1. 2024-095062 Burger Email+ Brief+ Artikelen over dat er iets niet klopt aan Energietransitie.pdf
Tekst van het document
(€ 185,99 /jaar) en 0,3 kWh/uur verbruik naartoe gaat. In deze gemodelleerde werkelijkheid brengen deze netwerktarieven voor de regionale netbeheerders evenveel op als onder het huidige stelsel; in werkelijkheid zullen de kosten/opbrengsten afwijken juist doordat er gedragsverandering optreedt. Om de hoogte van de basislast te bepalen is wederom de Zonnedael-dataset van Liander gebruikt72. De grens is gesteld zodat kleine tot normale gebruikers 80% van de tijd onder de basislast blijven. Dit zorgt ervoor dat kwetsbare huishoudens niet aangemoedigd worden hun essentiële dagelijkse routines aan te passen. Voor alle huishoudens is het tachtigste percentiel van de vraag per uur genomen. De jaarlijkse vraag heeft direct invloed op de hoogte hiervan. Het gemiddelde van deze waarde is genomen voor verbruikers tot maximaal 2.800 kWh per jaar. Dit resulteert in 0,3 kWh/uur. Voor de gedragsveranderingberekeningen (zie hieronder) is gekeken naar het integrale elektriciteitskostenperspectief voor consumenten. Zo zijn er vier consumentengroepen onderscheiden: y consumenten met een vast contract en geen zonnepanelen (verondersteld op 60% van de huishoudens) y consumenten met een vast contract en wel zonnepanelen (20%) y consumenten met een dynamische contract zonder zonnepanelen (10%) y consumenten met een dynamische contract met (10%) zonnepanelen70).
Voor dynamische tarieven is de ETM-data op uurbasis voor 2030 gehanteerd71). In figuur 18 is een voorbeelddag uitgelicht voor een vast en een dynamisch contract (beide zonder zonnepanelen). Wat betreft zonnepanelen is het uitgangspunt afschaffing van de salderingsregeling vóór 2030; voor verbruikers met zonnepanelen wordt daarom 70) Volgens de ACM is het aantal dynamische contracten in 2023 meer dan verdrievoudigd, naar 232.000. Er is aangenomen dat dit doorzet richting 2030 voor met name WP- en EV-eigenaren, tot 20% van het totaal. Ca. 25% van huishoudens (>2 mln. woningen) had in 2023 zonnepanelen. De aanname is daarom dat, met het wegvallen van de salderingsregeling in ogenschouw, het aantal huishoudens met PV toeneemt tot 30% van het totaal. 71) In werkelijkheid is de spreiding in dynamische leveringstarieven over het jaar heen groter in 2030 dan dat het ETM veronderstelt.
64
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
verondersteld dat zij bij een overschot liever hun zonnestroom zelf verbruiken dan injecteren, en dat ze hun verbruik waar mogelijk richting de zonuren willen sturen. In het model maken zonnepaneeleigenaren een afweging met het ‘misgelopen’ teruglevertarief72).
Integrale elektriciteitsperspectief consument Zoals gebruikt in de modelleringen, voor een vast en dynamisch contract, op een voorbeelddag in februari 2030
Vaste leveringstarieven
10-02-2030 € 0,45
€ 0,50 € 0,38 € 0,40
Dynamische leveringstarieven
€ 0,29 € 0,30
€ 0,42
€ 0,41
€ 0,27
€ 0,30 € 0,31
€ 0,32 € 0,29
€ 0,25 € 0,22
€ 0,30
€ 0,32
€ 0,44 € 0,34
€ 0,34 € 0,30 € 0,24
€ 0,24
€ 0,20
€ 0,19
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,10
€ 0,10
€-
€0
1 ODE
Figuur 18
€ 0,47
€ 0,50
€ 0,44
€ 0,40
€ 0,33
10-02-2030
2
3
4
5
6
7
8
Energiebelasting
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 Levering
BTW
TOU
Illustratie voorbeelddag van het integrale elektriciteitsperspectief van de consument, waarmee is gerekend in de modelleringen en op basis waarvan gedragsverandering wel of niet plaatsvindt.
