Voorstel Verordening Nadeelcompensatie Alblasserdam 2022 - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering: 25 januari 2022 Datum B&W: 21 december 2021
Portefeuillehouder: Arjan Kraijo Auteur: Carla Corbeau
Onderwerp: Verordening Nadeelcompensatie Alblasserdam 2022 Voorgesteld besluit: 1. De Verordening nadeelcompensatie Alblasserdam 2022 vast te stellen.
Inleiding Omdat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet de grondslag van de huidige nadeelcompensatieregeling komt te vervallen is het noodzakelijk om een nieuwe Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Straks is er geen aparte voorziening meer voor Wro besluiten, deze worden in de algemene nadeelcompensatie opgenomen. Naast het nemen van schadeveroorzakende planologische besluiten kan de overheid rechtmatig handelen en toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden, te denken aan schade als gevolg van een wegafsluiting voor wegonderhoud. Het gaat dus om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, en om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Bij planschade ging het om schade in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel bijvoorbeeld wijzigen van een bestemmingsplan. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade onder de Wro. Behalve dat de verordening een groter bereik heeft dan alleen planschade, verandert er niets aan de huidige werkwijze. Het vaststellen van een Verordening nadeelcompensatie is niet verplicht, zoals dat bij een Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade wel het geval was.
De VNG adviseert echter wel om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Zonder deze verordening kan een gemeente bijvoorbeeld geen recht heffen. Een recht wordt geheven om te voorkomen dat aanvragers ongemotiveerd, zonder kans van slagen aanvragen indienen die de gemeente moet beoordelen en daar kosten voor moet maken. Het recht wordt teruggestort als blijkt dat de aanvraag voor nadeelcompensatie in aanmerking komt. Door de Verordening nadeelcompensatie ontstaan geen nieuwe administratieve lasten, omdat het aantal verzoeken op zichzelf staat. Daar heeft de gemeente geen invloed op. De huidige werkwijze van het inschakelen van een adviseur kan worden gecontinueerd, daardoor ontstaan geen extra lasten. De VNG geeft vervolgens twee tips mee : 1. Leg beleid vast als onderdeel van een omgevingsvisie of programma en beperk daardoor het financieel risico op nadeelcompensatie in verband met de voorzienbaarheid •
Als vastligt in een visie wat het toekomstig beleid is kunnen bepaalde ontwikkelingen als voorzienbaar worden beoordeeld bij een verzoek om compensatie. Daarmee valt het schadebedrag lager uit.
2. Integreer de Verordening Nadeelcompensatie niet in het omgevingsplan maar in een algemene Verordening nadeelcompensatie. •
Omdat er ook schade oorzaken buiten het omgevingsplan kunnen ontstaan, zoals bijvoorbeeld een feitelijke handeling van de gemeente. Dat is geen handeling die verband houdt met het omgevingsplan.
Uitzondering: In de Model Verordening nadeelcompensatie bestaat de keuze om aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is, uit te zonderen. Dat kan bijvoorbeeld een verordening zijn voor een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, riolering, wegopbrekingen of een specifiek project binnen de gemeente. In Alblasserdam gelden voor Kabels en leidingen enkele verordeningen en nadere regels. Deze zijn Drechtstedenbreed afgestemd en vastgesteld. Dit zijn de Leidingenverordening en de Telecommunicatieverordening. De nadere regels die door het college zijn vastgesteld zijn de Nadeelcompensatieregeling en het Handboek kabels en leidingen 2019. Buitenruimte ziet graag de bestaande regeling gehandhaafd, aangezien deze Drechtstedenbreed tot stand is gekomen en niet gewijzigd zal worden. Op het verleggen van kabels en leidingen is een bijzondere verordening van toepassing: de Leidingenverordening Alblasserdam.
Artikel 16, Nadeelcompensatie luidt als volgt: Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens de gemeente van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak dan wel als gevolg van de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door de gemeente, de technische noodzaak heeft een conform vergunning aangelegde leiding te verleggen en hierdoor schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college hem op zijn verzoek een vergoeding toe met inachtneming van de bepalingen uit de door het college vastgestelde schaderegeling Hieruit blijkt dat de Leidingverordening alleen een regeling is die geldt wanneer de leidingexploitant schade lijdt. De verordening nadeelcompensatie heeft een groter bereik. De conclusie is dat beide regelingen naast elkaar kunnen bestaan. Huidige situatie: Op grond van het huidig recht is het inschakelen van een adviseur verplicht bij het afhandelen van aanvragen om planschade. Ook is het vaststellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt verplicht. Nieuwe situatie: Onder het nieuwe recht gelden die verplichtingen niet meer.
