13. 772242 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond inzake Aanbiedingsbrief raden P&C stukken GRJR incl. P&C stukken.pdf
Tekst van het document
3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd teneinde de liquiditeit te borgen. Dit ritme is voor 2024 aangepast omdat zorgkostendeclaraties steeds tijdiger kunnen worden betaald en er ook steeds vaker liquiditeitsondersteuning wordt gevraagd (bijvoorbeeld door vooruitbetaling op te ontvangen declaraties). Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is.
Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.
3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 13 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen ook criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van (boven)regionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven. Dan doen ze omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder 26
afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor de veiligheidsketen. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement.
De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor de ontwikkeling van het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijkt het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Tijdige en volledige informatie over het gebruik en de kosten van de jeugdhulp moet nog veel beter worden. Tussentijds rapportages, die niet achteraf onvolledig blijken, zijn cruciaal voor de sturing. Daarvoor is in de hele administratieve keten nog veel verandering nodig. Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en individuele gemeenten: - Van belang is dat over de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt beschikt op basis van de gemeentelijke verordening. Gemeenten bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde aanbieder.
De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Dit kent overigens beperkingen, doordat er ook andere wettelijke
27
-
-
verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties wel tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties.
In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording (zie volgende paragraaf) te kunnen bewerkstellingen wil de GRJR in 2023 onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.
Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek
Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal
Lasten 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 5.633.592
3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid moet vanaf 2023 door gemeenten en GR-en zelf worden verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. Hierbij is de GRJR afhankelijk van interne 28
beheersing bij gemeenten op het proces van toewijzing en declaratiebeoordeling. Ook is de GRJR afhankelijk van gemeenten voor de beschikking over tijdige, juiste en volledige informatie over toewijzingen en declaraties. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. Verbetering interne beheersing De interne beheersing wordt in stappen steeds verder aangescherpt. Het eerste doel daarvan is een tijdiger vollediger beeld van de financiën zodat beter op de financiële voortgang kan worden gestuurd, en tegenvallers eerder worden gesignaleerd. Een kernpunt daarbij is de datakwaliteit (juistheid, tijdigheid en compleetheid van data van gemeenten en zorgaanbieders). Het tweede doel is om de financiële verantwoording de jaarstukken en de afrekening van zorg met aanbieders soepeler te laten verlopen.
Hiermee wordt tevens de basis gelegd om eigenstandig (dat wil zeggen op basis van eigen oordeel in plaats van accountantsoordeel) een rechtmatigheidsverklaring te kunnen afgeven. De GRJR is afhankelijk van de registraties en administraties van afzonderlijke gemeenten, waardoor de interne beheersing een aantal moeilijk te mitigeren risico’s bevat. In 2023 wil de GRJR onderzoek doen naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Toetsingskader De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader. Het toetsingskader rechtmatigheid is in 2022 geactualiseerd door het AB. In het toetsingskader wordt onder meer ingegaan op de toepassing van de rechtmatigheidscriteria. Ook heeft het AB in 2022 een Kader Interne beheersing GRJR vastgesteld op basis waarvan de interne controleprocessen worden ingericht en uitgevoerd. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden.
Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf.
29
Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De accountant beveelt aan om op termijn ter versterking hiervan een frauderisicoanalyse op te stellen.
30
Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING
31
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2023 Begroting 2024
Verschil begroting 2023 vs begroting 2024
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
242.409.928 242.409.928
275.608.628 0 275.608.628
33.198.700 0 33.198.700
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD 1. JBRR 2. LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren Totaal lasten
26.133.328 49.118.949
21.417.392 62.934.815 21.390.221
-4.715.935 13.815.866 -4.884.627
44.517.463 714.704 1.498.841 19.125.834 19.748.096 2.177.467 17.063.440 507.189 6.808.718 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 184.369 320.374 209.600 242.409.928
15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937 0
4.387.409 5.237.514 666.998 2.208.928 -44.517.463
0 0 47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 0 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 0 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 0 275.608.628
-714.704 -1.498.841 47.095.508 1.844.429 1.150.840 16.505.833 8.628.076 0 5.816.445 137.015 1.924.298 -1.174.126 0 -1.848.710 555.755 21.655 25.080 43.581 28.512 0 33.198.700
0
0
0
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
z
SALDO
26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
In de Kadernota 2024 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2024. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2024 afgezet tegen 2023.
32
4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten. Mutatieoverzicht: van Begroting 2023 naar Begroting 2024 Mutaties + Mutaties Begroting (lasten) Begroting 2023 242.409.928 A Realistisch begroten (2e Bestuursrapportage 2022) 12.692.906 12.692.906 B Maatwerk pleegzorg 250.000 250.000 C Pleegzorgvergoeding 495.927 495.927 D Diverse verschuivingen binnen de begroting 0 E Indexatie (begrotingsjaar 23+24) 22.927.073 22.927.073 F Aanpassingen op gemeente niveau opgave gemeenten 1.819.527 -1.819.527 Aanpassingen op gemeente niveau nadere uitwerking nieuwe inkoop 23 1.347.678 -1.347.678 Totaal mutaties 36.365.905 3.167.205 33.198.700 Begroting 2024 275.608.628
Toelichting De begroting is opgesteld conform de uitgangspunten van de Kadernota 2024 zoals door het AB vastgesteld in december 2022. De mutaties in dit overzicht zijn zowel in een Begrotingswijziging 2023 als in deze Begroting 2024 identiek, uiteraard met dien verstande dat bij de mutaties E en F is gerekend met percentages en bedragen voor 2024. Voor verdere toelichting wordt daarom verwezen naar de Begrotingswijziging 2023. 4.1.2 Toelichting op de baten Kaders De GRJR hanteerde kaders voor het financieel beleid en beheer die verspreid in stukken vanaf 2015 zijn terug te vinden en zich in de tussentijd hebben ontwikkeld. In 2021 hebben de deelnemende gemeenten een Regiovisie op de jeugdhulp gemaakt en heeft de GRJR voor de inkoop van jeugdhulp een nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Deze visie en strategie hebben invloed op het te voeren financieel beleid en beheer. Vertrekpunt is dat de regionale infrastructuur dient aan te sluiten op de lokale infrastructuren (lokale basishulp en lichte specialistische hulp via wijkteam en netwerk). De sturing op en beheersing van de jeugdhulp krijgt daarmee steeds nadrukkelijker vanuit lokale ambities vorm. Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten.
