CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1. 2021 Raadsvoorstel 305649 MRDH zienswijze beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen.pdf

Gemeenteraad AW 31 mei 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken7.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Onderwerp: MRDH zienswijze beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen

College van burgemeester en wethouders 13 april 2021

Portefeuillehouder Jolanda de Witte

Zaaknummer 305649

Openbaar

E-mailadres opsteller: r.groenewegen@bar-organisatie.nl

Geadviseerd besluit 1. de zienswijze vast te stellen op de MRDH beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen; 2. met de zienswijze geen opmerkingen te maken.

1/5

Raadsvoorstel Inleiding De beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen vormt voor de MRDH het kader voor de vorming en aanwending van deze zogenaamde vermogensbestanddelen. Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) vormt het kader waar de beleidsnota aan moet voldoen. Het BBV is ook van toepassing op de MRDH. De financiële verordening schrijft voor dat de MRDH elke 4 jaar de beleidsnota actualiseert. Er is geen sprake van beleidsmatige wijzigingen. Ten opzichte van de beleidsnota van 2017 is de nieuwe nota tekstueel aangepast. Daarnaast zijn de belangrijkste wijzigingen redactioneel van aard:  er is geen aparte paragraaf 'rente' (1.4 in de nota van 2017). Dit onderwerp is geïntegreerd in de paragrafen over reserves, voorzieningen resp. fondsen (1.1 t/m 1.3);  er is een samenvattende overzichtstabel toegevoegd (1.4 in de nota van 2021);  hoofdstuk 2 beschrijft de reserves en fondsen die momenteel binnen de MRDH bestaan. Er zijn momenteel geen voorzieningen. In de beschrijvingen zijn de onderwerpen 'doel' en 'bestemming/beleid' in de nota van 2017 samengevoegd tot het onderwerp 'doel' in de nota van 2021. In 2017 was er ook een zienswijzeprocedure rond de beleidsnota. De gemeente heeft toen één gecombineerde zienswijze uitgebracht op de begroting en de beleidsnota.

De belangrijkste uitspraak die de gemeente hierin deed was de voorkeur om financieel-technische discussies zoveel mogelijk op ambtelijk niveau te voeren, en om specialisten van de gemeente hierbij te betrekken. Beoogd effect invloed uitoefenen op de besluitvorming van de MRDH Argumenten 1. Door een zienswijze uit te brengen oefent de gemeente invloed uit op de besluitvorming van de MRDH. 2. De MRDH stelt geen beleidsmatige wijzigingen voor; de beleidsnota 2021 bevat uitsluitend tekstuele en redactionele aanpassingen ten opzichte van 2017. Overleg gevoerd met n.v.t. Kanttekeningen n.v.t. Uitvoering/vervolgstappen De MRDH stelt 25 mei als termijn voor de zienswijze. Na behandeling in Beraad & Advies kan de MRDH ambtelijk starten met de concept beantwoording op basis van de voorgestelde zienswijze. Als de vastgestelde zienswijze anders is dan het voorstel is de inschatting dat dit nog kan worden meegenomen bij de behandeling door Adviescommissie en AB. Op 16 juni brengen de MRDH Adviescommissies advies uit over de voorstellen. Op 9 juli stelt het AB de begroting en de beleidsnota definitief vast. Financiën n.v.t. Communicatie/participatie na besluitvorming n.v.t.

2/5

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

1. zienswijzebrief MRDH beleidsnota r,v,f.docx 2.1 MRDH Ontwerp beleidsnota reserves voorzieningen en fondsen 2021.pdf 2.2 Aanbiedingsbrief zienswijze ontwerp beleidsnota rerserves v en f MRDH 2021.pdf 2.3 Beleidsnota reserves voorzieningen en fondsen 2017.PDF

3/5

CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: MRDH zienswijze beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen

Gemeenteraad: 5 juli 2021

Zaaknummer: 305649

De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 13 april 2021,

BESLUIT: 1. de zienswijze vast te stellen op de MRDH beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen;

2. met de zienswijze geen opmerkingen te maken.

4/5

Hierbij sturen wij u onze zienswijze op de ontwerp beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen 2021. Wij bedanken u voor de mogelijkheid die u ons hiervoor geeft. Wij hebben geen opmerkingen over de ontwerp beleidsnota.

Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Albrandswaard, de griffier,

de voorzitter,

Eelco Groenenboom Msc MMC

drs. Jolanda de Witte

5/5

Metropoolregio Rotterdam Den Haag Algemeen Bestuur Postbus 21012 3001 AA Rotterdam

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): KvKnummer:

22 maart 2021 78989 Nee -

Ons kenmerk: 305649 Contact: R.P. Groenewegen Telefoonnummer: 010 506 11 11 Team: Strategie Datum:

Betreft: zienswijze beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen Geacht bestuur,

Hierbij sturen wij u onze zienswijze op de ontwerp beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen 2021. Wij bedanken u voor de mogelijkheid die u ons hiervoor geeft. Wij hebben geen opmerkingen over de ontwerp beleidsnota.

Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Albrandswaard, de griffier,

de voorzitter,

Eelco Groenenboom Msc MMC

drs. Jolanda de Witte

Hofhoek 5 - 3176 PD Poortugaal - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

Ontwerp beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

Inhoudsopgave 1

2

3

Begripsbepaling en beleidsuitgangspunten ............................................................................... 4 1.1

Reserves ............................................................................................................... 4

1.2

Voorzieningen ......................................................................................................... 5

1.3

Fondsen ................................................................................................................ 6

1.4

Samenvatting van de verschillen tussen reserves, voorzieningen en fondsen ............................. 8

Overzichten reserves, voorzieningen en fondsen MRDH per 31-12-2019........................................... 9 2.1

Reserves ............................................................................................................... 9

2.2

Voorzieningen ........................................................................................................ 10

2.3

Fondsen ............................................................................................................... 11

Besluit .......................................................................................................................... 12

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 2

Inleiding Voor u ligt de Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen. Deze wordt, conform de Financiële Verordening van de MRDH, tenminste één keer in de vier jaar door het algemeen bestuur vastgesteld. Door het vaststellen van deze beleidsnota wordt bereikt dat er een eenduidig en actueel beleidskader voor reserves, voorzieningen en fondsen bestaat. De externe regelgeving waar dit beleidskader aan dient te voldoen is opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze regelgeving is ook van toepassing op gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH. In deze beleidsnota stelt het algemeen bestuur voor iedere reserve / voorziening / fonds het volgende vast: - de naam - het doel dat we met de middelen willen realiseren - de looptijd - wie er verantwoordelijk is voor planning en control ten aanzien van de betreffende middelen - welke regels er gelden voor het toevoegen/onttrekken aan de middelen - wat de minimum en maximum omvang mag zijn - de huidige stand en het verwachte verloop in de komende periode - of er jaarlijks rente aan wordt toegerekend.

Leeswijzer In hoofdstuk één wordt stilgestaan bij de regelgeving en beleidsuitgangspunten rondom reserves, voorzieningen en fondsen. In hoofdstuk twee wordt een overzicht gegeven van de reserves, de voorzieningen en de fondsen die door de MRDH gehanteerd worden alsmede van de actuele ontwikkelingen.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 3

1

Begripsbepaling en beleidsuitgangspunten

Uitgangspunt is dat het realiseren van de beleidsdoelen zoveel mogelijk onderdeel uitmaakt van de programmabegroting. Dit beleidsuitgangspunt vloeit voort uit de grondslag van het stelsel van baten en lasten, namelijk dat de baten en de lasten van besluitvorming zo goed mogelijk moeten worden toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben. Het in de programmabegroting juist toedelen van bedragen aan de jaarschijven doet recht aan de planning- en controlcyclus. Het dwingt tot het vooraf ramen van de middeleninzet voor de te realiseren beleidsdoelen die in de programma's zijn onderscheiden en het achteraf afleggen van verantwoording over de behaalde resultaten. Op grond van het voorzichtigheidsbeginsel moeten verwachte verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar in acht worden genomen als zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Verliezen dienen direct te worden genomen, voor verwachte verliezen worden voorzieningen gevormd.

Het onderscheid in reserves, voorzieningen en fondsen kan samengevat als volgt worden weergegeven: Doet het volgende zich voor: Zijn er eigen middelen nog niet besteed waarvoor geen verplichte uitgaven hoeven te worden gedaan / waarover nog keuzes (door het algemeen bestuur) gemaakt kunnen worden? Is er sprake van verwachte verplichtingen of verliezen met een onzekere omvang, die redelijkerwijs wel is in te schatten, waarvan de oorzaak in het verleden ligt? Zijn er nog niet bestede budgetten, ontvangen van Europese en Nederlandse overheden, en die bestemd zijn voor/uitgegeven moeten worden aan een specifiek doel?

Zo ja, dan: Reserve

Voorziening

Fonds

Ondanks het eenduidige onderscheid tussen reserves, voorzieningen en fondsen is de toepassing soms complex. Er kunnen zich met betrekking tot het begrip voorzieningen interpretatie verschillen voordoen als het gaat om de invulling van (on)zekerheid over de omvang en het tijdstip van optreden in verband met verplichtingen en risico's. Cruciaal voor het treffen van een voorziening is dat er per balansdatum een verplichting bestaat, of een reëel risico op het ontstaan van een verplichting, waarvan de precieze omvang of het moment van optreden per de balansdatum onzeker is, maar wel redelijkerwijs kan worden geschat. Als het bedrag en de timing van de verplichting vaststaat, wordt een schuld in de balans opgenomen en geen voorziening. Verplichtingen die onvoldoende betrouwbaar geraamd kunnen worden, worden opgenomen als niet uit de balans blijkende verplichting. In de volgende paragrafen wordt de externe regelgeving voor reserves, voorzieningen en fondsen beschreven. Deze regelgeving wordt vertaald in beleidskaders voor het vormen, aanwenden, muteren of opheffen van reserves, voorzieningen en fondsen. 1.1

Reserves

Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Kenmerkend voor een reserve is dat er nog niet besteed budget wordt gereserveerd waar tegenover geen verplichte uitgaven staan. Er is geen regelgeving die eist dat er reserves worden ingesteld, wel getuigt het van ordentelijk financieel beheer om te anticiperen op uitgaven die in de toekomst worden verwacht en die een “aanmerkelijke” omvang hebben. Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 4

Door bij de instelling van een reserve te beschrijven waar de betreffende middelen voor zijn bedoeld, krijgen ze een bestemming. Formeel wordt de reserve daarmee een bestemmingsreserve. Kijkend naar regelgeving omtrent de vorming van reserves geeft het BBV in artikel 43 alleen aan dat in de balans de reserves dienen te worden onderscheiden naar algemene reserve en bestemmingsreserves en dat een bestemmingsreserve een reserve is waaraan het algemeen bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven. Vorming De beleidsruimte van het algemeen bestuur is vooral gelegen in het instellen en opheffen van reserves, het wijzigen van de bestemming en het wijzigen van het bestaande beleid ten aanzien van toevoegingen en onttrekkingen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves vinden plaats in de exploitatie na bepaling van het saldo van baten en lasten. Resultaatbestemmingen kunnen vooraf geraamd worden en vormen aldus onderdeel van de (programma-)begroting. Daarmee is dit de beslissingsbevoegdheid van het algemeen bestuur. Aanwending Bij iedere bestemmingsreserve wordt aangegeven onder welke voorwaarden aanwending is toegestaan. Bij de begroting wordt door het algemeen bestuur vastgesteld voor welk bedrag er onttrokken mag worden aan de reserves. Dit bedrag wordt geraamd in de programmabegroting (exploitatie).

