1. 2026-011264 Metropoolregio Rotterdam Rijnmond Visie Economisch Vestigingsklimaat en Mobiliteitsvisie.pdf
Tekst van het document
15
Voorzieningen die je alleen kan vinden in Rotterdam of Den Haag. Denk aan een academisch ziekenhuis, de exclusievere winkels, musea, of een universiteit.
31 |
Mobiliteitsvisie
4. Durven In hoofdstuk 3 hebben we na onze regionale ambities geformuleerd te hebben onze droom neergezet. Om die droom te verwezenlijken hebben we met de 21 gemeenten van de Metropool Rotterdam Den Haag richting 2050 keuzen te maken. We maken er 5. Deze staan niet op zichzelf, maar hebben nauwe onderlinge relaties. Zie onderstaand figuur. In dit hoofdstuk gaan we in op wat die keuzen betekenen.
32 |
Mobiliteitsvisie
Juist doordat we deze keuzen met alle 21 gemeenten maken en dragen, kunnen we bergen verzetten. Alleen gaat dat niet. We doen het samen: met de 21 gemeenten en met onze (regionale) partners, op de wijze die recht doet aan en past bij de eigen rol en lokale situatie. Dit zijn de 5 keuzen die we maken:
1. De regio organiseert alle vormen van vervoer 2. Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7 3. Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio 4. Volle inzet op technologie 5. Schouders eronder voor investeringskracht
33 |
Mobiliteitsvisie
34 |
Mobiliteitsvisie
Peter-Willem van Lindenberg | Lid Raad van Bestuur Franciscus “In een ziekenhuis ontmoeten zorgverleners, ondersteunend personeel en patiënten elkaar. De groeiende zorgvraag en personeelstekorten zijn grote uitdagingen. Vooral in de gebieden waar niet alleen het aantal ouderen toeneemt, flink gebouwd wordt, maar waar ook de gemiddelde levensverwachting steeds verder stijgt. Ieder mens heeft in het leven, in meer of mindere mate, zorg nodig. Het is belangrijk dat inwoners dan kunnen rekenen op toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer. Een belangrijk punt is de bereikbaarheid van een ziekenhuis. Ik pleit voor betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer (ov) voor zowel medewerkers als patiënten. Veel collega’s kiezen voor de auto. Ze ervaren dat als veilig en comfortabel vervoer, vooral tijdens nacht- en avonddiensten. Als het ov toegankelijker wordt gemaakt en beter aansluit op hun werkroosters, dan kiezen meer medewerkers hiervoor. De gemeenten kunnen hier een rol in spelen door het verbeteren van de ov-voorzieningen, zodat medewerkers en patiënten veilig en betaalbaar kunnen reizen.
35 |
Mobiliteitsvisie
Er zijn onbenutte mogelijkheden in de samenwerking tussen werkgevers en gemeenten. Per jaar komen er meer dan 800.000 patiënten naar onze ziekenhuizen. Daaronder zit ook een grote groep ouderen waarvan veel niet werkend is. Deze groep is niet aangewezen op de spits. Als we de ziekenhuisbezoeken van deze groep patiënten inplannen buiten de spits, dan vermindert het de druk op het ov en het doelgroepenvervoer op de weg. Om deze uitdagingen aan te pakken is er samenwerking nodig tussen het ziekenhuis, gemeenten en ov-aanbieders. Inclusiviteit in het vervoer is belangrijk, waarbij doelgroepenvervoer en regulier ov beter op elkaar aansluiten. We kunnen ze meer dan nu bij elkaar brengen. Een geïntegreerde aanpak is nodig om capaciteit optimaal te benutten en de toegankelijkheid voor patiënten en zorgverleners te verbeteren en het voor vervoerders efficiënter te maken.”
4.1 De regio organiseert alle vormen van vervoer Reizigers centraal We werken samen toe naar optimaal vervoer voor elke reiziger: slim, vlot en verbonden, toegankelijk, inclusief, betrouwbaar, veilig, schoon en betaalbaar. We combineren waar mogelijk verschillende vormen van mobiliteit – openbaar vervoer, deelvervoer, doelgroepenvervoer, fietsen en lopen – tot samenhangend en toegankelijk vervoer, met maatwerk waar nodig. We verleggen de focus van systeemefficiëntie naar menselijke waarde, en van abstract beleid naar concreet effect in het dagelijks leven. Voor bijvoorbeeld leerlingenvervoer is een vaste chauffeur of begeleider erg belangrijk. Kwaliteit en passend aanbod voor elke reiziger staat voorop.
Samen de regie De 21 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag onderzoeken samen op basis van de regionale opgaven en de mobiliteitsbehoeften van alle reizigers hoe het optimale vervoer eruitziet. Samen houden we regie op de uitwerking (tijd, snelheid, fasering en consequenties), leren we van goede voorbeelden16 en onderzoeken we of slimme verbindingen tussen systemen mogelijk zijn. Ook voor transport en logistiek zorgen we voor efficiëntie, spreiding en verduurzaming via multimodaal en regionaal verbonden transport.17 Zo benutten we het mobiliteitssysteem optimaal.18
16
Zie het kader voor (inter)nationale voorbeelden.
17
Van het containervervoer uit de Rotterdamse haven heeft 70% een (tussen) bestemming in de regio.
18
Extra regionale knooppunten met gekoelde voorzieningen zijn nodig voor de snelle doorlooptijden van de vers-logistiek, voor het 24/7 benutten van het wegennet en voor (’s nachts) autonoom rijden.