Sinds 2023 is de vlaktaks afgeschaft en is een nieuwe systematiek ingericht voor: - Raming van uitgaven (met aanpassingen van de regionale lastenraming op basis van individuele correcties per gemeente) - Beheersing van uitgaven (maandelijks dashboards, kwartaalafsluitingen, twee bestuursrapportages, sturing op juistheid, tijdigheid en compleetheid van data)
33
Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking). Deze kaders voor het financieel beleid en beheer van de GRJR zijn door het AB in april 2022 vastgesteld. -
Verdeelsleutels De bijdragen per gemeente zijn als volgt bepaald: - De zorgkostenraming (budgetten A t/m E en I) is in eerste instantie gebaseerd op de jaareindeverwachting uit de 2e bestuursrapportage van 2022 en alle beleidsmatige wijzigingen (zie toelichting lasten). Daar overheen zijn correcties toegepast in de geraamde lasten die zijn te relateren aan de inwoners van de betreffende gemeente. Op die manier is er een realistische verwachting van de hoogte en verdeling van de zorglasten van de gemeenten. De bijdrage in de zorgkosten wordt gelijkgesteld met het bedrag uit deze verdeling (zie ook bijlage Bijdragenberekening). Deze bijdrage wordt achteraf sinds de jaarrekening 2022 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Jeugdbescherming/Jeugdreclassering wordt bepaald naar rato van de Jaareindeverwachting uit de 2e Bestuursrapportage 2022. Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening 2024 direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Veilig Thuis wordt gebaseerd op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1). Deze cijfers moeten nog worden geactualiseerd. Dit in overeenstemming met de besluitvorming van september 2018. Hierop vindt geen nacalculatie plaats.
- De bijdrage in de uitvoeringskosten wordt berekend door voor het basisniveau van de organisatiekosten de bijdrage te berekenen naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar. Het basisniveau is het niveau dat nodig is om samen de GRJR in stand te houden. Van de totale uitvoeringskosten wordt €1,1 mln. beschouwd als kosten behorend bij dit basisniveau. De bijdrage in de resterende uitvoeringskosten wordt bepaald naar rato van de bijdragen in de zorg- en subsidielasten. Deze bijdrage wordt daarmee afhankelijk van enerzijds het gezamenlijke ambitieniveau en anderzijds van het wisselende profijt dat deelnemende gemeenten hebben. De bijdrageregeling is hiervoor gelijk voor MVS en de 10 andere gemeenten. Door het wegvallen van zorgkosten MVS wordt het bedrag dat deze gemeenten bijdragen in de uitvoeringskosten lagere. Voor de overgang naar deze systematiek is met MVS een gefaseerde compensatievergoeding voor de vermindering van hun bijdrage afgesproken. Betaalritme gemeentelijke inleg (let op: het ritme is aangepast!) De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen.
Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. De afgelopen 34
jaren is de jaarrekening hoger geweest dan de begroting. Doordat deze nabetaling van de gemeenten pas na de zomer is, komen we zonder aanpassing aan het begin van het jaar geld tekort om zorgfacturen tijdig te kunnen voldoen. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om het betaalritme te wijzigen naar 4 termijnen van 40%/30%/20%/10%. Dit leidt tot de volgende termijnen per gemeente: Totaal GR Inleg 2024
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Inleg 2024
Q1
Q2
Q3
Q4
3.242.875 8.783.543 14.725.212 6.402.280 5.735.570 11.383.989 2.255.050 23.693.254 8.071.794 5.157.994 5.471.433 12.646.162 168.039.472
1.297.150 3.513.417 5.890.085 2.560.912 2.294.228 4.553.596 902.020 9.477.301 3.228.717 2.063.198 2.188.573 5.058.465 67.215.789
972.863 2.635.063 4.417.563 1.920.684 1.720.671 3.415.197 676.515 7.107.976 2.421.538 1.547.398 1.641.430 3.793.849 50.411.842
648.575 1.756.709 2.945.042 1.280.456 1.147.114 2.276.798 451.010 4.738.651 1.614.359 1.031.599 1.094.287 2.529.232 33.607.894
324.288 878.354 1.472.521 640.228 573.557 1.138.399 225.505 2.369.325 807.179 515.799 547.143 1.264.616 16.803.947
275.608.627
110.243.451
82.682.588
55.121.725
27.560.863
Nadere toelichting bijdragen in kosten Veilig Thuis Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken zijn te maken over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen. De gemeenten maken per Wmo/DU VO regio onderling zonder tussenkomst van het GRbestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling:
35
Bijdrage VTRR Albrandswaard 238.801 Barendrecht 443.447 Capelle aan den IJssel 913.344 Goeree-Overflakkee 474.489 Krimpen aan den IJssel 313.266 Lansingerland 645.705 Maassluis 445.960 Nissewaard 1.459.432 Ridderkerk 607.316 Schiedam 1.214.992 Vlaardingen 1.094.021 Voorne aan Zee 862.747 Rotterdam 11.563.155 Totaal 20.276.674
36
4.3 Financieel perspectief Meerjarenraming baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2023 Begroting 2024
Verschil begroting 2023 vs begroting 2024
Raming GR 2025
Raming GR 2026
