking, mogelijk met extra geld vanuit VWS;
-
bijramen voor (meerjarig incidentele) meer en zwaardere hulpvraag door Corona;
-
regionaal inzetten van extra Rijksmiddelen die mogelijk resultaat zijn van de VNG-lobby op basis van het AEF-rapport.
ALGEMEEN BESTUUR Het Algemeen Bestuur behandelt de begroting in zijn vergadering van 2 juli 2021.
3
1.2 Leeswijzer In lijn met het verbeterplan van de GRJR wordt de opzet van de planning en control documenten stap voor stap verder ontwikkeld. Deze begroting 2022 en de gelijktijdig tot stand komende Jaarstukken 2020 zijn qua opzet meer met elkaar in lijn gebracht. Conform het Besluit begroten en verantwoorden provincies en gemeenten (BBV), dat ook voor gemeenschappelijke regelingen geldt, bestaat de begroting uit twee hoofddelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. De beleidsbegroting wordt gevormd door hoofdstuk 2 (het programmaplan) en hoofdstuk 3 (de paragrafen). Hoofdstuk 2 bevat het programma voor 2022 en beschrijft de inhoudelijke kaders voor de financiële begroting. In dit hoofdstuk wordt teruggegrepen op de in oktober 2020 vastgestelde Kadernota 2022 en de reactie daarop van de raden van de deelnemende gemeenten. Hoofdstuk 3 gaat in verschillende in het BBV verplichte paragrafen in op bedrijfsmatige aspecten zoals risico’s, bedrijfsvoering en rechtmatigheid.
1.3 Begrotingsproces conform Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geeft de procedure aan waarmee raden van deelnemende gemeenten worden betrokken bij de totstandkoming van de begroting. Geconcretiseerd voor de begroting 2022 is het proces als volgt: -
Op 16 april 2021 behandelt het algemeen bestuur (AB) de ontwerp-begroting.
-
Het dagelijks bestuur (DB) zendt de ontwerp-begroting voor zienswijze toe aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij deze acht weken in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen.
-
Uiterlijk 11 juni 2021 brengen de raden van de deelnemende gemeenten bij het DB hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren.
-
Uiterlijk 18 juni 2021 biedt DB de ontwerp-begroting met zienswijzen aan AB aan.
-
AB besluit op 2 juli 2021 definitief over de begroting.
-
Nadat deze is vastgesteld, zendt AB de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
-
DB zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus 2021 aan gedeputeerde staten.
4
Hoofdstuk 2 PROGRAMMAPLAN
5
2. Programmaplan 2.1 Achtergrond en algemene kaders GRJR 2.1.1 Achtergrond De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. De GRJR voert haar taken uit op grond van mandaat dat is verleend door de individuele gemeenten. 2.1.2 Inkoop van specialistische jeugdhulp De deelnemende gemeenten besloten in 2014 om samen te werken in het openbaar lichaam GRJR om gemeenschappelijk de specialistische jeugdhulp in te kopen. De belangrijkste reden hiervoor is, dat gemeenten niet vooraf voor alle typen zorg weten of en in welke mate het bij kinderen uit hun gemeenten nodig is om deze aan te bieden. Gemeenten willen wel beschikken over een aanbod dat tegemoetkomt aan de mogelijke hulpvraag. Door gezamenlijke inkoop is de beschikbaarheid geregeld zonder dat vooraf het feitelijke gebruik gedetailleerd bekend is. Gemeenten kunnen daardoor samen een breder palet aan voorzieningen bieden dan iedere individuele gemeente zou kunnen. Dit bredere aanbod betekent meer keuzemogelijkheden voor de individuele burger, een betere match tussen vraag en aanbod en een effectieve en efficiënte inzet van jeugdhulp.
2.1.3 Lokale sturing Lokale sturing staat binnen de GRJR centraal. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor zowel het lokale als het gezamenlijke aanbod. De deelnemende gemeenten besluiten dan ook gezamenlijk wat wel en niet binnen de GRJR wordt ingekocht of gesubsidieerd. De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De aansturing en coördinatie op de regionaal ingekochte jeugdhulp blijft de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten zelf. De uitvoeringsorganisatie faciliteert de gemeenten hierin. Een voorbeeld van beleidsmatige aansturing is de transformatieagenda, waar de samenwerkende gemeenten ieder lokaal richting aan geven. 6
Een voorbeeld van operationele sturing is de toewijzing van jeugdhulp en validatie van declaraties door de lokale teams. 2.1.4 Taken GRJR De jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen. De taken worden uitgevoerd met inachtneming van de afspraken die hierover op bovenregionaal of landelijk niveau zijn of worden gemaakt. Het Openbaar Lichaam is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: -
Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet;
-
Het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis);
-
Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen.