36 |
Mobiliteitsvisie
(Inter)nationale voorbeelden van geïntegreerd vervoer Reflectie De voorbeelden tonen in de praktijk hoe het combineren van openbaar vervoer, flex- en deelvervoer leidt tot meer kwaliteit en bereik voor hetzelfde budget. De Deense aanpak inspireert, maar vraagt om zorgvuldige vertaling naar de Nederlandse context.
Flextrafic (Denemarken) Flextrafic is een nationaal, vraaggestuurd vervoerssysteem dat openbaar vervoer aanvult. 5 diensten delen 1700 voertuigen, goed voor 2 miljoen ritten per jaar. De overheid financiert grotendeels; gemeenten bepalen gebruikersbijdrage.
Landelijke studie (Nederland) Het Rijk verkent een integraal mobiliteitssysteem met betere toegankelijkheid, digitale infrastructuur en vereenvoudiging van processen. Ook wordt gekeken naar herverdeling van verantwoordelijkheden en het borgen van systeemverantwoordelijkheid.
Stroomlijn (Drechtsteden) Sinds 2016 regelt Stroomlijn passend vervoer voor inwoners van de Drechtsteden, in opdracht van de Sociale Dienst Drechtsteden. De focus ligt op slimme afstemming van vervoersvormen, met aandacht voor bereikbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid.
Bravoflex (Brabant) Bravoflex biedt sinds 2023 flexibel vervoer als aanvulling op het openbaar vervoer, ook naar moeilijk bereikbare gebieden. Reizigers kunnen boeken via app of telefoon, zeven dagen per week.
37 |
Mobiliteitsvisie
Dave van der Meer | Student Horti Technics & Management, MBO Westland ”Op dit moment zit ik in het laatste half jaar van mijn driejarige opleiding en studeer deze zomer af. Elke dag fiets ik van huis naar school en terug, weer of geen weer, en altijd zonder regenpak omdat ik eigenwijs ben. Ik pak de fiets, want ik heb nog geen rijbewijs. Ik zou met de bus kunnen , maar dan moet ik eerst nog vijf à tien minuten fietsen naar de bushalte. Dan kan ik net zo goed doorfietsen. Bij de bushalte is er wel ruimte om je fiets te stallen, maar die is niet heel groot. Op school hebben we een grote fietsenstalling met genoeg plek, maar als je later op de dag begint, moet je soms wel even zoeken naar een plekje. De andere studenten komen met de bus, het ov, of met de auto, motor of scooter.
38 |
Mobiliteitsvisie
De route die ik fiets heeft soms stukken met van die vierkante tegels in plaats van asfalt. Ik vind asfalt persoonlijk fijner rijden, want anders hobbelt het zo en dat fietst minder lekker. Sinds kort heb ik een elektrische fiets, omdat die stond te verstoffen bij mijn oma in de schuur. Dat vond ik zonde, dus heb ik gevraagd of ik die mocht overkopen. Zonder mijn oma als sponsor had ik geen elektrische fiets kunnen kopen. Ik gebruik verder de Hoekse lijn om naar de stad te gaan en in platenwinkels te snuffelen. En de metro neem ik om naar Rotterdam Centraal te gaan, om vervolgens de trein naar de Efteling te pakken. Ik kom daar vaak, want ik heb een abonnement. Met het ov is dat prima te doen.”
4.2 Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7 Systeem van publieke en actieve mobiliteit bestaat uit 3 onderdelen Onze droom voor de toekomst: mobiliteit voor iedereen, overal en altijd beschikbaar – ongeacht vervoersbehoefte of budget. Daarom bouwen we aan een samenhangend systeem van publieke en actieve mobiliteit, bestaande uit 3 onderdelen:
1. Hoogwaardig OV: de standaard Metro’s, snelle trams en metrobussen19 (= hoogwaardig OV) vormen het fundament van ons mobiliteitssysteem. Ze verbinden centra en randen van stedelijk gebied met elkaar én met de rest van Nederland. Aantrekkelijk, snel, vaak, betrouwbaar en de hele dag beschikbaar, zodat de keuze voor de auto minder vaak gemaakt wordt. We verbeteren kansrijke bus- en tramlijnen en leggen nieuwe vrijliggende banen aan. Waar nodig krijgt publieke en actieve mobiliteit voorrang, ook ten opzichte van de auto. We bieden de meest passende economisch efficiënte vorm van vervoer aan, dit kan dus een reguliere ontsluitende bus blijven. Ook vragen we het Rijk om de kwaliteit van het nationale spoornetwerk te versterken.
2. Mobiliteitsknooppunten: het scharnier Op kruispunten van hoofdverbindingen ontstaan mobiliteitsknooppunten: overstapplekken met goede voorzieningen en een prettige verblijfskwaliteit. Deze locaties stimuleren ruimtelijke ontwikkeling en vormen het scharnier tussen auto, publieke en actieve mobiliteit. Door goede bereikbaarheid en overstapmogelijkheden verleiden we automobilisten richting de stedelijke gebieden hier over te stappen op publieke mobiliteit.