Raming GR 2027
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
242.409.928 242.409.928
275.608.628 0 275.608.628
33.198.700 0 33.198.700
275.358.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
275.358.628
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD 1. JBRR 2. LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren Totaal lasten
26.133.328 49.118.949
21.417.392 62.934.815 21.390.221
-4.715.935 13.815.866 -4.884.627
21.167.392 62.934.815
21.167.392 62.934.815
21.167.392 62.934.815
4.387.409 5.237.514 666.998 2.208.928 -44.517.463
21.390.221 15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
21.390.221 15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
21.390.221 15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937
44.517.463 714.704 1.498.841 19.125.834 19.748.096 2.177.467 17.063.440 507.189 6.808.718 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 184.369 320.374 209.600 242.409.928
15.363.028 34.188.201 9.209.839 48.939.937 0 0 0 47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 0 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 0 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 0 275.608.628
-714.704 -1.498.841 47.095.508 1.844.429 1.150.840 16.505.833 8.628.076 0 5.816.445 137.015 1.924.298 -1.174.126 0 -1.848.710 555.755 21.655 25.080 43.581 28.512 0 33.198.700
47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 275.358.628
47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 275.358.628
47.095.508 1.844.429 20.276.674 36.253.929 10.805.543 22.879.884 644.204 1.924.298 5.634.592 1.000 4.641.229 180.846 209.450 363.955 238.112 275.358.628
0
0
0
0
0
0
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
z
SALDO
26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
Deze meerjarenraming houdt nog geen rekening met inflatie en trendmatige ontwikkelingen na 2024. Ook zijn nog geen effecten van de Hervormingsagenda na 2024 ingecalculeerd omdat gemeenten daarover nog in discussie zijn met het rijk en hun maatregelen nog moeten bepalen.
37
Meerjarenraming balans 4.1 Balans alle bedragen in € ACTIVA
2027
Meerjarenraming 2026
Begroting 2024
2025
BALANS PER 31 DECEMBER Voorlopige JR Jaarrekening Jaarrekening 2022 2021 2020
Begroting 2023
VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk
500.000 3.000.000
500.000 3.000.000
500.000 3.000.000
500.000 3.000.000
10.000.000 5.000.000
23.535.000 9.217.000
25.743.000 8.540.000
9.366.000 2.409.000
OVERLOPENDE ACTIVA Te vorderen bedragen van zorginstellingen Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en overig Vooruitbetaalde bedragen Transformatiefonds
2.500.000 400.000 2.500.000 0 0
2.500.000 400.000 2.500.000 0 0
2.500.000 400.000 2.500.000 0 0
2.500.000 400.000 2.500.000 0 0
2.500.000 400.000 15.000.000 0 0
3.137.000 408.000 17.236.000 0 0
5.912.000 1.451.000 24.799.000 132.000 677.000
33.126.000 2.015.000 0 0 6.796.000
LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
1.900.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
2.400.000
1.553.000
1.118.000
265.000
TOTAAL
10.800.000
10.800.000
10.800.000
10.800.000
35.300.000
55.086.000
68.373.000
53.977.000
PASSIVA
2027
2025
Begroting 2024
Begroting 2023
Meerjarenraming 2026
Voorlopige JR Jaarrekening Jaarrekening 2022 2021 2020
VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden 1.000.000 1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.111.000
3.094.000
7.641.000
OVERLOPENDE PASSIVA Te betalen bedragen aan zorginstellingen Transformatiefonds *) Meer samen doen in crisis *) Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders *) Doorbraak en Versterken Zorgbemiddelin Proeftuin kind- en gezinsbescherming
9.800.000 0 0 0 0 0
9.800.000 0 0 0 0 0
9.800.000 0 0 0 0 0
9.800.000 0 0 0 0 0
34.300.000 0 0 0 0 0
53.171.000 0 0 0 167.000 637.000
64.229.000 0 0 83.000 167.000 800.000
38.418.000 7.788.000 47.000 83.000 0 0
TOTAAL
10.800.000
10.800.000
10.800.000
10.800.000
35.300.000
55.086.000
68.373.000
53.977.000
VLOTTENDE PASSIVA
Meerjarenbalans Uitgangspunt voor het opstellen van de balans per ultimo 2024 (t/m 2027) is de balans zoals opgenomen in de voorlopige jaarrekening 2022. De geprognosticeerde balans voor de jaren 2025 t/m 2027 is in deze begroting tevens toegevoegd. Onder deze tabel wordt per regel een toelichting gegeven bij de omvang van de balanspost 2024 en of een toelichting bij de ontwikkeling van deze balanspost van 2020 tot en met 2023. Toelichting bij de meerjarenbalans Activa Vorderingen op openbare lichamen Het grootste deel van het bedrag dat in de voorlopige jaarrekening 2022 op de balans stond was het tekort uit de rekening 2022 dat als vordering was opgenomen. Sinds 2022 zijn de kosten in de begrotingen realistischer gemaakt, waardoor we verwachten dat deze balanspost in de toekomst lager zal worden. -
Rekening courant met rijk Dit betreft het schatkistbankieren, het bedrag dat boven het drempelbedrag uitkomt, staat op de rekeningcourant met het rijk.
