CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Wipmolen_vastgesteld_1_Regels.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 24 september 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 8: Vaststelling bestemmingsplan De Wipmolen - Voorstel5.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REGELS PROJECT

Wipmolen

STATUS

vastgesteld

PROJECTNUMMER

NL.IMRO.0482.bpwipmolen121-va01

DATUM

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer

info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 2

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

5 Inleidende regels

6

Artikel 1 Artikel 2

6 10

Begrippen Wijze van meten

Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

11 12 13 16 19

Groen Verkeer - Verblijfsgebied Waarde - Archeologie 5 Waarde - Archeologie 4 Wonen

Algemene regels

21

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

21 22 23 24 25 26

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

Overgangs- en slotregels

27

Artikel 14 Artikel 15

27 28

Overgangsrecht bouwwerken Slotregel

Pagina | 3

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 4

Regels

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 5

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan Het plan Wipmolen-locatie van de gemeente Alblasserdam. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0482.bpwipmolen121-va01 1.3 aanbouw een gebouw(deel) dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw(deel) onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan huis verbonden beroep of bedrijf zie bedrijfsmatige activiteiten (in of bij een woning): 1.7 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.8 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak/bestemmingsvlak/aanduidingsvlak/bedrijfsperceel/bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. In de regels is aangegeven waar het percentage betrekking op heeft.

1.9 bedrijf onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, verhandelen en opslag van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig en ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop en/of levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.10 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) de totale (bruto) vloeroppervlakte van de ruimten die worden gebruikt voor een (aan huis verbonden) beroep of bedrijf winkel of dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, kantine, toiletruimten, lift- en trappenhuizen en dergelijke. 1.11 begane grond de bouwlaag, waarvan de vloer globaal is gelegen ter hoogte van het voor dat object geldende peil. 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 6

1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15 beroepsmatige activiteiten (in of bij een woning) het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak.

1.20 bouwlaag, laag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd voor meer dan 50% van het grondvlak van het hoofdgebouw, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.22 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.23 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.24 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.25 consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik 1.26 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.27 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen aanwenden voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 7

1.28 eerste verdieping tweede bouwlaag van een woning of woongebouw; een souterrain of (parkeer)kelder wordt bij het bepalen van het aantal bouwlagen niet meegerekend. 1.29 erf een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en de bestemming deze inrichting niet verbiedt. 1.30 erfbebouwing functioneel met een hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en door de ligging, constructie en afmetingen daaraan ondergeschikt, op de grond staande gebouwen of andere overdekte bouwwerken zoals een aanbouw, uitbouw, bijgebouw en overkapping. 1.31 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.32 geluidsgevoelig object woningen alsmede andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.33 geluidzoneringsplichtige inrichtingen een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.34 geometrische plaatsbepaling locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem. 1.35 gevellijn de figuur, zoals op de verbeelding is aangegeven en de orientatie van de voorgevel aangeeft.

1.36 goothoogte de hoogte van gebouwen die wordt bepaald door de snijlijn tussen verticaal gevelvlak en al dan niet hellend dakvlak. 1.37 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerk 1.38 kunstwerk een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, dam, duiker, tunnel, sluis, via- of aquaduct, voorziening ter voorkoming of beperking van vervuiling van de waterhuishouding, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.39 nutsvoorziening voorziening voor elektriciteit, gas, water, energie, telecommunicatie, (gescheiden) inzameling van (huishoudelijke) afvalstoffen, opslag en transport van afvalwater, openbare veiligheid, volksgezondheid en een daarmee gelijk te stellen voorziening van algemeen nut. 1.40 onderdoorgang een onbebouwde ruimte onder een bouwwerk die meestal ten dienste staat van verkeer, groen of water. 1.41 ondergeschikte bouw(onder)delen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen, installaties, technische ruimten en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 8

1.42 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.43 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.44 parkeerplaats op eigen terrein een gebouwde of ongebouwde voorziening op eigen terrein met een minimale lengte van 5 m en een minimale breedte van 2,5 m, geschikt en toegankelijk voor het stallen van een auto. 1.45 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst of op ten hoogste 1 m afstand van die weg ligt: de peil van de woningen aan de Wilde Woutstraat waarbij de vloerpeilhoogte de begane grond betreft. Een en ander voor zover in deze regels niet anders is bepaald. 1.46 uitbouw een gebouw(deel) dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.47 steiger een beloopbare constructie, aangebracht tussen palen die in (het water) langs de oever staan 1.48 vlonder een langs een oever gelegen bouwwerk dat bestaat uit een vloerconstructie. 1.49 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.50 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 9

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels worden de maten van bouwwerken als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4 goothoogte vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 oppervlakte van een bouwperceel, erf en dergelijke tussen de bouwperceelgrenzen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwperceel.