72) Gebaseerd op de huidige terugleververgoedingen, Independer (2023).
0
1 ODE
2
3
4
5
6
7
8
Energiebelasting
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 Levering
BTW
TOU
65
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Gedragsverandering door consument De onderstaande tabel licht op hoofdlijnen een aantal aannames toe voor de veronderstelde gedragsverandering bij kleinverbruikers als gevolg van het nieuwe tariefstelsel. Dit onderzoek bekijkt dan ook niet het technische/ theoretische potentieel, maar maakt een inschatting van de werkelijke ruimte van kleinverbruikers om te schuiven binnen bepaalde comforteisen. Bijvoorbeeld een continu voldoende verwarmde woning en/ of het opladen van een elektrische auto binnen een typische tijd dat een auto aan een publieke laadpaal staat.
(Basis) elektrische apparatuur73)
Verondersteld wordt dat dit verbruik met de prijs meebeweegt met een prijselasticiteit van 0,0374). Hierbij worden de prijzen van elk uur vergeleken met de goedkoopste zes uren van die dag. Dit verplaatsbare potentieel wordt verplaatst naar deze zes uren. Dit is gedaan met de gedachte dat het gedrag van mensen niet perfect stuurbaar is en dat, zelfs bij gedragsverandering, niet alles naar het goedkoopste uur zal schijven maar wel naar het goedkoopste dagdeel. Relatief gezien verschuift het verbruik van deze apparatuur niet veel. Er wordt immers verondersteld dat het verschuiven van dit verbruik om actieve gedragsverandering van de consument vraagt.
Warmtepomp
Er wordt aangenomen dat 50% van alle warmtepompen stuurbaar is in 2030. Omdat er voor ruimteverwarming sterke comforteisen zijn, wordt de originele verbruikscurve grotendeels gevolgd. Deze curve wordt met een correctiefactor aangepast die de inverse van de prijscurve volgt. Hierdoor wordt verbruik voor een klein deel geschoven en meer verspreid over de dag, maar blijft kamertemperatuur binnen comforteisen. De ochtend- en avondpiek worden hiermee gedempt.
Hybride warmtepomp
Voor de hybride warmtepomp wordt een vergelijkbare modellering toegepast als voor een reguliere warmtepomp. Een toevoeging is dat de hybride warmtepomp overschakelt op gas wanneer de totale gasprijs lager is dan de totale elektriciteitsprijs (inclusief belastingen en met het nieuwe tijdsgebonden netwerktarief).
Warmtepomp waterverwarming
Wederom wordt aangenomen dat 50% van de warmtepompen stuurbaar is. Van dit stuurbare deel wordt aangenomen dat, op elk moment, minimaal 50% van het originele verbruik van een warmtepomp behouden moet blijven, zodat een warmwaterreservoir warm gehouden kan worden en deels kan worden aangevuld. De rest kan worden verdeeld over de goedkoopste uren van de dag, met een maximum per uur gebaseerd op het originele profiel. De gedachte hierachter is dat het niet altijd nodig is om het warmwaterreservoir direct volledig te vullen. Na bijvoorbeeld een douche wordt de tank tot een minimum bijgevuld en deze wordt pas volledig gevuld als de prijs gunstig is, maar wel binnen een minimum tijdspanne.
73) Elektrische apparatuur wordt gebruikt volgens de ETM-definitie. Het ETM licht niet toe wat hier exact onder valt. Een aantal voorbeelden van elektrische apparaten zijn witgoed, strijkijzers, magnetrons, koelkasten, waterkokers en elektronica (laptops, tv’s, e.d.). Elektrische apparatuur is veelal de grootste verbruiksgroep van Nederlandse huishoudens. 74) In een voorafgaand onderzoek is een uitgebreid literatuuronderzoek gedaan naar gedragsverandering bij prikkels. Uit een van de vooraanstaande systeemstudies (die meerdere studies vergelijkt) is een prijselasticiteit overgenomen: Acturus: International evidence on dynamic pricing. Ahmad Faruqui and Sanem Sergici, 2013 – gemiddeld resulteert een piek-dal-prijsverschil van een factor 10 in een reductie van 30%.
