Zienswijze VV De Alblas Liquidatieplan GRS met Reactie Vanuit Beide Gemeenten 11062026.pdf
Tekst van het document
Aan: De leden van de commissie / gemeenteraad van de gemeente Molenlanden De leden van de commissie / gemeenteraad van de gemeente Alblasserdam Betreft: Zienswijze VV De Alblas op het concept-liquidatieplan GR Sportpark Souburgh Datum: 3 juni 2026 Geachte leden van de commissies, geachte raadsleden, Namens het bestuur van VV De Alblas vragen wij uw aandacht voor het concept-liquidatieplan van de Gemeenschappelijke Regeling Sportpark Souburgh. Dit liquidatieplan staat binnenkort op uw agenda. Wij achten het van belang dat beide gemeenteraden vóór besluitvorming volledig kennisnemen van onze positie, omdat het liquidatieplan voor VV De Alblas niet slechts een technische of financiële afwikkeling is. VV De Alblas verzet zich niet tegen opheffing van de GR als zodanig. Wij begrijpen dat beide gemeenten zoeken naar een eenvoudiger bestuurlijke inrichting van Sportpark Souburgh. Ons bezwaar richt zich op de wijze waarop in het liquidatieplan de positie van VV De Alblas wordt behandeld. Het plan gaat er namelijk van uit dat VV De Alblas na opheffing van de GR wordt beschouwd als een Alblasserdamse vereniging, dat de huur- en subsidierelatie volledig overgaat naar Alblasserdam en dat Molenlanden haar toekomstige verantwoordelijkheid afkoopt via een eenmalige bruidsschat. Dat uitgangspunt delen wij niet. VV De Alblas wil een Molenlandse vereniging blijven.
Onze vereniging heeft haar oorsprong en wortels in Oud-Alblas. Juist die bijzondere positie — een Molenlandse/Oud-Alblasse vereniging op sportpark Souburgh, gelegen op Alblasserdams grondgebied — vormde historisch de reden voor de gemeenschappelijke regeling. In het raadsvoorstel wordt ook benoemd dat de regeling ooit is opgezet om binnen de grenzen van Alblasserdam een plek te geven aan voetbalvereniging De Alblas.
1. Onze statutaire positie kan niet door gemeenten worden gewijzigd VV De Alblas is een zelfstandige vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. Onze statutaire positie, identiteit en vestigingsplaats kunnen niet door gemeenten worden gewijzigd via een liquidatieplan, financiële afwikkeling, huurovereenkomst of subsidieafspraak. Een wijziging van onze statuten kan uitsluitend plaatsvinden via de daarvoor geldende verenigingsrechtelijke besluitvorming binnen VV De Alblas. Uiteindelijk zijn het onze leden die daarover gaan, niet de gemeenten Alblasserdam of Molenlanden. Voor zover in het liquidatieplan of de onderliggende stukken wordt uitgegaan van het “beschouwen” van VV De Alblas als Alblasserdamse vereniging, merken wij op dat dit hooguit iets kan zeggen over de wijze waarop gemeenten de huur- of subsidierelatie wensen te organiseren. Het kan niet de verenigingsrechtelijke identiteit van VV De Alblas wijzigen. Ook een feitelijke of administratieve vestigingsplaats, bijvoorbeeld zoals die in registers wordt weergegeven, is voor dit punt niet bepalend. Bepalend is de statutaire positie van de vereniging en de besluitvorming door haar leden. Reactie Het is niet de intentie van de gemeenten om de statutaire positie, de identiteit of de vestigingsplaats te wijzigen.
De gemeenten wensen slechts afspraken te maken over hoe zij onderling omgaan met betrekking tot VV De Alblas, nadat de GR is opgeheven. Daar waar in het stuk VV De Alblas wordt beschreven als een ‘Alblasserdamse vereniging’, dan wordt daarmee bedoeld dat het in het kader van
verhuur, onderhoud, subsidies, etc, als zodanig wordt behandeld na de opheffing van de regeling. De gemeenten gaan niet over de statutaire positie van de VV Alblas.
