11. 2024-046147 Raadsvoorstel investeringskrediet voor het realiseren van flexwoningen.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: raadsvoorstel investeringskrediet voor het realiseren van flexwoningen Portefeuillehouder Mieke van Ginkel
College van burgemeester en wethouders 21 mei 2024
Zaaknummer 2024-046147
Openbaar
E-mailadres opsteller: j.wijnmalen@albrandswaard.nl
Geadviseerd besluit 1. Een investeringskrediet beschikbaar te stellen van maximaal € 5,3 miljoen voor het realiseren van ongeveer 70 flexwoningen op grond van de bijgevoegde businesscase ‘flexwoningen Achterdijk’ (bijlage 1) 2. De bestemmingsreserve ‘Opvang’ in te zetten als dekking voor het onder punt 1 genoemde investeringskrediet.
Raadsvoorstel Inleiding Ook Albrandswaard heeft een opgave in het kader van het vergroten van de woningvoorraad. Immers de druk op de sociale woningmarkt is onverminderd groot. U heeft de afgelopen tijd dan ook verschillende besluiten genomen voor het realiseren van nieuwbouw. Door dit voorstel aan u voor te leggen wordt nog een belangrijke stap gezet in het verminderen van die druk op onze lokale woningmarkt. Bij een positief besluit van de gemeenteraad investeert Albrandswaard € 5,3 miljoen voor de realisatie van flexwoningen aan de locatie Achterdijk. Het gaat om 70 woningen van hoge kwaliteit, ruimtelijk goed ingepast die aan een mix van doelgroepen kunnen worden toegewezen. Wij kiezen ervoor deze woningen in eerste instantie toe te wijzen aan statushouders, die Albrandswaard vanwege de wettelijke taakstelling moet huisvesten. Hierdoor ontstaat doorstroming in de bestaande lokale woningvoorraad. Andere doelgroepen, zoals starters en ouderen, hebben daardoor een grotere kans op een woning in hun eigen gemeente. Onder bepaalde voorwaarden is het ook mogelijk om de spoedzoekers die het nu extra zwaar hebben op de woningmarkt een woning toe te wijzen. Wij brengen de keuzes die wij maken in het kader van het huisvesten van de verschillende doelgroepen ook in bij de Regionale Regietafel (Rotterdam-Rijnmond).
Dit is het overlegorgaan waar 13 gemeenten afspraken maken over de huisvesting van statushouders en over de opvang van Oekraïners en asielzoekers. Met de vorming van een nieuw kabinet staat de Spreidingswet onder druk, maar dit heeft geen gevolgen voor het voorstel dat wij nu aan u voorleggen. Locatie Achterdijk De locatie aan de Achterdijk in Rhoon biedt concrete mogelijkheden om in de 2e helft van 2025 flexwoningen te realiseren. Het gaat om een locatie die omsloten wordt door de metrobaan, de Groene Kruisweg en voornamelijk bedrijven. De eerste invulling van deze locatie is opgenomen in de bijgevoegde ‘stedenbouwkundige verkenning Achterdijk’ (bijlage 2). Om in de 2e helft van 2025 flexwoningen te kunnen realiseren aan de Achterdijk, heeft het college voorbereidingen getroffen. Op het moment van het indienen van dit raadsvoorstel is er principe overeenstemming bereikt over grondgebruik met de eigenaar van de locatie. Dit uiteraard onder het voorbehoud van uw besluit om de benodigde financiële middelen ter beschikking te stellen. Ook het overleg met de provincie is opgestart. De locatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied en daarom is medewerking van de provincie nodig. Aanleiding raadsvoorstel Om flexwoningen te kunnen realiseren is een investeringskrediet nodig. Met dit voorstel vragen wij u daarover een besluit te nemen.
Tegelijk met het indienen van dit raadsvoorstel hebben wij de direct omwonenden van de Achterdijk geïnformeerd over het realiseren van flexwoningen op deze locatie. Omwonenden hebben persoonlijk een brief uitgereikt gekregen (zie hiervoor bijlage 3 ). In de brief nodigt de gemeente de omwonenden ook uit voor een gesprek. Beoogd effect Het realiseren van sociale woningen in de vorm van flexwoningen aan de Achterdijk in Rhoon om de doorstroming op de woningmarkt op gang te brengen. Argumenten 1.1 Het toevoegen van sociale woningen in de vorm van flexwoningen zorgt voor doorstroming op de woningmarkt. Door deze woningen in te zetten voor een mix van statushouders en spoedzoekers, hebben andere woningzoekenden, zoals starters en ouderen een grotere kans op een passende woning in de bestaande sociale voorraad in Albrandswaard. De huisvesting van statushouders en spoedzoekers moet worden bekostigd uit de reguliere begroting van Albrandswaard. De gemeente ontvangt hiervoor geen (extra) financiële middelen van andere overheden, waardoor een budget neutrale businesscase niet haalbaar is gebleken. Wij stellen u dan
2/5
ook voor een investeringskrediet van maximaal € 5,3 miljoen ter beschikking te stellen. Voor de verdere onderbouwing verwijzen wij u naar het kopje ‘financiën’. 2.1 De bestemmingsreserve ‘Opvang’ kan vrij worden besteed. De bestemmingsreserve ‘Opvang’ bedraagt op dit moment op dit moment € 1.195.764,- en kan vrij worden besteed. Daaronder valt dus ook het realiseren van flexwoningen voor statushouders en spoedzoekers. In de jaarrekening 2023 hebben wij u voorgesteld een bedrag van € 2.706.300,- aan de reserve ‘Opvang’ toe te voegen. Het dan nog resterende benodigde bedrag verwachten wij in 2024 over te houden van de rijksgelden voor de Opvang van Oekraïners. Wij stellen u dan ook voor de bestemmingsreserve ‘Opvang’ in te zetten voor de dekking van het investeringskrediet van maximaal € 5,3 miljoen. Overleg gevoerd met Wooncompas als woordvoerder van de woningcorporaties die voor Albrandswaard werken. Kanttekeningen 1.1 Flexwoningen zijn noodzakelijk voor het huisvesten van statushouders in Albrandswaard Albrandswaard staat sinds begin 2024 op trede 2a van het provinciale toezicht, omdat de taakstelling van 2023 niet geheel is behaald. De taakstelling voor het huisvesten van statushouders kan in 2024 e.v. niet worden voldaan binnen de bestaande sociale woningvoorraad. De taakstelling is daarvoor te groot in verhouding tot het aantal per jaar vrijkomende woningen.