66
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Elektrische auto’s – thuis en elders
Zoals eerder vermeld zijn voor EV’s laadprofielen van de Laadprofielengenerator van ElaadNL gebruikt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen thuis laden (bij een laadpaal), snel laden (bijvoorbeeld bij tankstations), werk laden (bij een laadpaal op werk) en publiek laden (bij publieke laadpalen zoals vlakbij huis of bij winkels). ElaadNL hanteert hierin de volgende verdeling: 19% thuis, 9% snel, 17% werk, 55% publiek. Deze profielen worden geschaald om op hetzelfde jaartotaal te komen als het Klimaatambitiescenario uit het ETM. We gebruiken echter de ElaadNL-profielen omdat deze gebaseerd zijn op historische laadsessies en meer variatie per dag hebben. De profielen uit het ETM zijn elke weekdag hetzelfde en elke weekenddag hetzelfde, wat leidt tot een gematigder profiel. Er is aangenomen dat 70% van de EV’s stuurbaar is in 2030. In 2021 gaf al 72% van de EV-rijders aan in staat te zijn slim te laden75). Een groot deel doet dit nu alleen nog niet (altijd). Van de beschikbare voertuigen die thuis laden is aangenomen dat 50% van het verbruik tijdens de piek onveranderd blijft. Voor publiek laden is dit 75%. Ten eerste zal niet iedereen die slim kan laden, dit ook doen. Daarnaast zal bij slimme laadsessies alsnog een deel van de elektriciteit in de minder gunstige uren verkregen worden, zodat bij korte laadsessies mensen hun auto nog steeds kunnen gebruiken.
In de modellering gebeurt het sturen enkel tijdens dagelijkse piekperiodes waarbinnen het gros van de laadsessies zal plaatsvinden. Hiervoor is het gedrag per type laadsessie anders. Op het werk en snel laden gebeuren doorgaans op het middenspanningsnet en laten we daarom buiten beschouwing. Voor publiek en thuis laden wordt verschillend gedrag aangenomen. Volgens het laadonderzoek van ElaadNL, waarin tienduizend laadsessies van Jedlix zijn geanalyseerd, zijn thuislaadsessies bijna altijd langer dan acht uur76). Sessies elders zijn doorgaans korter. Hiervoor wordt drie uur aangenomen. Het is echter zo dat een deel van het publiek laden qua gedrag dichterbij thuisladen ligt. Dit gaat om mensen zonder privélaadpaal die wel de hele avond of nacht hun auto aansluiten aan een publieke paal. Volgens het Nationaal Laadonderzoek 2022 is dit 21% van al het laden77).Omdat het laadgedrag van publiek laden vlakbij huis zeer vergelijkbaar is met dat van thuis laden, voegen we dat gedrag samen door een deel van het publieklaadprofiel af te trekken en toe te voegen aan het thuislaadprofiel. Dit zorgt voor een groter volume thuisladen en een publieklaadprofiel met een aangepaste vorm.
Omdat thuis laden typisch gebeurt na werkdagen en tot uiterlijk het vertrek de volgende ochtend, nemen we aan dat pieken in thuislaadprofielen geschoven kunnen worden binnen een tijdsblok van 17.00 tot 08.00 uur. Publiek laden vindt juist plaats van huis en kan daarom geschoven worden binnen een tijdsblok van tussen 08.00 en 20.00 uur. Binnen deze tijdsblokken kunnen pieken geschoven worden, maar het totaalvolume dient gelijk te blijven. Om te voorkomen dat alle auto’s op onbeperkt vermogen zullen gaan laden op het één goedkoopste uur, wordt er een beperking gelegd op het maximale laadvermogen van auto’s. Het effect van de EV-sturing is aanzienlijk. Bij de grootste tien jaarpieken wordt 71% tot 85% van de piekreductie gerealiseerd door de sturing van EV’s. Voornamelijk het effect van thuis laden is groot, waarbij grote volumes van de avonduren verschuiven naar de nacht en vroege ochtend.