2. De bruidsschat rust op een door ons betwist uitgangspunt In het liquidatieplan staat dat VV De Alblas haar wortels heeft in de voormalige gemeente Oud-Alblas en zelfs de bestaansreden vormt van de gemeenschappelijke regeling. Tegelijkertijd staat er dat de gemeenten ervoor kiezen om VV De Alblas na opheffing van de GR te beschouwen als een Alblasserdamse vereniging. Vervolgens wordt hieraan gekoppeld dat VV De Alblas subsidie zal ontvangen van Alblasserdam, zal gaan huren van Alblasserdam en dat het jaarlijkse verschil in kosten en baten door Molenlanden wordt afgekocht via een bruidsschat van € 850.000. Ook het raadsvoorstel maakt deze koppeling expliciet: “VV De Alblas wordt na opheffing van de GR een Alblasserdamse vereniging” en Molenlanden koopt het verschil ineens af met een bruidsschat. Daarbij wordt vermeld dat door afkoop de verantwoordelijkheid voor beheer, onderhoud en beleid volledig bij Alblasserdam wordt belegd. Daarmee is de bruidsschat niet neutraal. Zij is direct gekoppeld aan de aanname dat VV De Alblas voortaan als Alblasserdamse vereniging wordt behandeld. Omdat VV De Alblas dit uitgangspunt niet deelt en Molenlands wil blijven, raakt onze zienswijze niet slechts een uitvoeringsdetail, maar een dragend uitgangspunt van het liquidatieplan.
Indien VV De Alblas Molenlandse vereniging blijft, ligt het niet zonder meer voor de hand dat Molenlanden haar verantwoordelijkheid definitief afkoopt en dat beheer, onderhoud, subsidiebeleid en accommodatiebeleid volledig bij Alblasserdam worden belegd. Dan dient ten minste een alternatief scenario te worden uitgewerkt waarin onze Molenlandse positie wordt gerespecteerd en geborgd. Reactie Het is correct dat de bruidsschat is gebaseerd op het feit dat Alblasserdam voortaan verantwoordelijk wordt voor onderhoud en subsidieverlening en dat Alblasserdam de huurbaten ontvangt. De grootste post uit deze berekening is echter het onderhoud en dat is gebaseerd op historische cijfers. Voor de volledigheid moet worden opgemerkt dat Alblasserdam minder huur in rekening brengt en minder subsidie verleentd. Per saldo gaat VV De Alblas er financieel op vooruit door van de gemeente Alblasserdam te huren en subsidie te ontvangen.
3. Het liquidatieplan is voor VV De Alblas niet beleidsneutraal Voor de meeste verenigingen op sportpark Souburgh verandert na opheffing van de GR weinig. Zij gaan huren van Alblasserdam in plaats van de GR en hun subsidierelatie blijft ongewijzigd. Voor VV De Alblas erkent het raadsvoorstel echter expliciet dat er méér verandert: wij ontvangen nu als enige vereniging subsidie van Molenlanden en betalen huur aan Molenlanden; na opheffing zou dat wijzigen naar huur en subsidie via Alblasserdam. Dat betekent dat het liquidatieplan voor VV De Alblas niet slechts een administratieve overdracht is. Het verandert de bestuurlijke, financiële en beleidsmatige relatie van onze vereniging wezenlijk. Juist daarom menen wij dat beide gemeenteraden niet kunnen volstaan met de constatering dat het liquidatieplan een verplicht onderdeel is van de opheffing van de GR. Uiteraard is een liquidatieplan nodig. Maar binnen dat liquidatieplan zijn beleidskeuzes gemaakt. Eén van die keuzes is een volledige ontvlechting, met een bruidsschat en overdracht van onze
toekomstige positie naar Alblasserdam. Die keuze vraagt om afzonderlijke beoordeling door uw raden. Reactie Binnen het liquidatieplan zijn inderdaad keuzes gemaakt ten opzichte van VV De Alblas. Dit komt omdat de gemeenten duidelijke afspraken willen maken voor de toekomst. De gemeenten kiezen voor één duidelijk besluit waarbij definitieve afspraken worden gemaakt over het toekomstig onderhoud van de velden van VV De Alblas. Dat is inderdaad niet volledig beleidsneutraal, maar de gemeenten hebben wel gepoogd de gevolgen voor VV De Alblas zo klein mogelijk te maken. Per saldo heeft de gekozen richting een financieel voordeel voor VV De Alblas.
