Zienswijze herziening omgevingsbeleid module energietransitie - eindconcept .pdf
Tekst van het document
BEHANDELD DOOR: Roosmarijn Sweers TELEFOON: 078-7704847 E-MAIL: R.Sweers@dordrecht.nl ONDERWERP: zienswijze herziening Omgevingsbeleid module energie DATUM: 29-06-2022
College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland t.a.v. mevrouw A. Koning Postbus 90602 2509LP Den Haag
ONS KENMERK: DO/22/.. UW KENMERK: geen ZAAKNUMMER: -
Geacht college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Via deze weg maken de gezamenlijke gemeenten van de Drechtsteden van de mogelijkheid gebruik om een zienswijze in te dienen op de ontwerpteksten van de Herziening Omgevingsbeleid Module Energie, die ter inzage ligt tot en met 8 augustus 2022. Deze zienswijze staat naast mogelijke zienswijzen van de individuele gemeenten en partners binnen onze energieregio. Bij het lezen van de ontwerp teksten en het opstellen van deze zienswijze, hebben wij nadrukkelijk oog gehad voor de urgentie van de klimaatopgave. In het kader van de klimaatopgave hebben wij samen met u de Regionale Energiestrategie 1.0 van de Drechtsteden (RES 1.0) opgesteld. Ten behoeve van de RES 1.0 hebben wij samen bovendien invulling gegeven aan een intensief participatief ontwerpend onderzoek. Vanzelfsprekend hebben wij specifiek gekeken naar de wijze waarop de Regionale Energiestrategie 1.0 van de Drechtsteden is geborgd in de ontwerp teksten. We hebben kunnen vaststellen dat de RES 1.0 onvolledig door u is geborgd in de ontwerp teksten van de Module Energietransitie. In de formulering klinkt in verschillende passages een (stevige) provinciale bestuurlijke afweging door. Wij beseffen dat dit veelal is ingegeven door een integrale afweging van de verschillende opgaven waar het provinciale bestuur voor staat.
Wij staan deze integrale benadering uiteraard ook voor. De huidige Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en de Omgevingswet gaan niet voor niets uit van de primaire taak van de gemeenten in de ruimtelijke ordening. Ook in de nieuwe omgevingswet is daarom uitgegaan van ruimte voor het lokale afwegingskader en maatwerk bij gemeenten bij het omgevingsbeleid. In onze vorige drie zienswijzen op herzieningen van andere modules van uw omgevingsbeleid hebben wij onze zorg op dit punt uitgesproken en opgeroepen ruimte te laten voor onze lokale kennis en verantwoordelijkheden voor de omgeving. De ontwerp teksten uit het provinciale omgevingsbeleid doen hierdoor voor zonnevelden onvoldoende recht aan de vastgestelde RES 1.0 en het intensieve participatieve proces dat hieraan vooraf is gegaan. Ook zijn wij van mening dat er onvoldoende oog is voor de urgentie van de klimaatopgave en dat het risico bestaat
Alblasserdam • Dordrecht • Hardinxveld-Giessendam • Hendrik-Ido-Ambacht • Papendrecht • Sliedrecht • Zwijndrecht
POSTADRES Postbus 8 3300 AA Dordrecht
BEZOEKADRES Spuiboulevard 300 3311 GR Dordrecht
BANK IBAN: NL88BNGH0285127748 BIC: BNGHNL2G
dat de uitvoering van het klimaatbeleid hierdoor onnodig wordt bemoeilijkt en vertraagd. Hieronder voorzien wij het bovenstaande van een nadere onderbouwing, waarbij wij u nadrukkelijk verzoeken om de punten uit deze zienswijze mee te nemen in uw bestuurlijke afwegingen voor de definitieve versie. I. Zonneladder De provinciale zonneladder neemt een prominente plek in binnen de module energietransitie. Op ons komt de zonneladder in de huidige formulering echter te rigide over. We zullen namelijk gelijktijdig op meerdere treden van de ladder actief moeten zijn om de nationale ambities te realiseren. Zo heeft zon op dak voorkeur boven zon op veld, maar moet daarop niet gewacht worden voordat er overgegaan wordt tot zon op veld. Bovendien kunnen wij de vastgestelde ambities niet realiseren zonder de inzet van zon op veld. II. Uitwerkingsgebieden RES 1.0 Drechtsteden en het subsidiariteitsbeginsel Concreetheid RES 1.0 Drechtsteden In de RES 1.0 van veel energieregio's zijn verschillende grote zoekgebieden opgenomen. Binnen de Concept RES van de Drechtsteden waren ook soortgelijke grote zoekgebieden opgenomen. Vervolgens zijn wij er samen met u na een intensief participatief ontwerpend proces1 echter in geslaagd, om de zoekgebieden om te zetten in de uitwerkingsgebieden die in de RES 1.0 zijn vastgesteld.
