CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

11. 722684 SVHW inzake Vaststelling Kadernota 2024.pdf

Gemeenteraad AW 6 maart 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken11.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.8.5

Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet)

Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Door deze wijziging kan er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten en inspanning voor SVHW met zich mee. Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken. De verwachting is dat deze wijziging na 2022 in werking zal gaan treden.

3.8.6

Kwijtschelding 3.0

In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor inwoners zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die inwoners in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. SVHW volgt deze ontwikkeling.

3.9

Deelnemers

Op het moment van het schrijven van deze kadernota loopt bij één gemeente een intern onderzoek naar de toekomst van de belastingtaak. Continuïteit, onwikkeling, kwaliteit en kosten zijn hierbij belangrijke overwegingen. In de basis liggen er drie mogelijke opties: zelf blijven uitvoeren, (deels)uitbesteden of geheel uitbesteden. Voor deze laatste optie heeft SVHW in december 2022 een kostenindicatie afgegeven. Het is uiteraard de overweging van het College en de Gemeenteraad om bij het Algemeen Bestuur van SVHW een verzoek in te dienen om toe te mogen treden. Een eventuele toetreding is voorzien per 1 januari 2024. De effecten van deze eventuele toetreding zijn niet verwerkt in deze kadernota

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 24 van 32

Kadernota 2024

3.10 Dienstverlening 3.10.1

Dienstverlening inwoners en ondernemers

In 2024 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van MijnOverheid, de digitale overheid, de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en de ontwikkelingen binnen het WOZ-domein. Daarnaast voert SVHW wederom het tweejaarlijkse klanttevredenheidsonderzoek uit. Naast al het digitale ‘geweld’ zal SVHW aandacht moeten blijven houden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) blijven daarom onderdeel van de dienstverlening van SVHW en worden ook doorontwikkeld. Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen en is er blijvende aandacht voor het maatschappelijk verantwoord invorderen. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van problematische schulden of een opeenstapeling van schulden. Invordering zal meer en meer digitaal en data gestuurd gaan worden. Daarnaast zal de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagenaffaire in 2024 nog doorlopen

3.10.2

Dienstverlening deelnemers

In 2022 is het door de operationele drukte en wijzigingen in de directie niet mogelijk gebleken om weer een klanttevredenheidsonderzoek onder de deelnemers te houden als opvolging op het onderzoek uit 2019. SVHW gaat nu in de tweede helft van 2023 het onderzoek uitvoeren en zal eventuele verbeterpunten aansluitend implementeren. Naar verwachting loopt de implementatie door tot in 2024. In 2023 zal er ook verder inhoud moeten worden gegeven aan de ketensamenwerking tussen de deelnemers en SVHW op het gebied van het bijhouden van de objectgegevens. Het geïmplementeerde samenwerkingsplatform Way-2-Go biedt hier de basis voor. Ofschoon het onzeker is of de SOR daadwerkelijk in 2025 in gebruik genomen gaat worden, zal hierop voor zover mogelijk geanticipeerd moeten worden. Eventuele consequenties (formatie/financiën) zijn niet meegenomen in deze kadernota. Hangende de implementatie van de SOR is het belangrijk dat de gegevens in de WOZ en BAG uniform blijven. Voor de niet BAG-deelnemers ligt deze verantwoordelijk bij de deelnemers zelf. SVHW heeft met hen in 2021/2022 procesafspraken gemaakt voor een adequate afhandeling van de terugmeldingen die SVHW doet. SVHW zal vanwege het belang van de uniformiteit strak sturen op deze afspraken.

3.10.3

Samenwerking met collega belastingkantoren

De in 2015 ingezette lijn, om samen met collega belastingkantoren ontwikkelingen in dienstverlening en ondersteunende ICT systemen te realiseren, wordt in 2023 gecontinueerd. Op deze manier gaat SVHW kostenefficiënt om met publieke middelen. Bovendien kunnen de kantoren hierdoor in de richting van strategische leveranciers en overheidsorganisaties hun belangen bij ontwikkelingen beter vertegenwoordigen. Aangezien SVHW niet het enige belastingkantoor is, dat te maken heeft met de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de daarvoor benodigde extra inspanningen, heeft SVHW eind Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 25 van 32

Kadernota 2024 2021 verkennende gespreken met twee andere belastingkantoren geïnitieerd om te inventariseren of er mogelijkheden zijn om op het gebied van de ondersteunende processen en ICT meer samen te werken. De bedoeling is hierbij om te inventariseren of door samenwerking de kwetsbaarheid kan worden verminderd en kosten kunnen worden bespaard. In deze kadernota zijn eventuele effecten niet verwerkt.