3. Fietsen, lopen en vraaggestuurd vervoer: fijnmazige toevoeging Niet iedereen woont of werkt bij een knooppunt, maar moet er wel komen. We investeren daarom in veilige, snelle fiets- en looproutes, aansluitend op mobiliteitsknooppunten. Voor wie fietsen of lopen geen optie is, bieden we een fijnmazig netwerk van kleinschalig, gedeeld of vraaggestuurd vervoer – betrouwbaar, betaalbaar en afgestemd op de reiziger. We bieden de meest passende economisch efficiënte vorm van vervoer aan, dit kan dus een reguliere ontsluitende bus blijven. We houden expliciet rekening met de behoeften van kwetsbare doelgroepen, bijvoorbeeld via begeleiding met een OV-coach. We spelen in op reizigers die reizen naar de Mainport, Greenports en verder gelegen werklocaties. NB. We staan open voor innovaties zoals het delen van privéritten via digitale platforms. We volgen vanuit regionaal perspectief de mobiliteitshiërarchie van ‘STOMP’ – stappen (lopen), trappen (fietsen), openbaar vervoer (collectief vervoer), mobility as a service (deelmobiliteit en slimme mobiliteit), particuliere auto – waarbij we stappen, trappen en openbaar vervoer in samenhang bekijken. Die vormen van vervoer moeten elkaar versterken en voor een samenhangend systeem zorgen. De 21 samenwerkende gemeenten leggen kortom de focus op publieke en actieve mobiliteit.
19
Ook wel Bus Rapid Transit: hoogfrequente, hoogkwalitatieve verbindende buslijnen op een vrij liggende baan of snelwegen.
39 |
Mobiliteitsvisie
Afbeelding 5: STOMP vanuit regionaal perspectief.
Overal publieke en actieve mobiliteit Publieke en actieve mobiliteit zijn slim, vlot en verbonden, toegankelijk, inclusief, betrouwbaar, veilig, schoon en betaalbaar. We bieden voor elke doelgroep een passende vorm van publieke of actieve mobiliteit tegen een eerlijke prijs. Daarbij zoeken we de balans tussen wat de reiziger betaalt en wat het systeem maatschappelijk kost. We vergroten het aanbod en zorgen voor een fijnmazig netwerk in alle gebieden: woonwijken, werklocaties, onderwijsclusters en recreatiegebieden.
Beschikbaar voor alle doelgroepen De Metropoolregio is een diverse regio. Er wonen, werken, studeren of recreëren verschillende doelgroepen. Ieder met een eigen (mobiliteits)budget, maatschappelijke achtergrond, opleidingsniveau, (mobiliteits)wensen of met een fysieke of sociale beperking. Daarom kiezen wij een brede benadering. Mobiliteit moet voor iedereen 24/7 beschikbaar, betaalbaar, toegankelijk en veilig zijn.
40 |
Mobiliteitsvisie
De rol van de auto Hoe verhoudt het systeem van publieke en actieve mobiliteit zich tot de auto? De auto blijft een rol spelen in het systeem en dat verschilt per gebiedstype: binnen metropolitaan en hoogstedelijk gebieden ligt de nadruk meer op actieve en publieke mobiliteit. In de andere drie gebiedstypen heeft, naast actieve en publieke mobiliteit, de privéauto een (steeds) grotere rol dan in metropolitaan en hoogstedelijke gebieden. Want van en naar de metropolitaan en hoogstedelijke gebieden stappen automobilisten drempelvrij over op het Hoogwaardig OV. In de uitwerking van de corridoraanpak kijken we concreet hoe deze balans uitpakt, zodat het mobiliteitssysteem aansluit bij de lokale situatie en behoeften. We ondersteunen het gemeentelijk beleid voor meer 30 km/h-zones: goed voor de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. Tegelijkertijd vraagt publieke en actieve mobiliteit om ruimte en prioriteit op plekken die cruciaal zijn voor het regionale netwerk. Op gemeentelijke hoofdwegen (50 km/h) delen auto, fiets en publieke mobiliteit de ruimte. We hebben scherpe keuzen te maken: wie krijgt waar voorrang? Die keuzen maken we vanuit het netwerkperspectief in de verschillende gebieden, waarbij we letten op:
•
De opbouw en samenhang van het mobiliteitsnetwerk.
•
De juiste plek, prioriteit en doorstroming van de auto op de hoofdwegen.
•
De prioriteit voor de fiets en publieke mobiliteit op weg en kruispunt.
•
Verkeersveiligheid en blijft ‘maak een punt van nul’ altijd de randvoorwaarde.
•
Goede afstemming tussen wegbeheerders.
We investeren enkel in het wegennet als dit het gebruik van actieve en publieke mobiliteit vergroot of als dit het mobiliteitssysteem als geheel versterkt: voor verkeersveiligheid, voor personen die afhankelijk zijn van de privéauto voor woon- werkverkeer, voor logistieke betrouwbaarheid of voor bereikbaarheid van hulpdiensten. Daarbij volgen we vanuit regionaal perspectief de mobiliteitshiërarchie van ‘STOMP’ zoals hierboven toegelicht. We onderstrepen het belang van investeren in fietsinfrastructuur: van brede paden tot veilige, toegankelijke stallingen.
41 |
Mobiliteitsvisie
Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn dé randvoorwaarden Het mobiliteitssysteem is verkeersveilig voor iedereen en volledig uitstootvrij. We besteden extra aandacht aan verkeersveiligheid en ‘we maken een punt van nul’ blijft het uitgangspunt. We zetten samen met alle partners in op het blijvend reduceren van zowel de ongevallen als de ervaren verkeers(on)veiligheid. Met zowel fysieke maatregelen als gedragsmaatregelen. Dit komt ook terug in de corridoraanpak. De keuze voor publieke en actieve mobiliteit is ook de keuze voor uitstootvrije mobiliteit. Zo ondersteunen we, naast de regionale opgaven, ook de afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs (2015) en de Europese Green Deal (geen CO2 uitstoot in 2050).