Als de gemeente geen flexwoningen realiseert, betekent dit dat de provincie uiteindelijk maatregelen neemt voor de huisvesting van statushouders op kosten van de gemeente. De gemeente heeft dan geen invloed meer op de manier waarop de huisvesting wordt gerealiseerd en op de kosten daarvan. Uitvoering/vervolgstappen Nadat u het investeringskrediet ter beschikking heeft gesteld, wordt de rest van 2024 gebruikt voor het sluiten van een overeenkomst met de eigenaar van de grond, het verrichten van de benodigde onderzoeken en verdere afstemming met de provincie. In de 1e helft van 2025 worden de ruimtelijke procedures doorlopen. Deze procedures gaan niet sneller dan anders. Snelheid zit alleen in het feit dat de beroepsprocedure korter is. De daadwerkelijke plaatsing van de flexwoningen is gepland voor de 2e helft van 2025. Financiën Voor de onderbouwing van het investeringskrediet is in een geheime bijlage de ‘businesscase flexwoningen Achterdijk’ toegevoegd aan dit voorstel (bijlage 1).
Op een hoofdlijn bestaat het investeringskrediet uit: • Inrichten gebied 1.250.000 • Bijdrage vastgoed 2.787.110 • Bijdrage einde looptijd 875.000 Hierbij zijn de belangrijkste uitgangspunten: • het realiseren van ongeveer 70 flexwoningen aan de Achterdijk in Rhoon • voor de flexwoningen een exploitatietermijn van 15 jaar aanhouden op basis van de huidige wetgeving • rekening houden met de omstandigheid dat het Rijk op grond van de nu geldende regeling na afloop van de exploitatieperiode 60% van de restwaarde voor haar rekening neemt • beheer en exploitatie plaats laten vinden door de voor Albrandswaard werkende woningcorporaties op basis van het Verhuurbesluit Specifieke Groepen dat op 1 juli 2024 in werking gaat, met als doel dat alle flexwoningen kunnen worden toegewezen aan een mix van statushouders en spoedzoekers, die voor een sociale huurwoning in aanmerking komen • de te realiseren flexwoningen sober en doelmatig uit te voeren Naast het investeringskrediet worden voor het onderzoek van de locatie Achterdijk kosten verwacht van € 350.000,-. Deze onderzoekskosten, die gedeeltelijk al zijn gemaakt in de voorbereiding van het raadsvoorstel (bijvoorbeeld voor het opstellen van de bijlagen), kunnen ten laste worden gebracht van
3/5
de rijksmiddelen opvang Oekraïners in het lopende exploitatiejaar 2024. Ook hier is sprake van vrij besteedbare middelen die mogen worden aangewend voor dit doel. Het totaal te investeren bedrag bedraagt: €5.262.110,Tot slot worden de grondkosten (pacht) van de locatie vanaf 2025 opgenomen in de reguliere begroting.
Inclusiviteitstoets n.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming Tegelijk met het indienen van dit raadsvoorstel hebben wij de direct omwonenden van de Achterdijk geïnformeerd over het realiseren van flexwoningen op deze locatie. Persoonlijk is aan omwonenden een brief uitgereikt (zie hiervoor bijlage 3 ). In de brief nodigt de gemeente de omwonenden ook uit voor een gesprek. Het voorliggende voorstel is een voorstel op hoofdlijnen. De verdere uitwerking zal plaatsvinden met de omwonenden. Voor een Q en A met de meest gestelde vragen verwijzen wij u naar de website van de gemeente: www.albrandswaard.nl/flexwoningen-vragen
Bijlagen 1. GEHEIME Bijlage 1 Businesscase tijdelijke huisvesting Albrandswaard-.pdf 2. Bijlage 2 Stedenbouwkundige verkenning - Flexwonen - Kleidijk Achterdijk.pdf 3. Bijlage 3 Bewonersbrief Achterdijk-Kleidijk.docx
4/5
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: raadsvoorstel investeringskrediet voor het realiseren van flexwoningen
Zaaknummer:
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 21 mei 2024,
BESLUIT: 1. Een investeringskrediet beschikbaar te stellen van maximaal € 5,3 miljoen voor het realiseren van ongeveer 70 flexwoningen op grond van de bijgevoegde businesscase ‘flexwoningen Achterdijk’ (bijlage 1)