De uitwerkingsgebieden in de RES 1.0 zijn ten opzichte van de zoekgebieden in de Concept RES fors ingesnoerd mede in samenhang met andere RO opgaven én voorzien van een uitnodigingskader met drie soorten criteria. Ieder uitwerkingsgebied kent (1) minimumcriteria waar elk project op grond van wet- en regelgeving aan moet voldoen. Daarnaast kent ieder uitwerkingsgebied (2) een set criteria die aansluit bij de unieke karakteristieken van het betreffende gebied. En tot slot kent ieder uitwerkingsgebied (3) criteria voor participatie. Gedeputeerde Staten heeft bij de besluitvorming over de RES 1.0 ingestemd met deze nadere uitwerking, die binnen de Drechtsteden heeft plaatsgevonden. Hiermee is met betrekking tot deze uitwerkingsgebieden door Gedeputeerde Staten in onze ogen al voldaan aan de in de verordening opgenomen instemming 2. Wij verzoeken u om dat in de herziening ook concreet te benoemen. Subsidiariteitsbeginsel Het aanvullende provinciale instemmingsbesluit 3 in de ontwerp Omgevingsverordening belemmert onnodig een snelle uitvoering van de RES 1.0 bij zonnevelden , in plaats van deze te borgen. Dit terwijl de RES 1.0 is vormgeven binnen het subsidiariteitsbeginsel van de Omgevingswet. Dit beginsel stelt dat beslissingen zoveel mogelijk lokaal worden genomen.
Het inperken van deze vrije beslisruimte is mogelijk, maar alleen als een provinciaal belang dat noodzakelijk maakt. Die noodzaak 1
. Zie hoofdstuk 3 van de RES 1.0 https://drechtstedenenergie.nl/downloads/res-drechtsteden.pdf Ontwerp Wijzigingsbesluit Omgevingsverordening artikel 6.28a lid 3 en artikel 7.76a lid 3 "mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en Gedeputeerde Staden hebben ingestemd met de in het kader van de Regionale Energie Strategieën uitwerking van de zoekgebieden" "mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en gedeputeerde staten hebben ingestemd met de uitwerking van het zoekgebied" 3 Zie voetnoot 2 2
2|4
ontbreekt hier aangezien het provinciaal belang al nadrukkelijk is meegewogen in de RES 1.0. Dit heeft ook betrekking op de wijze waarop overheden samenwerken aan de Regionale Energie Strategieën en is met het oog op de afspraken in het Klimaatakkoord en de verbeterdoelen van de Omgevingswet een ongewenste verzwaring van de proceduretijd. Dit terwijl de energietransitie om een slagvaardige overheid vraagt die snel medewerking verleent aan initiatieven, waarvan op basis van een integrale afweging en het participatieve proces reeds is geconcludeerd dat die passen binnen het specifieke gebied. We roepen u daarom op om artikel 6.28a lid 3 en artikel 7.76a lid 3 in de ontwerp Omgevingsverordening aan te passen en doen daarvoor een aantal voorstellen: Variant 1: Aanvullend artikel dat deze bepalingen niet gelden voor de uitwerkingsgebieden van de zoekgebieden waar door PS goedkeuring aan is gegeven. Variant 2: Aanvullend artikel dat voor de door PS vastgestelde uitwerkingsgebieden van de zoekgebieden de daarbij in het kader van de RES gezamenlijk vastgestelde randvoorwaarden/uitnodigingskader gelden. Variant 3: laten vervallen van artikel 6.28a lid 3 en artikel 7.76 lid 3 in de ontwerp Omgevingsverordening. III.
Urgentie klimaatopgave Met het laatste verschenen IPCC-rapport is de urgentie van de klimaatopgave nog eens bevestigd: er is sneller en grootschaliger actie nodig, anders raken klimaatdoelen uit zicht. De tijd die we over hebben is nog maar beperkt. De urgentie die het rapport ademt en de benodigde snelheid en slagkracht zien wij nog onvoldoende terug in de ontwerp teksten van de Module Energietransitie van uw omgevingsbeleid. We beseffen ons terdege dat er een brug moet worden geslagen tussen de energietransitie en de bredere ruimtelijke ontwikkeling met alle verschillende opgaven, maar zijn van mening dat de uitvoering van het klimaatbeleid hierdoor niet onnodig mag worden vertraagd. Concreet zien wij dit risico terug in de terughoudendheid met betrekking tot zon op land en de integrale aanpak die wordt vereist. Een integrale afweging lijkt ons in dit geval een redelijke eis. Ook ontbreekt de blik vooruit richting 2030, waarbij een verdere versnelling van de uitvoering mogelijk moet worden gemaakt om de klimaatdoelen te behalen. IV. VRM locaties De gebieden die eerder door de provincie in de Visie Ruimte en Mobiliteit (2018) zijn aangewezen als geschikte locaties voor wind zijn niet in het participatief ontwerpend onderzoek van de RES 1.0 meegenomen.
Dit omdat voor de meeste VRM locaties al eerder na inspanningen is gebleken dat hier geen draagvlak voor is én omdat de locaties door nieuwe ontwikkelingen in de betreffende gebieden niet langer als realistisch kunnen worden gezien. Voor deze VRM locaties ontvangt u aanvullende zienswijzen. In lijn met onze herhaalde oproep tot behoud van het lokale afwegingskader en lokaal maatwerk, verzoeken wij u om kaart 16 te actualiseren, hier alleen haalbare locaties op te nemen en niet haalbare locaties in de Drechtsteden te laten vervallen. Dat om verwarring en afleiding van de haalbare uitwerkingsgebieden voor grootschalige energieopwekking te voorkomen én om recht te doen aan de bestuurlijke inspanning die hier in de afgelopen jaren op heeft plaatsgevonden.
3|4
We hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Hoogachtend,
A.J. Flach Namens de bestuurlijke werkgroep Werken en portefeuillehouder Public Affairs
G.K.C. Baggerman Namens de bestuurlijke werkgroep Wonen
T.A. Spek Namens de bestuurlijke werkgroep Bereikbaarheid
J.E.T.M. van Dongen Namens de bestuurlijke werkgroep Energietransitie
4|4