2.8 vloeroppervlakte binnenwerks, op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden aangemerkt als 'bedrijfsvloeroppervlakte (bvo)'. 2.9 ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 2.10 onderlinge afstand tussen vrijstaande gebouwen onderlinge afstand, daar waar de afstand het kleinst is.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 10

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

groenvoorzieningen en water; speelvoorzieningen; paden; voorzieningen voor langzaam verkeer; kunstwerken, beeldende kunst; nutsvoorzieningen; straatmeubilair; evenementen.

3.2 Bouwregels Op de lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 3.2.1 Gebouwen binnen de bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd; 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 11

Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

woonerven, wijkontsluitingswegen (30 km/u), pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; bruggen ten behoeve van kruisend verkeer; speelvoorzieningen; straatmeubilair; kunstwerken, beeldende kunst; nutsvoorzieningen; ambulante detailhandel; evenementen.

4.2 Bouwregels Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 4.2.1 Gebouwen binnen de bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd; 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer mag bedragen dan 12 m; b. de bouwhoogte van kunstwerken, beeldende kunst niet meer mag bedragen dan 12 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt voor motorbrandstoffen; b. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van caravans, boten en overige zaken anders dan ten behoeve van de bestemming; c. het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan als stort- of opslagplaats voor normaal gebruik; d. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor detailhandel en horeca; e. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van ''; f. het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van raam- en straatprostitutie.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 12

Artikel 5 Waarde - Archeologie 5 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 5.1.2 Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen. 5.1.3 Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Leiding - Gas, Leiding Hoogspanningsverbinding, Leiding - Riool, Leiding - Water 1, Leiding - Water 2 en Leiding - Water 3; c. tertiair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5; d. quartair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming. 5.2 Bouwregels a. Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. a. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 5.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn, of/danwel; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd, of/danwel; 3.

het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 500 m2. 5.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 5.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b.

In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 13

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 5.4.2 Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c.

het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld én werken en werkzaamheden met een omvang minder 500 m2. 5.4.3 Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.

5.4.4 Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 5.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 14

5.4.5 Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 5.4.6 Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 15

Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. 6.1.2 Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen. 6.1.3 Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Leiding - Riool, Leiding - Water 1, Leiding - Water 2 en Leiding - Water 3; c. tertiair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4; d. quartair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming. 6.2 Bouwregels a. Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 6.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3.

het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 100 m2. 6.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 6.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b.

In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 16

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand. 6.4.2 Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c.

het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld én werken en werkzaamheden met een omvang minder 100 m2. 6.4.3 Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied. 6.4.4 Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 6.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.

6.4.5 Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 17

6.4.6 Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 18

Artikel 7 Wonen 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

wonen; aan-huis-verbonden beroepen; aan de functie onder a gebonden parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en water; erven en tuinen; paden en wegen; technische installaties, daaronder begrepen voorzieningen voor het opwekken en conserveren van energie.

7.2 Bouwregels Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 7.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. 7.2.2 Bijgebouwen bijgebouwen zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; a. maximaal 50% van het bouwperceel dat buiten het bouwvlak ligt en dat de bestemming 'Wonen' heeft, mag worden bebouwd tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 60 m2 aan bijgebouwen per hoofdgebouw (de woning); b. in geval het oppervlak van de gronden die buiten het bouwvlak liggen en de bestemming 'Wonen' hebben, zoals genoemd onder b, groter is dan 200 m2, mag het gezamenlijk bebouwd oppervlak van 60 m2 worden vermeerderd met 10% van de desbetreffende gronden tot een maximum van 90 m2 per hoofdgebouw (de woning); c. de bouwhoogte van bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 4 m. 7.2.3 Andere bouwwerken a. andere bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: c.