2. De bestemmingsreserve ‘Opvang’ in te zetten als dekking voor het onder punt 1 genoemde investeringskrediet.
5/5
GROEIDOCUMENT Stedenbouwkundige verkenning & uitgangspunten Flexwonen Kleidijk - Achterdijk 22-05-2024
C Referentie Hodes Huisvesting
C N O
T P E
2
Inhoudsopgave Vraag
5
Analyse locatie
6
Omgevingsplan Beeldkwaliteitsplan Knelpunten - Geluid - Buiten BSD gebied -Veiligheidszone leiding
14 16 18
Referentiebeelden Flexwonen Voorbeeldwoning 20m2
20 22
Afmeting locatie
24
Proefverkavelingen - Rij - Hof - Blok
25
Bijlagen - Structuurvisie Albrandswaard (2012) - Welstandsnota (2010)
28 29 30
3
4
Vraag - 70 kleine appartementen - Fietsenstalling - Wasmachineruimte - 0,7 parkeerplaatsen (tabel provincie sociale woningbouw): 50pp - Speel-/trapveldje
5
Analyse locatie - Ligging
Haven van Rotterdam Europoort, Waal-/Eemhaven
Rhoon centrum voorzieningen 1,8 km - 24 min lopen
Groene Kruisweg N492 Metrostation Rhoon 1,3 km - 17 min lopen
6
Onderzoekslocatie Flexwonen
Bushalte Achterdijk 0,5 km - 7 min lopen
Spoor Betuwelijn A15
Titel
Locatie Subtitel Legenda
Luchtfoto 2023 Red: Red
Green: Gree
Ce nt ra a
eA kke rs -
n szo eid
e
s Ka
an av r a /c
ne zo gs
Ro �e rd am
g in vin ge et W
g
n lli a st
h ilig Ve
Me tro lijn D
id fle to ds an Br
gR
-
m
ht
sie
n di n bi er v ts Fie
on o h
a rd e � Ro
c re d n Pe
n fe De
l
Blue: Blue
N
7 Auteur: Aut GeoWeb versie 5.1 Copyright © 2016 Esri Nederland B.V., Sweco
Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend © 2016 Alle rechten voorbehouden
Datum: 28Schaal: 1:1,
Vogelvlucht vanuit zuid
8
Vogelvlucht vanuit west
9
Vogelvlucht vanuit noord
10
Vogelvlucht vanuit oost
11
Vanaf straatniveau
12
13
Naam overheid: Type plan: Planidn: Dossierstatus:
Gemeente Albrandswaard bestemmingsplan NL.IMRO.0613.BPGrKrwegMetro-VST1 geheel onherroepelijk in werking
IMRO-versie: Plan datum: Planstatus:
IMRO2008 2011-06-27 vastgesteld
Omgevingsplan Albrandswaard - Groene Kruisweg / Metrobaan
Op de locatie ligt: Enkelbestemming Groen Dubbelbestemming Waarde – Archeologie -2 Gebiedsaanduiding geluidzone – industrie Gebiedsaanduiding veiligheidszone - leiding Gebiedsaanduiding wro-zone – wijzigingsgebied 8
14
Groen
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: groen, water, voet- en fietspaden, perceelsontsluitingswegen, speelvoorzieningen, straatmeubilair en nutsvoorzieningen. Bouwregels Ten aanzien van de bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a.geen gebouwen mogen worden gebouwd met uitzondering van straatmeubilair; b.de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5 m.
Waarde- Archeologie
De voor ‘Waarde - Archeologie t/m 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen, onder de voorwaarde, dat de archeologische waarden niet worden geschaad.
Aan een omgevingsvergunning kunnen in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a.de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b.de verplichting tot het doen van archeologisch (voor)onderzoek; c.de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een door de gemeente aan te wijzen op archeologisch gebied deskundige.
Veiligheidszone - leiding
Ten aanzien van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘veiligheidszone-leiding’ geldt dat: a.geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd; b.burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde onder a ten behoeve van het toelaten van beperkt kwetsbare objecten mits sprake is van gewichtige redenen; c.alvorens van een omgevingsvergunning wordt afgeweken vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.
Geluid
De bouw van geluidsgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone-industrie is uitsluitend toegestaan indien voldaan kan worden aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen.
15
Beeldkwaliteitsplan Vensters Groene Kruisweg - Metrobaan (2013)
16
17
Knelpunten Geluid
De locatie ligt in vele geluidszones. Zo is er geluidshinder te verwachten vanuit de (haven)industrie, het spoor (Betuwelijn), de metro, de snelweg (A15) en de provinciale weg (Groene Kruisweg N492). De woningen moeten voldoen aan de vereisten uit de wet geluidshinder en het gemeentelijk beleid over geluid. De binnenwaarden van de woningen moeten een 35 dBa garanderen in het kader van een goed woon- en leefklimaat. Er zal een MER opgesteld moeten worden om de juiste geluidswaarden voor de locatie en de te treffen maatregelen inzichtelijk te krijgen.
Kaart van RIVM - geluidshinder sporen en wegen
18
Kaart van DCMR (Milieudienst Rijnmond) - geluidshinder omgeving
Buiten BSD gebied
De locatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat er overleg zal moeten plaatsvinden met de Provincie. Zij moeten goedkeuring geven. Zij zien dit gebied als groene buffer tussen Rhoon en Rotterdam. Mogelijk moet er compensatie plaatsvinden.
Veiligheidszone leiding
Nabij de locatie ligt van Defensie een brandstofleiding. Hierbij hoort een plofzone die vrij gehouden moet worden. Er is wel mogelijkheid om in deze zone te parkeren of spelen, mits je snel van het terrein af kunt komen en jezelf in veiligheid kunt brengen.
In het beeldkwaliteitsplan is rekening gehouden met het landschap als groene buffer. Het ‘bos’ doorlaten lopen op het kavel en de leidingenstrook open houden met laag groen is een richting voor het inpassen van de woningen.