Afbeelding 6: Globaal en indicatief netwerkbeeld van publieke en actieve mobiliteit (niet limitatief )
42 |
Mobiliteitsvisie
Marja Eenink | Woont in Bergschenhoek en werkt in Den Haag “Om op mijn werk te komen in Den Haag, wat een klein stukje lopen is vanaf Den Haag Centraal, pak ik eerst de auto naar station Lansingerland. Op station Lansingerland neem ik de trein naar Den Haag Centraal. Toen station Lansingerland nog niet bestond ging ik altijd met de auto of de bus naar Berkel en Rodenrijs (E-lijn), . Op een gegeven moment kreeg je daar een parkeerprobleem, dus toen station Lansingerland werd geopend, ging ik daarheen. Daar is genoeg ruimte om te parkeren.
weekend, dan pak ik de E-lijn. Ik ga dan wel weer met de auto, omdat het OV vanuit Bergschenhoek slecht is. Dan is het bij de parkeerplaats van Berkel en Rodenrijs een stuk rustiger.
Ik zou op de fiets naar het station kunnen, maar ik heb een elektrische fiets en kan deze niet veilig stallen. Mocht ik mijn fiets veilig kunnen parkeren, dan zou ik fietsen, maar wel alleen met goed weer. Ik gebruik de metro als ik naar Rotterdam centrum ga in het
Een snelbus met vrije baan zou een goede oplossing zijn. De dichtstbijzijnde bushalte hiervoor zit 3 km verderop. Voor ouderen om bij zo’n station of snelbus te komen, zijn ook in de toekomst belbussen belangrijk.”
De OV-verbinding vanuit Bergschenhoek naar het station is niet optimaal. Er rijdt een bus, maar dan moet ik eerst 2 km lopen. . In de toekomst is het niet handig om met de auto te blijven gaan. Ik heb ‘s morgens zelf ook al last van files, dus laat staan in 2050.
4.3 Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio Mobiliteit, ruimte en sociaal-economie: een geïntegreerde aanpak Investeringen in mobiliteit gaan hand in hand met oplossingen voor lokale en regionale uitdagingen. We kiezen voor een én-én-benadering. Dit betekent:
•
Mobiliteit koppelen aan verstedelijking, ruimtelijke ordening en sociaaleconomische doelen;
•
Dat we doen met de corridoraanpak.
NB. We gaan uit van vervoergerichte gebiedsontwikkeling. Nieuwe locaties ontsluiten we alleen duurzaam via publieke en actieve mobiliteit.
Wat is een corridoraanpak? Een corridor allereerst is een regionale verbinding tussen steden, dorpen of hubs, inclusief de omliggende gebieden rond mobiliteitsknooppunten. De corridoraanpak investeert in deze mobiliteitsknooppunten stemt vervoer op elkaar af. Het gaat om de juiste ontwikkeling op de juiste plek, rekening houdend met de unieke gebiedskwaliteiten, bevolkingsdichtheid en mobiliteitsbehoefte van doelgroepen. Rond mobiliteitsknooppunten clusteren we onder meer, werkplekken, onderwijs, woningen en zorg. Knooppunten moeten goed bereikbaar zijn te voet, per fiets en via deelvervoer. Het doel voor mensen is: nabijheid van publieke en actieve mobiliteit (OV, fiets, lopen) en essentiële functies (wonen, werken, zorg, onderwijs).
Goede voorbeelden De corridoraanpak is niet nieuw en werkt. Zo zien we bijvoorbeeld dat daar waar we al investeren in publieke en actieve mobiliteit het gebruik ervan aanzienlijk gegroeid is.20 Onze investeringen geven daarbij een economische impuls aan het gebied. Bij corridors met lopende, ruimtelijke trajecten sluiten we daarop aan, zoals bij lokale gebiedsontwikkelingen, Regiodeals, de NOVEX21 Zuidelijke Randstad, de NOVEX Rotterdamse haven en NOVEX het Groene Hart.
20
Het gebruik van de ‘E-Lijn’ door de metropoolregio illustreert dit: in 2005, voor de investering waren er 7000 reizigers per dag. In 2011, na volledige realisatie van de lijn waren er 30.000 reizigers per dag. In 2019: 55.000 reizigers per dag. Dat komt neer op 50 % meer reizigers op de E-lijn per jaar. Dit geeft een economische impuls aan de regio. We sluiten aan bij lopende projecten, zoals lokale gebiedsontwikkelingen, NOVEX Zuidelijke Randstad en NOVEX Rotterdamse haven.
21
NOVEX: Nationale OmgevingsVisie Executiekracht.
44 |
Mobiliteitsvisie
“In de toeko dichterbij el mst moeten wonen dat er slaap kaar liggen. Zo vo en werken steden ontst orkom je aan zonder werk.”