-
Te vorderen bedragen van zorginstellingen
38
Door zorgaanbieders actief te benaderen om de te vorderen bedragen te betalen én door het afrekenproces te versnellen, verwachten we dat deze balanspost ten opzichte van 2022 fors lager zal zijn. -
Overige vorderingen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans van 2022.
-
Liquiditeitsborgen en overig Aangezien de GRJR geen bancaire functie heeft, streven we na om dit bedrag snel en fors af te bouwen. Vanuit de rijksoverheid hebben gemeenten echter wel de verantwoordelijkheid gekregen om de continuïteit van cruciale jeugdhulp te waarborgen en waar nodig liquiditeitssteun verlenen.
-
Vooruitbetaalde bedragen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans van 2022.
-
Transformatiefonds Vanaf 2022 is deze subsidie afgerond en afgerekend.
-
Banksaldo Samen met de rekening courant met het rijk is dit de sluitpost van de activakant van de balans.
Passiva Algemene reserve/ gerealiseerd resultaat De GRJR heeft geen eigen vermogen. Een positief of negatief resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. -
Overige schulden Dit betreft de openstaande schulden binnen de organisatiekosten en bestaat uit facturen die na het sluiten van de boekhouding ontvangen zijn of facturen waarover nog overleg is met de leverancier.
-
Te betalen bedragen aan zorginstellingen Dit bestaat uit de gerealiseerde zorgkosten van het afgelopen jaar waarvan er nog geen factuur ontvangen is. Als gevolg van een efficiënter declaratie en betalingsproces verwachten we dat deze post fors in omvang teruggebracht zal worden. Hiervoor zijn we ook afhankelijk van de declaratiesnelheid van de zorgaanbieders en het goedkeuringstraject bij de gemeenten.
-
Transformatiefonds en Meer samendoen in crisis Beide subsidies zijn ultimo 2021 al afgerond.
-
Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders, Doorbraak en verstreken zorgbemiddeling, Proeftuin kind- en gezinsbescherming Deze subsidies zullen in 2023 afgerond worden. 39
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. De uitvoeringskosten van de GRJR zijn volledig toe te rekenen aan het programma en vallen daardoor niet onder de BBV-definitie van overheadkosten. 4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. In de eerste plaats is er geen sprake van een onderneming in fiscale zin, daaronder begrepen een uiterlijk met een onderneming overeenkomende werkzaamheid. Er worden geen diensten op de markt verkocht. En er is geen te verwachten winst. Voor zover er bij de GRJR overschotten of tekorten ontstaan, worden die naar rato verrekend met de aangesloten gemeenten.
Als er geen onderneming is, is er geen belastingplicht en ook geen aangifteplicht. In de tweede plaats kan een beroep worden gedaan op de samenwerkingsvrijstelling. Het gaat bij de jeugdhulp om de uitvoering van een overheidstaak waarmee niet in concurrentie wordt gedreven. Ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat de gemeenten naar evenredigheid van de afgenomen activiteiten bijdragen aan de kosten van het samenwerkingsverband. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de bij de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen zijn van BTW-heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten. De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTWheffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de
40
bijdragen ‘doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds. 4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht zijn conform de nieuwe taakvelden uit het BBV de baten en lasten uitgesplitst. Baten 4.3.2. - Inkomensoverdrachten gemeenten
275.608.628
Lasten 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding 6.73a - Pleegzorg 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.82a - Jeugdbescherming 6.82b - Jeugdreclassering 6.82a - Jeugdbescherming 6.81b – Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) Totaal lasten
36.866.197 15.683.668 21.864.392 97.116.036 33.417.113 41.622.021 8.339.335 10.349.933 10.349.933 275.608.628
De hierbij gehanteerde indeling naar taakvelden is als volgt: A B C D E F
G G H H I I I I I
J
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen Gecertificeerde instellingen Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten
6.73a - Pleegzorg 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
6.82a - Jeugdbescherming 6.82b - Jeugdreclassering 6.82a - Jeugdbescherming 6.81b – Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
83% 17% 50% 50%
6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig nvt sinds 2023 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.72b – Jeugdhulp behandeling naar zorgvergruik % verdeeld over taakvelden
41
4.3.4 Begroting per gemeente Begroting 2024, kosten per gemeente Capelle aan GoereeKrimpen aan Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam den IJssel Overflakkee den Ijssel 730.922 1.554.905 486.091 411.299 410.900 0 1.676.555 768.231 13.896.946 90.139 690.448 0 84.158 240.419 0 944.857 210.862 4.745.432 768.848 247.205 330.355 118.627 214.922 0 841.921 186.923 7.003.246 1.613.798 2.039.994 682.891 1.232.702 1.945.112 0 5.876.494 1.431.179 26.185.900
Albrandswaard Barendrecht A B1 B2 B3 B4 C1 C2 C3 D E F G H I J
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp / jeugdzorg+ Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling in gedwongen / gesloten kader Gezinshuizen (en kleinschalige groepen) Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige Uitvoeringskosten
Totaal
141.269 116.041 213.238 293.041 11.966 29.637 32.930 3.293 152.330 763.184 99.973 437.652 238.801 634.279 75.242 3.242.875
71.376 198.012 336.566 25.189 375.722 1.251.803 291.068 887.122 443.447 1.515.066 184.465 8.783.543
0 243.867 661.405 40.232 910.878 2.189.977 549.506 2.484.369 913.344 1.908.340 290.743 14.725.212
353.583 312.436 78.969 17.410 126.270 600.784 307.264 1.095.630 474.489 1.393.530 142.578 6.402.280
0 367.316 15.477 15.477 642.896 859.980 232.916 853.416 313.266 470.914 117.127 5.735.570
0 199.823 76.278 11.163 492.973 3.767.028 357.597 1.176.210 645.705 1.618.678 227.180 11.383.989
0 0 0 0 0 0 0 854.417 445.960 866.471 88.202 2.255.050
133 825.831 1.866.312 161.135 723.092 2.742.103 846.034 3.629.827 1.459.432 1.661.340 438.188 23.693.254
29.291 538.829 95.431 4.991.143 348.378 8.455.378 186.565 661.176 485.472 11.235.249 1.217.013 19.089.240 324.112 5.744.876 1.425.442 28.814.047 607.316 11.563.155 590.202 21.864.045 165.378 3.250.809 8.071.794 168.039.472
Schiedam
Voorne aan Zee 0 1.340.274 0 268.828 0 779.539 0 2.149.716
Vlaardingen 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 2.767.200 1.214.992 973.613 202.190 5.157.994
0 0 0 0 0 0 0 2.987.147 1.094.021 1.185.694 204.571 5.471.433
Totaal 21.417.392 7.391.184 10.704.822 43.450.828
382.804 1.387.981 428.800 7.692.295 608.871 12.480.564 95.721 1.217.362 218.146 15.363.028 1.707.089 34.188.201 456.494 9.209.839 1.527.459 48.939.937 862.747 20.276.674 1.571.758 36.253.929 247.918 5.634.592 12.646.162 275.608.627
42
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
43
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 8 september 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
44
1e ONTWERP BEGROTINGSWIJZIGING 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie voor AB 6 april 2023
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De begroting 2023 is in juli 2022 vastgesteld op basis van uitgangspunten in de Kadernota 2023 die al december 2021 is vastgesteld. Het zo vroegtijdig moeten opmaken van de begroting heeft onvermijdelijk als consequentie dat moet worden gewerkt met soms globale aannames. Ontwikkelingen die zich na begrotingsvaststelling voordoen leiden tot de noodzaak om de begroting bij te stellen. De belangrijkste elementen zijn: - Realistisch begroten, hogere en complexere zorgvraag blijkens cijfers 2021 en 2022 - Verschuiving kosten naar regio Rijnmond door aanpassing woonplaatsbeginsel - Gevolgen van inflatie - Gefaseerde overgang (met zorgcontinuïteit) naar lokaal ingekochte zorg waaronder eigen inkoop MVS De belangrijkste bijstelling volgt uit het uitgangspunt om realistisch te begroten. Bij de opstelling van de begroting 2023 waren de voorlopige jaarrekeningcijfers 2021 de meest actuele gegevens. Die cijfers waren onvolledig. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 lieten een aanzienlijk hogere productie zien. De bestuursrapportages 2022 vertoonden een verder oplopende productieomvang. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 en bestuursrapportages 2022 geven daarmee aanleiding tot bijstelling van de uitgavenverwachting voor 2023.
Hiermee wordt het risico op grote tegenvallers in de jaarrekening verkleind en kunnen de deelnemende gemeenten eerder maatregelen treffen om kostenstijgingen op te vangen. Daarnaast zijn er nog enkele inhoudelijke besluiten genomen die moeten worden verwerkt tot een begrotingswijziging. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2023 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2023 3. Wijziging risicoparagraaf 2023 4. Besluit
2
1. Wijziging baten en lasten 2023 In de periode tot maart 2023 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2023 beïnvloeden. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.
Mutatieoverzicht bij begrotingswijziging 2023 Mutaties + Mutaties Begroting (lasten) Begroting 2023 242.409.928 A Realistisch begroten (2e Bestuursrapportage 2022) 12.692.906 12.692.906 B Maatwerk pleegzorg 250.000 250.000 C Pleegzorgvergoeding 495.927 495.927 D Diverse verschuivingen binnen de begroting 0 E Indexatie 10.002.546 10.002.546 F Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen, Schiedam 9.969.695 9.969.695 G Aanpassingen op gemeente niveau opgave gemeenten 1.812.402 -1.812.402 Aanpassingen op gemeente niveau nadere uitwerking nieuwe inkoop 23 625.271 -625.271 Totaal mutaties 33.411.073 2.437.673 30.973.400 Gewijzigde Begroting 2023 273.383.328
Hieronder worden de verschillende mutaties uit de tabel toegelicht. A. Realistisch begroten o.b.v. 2e bestuursrapportage 2022 (prijspeil 2022) Een belangrijk uitgangspunt in de Kadernota is om de begroting financieel realistisch te maken. De afgelopen jaren waren de kosten in de jaarrekening vaak hoger dan begroot. Voor een deel was dit door onverwachte en daarmee onbegrote kosten, maar ook doordat de kosten te laag begroot waren. Om deze laatste afwijking te voorkomen is het wenselijk om in de begroting te rekenen met een zo realistisch mogelijk kostenniveau. Op het moment van opstellen van de begroting 2023 waren dat de voorlopige jaarrekeningcijfers 2021. Die cijfers waren onvolledig. De definitieve jaarrekeningcijfers 2021 lieten een aanzienlijk hogere productieomvang zien. De bestuursrapportages 2022 vertoonden een verder oplopende productieomvang. Dit komt voor een belangrijke mate door aanpassing van het woonplaatsbeginsel waarbij de begroting een grote onderschatting bleek. (De gemeentelijke inschattingen waren slechts ca. € 2 miljoen terwijl landelijke berekeningen -en compensatie via het gemeentefonds- op € 15 mln. kwamen voor onze regio. De wijzigingen zijn echter erg laat op gang gekomen.) Ook is weer een stijging van de inzet van LTA (landelijke aanbieders) zichtbaar. Naar de oorzaken en beïnvloedbaarheid wordt nader onderzoek gedaan.
3
Voor deze begrotingswijziging is het meest recente bestuurlijk vastgestelde document, de tweede bestuursrapportage 2022, als uitgangspunt genomen. Het gaat hier dus niet om extra groei die wordt verwacht in 2023, maar om een begrotingscorrectie vanwege structurele groei die zich in 2021 en 2022 heeft voorgedaan maar nog niet was meegenomen in de begroting. Deze ophoging is berekend naar prijspeil 2022, onder punt E wordt dit opgehoogd naar prijspeil 2023. B. Maatwerk Pleegzorg In het AB van december 2022 is besloten om voor 2023 en 2024 de Pilot Maatwerkpleegzorg voort te zetten. Dit was in de afgelopen jaren een succesvol transformatieproject dat de deelnemende gemeenten vanaf 2025 lokaal willen regelen en in de tussenliggende jaren via de regionale contractrelaties willen voortzetten. C. Pleegzorgvergoeding De pleegzorgvergoeding was per abuis niet opgenomen in de oorspronkelijke begroting 2023. Dit is met deze mutatie hersteld. Het gaat om vergoedingen die pleeghulpaanbieders moeten betalen aan pleegouders. De hoogte wordt landelijk bepaald in een Algemene maatregel van bestuur en uit oogpunt van goed opdrachtgeverschap dienen pleeghulpaanbieders hiervoor correct te worden gecompenseerd. Gemeenten worden volgens de VNG geacht dit te kunnen betalen uit het accres in de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. D.
Diverse verschuivingen binnen de begroting (met een saldoneutraal effect) Met deze mutatie is een drietal saldo neutrale wijzigingen in de begroting verwerkt. Ten eerste zijn de subsidies aan de twee Gecertificeerde Instellingen (JBRR en Leger des Heils) herkenbaar opgenomen. De oorspronkelijke indeling van de GI’s van 2015 dekte niet meer de lading. Als tweede zijn de al geraamde kosten voor transformatiefonds/innovatie nu opgenomen onder opdracht I.5. Deze kosten worden ingezet om innovaties in de zorgverlening door te voeren en maken nu onderdeel uit van de zorgkosten in de begroting in plaats van de uitvoeringskosten. In de oorspronkelijke begroting waren hogere kosten als gevolg van aanpassing woonplaatsbeginsel opgenomen onder de percelen A t/m E. Omdat deze kosten voornamelijk via maatwerkcontracten voor buitenregionale plaatsingen tot stand blijken te komen, worden deze verschuiven naar budget I 1 Buitenregionale plaatsingen. E. Indexatie 2023 Nu bij punt A als uitgangspunt de 2e bestuursrapportage 2022 is opgenomen, wordt met deze wijziging de (extra) indexatie voor het begrotingsjaar 2023 toegevoegd. Met de mutatie realistisch begroten (A) is voor een aantal onderdelen het kostenniveau uit 4
de 2e Burap 2022 als uitgangspunt genomen. Hierdoor moet de indexatie 2023 die opgenomen was in de oorspronkelijke begroting 2023 opnieuw toegevoegd worden. In de begroting 2023 is rekening gehouden met het eerder landelijk afgegeven PPCindexpercentage van 1,83% voor materiële kosten. In het najaar 2022 is, bij wijze van uitzondering en op verzoek van VWS, de definitieve PPC-index verhoogd naar 9,25%, in verband met oplopende inflatie waaronder stijging van energiekosten. Uit oogpunt van goed opdrachtgeverschap is het wenselijk en passend om aanbieders voor de hogere materiële kosten te compenseren. Op 23 november 2022 gaf het kabinet het signaal dat in de Voorjaarsnota 2023 en Meicirculaire 2023 aan de gemeenten voor 2023 e.v. extra accres op de algemene uitkering zal worden uitgekeerd vanwege de hogere PPC. Hiermee stelt het kabinet gemeenten in staat om zorgaanbieders op passende wijze tegemoet te komen en op die manier te voorkomen dat de zorg in gevaar komt door de hoge inflatie. Om die reden wordt voorgesteld de begrotingsbudgetten extra te indexeren voor het materiële kostendeel. Dit gaat om ca. € 2 mln. van de in de tabel genoemde € 10 mln. F.
Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam
Op verzoek van de drie MVS-gemeenten wordt de begroting opgehoogd met het bedrag aan zorgcontinuïteit dat naar verwachting in 2023, anders dan in eerste instantie door MVS aangegeven, toch afgenomen wordt bij de GRJR. Zie ook verderop, risicoparagraaf punt 6. G. Aanpassingen op gemeenteniveau Opgave gemeenten Na het verwerken van bovenstaande mutaties hebben de gemeente de mogelijkheid gehad om voor de opdrachten A t/m E specifieke aanpassingen te doen. Daardoor sluit de informatie in deze GR begroting nog beter aan op de informatie en financiële prognoses in de afzonderlijke gemeenten. Verschillende gemeenten hebben hier gebruik van gemaakt. Hiermee zijn diverse mutaties in de GR begroting verwerkt, zowel ophoging als verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Ook hebben de gemeenten aangeven of de aanpassing was ingegeven door het verwerken van een gemeentelijke trend of dat het een invulling is van het verwachte effect van de hervormingsagenda. De door de gemeente aangegeven wijzigingen zijn direct in hun bijdrage aan de GR verwerkt. Nadere uitwerking nieuwe inkoop 2023 Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting 2023 was de uitwerking van de nieuwe inkoop nog niet definitief. Bij deze mutatie zijn de besluiten verwerkt dat MVS op 5
een aantal onderdelen niet meedoet in de nieuwe inkoop: de maatwerkcontracten buitenregionale plaatsingen en het transformatiefonds.
6
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting: Begroting 2023
Ontwerp 1e Begrotingswijziging 2023
Begroting 2023 na wijziging
Bijdragen deelnemende gemeenten Totaal baten
242.409.928 242.409.928
30.973.400 30.973.400
273.383.328 273.383.328
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen
26.133.328 49.118.949 26.274.848 10.975.619 28.950.686 8.542.842 46.731.009
4.872.64615.032.040 5.554.8795.259.886 6.433.187 252.055 579.779
21.260.682 64.150.989 20.719.969 16.235.504 35.383.874 8.794.897 47.310.788
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
44.517.463 714.704 1.498.841 19.125.834 19.748.096 2.177.467 17.063.440 507.189 6.808.718 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 184.369 320.374 209.600 242.409.928
44.517.463714.7041.498.84145.549.458 1.761.330 295.728 15.340.724 8.729.494 4.785.608 142.246 1.683.376 1.792.4751.848.71046.329 1.805 2.091 3.633 2.377 30.973.400
45.549.458 1.761.330 19.421.563 35.088.819 10.906.961 21.849.048 649.435 1.683.376 5.016.243 1.000 4.131.803 160.996 186.460 324.007 211.977 273.383.328
-
-
-
Begroting 2023
BATEN
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
z
SALDO
2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD 1. JBRR 2. LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Dubieuze Debiteuren Totaal lasten
7
2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2023 Door het afschaffen van de vlaktaks in 2022 is het gemeentelijk aandeel in de begroting gelijk aan de gemeentelijk inleg. Hieronder een overzicht van de inleg op basis van de in de oorspronkelijke begroting 2023, het effect van deze begrotingswijziging en de extra inleg na deze begrotingswijziging. Naast de oorspronkelijke bijdragen Q1 tot en met Q4 (rechts in het overzicht) dienen gemeenten na definitieve begrotingsvaststelling de extra inleg in één keer te voldoen. Totaal GR Inleg 2023
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Inleg oud 2023
2.708.525 6.868.182 14.089.849 6.659.584 5.481.336 9.286.652 1.769.709 22.457.618 8.073.936 4.648.917 5.365.065 11.367.722 143.632.834 242.409.928
Extra inleg 2023 Inleg 2023 nieuw
384.288 1.508.145 -48.116 -553.104 -11.528 1.632.129 1.913.474 159.081 -376.148 4.895.280 4.340.690 715.271 16.413.939 30.973.400
Bijdrage Q1
Bijdrage Q2
Bijdrage Q3
Bijdrage Q4
3.092.813 8.376.327 14.041.733 6.106.480 5.469.808 10.918.781 3.683.183 22.616.699 7.697.788 9.544.197 9.705.755 12.082.992 160.046.773
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
677.131 1.717.046 3.522.462 1.664.896 1.370.334 2.321.663 442.427 5.614.405 2.018.484 1.162.229 1.341.266 2.841.930 35.908.208
273.383.328
60.602.482
60.602.482
60.602.482
60.602.482
3. Wijziging risicoparagraaf 1
2
3
Risico in de vastgestelde begroting 2023 Uitgangspunt realisatieniveau 2021 resp. 2022 Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau is bepaald op basis van onvolledige data per februari, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per april die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie Hogere zorgkosten door onderschatting van Trendmatige stijging en/of Inzet van lokaal aanbod en/of Impact van transformatiemaatregelen Effect aanpassing woonplaatsbeginsel Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn
Stand van zaken, aanpassing beheersingsmaatregel De productie 2021 bleek achteraf inderdaad hoger dan waarmee in de begroting 2023 was gerekend. Ook in 2022 waren de kosten hoger. De begroting 2023 wordt daar nu op aangepast. In de ontwerpbegroting gebeurt dat op basis van de 2e bestuursrapportage 2022, in de definitieve begroting zal dat gebeuren op basis van de definitieve jaarrekening 2022. De begrotingswijziging bevat diverse aanpassingen op gemeenteniveau.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
8
4
5
6
meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod Hogere kosten voor buitenregionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is. Continuïteit aanbod Faillissement(sdreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Aannames aanpassingen gemeente niveau De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
Dit risico doet zich voor en wordt ondervangen door voorliggende begrotingswijziging 2023.
De afbouw van de gesloten jeugdhulp (JH+) gaat gepaard met frictiekosten. Vanwege de grote financiële risico’s werken we samen met de twee betrokken aanbieders en de vijf betrokken jeugdhulpregio’s aan continuïteitsplannen. Ook is inmiddels opgeschaald naar rijksniveau voor meer landelijke regie en financiering van frictiekosten bij de transformatie van de gesloten jeugdhulp. Door de regio’s verstrekte liquiditeitssteun moet op basis van de continuïteitsplannen mogelijk omgezet worden in een continuïteitsbijdrage. Op basis van de huidige inzichten bedraagt het risico voor Regio Rijnmond voor 2023 € 3mln. Dit is incidenteel, waarbij de jeugdhulpregio’s deze kosten niet als hun kosten zien maar bij de rijksoverheid zullen leggen. Daarnaast leidt de transformatie (schaalverkleining, kwalititeitsverbetering) waarschijnlijk tot hogere kostprijzen. Dit structurele risico voor de gemeenten is nog niet te kwantificeren. Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is.
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond.
9
Rotterdam, 8 september 2023,
R. Buijt Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
10
VOORLOPIGE JAARSTUKKEN 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 6 april 2023
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING, LEESWIJZER EN SAMENVATTING...........................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR .......................................9 2.2 Resultaten 2022 ............................................................................... 10 2.3 Transformatie ................................................................................... 31 3. PARAGRAFEN .................................................................................................................... 33 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 34 3.2 Financiering ...................................................................................... 36 3.3 Bedrijfsvoering .................................................................................. 37 3.4 Rechtmatigheid................................................................................. 39 3.5 Coronaparagraaf .............................................................................. 40 3.6 Verbonden partijen ........................................................................... 41 4. JAARREKENING ................................................................................................................
43 4.1 Overzicht van baten en lasten .......................................................... 43 4.2 Toelichting op baten en lasten .......................................................... 44 4.3 Balans .............................................................................................. 49 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 50 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 51 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 60 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 61 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 63
2
1. Inleiding, leeswijzer en samenvatting In de Jaarstukken 2022 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2022. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. 2022 was een intensief jaar volop uitdagingen voor jeugdigen in de regio en ook voor de GRJR. Veel jeugdigen in de regio hebben problemen waarvoor ze hulp nodig hebben. De effecten van de coronapandemie op de generatie die dit als jeugdigen meemaakten zijn onmiskenbaar groot. Het aantal jeugdigen die specialistische jeugdhulp nodig hebben is groot. Rond de 13.000 jeugdigen ontvingen in 2022 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8000 van hen kregen een vorm van ambulant hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1300 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 2000 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuiswonen niet mogelijk was. Meer dan 900 hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 300 jeugdigen verblijven langdurig in een zorginstelling. Naast deze cijfers kregen ook nog vele honderden jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist of elders in het land, op een buitenregionale plaats.
De inzet jeugdhulp gaat met hoge kosten gepaard en dat levert bestuurders hoofdbrekens op. Voorop staat echter de noodzaak van passende, liefst nabije hulp die tijdig wordt ingezet. Waar eerder de gemiddelde wachttijd nog veel hoger was, hoefde een jeugdige in de loop van 2022 gemiddeld 14 weken te wachten op hulp. Dat vergde grote inspanning van de aanbieders, gemeenten en de GRJR. Grote inspanning is ook geleverd om tijdig voor 1 januari 2023 nieuwe regionale contracten voor specialistische jeugdhulp af te sluiten. Deze contracten staan in het licht van de noodzakelijke transformatie van de jeugdhulp en sterkere sturing op gebruik en kosten van deze hulp, in nauw samenspel tussen regionale en lokale partners. Gemeenten wilden daarbij meer vanuit de eigen lokale context, met een eigen aanpak, kunnen zorgen voor de jeugdigen. De kosten vielen ook in 2022 weer tegen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een verklaring vormen voor verschillen tussen de voorlopige jaarrekening en de begroting 2022. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt voorlopig €22,1 mln. Dit is circa € 5 mln meer dan bij de tweede bestuursrapportage 2022 werd verwacht. In de exploitatie 2022 zien we forse overschrijdingen. Dat heeft meerdere oorzaken.
3
•
•
•
•
De hogere uitgaven zijn in belangrijke mate het gevolg van aanpassing van het woonplaatsbeginsel waardoor veel kinderen in zorg elders in het land voor rekening van gemeenten in Rijnmond komen. Dit effect was veel kleiner ingeschat dan achteraf is gebleken. Daarnaast was er een extra indexatie nodig naar aanleiding van een Tweede Kamer motie “extra lonen in de zorg”. Hiervoor ontvingen gemeenten overigens compensatie van de rijksoverheid. Ook blijkt telkens weer dat achterstallige informatie over toegewezen zorg leidt tot onderschattingen in de prognoses, die gaandeweg en na afloop van het jaar steeds verder in beeld komen. Ook zijn er grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. Verhoudingsgewijze toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten.
Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.
4
Samenvatting Zorgzwaarte Toename van zware problematiek is zichtbaar in alle opdrachten: doordat de individuele gemeenten steeds meer lokaal hulp en ondersteuning bieden bij de lichtere zorgvragen, leveren de regionaal gecontracteerde partijen naar verhouding meer zware hulp met hogere arrangementsprijzen. Uit het GRJR-dashboard op basis van gemeentelijke toewijzingsdata blijkt dat dit effect zich in ieder geval bij ambulante hulp (opdracht E) voordoet. Het voorkomen van uithuisplaatsing en plaatsing in gesloten jeugdhulp leidt vermoedelijk ook tot inzet van intensievere en duurdere arrangementen. Of dit in 2022 is toegenomen moet nog geanalyseerd worden. Het aantal crises waarbij hulp binnen 24 uur nodig is (opdracht F) is beheersbaar gebleven, ondanks een hectisch jaar met onder andere terugkeer naar een leven zonder corona en een groei van het aantal jongeren met psychische problemen. De aanbieders in opdracht E hebben zich het afgelopen jaar succesvol ingespannen om gezamenlijk de beschikbaarheid van zorg voor kinderen die met spoed (binnen 5 dagen) hulp nodig hebben, te garanderen. Gesloten jeugdhulp De maatschappelijk gewenste af- en ombouw van gesloten jeugdhulp vereist een investering, van zowel gemeenten als aanbieders. De afbouw gaat veel sneller dan voorzien, waardoor aanbieders in financiële problemen komen.