4. De Molenlandse positie is ook beleidsmatig van belang 4a. Behoud van Molenlandse positie betekent behoud van een passend beleidskader Voor VV De Alblas is het behoud van de Molenlandse positie niet uitsluitend een kwestie van historie, identiteit of statutaire vestiging. Ook beleidsmatig heeft dit betekenis. Molenlanden beschikt over een uitgewerkt beleidskader voor voetbalverenigingen, waarin op basis van KNVB-normen naar capaciteit, behoefte en harmonisatie wordt gekeken. Dat beleidskader ziet op de voetbalverenigingen binnen Molenlanden en biedt een herkenbaar en objectief toetsingskader. Wij hechten eraan dat onze toekomstige accommodatiepositie binnen dit Molenlandse beleidskader beoordeeld blijft worden, zolang VV De Alblas statutair en verenigingsrechtelijk een Molenlandse vereniging is. Een volledige overgang naar Alblasserdam betekent voor VV De Alblas niet alleen een wijziging in huur- en subsidierelatie, maar ook een overgang naar een ander beleidskader. Daarbij merken wij op dat in de stukken en gesprekken rond de GR Souburgh meermaals is gewezen op de financiële druk en bezuinigingsopgave van Alblasserdam. Tegen die achtergrond is het voor VV De Alblas niet zonder betekenis dat overdracht naar Alblasserdam onze beleidsmatige en financiële rechtszekerheid kan verminderen. Reactie In feite is dit niet aan de orde.
Dat wil zeggen het Molenlandse kader is NIET van toepassing (geweest) op VV de Alblas. VV de Alblas opereert vanuit de GR op grondgebied van de gemeente Alblasserdam. Investeringen/onderhoud en andere vraagstukken kwamen aan de orde via de structuur van die GR en niet via beleid (of uitvoering) vanuit Molenlanden (of de voorgangers). De financiële consequenties werden ingevuld via het 81/19 principe. Het Molenlandse kader komt in het kort neer op het volgende: -Molenlanden houdt zich aan de KNVB tool wat betreft de noodzaak op voetbal- en trainingsvelden (n.v.t. op VV De Alblas) -jaarlijkse investeringen (van de 10 op Molenlands grondgebied spelende voetbalverenigingen) komen via de gemeentebegroting in beeld (n.v.t. op V.V. De Alblas) -de voetbalclubs ontvangen jaarlijks een vergoeding voor zelfwerkzaamheid die ook jaarlijks in afstemming wordt bepaald (n.v.t. op VV De Alblas), hoe meer de club zelf doet hoe hoger de vergoeding -maatwerk (indien nodig) wordt besproken en actie uitgezet indien nodig vanuit team beheer buiten van Molenlanden (n.v.t. op VV De Alblas) -inmiddels is de verlichting van de velden hierop niet meer van toepassing met het oog op de veiligheid.