3.10.4

Organisatie / ISAE-3402

Organisatie In 2021 zijn de operationele afdelingen van SVHW (Vastgoedinformatie, Heffingen en Invordering) van een traditionele lijnorganisatie omgevormd naar een proces georiënteerde organisatie waarbij procesteams (zelforganiserende teams) onder regie van een proceseigenaar verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en de verbetering van processen. De operationele processen zijn gegroepeerd in twee domeinen: Productie en Dienstverlening met aan het hoofd een domeinmanager, die verantwoordelijk is voor het binnen MT-verband stellen van kaders voor de procesuitvoering en het faciliteren van de procesteams. In het 3e kwartaal 2022 is een begin gemaakt met het omvormen van de ondersteunende functies. Dit proces zal naar verwachting in het 1e half jaar 2023 zijn afgerond. Hiermee is de overgang de overgang naar een procesgerichte organisatie met zelforganiserende teams afgerond. Een organisatie, die zoveel mogelijk geautomatiseerd/gedigitaliseerd is en goed kan inspelen op de snel veranderende externe omstandigheden. 2024 staat in het teken van de consolidatie van de doorgevoerde wijzigingen en verdere optimalisaties van processen en de organisatie. ISAE-3402 ISAE-3402 is een internationale standaard, die zekerheid geeft over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de interne beheersing van de primaire processen van de financiële rapportages.

Een certificaat geeft aan dat SVHW als serviceorganisatie voor haar deelnemers in control is. In 2022 is SVHW er niet in geslaagd om fase één van de ISAE-3402 certificering geheel afgerond te hebben. SVHW heeft prioriteit gegeven aan de uitbouw van de verbijzonderde interne controle en het treffen van aanvullende maatregelen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast hebben de eerder genoemde operationele druk, de organisatie ontwikkeling, de toetreding van de gemeente Ridderkerk en de herindeling van de gemeente Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne er toe geleid, dat er geen capaciteit meer beschikbaar was voor het afronden van fase één van de ISAE-3402 certificering. De afronding van fase één wordt nu direct na de aanslagoplegging in 2023 opgepakt en SVHW streeft er naar om fase twee van ISAE-3402 certificering nog in 2023 of zo vroeg mogelijk in 2024 gerealiseerd te hebben. In 2024 treedt dan aansluitend de beheerfase in, waarbij eventuele verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de processen worden doorgevoerd.

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 26 van 32

Kadernota 2024

3.10.5

Personeel

De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat steeds meer het uitvoerend werk overnemen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan. In lijn met de ontwikkeling van de organisatie wordt van de SVHW medewerkers gevraagd om flexibel en proactief te zijn en goed in het snel oppakken van nieuwe zaken. Ze komen samen met de deelnemers tot oplossingen en kijken hierbij over de grenzen van eigen afdeling en SVHW heen. De competenties zijn onder andere: communicatief vermogen, adviesvaardigheid, procesgericht werken en analytisch vermogen. Een zogenaamde ‘Belasting Ambtenaar van de toekomst’. Met grote regelmaat geeft SVHW zowel mondeling (personeelsbijeenkomsten, afdelingsoverleg, individueel overleg) als via Intranet al aandacht aan het thema duurzame inzetbaarheid. Dit om het bewustzijn te creëren bij de medewerkers, dat zij in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en hun toekomstige inzetbaarheid bij SVHW. Om te kunnen voldoen aan het competentieprofiel ‘Belasting Ambtenaar van toekomst’ zullen medewerkers zich moeten blijven ontwikkelen.

Opleidingen zijn hierbij essentieel en het volgen daarvan wordt steeds minder vrijblijvend. SVHW biedt als generieke voorziening online trainingen aan de medewerkers aan en stimuleert de medewerkers tot het volgen van opleidingen. Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en moet erop toegerust zijn om de nieuwe competenties tot zijn recht te laten komen en te stimuleren. Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft hiermee de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. De overblijvende taken vragen een ander en vaak hoger werk- en denkniveau. SVHW verwacht dat hierdoor aanvullend zal moeten worden ingezet voor scholing, uitstroom en -gelet op de krapte op de arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel- de vaak lastig te realiseren instroom.