45 |
Mobiliteitsvisie
Ahmed Hashish | Directeur DAM Shuttles ‘Er is op dit moment een groot tekort aan gekwalificeerde chauffeurs, zeker in het openbaar vervoer. Dat tekort kan deels opgelost worden met geautomatiseerd vervoer. Het is dus echt een aanvulling op het bestaande openbaar vervoer. De focus ligt nu specifiek op buslijnen, bijvoorbeeld op plekken waar de drukte laag is of de routes technologisch geschikt zijn. Zo kunnen de chauffeurs ingezet worden waar ze het hardst nodig zijn – op complexe of drukke trajecten. Het is niet alleen vervanging, het is ook uitbreiding. In gebieden zonder OV kunnen we zo tóch iets aanbieden. Als DAM Shuttles zijn wij betrokken als exploitant bij de zelfrijdende bus in Rotterdam. De afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan met deze technologie. We weten steeds beter wat er nodig is om zelfrijdende bussen veilig en inzetbaar te maken. Daarbij werken we samen met meerdere partijen, waaronder RDW, die uitgebreide veiligheidstesten uitvoert. Mijn verwachting is dat we in 2050 op veel plekken volledig geautomatiseerd vervoer hebben. Wat we nu
doen met de zelfrijdende bus – zoals op de lijn tussen Rotterdam The Hague Airport en Meijersplein – is een eerste stap. Op dit moment moet er nog altijd een chauffeur aan boord zijn. Voor deze route hopen we binnen twee jaar zonder chauffeur te kunnen rijden, maar daarvoor moeten wet- en regelgeving en aansprakelijkheid nog geregeld worden. We kijken ook naar voorbeelden uit het buitenland als het om automatisch vervoer gaat. In landen als Noorwegen wordt al getest met bussen onder veel complexere omstandigheden, zoals sneeuw en tunnels. Daar zijn ze soms net een stap verder, mede doordat regelgeving soepeler is. In Nederland zijn we strikter, mede door de impact van eerdere incidenten. Begrijpelijk, maar het vertraagt innovatie wel. Ik ben nog in de wolken van alle positieve aandacht bij de eerste rit van de zelfrijdende bus. Dit hebben we toch maar mooi samen gefixt! Dit project laat zien dat we in Nederland voor kunnen lopen – als we het samen doen.’
4.4 Volle inzet op technologie Hoe realiseren we onze ambitie? We omarmen innovatieve technologie om onze visie voor 2050 te verwezenlijken en werken daarvoor samen met verschillende partners. Dit versterkt het regionale innovatie-ecosysteem, stimuleert een hoogwaardige maakindustrie en bevordert economische groei. Technologie moet toegankelijk, inclusief en cybersecure zijn, de welvaart eerlijk verdelen en voldoen aan privacywetgeving. We werken samen met regionale kennisinstellingen om te bepalen welke technologieën onze doelen ondersteunen en hoe we ze effectief inzetten.
Toepassingen van technologie 1. Sociale en verkeersveiligheid •
Sociale veiligheid: slimme camera’s, gedragsmaatregelen, verlichting, data-analyse en betere inrichting van voertuigen en knooppunten vergroten de veiligheid.
•
Verkeersveiligheid: slimme verkeerslichten, gedragsmaatregelen, voertuigtechnologie, rijtaakondersteuning en snelheidshandhaving maken rijden voor iedereen verkeersveiliger.
2. Benutting van het mobiliteitssysteem •
Een geïntegreerd systeem: van publieke en actieve mobiliteit vraagt om technologische samenhang in capaciteit, reisinformatie, organisatie, beveiliging en betaling.
•
Autonoom vervoer: zelfrijdende voertuigen verhogen de frequentie van bestaande lijnen en maken nieuwe vormen van publieke mobiliteit mogelijk.
•
De acceptatie door gebruikers: we hebben oog voor het gedrag van mensen en de acceptatie van nieuwe technologieën door gebruikers.
•
Datasturing en AI: 5G, data-analyse en AI optimaliseren reizigersstromen. We sturen op tijd en plaats met comfort, betere aansluitingen en financiële prikkels, en promoten alternatieven voor de privéauto.
•
Logistiek: we delen digitale verbindingen en data met de logistieke sector voor meer efficiëntie.
3. Beheer en onderhoud •
Slimme verbindingen: slimme apparaten, digitale verbindingen en data verbeteren het beheer en onderhoud van infrastructuur en materieel, met focus op veiligheid en duurzaamheid.
•
Energietransitie: we benutten bijvoorbeeld OV-infrastructuur, zoals het elektriciteitsnetwerk, om netcongestie te verminderen, onder de noemer ‘Energie in het OV’.
47 |
Mobiliteitsvisie
Angelique de Wit | Directeur Greenport West-Holland ”Mobiliteit gaat over meer dan alleen verkeersstromen. Het is bepalend voor de economische kracht van een regio. Goede bereikbaarheid is essentieel voor zowel personen- als goederenvervoer. En dat is al helemaal het geval in een kennisintensieve regio zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Er is behoefte aan slimme en innovatieve oplossingen voor mobiliteit, waarbij verkeersveiligheid en het milieu belangrijk zijn. Ik zie een cruciale rol voor de MRDH in het organiseren van openbaar vervoer en het verbeteren van de efficiëntie. De MRDH wordt vaak onderschat in haar rol en potentieel.
De infrastructuur in de regio is verouderd. Daarnaast worden buslijnen in de kernen rondom steden geschrapt, wat de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en onderwijsinstellingen belemmert. Dit heeft negatieve gevolgen voor de economische vitaliteit en investeringskracht van de regio. Ik pleit dan ook voor investeringen in mobiliteitsvoorzieningen, zoals snelle buslijnen tussen steden en efficiëntere logistiek voor versproducten. Dit zou niet alleen de bereikbaarheid verbeteren, maar ook de emissies verlagen en de leefbaarheid verhogen. De investeringen moeten niet alleen financieel zijn, maar het gaat ook over samenwerking en contact tussen verschillende partijen.
Besluiten over mobiliteit moeten een langetermijnperspectief hebben en verder reiken dan de huidige bestuursperiode. Er is bestuurlijke vernieuwing en lef nodig om vooruitgang te boeken.