op de gronden voor de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw: 1 m; d. ten behoeve van nutsvoorzieningen: 2,5 m; e. voor het overige 2 m; f. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat indien de bouwhoogte van bestaande erfen/of terreinafscheidingen hoger is dan de onder b genoemde bouwhoogten de bestaande bouwhoogte de maximale bouwhoogte is; g. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, gelegen achter de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw, niet meer mag bedragen dan 3 m. 7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Aan huis verbonden beroep of bedrijf Voor het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat binnen de bestemming de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 19

vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m2; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen, de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte de maximale afmetingen zijn; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 20

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel rond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 21

Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1

Overschrijding bouwvlakken / bestemmingsgrenzen ondergeschikte bouwdelen

9.1.1 Toepassing De in deze regels opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. Stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b. Plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, indien de overschrijding van de voorgevelbouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt; c. Gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, mits zij de voorgevelbouwgrens met niet meer dan 0,5 m overschrijden; d. Voor de bouw van balkons of luifels dan wel, uitsluitend bij woningen op de verdiepingen, van galerijen, mits: e. De overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m; f. De afstand tot de openbare weg niet minder dan 2 m mag bedragen, met uitzondering van galerijen, waarvan de afstand tot de openbare weg niet minder dan 0,5 m mag bedragen. g. Ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; h. Hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens met meer dan 1 m overschrijden.

9.1.2 Afwijking door middel van omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in artikel 9 lid 1.1 voor het overschrijden van de aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 1,5 m, indien het overige ondergeschikte bouwdelen betreft, zoals bijvoorbeeld: i. j. k. l.

Overbouwingen ten dienste van de verbinding van twee gebouwen; Toegangen van bouwwerken; Stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; Plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten; m. Gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; n. Balkons en galerijen; o. Luifels, reclametoestellen en draagconstructies voor reclame; p. Hijsinrichtingen, laadbruggen, stortgoten, stort- en zuigbuizen; q. Kelderingangen en kelderkoekoeken. 9.2 Parkeernormen a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruik dat in strijd is met het bestemmingsplan, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam van 29 oktober 2019; b. Als de onder a bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. 9.3 Wegverkeerslawaai/industrielawaai De realisering van geluidgevoelige objecten is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 22

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Gebruik bouwwerken Onder verboden gebruik van de gronden en bouwwerken zoals bedoeld in hoofdstuk 2 wordt in ieder geval verstaan een gebruik voor: a. Prostitutie; b. Seksinrichtingen.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 23

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

11.1 Geluidzone - industrie De realisering van geluidgevoelige objecten is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen. 11.2 Overige zone - beschermd dorpsgezicht 11.2.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermd dorpsgezicht' dient het beschermde dorpsgezicht behouden en beschermd te blijven. 11.2.2 Omgevingsvergunning voor het slopen a. Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermd dorpsgezicht' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning) de bestaande bouwwerken te slopen. b. Een vergunning als bedoeld onder a kan slechts worden verleend indien handhaving van de bestaande bebouwing in redelijkheid niet van de eigenaar kan worden gevergd. c. Het verbod om te slopen zonder vergunning als bedoeld onder a geldt niet: 1. Voor zover het betreft voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen in het kader van het regulier onderhoud van het pand; 2. Voor het treffen van voorzieningen en het aanbrengen van verbeteringen aan bouwwerken waartoe het bevoegd gezag heeft aangeschreven; d. Alvorens een vergunning als bedoeld onder a te verlenen wordt voorafgaand een advies ingewonnen bij de erfgoedcommissie.

11.3 Vrijwaringszone - zone 2 Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - zone 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 24

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan afwijken bij een omgevingsvergunning van: a. De in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. De regels, en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft tot een maximale afmeting van 3 m; c. De regels, en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. De inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m3; 2. De bouwhoogte niet meer dan bedraagt 3,5 m; d. De regels ten aanzien van de (bouw)hoogte van andere bouwwerken, en toestaan dat de bouwhoogte van andere bouwwerken wordt vergroot: 1. Ten behoeve de bouw van kunstwerken tot maximaal 40 m; 2. Ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 50 m; 3. Ten behoeve van een vlaggenmast, speelvoorzieningen, een kunstwerk, beeldende kunst en dergelijke tot maximaal 15 m; 4. Ten behoeve van de bouw van overige andere bouwwerken tot 10 m. e.

Het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits: 1. De maximale oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. De bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 25

Artikel 13

Algemene wijzigingsregels

Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 26

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: b. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 27

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Wipmolen'.

Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen

Pagina | 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/590/documents/13921