75) Nationaal Laadonderzoek, rvo 2021 en 2022 76) Slim Laden voorkomt overbelasting energienetwerk, ElaadNL 77) Nationaal Laadonderzoek, rvo 2022
67
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Thuisbatterij
Aangenomen is een adoptie van thuisbatterijen van in totaal 5,98 GWh aan opslag en een (ont)laadvermogen van 2 GW verdeeld over 7,5% van de huishoudens in Nederland (naar aannames in ETM). Zonder tariefprikkel acteren deze batterijen enkel op day-ahead-prijsreeksen uit het ETM. Hierbij wordt geladen en ontladen op basis van de hoogste en laagste prijzen binnen blokken van zes uur. In aanwezigheid van de tariefprikkel wordt batterijgedrag complexer; immers geldt het tijdgebonden kWh-tarief alleen op afname (dus opladen), maar wordt dit niet terugverdiend bij ontladen. Daarom wordt er voor laden wederom gekeken naar de hoogste prijs binnen blokken van zes uur. Echter, maximaal ontladen wordt alleen gedaan wanneer de prijs voor teruglevering (ontladen) op dat moment hoger is dan de laagste prijs die binnen een blok van 24 uur voor laden betaald zou moeten worden. Wanneer dat niet het geval is, wordt alleen ontladen met het eigenverbruik van dat moment voor de betreffende huishoudens (7,5% van Nederland).
Overig en zon-PV
Overige posten van elektriciteitsvraag en opwek van zonnepanelen verschuiven niet.
Kostenverdeling Voor de analyses rondom de kostenverdeling is gebruik gemaakt van de Kerncijfers wijken en buurten 202278). Hierin staan aantallen woningen per woningtype en gemiddelde inkomens genoteerd op buurtniveau. Dit is het meest gedetailleerde niveau waarop het CBS openbaar rapporteert79). Deze data zijn gecombineerd met de elektriciteitsverbruiksdata (gecategoriseerd op buurtniveau), waaruit een grove inkomstenverdeling volgt per woningtype en elektriciteitsverbruik.
78) Kerncijfers wijken en buurten 2022. 79) Het gebruiken van CBS’ microdata zou een fijnmazigere analyse zijn, maar gezien het tijdspad van dit onderzoek is hier niet voor gekozen; in een vervolg studie naar de detailuitwerking van een tariefrichting wordt dit wel geadviseerd.
68
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Bijlage 3 Deze bijlage geeft een toelichting op de voornaamste aannames die ten grondslag liggen aan de inschatting van de groepsgroottes in de huishouden casuïstiek. Kwetsbaar huishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij rond de dertigduizend woningen. In 2022 bestond voor ±32k personen op grond van de ZvW een vergoeding voor hoge elektriciteitskosten door medische apparatuur als chronische thuisbeademing, thuisdialyse en zuurstofapparatuur thuis80). Een prognose richting 2030 is hierin lastig. Appartementeigenaar. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 200k-550k. In 2021 bestonden er 435k warmtenetaansluitingen; wij schatten dat minimaal (en waarschijnlijk meer dan) de helft hiervan uit appartementen bestond, wat de ondergrens vormt. De ambitie van het voorgaande kabinet was om in 2030 tot 950.000 warmtenetaansluitingen te komen81). Energieleveranciers richten zich onder de huidige marktomstandigheden voor warmtenetten voornamelijk op nieuwbouw82), wat volgens ABF richting 2030 voor 63% uit appartementen bestaat83). Dit vertaald zich naar circa +325k extra warmtenet appartement aansluitingen. Modaalhuishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 2,0 mln – 3,4 mln. In 2023 waren er 3,38 mln rijtjeswoningen, ofwel 42,0% van het totaal91.
Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 42%
80) Personen voor wie op grond van de Zvw een vergoeding bestaat voor elektriciteitskosten bij gebruik van medische hulpmiddelen thuis: Chronische thuisbeademing, Thuisdialyse, Zuurstofapparatuur Thuis 81) Nationaal Warmtenet Trendrapport 2021 (link; link) 82) Vattenfall: grootschalige warmteprojecten in bestaande bouw niet meer opgestart 83) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit
nog eens 374k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM84) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 2,03 mln woningen. Een huis vol. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 220k-410k. Volgens het CBS waren er in 2023 405k85) huishoudens met 5 personen of meer; hun prognose van 2018 voor 2030 was 404k86) huishoudens (wat vervolgens weer oploopt naar 436k in 2040). Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM87) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 218k woningen. Duurzaamheidsambitie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-260k. In 2023 waren er 704k 2-onder-1 kap woningen, ofwel 8,7% van het totaal88). Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-203089) komen hier met 8,7% nog eens 78k 2-onder-1 kap woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM90) heeft in 2030 11,5% van de huishoudens een hybride warmtepomp en zijn grofweg een derde van de personenauto’s elektrisch.
Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 90k (11,5% van 782k) en 260k (33% van 782k). 84) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 85) CBS - Particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte, 1 januari 86) CBS - Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2019-2060 87) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 88) CBS - Nederland in cijfers - Hoeveel woningen zijn er? 89) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit 90) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Maximale elektrificatie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-180k. In 2023 waren er 1,04 mln vrijstaande woningen, ofwel 13,0% van het totaal91. Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 13% nog eens 115k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM91) heeft in 2030 7,5% van de woningen een thuisbatterij en 15,1% een full-electric warmtepomp. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 86k (7,5% van 1,16 mln) en 175k (15,1% van 1,16 mln).
91) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
69
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Bijlage 4 B.4.1 Hoe ziet het nettarief er voor niethuishoudelijke klanten uit? Huishoudelijke kleinverbruikers hebben doorgaans een 3x25 ampère aansluiting. Om de impact op niet-huishoudelijke klanten te bepalen moet ook voor alle andere kleinverbruikaansluitingen (alle aansluitingen tot en met 3x80 ampère) worden vastgesteld hoe het tijdgebonden kWhtarief eruit zal zien. Hiertoe trekken we de methodiek zoals uitgewerkt voor huishoudens door naar de grotere aansluitingscategorieën. Hierbij is het uurlijks variërende tarief is gelijk voor alle categorieën. Om per aansluitcategorie nog steeds dezelfde totale netwerkkosten op te halen, wordt het uurlijks variërende tarief aangevuld met een basislast dat bestaat uit een vast bedrag dat bepaald wordt voor elke aansluitingscategorie. Variabele prijsprofiel gelijk voor alle KV-aansluitingen Om de impact van het uitgewerkte alternatief nettarief op niet-huishoudelijke klanten in te schatten, wordt gerekend met hetzelfde prijsprofiel voor huishoudens (zie Figuur 1). De vorm van dit prijsprofiel is opgesteld aan de hand van de verbruiksprofielen van woningen, die met 90% van alle KV-aansluitingen zeer bepalend zijn voor de netbelasting op laagspanning.
Ook de hoogte van tarieven in het prijsprofiel zijn gebaseerd huishoudens, die voornamelijk het capaciteitstarief van de 1x25 ampère – 3x25 ampère categorie betalen, waarbij het uitgangspunt is om in het nieuwe tariefstelsel gelijke netbeheerkosten op te halen binnen deze categorie.
70
71
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Uurtarieven nieuw stelsel, voor ‘winter’ en ‘zomer’ Gehanteerd voor doorrekeningen dit onderzoek, o.b.v. gemiddeld verbruik, profiel en netkosten per woning in 2030
Winter
Δ 0,21
Zomer
€ 0,24
€ 0,24
Δ 0,16
€ 0,24
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,16
€ 0,11
€ 0,09
€ 0,12
€ 0,13
€ 0,16
€ 0,12
€ 0,11
€ 0,16
€ 0,12 € 0,07
€ 0,08
€ 0,06
€ 0,08
€ 0,04
€/kWh
€/kWh
€ 0,03 € 0,04 € 0,00 1
2
3
4
5
Uur van de dag
6
€ 0,12
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
€ 0,04 €-
€ 0,00 1
2
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
Uur van de dag
Figuur 20 Uurtarieven voor een nieuw tariefstelsel, zoals gehanteerd voor de doorrekeningen in dit onderzoek92). Links het tarief voor de ‘winter’-periode (oktober – april) en rechts de ‘zomer’ (april – oktober).