De gemeente behoudt de mogelijkheid om per aanvraag een adviseur te benoemen. Indien het ambtelijk apparaat over de benodigde deskundigheid kan het zelf aanvragen om een schadevergoeding beoordelen. Een alternatief dat wordt genoemd is om een vaste commissie te benoemen. Gezien het beperkte aantal aanvragen in de gemeente Alblasserdam is dat niet logisch. In 2019 zijn vijf verzoeken ontvangen. Daarna niet meer. Dat zouden er meer kunnen worden in verband met het vele aantal projecten dat verwacht wordt, maar dat is niet zeker. De huidige praktijk van het voorleggen om een advies aan een bureau kan worden voortgezet. Gekeken is naar het aantal verzoeken om planschade. Aan het afdelingshoofd Buitenruimte is gevraagd hoeveel verzoeken om compensatie zijn ontvangen naar aanleiding van rechtmatig handelen/feitelijk handelen. Daarvan zijn, voor zolang hij zich kan herinneren, geen voorbeelden bekend. Afwijking van de Modelverordening In afwijking van het model van de VNG wordt geadviseerd een andere termijn te hanteren, omdat anders de termijnen van de Awb gelden. Daarin staat een beslistermijn van acht weken of dat binnen acht weken een redelijke termijn genoemd moet worden waarbinnen wel het besluit genomen kan worden. (artikel 4.13 lid 2).
Wij gaan ervan uit dat een aanvraag altijd aan een adviseur wordt voorgelegd en daarmee wordt het noemen van een termijn ter afdoening moeilijk. De voorgelegde
verordening gaat uit van een beslistermijn van acht weken na ontvangst van het advies van de adviseur. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Beoogd effect De verordening beoogt aanvragers om nadeelcompensatie, het bestuur en de ambtelijke organisatie duidelijkheid te verschaffen over de te volgen procedure bij een verzoek om nadeelcompensatie en enkele handvatten voor de inhoudelijke beoordeling van aanvragen. Dit biedt transparantie, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor aanvragers en bevordert het doelmatig behandelen van de aanvragen door het bestuur en de ambtelijke organisatie. Argumenten • Het vaststellen van de verordening is nodig om de regels vast te leggen met betrekking tot het toekennen van verzoeken om nadeelcompensatie. •
Door het vaststellen van de verordening kan een recht worden geheven als er verzoeken om nadeelcompensatie worden ingediend ter voorkomen van ongemotiveerde verzoeken.
Kanttekeningen n.v.t. Financiële informatie De verordening heeft geen financiële gevolgen ten opzichte van de huidige situatie. Per aanvraag nadeelcompensatie wordt een recht van € 500,- geheven voor het in behandeling nemen om te voorkomen dat aanvragers ongemotiveerd een verzoek neerleggen. Dat is het maximale bedrag dat volgens het VNG model in rekening mag worden gebracht. Wanneer positief wordt beslist op het verzoek wordt het geheven planschaderecht verrekend. De kosten van het adviesbureau blijven voor rekening van de gemeente. Een eventueel uit te keren planschadebedrag wordt altijd doorgelegd naar de ontwikkelaar. Uitvoering Behalve dat de verordening een groter bereik dan alleen planschade heeft verandert er niets aan de huidige werkwijze. Aanvragen die worden ingediend worden, indien nodig, voorgelegd aan een externe adviseur, waarna het bevoegd gezag een beslissing neemt op de aanvraag. Communicatie De verordening zal op de gebruikelijke wijze (digitaal) bekend worden gemaakt. Voor degenen die een verzoek willen indienen, inwoners of bedrijven, verandert er niets. De wijziging ten opzichte van de huidige procedure heeft met name betrekking op de interne besluitvorming Eerdere besluitvorming 1. Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Alblasserdam, 1 oktober 2008 2.
Leidingenverordening en Telecommunicatieverordening met de nadere regels Nadeelcompensatieregeling en Handboek kabels en leidingen 2019
Bijlagen 1. Verordening Nadeelcompensatie Alblasserdam 2008 2. Verordening nadeelcompensatie Alblasserdam 2022
Besluit van de raad van de
gemeente Alblasserdam tot
vaststelling van de Verordening
nadeelcompensatie Alblasserdam 2022
De raad van de gemeente Alblasserdam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. PM; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;
gezien het voorstel van de afdeling RMO dd besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie Alblasserdam 2022
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.
b. c.
aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade indient;
bestuursorgaan: het bestuursorgaan van de gemeente die bevoegd is te beslissen op de aanvraag om tegemoetkoming in schade; belanghebbenden: -
degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en
-
als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet: de aanvrager van dat besluit of degene
d.
die de toegestane activiteit verricht.
adviseur: een door het bestuursorgaan aan te wijzen deskundige;
Artikel 2. Toepassingsbereik
1.