Titel
Luchtfoto met locatie brandstofleiding en veiligheidszone
Ce nt ra a
eA kke rs -
n szo eid e
s Ka
va ra a /c
ne zo gs
Ro �e rd am
g in vin ge et W
g
n lli ta s n
h ilig Ve
Me tro lijn D
id fle to ds an Br
gR
-
m
ht
sie
t Fie
n di in b er sv
on ho
a rd e � Ro
ec dr n Pe
n fe De
l
Subtitel Groene Kruisweg - Metrobaan Afbeelding uit Beeldkwaliteitsplan Vensters
19
Referentiebeelden Flexwonen
Alle referenties zijn van Hodes Huisvesting
20
21
Voorbeeldwoning 20 m2
22
23
Afmeting locatie
2m
5 a.
c 5m
3 a.
c 2
p
op
24
9
.5
ca
m 35
5m
ca
7 .1
Proefverkaling - Rij
25
Proefverkaling - Hof
26
Proefverkaling - Blok
27
Bijlagen
28
Structuurvisie Albrandswaard (2012) Programma 10 groene entree Rhoon-Oost De entree vanaf Rotterdam geeft nu een rommelig beeld met woningen, vervallen kassen en bedrijven. De groene entree Rhoon-Oost - het gebied op het snijpunt van de zone Groene Kruisweg-metro en de dorpsrand van Rhoon - wordt verfraaid door een mooie dorpsrand te realiseren. Ten zuiden van de Groene Kruisweg is een venster naar het open landschap. De gehele zone tussen de Groene Kruisweg en de metro wordt getransformeerd naar ‘kantoorvilla’s in een groen decor’. De zone tussen de Groene Kruisweg en de metro wordt bij de Groene entree benut voor een bedrijvencluster die de lifestyle ‘Proef Albrandswaard’ uitdragen, wat staat voor duurzaam, biologisch, dorps en exclusief. Ten noorden van de metrobaan wordt de Groene Entree gecomplementeerd door het ‘Cluster Tuin & Buitenleven’ rond Intratuin en de Plantenhal, dat gerealiseerd wordt tegen de achtergrond van de zone het Bos & Buitenplaatsen. Onder de voorwaarde dat de detailhandel in de centra van Rhoon en Poortugaal hier geen hinder van ondervinden, kan het ‘Cluster Tuin & Buitenleven’ zich verder toeleggen op de verkoop van streekproducten aan de passanten via de Groene Kruisweg en de A15. De zone Groene Kruisweg dient daartoe ingericht te worden als een etalage, die de passanten bij de Groene entree Rhoon Oost naar binnen trekt.
29
Welstandsnota (2010) Groengebieden (G-gebieden)
G6 Buitengebied
Welstandseenheden In de gemeente Albrandswaard kan onderscheid worden gemaakt in verschillende verschijningsvormen van de groengebieden. 1. Duidelijke relatie met de cultuurhistorie (G1). De groene gebieden met een duidelijke relatie met de cultuurhistorie zijn over het algemeen delen van landgoederen, kastelen of oude begraafplaatsen. 2. Parken en begraafplaatsen (G2). Verspreid over de kern komen parken en begraafplaatsen voor. Deze gebieden zijn planmatig aangelegd en zorgen voor het ‘groene’ gezicht van een gebied. 3. Sportterreinen (G3). Deze gebieden zijn planmatig aangelegd. De gebieden hebben vooral een recreatieve functie en zorgen voor het ‘groene’ gezicht van een gebied. 4. Grootschalige bebouwingscomplexen en instituten in een groene omgeving (G4). Deze gebieden zijn planmatig aangelegd en zijn doorgaans grootschalig van opzet. 5. Recreatieve havengebieden en overige extensieve recreatiegebieden (G5). Recreatiehavens zijn planmatig aangelegde terreinen. De extensieve recreatiegebieden zijn veelal natuurlijk ontstaan en worden beheerd door de gemeente. De gebieden zijn bedoeld voor extensieve (verblijfs)recreatie met de daarbij behorende voorzieningen. 6. Landschappelijke ondergrond (G6).
G6.1 Kleipolderlandschap
Naast stedelijk bebouwing komen in en buiten de kernen van Albrandswaard gebieden voor met een groen karakter. Deze groengebieden hebben elk een eigen functie en invulling.
In het buitengebied van de gemeente Albrandswaard komt slechts één landschapstypen voor: het kleipolderlandschap. Dit landschapstype heeft zijn eigen kenmerkende bodemsamenstelling en beplanting.
Het buitengebied van Albrandswaard bestaat nagenoeg geheel uit kleipolderlandschap. Het kleipolderlandschap is ontstaan uit een lappendeken van slikken, gorzen en veeneilanden. Rond de 12de en 13de eeuw begon men het land te cultiveren door ontginning en bedijking. Op deze wijze zijn de eerste polders ontstaan. In de loop van de eeuwen zijn verschillende van deze ‘eilandjes’ (polders) aan elkaar gegroeid tot een grote polder. Het land is door de eeuwen heen nog een aantal malen overstroomd, waardoor er sprake is van een veengrond met een kleilaag daar overheen. De dikte van de kleilaag wisselt en heeft te maken met de ouderdom van de dijk: hoe jonger de bedijking, hoe dikker de kleiafzetting. Deze verschillen in de bodemopbouw komen niet zichtbaar tot uiting in de landschappelijke opbouw en de beplanting. Het landschap kenmerkt zich nu nog door slingerende dijken die door een regelmatig en blokvormig verkavelings- en wegenpatroon lopen. Typerend voor het gebied is het open weidelandschap met ringdijken. Door middel van het graven van sloten werd het land ontgonnen. Bij de ontginning zijn de sloten loodrecht op de rivieren en wegen gegraven. Hierdoor zijn langgerekte linten gevormd met een verkavelingspatroon loodrecht op de weg. Daar waar de ontginning gebeurde vanaf de ringdijk kreeg de verkaveling een enigszins gerend patroon.