4b. Het beleidskader van Molenlanden erkent onze capaciteitsbehoefte Het Molenlandse beleidskader voor vastgoed en accommodaties bevat een duidelijke onderbouwing van de capaciteitsbehoefte van voetbalverenigingen. In de Uitgangspuntennotitie Vastgoed & Accommodatiebeleid is vastgelegd dat van alle voetbalverenigingen in Molenlanden het aantal teams in kaart is gebracht en dat op basis van het totaal aantal teams en de normen van de KNVB is berekend hoeveel velden nodig zijn voor trainingen en wedstrijden. Diezelfde notitie benoemt VV De Alblas expliciet als vereniging met ondercapaciteit: “Voor enkele individuele verenigingen geldt dat er sprake is van een ondercapaciteit in wedstrijdvelden. Dat zijn VV de Alblas (behoefte is 3,3 velden, aanbod is 3 velden)…” In de bijbehorende tabel wordt voor Souburgh / VV De Alblas een behoefte genoemd van 4 wedstrijdvelden en 1,5 trainingsvelden. Daarmee is onze capaciteitsvraag niet nieuw en ook geen subjectieve wens van de vereniging. Zij is al in het eigen beleidskader van Molenlanden herkend en onderbouwd. In recenter onderzoek wordt bovendien bevestigd dat VV De Alblas een trainingsveldtekort ervaart, dat het pupillenveld als trainingsveld wordt ingezet en dat de normatieve behoefte uitkomt op 3,6 wedstrijdvelden en 2 trainingsvelden. Wij vragen daarom niet om nieuw beleid.
Wij vragen dat bestaand beleid en eerder vastgestelde uitgangspunten niet verdwijnen in de liquidatie van de GR. Reactie Dat is niet helemaal correct. De KNVB-tool die terugkomt in de rapportage opgesteld door R.I.E.T geeft aan dat er een capaciteitsuitdaging ligt. De door VV De Alblas gestelde zaken komen uit het onderzoek van R.I.E.T. dat onlangs is uitgevoerd zijn GEEN onderdeel van het beleidskader om genoemde redenen hierboven.
5. Extra capaciteit stond in de begroting Het capaciteitsvraagstuk is niet alleen beleidsmatig erkend, maar is ook financieel en bestuurlijk onderdeel geweest van de GR-begrotingen. In het investeringsplan 2024-2027 van de begroting 2024 staat “Kunstgrasveld vv De Alblas” opgenomen met een totaal investering van € 786.000. Ook in het investeringsplan 2025-2028 van de begroting 2025 staat “Kunstgrasveld vv De Alblas” opgenomen met een totaal investering van € 786.000, waarbij is vermeld dat kredieten die in de begroting 2024 beschikbaar zijn gesteld en niet in 2024 worden besteed, worden doorgeschoven naar 2025. Dat heeft bij VV De Alblas, onze leden, vrijwilligers en ouders de gerechtvaardigde verwachting gewekt dat het capaciteitsvraagstuk niet slechts onderwerp van gesprek zou blijven, maar daadwerkelijk zou worden opgelost of ten minste in het liquidatieproces zou worden geborgd. Zonder nadere uitleg is het moeilijk te begrijpen dat enerzijds extra capaciteit jarenlang in beleid, gesprekken en begrotingsstukken terugkomt, terwijl anderzijds het liquidatieplan nu uitgaat van een volledige overdracht zonder concrete borging van een structurele oplossing voor deze capaciteit. Reactie Het is correct dat er in het verleden een ‘gewenste investering’ in de begroting van de GR heeft gestaan. Opname in de begroting staat echter niet gelijk aan realisatie.
Een begroting is een financieel vooruitzicht. Het is geen bestuurlijke
belofte tot daadwerkelijke realisatie van die investering. Het is natuurlijk spijtig als dat beeld wel is ontstaan. De financiële situatie van de deelnemers leidt echter tot een kritische beschouwing op alle eventuele investeringen. Er moet een noodzaak zijn tot het doen van investeringen in deze tijden. In de begroting van de regeling voor 2026 staan daarom ook geen investeringen meer opgenomen. Het wel of niet doen van een investering staat dus los van de discussie of VV De Alblas voortaan gaat huren van Alblasserdam en/of daar hun subsidie van ontvangt. In alle situaties en in alle scenario’s zal zeer kritisch worden gekeken naar nieuwe investeringen.