2.
Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel
4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente;
Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere schadevergoedingsregeling van toepassing is.
Artikel 3. Heffen recht 1.
Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van €
2.
Het bestuursorgaan wijst de indiener van de aanvraag op de verschuldigdheid van het recht en
500,-- geheven.
deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente dan wel op de aangegeven plaats dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is
bijgeschreven of gestort, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld., tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Artikel 4. Aanvraag De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld (elektronisch) formulier;
Artikel 5. Inschakeling van een adviseur 1. 2.
Advies bij een adviseur wordt slechts ingewonnen voor zover dat noodzakelijk is om op de
aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen.
Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt niet ingewonnen als: a.
b. c. d.
de aanvraag kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet
als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door een bestuursorgaan van de gemeente Alblasserdam genomen besluit of rechtmatig verrichte handeling;
het in de aanvraag genoemde bedrag aan schadevergoeding minder bedraagt dan € 500,- voor natuurlijke personen en € 1.000,-- voor rechtspersonen;
Indien op het tijdstip van de aanvraag vijf jaren zijn verstreken na aanvang van de dag na die waarop de benadeelde bekend is geworden met de schade als met het voor de
schadeveroorzakende gebeurtenis verantwoordelijke bestuursorgaan, wordt het verzoek afgewezen. Als het verzoek betrekking heeft op schade veroorzaakt door een besluit, e. 3.
vangt de termijn van vijf jaar aan zodra het besluit onherroepelijk is geworden;
naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is.
Het besluit om de aanvraag af te wijzen zonder inschakeling van een adviseur of
adviescommissie wordt genomen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag,
onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen.
Artikel 6. Bezwaren tegen de adviseur 1.
2.
3.
4.
Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 5, derde lid benoemt het bestuursorgaan binnen acht weken na het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 5, derde lid een adviseur.
Voorafgaand aan de benoeming van de adviseur of de adviescommissie zendt het
bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden een mededeling over het voornemen een adviseur te benoemen.
De aanvrager en de belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het tweede lid schriftelijk en gemotiveerd hun bezwaren tegen de voorgestelde adviseur naar voren brengen;
Het bestuursorgaan beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn.
Artikel 7. Werkwijze van de adviseur 1. 2.
3.
De adviseur stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden in de gelegenheid
een toelichting te geven, dan wel een standpunt over de aanvraag kenbaar te maken.
Indien dit voor het uitbrengen van het advies nodig is, wordt door de adviseur de situatie ter
plaatse bezichtigd. Het tijdstip waarop deze plaatsopneming plaatsvindt wordt bepaald door de
adviseur of de voorzitter van de adviescommissie
Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan het bestuursorgaan, aan de aanvrager en aan de belanghebbenden. De adviseur of de
voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij 4. 5.
6.
aan te geven termijn verlengen;
De aanvrager, het bestuursorgaan en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld
om binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren; In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het
verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken;
In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde termijn een advies uit aan het bestuursorgaan.
Artikel 8. Beslissing op de aanvraag 1.
2.
Het bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies op de aanvraag en maakt dit besluit binnen deze termijn, onder toezending van het advies, bekend aan de
aanvrager en de belanghebbenden
Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.
Artikel 9. Uitbetaling
Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding wordt de toegewezen
schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding.
Artikel 10: overgangsbepaling Indien artikel 4.18 en 4.19 van de Invoeringswet Omgevingswet niet reeds voorzien op het toepasselijke overgangsrecht, geldt het volgende: Op aanvragen die zijn gedaan na het inwerkingtreden van deze
verordening, maar waarvan het schadeveroorzakende feit zich heeft voorgedaan voor het inwerkingtreden van deze verordening, blijft het recht gelden, zoals dat gold ten tijde van de eerste dag van de schadeveroorzakende gebeurtenis of datum van het schadeveroorzakend besluit.
Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking doch niet eerder dan de dag
2.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Alblasserdam
nadat de Omgevingswet in werking is getreden; 2022.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 februari 2022
De voorzitter,
J.G.A. Paans
De griffier,
I.M. de Gruijter