CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2026 - Voorstel.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 16 december 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 13: Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2026 - Voorstel1.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum vergadering: 16 december 2025 Datum B&W: 11 november 2025 zaaknummer: 2025-0112981

Portefeuillehouder: Margreet de Deugd-Bos Auteur: Eden Meivogel

Onderwerp: Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2026 Voorgesteld besluit: 1. de Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2026 vast te stellen.

Inleiding De gemeente Alblasserdam stelt een nieuwe verordening vast voor de uitvoering van de Jeugdwet. De gemeenteraad wordt gevraagd de nieuwe verordening vast te stellen en de verordening uit 2022 in te trekken. De huidige verordening uit 2022 sluit onvoldoende aan bij maatschappelijke ontwikkelingen, regionale afspraken en de gemeentelijke visie op het sociaal domein. In lijn met beleidsmatige keuzes zoals de fusie van Mooi Sociaal en het meer lokaal organiseren van jeugdhulp, is herziening noodzakelijk. De nieuwe verordening draagt bij aan het beschikbaar en betaalbaar houden van zorg en biedt kaders voor een toekomstbestendige jeugdhulp, met nadruk op normaliseren, collectieve ondersteuning en versterking van de sociale basis. Beoogd effect Bij het opstellen van de nieuwe verordening is de modelverordening van de VNG als uitgangspunt genomen. Deze sluit beter aan bij het perspectief van inwoners, de rechtspraak en landelijke standaarden voor contractering en inkoop. De taal is meer gericht op normaliseren en het versterken van veerkracht. De nieuwe verordening bevat een aantal wezenlijke inhoudelijke en strategische wijzigingen ten opzichte van de verordening uit 2022. Deze wijzigingen zijn in lijn met de gemeentelijke visie op normaliseren, het versterken van de sociale basis en het vergroten van de regierol van de gemeente.

De verordening vraagt om bestuurlijke en politieke keuzes op het gebied van uitvoering, monitoring en samenwerking met andere domeinen. - Verwijzing via medische professionals (artikel 3): In de huidige situatie kunnen huisartsen en andere medisch verwijzers rechtstreeks verwijzen naar jeugdhulp, buiten het lokale team om, terwijl de kosten door de gemeente worden gedragen. In de nieuwe verordening is opgenomen dat medisch verwijzers bij niet-medische hulpvragen verplicht zijn eerst te verwijzen naar het lokale team of naar de praktijkondersteuner GGZ Jeugd. Hiermee wordt de toegang tot jeugdhulp beter afgestemd op de gemeentelijke regie en past het in het principe van normaliseren. - Toekenning van individuele voorzieningen (artikel 9): Er is expliciet opgenomen dat er geen individuele voorziening wordt verstrekt voor hulp of ondersteuning die niet als noodzakelijk wordt aangemerkt. Hierbij wordt verwezen naar de publicatie van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) Normale uitdagingen voor kinderen, jongeren en ouders, die als bijlage bij de verordening is gevoegd. Bovendien is in dit artikel een aanscherping opgenomen ten aanzien van het gebruik van effectieve interventies. - Toetsingskader draagkracht en draaglast (artikel 10): Een nieuw element in de verordening is het opnemen van draagkracht en draaglast als toetsingskader bij het beoordelen van hulpvragen.

Voorheen was dit afwegingskader opgenomen in de Nadere

Regels. De gemeente beoordeelt of ouders in staat zijn zelf hulp te bieden. Dit kan leiden tot discussies over verantwoordelijkheid en inzet van hulp. Lid 5 van dit artikel bevat een expliciete politieke keuze: "Van ouders mag worden verwacht dat zij maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting binnen het gezin op te heffen." - Vervoersvoorziening (artikel 11): Het uitgangspunt is dat vervoer naar een jeugdhulpvoorziening primair de verantwoordelijkheid is van ouders. Alleen bij medische noodzaak én een afstand tussen 6 en 30 kilometer kan een vervoersvoorziening worden overwogen. Passende hulp binnen een straal van 6 kilometer wordt als voorliggend beschouwd. Kilometervergoeding is als voorliggende voorziening opgenomen ten opzichte van taxivervoer. - Persoonsgebonden budget (pgb) en kwaliteitseisen (hoofdstuk 5): De verordening stelt striktere eisen aan de pgb-vaardigheid van ouders, de kwaliteit van de in te zetten hulp en sluit bepaalde kosten expliciet uit. Dit draagt bij aan een versterkte regie op de inzet en verantwoording van persoonsgebonden budgetten. Tegelijkertijd vraagt dit om duidelijke communicatie richting ouders. Daarnaast is het gecontracteerde aanbod (Zorg in Natura, ZIN) als uitgangspunt opgenomen in artikel 5.

- Overgangsrecht (artikel 34): Voorzieningen die zijn toegekend onder de oude verordening blijven geldig tot er een nieuw besluit is genomen. Bezwaarschriften worden afgehandeld op basis van de oude verordening, tenzij de nieuwe verordening gunstiger is voor de cliënt. Dit vraagt om zorgvuldige afstemming in de uitvoering. Argumenten 1.1 De verordening is juridisch en beleidsmatig actueel. De bepalingen in de verordening zijn geactualiseerd in overeenstemming met de Jeugdwet, recente jurisprudentie en sluiten aan bij de landelijke beleidsontwikkelingen en regionale afspraken. Hiermee is de verordening zowel juridisch als beleidsmatig actueel en toekomstgericht. 1.2 De verordening versterkt de sociale basis. De verordening legt de nadruk op het eerst benutten van het eigen netwerk van jeugdigen en ouders, evenals op de inzet van informele ondersteuning zoals buurtinitiatieven en vrijwilligers, alvorens professionele hulp wordt ingeschakeld. Hiermee wordt de sociale basis gepositioneerd als het fundament van de ondersteuning. 1.3 Sturen op beheersing van de groei in jeugdhulpgebruik Vooruitlopend op voorgenomen landelijke wetgeving is het noodzakelijk om op lokaal en regionaal niveau maatregelen te treffen die bijdragen aan het beheersen van de groeiende vraag naar jeugdhulp.

Binnen de regio wordt hieraan gewerkt via het Verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp ZHZ en lokaal door het treffen van beleidsmatige en uitvoeringsgerichte aanpassingen. De voorliggende verordening vormt een belangrijke basis voor de verdere implementatie van deze maatregelen. Door aanscherping van de toegang tot jeugdhulp, het stellen van duidelijke kaders aan het aanbod en het versterken van handhaving en contractmanagement, wordt een fundament gelegd voor een sterker jeugdhulplandschap. Kanttekeningen 1.1 Transitie in werkwijze De verordening introduceert een fundamentele verschuiving in de benadering van jeugdhulp, waarbij de nadruk ligt op normaliseren en het benutten van collectieve en informele vormen van ondersteuning. Dit vraagt van professionals en instellingen een aanpassing in werkwijze, houding en samenwerking en zal een bredere cultuurverandering binnen het sociaal domein betekenen. Daarnaast kunnen de voorgestelde wijzigingen vragen oproepen bij zowel inwoners als professionals. Heldere en tijdige communicatie is essentieel om draagvlak te creëren en misverstanden te voorkomen. 1.2 Nadere Uitwerking segment 4 volgt. De verordening bevat op dit moment nog geen inhoudelijke bepalingen met betrekking tot segment 4. Voor de verdere uitwerking en besluitvorming hierover zullen wij u te zijner tijd nader informeren."

Financiële informatie Het vaststellen van de verordening heeft geen directe financiële consequenties. Vervolg De uitvoering van de verordening Jeugdhulp en de bijbehorende Nadere Regels ligt voornamelijk bij de Stichting Mooi Sociaal. In overleg met de regio is afgestemd de jeugdhulpverordening in werking te stellen op 1 januari 2026. Een regionaal raamwerk voor de nadere regels wordt op dit moment nog voorbereid. Dit raamwerk zal richting geven aan de lokale uitwerking van de verordening en zorgen voor afstemming tussen gemeenten binnen de regio. Nadat het regionale raamwerk voor de nadere regels is afgerond, zal dit ter formele besluitvorming aan het college worden voorgelegd. De bekendmaking van de verordening en de nadere regels zal gelijktijdig plaatsvinden. Communicatie Er zal een communicatieplan opgesteld worden gericht op jeugdigen en ouders, instellingen en samenwerkingspartners. Na vaststelling van de verordening Jeugdhulp zal het besluit gepubliceerd worden. Eerdere besluitvorming -

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

BIJLAGE 2 NJI H6 Samenvattend overzicht.pdf DEF TOELICHTING bij Verordening.docx verantwoordingsdocument ZHZ.docx Bijlage 2 Dienstomschrijving versie 5.1 (01-01-26) DEF..pdf DEFINITIEF verordening jeugdhulp 2026.docx DEFINITIEF verordening jeugdhulp 2026 december.docx

Niet-digitale bijlagen

CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Alblasserdam;

gelet op: artikel 149 van de Gemeentewet

B E S L U I T:

1. de Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2026 vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/783/documents/17196