Door deze structuur zijn de, voor Albrandswaard, kenmerkende polders ontstaan, onder andere de Zegenpolder, de Portlandpolder, Polder het Buitenland van Rhoon, Polder het Binnenland van Rhoon, Polder Land van Poortugaal, Zwaardijk en de Polder van Albrandswaard. De bebouwing bestaat voornamelijk uit (voormalige) agrarische bebouwing. Deze bebouwing bestaat uit één tot 2 lagen met een kap. Zie hiervoor verder het themablad ‘agrarische bebouwing’ en/of ‘historische boerderijen en erven’ in hoofdstuk 6 van deze nota. Welstandsniveau Voor deze gebieden is het BASIS niveau van welstand van toepassing. De waarde van de bebouwing in het buitengebied is, buiten de linten, beperkt. De bouwopgaven beperken zich veelal tot kleine bouwwerken.
30
Criteria Voor het buitengebied (G6) gelden aparte criteria. In onderstaand schema zijn deze gebiedsgerichte criteria aangegeven. De criteria bestaan uit harde randvoorwaarden voor toekomstige bouwinitiatieven aangevuld met aanbevelingen. Deze zijn in het schema gescheiden en staan respectievelijk boven en onder de stippellijn. De gebiedsbeschrijving is bedoeld als inspiratie voor (ver)nieuwbouw. Specifieke welstandscriteria voor bouwen in het Buitengebied - G6 Deze tabel geldt voor her- en verbouw van verschillende type bebouwing in het landschap. Specifieke aandachtspunten hierbij zijn de plaatsing van de gebouwen op het perceel, de relatie met het landschap en de relatie met de oorspronkelijke agrarische functie van het buitengebied. Er zijn drie typen (hoofd)bouwmassa’s in het gebied te onderscheiden: • Type A: kleinere staaf- en blokvormige bouwmassa’s met een niet-agrarische functie. • Type B: staafvormige boerderijachtige bouwmassa’s. Voor recreatiewoningen in het buitengebied gelden afzonderlijke welstandscriteria. Onderstaand schema geeft de criteria per type aan.
Type A
Situering van het bouwwerk • Nieuwbouw dient binnen het bestaande bebouwingspatroon te passen; • Bij de situering van complexen en woongebouwen moet aansluiting worden gezocht bij de structuurlijnen in het landschap. Hoofdvormen van het bouwwerk • Enkelvoudige bebouwingsmassa’s met duidelijke kappen; • Elke bouwmassa kent zijn eigen karakteristiek, maar past bij de bouwmassa’s in de omgeving; • De bouwhoogte is aangepast en past in het landschap: toepassen van 1 tot 1,5 bouwlaag met kap wordt aanbevolen; • Hoofdvorm: zadeldak. Gevelaanzichten van het bouwwerk • in de bestaande gevels domineert de traditionele indeling waarbij de gevelopeningen verticaal gericht zijn; • nieuwe invullingen kunnen modern, mits ze respect tonen voor de bestaande of omliggende kwaliteiten ingepast worden. Materialisatie en detaillering van het bouwwerk • De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek van het landschap; • daken: (gebakken) pannen of (natuurlijk) riet; • gevels: baksteen of hout; • accenten: natuursteen, pleisterwerk. • bij detaillering streven naar handhaving van de fijne en ambachtelijke onderdelen. • Het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen wordt aanbevolen.
31
Type B
Situering van het bouwwerk • Specifiek voor het agrarisch bedrijf is de clustering van meerdere gebouwen (woonhuis, stal, loodsen) op een perceel. De positionering van deze gebouwen ten opzichte van elkaar heeft vaak een bedrijfsmatige achtergrond maar is ook in de beleving van het complex een belangrijk aandachtspunt. Woonhuizen en -boerderijen in het buitengebied dienen deze karakteristiek te respecteren; • Nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen achter het bestaande hoofdgebouw situeren; • Bij de situering van complexen en woongebouwen moet aansluiting worden gezocht bij de structuurlijnen in het landschap. Hoofdvormen van het bouwwerk • vorm van de bouwmassa: liggende staafvormige bouwmassa’s, met lage goothoogte en forse, hoogoplopende kappen dienen ervoor te zorgen dat de gebouwen passen bij de cultuurhistorische karakteristiek van het landschap; • De bouwhoogte is aangepast en past in het landschap: toepassen van 1 tot 1,5 bouwlaag met kap wordt aanbevolen; • Hoofdvorm: zadeldak. Gevelaanzichten van het bouwwerk • Een agrarisch bedrijf heeft vanuit zijn bedrijfsvoering bouwwerken nodig. Deze gebouwen, opgebouwd vanuit hun functionele eisen, zijn in beeldkwalitatieve zin vaak niet bijzonder. Toch zijn silo’s, mestopslag, verwarmingsgebouwen voor kassen en stallen een essentieel onderdeel van het moderne agrarische landschap.
Om die reden moeten zij architectonisch niet verstopt of gecamoufleerd worden maar op een goede manier onderdeel uitmaken van het bestaande beeld; • De bebouwing heeft een duidelijke relatie met de oorspronkelijke agrarische functie van het landelijk gebied: dit uit zich in eenvoudige bouwvormen met kap (zie bij ‘hoofdbouwvorm’) en een duidelijke gevelindeling waarbij de boerderijtypen een duidelijke verwijzing hebben naar de karakteristiek van de historische boerderijen.