92) Uurtarieven zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario, zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model.
72
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
De basislast wordt aangepast per aansluitingscategorie om de opgehaalde netwerkkosten binnen elke categorie gelijk te houden Een uitgangspunt in deze analyse is om dezelfde inkomstenverdeling over de verschillende aansluitingscategorieën te behouden als onder het huidige nettarief in 2030 het geval zou zijn. Hierin zijn in een detailuitwerking mogelijk ook andere keuzes te maken (zie paragraaf 4.3.3). Om per categorie het bedrag voor de basislast vast te stellen, is daarom per aansluitcategorie bepaald wat de verwachte opbrengsten zullen zijn vanuit de variabele tariefcomponent. Deze worden vervolgens aangevuld met een basislast om zo te komen tot het tarief onder het huidige stelsel (in 2030)93). Figuur 21 toont per aansluitcategorie de verwachte gemiddelde kosten vanuit het uurtarief en de daaruit volgende hoogte van de basislast. Gemiddelde kostenverdeling basislast en uurtarief Voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën, 2030 € 7.000 €/jr.
Basislast
€ 4.976
€ 5.000 € 3.755
€ 4.000 € 3.000 € 2.000 € 1.000 €0
Figuur 21
€ 6.199
Uurtariefkosten
€ 6.000
€ 2.532
3x35 A
€ 2.280
€ 2.228
€ 1.695 € 837
€ 2.778
€ 1.527 3x50 A
€ 2.696 3x63 A
€ 3.421
3x80 A
Kostenverdeling basislast en uurtariefkosten voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën. Hierdoor blijven de inkomsten ten opzichte van het huidige nettariefstelsel (in 2030) gelijk.
93) De hoogte van de tarieven zijn gebaseerd op de door ACM gepubliceerde tarieven van 2023 en de veronderstel groei van tarieven door Netbeheer Nederland7 richting 2030
B.4.2 Hoe ziet de groep niet-huishoudelijke aansluitingen eruit? De groep klein-zakelijke aansluitingen is zeer heterogeen in zowel netaansluiting, als omvang van verbruik en verbruiksprofiel. Zodoende is de impact van de voorgestelde tariefrichting op deze groep als geheel dan ook moeilijk te duiden. Daarom bieden we meer inzicht in sectoren, verbruiken en verbruiksprofielen binnen de groep van klein-zakelijke aansluitingen. Klein-zakelijke aansluitingen vertegenwoordigen een tiende van de kleinverbruikersaansluitingen en 15% van het energieverbruik Op basis van de jaarverbruiksdata van de regionale netbeheerders94) is een onderverdeling gemaakt van kleinverbruiksaansluitingen en -verbruik per aansluitcategorie. Deze informatie is geëxtrapoleerd naar 2030, uitgaande van een groei van het aantal aansluitingen95) en verbruik96). De onderverdeling tussen klein-zakelijke aansluitingen en huishoudens is gebaseerd op een dataset van Alliander met verdelingen per aansluitcategorie; deze set is getoetst met een Enexis dataset. Uit deze analyse blijkt dat 10% van de aansluitingen en 15% van het energieverbruik afkomstig is van klein-zakelijke aansluitingen.
Overgrote meerderheid van de kleinverbruikersaansluitingen, waaronder klein-zakelijk, bevindt zich in de 1x25A t/m 3x25A aansluitcategorie De onderverdeling van KV-aansluitingen in 2030 per aansluitcategorie laat zien dat veruit de meeste aansluitingen tot de 1x25 ampère – 3x25 ampère groep97) behoren. Onder het huidige nettariefstelsel betalen zij een vergelijkbaar capaciteitstarief rond de €350 per jaar, afhankelijk van de netbeheerder. Negentig procent van de aansluitingen binnen deze groep betreft huishoudens. 94) Sinds 01-07-2015 publiceren alle regionale netbeheerders jaarverbruiksdata op hun eigen website. 95) Hierin is uitgegaan van de jaarlijkse groei van 110k nieuwe kleinverbruik aansluitingen in 2023, NBNL 96) Voor de groei van het verbruik is, net als in de rapportage, uitgegaan van het IP2024 Klimaatambitie scenario in het Energietransitiemodel. 97) Dit is een categorisering op basis van het capaciteitstarief die de regionale netbeheerders rekenen. Elke regionale netbeheerder hanteert een andere categorisering.