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 27 van 32

Kadernota 2024

Financiële Kaders 4.1

Inleiding

Zoals in paragraaf 1.1 vermeld wordt in de Kadernota 2024 volstaan met financiële kaders in plaats van uitgewerkte financiële paragraaf. Daarnaast wordt er in deze kadernota er van uitgegaan dat er in 2023 een begrotingswijzing is vastgesteld.

4.2

Begrotingswijziging 2023

Bij de behandeling van de jaarrekening 2022 in april 2023 bestaat er meer inzicht in de daadwerkelijke kosten in het boekjaar 2022. Op basis hiervan wordt de definitieve begrotingswijziging 2023 voorgesteld. In de begrotingswijzing 2023 is een stijging van de personele – en materiele kosten opgenomen als gevolg van hogere indexering dan begroot. Daarnaast zal in de begrotingswijziging 2023 de toetreding van de gemeente Ridderkerk worden verwerkt. Het effect van de toetreding van de gemeente Ridderkerk wordt in deze Kadernota kostenneutraal verwerkt. Bij de definitieve uitwerking van de begrotingswijziging 2023 wordt inzichtelijk wat het effect is van de toetreding van de gemeente Ridderkerk. In de begrotingswijzing 2023 is een stijging van de personele kosten opgenomen. Door hogere salariskosten als gevolg van een cao stijging in 2022 en 2023 zijn de personele kosten te laag geïndexeerd (op 2 december 2022 is er een onderhandelingsresultaat bereikt over de cao ‘Werken voor Waterschappen 2023’). De totale aanvullende indexering van de personele kosten over 2022 en 2023 bedraagt 521.000 euro en is als volgt opgebouwd: Berekening personele kosten Salarissen, sociale lasten en toelagen begroting 2023 Cao stijging 2022: 3,75% minus 1% reeds geindexeerd

€ €

6.018.000 165.495

Personele kosten 2023 geindexeerd tm 2022

€

6.183.495

Indexering personele kosten 2023: 6,75% minus 1% reeds geindexeerd Begrote personele kosten 2023

355.551 €

6.539.046

De materiële kosten in de primaire begroting 2023 zijn geïndexeerd met 2,7% op basis van de Consumenten Prijsindex (CPI) 2021. Door een sterke toename van de inflatie in 2022 zijn de materiele kosten in 2023 te laag geïndexeerd. De totale aanvullende indexatie van deze kosten over 2022 en 2023 bedraagt 696.000 euro en is als volgt opgebouwd:

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 28 van 32

Kadernota 2024 Berekening materiële kosten Totaal lasten begroting 2023

€

Af: Incidentele kosten begroting 2023 Salarissen, sociale lasten en toelagen Gedekt uit reserve Kapitaallasten Onvoorzien Vergoedingen niet onderhevig aan indexering (thuiswerkvergoeding, woon-werk en verg eigen auto)

€

14.387.000

-6.018.000 -330.000 -50.000 -179.000 -6.577.000

Gecorrigeerde materiele kosten 2023

7.810.000

Prijsindex 2022: 9,9% minus reeds doorgerekend 2,7% Lasten nog te verwerken in 1e begrotingswijziging 2023

562.320 -

Materiele kosten 2023 geindexeerd tm 2022

€

8.372.320

Indexering materiele kosten 2023: 2,6% minus reeds doorgerekend 1%

€

133.957

Begrote materiele kosten 2023

€

8.506.277

Door bovenstaande ontwikkelingen bedraagt het verwachte totaal van de 1e begrotingswijziging 2023 1.217.000 euro.

4.3

Autonome ontwikkelingen

In relatie tot de huidige actualiteit (is gekeken of de huidige manier van indexering nog passend is. In lijn met de notitie ‘Structurele indexering begroting SVHW zijn bij de berekening de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Voor de indexering van de materiële kosten wordt de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex toegepast volgens de septembercirculaire. Het indexeringspercentage in de begroting 2024 bedraagt 2,4 procent ;

•

Voor de indexering van de personele kosten wordt de door het Centraal Bureau voor de Statistiek gepubliceerde loonvoet toegepast volgens de septembercirculaire. Het indexeringspercentage in de begroting 2024 bedraagt 4,2 procent;

•

De personele en materiële kosten in de meerjarenbegroting worden geïndexeerd met 1 procent.

4.4

Algemene financiële kaders

Voor de samenstelling van de Begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2024-2027 worden naast de hierboven vermelde autonome ontwikkelingen de volgende kaders en uitgangspunten geformuleerd: •

Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten;

•

De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder andere aandacht voor: -

Overzicht van incidentele baten en lasten;

-

Specificatie van baten en lasten per programma;

-

(Prestatie) indicatoren;

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 29 van 32

Kadernota 2024

•

-

Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen;

-

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. In de begroting 2024 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven.