32
Materialisatie en detaillering van het bouwwerk • De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek van het landschap; • Het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen wordt aanbevolen
• • • • • •
Voor percelen gelegen binnen meerdere gebiedstypen geldt het gebiedstype waarbinnen de huisnummering van die percelen, zoals vastgelegd op de gemeentelijk huisnummerkaart, is gelegen. Ondergeschikte onderdelen van een totaal bouwplan, zoals aanbouwen of bijgebouwen, worden in één welstandstoets getoetst aan zowel de relevante gebiedsgerichte criteria als aan de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria. Zodra aan-, uitbouwen en niet-vrijstaande bijgebouwen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing met uitzondering van de maatvoeringseis ten aanzien van de bouwhoogte. Zodra vrijstaande bijgebouwen en overkappingen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing met uitzondering van de sneltoetscriteria ten aanzien van hoogte en oppervlakte. Zodra dakkapellen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing. Voor licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken in dit gebiedstype gelden de sneltoetscriteria, zoals opgenomen in hoofdstuk 7.
B3 Planmatig ontworpen werkgebieden
Werkgebieden zijn divers in schaal en vorm. Bedrijventerreinen worden gekenmerkt door een menging verschillende (bedrijfs)activiteiten (opslag, productie, overslag, kantoor etc.) en van wonen. De gebieden kennen vaak een weinig samenhangende architectuur. Welstandseenheden Werkgebieden zijn er in veel vormen en maten. In de gemeente Albrandswaard komt bedrijvigheid voor langs de grote infrastructurele assen, zoals de Groene Kruisweg, maar ook op kleinere locaties aan de rand van de kernen zoals het Spui of buiten alle kernen, zoals de specifieke situatie van de Defensie Oliecentrale. Het bedrijventerrein Overhoeken I+II in Rhoon is puur gericht op transport en distributie, dit in verband met de gunstige ligging nabij distripark Eemhaven en het industriegebied ten zuiden van Rotterdam. Via de Groene Kruisweg is ontsluiting eenvoudig mogelijk. Het gebied kenmerkt zich door grote hallen waar opslag plaatsvindt. De wegprofielen zijn breed, er dient voldoende ruimte te zijn voor de grootste vrachtwagens in hun soort. Vele bedrijven hebben opslag in de open lucht. Dit, in combinatie met grote stallingsruimten voor vrachtwagens levert vaak forse versteende vlaktes op. De hallen bestaan veelal uit geribbeld plaatmateriaal. De kantoren, ruimtelijk ondergeschikt aan de hallen, zijn veelal opgetrokken uit traditionele materialen zoals baksteen.
Op sommige plaatsen zijn de kantoren geïntegreerd in de bedrijfshal en zijn ze van buiten af niet te ervaren. De kleinere terreinen in de kern zijn veelal gemengd, afhankelijk van de ligging. Bij deze terreinen is door inbreiding en (ver)nieuwbouw de minste samenhang tussen architectuur en stedenbouw aan te treffen. In Poortugaal is de bedrijvigheid beperkt tot een smalle strook tussen de metrolijn en de Groene Kruisweg. Welstandsniveau Voor de werkgebieden geldt een BASIS niveau van welstand. De bedrijventerreinen kennen een relatief hoge dynamiek in de bouwopgave, maar kennen doorgaans een geringe mate van samenhang in vorm, kleur en detaillering, waardoor de criteria weinig toegespitst en uitgebreid zijn.
Criteria Voor de werkgebieden met weinig/geen samenhang tussen stedenbouw en architectuur (B3) gelden aparte criteria. In onderstaand schema zijn deze gebiedsgerichte criteria aangegeven. De criteria bestaan uit harde randvoorwaarden voor toekomstige bouwinitiatieven aangevuld met aanbevelingen. Deze zijn in het schema gescheiden en staan respectievelijk boven en onder de stippellijn. De gebiedsbeschrijving is bedoeld als inspiratie voor (ver)nieuwbouw. Gebiedsgerichte criteria voor planmatig ontworpen werkgebieden – B3 Specifieke aandachtspunten: • De uitstraling van de randen van het terrein. • Eenheid en samenhang tussen stedenbouwkundige opbouw en bebouwingskarakteristiek voor bedrijventerreinen met een grote mate van uniformiteit. • Architectonische aansluiting van de winkelpui en reclame op het oorspronkelijke pand. Situering van het bouwwerk • Aan de randen van de werkgebieden moet de situering van de gebouwen afgestemd worden op de aangrenzende en/of het landschap. • Bij de situering van gebouwen dient aansluiting te worden gezocht bij de karakteristieke uniforme opbouw van de werkgebieden. Hoofdvormen van het bouwwerk • Aan de randen van de werkgebieden moet bij bouwvormen rekening worden gehouden met de invloed van de bouwvormen op de aangrenzende gebieden en/of het landschap.
• Veranderingen en toevoegingen van nieuwe elementen dienen eenheid in en samenhang tussen de stedenbouwkundige opbouw van de werkgebieden te ondersteunen. Gevelaanzichten van het bouwwerk • Veranderingen en toevoegingen aan de gevelkarakteristiek dienen deze eenheid in en samenhang van de werkgebieden te ondersteunen.