48 |
Mobiliteitsvisie
De regio moet aantrekkelijk blijven voor toekomstige generaties, met een focus op mobiliteit als sleutel voor economische en sociale ontwikkeling. Er is meer samenwerking en een efficiëntere organisatie van mobiliteit nodig om de regio toekomstbestendig te maken. Mobiliteit is essentieel is voor het concurrentievermogen en de investeringskracht van de regio.”
49 |
Mobiliteitsvisie
4.5 Schouders eronder voor investeringskracht Forse investeringen, gedeelde verantwoordelijkheid Onze ambitie vraagt om forse investeringen. Met partners in de regio stellen we een regionale investeringsagenda op, inclusief uitvoeringsstrategie voor de komende decennia. Dit biedt zekerheid aan inwoners, ondernemers en investeerders, en een samenwerkingsperspectief met Rijk en Europa.
Twee sporen: gebiedsgericht en thematisch De investeringsagenda omvat:
•
Gebiedsgerichte pakketten per corridor, inclusief korte-termijninvesteringen.
•
Thematische investeringen buiten corridors, zoals kleinschalige mobiliteitsprojecten.
Voorwaarden voor investeringen •
Regio-breed: gebiedsgerichte investeringen voor corridors zijn regio-breed, opgesteld met publieke en private partners. Het meerjarige karakter van de afspraken geeft alle partijen vertrouwen om te investeren in de toekomst.
•
Iedereen draagt bij: alle partijen leveren een bijdrage, financieel of procesmatig (bijvoorbeeld versnellen van procedures, creëren van draagvlak of zelfstandig uitvoeren van onderdelen).
•
Sluiten áán bij: investeringen sluiten aan bij corridor-specifieke kansen en opgaven, zoals publieke mobiliteit, extra woningen, fietspaden, voorzieningen, ruimtelijke kwaliteit en sociaaleconomische opgaven.
•
Uitzonderingen: kleinschalige mobiliteitsprojecten, zoals verkeersveilige infrastructuur om het mobiliteitssysteem te verbeteren, kunnen buiten de corridoraanpak worden gefinancierd.
Rolverdeling •
Coördinatie: de Metropoolregio Rotterdam Den Haag coördineert de investeringsagenda, maakt afspraken over financiering en ondersteunt gemeenten in de uitwerking (via MRDH-support). De MRDH adviseert over corridorontwikkeling, maar neemt geen verantwoordelijkheid voor ruimtelijke instrumenten zoals grondexploitatie.
Tijdpad en uitvoering •
Standaard 5 jaar: elk corridorpakket bevat een kortetermijnprogramma (tot 5 jaar). Met wegbeheerders spreken we inhoud, financiering en planning af. Bij vertraging kan de wegbeheerder MRDH-support aanvragen. Als afspraken niet worden nagekomen, worden middelen herverdeeld naar andere regionale projecten.
50 |
Mobiliteitsvisie
51 |
Mobiliteitsvisie
“Minde het geef r auto en m maakt d t meer ruim eer groen; e leefom te en he geving v t eiliger.”
5. Doen In dit hoofdstuk gaan we in op de acties om onze droom te verwezenlijken: een to do-lijst per keuze voor de samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag voor de komende 5-10 jaar. Dit vormt de eerste stap voor de uitwerking van de visie in een uitvoeringsprogramma voor de aankomende 10 jaar. NB. We bepalen in 2026 hoe en wanneer we de acties uitvoeren en houden daarbij rekening met logische, natuurlijke momenten: het aflopen van contractperiodes, de overgang naar nieuwe concessies, de planning van ruimtelijke trajecten en het ingaan van wet- en regelgeving. En nemen het op in het uitvoeringsprogramma.
5.1 To do-lijst keuze: De regio organiseert alle vormen van vervoer Reizigers centraal De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag onderzoeken de (on)mogelijkheden van een koppeling tussen openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, kleinschalig vervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer voor publieke mobiliteit. Met een gedeelde probleemanalyse stellen we oplossingsrichtingen op. Dit vraagt om nauwe samenwerking en dialoog tussen beleidsmakers, vervoerders, belangenorganisaties, zorgaanbieders en - vooral - de mensen om wie het gaat. Het onderzoek richt zich op de volgende onderdelen:
•
Inhoudelijke onderwerpen: benutten van bestaande succesvolle vervoersvormen en lokale initiatieven, inzetten van slimme technologie (zoals planningssoftware) om te standaardiseren, kosten te beheersen en de kwaliteit te verbeteren; aanpak van personeelstekorten; extra aandacht voor gebieden zonder bestaand publiek vervoer;
•
Samenwerking en aanbesteding: verkennen van de voor- en nadelen van gezamenlijke aanbesteding en regionale ondersteuning bij doelgroepenvervoer;
•
Gebruikersbehoeften: inzicht krijgen in de wensen van (toekomstige) doelgroepen op het gebied van aanbod, vervoersvormen, begeleiding en communicatie;
•
Betaalbaarheid: onderzoek naar manieren om publieke mobiliteit ook toegankelijk te houden voor minder kapitaalkrachtige doelgroepen;
•
Eigenaarschap en transparantie: organiseren van heldere besluitvorming, uitvoering en monitoring;
•
Schaalbaarheid: verkennen hoe een eventuele koppeling tussen publieke mobiliteit, Wmo-vervoer, leerlingenvervoer en bedrijfsvervoer opgeschaald kan worden van een selecte groep gemeenten naar meer gemeenten;
•
Wet- en regelgeving: signaleren van knelpunten en kansen in landelijke regelgeving, in dialoog met het Rijk en de Provincie;
•
Leren en agenderen: benutten van (inter)nationale kennis en praktijkvoorbeelden; inzichten uit het onderzoek inbrengen op landelijk niveau.