4.5

Financieel technische uitgangspunten

Bij het opstellen van de Begroting 2024 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2023 gehanteerd daarbij rekening houdend met de begrotingswijziging 2023 en de werkelijke lasten over het boekjaar 2022;

•

De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in de paragraaf ‘Autonome ontwikkelingen’;

•

In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging van 1procent.

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 30 van 32

Kadernota 2024

4.6 4.6.1

Financieel perspectief 2024-2028 Overzicht

Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2023. De 1e begrotingswijzing in 2023 is in het overzicht verwerkt. Bedragen x 1.000 euro

Kosten Lasten primaire begroting 1e begrotingswijziging Personele kosten CAO 2022 1e begrotingswijziging Materiele kosten indexering 2022 1e begrotingswijziging Materiele kosten kosten gedekt uit reserve Lasten begroting na wijziging

2023 14.387 165 562 0

2024 15.604

2025 16.083

2026 16.238

2027 16.395

2028 16.554

15.115

15.604

16.083

16.238

16.395

16.554

356 134

275 204

68 87

69 88

70 89

70 90

Totaal lasten

15.604

16.083

16.238

16.395

16.554

16.713

Baten Deelnemersbijdrage primair Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering Totale deelnemersbijdrage Opbrengst invorderingskosten (primair) Overige opbrengst (primair)

2023 11.827 1.217 13.044 2.550 10

2024 13.044 479 13.523 2.550 10

2025 13.523 155 13.678 2.550 10

2026 13.678 157 13.835 2.550 10

2027 13.835 158 13.994 2.550 10

2028 13.994 160 14.153 2.550 10

Totaal baten

15.604

16.083

16.238

16.395

16.554

16.713

0

0

0

0

0

0

indexering personele kosten indexering materiele kosten

Resultaat boekjaar

4.6.2

Nog uit te werken posten

De ontwikkelingen zoals geschetst in paragraaf 3 worden vrijwel geheel opgevangen binnen de exploitatie. SVHW zal echter in de Begroting 2024 de volgende posten nog nader uitwerken en de eventuele financiële consequenties opnemen, waarbij zoveel mogelijk wordt gekeken naar interne dekking of dekking door volume toename (aantal WOZ-objecten, aantal gewogen aanslagregels): •

De formatie in het WOZ-domein in verband met het toenemende aantal WOZ-objecten;

•

De formatie in het Heffingen-domein in verband met de toename van het aantal deelnemers dat voor de afvalstoffenheffing Diftar hanteert;

4.6.3

Niet opgenomen (PM) posten

De volgende posten zijn niet opgenomen in de kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2023: •

Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten ten gevolge van de maatregelen op het gebied van maatschappelijk verantwoord invorderen;

•

De eventuele formatieve effecten tem gevolge van de ketensamenwerking voor de Samenhangende Objecten Registratie;

•

De effecten van de toetreding van een nieuwe deelnemer;

•

De effecten van de samenwerking tussen belastingkantoren.

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 31 van 32

Kadernota 2024

4.7

Ontwikkeling deelnemersbijdrage

In 2024 zou er spraken kunnen zijn van een toetreding van een nieuwe deelnemer. Hiermee is in de Kadernota 2024 geen rekening mee gehouden. Bij een eventuele toetreding van een nieuwe deelnemer zal een begrotingswijziging worden opgesteld. Op basis van het financiële perspectief hierboven is de ontwikkeling van de totale deelnemersbijdrage als volgt: Bedragen x 1.000 euro

Baten Totale deelnemersbijdrage

2023 13.044

2024 13.523

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 32 van 32

2025 13.678

2026 13.835

2027 13.994

2028 14.153

A.B. 23/16 AB Besluit: Kadernota 2024 Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW);

Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 8 februari 2023 (A.B. 23/14)

Besluit:

1.

2.

3.

In te stemmen met de Kadernota 2024;

In te stemmen met de daarin opgenomen kaders en uitgangspunten;

Het Dagelijks Bestuur opdracht te verstrekken om de Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2028 op te stellen binnen de kaders van deze nota.

Aldus vastgesteld op 8 februari 2023 in het Algemeen Bestuur SVHW.

Waarnemend directeur,

Voorzitter,

J. Melissant MBA

H.A.J. van der Drift

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3529/documents/29052