33
Materialisatie en detaillering van het bouwwerk • Aan de randen van de werkgebieden moet bij het kleurgebruik rekening worden gehouden op de invloed op de aangrenzende gebieden en/of het landschap. • Gebruiken van kenmerkende materiaalkeuzen, vormen en details. • Reclame-uitingen kunnen een zwaar beslag leggen op het beeld van de gebouwen, de straatwand en dienen daarom bescheiden worden toegepast. Ondernemingsgericht kleurgebruik dient de lokale karakteristieken te respecteren. Om richting te geven aan de uitvoering van reclame heeft de gemeente Albrandswaard afzonderlijke richtlijnen geformuleerd. Deze richtlijnen zijn weergegeven in een themablad in hoofdstuk 6 van deze nota. • • • • • • •
34
Voor percelen gelegen binnen meerdere gebiedstypen geldt het gebiedstype waarbinnen de huisnummering van die percelen, zoals vastgelegd op de gemeentelijk huisnummerkaart, is gelegen. Ondergeschikte onderdelen van een totaal bouwplan, zoals aanbouwen of bijgebouwen, worden in één welstandstoets getoetst aan zowel de relevante gebiedsgerichte criteria als aan de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria. Zodra aan-, uitbouwen en niet-vrijstaande bijgebouwen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing met uitzondering van de maatvoeringseis ten aanzien van de bouwhoogte. Zodra vrijstaande bijgebouwen en overkappingen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing met uitzondering van de sneltoetscriteria ten aanzien van hoogte en oppervlakte. Zodra dakkapellen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing. Voor licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken in dit gebiedstype gelden de sneltoetscriteria, zoals opgenomen in hoofdstuk 7. Voor de (bedrijfs)woningen in deze gebieden gelden de criteria zoals opgenomen bij het gebiedstype W2 als welstandstoetsingscriteria.
W2 Individuele bouw
Gebiedsgerichte criteria voor individuele bouw – W2 Kenmerkend voor individuele bouw is het eigen, unieke uiterlijk van de vrijstaande panden. Specifieke, gebiedsgerichte aandachtspunten zijn: • Aansluiting bestaande rooilijn; • overwegend materiaalgebruik en kleurtoon in relatie tot omgeving en de kwaliteit van het (stads)landschap.
Welstandseenheden In de gemeente Albrandswaard zijn verschillende gebieden of straten te karakteriseren als gebieden met individuele woningbouw. Op de typologiekaart zijn deze met de codering W2 aangegeven. Individuele bouw bestaat uit veelal vrijstaande, gevarieerde gebouwen. De individueel ontworpen woningen in de woongebieden in Rhoon en Poortugaal kennen doorgaans een hoofdbouwmassa van één of twee bouwlagen met kap. In de loop der jaren zijn de invloeden van diverse stedenbouwkundige stromingen ook in deze vrije sectorwijken ingebracht. De gebieden met deze woningen komen veelal aan de rand van het dorp voor. Oudere W2-gebieden kunnen van oudsher aan de rand van het dorp gelegen hebben, maar kan door verdere uitbreidingen op dit moment in de kern liggen. Een voorbeeld hiervan is de J. Kooymanlaan en de G.E.C. Ribbiuslaan in Rhoon. Deze woningen zijn qua architectuur ook anders dan de woningen aan de rand van nieuwe uitbreidingen. In de wat oudere gebieden passen de woningen vaak nog in de architectuurstroming die op het moment van bouwen gebruikt werd. Bij de nieuwere woningen wordt er vaak gebouwd buiten bestaande architectuurstromingen. De zelfbouwers zijn in dit geval alleen maar beperkt door de bepalingen in het bestemmingsplan. Vaak zijn dit kwantitatieve bepalingen.
Situering van het bouwwerk Rooilijn: • Gebieden met individuele panden kennen verschillende soorten rooilijnen. Het is belangrijk dat, afhankelijk van de stedenbouwkundige opbouw van de wijk, de specifieke rooilijnen worden gerespecteerd. Dit is belangrijk bij de situering van het hoofdgebouw. Zijdelingse afstand: • De zijdelingse afstanden tussen individueel gebouwde panden is wisselend. Afhankelijk van de structuur van de buurt of straat dient de zijdelingse afstand tussen de individuele panden gerespecteerd te worden. Oriëntatie: • Individueel gebouwde panden zijn verschillend / onderling afwijkend georiënteerd. De aanwezige oriëntatie dient gerespecteerd te worden. • Bij de oriëntatie van de panden dient aansluiting gezocht te worden bij de overwegende oriëntatie in het gebied.
Gebieden met individueel ontworpen, vooral vrijstaande gebouwen, hebben een beperkte samenhangende karakteristiek tussen cultuurhistorie, stedenbouwkundig concept en architectuurstijl. Deze gebieden zijn met name ontstaan aan randen van wijken en kernen. De gebouwen zijn individueel ontworpen en de wijken en straten hebben daardoor een gevarieerd gezicht.
Welstandsniveau In de gebieden met individuele woningbouw hanteert de gemeente een BASIS niveau van welstand. Vanwege het diffuse beeld en het individuele karakter van de ontwerpen, kan een set met basiscriteria volstaan. Criteria Voor de gebieden met individuele woningbouw (W2) gelden aparte criteria. In onderstaand schema zijn deze gebiedsgerichte criteria aangegeven. De criteria bestaan uit harde randvoorwaarden voor toekomstige bouwinitiatieven aangevuld met aanbevelingen. De gebiedsbeschrijving is bedoeld als inspiratie voor (ver)nieuwbouw.