6. Het koppelen van een oplossing aan overgang naar Alblasserdam is bestuurlijk onwenselijk In gesprekken is aan VV De Alblas een scenario voorgehouden waarin realisatie van extra kunstgrascapaciteit wél bespreekbaar zou zijn indien onze vereniging haar positie als Molenlandse vereniging zou opgeven en feitelijk onder Alblasserdam zou komen te vallen. Wij willen dit punt zorgvuldig formuleren. Wij beschouwen dit niet als een verwijt aan individuele bestuurders of ambtenaren. Wel constateren wij dat daarmee het capaciteitsvraagstuk niet langer uitsluitend wordt beoordeeld als een sportiefaccommodatievraagstuk, maar mede afhankelijk wordt gemaakt van onze bestuurlijke identiteit. Dat achten wij bestuurlijk onjuist. Als extra capaciteit nodig is op basis van normen, gebruik en gemeentelijk beleid, dan behoort die behoefte inhoudelijk te worden beoordeeld. Niet op basis van de vraag of VV De Alblas bereid is haar Molenlandse positie op te geven. Reactie Als er in het verleden verwachtingen zijn ontstaan, dan betreuren wij dat. Zoals hierboven al is aangegeven zal een investering altijd zeer kritisch worden bekeken. Een van de punten die daarbij zal worden beoordeeld is de beschikbare capaciteit van de naastgelegen voetbalvereniging.
De gemeenten vinden het in deze tijd niet meer dan logisch, wanneer er één vereniging is met een uitbreidingsvraag en één vereniging met duidelijke overcapaciteit, er wordt gesproken over samenwerking.
7. Samenwerking met VV Alblasserdam kan geen structurele oplossing vervangen VV De Alblas is vanzelfsprekend bereid om als goede buur samen te werken met VV Alblasserdam waar dat praktisch mogelijk is. In noodsituaties en bij incidentele knelpunten zoeken verenigingen elkaar op. Dat doen wij ook. Maar samenwerking met een concurrerende buurvereniging kan geen bestuurlijk substituut zijn voor het oplossen van een door beleid, normen en begrotingsstukken erkend capaciteitsprobleem. Een structureel tekort bij vereniging A oplossen door afhankelijkheid te creëren van vereniging B is bestuurlijk kwetsbaar, zeker wanneer dat niet wordt vastgelegd in harde rechten, structurele planningsafspraken, duidelijke verantwoordelijkheid voor beheer, kleedkamers, materialen, exploitatie en aansprakelijkheid. Bovendien doet een dergelijke oplossing geen recht aan clubidentiteit, ledenbinding, kantine-exploitatie en vrijwilligersorganisatie. VV De Alblas vraagt daarom dat samenwerking met VV Alblasserdam hooguit wordt gezien als tijdelijke noodmaatregel waar beide verenigingen vrijwillig aan meewerken, niet als structurele oplossing voor onze capaciteitsbehoefte.
Reactie Hierin verschillen de gemeenten van opvatting met de vereniging. Wij nemen wel degelijk het totale aantal velden mee in onze beoordeling of een nieuwe investering nodig is. Het kan volgens de gemeente niet zo zijn dat bij één vereniging een investering plaatsvindt in extra capaciteit, terwijl de naastgelegen vereniging aangeeft overcapaciteit te hebben. Wij zien het als de taak van de gemeenten, maar ook de taak van de verenigingen om zo efficiënt mogelijk met de accommodaties om te gaan. De afstanden tussen de verengingen zijn fysiek gezien zo klein, dat dit ook mogelijk moet zijn. VV Alblasserdam heeft al eerder aangegeven hiertoe bereid te zijn. Inmiddels vindt er daadwerkelijk overleg plaats tussen de verenigingen VV De Alblas en VV Alblasserdam over de vraag ‘Hoe zetten we de huidige velden op sportpark Souburgh zó in dat in het nieuwe seizoen 2026-2027 alle teams zowel hun trainingen als wedstrijden kunnen spelen’.