Naast deze rollen is de GRJR ook gericht op het faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. Op deze manier kan de GRJR de gemeenten in positie houden om tot heldere beleidsmatige en resultaatgerichte aansturing op jeugdhulp te komen. Deze aanvullende taken zijn nog niet goed geformaliseerd. Uit de analyse in het kader van het aangescherpte verbeterplan blijkt dat de taken ‘faciliteren’ en ‘van elkaar leren’ onvoldoende zijn afgebakend en gedefinieerd. Dit wordt meegenomen in de uitvoering van het verbeterplan voor de uitvoeringsorganisatie van de GRJR. 2.1.5 Uitvoeringsorganisatie en verbeterplan Voor de uitvoering van de GRJR-taken heeft het bestuur van de GRJR de Uitvoeringsorganisatie ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam, waarbij het bestuur eindverantwoordelijk blijft voor de uitvoering van taken (zie ook toelichting op de regeling) maar de voor de uitvoering benodigde mandaten mandaten/volmachten heeft verleend. Deze eindverantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. De gemeenschappelijke inkoop, contractering en subsidiëring dienen
7
zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De visie en doelen van de GRJR zijn daarmee een optelsom van de beleidsvoornemens van de gemeenten. Het bestuur heeft in 2019 een verbeterplan vastgesteld als leidraad voor verbeteringen die de uitvoeringsorganisatie stap voor stap doorvoert. De opdracht die het AB in juli 2020 aan de secretaris heeft meegegeven bevat de vier belangrijkste verbeterpunten uit het verbeterplan, die in 2020 en 2021 worden opgepakt. De verwachting is dat de situatie in het begrotingsjaar 2022 structureel is verbeterd.
2.2 Verwerking Kadernota 2022 inclusief reacties raden Op grond van artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) dient het dagelijks bestuur van de GRJR jaarlijks de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de gemeenteraad van elke deelnemende gemeente te sturen. Het algemeen bestuur van de GRJR heeft al in een vroeg stadium de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2022 aangegeven in een Kadernota 2022. Deze nota is op 14 oktober 2020 vastgesteld. Vanwege het belang van lokale sturing op de jeugdhulp gaf het algemeen bestuur de gemeenteraden gelegenheid om op deze nota te reageren. De formele zienswijzeprocedure voor de definitieve begrotingsvaststelling biedt weinig ruimte, terwijl het bestuur veel belang hecht aan het bestuurlijk en politieke draagvlak voor de op te stellen begroting. De begrotingsuitgangspunten uit de Kadernota zijn als volgt geclusterd: 1. Aansluiting op Regiovisie 2. Sturing op transformatie en kostenbeheersing 3. Reëel begroten in Coronatijd 4. Voorbereiding op twee inkoopsystematieken 5. Verschuiving drangtaken GI’s naar individuele gemeenten 6. Wijziging van het woonplaatsbeginsel 7. Zorgkosten indexering 8. Uitvoeringskosten en indexering Per thema worden de uitgangspunten toegelicht en de van raden ontvangen reacties samengevat.
Ook wordt in hoofdlijnen aangegeven hoe een en ander in voorliggende begroting is vertaald. Meer details staan in hoofdstuk 4 Financiële begroting.
8
2.2.1 Aansluiting op Regiovisie Kadernota: De 15 gemeenten van de GRJR werken, vooruitlopend op een wetswijziging en onder leiding van de Stuurgroep Transformatie, aan de ontwikkeling van een regiovisie. Hoewel de regiovisie geen directe financiële betekenis heeft, is het een belangrijk basisdocument. Deze regiovisie wordt het gezamenlijke beleidskader voor de 15 gemeenten. De Regiovisie geeft met inhoudelijke zeggingskracht richting aan de inkoopstrategie. De raden ontvangen de regiovisie na consultatie voor uiteindelijke vaststelling aan het begin van 2021. Reacties raden: -
Rotterdam benoemt in algemene zin dat acties rondom de regiovisie zullen worden opgepakt.
-
Brielle verwacht heldere vertaling van de regiovisie naar inkoopstrategie en opdrachten.
-
Brielle, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis verzoeken om uitwerking van flexibel inzetbare expertisenetwerken en het uitgebreider mogelijk maken van combinatie van hulp bij pleegzorg.
Begroting 2022: De begroting 2022 is gebaseerd op de inkoopstrategie en contracten voor de periode 2018-2021 welke zijn verlengd tot en met 2022. De raming van de zorgbudgetten is gebaseerd op de realisatiecijfers 2019. De uitvoering van deze begroting vindt plaats vanuit de bestaande kaders en transformatie-aanpak. Ter voorbereiding op de periode vanaf 2023 stelt de GRJR stelt in 2021 in samenwerking met de gemeenten een algemene inkoopstrategie vast die aanhaakt op de Regiovisie. In de concretisering (zoals met betrekking tot arrangementenmodel) worden de lessen uit de transformatieprojecten,
ideeën
en
wensen
van
gemeenten
meegenomen.