52 |
Mobiliteitsvisie
Goederen centraal De 21 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag werken samen met wegbeheerders, Greenport West-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam en logistieke partijen aan slimme maatregelen om de doorstroming en spreiding van goederenvervoer te verbeteren- zowel fysiek als digitaal. Focuspunten:
•
‘Dedicated lanes op dedicated times’: voor vrachtverkeer, inclusief stimulering van nachttransport en autonoom rijden;
•
Stadsdistributie: uniforme organisatie van tijden, toegangsregels en emissievrije zones voor bevoorrading van centra, met als doel: volledig emissievrije logistiek in 2040;
•
Logistieke knooppunten: onderzoek naar strategische locaties voor distributie en op- en overslag van goederen, met benodigde voorzieningen zoals snelladers en koelinstallaties.
Voorwaarden op orde Om de ambities waar te maken, zetten de samenwerkende gemeenten in op:
•
Toegankelijke en verkeersveilige infrastructuur: wegbeheerders zorgen voor veilige, duurzame, toegankelijke wegen, voorbereid op autonoom vervoer;
•
Werkgeversafspraken: regionale afspraken met onder meer grote werkgevers, onderwijsinstellingen en overheidsorganisaties over slim en gespreid reisgedrag: meer publieke en actieve mobiliteit, reizen buiten de spits, en thuiswerken waar mogelijk.
de n e jd lze fri die ik jn om g za zi aw s, cool en.” i eT xasu echt d te z in t zo rlan k i n ’s. He ede e o “T auto in N ook
53 |
Mobiliteitsvisie
5.2 To do-lijst keuze: Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7 Organisatie publieke mobiliteit De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in afstemming met regionale partners:
•
Sluiten aan bij het onderzoek publieke mobiliteit: sluiten waar passend in hun acties aan bij de uitkomsten en besluiten van het lopende onderzoek naar publieke en actieve mobiliteit (verwijzing naar onderzoek keuze 1);
•
Koppelen vervoersvormen: werken samen met HTM, RET en streekvervoerder aan het mogelijk maken van combinaties van doelgroepenvervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer. Daarbij bepalen we welke eisen we opnemen in nieuwe concessies en wat aanvullend geregeld wordt in de huidige concessies;
•
Passende organisatie- en contractvormen: bepalen gezamenlijk welke organisatie- en contractvormen het beste aansluiten op de mobiliteitsbehoeften van reizigers. Daarbij is er ook aandacht voor contracten met lokale mobiliteitsaanbieders voor specifieke diensten.
Hoogwaardig OV De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in afstemming met RET, HTM, streekvervoerder en regionale partners:
•
Van netwerkvisie naar uitvoering: vertalen het globale en indicatieve netwerkbeeld naar een concrete lijnenkaart en met uitwerking voor hoogwaardig OV en mobiliteitsknooppunten. Dit doen we in samenhang met de corridoraanpak zoals beschreven bij keuze 3;
•
Selectie van hoogwaardige lijnen: bepalen welke bestaande OV-lijnen worden opgewaardeerd tot hoogwaardig OV en waar nieuw hoogwaardig OV wordt gerealiseerd, aansprekend voor nieuwe reizigers die nu nog voor de auto kiezen;
•
Investeren in fijnmazige ontsluiting: zetten in op een fijnmazig netwerk dat alle wijken en buurten ontsluit met publieke en actieve mobiliteit. Bestaande OV-lijnen die niet kunnen worden opgewaardeerd tot hoogwaardig OV verdwijnen alleen als er voldoende andere vormen van actieve en publieke mobiliteit beschikbaar zijn die beter aansluiten op de lokale behoefte om snel en eenvoudig op de gewenste bestemming of op een mobiliteitsknooppunt met hoogwaardig OV te komen;
•
Versnellen van hoogwaardig OV: investeren in vrijliggende banen voor snelle trams en metrobuslijnen met een hoge gemiddelde snelheid. Waar dit niet mogelijk is, maken we afspraken met wegbeheerders over aangepaste lijnvoering, onder meer via clustering op hoofdstructuren en het instellen van samenhangende 30 km/u-zones;
•
Stimuleren van gebruik publieke mobiliteit: ontwikkelen samen met vervoerders en publieke/ private partners maatregelen die het gebruik van publieke mobiliteit stimuleren en de betrouwbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid vergroten. Denk aan OV-coaches, jaarabonnementen bij woninghuur of -koop, afspraken met grote publiekstrekkers of evenementen, en regelingen met grote werkgevers.
56 |
Mobiliteitsvisie
Mobiliteitsknooppunten De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in samenwerking met regionale partners:
•
Haltes als mobiliteitsknooppunten: verhogen de aantrekkelijkheid van publieke en actieve mobiliteit door haltes op te waarderen tot mobiliteitsknooppunten binnen de corridoraanpak. Zorgen voor een prettig verblijf op knooppunten en naadloze overstap;
•
Selectie en prioritering van knooppunten: bepalen welke bestaande haltes of knooppunten worden opgewaardeerd en waar nieuwe mobiliteitsknooppunten wenselijk of kansrijk zijn. Hoe meer functies en vormen van mobiliteit samenkomen, hoe hoger de prioriteit voor opwaardering;
•
Inrichting van overstaplocaties zonder hoogwaardig OV: bestaande overstaplocaties zonder metro, snelle tram of metrobus hebben een standaardinrichting die sociaal veilig is.