8. Juridische en bestuurlijke beoordeling Wij vragen beide gemeenteraden het liquidatieplan te toetsen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Allereerst vraagt dit om zorgvuldigheid. De gevolgen voor VV De Alblas verschillen wezenlijk van de gevolgen voor andere gebruikers van het sportpark. Een afzonderlijke belangenafweging is daarom noodzakelijk. Daarnaast vraagt dit om een deugdelijke motivering. Als wordt afgeweken van het Molenlandse beleidskader waarin de ondercapaciteit van VV De Alblas is erkend, moet gemotiveerd worden waarom dat aanvaardbaar is en hoe die behoefte alsnog wordt geborgd. Ook het evenredigheidsbeginsel is relevant. Het bestuurlijke doel — vereenvoudiging van de structuur door opheffing van de GR — mag niet onevenredig neerslaan bij de vereniging waarvoor de GR historisch juist is ingericht. Tot slot speelt rechtszekerheid en gewekt vertrouwen. VV De Alblas mocht er, gelet op de beleidsstukken, begrotingsopnames en bestuurlijke gesprekken, redelijkerwijs op vertrouwen dat het capaciteitsvraagstuk niet zou verdwijnen in een liquidatieproces, maar daarin expliciet zou worden opgelost of ten minste geborgd. Reactie Voordat wordt getoetst aan de beginselen van behoorlijk bestuur, moet eerst worden overwogen wat er nu feitelijk verandertd voor VV De Alblas. De vereniging geeft aan geen moeite te hebben met de opheffing van de regeling.
Na opheffing van de GR zal een andere instantie verantwoordelijk moeten worden gemaakt voor het onderhoud van de velden. De enige logische kandidaat is de gemeente Alblasserdam. Zij voert nu immers al het onderhoud uit voor de regeling. Daarnaast wordt zij op het moment van opheffing van de regeling ook de eigenaar van de velden. Aangezien de gemeente Alblasserdam de velden in eigendom heeft en ook onderhoudt, is het niet meer dan logisch dat vereniging VV De Alblas vanaf dat moment ook huurt van de gemeente Alblasserdam. Daarmee komt dan ook een einde aan de bijzondere situatie waarbij VV De Alblas iets huurt van de gemeente Molenlanden, dat niet in eigendom is van die gemeente. De gemeente Alblasserdam hanteert een lagere huur dan de gemeenten Molenlanden. Het enige concrete nadeel dat de vereniging ondervindt, is hierdoor de lagere subsidie. Die wordt echter meer dan gecompenseerd door de lagere huur. De gemeenten hebben uiteraard begrip voor de gevoelens die de ‘overgang’ van Molenlanden naar Alblasserdam kunnen losmaken. Maar feitelijk beschouwd, zijn er geen nadelen voor de verening. Wij zien daarom geen enkele reden dat enig beginsel van behoorlijk bestuur wordt overtreden.
9. Wat wij aan uw raden vragen Wij vragen de commissies en gemeenteraden van Molenlanden en Alblasserdam om: 1. niet zonder meer in te stemmen met het liquidatieplan voor zover dit uitgaat van het beschouwen van VV De Alblas als Alblasserdamse vereniging; 2. expliciet vast te stellen dat VV De Alblas een zelfstandige vereniging is en dat wijziging van haar statutaire positie uitsluitend door de vereniging zelf en haar leden kan plaatsvinden; 3. te erkennen dat de bruidsschat is gebaseerd op een door VV De Alblas betwist uitgangspunt, namelijk volledige overdracht van onze toekomstige positie naar Alblasserdam; 4. het college en/of het AB te verzoeken een alternatief scenario uit te werken waarin VV De Alblas Molenlandse vereniging blijft en waarin de toekomstige verantwoordelijkheid van Molenlanden bestuurlijk en financieel wordt geborgd; 5. de toekomstige accommodatiepositie van VV De Alblas te blijven toetsen aan het Molenlandse beleidskader voor voetbalverenigingen, zolang VV De Alblas statutair en verenigingsrechtelijk een Molenlandse vereniging blijft; 6. het capaciteitsvraagstuk van VV De Alblas expliciet onderdeel te maken van het liquidatieplan of van een aanvullende bestuurlijke overeenkomst tussen beide gemeenten; 7.