Hoofdvormen vanhet bouwwerk Hoofdbouwvorm: • Individuele panden hebben een eigen gezicht en een eigen hoofdbouwvorm. Aan de randen van gebieden met individuele bouw: dient de vorm van de bouwmassa ervoor te zorgen dat de gebouwen worden opgenomen in het (stads) landschap. Gevelaanzichten van het bouwwerk Gevelopbouw, gevelgeleding en plasticiteit: • Gevelopbouw, gevelgeleding en plasticiteit dienen in grote lijnen aan te sluiten op de in de omgeving aanwezige karakteristieken. 35
Materialisatie en detaillering van het bouwwerk Overwegend materiaalgebruik en kleurtoon: • Wanneer individuele panden liggen aan een dorpsrand dient aandacht geschonken te worden aan de kleurstelling en het materiaalgebruik. Kleurtoon en materiaalkeuze die een relatie vertonen met de in het landschap overheersende elementen kunnen daaraan bijdragen. Detaillering: • Toegevoegde elementen zelfstandig vormgeven in de lijn van de architectuur van het geheel. • Voor percelen gelegen binnen meerdere gebiedstypen geldt het gebiedstype waarbinnen de huisnummering van die percelen, zoals vastgelegd op de gemeentelijk huisnummerkaart, is gelegen. • Ondergeschikte onderdelen van een totaal bouwplan, zoals aanbouwen of bijgebouwen, worden in één welstandstoets getoetst aan zowel de relevante gebiedsgerichte criteria als aan de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria. • Zodra aan-, uitbouwen en niet-vrijstaande bijgebouwen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing met uitzondering van de maatvoeringseis ten aanzien van de bouwhoogte. • Zodra vrijstaande bijgebouwen en overkappingen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing met uitzondering van de sneltoetscriteria ten aanzien van hoogte en oppervlakte.
• Zodra dakkapellen regulier bouwvergunningplichtig zijn, zijn de (gebiedsgerichte) sneltoetscriteria van toepassing. • Voor licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken in dit gebiedstype gelden de sneltoetscriteria, zoals opgenomen in hoofdstuk 7.
36
Aan: bewoner(s)/bedrijven van/op dit adres
Uw brief van:
Ons kenmerk:
2024-046147
Uw kenmerk:
E-mailadres:
communicatie@albrandswaard.nl
Bijlage(n):
Datum:
22 mei 2024
Onderwerp: Flexwoningen op locatie Achterdijk
Beste bewoner(s), Via deze brief informeren wij u als direct betrokkene over het voornemen van het college van B&W om 70 sociale woningen toe te voegen aan onze huidige woningvoorraad in de vorm van flexwoningen aan de Achterdijk (zie kaartje onderaan deze brief). Na het informeren van u als direct omwonende sturen wij ons voorstel naar de gemeenteraad om geld vrij te maken voor de realisatie van deze woningen. Voor meer informatie over de inhoud van het raadsvoorstel verwijzen wij u naar www.raad.albrandswaard.nl (vergadering 1 juli 2024). Daar zijn de stukken vanaf vandaag zichtbaar onder het punt: “ingekomen stukken”. Op 10 juni wordt dit voorstel naar verwachting behandeld in Beraad & Advies. Verminderen druk op sociale woningvoorraad Het college heeft voor de locatie Achterdijk gekozen omdat deze de ruimte biedt voor een mooie stedenbouwkundige invulling waarin de 70 woningen goed passen. Ook is de locatie op korte termijn beschikbaar en kan er zodra de raad ingestemd heeft met het voorstel, in het tweede kwartaal van 2025 gestart worden met de bouw. Het is een voorstel op hoofdlijnen en bij de nadere uitwerking betrekken wij u graag. De opgave op het gebied van wonen is groot, en gezien alle ontwikkelingen, zet het college daarom extra in op flexwoningen om de druk op onze sociale woningvoorraad te verminderen en de doorstroming op de lokale woningmarkt te vergroten.
De flexwoningen worden in eerste instantie toegewezen aan statushouders die Albrandswaard wettelijk een huis moet bieden. De woningen kunnen ook toegewezen worden aan spoedzoekers die aan de voorwaarden voldoen. Hiermee overbruggen we de periode tot de oplevering van de nieuwe woningen vanuit de verschillende woningbouwprojecten waarover eerder definitieve besluiten zijn genomen. Met de vorming van een nieuw kabinet staat de Spreidingswet onder druk, maar dit heeft geen gevolgen voor het voorstel dat wij aan de gemeenteraad hebben gedaan.
Stationsstraat 4 - 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Uitnodiging informatiebijeenkomst Wij kunnen ons voorstellen dat u na het lezen van deze brief nog vragen heeft of meer uitleg wilt over de plannen. Om die reden organiseren we morgen, op donderdag 23 mei uitsluitend voor de direct omwonenden een informatiebijeenkomst waarbij alle collegeleden aanwezig zijn. Deze begint om 20:00 uur in de Raadszaal in het Huis van Albrandswaard. Er is een reserveavond gepland op 30 mei 2024. Ook bieden wij u de mogelijkheid om een afspraak te maken voor een persoonlijk gesprek. Stuurt u dan een mail naar het onderstaande mailadres. Meer informatie Meer vragen over flexwoningen zijn te vinden op de gemeentelijke website via www.albrandswaard.nl/flexwoningen-vragen. Staat uw vraag er niet bij, dan kunt u die stellen via communicatie@albrandswaard.nl. Wij zullen uw vraag in deze rubriek toevoegen en voorzien van een antwoord. Wij hopen u op 23 mei te ontmoeten.
Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Albrandswaard, de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. Florus van der Linden
drs. Jolanda de Witte
Pagina 3 van 3