Daarmee ligt de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijk besteden bij het algemeen bestuur. Mutaties doel De bestemming van een reserve kan alleen door het algemeen bestuur veranderd worden. Opheffing Net als de bij de vorming van een reserve, dient ook de opheffing van reserves door middel van een besluit van het algemeen bestuur plaats te vinden indien er vooraf geen einddatum vastgelegd is waarop de reserve komt te vervallen. Rente De MRDH volgt voor wat betreft rente over het eigen vermogen de aanbeveling van de commissie BBV in haar notitie Rente 2017. De aanbeveling luidt: ”Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen.” De MRDH volgt deze aanbeveling op. 1.2

Voorzieningen

Het verschil met reserves is dat het BBV in artikel 44 duidelijk omschrijft wanneer een voorziening moet worden ingesteld, deze middelen zijn niet vrij te besteden of te bestemmen. Onder meer de volgende redenen liggen ten grondslag aan het vormen van een voorziening: - (risico’s op) verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. - de wens om jaarlijks sterk fluctuerende kosten te egaliseren. De verplichting tot het doen van de uitgaven moet uiterlijk in het begrotingsjaar zelf zijn ontstaan. Bijvoorbeeld het planmatige onderhoud van een gebouw. - van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 5

voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Aan voorzieningen zit een verplichting vast. Voorzieningen zijn daarom vreemd vermogen, in tegenstelling tot reserves die tot het eigen vermogen behoren. Vorming Omdat er aan het vormen van voorzieningen een verplichting vast zit, is de beleidsruimte van het algemeen bestuur beperkt. Toevoegingen aan, aanwending en vrijval van voorzieningen worden zo veel mogelijk geraamd in de begroting. Het kan incidenteel voorkomen dat een noodzakelijke wijziging in enig jaar niet meer in de begrotingscyclus kan worden meegenomen. Op deze manier heeft het algemeen bestuur de bestuurscommissies gemandateerd voor het (financieel) beheer van de voorzieningen. In de jaarrekening leggen de bestuurscommissies via het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur inzake alle voorzieningen. Aanwending Bij de totstandkoming van producten binnen de planning- en controlcyclus worden toevoegingen, aanwendingen en vrijval aangeleverd. Bij de vaststelling van deze producten door het algemeen bestuur worden deze mutaties geautoriseerd. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat voorzieningen niet groter of kleiner mogen zijn dan de verplichtingen, verliezen of risico’s waarvoor zij gevormd zijn.

De wijziging van de hoogte van een voorziening wordt zodoende alleen gerealiseerd wanneer deze wordt aangepast aan een nieuw noodzakelijk niveau. Overige aanpassingen vloeien alleen voort uit het verminderen van een voorziening wegens aanwending voor het doel waarvoor deze is ingesteld. Aanwendingen gaan rechtstreeks ten laste van de voorziening en worden niet geraamd in de programmabegroting (exploitatie). Mutaties doel Het doel van een voorziening kan niet gewijzigd worden. Wanneer het doel vervalt, dient de voorziening opgeheven te worden. Wanneer het doel verandert zal een nieuwe voorziening moeten worden ingesteld. Opheffing Opheffing van een voorziening is alleen mogelijk wanneer de aanleiding voor de vorming ervan, een verplichting en/of risico, is komen te vervallen. Rente Rentetoerekening aan voorzieningen is op grond van BBV artikel 45 niet toegestaan, behalve wanneer de betreffende voorziening op basis van contante waarde wordt berekend. 1.3

Fondsen

Conform het BBV, artikel 49, worden in de balans onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: 1. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; 2. de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Voor de MRDH gaat het dan hoofdzakelijk om de nog niet bestede middelen van het Rijk voor verkeer en vervoer, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU); 3. overige vooruit ontvangen bedragen ten bate van het volgende begrotingsjaar. Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 6

Voor de transparantie, omdat er nog sprake kan zijn van overige overlopende passiva, noemt de MRDH deze onder de overlopende passiva opgenomen geoormerkte middelen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ‘fondsen’ (bovenstaande categorie 2). Het begrip fonds is geen door de wetgever opgelegde naam, de MRDH is vrij in de bepaling van de naam die ze aan deze middelen geeft. Omdat de fondsen geen reserve en geen voorziening zijn, worden ze apart in de beleidsnota opgenomen. Als gevolg van voorfinanciering kan er op enig moment een tekort ontstaan in de fondsen. Op basis van het BBV artikel 40a, lid 1a wordt zo’n tekort als een vordering (overlopende activa) op de balans verantwoord. Vorming De beleidsruimte van het algemeen bestuur bestaat uit het wijzigen van het bestaande beleid ten aanzien van onttrekkingen (bijvoorbeeld via de subsidieverordeningen of via de begroting) passend binnen het door derden bepaalde specifieke bestedingsdoel. Toevoegingen aan fondsen en het wijzigen van de bestemming van de fondsen volgt uit de wet of uit de daarover met de betreffende overheid gemaakte afspraken. Toevoegingen en onttrekkingen aan fondsen worden geraamd in de begroting en op deze manier geeft het algemeen bestuur het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies de kaders voor het (financieel) beheer van de fondsen.

In de jaarrekening zullen de bestuurscommissies via het dagelijks bestuur over de fondsen verantwoording afleggen aan het algemeen bestuur. Aanwending De kosten van geleverde diensten en/of producten die gemaakt zijn in het kader van het desbetreffende specifieke, door derden bepaalde, bestedingsdoel komen ten laste van dat fonds. De kosten en de dekking hiervan worden als lasten en baten geraamd in de programmabegroting (exploitatie). Mutaties doel Het doel kan niet gewijzigd worden. Het betreffen geoormerkte middelen van derden met een specifiek bestedingsdoel. Opheffing Na het vervallen van het specifieke bestedingsdoel. Eventuele resterende middelen worden afgerekend met de verstrekker van de middelen. Rente Rentetoerekening aan fondsen is afhankelijk van wettelijke bepalingen behorende bij de uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 7

1.4

Samenvatting van de verschillen tussen reserves, voorzieningen en fondsen

Belangrijkste verschillen

Reserve

Voorziening

Fonds

1. Vermogenspositie

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen

2. Vorming

Besluit algemeen bestuur

Geen besluit algemeen bestuur nodig, (risico) op verplichting is aanleiding

Op grond van wettelijke bepalingen

3. Aanwending

De middelen worden aan de reserve onttrokken en in de programmabegroting opgenomen na het saldo van baten en lasten

Rechtstreeks ten laste van de voorziening, niet via de programmabegroting

De middelen worden aan het fonds onttrokken en in de programmabegroting opgenomen als opbrengst

4. Mutaties doel

Het algemeen bestuur kan de bestemming wijzigen

Niet mogelijk

Niet mogelijk

5. Opheffing

Besluit algemeen bestuur indien geen einddatum is vastgelegd

Wanneer de aanleiding voor het vormen van de voorziening, de verplichting of het risico, is vervallen

Na vervallen specifieke bestedingsdoel

6. Rente

Niet toegestaan

Niet toegestaan, tenzij voorziening tegen contante waarde

Afhankelijk van wettelijke bepalingen

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 8

2 2.1

Overzichten reserves, voorzieningen en fondsen MRDH per 31-12-2020 (voorlopige jaarrekening 2020) Reserves

Naam

Reserve weerstandsvermogen Economisch Vestigingsklimaat

Doel

Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

De reserve is ingesteld naar aanleiding van een besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2015 in het kader van Risicomanagement en weerstandsvermogen. In deze reserves is de benodigde weerstandscapaciteit voor het programma Economisch Vestigingsklimaat opgenomen. Eind 2015 is door middel van een financiële risicoanalyse berekend dat een maal per vier jaar (collegeperiode) er als gevolg van de mogelijkheid van het uittreden van een gemeente en daarmee het wegvallen van (een deel van) de inwonerbijdrage een weerstandscapaciteit van €100.000 benodigd is ter dekking van vaste apparaatskosten. Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat Bij de jaarrekening 2015 is aan deze reserve €100.000 toegevoegd. Jaarlijks vindt bij de jaarrekening een analyse plaats of de reserve nog toereikend is. Onttrekkingen vinden plaats indien er een dekkingstekort op de vaste apparaatskosten ontstaat als gevolg van het wegvallen van (een deel van) de inwonerbijdrage. De hoogte van de reserve weerstandsvermogen Economisch Vestigingsklimaat is inherent aan het geïdentificeerde risico. Stand per 31 december 2020: €100.000 Verwacht verloop: Afhankelijk van het zich manifesteren van het risico. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing

Naam

Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat

Doel

De reserve is ingesteld naar aanleiding van een besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2015 in het kader van de bestuursrapportage. De vorming van deze bestemmingsreserve heeft twee redenen: - omdat in het begrotingsjaar gestarte projecten niet altijd eindigen op 31 december van dat jaar. De doorloop en daarmee samenhangende kosten kunnen voor bepaalde grote projecten een onevenredig beslag op de begroting voor het volgende jaar leggen; - omdat het niet opportuun is om relatief geringe begrotingsoverschotten af te rekenen met 23 gemeenten. Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat Toevoegingen zijn aan de orde als de in enig jaar verleende projectbijdragen een doorloop kennen naar volgende begrotingsjaren en als het algemeen bestuur besluit begrotingsoverschotten toe te voegen aan de reserve. Onttrekkingen zijn afhankelijk van de realisatie van de in eerdere begrotingsjaren gestarte projecten, voor zover het structurele begrotingsbudget ontoereikend is om deze bestedingen te dekken. Minimum: € 0 Maximum: Niet van toepassing Stand per 31 december 2020: € 3.651.445 Verwacht verloop: Afhankelijk van besluitvorming over de bestemming bij de jaarrekening en de realisatie van de in de reserve opgenomen projecten. Voor onbepaalde tijd

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum Stand en verwacht verloop

Looptijd

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 9

Rentetoerekening

Niet van toepassing

Naam

Risicoreserve financieringen

Doel

Looptijd Rentetoerekening

Deze reserve is gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van door de MRDH gefinancierd materieel van de regionale OV-bedrijven naar behoren af te dekken. Bij wanprestatie of faillissement van een vervoerder kan een beroep worden gedaan op deze reserve. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit Deze reserve wordt gevoed door de aan de vervoerders in rekening te brengen opslag voor marktconformiteit over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen toe te voegen aan de reserve. Onttrekking vindt plaats indien het risico van wanprestatie of faillissement van een vervoerder zich manifesteert. Op basis van een jaarlijkse risicoweging (norm 8% van het verschil tussen openstaande leningen garanties en borgstellingen en de economische waarde van de daarmee gefinancierde activa) wordt de benodigde stand van de reserve bepaald. De ondergrens voor de reserve wordt bepaald op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens bedraagt daarmee 90% van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. In de begroting 2021 is de ondergrens berekend op € 27 miljoen.

Stand per 31 december 2020: € 25.677.958 Verwacht verloop: de minimaal benodigde risicoreserve wordt naar verwachting in 2021 bereikt. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing

Naam

Reserve interne kwaliteitsverhoging

Doel

Deze reserve is in 2018 gevormd en is bestemd voor noodzakelijke extra inzet op ICT (o.a. door de overgang naar een nieuwe provider), de inrichting van een geïntegreerde projectadministratie en de automatisering en digitalisering van meerdere werkprocessen. Dagelijks bestuur Deze reserve is gevoed door het nog te bestemmen resultaat uit de jaarrekening 2017 te bestemmen. Onttrekkingen vinden plaats naar gelang de voortgang van de in het doel genoemde kwaliteitsverbeteringen. Minimum: € 0 Maximum: Niet van toepassing Stand per 31 december 2020: € 0 Verwacht verloop: De reserve is eind 2020 volledig besteed en kan worden opgeheven. Naar verwachting wordt de reserve via een besluit in de jaarrekening 2020 opgeheven. Niet van toepassing

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum

Stand en verwacht verloop

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

2.2

Voorzieningen

Er zijn binnen de MRDH momenteel geen voorzieningen getroffen.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 10

2.3

Fondsen

Naam

Fonds BDU

Doel

Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

Het bevorderen van de mobiliteit in de regio Rotterdam Den Haag door de instandhouding en bevordering van een goed openbaar vervoer- en wegennetwerk. Voorts wordt noodzakelijk onderzoek uit dit fonds gedekt. Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor zover deze middelen in enig jaar niet worden besteed, blijven zij beschikbaar in het fonds BDU. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit Voeding: de jaarlijkse ontvangst van de rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Onttrekking: bestedingen binnen de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en de Overhead met betrekking tot verkeer en vervoer, voor zover deze bestedingen niet worden gedekt door andere dekkingsmiddelen. Een maximum is niet van toepassing. Als minimum hanteert de MRDH het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van vier jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De door de toezichthouder opgelegde termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren.

Stand per 31 december 2020: € 131.010.634 De verwachting is dat het fonds de komende jaren zal afnemen. Voor onbepaalde tijd Nu niet van toepassing (vastgelegd in de wet BDU verkeer en vervoer)

Naam

Mobiliteitsfonds Haaglanden

Doel

Het bevorderen van de mobiliteit in de gemeenten die behoorden bij het voormalige Stadsgewest Haaglanden door de instandhouding en bevordering van een goed regionaal openbaar vervoer- en wegennetwerk. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit Tot en met het begrotingsjaar 2017 bracht de MRDH bij de gemeenten van het voormalige Stadsgewest Haaglanden een inwonerbijdrage voor verkeer en vervoer opgaven in rekening. Deze inwonerbijdrage kwam uitsluitend en volledig ten goede aan de Haaglanden gemeenten. Met ingang van begrotingsjaar 2018 is besloten geen inwonerbijdrage voor verkeer en vervoer opgaven meer te heffen en de nog niet bestede rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) toe te voegen aan het fonds BDU. Het mobiliteitsfonds is in de afgelopen jaren afgebouwd door onttrekkingen ter dekking van kosten die hiervoor in aanmerking kwamen. Niet van toepassing Stand per 31 december 2020: € 0 Met het vervallen van het specifieke bestedingsdoel komt het fonds door middel van het vaststellen van de jaarrekening 2020 te vervallen. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 11

3

Besluit

Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 12 van de Financiële verordening MRDH 2015; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 21 juni 2021;

Besluit De beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021 vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 juli 2021 van het algemeen bestuur.

de voorzitter Ahmed Aboutaleb

de secretaris Wim Hoogendoorn

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2021

pagina 12

METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG

Ontwerp beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

Metropoolregio Rotterdam Den Haag Postbus 66 2501 CB DEN HAAG Telefoon: 088-5445100 e-mail: informatie@mrdh.nl website: www.mrdh.nl

Inhoudsopgave 1

2

3

Begripsbepaling en beleidsuitgangspunten

4

1.1

Reserves

4

1.2

Voorzieningen

5

1.3

Fondsen

6

1.4

Rente

8

Overzichten

9

2.1

Reserves

9

2.2

Voorzieningen

10

2.3

Fondsen

11

Besluit

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

12

pagina 2

Inleiding Voor u ligt de Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen. Deze wordt, conform de Financiële Verordening artikel 12 lid 1, tenminste één keer in de vier jaar door het algemeen bestuur vastgesteld. Door het vaststellen van deze beleidsnota wordt bereikt dat het beleidskader voor reserves, voorzieningen en fondsen door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. In deze beleidsnota stelt het algemeen bestuur voor iedere reserve / voorziening / fonds het volgende vast: - de naam - het doel dat we met de middelen willen realiseren - het beleid dat we met de middelen tot stand willen brengen - wie er verantwoordelijk is voor planning & control ten aanzien van de betreffende middelen - welke regels er zijn ten aanzien van het toevoegen/onttrekken aan de reserve / voorziening / fonds - wat de minimum en maximum omvang mag zijn - de huidige stand en het verwachte verloop in de komende periode - de looptijd van de reserve / voorziening / fonds - of er jaarlijks rente aan wordt toegerekend.

Leeswijzer In hoofdstuk één wordt stil gestaan bij de regelgeving en beleidsuitgangspunten rondom reserves, voorzieningen en fondsen. In hoofdstuk twee wordt een overzicht gegeven van resp. de reserves, voorzieningen en de fondsen die door de MRDH gehanteerd worden alsmede van de actuele ontwikkelingen.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 3

1

Begripsbepaling en beleidsuitgangspunten

Ondanks het eenduidige onderscheid tussen reserves, voorzieningen en fondsen blijkt de toepassing nogal complex te zijn. Er kunnen zich met betrekking tot het begrip voorzieningen interpretatie verschillen voordoen als het gaat om de invulling van (on)zekerheid over de omvang en het tijdstip van optreden in verband met verplichtingen en risico's. Hierdoor leidt de regelgeving niet in alle gevallen tot een goede interpretatie en een ondubbelzinnige toepassing. Cruciaal voor het treffen van een voorziening is dat er per balansdatum een verplichting bestaat of een reëel risico op het ontstaan van een verplichting waarvan de precieze omvang en/of het tijdstip van optreden per de balansdatum onzeker is, maar wel redelijkerwijs kan worden geschat. Als het bedrag van de verplichting vaststaat, wordt een schuld in de balans opgenomen en geen voorziening. Verplichtingen die onvoldoende betrouwbaar geraamd kunnen worden, worden opgenomen als niet uit de balans blijkende verplichting.

Het onderscheid in reserves, voorzieningen en fondsen kan als volgt worden weergegeven: Doet het volgende zich voor: Is er eigen budget dat nog niet besteed is dat geen verplichte uitgave is / waarover nog keuzes (door het algemeen bestuur) gemaakt kunnen worden? Is er eigen budget dat nog niet besteed is en dat gereserveerd dient te worden voor verplichtingen die de MRDH is aangegaan en waarvan zeker is dat er uitgaven op gedaan moeten worden (in de komende jaren)? Nog niet bestede budgetten, ontvangen van Europese en Nederlandse overheden, en die bestemd zijn voor/uitgegeven moeten worden aan een specifiek doel?

Zo ja, dan: Reserve Voorziening

Fonds

Er client gestreefd te worden naar een situatie waarin de beleidsdoelen zoveel mogelijk onderdeel uitmaken van de exploitatie. Dit beleidsuitgangspunt vloeit voort uit de grondslag van het stelsel van baten en lasten, namelijk dat de baten en de lasten van besluitvorming zo goed mogelijk moeten worden toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben. Het in de exploitatie juist toedelen van bedragen aan de jaarschijven doet recht aan de P&C-cyclus. Het dwingt tot het vooraf ramen van de middeleninzet van de te realiseren (zo 'smart' mogelijk omschreven) beleidsdoelen die in de programma's zijn onderscheiden en het achteraf afleggen van verantwoording over de behaalde resultaten. Op grond van het voorzichtigheidsbeginsel moeten verwachte verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar in acht worden genomen als zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Verliezen dienen direct te worden genomen, voor verwachte verliezen worden voorzieningen gevormd.

1.1

Reserves

Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken. Kenmerkend voor een reserve is dat er budget wordt gereserveerd voor een specifiek doel, maar dat de exacte omvang, dan wel de vraag of het zich daadwerkelijk voor gaat doen, momenteel nog onduidelijk is. Er is geen regelgeving die eist dat er reserves worden ingesteld, wel getuigt het van ordentelijk financieel beheer wanneer je anticipeert op uitgaven die je in de toekomst verwacht en die een "aanmerkelijke" omvang hebben. Door bij de instelling van een reserve te beschrijven waar de betreffende middelen voor zijn bedoeld, krijgen ze een bestemming. Formeel wordt de reserve daarmee een bestemmingsreserve. Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 4

Vorming De beleidsruimte van het algemeen bestuur is vooral gelegen in het instellen en opheffen van reserves, het wijzigen van de bestemming en wijzigen van het bestaande beleid ten aanzien van toevoegingen en onttrekkingen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves vinden plaats door middel van resultaatbestemming. Resultaatbestemmingen kunnen vooraf geraamd worden en vormen aldus onderdeel van de (programma-)begroting. Daarmee is dit de beslissingsbevoegdheid van het algemeen bestuur. Aanwending Bij iedere bestemmingsreserve wordt aangegeven onder welke voorwaarden aanwending is toegestaan. Bij de begroting wordt door het algemeen bestuur vastgesteld voor welk bedrag er onttrokken mag worden aan de reserves. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor het daadwerkelijk besteden bij het algemeen bestuur. Mutaties doel De bestemming van een reserve kan alleen door het algemeen bestuur veranderd worden. Opheffing Net als de bij de vorming van een reserve, dient ook de opheffing van reserves door middel van een besluit van het algemeen bestuur plaats te vinden of indien er vooraf een einddatum vastgelegd is waarop de reserve komt te vervallen.

1.2

Voorzieningen

Het verschil met reserves is dat wet- en regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording: hierna te noemen; BBV) duidelijk omschrijft wanneer een voorziening moet worden ingesteld, deze zijn niet vrij te besteden of te bestemmen. Een voorziening moet worden getroffen wegens: - Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. - Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. - Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (kostenegalisatie). - Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (fondsen). Aan voorzieningen zit een verplichting vast. Voorzieningen zijn daarom vreemd vermogen, in tegenstelling tot reserves die tot het eigen vermogen behoren.

Vorming De beleidsruimte van het algemeen bestuur is vooral gelegen in het instellen en opheffen van voorzieningen en het wijzigen van het bestaande beleid. Toevoegingen aan en aanwending en vrijval van voorzieningen worden zo veel mogelijk geraamd in de begroting (N.B. het kan incidenteel voorkomen dat een noodzakelijke wijziging in enig jaar niet meer in de begrotingscyclus kan worden meegenomen). Op deze manier heeft het algemeen bestuur de bestuurscommissies gemandateerd voor het (financieel) beheer van de voorzieningen. In de jaarrekening leggen de bestuurscommissies via het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur inzake alle voorzieningen. Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 5

Aanwending Bij de totstandkoming van producten binnen de planning- & controlcyclus worden toevoegingen, aanwendingen en vrijval aangeleverd. Bij de vaststelling van deze producten door het algemeen bestuur worden deze mutaties geautoriseerd. Daarbij wordt in ogenschouw genomen dat voorzieningen niet groter of kleiner mogen zijn dan de verplichtingen of risico's waarvoor zij gevormd zijn. De wijziging van de hoogte van een voorziening wordt zodoende alleen gerealiseerd wanneer deze wordt aangepast aan een nieuw noodzakelijk niveau. Overige aanpassingen vloeien alleen voort uit het verminderen van een voorziening wegens aanwending voor het doel waarvoor deze is ingesteld. Mutaties doel Het doel van een voorziening kan niet gewijzigd worden. Wanneer het doel vervalt, dient de voorziening opgeheven te worden. Wanneer het doel verandert zal een nieuwe voorziening moeten worden ingesteld.

Opheffing Opheffing van een voorziening is alleen mogelijk wanneer de aanleiding voor de vorming ervan, een verplichting en/of risico, is komen te vervallen.

1.3

Fondsen

In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; - Alle van de EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren worden als overlopende passiva op de balans verantwoord. - Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Voor de transparantie, omdat er nog sprake kan zijn van overige overlopende passiva, noemt de MRDH deze onder de overlopende passiva opgenomen geoormerkte middelen van derden, fondsen. Het begrip fonds is geen door de wetgever opgelegde naam, we zijn vrij in de bepaling van de naam die we aan deze middelen willen geven. Omdat de fondsen onder overlopende passiva vallen, worden ze apart in de beleidsnota opgenomen. Als gevolg van voorfinanciering kan er op enig moment een tekort ontstaan in de fondsen. Op basis van het BBV artikel 40a, lid 1a wordt zo'n tekort als een vordering op de balans verantwoord.

Vorming De beleidsruimte van het algemeen bestuur bestaat uit het wijzigen van het bestaande beleid ten aanzien van onttrekkingen (bijvoorbeeld via de subsidieverordeningen of via de begroting) passend binnen het door derden bepaalde specifieke bestedingsdoel. Toevoegingen van fondsen en het wijzigen van de bestemming van de fondsen volgt uit de wet of uit de daarover met de betreffende overheid gemaakte afspraken. Toevoegingen en onttrekkingen aan fondsen worden geraamd in de begroting en op deze manier geeft het algemeen bestuur het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies de kaders voor het (financieel) beheer van de fondsen.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 6

In de jaarrekening zullen de bestuurscommissies via het dagelijks bestuur inzake de fondsen verantwoording afleggen aan het algemeen bestuur. Aanwending De kosten van geleverde diensten en/of producten die gemaakt zijn in het kader van het desbetreffende specifieke door derden bepaalde bestedingsdoel komen ten laste van dat fonds. Mutaties doel Het doel kan niet gewijzigd worden. Het betreffen geoormerkte middelen van derden met een specifiek bestedingsdoel. Opheffing Na het vervallen van het specifieke bestedingsdoel. Eventuele resterende middelen worden afgerekend met de verstrekker van de middelen.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 7

1.4

Rente

De MRDH volgt voor wat betreft rente over het eigen vermogen de aanbeveling van de commissie BBV in haar 'notitie rente 2017". De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2017. De aanbeveling luidt; "Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen." De MRDH volgt deze aanbeveling op. Indien over vreemd vermogen rente wordt berekend, kan of moet -afhankelijk van de gemaakte afspraken of wettelijke bepalingen- de rente ten gunste van voorzieningen en/of fondsen worden gebracht. De MRDH heeft geen voorzieningen en deze worden ook niet voorzien. Rentetoerekening is bij de instelling van voorzieningen overigens alleen aan de orde als de hoogte van de betreffende voorziening op basis van contante waarde wordt berekend. Indien rente wordt ontvangen over niet bestede fondssaldi dient deze rente - afhankelijk van de gemaakte afspraken of wettelijke bepalingen - aan het betreffende fonds te worden toegerekend of als bate binnen het programma, waarvoor middelen aan het betreffende fonds worden onttrokken.

De MRDH heeft ten tijde van het opmaken van deze beleidsnota geen fondsen, waaraan rente mag of zal worden toegerekend.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 8

2

Overzichten

2.1

Reserves

Naam

Reserve weerstandsvermogen Economisch Vestigingsklimaat

Doel

Stand en verwacht verloop Looptijd ~Rentetoerekening

De reserve is ingesteld naar aanleiding van een besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2015 in het kader van Risicomanagement en weerstandsvermogen. In deze reserves is de benodigde weerstandscapaciteit voor het programma Economisch Vestigingsklimaat opgenomen. Eind 2015 is door middel van een financiële risicoanalyse berekend dat een maal per vier jaar (collegeperiode) er als gevolg van de mogelijkheid van het uittreden van een gemeente en daarmee het wegvallen van (een deel van) de inwonerbijdrage een weerstandscapaciteit van €100.000 benodigd is ter dekking van vaste apparaatskosten. Indien dit risico zich manifesteert kan er een beroep worden gedaan op deze reserve. Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat De reserve is ingesteld naar aanleiding van een besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2015 in het kader van Risicomanagement en weerstandsvermogen. Bij de jaarrekening 2015 is aan deze reserve €100.000 toegevoegd. Onttrekkingen vinden plaats indien er een dekkingstekort op de vaste apparaatskosten ontstaat als gevolg van het wegvallen van (een deel van) de inwonerbijdrage. De hoogte van de reserve weerstandsvermogen Economisch Vestigingsklimaat is inherent aan het geïdentificeerde risico. Stand per 31 december 2015; €100.000 Verwacht verloop: Afhankelijk van het zich manifesteren van de risico's. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing

Naam

Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat

Doel

De vorming van deze bestemmingsreserve heeft twee redenen: - omdat in het begrotingsjaar gestarte projecten niet altijd eindigen op 31 december van dat jaar. De doorloop en daarmee samenhangende kosten kunnen voor bepaalde grote projecten een onevenredig beslag op de begroting voor het volgende jaar leggen; - omdat het niet opportuun is om relatief geringe begrotingsoverschotten af te rekenen met 23 gemeenten. Posten die voldoen aan de doelen kunnen in de reserve worden opgenomen Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat De reserve is ingesteld naar aanleiding van een besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2015 in het kader van de 1e bestuursrapportage MRDH 2015.

Bestemming / beleid

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum

Bestemming / beleid Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

Bij de jaarrekening 2015 is aan deze reserve €2.387.228 toegevoegd. Minimum: €0 Maximum: Niet van toepassing * Stand per 31 december 2015: €2.387.228 Verwacht verloop: Afhankelijk van besluitvorming over de bestemming bij de jaarrekening en de realisatie van de in de reserve opgenomen projecten. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 9

Naam

Risicoreserve financiering regionale OV-bedrijven

Doel Bestemming / beleid

Deze reserve moet worden gevormd om de risico's die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel naar behoren af te dekken. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% van voornoemd materieel als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als "laag" geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Indien voormelde risico's zich daadwerkelijk voordoen (bv. wanprestatie of faillissement van een vervoerder) kan een beroep worden gedaan op deze reserve. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit De instelling van deze reserve vloeit voort uit het besluit van het algemeen bestuur van 9 december 2016 om HTM Personenvervoer N.V. (inclusief HTM Railvoertuigen B.V. en HTM Railinfra B.V.) en RET N.V. (inclusief RET Railgebonden Voertuigen B.V. en RET Infrastructuur B.V.) goed te keuren als partijen waaraan door de MRDH leningen, garanties en borgstellingen uit hoofde van de publieke taak kunnen worden verstrekt ten behoeve van de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur.

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum

Stand en verwacht verloop

Looptijd Rentetoerekening

2.2

Deze reserve wordt gevoed door het in rekening brengen van een jaarlijkse risico-opslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen aan voornoemde vervoerders. Onttrekking indien de hiervoor onder Bestemming/beleid genoemde risico's zich daadwerkelijk voordoen. Op basis van jaarlijkse risicoweging (norm 8% van discrepantie tussen openstaande leningen en economische waarde van de daarmee gefinancierde activa) Stand per 31 december 2015: € nihil Verwacht verloop: de minimaal benodigde risicoreserve wordt in 2018 al bereikt, bedraagt dan naar verwachting € 7.600.000 en groeit daarna door naar een ultimo 2021 benodigde stand van € 19.000.000. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing

Voorzieningen

In 2015 en 2016 zijn geen voorzieningen getroffen. Dat wordt ook niet voorzien.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 10

2.3

Fondsen

Naam

BDU regio Rotterdam

Doel

Minimum en maximum Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

Het bevorderen van de mobiliteit in de metropool Rotterdam Den Haag door de instandhouding en bevordering van een goed regionaal openbaar vervoer- en wegennetwerk. Voorts wordt noodzakelijk onderzoek uit deze fondsen gedekt. Instandhouding openbaar vervoer door concessieverlening en - bijdragen aan vervoerders. Initiëren, beoordelen en bijdragen regionale investeringsprojecten op het gebied van verkeer en (openbaar) vervoer binnen de kaders van de wet en uitvoeringsregeling BDU. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit Jaarlijkse ontvangst rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor zover deze middelen in enig jaar niet worden besteed, blijven zij in het fonds. Niet van toepassing Stand per 31 december 2015: €359.227.968 De verwachting is dat het fonds de komende jaren zal afnemen. Voor onbepaalde tijd Niet van toepassing (vastgelegd in de wet BDU verkeer en vervoer)

Naam

Mobiliteitsfonds regio Den Haag

Doel

Het bevorderen van de mobiliteit in de metropool Rotterdam Den Haag door de instandhouding en bevordering van een goed regionaal openbaar vervoer- en wegennetwerk. Voorts wordt noodzakelijk onderzoek uit deze fondsen gedekt. Instandhouding openbaar vervoer door concessieverlening en - bijdragen aan vervoerders. Initiëren, beoordelen en bijdragen regionale investeringsprojecten op het gebied van verkeer en (openbaar) vervoer binnen de kaders van de wet en uitvoeringsregeling BDU. Bestuurscommissie Vervoersautoriteit - Jaarlijkse ontvangst rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) - Inwonerbijdrage Haaglanden-gemeenten*) Voor zover deze middelen in enig jaar niet worden besteed, blijven zij in het fonds.

Bestemming / beleid

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Bestemming / beleid

Verantwoordelijke Voeding en onttrekking

Minimum en maximum Stand en verwacht verloop Looptijd Rentetoerekening

*) In 2011 is besloten deze bijdrage tot en met 2017 in stand te houden. In 2016 is besloten dat deze bijdrage met ingang van 2018 niet meer wordt geheven. Niet van toepassing Stand per 31 december 2015; €121.253.956 De verwachting is dat het fonds de komende jaren zal afnemen. Voor onbepaalde tijd - BDU deel: Niet van toepassing (vastgelegd in de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer) - Gemeentelijk deel: Niet van toepassing (conform gemaakte afspraken)

Het algemeen bestuur heeft bepaald dat met ingang van 2018 de hierboven genoemde fondsen worden samengevoegd. Vanzelfsprekend geldt dat ook voor de alle lopende verplichtingen ten laste van deze fondsen. In 2017 worden de bijdragen van de gemeenten en het Rijk conform de daartoe strekkende bepaling in het BBV apart geregistreerd.

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 11

3

Besluit

Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 12 van de Financiële verordening MRDH 2015; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 21 juni 2017;

Besluit 1. De beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017 vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 juli 2017 van het algemeen bestuur.

nw.mrdrs. A.yV^Bertram secretaris-generaat '

A

ing. A. Aboutaleb voorzitter__^—

Beleidsnota reserves, voorzieningen en fondsen MRDH 2017

pagina 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3339/documents/24758