Het
aanbestedingstraject loopt tot in 2022. € Voor de inkoopwerkzaamheden is conform Kadernota in de GRJR-begroting 2022 incidenteel € 200.000 extra uitvoeringsbudget opgenomen. € De voor het op te richten regionale Programmateam Regio-agenda te verwachten extra inzet van capaciteit (schatting €200.000) zal via de begroting van de GRJR worden verrekend. 2.2.2 Sturing op transformatie & kostenbeheersing Kadernota: De gezamenlijke aanpak is, in lijn met de transformatiegedachte, er op gericht om te bezuinigen op specialistische Jeugdhulp door meer in te zetten op preventie en basis ondersteuning. Dat brengt een taakstellende verschuiving naar lokaal met zich mee, die we beogen te bereiken door:
9
-
inzet op transformatie: het eerder en zo dichtbij mogelijk leveren van jeugdhulp;
-
regie, zowel lokaal als regionaal, op casusniveau, ingezette zorg, contracten en financiën.
Binnen het totaalpakket van deze transformatie- en besparingsplannen zet de GRJR in op aanscherping arrangementenmodel en verbetering van contractmanagement (inclusief budgetbeheer) en informatievoorziening (basis op orde, data-analyse en monitoring). De bedoeling is om dit lopende transformatieproces in 2021 op gang te houden en nieuwe initiatieven mogelijk te maken. De Kadernota bevat het voorstel voor een transformatiebudget van tenminste € 2,0 miljoen per jaar voor de jaren 2022 en verder. Reacties raden: -
Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk waarderen de ontwikkeling van de informatievoorziening en roepen op daarmee door te gaan, zodat bijvoorbeeld het inzicht in wachttijden groeit.
-
Lansingerland, Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel vragen om goed te sturen op en rapporteren over realisatie van de ambities. Lansingerland vraagt specifiek om de taakstellingen te volgen en met de gemeenten mee te blijven denken.
-
Maassluis, Vlaardingen, Schiedam benadrukken dat de transformatie naar meer lokaal en vraaggericht veel gesprek tussen aanbieders en gemeenten vergt, evenals stevig opdrachtgeverschap richting gecontracteerde aanbieders. Zij vragen dit goed te monitoren en benadrukken de wens om van elkaar te leren bij inkoop en transformatie.
-
Westvoorne vraagt om een zakelijke houding naar aanbieders en sturing op concrete resultaten.
-
Lansingerland merkt op, dat de ambitie om lokaal de grip op de jeugdhulp te vergroten en meer in de regie te komen, vraagt van regionaal contractmanagement dat dat stuurt op het meebewegen naar het lokale veld.
-
Brielle, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis stellen voor om regionaal een meetlat te ontwikkelen om te volgen hoe ver iedere gemeente is en van elkaar te leren.
-
Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel vragen de experimeerruimte voor 2022 te faciliteren. Capelle vraagt ook voor 2021 gefaseerd te worden gefaciliteerd.
-
Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk roepen op de vlaktakssystematiek onder de loep te nemen in het licht van de nieuwe inkoopstrategie.
Begroting: De begroting 2022 bevat de volgende maatregelen die bijdragen aan de gevraagde inzet: € De voortgang van het verbeterplan komt in ieder planning en control moment van de GRJR terug. Onderdeel is verbetering van contractmanagement en sturingsinformatie. De hiervoor benodigde uitvoeringscapaciteit is conform Kadernota structureel geraamd op het in 2020 verhoogde niveau. Het budget voor uitgaven voor informatievoorziening /ICT is structureel met € 50.000 verhoogd.
10
€ Om het lopende transformatieproces na 2021 op gang te houden en nieuwe initiatieven mogelijk te maken wordt structureel € 2,0 miljoen uit de zorgbudgetten apart gezet voor transformatie en innovatie. € Onderdeel van de transformatieplannen is een transformatiemonitor ter ondersteuning van de sturing op de transformatie door alle betrokken partijen. Hierin zal de suggestie voor een transformatiemeetlat worden betrokken. Conform het strategisch informatieplan (AB februari 2021) gaat de GRJR-uitvoeringsorganisatie nadat de basis verder op orde is ook op deze strategische laag van de informatievoorziening acteren. € De afgesproken experimenteerruimte wordt gefaciliteerd door (na berekening van de inleg op basis van de vlaktaks) de inleg van deze gemeenten deels pas achteraf te innen. Normaal gesproken wordt de inleg volledig vooruitbetaald.
De totale omvang is
conform opgave van Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel geraamd op € 620.000 en verwerkt in opdracht E. De Kadernota geeft alleen voor 2022 ruimte om dit te doen. € De nog toe te wijzen taakstelling 2021 en 2022 is doorgevoerd in de budgetten 2022. € In de volgende Kadernota worden de gevolgen van de nieuwe inkoopstrategie voor de begroting 2023 uitgewerkt. In dat verband zal ook de vlaktaks weer bekeken worden. 2.2.3 Reëel begroten in Coronatijd Kadernota: Bij de Kadernota 2021 hebben de 15 gemeenten van de jeugdregio Rijnmond gezamenlijk afgesproken om een financiële taakstelling te formuleren. Om dit te bereiken is een gezamenlijk pakket van maatregelen opgesteld. De maatregelen hangen sterk samen met de inzet op de transformatie van de jeugdhulp en het voeren van regie, zowel lokaal als regionaal, op casusniveau, ingezette zorg en kosten. In de Kadernota is te lezen dat de taakstellingen voor de jaren 2021 en 2022 volledig zijn ingevuld. Daarmee wordt bedoeld dat concrete maatregelen zijn bepaald waarvan de besparingsopbrengst op het begrotingstotaal in mindering is gebracht. Deze zijn nog niet vertaald naar daadwerkelijke verlaging van budgetten op opdrachten. De GRJR en deelnemende gemeenten werken nog aan de nadere invulling voor de resterende taakstelling voor de jaren 2023 en 2024.
Dit gebeurt op basis van de ervaringen met de effecten van de benoemde maatregelen en op basis van de uitkomsten van de transformatiesubsidies 2020.
11
Een onzekere factor op dit moment is de corona-crisis. Het is nog onduidelijk wat deze crisis doet met de vraag naar jeugdhulp en hoe lang de effecten van de crisis na-ijlen en wat de betekenis is voor de begroting van 2022. Reacties raden: -
Lansingerland, Capelle aan den IJssel, Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk uiten een vermoeden van uitgestelde zorg, en/of een langere nasleep van Corona, en vragen de huidige en toekomstige effecten op regionale specialistische jeugdhulp inzichtelijk te maken. Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk spreken de hoop uit dat dit binnen de begroting kan worden opgevangen.
-
Capelle aan den IJssel vraagt om goed en scherp, realistisch te begroten met als doel minder wijzigingen en overschrijdingen.
-
De gemeenten Brielle, Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis merken op dat de meerjarige taakstelling in de Kadernota van de gemeenten vraagt om het lokale netwerk rond kwetsbare gezinnen te versterken.
-
Schiedam verzoekt om het voorgestelde risicopercentage (vanwege het risico van oplopende tekorten) te heroverwegen en te komen met een realistischer percentage.
-
Schiedam maakt zich zorgen over realiteitszin van de besparingsambitie, gezien de niet afhoudende stroom berichten over uitgaven en tekorten jeugdzorg. Schiedam stelt voor om de besparingsambitie te verhogen en niet als taakstelling op te nemen maar op de begrotingsonderdelen te specificeren.
-
Vlaardingen wil dat de taakstellingen gericht op kostenvermindering overeind blijven.
-
Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk vragen om realistisch te begroten, waardoor minder wijzigingen nodig worden en meer sluitende jaarrekeningen verwacht kunnen worden.
Begroting 2022: Toen de Corona-pandemie in maart 2020 in ons land begon was nog geen sprake van doorwerking tot in 2022. Bij het opstellen van de Kadernota 2022 wel. En inmiddels staan begin 2021 de gevolgen van de Corona-maatregelen, zoals de langdurige lockdown en de avondklok, voor jeugdigen volop de agenda. Dit in combinatie met de wachttijdenproblematiek, die door Corona-omstandigheden zeker niet minder wordt, en de publicatie van het landelijke rapport van AEF over de structurele kosten van Jeugdhulp. Het AB besprak naar aanleiding hiervan in februari 2021 de gevolgen voor de begroting 2021, 2022 en besloot hierover als volgt: Besluit AB februari 2021 -
Instemming met het sturen op de coronakosten via de Burap, tenzij er tussendoor significante afwijkingen worden waargenomen.
-
Kennisnemen van het AEF-rapport en vooralsnog de kadernota als uitgangspunt te blijven nemen voor de opstelling van de begroting 2022 en meerjarenraming die tijdens het AB van april [2021] ter besluitvorming worden voorgelegd.
-
Vooruitlopend op extra middelen (ondersteund door AEF-rapport) op onze verzoeken bij het Rijk (Brandbrief wethouder Roopram cs, brief GRJR en aanbieders, VNG noodkreet) in verband met