73
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie
Verdeling huishoudens en klein-zakelijke kleinverbruikers 2030 prognose o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei aantal KV-aansluitingen. De onderverdeling klein-zakelijk en huishoudens is gemaakt met interne datasets RNBs.
2030 o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei KV-aansluitingen 9.042.054
10.000.000 7.500.000
10%
5.000.000
15%
2.500.000 0
Aansluitingen (aantal)
Energieverbruik (kWh)
1.712
889
1x6 A
1x10 A
1x25 A, 1x35 A 3x25 A
22.434
3.173
4.898
12.270
3x35 A
3x50 A
3x63 A
3x80 A
Figuur 23 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie tot en met 3x80A
Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen Klein-zakelijke aansluitingen zijn heterogeen in type verbruik; impact van het variabele
85%
90% huishoudens klein-zakelijk
Figuur 22 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen en energieverbruik tussen huishoudens en niethuishoudelijke aansluitingen, <3x80 ampère.
In alle andere aansluitcategorieën betreft de meerderheid van de aansluitingen kleinzakelijke aansluitingen. Omdat de aansluitcategorie 1x25 ampère - 3x25 ampère zo omvangrijk is, bevat deze in absolute aantallen toch nog de meeste klein-zakelijke aansluitingen (circa 900.00 aansluitingen).
uurtarief zal verschillend uitpakken voor ochtend-, middag-, en avondgebruikers
Het verbruiksprofiel van verschillende huishoudens kent relatief weinig variatie. Typisch verbruikt een huishouden in de nacht weinig elektriciteit en in de ochtend- en avonduren veel. Klein-zakelijke aansluitingen tonen een veel grotere heterogeniteit in hoeveelheden verbruik, maar ook in de verbruiksprofielen. Een meubelzaak zal typisch overdag veel verbruiken, een kleine bakker ‘s nachts en een restaurant in de avond. De impact van het voorgestelde tariefstelsel zal dus ook verschillen tussen deze type klein-zakelijke aansluitingen. Om toch inzicht te bieden in de impact op deze groep definiëren we vijf typische verbruiksprofielen en geven we een inschatting van de verdeling van niethuishoudelijke aansluitingen over deze vijf verbruiksprofielen. We gebruiken een CBS-dataset98) die per bedrijfstak (SBI 2008 codes, niveau 1) een onderverdeling maakt van het aantal zakelijke klanten met een verbruik van minder dan 100.000 kWh/jaar (zie Figuur 23). Dit verbruik komt naar schatting overeen met het verbruik van KV-aansluitingen. Op basis van de beschrijving van de achterliggende 98) CBS - Aardgas- en elektriciteitslevering aan bedrijven; verbruiksklasse, SBI 2008
74
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
economische activiteiten (SBI-codes), schatten we kwalitatief in welke verbruiksprofielen gevonden kunnen worden binnen elke bedrijfstak. We maken hierin onderscheid tussen een profiel met een ‘ochtendpiek’, ‘overdagpiek’, ‘avondpiek’, ‘nachtpiek’ en een ‘vlak (ook wel continu)’ profiel. Figuur 23 toont per economische hoofdactiviteit het totaal aantal KV-aansluitingen en een inschatting van welke typische profielen voornamelijk voorkomen. Deze analyse resulteert bovendien in een inschatting van het aantal aansluitingen per type verbruiksprofiel (onderaan figuur 23). Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak Bedrijfstak (SBI-code)
Bedrijfstak (SBI-code)
Inschatting
Per bedrijfstak worden 5 blokken kwalitatief verdeeld Landbouw, bosbouw en visserij
A
Delfstoffenwinning
B
Industrie
C
Energievoorziening
D
2.645
Waterbedrijven en afvalbeheer
E
1.575