vast te leggen dat samenwerking met VV Alblasserdam geen structurele oplossing is voor het capaciteitstekort van VV De Alblas, tenzij beide verenigingen daar vrijwillig, gelijkwaardig en onder heldere voorwaarden mee instemmen; 8. geen definitief besluit te nemen over volledige financiële ontvlechting voordat duidelijk is hoe de positie, accommodatiebehoefte en toekomstige beleidsrelatie van VV De Alblas worden geborgd. Reactie vanuit het college op deze punten: Ad 1 Het college stelt voor in te stemmen met het liquidatieplan. Tegelijkertijd begrijpen wij dat de positionering van VV De Alblas voor de vereniging van groot belang is. In het vervolgproces zal hier zorgvuldig mee omgegaan moeten worden. Ad 2 Het college onderschrijft dat de statutaire positie van VV De Alblas een verantwoordelijkheid is van de vereniging zelf en haar leden. Dit uitgangspunt staat voor ons niet ter discussie. Ad 3 Het genoemde uitgangspunt is voortgekomen uit een gezamenlijk doorlopen proces en bestuurlijke afweging. Wij begrijpen dat de vereniging hier vanuit haar eigen perspectief kritisch naar kijkt en hechten eraan dat hierover in goed overleg met elkaar het gesprek wordt gevoerd. Ad 4 Dit is een voorstel dat denkbaar is. In het kader van de gemaakte keuze om de GR te beëindigen, is hier echter niet voor gekozen.
Daarbij heeft de bestuurlijke en administratieve belasting van de GR een belangrijke rol gespeeld. Tegelijkertijd blijven wij oog houden voor werkbare oplossingen in de toekomst. Ad 5 Op dit moment valt VV De Alblas onder de GR en is de vereniging gevestigd op het grondgebied van de gemeente Alblasserdam. Hierdoor is het Molenlandse beleidskader formeel niet van toepassing. Ad 6 Het liquiditeitsplan betreft de beëindiging van de GR en financiële ontvlechting tussen gemeente Alblasserdam en Molenlanden. Het capaciteitsvraagstuk is al langere tijd onderwerp van gesprek. De vereniging heeft aangegeven dat de huidige situatie als onvoldoende wordt ervaren. Wij zien een oplossing voor het capaciteitsvraagstuk van VV De Alblas in de verdere samenwerking tussen VV De Alblas en VV Alblasserdam, waarbij de eerste stappen inmiddels zijn gezet.
Ad 7 De samenwerking tussen verenigingen is in de eerste plaats aan de verenigingen zelf. Wij hechten eraan dat eventuele vormen van samenwerking plaatsvinden op basis van vrijwilligheid en wederkerigheid. De rol van de gemeente is hierbij om de samenhang te bewaken en te handelen vanuit het bredere maatschappelijke perspectief. Ad 8 Het college begrijpt de wens om besluitvorming in samenhang te bezien. Tegelijkertijd zijn wij gebonden aan de afgesproken bestuurlijke en procedurele stappen. Daarbij blijft aandacht voor de positie en toekomst van VV De Alblas van belang in het verdere traject.
10. Tot slot VV De Alblas zoekt geen conflict met de gemeenten Molenlanden en Alblasserdam. Integendeel: wij willen juist blijven bouwen aan een goede, open en constructieve relatie met beide gemeenten. Onze vereniging vervult al decennialang een maatschappelijke rol voor inwoners uit Oud-Alblas, Alblasserdam en de omliggende kernen. Wij willen die rol blijven vervullen. Maar wij kunnen niet instemmen met een liquidatieplan dat onze positie als Molenlandse vereniging feitelijk beëindigt, terwijl die positie niet door gemeenten kan worden gewijzigd, terwijl de bruidsschat daarop is gebaseerd en terwijl ons capaciteitsvraagstuk onvoldoende is geborgd. Wij vragen u daarom deze zienswijze nadrukkelijk te betrekken bij uw commissiebehandeling en besluitvorming. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur van VV De Alblas, Jan Heijkoop Voorzitter
Martijn van Leen Algemeen bestuurslid
VV De Alblas Bas Verhoevenweg 6 2952 BV Alblasserdam