Fietsen, lopen & kleinschalig, vraaggestuurd, gedeeld vervoer De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in samenwerking met regionale partners:
•
Toegankelijkheid via actieve en gedeelde mobiliteit: maken publieke en actieve mobiliteit in de hele regio bereikbaar door te investeren in fietsen, lopen, gedeeld vervoer, kleinschalig, vraaggestuurd vervoer, P+R. Per gebiedstype brengen we in kaart welke vormen van actieve en publieke mobiliteit nodig zijn en wat er nodig is om deze af te stemmen op mobiliteitsknooppunten. We koppelen deze aanpak aan de uitwerkingen van de corridoraanpak (keuze 3);
•
Fiets als volwaardig alternatief: stimuleren wegbeheerders om de regionale hoofdverbindingen van het Regionaal Basisnetwerk Fiets te verbeteren, als uitbreiding van het programma ‘Metropolitane fietsroutes’;
•
Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke organisaties: vragen het bedrijfsleven om medewerkers te stimuleren met publieke en actieve mobiliteit naar het werk te reizen. We werken hiervoor samen met coöperaties, zorg- en onderwijsinstellingen en recreatiebedrijven. Lokale gemeenschappen en sociale initiatieven, zoals vrijwilligersvervoer, worden actief betrokken. In concessies ontwikkelen we combiarrangementen voor een naadloze reis met publieke mobiliteit.
“T zorg echno tech t vo logis niek or m che de t eer inno oeko gema vatie mst k en is b van veil elan mob ighe grijk ilite id. L . D it b aat it epal de en.” 57 |
Mobiliteitsvisie
5.3 To do-lijst keuze: Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio Corridoraanpak De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, samen met publieke en private partners:
•
Wederkerige afspraken per corridor: maken per corridor afspraken die kansen, toegankelijkheid en welzijn voor inwoners van de metropoolregio versterken. Deze afspraken omvatten een ruimtelijk programma, sociaaleconomische versterking, mobiliteitsoplossingen en flankerend beleid. Waar relevant wordt ook de logistieke opgave meegenomen. De betrokken gemeenten verankeren deze afspraken binnen drie jaar in hun beleid. Hoofdstuk 6 bevat een eerste uitwerking van de aanpak; de bijlage geeft een overzicht van potentiële corridors;
•
Vertaling naar uitvoeringsplannen: vertalen de mobiliteitsopgaven en de ruimtelijke en sociaaleconomische vraagstukken in de corridors naar concrete uitvoeringsplannen. Thematische investeringen nemen zij daarbij mee.
Koppeling ruimtelijk en sociaaleconomische opgaven De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in samenwerking met regionale partners in de regio: Tweejaarlijks overleg per gemeente: elke gemeente initieert eens per twee jaar een gesprek met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag over de lokale omgevingsvisie, ruimtelijke plannen en sociaaleconomische opgaven. Samen bepalen we hoe deze worden opgenomen in de corridoraanpak.
“De techn absoluut iek staat voor mensen eneen rol spelen niets. Drones goederen. in het verv gaan ” oer van
•
5.4 To do-lijst keuze: Volle inzet op technologie Kennis De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in samenwerking met kennisinstellingen, vervoerders en marktpartijen:
•
Toegepast technologieprogramma: ontwikkelen een langjarig programma dat kennis, inzicht en overzicht biedt in de toepasbaarheid van technologieën voor onze opgaven, met aandacht voor menselijk gedrag en de acceptatie van nieuwe technologieën door gebruikers;
•
Koplopersgroep: vormen een koplopersgroep van wegbeheerders en vervoerders. Deze groep past technologie toe die bijdraagt aan sociale veiligheid, verkeersveiligheid, systeembenutting en efficiënt beheer en onderhoud;
•
Digitale transitie met reizigers: betrekken reizigers actief bij de digitale transitie. We leggen uit hoe technologie werkt, benoemen de voordelen, staan open voor vragen en bevorderen de acceptatie ervan door gebruikers.
Implementatie De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, samen met vervoerders, de Mainport, Greenports en het bedrijfsleven:
•
Routekaart autonoom rijden: ontwikkelen een routekaart voor de implementatie van autonoom vervoer. Hierin is aandacht voor de benodigde wet- en regelgeving en voor praktijktesten op het wegennet, in samenwerking met wegbeheerders;
•
Ruimte in regelgeving: werken met het Rijk aan ruimte binnen bestaande regels voor nieuwe technologieën, inclusief experimenten met aangepaste veiligheidseisen.
Materieel De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, samen met beheerders:
•
Optimalisatie beheer en onderhoud: verbeteren het beheer, onderhoud en vervanging van infrastructuur en materieel;
•
Betere samenwerking: versterken de samenwerking tussen beheerders om dit gezamenlijk te realiseren.
Autonoom rijden De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag samen met beheerders en partners in de regio werken stapsgewijs toe naar het volgende:
•
Metro en snelle tram: in 2050 rijdt de metro en snelle tram volledig autonoom.
•
Metrobus: in 2030 rijdt de eerste metrobuslijn volledig autonoom. In 2040 is 50% van het metrobusnetwerk autonoom;
•
Kleinschalig vervoer: in 2030 rijdt het eerste vraaggestuurde voertuig volledig autonoom. (weg, water of lucht) In 2040 is 50% van het kleinschalige vervoer autonoom;
•
Mainport en Greenports: in 2040 is 25% van het vervoer van en naar de Mainport en Greenports autonoom. In 2050 is dat 35%.
59 |
Mobiliteitsvisie