Bouwnijverheid
F
Handel
G
Vervoer en opslag
H
Horeca
I
Informatie en communicatie
J
Financiële dienstverlening
K
Verhuur en handel van onroerend goed
L
360 43.710
60.685 169.080 28.320 91.425 6.435 32.500 21.335
Specialistische zakelijke dienstverlening M Verhuur en overige zakelijke
N
Openbaar bestuur en overheids
O
Onderwijs
P
Gezondheids- en welzijnszorg
Q
Cultuur, sport en recreatie
R
Overige dienstverlening
S
Extraterritoriale organisatie
U
Ochtend Overdag Avond Nacht Vlak
58.235
38.040 14.535 20.225 14.295 66.420 22.995 31.990 540
Figuur 24 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak op basis van CBS-data 2022, tot 100.000 kWh/jaar
Ochtend
Overdag
Avond
Nacht
Vlak
Aansluitingen
20%
48%
13%
4%
15%
O.b.v. kwalitatieve inschatting
~150k
~350k
~90k
~30k
~110k
Figuur 25 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per type verbruiksprofiel, op basis van een kwalitatieve inschatting
75
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Casuïstiek van daadwerkelijke profielen De beschikbaarheid van daadwerkelijke profielen is zeer beperkt en maakt het uitdagend om op basis van de wel beschikbare data conclusies te trekken. Desondanks geven we graag inzicht in hoe het alternatieve nettarief zou uitpakken voor een drietal daadwerkelijke en geanonimiseerde verbruiksprofielen waartoe we beschikking hebben gekregen via COMCAM (Restaurant 1 en 2) en Scholt Energy (Winkel). Het betreft de profielen van een restaurant met een 3x50 ampère aansluiting en een restaurant en een winkel beide met een 3x35 ampère aansluiting (zie Figuur 25). Zoals verwacht gaan beide restaurants meer betalen voor het tijdgebonden kWh-tarief omdat hun verbruik het hoogste is tussen 16:00 – 22:00. Voor restaurant 1 nemen de netbeheerkosten toe
met zo’n 88% tot € 9.392,-. Een stijging van de netkosten is in lijn der verwachting, bovendien is het jaarverbruik van dit restaurant binnen zijn aansluiting aan de hoge kant. Dit verklaart de grote toename van de netkosten. De stijging in de netbeheerkosten voor restaurant 2 zijn met 6% een stuk beperkter. De netbeheerkosten van de winkel nemen met 1% zeer beperkt af. Hoewel het verbruik van deze winkel een typische ochtendpiek laat zien, waarmee je een daling van de netkosten zou verwachten, is de daling beperkt doordat het jaarverbruik binnen de aansluitcategorie aan de hoge kant ligt. Ter vergelijking, het jaarverbruik van de winkel is bijna 2000 kWh hoger dan dat van restaurant 2. Desondanks daalt het nettarief van de winkel.
Verbruiksprofielen en netwerkkosten 2030 Voor het drietal werkelijke klein-zakelijke profielen, geen sturing Verbruiksprofiel, gemiddelde winterdag
16 kW
Netwerkkosten met huidige en nieuwe tarief
Restaurant 2
Winkel
19.169 kWh/jr 3x35 A
20.999 kWh/jr 3x35 A
€ 9.392
€ 10.000
Winkel Restaurant 1 Restaurant 2
14
Restaurant 1 58.763 kWh/jr 3x50 A
12
€ 7.500
10 8
€ 5.000
€ 4.976
6 4
€ 2.532
€ 2.500
2 €0
0 0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 14 15
16 17 18 19 20 21 22 23 24
uren van de dag
Huidig
Basislast
Uurtarief
Figuur 25 Drietal verbruiksprofielen en netwerkkosten in 2030 van werkelijke profielen. Data beschikbaar gesteld door COMCAM (Restaurant 1 & 2) en Scholt Energy (Winkel).
€ 2.672
€ 2.532
€ 2.502
76
‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: y y y y
Toekomst van werk en organisatie Energietransitie Toekomst van zorg Transformatie van openbaar bestuur
Berenschot Groep B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl