CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Zorgrisicoprofiel GHOR-ZHZ.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 13 mei 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 19: Ontwikkelingen Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid - Raadsinformatiebrief13.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ZORGRISICOPROFIEL ZUID-HOLLAND ZUID 31 oktober 2024

1

Inhoudsopgave

Managementsamenvatting

3

1. Inleiding

4

1.1 Wettelijk kader

4

1.2 Opdracht

4

1.3 Ketenpartners

5

2. Methodiek

7

2.1 Afbakening

7

2.2 Prioriteren van regionale crisis- en incidenttypen

7

2.3 Oriëntatie en scenariodoorleving met zorgsectoren

9

2.4 Opstellen ZRP

9

3. Omgevingsbeeld, trends en ontwikkelingen Zuid-Holland Zuid

10

3.1 Omgevingsbeeld

10

3.2 Ontwikkelingen en trends

11

4. Analyse en bevindingen

13

4.1 Scenario omschrijvingen

13

4.2 Bevindingen op het gebied van zorgcontinuïteit en logistiek

14

4.3 Bevindingen op het gebied van informatiemanagement

14

4.4 Bevindingen op het gebied van communicatie

14

4.5 Bevindingen op het gebied van kennis en ervaring

15

4.6 Bevindingen op het gebied van risicoperceptie en bewustwording

15

5. Conclusie en aanbevelingen

16

5.1 Conclusie

16

5.2 Aanbevelingen

16

5.2.1 Zorgcontinuïteit en logistiek

16

5.2.2 Informatiemanagement

17

5.2.3 Communicatie

17

5.2.4 Kennis en ervaring

17

5.2.5 Risicoperceptie en bewustwording

18

5.3 Samenvattend

18

6. Vervolg

19

Bijlagen

20

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

20

Bijlage 2 - Disbalansen van zorg

26

Bijlage 3 - Uitwerking van bevindingen, conclusies en aanbevelingen per incidenttype

27

Bijlage 4 - Scenario’s

34

Bijlage 5 - Afkortingenlijst

39

2

Managementsamenvatting

De GHOR Zuid-Holland Zuid heeft het Zorgrisicoprofiel (ZRP) ontwikkeld om de geneeskundige keten beter voor te bereiden op rampen en crises én om de continuïteit van zorg te waarborgen. Dit document is een aanvulling op het Regionaal Risicoprofiel en richt zich specifiek op de acute- en publieke gezondheidszorg. Het ZRP identificeert en prioriteert de regionale crisistypen die door de zorgpartners (op dit moment) als grootste risico worden beschouwd. Voor de regio Zuid-Holland Zuid zijn het de incidenttypen; • overstromingen door hoge rivierstanden • grote brand in ruimte met niet of verminderd zelfredzame personen • incident transport gevaarlijke stoffen en personenvervoer • uitval elektriciteitsvoorziening Het ZRP geeft aan de hand van bovengenoemde scenario’s concrete aanbevelingen om knelpunten aan te pakken in de volgende specifieke aandachtsgebieden: zorgcontinuïteit en logistiek, informatiemanagement, communicatie, kennis en ervaring en risicoperceptie en bewustwording. Hierdoor zijn de aanbevelingen op meerdere scenario’s toepasbaar. Het opstellen van het ZRP omvatte een intensieve samenwerking met diverse zorgsectoren, scenarioplanning en een integrale bijeenkomst voor kennisdeling. Belangrijke trends en ontwikkelingen zoals vergrijzing, digitalisering, klimaatverandering en maatschappelijke veranderingen zijn daarbij onder de aandacht gebracht.

Het ZRP dient als basis voor beleidsontwikkeling, crisisplannen (zorgcontinuïteitsplan, BHV-plan, bedrijfscontinuïteitsplan) en het Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO)-programma. Er vindt regelmatig een actualisatie plaats om relevant te blijven in onze veranderende omgeving. In het hoofdstuk over zorgcontinuïteit en logistiek komt naar voren dat de beschikbaarheid van personeel cruciaal is, vooral bij het overnemen van handmatige taken en bij voorraadtekorten. Niet alle zorginstellingen hebben voldoende back-up systemen zoals noodstroom en communicatievoorzieningen. Hieruit blijkt de afhankelijkheid van leveranciers en de logistieke knelpunten die problemen kunnen veroorzaken bij de doorstroming van patiënten en evacuatie. De noodzaak om flexibele en goede crisisplannen te ontwikkelen is duidelijk, met aandacht voor zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheden. Bij informatiemanagement is het voornaamste probleem dat uitval van interne systemen leidt tot

improvisatie en een verlies aan overzicht, wat de samenwerking bemoeilijkt. Goede communicatie tussen de GHOR en zorginstellingen is essentieel voor effectieve coördinatie. Er is behoefte aan juiste informatievoorzieningen en goede gegevensbeveiliging, vooral tijdens crisissituaties. Op het gebied van communicatie zit de uitdaging in het soms ontbreken van centrale aanspreekpunten en back-ups voor communicatievoorzieningen. Dit kan problemen veroorzaken in het proces. Juiste communicatie is cruciaal, vooral in de nachtelijke uren met een lagere personele bezetting en dezelfde taken is dit kwetsbaar. De GHOR kan daar een belangrijke rol spelen in het coördineren van communicatie en informatie-uitwisseling, zowel intern als richting de burgers. Wat betreft kennis en ervaring blijkt dat de deskundigheid van personeel én de onderlinge samenwerking zeer belangrijk zijn tijdens crises. De GHOR wordt verwacht te coördineren en te adviseren bij schaarste aan middelen. Er is behoefte aan betere voorbereiding en technische kennis bij zorginstellingen over onder andere ventilatiesystemen, evenals regelmatige oefeningen om crisisplannen te testen en te verbeteren. Ten slotte, de risicoperceptie en bewustwording geven aan dat de zorgsector redelijk voorbereid is op brand, maar minder op andere scenario’s zoals gevaarlijke stoffen, overstroming en uitval elektriciteit.

Er zijn knelpunten bij evacuaties en uitwijklocaties, evenals een gebrek aan regelmatige oefeningen en risicobeheersing bij incidenten met giftige stoffen. Het verbeteren van crisisplannen, regelmatige oefeningen, en kennisdeling zijn essentieel om de impact van incidenten te minimaliseren en de kwaliteit van zorg te waarborgen. De aanbevelingen omvatten het versterken van personeelscapaciteit, verbeteren van backup systemen, coördineren van communicatie, ontwikkelen van robuuste informatievoorzieningen en het uitvoeren van regelmatige oefeningen en kennisuitwisselingen. Het verbeteren van samenwerking en communicatie binnen de zorgketen is een belangrijk onderdeel om de effectiviteit van crisismanagement te verhogen en de zorgcontinuïteit te waarborgen.

3

Inleiding

De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Zuid-Holland Zuid staat samen met de geneeskundige ketenpartners voor de uitdaging om voorbereid te zijn op incidenten, rampen en crises en tijdens deze issues het waarborgen van zorgcontinuïteit. Het voorliggende Zorgrisicoprofiel (ZRP) helpt en ondersteunt de geneeskundige keten omdat het richting geeft aan het versterken van het functioneren van alle betrokken instellingen en organisaties. Zo vormt het ZRP de basis voor het opstellen van keten brede prioriteiten voor de ontwikkeling van beleidsplannen, het (zo nodig) bijwerken van crisisplannen en het Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO)-programma van medewerkers. Het ZRP is tevens een middel voor de bevordering van informatie-uitwisseling tussen de verschillende geneeskundige ketenpartners en vraagt de zorginstellingen over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken. Het is ook een gesprekdocument voor zorgpartners, met name op bestuurlijk niveau. Deze gesprekken, en het inzicht dat daaruit voortkomt, bevordert de onderlinge samenwerking en kennis over elkaars risico’s en de onderlinge afhankelijkheden.

rampen en crises. In de Wkkgz (artikel 8a.5) is tevens bepaald dat zorginstellingen crisisplannen moeten maken en dat ze deze aanbieden aan de Directeur Publieke Gezondheid (DPG). Deze verplichting geldt alleen voor zorgaanbieders die behoren tot een categorie als benoemd in artikel 8a.1 onderdelen a t/m g. Er is hierbij geen verplichting tot het opstellen van één gezamenlijk (regionaal) crisisplan, maar zorgaanbieders kunnen wel kiezen voor het opstellen van het crisisplan in een groter verband.

Het ZRP is een aanvulling op het Regionaal Risicoprofiel (RRP) van de Veiligheidsregio ZuidHolland Zuid (VRZHZ) en een doorontwikkeling van de in 2018 opgestelde risicogerichte benadering van het ROAZ die toen zijn effectiviteit al bewezen had. Zo oefenden we in 2019 (voordat COVID-19 uitbrak) een pandemisch scenario en was er in 2022 en 2023 veel aandacht voor digitale verstoring. Het ZRP geeft nu een beeld van de actuele risico’s voor de zorgsector en geeft daarmee inzicht in waar de zorgketen op dit moment het meest kwetsbaar is ten tijde van een ramp en/of crisis.

In de contourennota ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’ staat beschreven dat het ZRP een goed instrument is om de besturen van de zorginstellingen en de veiligheidsregio te informeren over de voorbereiding en uitvoering van de geneeskundige hulpverlening tijdens rampen en crisis (Wet veiligheidsregio’s artikel 34, lid 1).

Aan de hand van de hoogst geprioriteerde incidenttypen is in beeld gebracht welke knelpunten er kunnen ontstaan die de zorgcontinuïteit in ZuidHolland Zuid onder druk zetten. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen ondersteunen de besturen van de VRZHZ en de zorginstellingen in de besluitvorming om zo als geneeskundige keten voorbereid te zijn op verschillende incidenten, rampen en crises. Met de informatie kunnen prioriteiten worden gesteld bij het ontwikkelen van vervolgacties en geeft het een gezamenlijke focus op crisisvoorbereiding in de hele keten.

1.1 Wettelijk kader Zorginstellingen in de geneeskundige keten zijn vanuit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz, artikel 8a.4) verplicht om de continuïteit van zorg te waarborgen, ook tijdens incidenten,

In de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) wordt van zorginstellingen verlangd dat ze de nodige maatregelen treffen met het oog op hun taak en de voorbereiding (Wet veiligheidsregio’s artikel 33, lid 2). Daarnaast wordt verlangd dat zorginstellingen schriftelijke afspraken maken met het bestuur van de veiligheidsregio over hun inzet bij de voorbereiding en uitvoering van hun taak.

1.2 Opdracht Het ZRP komt op meerdere plekken als opdracht naar voren. Zo heeft het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) het ZRP in haar meerjarenprogramma ‘Koers 2030’ uitgewerkt als taak. Daarin staat expliciet vermeld dat de uitvoering plaatsvindt in samenwerking met de verschillende GHOR-regio’s in het ROAZ-gebied, namelijk Zuid-Holland Zuid, Zeeland en Rotterdam-Rijnmond. Daarnaast staat in de contourennota ‘Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg’ het ZRP als taak van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) benoemd. De opdracht vanuit het ROAZ betreft een overkoepeld ZRP voor de hele regio ZuidwestNederland. Hiervoor werkt het ROAZ ZuidwestNederland nauw samen met de drie GHORbureaus in een projectgroep. In verband met de verantwoordelijkheid van de DPG is er wel voor gekozen om het project te starten met een ZRP per veiligheidsregio en daarna een overkoepeld stuk. Bovendien sluit het ZRP zo beter aan bij het RRP.

4

Inleiding

Voor de ontwikkelen van het ZRP van de VRZHZ is een projectgroep opgericht, bestaande uit interne collega’s die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het ZRP. Het kernteam ZHZ, waaraan alle in hoofdstuk 1.3 genoemde zorgpartners deelnemen, is de klankbordgroep voor het ZRP; zowel voor de inhoud als op het proces. Vervolgstappen bespreken we altijd in het kernteam. Vanzelfsprekend werken we binnen de VRZHZ samen om de resultaten van het RRP en het ZRP op elkaar te laten aansluiten.

1.3 Ketenpartners De GHOR is op grond van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr, artikel 1) belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises, en de advisering op dit gebied. Voor Zuid-Holland Zuid is de GHOR, onder leiding van de DPG, verantwoordelijk voor het gehele proces van de totstandkoming van het ZRP. Binnen het project werken we continue en nauw samen met verschillende partners en partijen. In onderstaand overzicht is weergegeven welke partners en partijen betrokken zijn en wat zij betekenen binnen het project ter ontwikkeling van het ZRP.

5

Inleiding

Betrokkenen

Partners/partijen

Functiebeschrijving

Bestuur VR

Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Het bestuur VR stelt het Zorgrisicoprofiel vast.

Bestuur ROAZ

ROAZ ZWN

Het bestuur ROAZ stemt in met het Zorgrisicoprofiel.

Projectgroep ROAZ ZWN

• ROAZ • GHOR Zuid-Holland Zuid • GHOR Rotterdam-Rijnmond • GHOR Zeeland

De projectgroep ZWN bespreekt verschillende zaken bovenregionaal om de kwaliteit van de producten te borgen met als doel uiteindelijk een overkoepelend Zorgrisicoprofiel op ZWN-niveau te kunnen ontwikkelen.

Acute en niet-acute zorgpartners

• Ziekenhuiszorg • Regionale Ambulance Voorziening (RAV) • Huisartsenzorg • Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) • Verpleeg-, verzorgings-, en thuiszorg • Geboortezorg • Gehandicaptenzorg • Apothekerszorg • Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) • Jeugdgezondheidszorg

De acute en niet-acute zorgpartners uit de geneeskundige keten binnen het gebied van de GHOR zijn op meerdere niveaus nauw betrokken bij de totstandkoming van het Zorgrisicoprofiel.

6

Methodiek

2.1 Afbakening Het opstellen van een ZRP is een omvangrijk project. Het is een utopie om te denken dat we met het eindresultaat een compleet overzicht van alle risico’s hebben. Het betreft een levend document waarin we trends en ontwikkelingen, maar daarmee ook de risico’s en scenario’s, continue actualiseren en uitwerken. Om te komen tot een effectief proces en een goede samenwerking, heeft de GHOR samen met zorginstellingen de volgende stappen doorlopen: • het prioriteren van regionale crisis- en incidenttypen; • oriëntatie met zorgsectoren; • scenario uitwerking met de zorgsectoren; • scenario doorleving met de zorgsectoren; • een integrale bijeenkomst. Zorginstellingen zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen met het oog op hun taak en de voorbereidingen op een ramp of crisis. Dat geldt ook voor de verwerking en het borgen van de aanbevelingen uit het ZRP. De borging van de aanbevelingen op lange termijn zijn een verantwoordelijkheid van de GHOR VRZHZ. Deze collega’s nemen de risico’s en aanbevelingen mee als sturing en input voor het OTO-programma en in het relatiebeheer met de zorginstellingen.

Zuid. Deze zijn mede gebaseerd op het Regionaal Risicoprofiel – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (zhzveilig.nl) en kunnen van invloed zijn op acute- en publieke gezondheidszorg. Deze regionale crisis- en incidenttypen zijn voorgelegd aan het kernteam en door hen zijn zes incidenttypen geprioriteerd. • Overstroming door hoge rivierstanden • Grote brand in ruimte met niet of verminderd zelfredzame personen • Incident transport gevaarlijke stoffen en personenvervoer • Uitval elektriciteitsvoorziening • Digitale verstoring • Pandemie Van deze incidenttypen zijn vervolgens vier typen gekozen om nu al uit te werken in scenario’s, te weten: • Overstroming door hoge rivierstanden • Grote brand in ruimte met niet of verminderd zelfredzame personen • Incident transport gevaarlijke stoffen en personenvervoer • Uitval elektriciteitsvoorziening

Daarnaast zijn een tweetal onderdelen in het ZRP buiten beschouwing gelaten. Risico’s worden niet behandeld in de zin dat slachtofferberekeningen en het aantal te behandelen patiënten worden meegenomen. Gewondenspreiding en slachtofferbehandeling is een landelijk thema. Zeker op het niveau van Zuid-Holland Zuid met twee ziekenhuizen en geen traumacentrum is de vraag feitelijk niet relevant. De grootschalige geneeskundige bijstandsstructuur op landelijk niveau is de basis voor het aankunnen van grote hoeveelheden gewonden. Er wordt gekeken naar de gevolgen die de zorg ervaart van een crisis. Niet zozeer naar de zorg als behandelaar van patiënten ten gevolge van een crisis.

2.2 Prioriteren van regionale crisis- en incidenttypen De eerste stap van het ZRP betrof het prioriteren van crisistypen. Vanuit het landelijke overzicht van crisis- en incidenttypen, opgesteld door het NIPV (zie bijlage 1) heeft de GHOR een (voor-)selectie uitgewerkt van relevante incidenttypen voor de regio Zuid-Holland 7

Methodiek

Onderstaand overzicht geeft weer tot welke thema’s en crisistype deze incidenten behoren

Maatschappelijke thema’s

Crisistypen

Incidenttypen

Toelichting op incidenttypen

Natuurlijke omgeving

Overstromingen

Overstroming door hoge rivierwaterstanden

Een overstroming door hoge rivierwaterstanden kan in het benedenrivierengebied van de regio Zuid-Holland Zuid veroorzaakt worden door een stormvloed in combinatie met een hoge rivierafvoer. Pas als een dijkdoorbraak daadwerkelijk optreedt, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming te bepalen. Een overstroming kan ingrijpende gevolgen hebben en maakt het daarnaast voor hulpdiensten lastig om een incident tijdig te bereiken.

Gebouwde omgeving

Branden en instorting kwetsbare objecten

Grote brand in ruimte met niet of verminderd zelfredzame personen

Gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen zijn binnen de regio Zuid-Holland Zuid grotendeels gevestigd in dichtbebouwde gebieden. Bij zorginstellingen komt de kwetsbaarheid bij een grote brand voort uit de beperkte mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen.

Technologische omgeving

Ongevallen met giftige stof in de open lucht

Incident transport gevaarlijke stoffen en personenvervoer

De regio Zuid-Holland Zuid is een doorvoerroute van (gevaarlijke) goederen per buisleiding, de weg, het water en het spoor vanuit o.a. de Rotterdamse haven naar België en Duitsland. Daarnaast zijn ongevallen met personenvervoer binnen de regio denkbaar op verschillende trajecten. Trein- en busvervoer vindt binnen de regio in grote frequentie plaats waardoor het risico aanwezig is op een aanrijding of ontsporing.

Vitale infrastructuur en voorzieningen

Verstoring vitale infrastructuur

Uitval elektriciteitsvoorziening

Elektriciteit is onderdeel van de vitale infrastructuur. Masten en kabels voor elektriciteit kunnen tijdens een koudegolf onder het gewicht van ijzel bezwijken. Wanneer de stroom plotseling uitvalt door een kabelbreuk, heeft dit gevolgen voor de dagelijkse gang van zaken van zorginstellingen en/of thuiswonenden met medische hulpmiddelen.

Digitale verstoring

Een cyberaanval kan de oorzaak zijn van een verstoring van de telecommunicatienetwerken. Door een digitale verstoring kan er mogelijk niet worden getelefoneerd en is het gebruik van internet onmogelijk. Cruciale informatiesystemen kunnen daardoor mogelijk niet bereikbaar zijn.

Pandemie

Zoals we tijdens de COVID-19 crisis hebben gezien, brengt een pandemie veel gevolgen met zich mee. Een pandemie kan impact hebben op meerdere zorginstellingen en de maatschappelijke onrust die daarbij speelt kan zorgen dat de druk op het zorgsysteem verder toeneemt.

Gezondheid

Bedreiging volksgezondheid

8

Methodiek

De incidenttypen ‘digitale verstoring’ en ‘pandemie’ houden we in deze eerste versie van het ZRP buiten beschouwing. Maar het ZRP is een dynamisch proces waarin aandachtsvelden kunnen verschuiven en het toevoegen van scenario’s een continu proces is. Daarbij is voor de incidenttypen ‘digitale verstoring’ en ‘pandemie’ gebruik gemaakt van de evaluaties vanuit de coronaperiode (pandemie) en de grootschalige cybersecurity oefening in 2023. Zorginstellingen geven aan dat deze incidenttypen voldoende zijn doorleefd en er veel kennis en ervaring mee is opgedaan, omdat de VRZHZ en de GHOR ZHZ hier afgelopen jaar aandacht aan hebben besteed.

2.3 Oriëntatie en scenariodoorleving met zorgsectoren

De volgende stap was een integrale bijeenkomst met een vertegenwoordiger per zorgsector waarbij de output van de scenariodoorleving centraal stond en de deelnemers van de oriëntatie- en expertbijeenkomsten hebben aangegeven waar de onderlinge afhankelijkheden liggen.

2.4 Opstellen ZRP Op basis van de genoemde stappen en de resultaten uit de analysevragen, zijn bevindingen, conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Met de beschrijving van de methodiek, het omgevingsbeeld van de regio ZHZ, samen met de belangrijkste trends en ontwikkelingen op het gebied van veiligheid en zorg en het omgevingsbeeld vanuit het Regionaal Risicoprofiel – Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (zhzveilig.nl) vormen deze onderdelen het complete ZRP.

De GHOR heeft oriëntatiebijeenkomsten georganiseerd per zorgsector met als doel inzicht te krijgen in de regionale stand van zaken en de wijze waarop het ZRP als methode kan ondersteunen bij optimalisering van de weerbaarheid van het zorgsysteem. In deze sectorale oriëntatiebijeenkomsten is onderstaande voorgelegd aan de deelnemers. • Wat kunnen redenen zijn dat de instelling in 2030 niet meer bestaat? • Van wie of wat buiten de organisatie ben je het meest afhankelijk? • Wat maakt dat de zorgsector goed kan reageren op rampen en crises? • Hoe kan de zorgsector beter voorbereid zijn op rampen en crisis? Dezelfde deelnemers hebben deelgenomen aan expertsessies per zorgsector en hebben gezamenlijk de verschillende scenario’s doorlopen. Per scenario zijn de volgende vragen gesteld: • Is de instelling voorbereid op dit scenario? • Op welk proces is de meeste winst te behalen: melding en alarmering, leiding en coördinatie, informatiemanagement of communicatie? • Om welk van de disbalansen (zie bijlage 2) in de zorg maak je je de meeste zorgen? • Welke knelpunten brengen de zorg in gevaar? • Hoe is de keten voorbereid op dit scenario? • Welke rol kan de GHOR hierin spelen?

9

Omgevingsbeeld, trends en ontwikkelingen Zuid-Holland Zuid Het begrijpen van het omgevingsbeeld en de relevante trends en ontwikkelingen is essentieel voor zorgorganisaties. Door proactief in te spelen op veranderingen, hebben zorginstellingen de mogelijkheid zich voor te bereiden op, en aan te passen aan, een steeds complexere omgeving. De ontwikkelingen en trends die in dit hoofdstuk op basis van de door zorgsectoren aangegeven input zijn opgesteld, naast de 4 uitgewerkte incidenttypen, kunnen de zorgcapaciteit, zorgvraag en/of zorgkwaliteit beïnvloeden.

3.1 Omgevingsbeeld Het algemeen omgevingsbeeld van de regio ZuidHolland Zuid staat beschreven in het RRP. Dit document beschrijft alle omgevingskenmerken die binnen de VRZHZ gelegen zijn. Hieronder benoemen we de belangrijkste karakteristieken die bepalend zijn voor de voorbereiding tot opgeschaalde zorg. De crisis- en incidenttypen die later aan bod komen zijn daar dan ook gedeeltelijk op gebaseerd. Wijzigingen in het omgevingsbeeld kunnen tevens leiden tot veranderingen in het ZRP. De belangrijkste aspecten zijn: • 10 gemeenten met een bevolkingsdichtheid van circa 469.500 inwoners. • Laaggelegen en waterrijk deltagebied; hoog overstromingsrisico. • Dichtbebouwde omgeving in Dordrecht en Gorinchem. • Invloedgebied van ongevallen met gevaarlijke stoffen vanuit de spoorzone, Seveso-bedrijven, het Rotterdamse havengebied en industriegebied Moerdijk.

• Doorvoerroute van gevaarlijke stoffen per weg, water, spoor en buisleidingen. • Spoorzones Dordrecht en Zwijndrecht kennen vele veiligheidsrisico’s. • Personenvervoer vindt in grote frequentie plaats over land en spoor. • Vanuit het RRP van Zuid-Holland Zuid blijkt dat overstroming, grof en extreem geweld, nieuwe ziekteverwekker, stroomuitval, digitale verstoringen, brand in gebouw kwetsbare doelgroep en verstoring openbare orde tot de grootste risico’s behoren. Risicodiagram In het RRP van ZHZ zijn tevens incidenttypen beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid. Aan de hand hiervan zijn de incidenttypen weergegeven in dit risicodiagram:

Waarschijnlijkheid Zeer onwaarschijnlijk

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

1,0000 • overstroming 16

Catastrofaal

• grof en extreem geweld hoog

• overstroming 17 • overstroming 22

nieuwe ziekteverwekker

• overstroming 21 • overstroming 43 • digitale verstoring

Impact

Zeer ernstig

0,1000

• nucleair

Ernstig

Aanzienlijk • LNG bleve

• igs kijkhoek • igs spoorzone • brand gebouw • verstoring o.o kwetsbaar • boezem • igs bedrijf • igs spoor • lgs water • igs weg • grof en extreemgeweld laag • instorting • buisl aardgas verstoring drinkwater • vv wegtunnel • extreme hitte • stroom uitval • vv spoor • overstroming extreme • vv water buitendijks droogte • seizoensgriep • sneeuw / ijzel • buisl.tok • storm • vv weg • vv treintunnel • LNG wolk • brand binnenstad • extreme neerslag • radioactief mazelenepidemie • ab fakkel

Beperkt 0,0100

10

Omgevingsbeeld, trends en ontwikkelingen Zuid-Holland Zuid 3.2 Ontwikkelingen en trends In deze veranderende samenleving komt er veel op de maatschappij af zoals klimaatverandering1 of de toename van complexiteit van crises zoals een hack, terroristische aanvallen of protesten.2 Naast maatschappelijke en regionale ontwikkelingen, zijn er trends binnen de zorgsector die de acute en niet acute zorg beïnvloeden en zo impact hebben op het zorgproces. Daarmee zijn deze ook relevant in de voorbereiding op incidenten, rampen en crises. In deze veranderende en complexe maatschappij zijn er vier trendthema’s: • Data en technologie, hierbij geldt ‘des te complexer de technologie, des te complexer de oplossing bij een incident of crisis’.3 • Sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen zoals vergrijzing, immigratie en toenemende polarisatie en de daarmee samenhangende razendsnelle verspreiding van des- en misinformatie. • Politiek en geopolitiek, waarbij de vertrouwenskloof tussen burgers en overheid (covid-19) als belangrijk punt wordt gezien; naast de wereldwijde onderlinge afhankelijkheid en internationale conflicten. • Duurzaamheid en klimaat, waarbij weersomstandigheden voor crisisbeheersing en de zorgsector steeds belangrijker worden.

2. Sociaal-Maatschappelijke Ontwikkelingen De zorgsector wordt geconfronteerd met diverse maatschappelijke veranderingen. De vergrijzing leidt tot een groeiende zorgvraag, complexere zorgbehoeften en een toename van ouderdomsziekten en psychische klachten. De maatschappelijke verwachting van snelle en toegankelijke zorg (‘vandaag besteld, morgen in huis’) oefent extra druk uit op zorginstellingen die vaak al kampen met wachtlijsten. Intimidatie richting zorgverleners neemt toe, wat het werkklimaat voor zorgverleners bemoeilijkt. Daarnaast speelt extramuralisatie een rol, waarbij mensen langer thuis blijven wonen, wat nieuwe eisen stelt aan de organisatie van zorg en crisismanagement en het opleiden van nieuwe zorgverleners moeilijker maakt met de veranderende complexiteit van zorg. 3. Politiek en Geopolitiek De rol van de overheid en zorgverzekeraars is bepalend voor de inrichting van het zorgstelsel. Politieke beslissingen over financiering, marktwerking en de mate van zorg hebben grote invloed op de organisatie en toegankelijkheid van zorg. De concurrentie tussen zorgaanbieders neemt toe, wat leidt tot een focus op kwantiteit in plaats van kwaliteit, en maakt de markt steeds onoverzichtelijker. Bestuurlijke aandacht voor risico’s en crises is noodzakelijk

1. Data en Technologie Digitalisering speelt een steeds grotere rol in de zorgsector, zowel in directe zorgverlening als in ondersteunende systemen zoals patiëntendossiers. De toenemende afhankelijkheid van ICT-systemen vergroot het risico op technische storingen en cyberaanvallen, waardoor de continuïteit van zorg bedreigd kan worden als online gegevens niet meer te raadplegen zijn. Daartegenover staat dat digitalisering juist oplossingen biedt voor personeelstekorten door zorg op afstand, zoals beeldbellen en e-healthapps. Innovaties zoals snellere diagnostiek en technologische mogelijkheden verbeteren de efficiëntie van de zorg, maar vereisen ook continue investeringen in infrastructuur en training. De toenemende cybercriminaliteit is een belangrijke bedreiging, die vraagt om robuuste cybersecuritymaatregelen.

1 State of the art crisisbeheersing - fase 2 (wodc.nl) 2 Evaluatie Wet veiligheidsregio’snaar toekomstbestendige crisisbeheersing en brandweerzorg | Rapport | Rijksoverheid.nl 3 20221027_NIPV_Toekomstverkenning-Crisisbeheersing.pdf

11

Omgevingsbeeld, trends en ontwikkelingen Zuid-Holland Zuid om de continuïteit van zorg te waarborgen, vooral in een context van regelmatige bestuurswisselingen die het collectieve geheugen van crisisaanpak kunnen verzwakken. Internationale trends, zoals de import van resistente bacteriën, kunnen ook een impact hebben op de nationale zorgpraktijken. 4. Duurzaamheid en (Zorg)klimaat De zorgsector is afhankelijk van een stabiele vitale infrastructuur, waaronder brandstof voor noodaggregaten, elektriciteit en water. Klimaatverandering kan deze infrastructuur

onder druk zetten door bijvoorbeeld extreme weersomstandigheden of verstoringen in de energievoorziening. Er is behoefte aan langetermijnbeleid om deze risico’s te beheersen. Het effectief beheren van middelen en medicatie, zoals vaccins, beademingsapparatuur en tilliften is belangrijk om goede zorgverlening te garanderen tijdens crises. Daarnaast zijn maatregelen nodig om de opkomst van antimicrobiële resistentie te beperken, want zonder werkende antibiotica zijn infecties moeilijk te behandelen.

12

Analyse en bevindingen

In dit hoofdstuk gaan we in op de vier scenario’s die zijn voortgekomen uit de verschillende sessies. Er is een globale toelichting van het scenario en er wordt in gegaan op generieke maatregelen.

Deze bevindingen zijn gestructureerd onder vijf aandachtsgebieden: • Zorgcontinuïteit en logistiek • Informatiemanagement • Communicatie • Kennis en ervaring • Risicoperceptie en bewustwording De verschillende scenario’s die in de werkgroepen richting gaven aan het gesprek worden in bijlage 3 en 4 gedetailleerder weergegeven. Daar staan ook specifieke aanbevelingen in vermeld. Dit stelt de lezer in staat om voor zichzelf, de organisatie en de keten een concreet beeld te vormen over de mogelijke impact van het scenario.

4.1 Scenario omschrijvingen 1. Uitval van elektriciteit Uitval stroom als gevolg van een nog onverklaarbare storing in een aantal verdeelstations. Een groot deel van de regio komt zonder stroom te zitten. Ook diverse (zorg)instellingen worden hierdoor getroffen. Het dagelijks leven wordt sterk ontregeld; mensen stranden in de ochtendspits door uitval verkeerslichten en verstoring openbaar vervoer. Radio en tv doen het niet meer en door de uitval van routers is er geen internetverbinding meer. Na 1 uur wordt bekend dat de uitval langer duurt dan 6 uur.

3. Incident transport gevaarlijke stoffen en personenvervoer De regio Zuid-Holland Zuid is een doorvoerroute van gevaarlijke stoffen per trein vanuit de Rotterdamse haven naar onder andere België en Duitsland. Daarnaast vindt personenvervoer binnen de regio in grote frequentie plaats. Op dinsdagochtend botst een ontspoorde passagierstrein op een goederentrein met gevaarlijke stoffen. Er zijn veel gewonden en dodelijke slachtoffers. Door de botsing is brand ontstaan en zijn giftige stoffen vrijgekomen vanuit een ketelwagen van de goederentrein. De inhoud met zeer toxische stof stroomt naar buiten en vormt vrijwel direct een gifwolk. Reizigers en hulpverleners zijn tijdens de evacuatie onwel geworden. Ook in de omgeving zijn slachtoffers gevallen. 4. Overstromingen De afgelopen weken zijn er al ondergelopen uiterwaarden en hoge waterstanden in de rivieren gezien door de langdurige regenval. Er wordt nog meer regen voorspeld en naar verwachting zal de waterstand nog verder stijgen. Bij dijkcontroles is een verzwakking geconstateerd bij Gorinchem. De kans op een doorbraak wordt groot geacht. Drie dagen voor de (verwachtte) dijkdoorbraak wordt besloten tot evacuatie.

2. Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen Er is brand ontstaan in een spreekkamer van een zorginstelling. Het gebouw moet worden ontruimd en cliënten moeten worden verplaatst. Ook vindt er een ontruiming plaats van omliggende objecten. Vanwege het tijdstip (04.00 uur) zijn er weinig personeelsleden aanwezig. Door de impact en de grote rookontwikkeling wordt opgeschaald naar GRIP 2. Dit betekent dat er vanuit de Veiligheidsregio een operationeel team bij elkaar komt om de bron- en effectbestrijding te coördineren. Na enige tijd stort een gedeelte van het pand in. Een groot aantal slachtoffers en hulpverleners hebben een inhalatietrauma of zijn gewond geraakt door de instorting en worden naar omliggende ziekenhuizen gebracht. 13

Analyse en bevindingen

4.2 Bevindingen op het gebied van zorgcontinuïteit en logistiek

4.3 Bevindingen op het gebied van informatiemanagement

• Beschikbaarheid van personeel is essentieel. Of het nu gaat over het handmatig taken moeten overnemen, zoals patiëntenzorg en medicatieregistratie, er een grotere toestroom van patiënten is of voor ontsmetting van middelen. • Niet alle zorginstellingen beschikken over back-up systemen - zoals noodstroom en communicatie voor hun cruciale voorzieningen. Daarnaast is het soms onduidelijk welke functionaliteiten blijven werken. Denk hierbij aan nooddeuren en sloten van beveiligde afdelingen. • Sommige instellingen hebben contracten afgesloten voor het leveren van bijvoorbeeld aggregaten of vervoer. Aandachtspunt is of leveranciers en vervoersmaatschappijen kunnen leveren als meerdere partijen aanspraak hierop willen maken. • Er kunnen logistieke problemen ontstaan bij voorraadtekorten, patiënten doorstroming, vervoeren van materialen, bereikbaarheid van zorglocaties en evacuatie. Er kunnen cascadeeffecten optreden, zoals uitval van thuismonitoring en problemen met ambulancenavigatie, tilliften, uitluistersystemen, beveiligde deuren, zuurstof en persoonsalarmering (uitval elektriciteit). • Instellingen kunnen de procedure GGB volgen voor patiënten spreiding. Daarnaast is interne verplaatsing en samenwerking binnen de zorgketen cruciaal.

• De afhankelijkheid van één instelling kan problematisch zijn, vooral bij incidenten zoals brand, waarbij ook de coördinatie van medicatieuitgifte en receptverwerking moeilijk is. • In nachtelijke uren is coördinatie lastig te realiseren. Het optreden van crisis coördinatoren is niet overal 24/7 gegarandeerd. • Langere voorbereidingstijden zijn nodig voor zaken zoals kraamzorghotels. Uitwijklocaties buiten het incidentgebied moeten aan de juiste voorwaarden voldoen. • Zelfredzaamheid is belangrijk. Het is belangrijk dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de ondersteuning en verplaatsing van nietzelfredzame personen. • Effectieve crisisrespons en zorgcontinuïteit vereisen uitgebreide voorbereiding, flexibiliteit en samenwerking van de verschillende sectoren en de GHOR.

• Wanneer interne informatiesystemen uitvallen, moeten zorginstellingen vaak improviseren, wat leidt tot handmatige processen en een verlies aan zichtbaarheid op processen. Dit gebrek aan zichtbaarheid kan resulteren in onvoldoende informatie-uitwisseling tussen instellingen, zoals het ontbreken van essentiële gegevens over voedings- en medicijnschema’s. Hierdoor kunnen verstoringen optreden in de zorgverlening en in de samenwerking tussen zorginstellingen. • De zorgsector onderstreept het belang van een goede informatielijn van de GHOR naar de zorgsector. Dit is essentieel voor de coördinatie en het bieden van eventuele handelingsperspectieven. Wanneer bij zorginstellingen de interne processen worden verstoord, zijn instellingen bezig met de eigen processen. De GHOR richt zich op het grote geheel. Een actueel en toegankelijk beeld in het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) voor zowel de GHOR als de getroffen instelling(en) is het van belang om een overzicht van de situatie te behouden en beslissingen te nemen op gevalideerde informatie. • De toenemende afhankelijkheid van digitalisering in de zorgsector brengt aanzienlijke risico’s met zich mee. Het ontbreken van back-up faciliteiten voor servers en het verplaatsen van patiëntendossiers zonder toestemming kunnen de integriteit en privacy van gegevens bedreigen.

Deze risico’s benadrukken de noodzaak voor robuuste informatievoorzieningen en goede gegevensbeveiliging om de continuïteit van de zorg te waarborgen, vooral tijdens crisissituaties.

4.4 Bevindingen op het gebied van communicatie • Communicatie tussen zorginstellingen wordt soms bemoeilijkt door het ontbreken van een centraal aanspreekpunt, wat leidt tot diffuse communicatie en extra handmatig werk voor het personeel. Dit verhoogt de druk op het personeel. De GHOR kan een coördinerende rol spelen door een communicatie- en informatielijn tussen zorginstellingen te verstrekken. • Sommige zorglocaties missen backups voor cruciale voorzieningen, wat communicatieproblemen kan verergeren.

14

Analyse en bevindingen

• Effectieve communicatie tijdens incidenten is essentieel voor een goede samenwerking. In de nachtelijke uren is er een groter risico op minder communicatie vanwege een lagere personele bezetting en de zorg voor patiënten. Dit kan leiden tot vertraging in alarmering en opschaling. • Binnen de gehele zorgketen is er een grote informatiebehoefte, waar instellingen zelf niet volledig aan kunnen voldoen. De GHOR heeft hier een coördinerende en regierol om in deze behoefte te voorzien. Communicatie moet niet alleen gericht zijn op instellingen, maar ook op burgers, bijvoorbeeld door hen te informeren over het meenemen van eigen medicatie. • Bij enkele instellingen is onduidelijkheid over wie de beslissing tot ontruiming mag nemen.

4.5 Bevindingen op het gebied van kennis en ervaring • Ervaring en deskundigheid van personeel binnen de zorgketen zijn van groot belang tijdens crises. • Samenwerkingsverbanden en het feit dat steeds meer mensen de juiste voorzieningen hebben om thuis te werken worden gezien als belangrijke voordelen om de juiste werkzaamheden te verrichten. • Van de GHOR wordt verwacht een coördinerende rol te spelen bij de schaarste van goederen en ondersteuning, gebaseerd op hun kennis en ervaring. • Na incidenten wordt vaak hulp geboden door verschillende partijen, gevolgd door evaluatie en nazorg bij posten of instellingen. Aandacht voor de mentale opvang van betrokken functionarissen is essentieel voor hun welzijn en functioneren. De GHOR speelt hierin een rol door contact te onderhouden met eigen personeel en met de betrokken instellingen. De instellingen zijn uiteindelijk wel zelf verantwoordelijk voor nazorg voor het eigen personeel. • Meerdere instellingen en organisaties zijn nog niet goed voorbereid op crisisscenario’s en zijn sterk afhankelijk van overheidsinstructies. • Technische kennis over panden en ventilatie, zoals het uitschakelen hiervan, is cruciaal. Het is niet overal duidelijk of er voldoende kennis en opleiding aanwezig is om adequaat te handelen.

• Sommige opleidingen, zoals bij de RAV, besteden specifieke aandacht aan dergelijke scenario’s, maar dit is niet overal het geval. • Binnen de zorgketen kunnen verschillende teams, zoals kernteams, calamiteitenteams of werkgroepen, worden gevormd bij incidenten. Echter, niet alle instellingen oefenen in deze samenstellingen, wat kan leiden tot onduidelijke onderlinge afspraken en verschillen in verwachtingen.

4.6 Bevindingen op het gebied van risicoperceptie en bewustwording • De zorgsector beschouwt zichzelf wel redelijk goed voorbereid op brandscenario’s dankzij calamiteitenteams en wetgeving, maar minder op de overige drie scenario’s. Knelpunten zijn onder andere het tijdig beginnen met evacueren, ongeschikte uitwijklocaties die vaak in hetzelfde gebied liggen, verkeersdrukte, beperkte beschikbaarheid van ambulances en de prioritering van te evacueren personen. Echter, zijn er ook bij brand significante risico’s omdat cliënten vaak niet in staat zijn brandvoorzieningen zoals branddeuren en blussers te bedienen. Gezamenlijke voorbereiding en het bespreken van scenario’s en uitwijkvoorzieningen ontbreken nog of verdienen meer aandacht binnen de keten. • Hoewel veel instellingen noodplannen en crisisteams hebben, blijkt regelmatige oefening op noodscenario’s vaak te ontbreken. Beperkte beschikbaarheid van eigen noodstroomaggregaten en brandstofafspraken bieden enige hulp, maar uitwijkscenario’s kunnen tijdens incidenten onbereikbaar zijn, wat leidt tot opvangproblemen en logistieke complicaties. • Bij incidenten met giftige stoffen zijn gehandicaptenzorg, apotheken en VVT-instellingen niet voldoende voorbereid en willen dit scenario verder doorleven.

Ziekenhuizen volgen hun reguliere noodplannen door ventilatie uit te schakelen, OK’s te stoppen en ramen en deuren te sluiten met beveiliging bij de ingangen.

15

Conclusie en aanbevelingen

5.1 Conclusie Incidenten zoals stroomuitval, brand, overstroming en blootstelling aan giftige stoffen tonen de kwetsbaarheid en onderlinge afhankelijkheid binnen de zorgketen. Het uitvallen van systemen en de complexiteit van informatiebeheer bemoeilijken besluitvorming en vereisen nauwe samenwerking en effectieve communicatie. Hoewel de zorgketen redelijk goed voorbereid is op brand, zijn er nog voldoende knelpunten bij de andere drie uitgewerkte incidenttypen. We hebben het dan onder andere over; • coördinatie en alarmering in de nachtelijke uren, • schaarste van middelen, materialen en personeel, • planvorming op lokaal en regionaal niveau en • logistieke uitdagingen. Om deze knelpunten te verminderen, is het essentieel om crisisplannen te blijven ontwikkelen, regelmatig keten brede oefeningen te houden, en duidelijke afspraken over communicatie- en coördinatieprotocollen op te stellen, zowel met interne als externe partners. Het delen van kennis en ervaring tussen zorginstellingen blijft daarnaast een belangrijke schakel die de kruisbestuiving bevordert en helpt oplossingen te vinden die breder zijn toepasbaar zijn dan de eigen instelling. Samenvattend; het versterken van de samenwerking, communicatie, en oefening binnen de zorgketen is essentieel om de impact van incidenten te minimaliseren en de kwaliteit van zorg te handhaven.

“Blijf aandacht houden voor de veiligheid en het welzijn van personeel. Zij zijn de bouwstenen van de zorg.”

5.2.1 Zorgcontinuïteit en logistiek • Onderzoek op welke manier extra personeel flexibel en snel inzetbaar is binnen afdelingen, sectoren of functiegroepen tijdens een crisis. • Evalueer regelmatig de capaciteit van leveranciers en vervoersmaatschappijen om ervoor te zorgen dat ze kunnen voldoen aan de vraag, zeker tijdens opschaling en wanneer het meer dan alleen de eigen instelling betreft.

5.2 Aanbevelingen In tijden van crisis is het belangrijk om snel en effectief te reageren om de impact op de organisatie, haar medewerkers en belanghebbenden te minimaliseren. Niet alleen gericht op directe schadebeheersing, maar ook op het waarborgen van continuïteit op lange termijn. Deze aanbevelingen zijn bedoeld om sneller herstel te bevorderen, de weerbaarheid van de organisaties te versterken en de risico’s in de toekomst zo goed als mogelijk te beperken. De aanbevelingen zijn generiek beschreven, waardoor iedereen ze langs de lat van de eigen organisatie kan leggen om te onderzoeken welke impact het op hen heeft. Daarnaast zijn er voor het GHORbureau een aantal specifiek aanbevelingen aangemerkt om zelf mee aan de slag te gaan en op andere aanbevelingen een nauwere samenwerking te zoeken met zorginstellingen.

16

Conclusie en aanbevelingen

• Overweeg contracten met meerdere leveranciers en vervoersmaatschappijen om risico’s van tekortkomingen te minimaliseren of zoek samenwerking met partijen buiten de reguliere wegen. • Vermijd afhankelijkheid van één enkele instelling door netwerken en samenwerkingsverbanden te versterken. • Investeer in, en draag zorg voor, back-up systemen van processen en/of voorzieningen die voor een instelling als cruciaal worden ervaren. Voer controles uit om te verifiëren welke functionaliteiten van back-ups effectief blijven werken tijdens een incident. • Ga binnen de instelling na wie verantwoordelijk is voor het nemen van maatregelen en beslissingen tijdens een crisis. Vergeet hier ook Thuiszorg niet, ondanks dat de verantwoordelijk voor personen buiten de instellingen niet bij hen ligt. • Maak afspraken met personeel en BHV organisatie over welke rol iedereen vervult tijdens een ramp of crises, waaronder opvang binnen afdelingen, het organiseren van vervoer naar afdelingen en hoe om te gaan met het verplaatsen van personen op gesloten afdelingen of andere niet zelfredzame groepen. • Voer periodieke oefeningen uit om de impact van systeemuitval en cascade-effecten te testen en aan te pakken. • Investeer in het oefenen van het scenario met planvorming voor het crisisteam en staande organisatie. Kijk daarbij ook naar het gebruik van uitwijklocaties.

• Draag zorg voor actuele planvorming binnen de eigen instelling en ontwikkel waar nodig regionale en/of sectorale planvorming om tijdens een crisis gezamenlijk op te treden. Houdt hierbij rekening met goede uitwijklocaties en opvang van patiënten met een specialistische zorgvraag.

5.2.2 Informatiemanagement • Maak binnen de zorgketen duidelijke en uniforme afspraken over het delen van patiënten informatie buiten de eigen regio, met extra aandacht voor privacygevoelige gegevens voor het veilig en effectief uitwisselen van informatie tussen bv ziekenhuizen of huisartsen en andere gespecialiseerde zorgaanbieders. • Laat de GHOR een coördinerende en adviserende rol vervullen bij opschaling. Onderzoek de mogelijkheden dat de GHOR niet alleen een ondersteunende rol speelt, maar ook advisering biedt om de coördinatie en samenwerking tussen verschillende zorginstellingen te optimaliseren. • Een actueel en toegankelijk beeld in het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) is voor de organisaties met toegang tot LCMS van belang om een overzicht van de situatie te behouden en

geïnformeerde beslissingen te maken. • Zorg dat werknemers die met LCMS werken geoefend zijn in het systeem en weten waar ze de informatie kunnen vinden en overbrengen.

5.2.3 Communicatie • Laat de GHOR ondersteunen en adviseren bij een vlotte informatie-uitwisseling tussen betrokken partijen en een centraal aanspreekpunt zijn voor ondersteunende- en coördinatiebehoeften. • Maak binnen de sectoren afspraken over met wie en op welke manier communicatie tussen instellingen kan verlopen tijdens incidenten en leg dit vast in regionale planvorming. • Maak binnen de eigen organisatie duidelijke afspraken over de manier van communiceren als telefonisch of digitale communicatie niet mogelijk is. • Bereid verschillende communicatieberichten voor binnen je eigen instelling. • Zorg voor een platform waarin laagdrempelig informatie is op te halen voor de hele zorgketen om beter voorbereidt te zijn op een crisis. (GHORbureau)

5.2.4 Kennis en ervaring • Zorg ervoor dat ervaring en kennis binnen de organisatie behouden blijven door documentatie en kennisoverdracht. Organiseer trainingen waarbij ervaren medewerkers nieuw personeel begeleiden. Dit zorgt ervoor dat kennis en best practices gewaarborgd blijven. • Investeer in het regelmatig oefenen van crisisscenario’s door zowel het crisisteam als de staande organisatie te betrekken. Zorg ervoor dat deze oefeningen gericht zijn op de planvorming en mogelijk het functioneren van uitwijklocaties. • Kijk mee bij andere instellingen binnen de zorg om kennis en best practices uit te wisselen. Dit bevordert kruisbestuiving en geeft inzicht op verschillende werkmethoden en procedures. Door deze ervaringen kunnen medewerkers waardevolle inzichten en innovatieve ideeën meenemen naar hun eigen organisatie. Het versterkt niet alleen de interne kennis, maar verbetert ook de samenwerking en uniformiteit binnen de zorgsector. • Organiseer en continueer (GHOR-bureau) regelmatig keten brede en regionale oefeningen om de samenwerking te versterken. Betrek alle relevante partijen, zoals ziekenhuizen en regionale hulpdiensten, in deze oefeningen. Dit helpt bij het testen en verbeteren van crisisplannen en communicatieprotocollen. Realistische scenario’s en gezamenlijke trainingen verbeteren de paraatheid en coördinatie tijdens werkelijke noodsituaties. 17

Conclusie en aanbevelingen

5.2.5 Risicoperceptie en bewustwording • Zorg voor overzicht (waar mogelijk) van nietzelfredzame mensen die thuiszorg ontvangen, en ontwikkel strategieën voor effectieve ondersteuning tijdens crises. • Zorg ervoor dat er duidelijke communicatiekanalen zijn met deze burgers, zodat zij tijdig en adequaat geïnformeerd worden over noodmaatregelen en beschikbare hulp. • Gezamenlijke voorbereiding en het bespreken van scenario’s en uitwijkvoorzieningen geeft meer inzicht van mogelijkheden binnen de keten. • Heb als bestuur van een organisatie aandacht voor personeel in deze drukke tijden.

5.3 Samenvattend In deze complexe en risicovolle tijd, waarbij tegelijkertijd schaarste van het zorgaanbod aanwezig is, is het steeds belangrijker om juist gesteld te staan voor crises. We zien in het risicoprofiel dat crises vaak gebied overstijgend zijn, dat betekent iets in de voorbereiding van de zorg op crises, namelijk:

b. Als zorginstelling wil je je afhankelijkheid verkleinen, door niet afhankelijk te zijn van andere in je logistieke processen, je voorraden en zorgsystemen. c. De afhankelijkheid van ICT neemt toe, terwijl het personeel afneemt. Oefenen en trainen hoe hier mee om te gaan in tijden van crises is onontbeerlijk. d. De schaarste van personeel en de complexere zorgvraag, vragen meer van personeel, maar wellicht ook een flexibelere opstelling van de zorg als geheel in het omgaan met personeel en het flexibel inzetbaar maken van personeel. e. Aandacht voor het onverwachte moet onderdeel zijn van het reguliere werk. Het zijn geen scenario’s die ‘ver van het bed’ staan, het zijn toekomstige crises die ooit een keer zullen gebeuren. Als zorginstelling wil je je afgevraagd hebben in welke mate je jezelf moet voorbereiden.

a. Jezelf voorbereiden is niet genoeg, voorbereiden doe je als keten of zelfs tussen ketens. Hier kan de GHOR in helpen, door te coördineren, door informatievoorziening en bereikbaarheid. Hierin moet voorbereid worden en uiteindelijk geoefend.

18

Vervolg

Het Zorgrisicoprofiel geeft zorginstellingen en organisaties inzicht in welke bestuurlijke keuzes er te maken zijn om de voorbereiding op rampen en crises te versterken. Aan de betrokken zorgpartijen, het ROAZ en het GHOR-bureau is het de taak om de uitkomsten van het Zorgrisicoprofiel te vertalen naar de belangrijkste prioriteiten voor het ontwikkelen van planvorming en opleiden, trainen en oefenen van medewerkers. De GHOR heeft hier, namens de DPG een trekkers rol in. Het Zorgrisicoprofiel is een dynamisch document wat in de huidige tijd van veranderende omstandigheden en dreigingen altijd aangepast kan worden als de situatie daarom vraagt. Het profiel wordt minimaal tweejaarlijks herzien zoals in de Contourennota staat omschreven. Daarnaast volgt er vanuit de strategie van het ROAZ ‘Koers 2030’ een gezamenlijk Zorgrisicoprofiel, waar ook input vanuit het Zorgrisicoprofiel Zuid-Holland Zuid naar voren gaat komen.

19

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

Maatschappelijke thema’s Natuurlijke omgeving

Gebouwde omgeving

Crisistypen

Incidenttypen

Overstromingen

• Overstroming uit zee • Overstroming door hoge rivierwaterstanden • Vollopen van een polder/ dijkdoorbaak

Natuurbranden

• Bosbrand • Heide, (hoog)veen- en duinbranden

Extreme weersomstandigheden

• Koudegolf, sneeuw en ijzel • Hittegolf • Storm en windhozen • Droogte • Aanhoudende laaghangende mist en smog • Langdurige en extreme regenval • Zware clusterbuien

Aardbevingen

• Aardbeving

Plagen

• Ongedierte

Dierziekten

• Ziektegolf

Branden en instorting kwetsbare objecten

• Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen • Grote brand in gebouwen met grootschalige publieksfunctie • Grote brand in bijzondere en/of hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing • Brand in dichte binnensteden • Instorting door explosie • Instorting door gebreken constructie of fundering

(O.b.v. landelijke crisistypen ‘Branden in kwetsbare objecten’ en ‘Instortingen in grote gebouwen en kunstwerken’)

Technologische omgeving

Ongevallen met brandbare/ explosieve stof in open lucht

• Incident vervoer weg • Incident vervoer water • Incident spoorvervoer • Incident transport buisleiding • Incident stationaire inrichting

Energietransitie

• Incident met nieuwe vormen van energieopwekking en -opslag

Ongevallen met giftige stof in open lucht

• Incident vervoer weg • Incident vervoer water • Incident spoorvervoer • Incident transport buisleiding • Incident stationaire inrichting

Tabel gaat door op de volgende pagina 20

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

Maatschappelijke thema’s

Crisistypen

Incidenttypen

Technologische omgeving

Kernongevallen

• Incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend • Incident A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal • Incident B-object: vervoer grote aantallen radioactief materiaal • Incident B-objecten: overige nucleaire faciliteiten brandklasse I • Incident B-objecten: nucleaire faciliteiten brandklasse II • Incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen • Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal

Vitale infrastructuur en voorzieningen

Verstoring energievoorziening

• Uitval/ onbetaalbaar worden van olievoorziening, bijv: door afhankelijkheid Rusland • Uitval/ onbetaalbaar worden van gasvoorziening, bijv: door afhankelijkheid Rusland • Uitval elektriciteitsvoorziening

Verstoring drinkwatervoorziening

• Uitval drinkwatervoorziening • Problemen waterinname • Verontreiniging in drinkwaternet

Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering

• Uitval rioleringssysteem • Uitval afvalwaterzuivering

Verstoring telecommunicatie en ICT

• Uitval voorziening voor spraak- en datacommunicatie

Verstoring afvalverwerking

• Uitval afvalverwerking

Verstoring voedselvoorziening

• Uitval distributie

Luchtvaartincidenten

• Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein • Incident vliegtoestel bij vliegshows

Incidenten op water

• Incident waterrecreatie en pleziervaart • Incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen) • Incident op ruim water • Grootschalig duikincident

Verkeersincidenten op land

• Incident wegverkeer • Incident treinverkeer

Verkeer en vervoer

Incidenten in tunnels • Incident in treintunnels en ondergrondse stations • Incident in wegtunnels • Incident in tram- en metrotunnel en ondergrondse station

Tabel gaat door op de volgende pagina 21

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

Maatschappelijke thema’s Gezondheid

Crisistypen

Incidenttypen

Bedreiging volksgezondheid

• Grootschalige grieppandemie door besmettingsgevaar via contactmedia • Feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen • Besmettingsgevaar vanuit buitenland • Besmettingsgevaar in eigen regio • Dierziekte overdraagbaar op mens • Ziektegolf besmettelijke ziekte • Ziektegolf niet besmettelijke ziekte

(O.b.v. landelijke crisistypen ‘Bedreiging volksgezondheid’ en ‘Ziektegolf’)

Sociaal – Verstoring openbare maatschappelijke orde omgeving (O.b.v. landelijke crisistypen ‘Verstoring openbare orde’ en ‘Paniek in menigte’)

• Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties • Onrust en ongevallen op de risicofocusgebieden • Rel rondom demonstraties en andere manifestaties • Gewelddadigheden rondom voetbalwedstrijden • Maatschappelijke onrust en buurtrellen • Jaarwisseling

Terrorisme

• Dreiging • ‘Eenvoudige’ aanslag door eenling • Geplande aanslag op soft target • Gelijktijdige aanslagen op meerdere plekken in Nederland

Cybercriminaliteit

• Kennis wordt gestolen of ongewild gedeeld • (Vitale) systemen worden gehackt • Desinformatie wordt verspreid

(Ontvlambare) geopolitieke situaties (Defensie, z.d.)

• Wereldwijd conflict • Grote aantallen vluchtelingen

22

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

Voorselectie crisis- en incidenttypen voorgelegd aan kernteam Maatschappelijke thema’s

Crisistypen

Incidenttypen

Toelichting op incidenttypen

Natuurlijke omgeving

Overstromingen

1. Overstroming door hoge rivierwaterstanden

Een overstroming door hoge rivierwaterstanden kan in het benedenrivierengebied van de regio ZuidHolland Zuid veroorzaakt worden door een stormvloed in combinatie met een hoge rivierafvoer. Pas als een dijkdoorbraak daadwerkelijk optreedt, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Een overstroming kan ingrijpende gevolgen hebben en maakt het daarnaast voor hulpdiensten lastig om een incident tijdig te bereiken.

Extreme weersomstandigheden

2. Storm en windhozen

Zware windstoten tijdens een storm kunnen zorgen dat de gehele regio stil komt te liggen. Ook is vorig jaar tijdens een tornado in Zierikzee aangetoond dat windhozen veel schade met zich mee kunnen brengen. Na een storm of windhoos kan het enige tijd duren voordat de wegen en spoorwegen weer vrij zijn van omgewaaide bomen en storingen aan de elektriciteitsvoorzieningen zijn hersteld.

3. Koudegolf, sneeuw en ijzel

Door hevige sneeuwval en ijzel kunnen delen van de regio meerdere dagen overlast ervaren. Masten en kabels voor elektriciteit en telecommunicatie kunnen onder het gewicht van ijzel bezwijken. De bevoorrading van zorginstellingen kan daarnaast enkele dagen stil te komen liggen. Tot slot neemt de kans op verkeersongevallen toe en wordt de bewegingsvrijheid dermate beperkt waardoor hulpverleners mogelijk niet tijdig hulpbehoevenden of kritische locaties kunnen bereiken.

4. Hittegolf

De wereldwijde klimaatverandering leidt tot meer zomerse en tropische dagen. Een hittegolf kan o.a. leiden tot verminderd welbevinden, huidaandoeningen, uitdroging, ademhalings- en circulatieproblemen of een hitteberoerte. Daarnaast kunnen de gevolgen van een aanhoudende hittegolf bestaan uit: waterschaarste, dreigende stroomonderbreking, toenemend aantal (berm)brandjes en/of sociale onrust.

Tabel gaat door op de volgende pagina 23

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

Maatschappelijke thema’s

Crisistypen

Incidenttypen

Toelichting op incidenttypen

Gebouwde omgeving

Branden en instorting kwetsbare objecten

5. Grote brand in gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen

Gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen zijn binnen de regio Zuid-Holland Zuid grotendeels gevestigd in dichtbebouwde gebieden. Bij zorginstellingen komt de kwetsbaarheid bij een grote brand voort uit de beperkte mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen.

Technologische omgeving

Ongevallen met giftige stof in de open lucht

6. Incident inrichting en transport

Binnen de regio Zuid-Holland Zuid bevinden zich een aantal Seveso-bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewerkt, verwerkt of opgeslagen. Daarnaast is de regio een doorvoerroute van (gevaarlijke) goederen per buisleiding, de weg, het water en het spoor vanuit o.a. de Rotterdamse haven naar België en Duitsland.

Vitale infrastructuur en voorzieningen

Verstoring vitale infrastructuur

7. Uitval elektriciteitsvoorziening

Elektriciteit is onderdeel van de vitale infrastructuur. Wanneer de stroom plotseling uitvalt door bijvoorbeeld een blikseminslag of een kabelbreuk, heeft dit gevolgen voor de dagelijkse gang van zaken van zorginstellingen en/of thuiswonenden met medische hulpmiddelen.

8. Digitale verstoring

Naast een cyberaanval kunnen technische fouten, branden of natuurrampen de oorzaak zijn van een verstoring van de telecommunicatienetwerken. Door een digitale verstoring kan er niet worden getelefoneerd en is het gebruik van internet onmogelijk. Cruciale informatiesystemen kunnen daardoor mogelijk niet bereikbaar zijn.

Verkeer en vervoer

Verkeersincidenten

9. Incident met personenvervoer

Ongevallen met personenvervoer van bussen of treinen zijn binnen de regio Zuid-Holland Zuid denkbaar op verschillende trajecten. Trein- en busvervoer vindt binnen de regio in grote frequentie plaats waardoor het risico aanwezig is op een aanrijding, ontsporing met meerdere slachtoffers.

Gezondheid

Bedreiging volksgezondheid

10. Pandemie

Zoals we tijdens de COVID-19 crisis hebben gezien, brengt een pandemie veel gevolgen met zich mee. Een pandemie kan impact hebben op meerdere zorginstellingen en de maatschappelijke onrust die daarbij speelt kan zorgen dat de druk op het zorgsysteem verder toeneemt.

11. ‘Eenvoudige’ aanslag door eenling

Een terroristische aanslag brengt slachtoffers, paniek, discussies en nazorg voor slachtoffers en hulpverleners met zich mee.

Grof en extreem Sociaal maatschappelijke geweld/ terrorisme omgeving

24

Bijlage 1 - Lijst crisis- en incidenttypen van NIPV

Geselecteerde crisis- en incidenttypen t.b.v. ZRP Zuid-Holland Zuid Maatschappelijke thema’s

Crisistypen

Incidenttypen

Toelichting op incidenttypen

Natuurlijke omgeving

Overstromingen

Overstroming door hoge rivierwaterstanden

Een overstroming door rivierwaterstanden kan in het benedenrivierengebied van de regio Zuid-Holland Zuid veroorzaakt worden door een stormvloed in combinatie met een hoge rivierafvoer. Pas als een dijkdoorbraak daadwerkelijk optreedt, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming te bepalen. Een overstroming kan ingrijpende gevolgen hebben en maakt het daarnaast voor hulpdiensten lastig om een incident tijdig te bereiken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/756/documents/15579