CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Vaststelling bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 - Voorstel.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 19 december 2023, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 11: Vaststelling bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 - Voorstel26.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsvoorstel Datum vergadering: 19 december 2023 Datum B&W: 14 november 2023

Portefeuillehouder: Frederik de Gier Auteur: Richard Boot

Onderwerp: Vaststelling bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 Voorgesteld besluit: 1. De Nota van Zienswijzen van het bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 vast te stellen (bijlage 11 en bijlage 12 van het bestemmingsplan); 2. Het bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals opgenomen in het GML bestand NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02 (inclusief bijlagen) met bijbehorende regels en plantoelichting en digitale ondergrond, vast te stellen; 3. Indieners van de zienswijzen op de hoogte stellen per brief; 4. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen omdat het kostenverhaal anderszins (door middel van een anterieure overeenkomst) verzekerd is.

Inleiding Initiatiefnemer heeft verzocht om het bestemmingsplan Oost-Kinderdijk nabij 9 (verder: het bestemmingsplan) in procedure te brengen om te komen tot de realisatie van vijf appartementen op de locatie van de voormalige Bockhorn, nabij Oost-Kinderdijk 9. Het perceel nabij de Oost Kinderdijk 9 heeft de bestemming ‘Tuin’. Op dit perceel heeft in het verleden een pand gestaan dat bekend was onder de naam “de Bockhorn”. De woning is in 1964 afgebrand en de locatie heeft tot op heden geen nieuwe invulling gekregen. De grond is in gebruik als tuin. De gemeente heeft middels de raadsmemo op 26 mei 2020 aangegeven in principe bereid te zijn om medewerking te verlenen aan het plan. In 2020 heeft het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen waarbij er een Nota van inspraak en vooroverleg is opgesteld (raadsinformatiebrief 11 mei 2021). Het ontwerp van het bestemmingsplan is met ingang vanaf 24 juni 2021 gedurende zes weken voor belanghebbenden ter inzage gelegd. Gedurende deze zes weken kunnen belanghebbenden een zienswijze over het bestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad. Binnen deze termijn zijn vier zienswijzen binnengekomen. De beoordeling en beantwoording van de ingekomen vier zienswijzen is verwerkt in de Nota van Zienswijzen.

In het kort kan worden gesteld dat in de regels een verplichting is opgenomen dat de in de toelichting van het bestemmingsplan beschreven groenmaatregelen juridisch borgt. Geadviseerd wordt kennis te nemen van (de inhoud van) de Nota van Zienswijzen en met de beantwoording van de zienswijze in te stemmen. De Nota van Zienswijzen maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan en is daarmee onderdeel van besluitvorming door uw gemeenteraad. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om hogere waarden geluid Wet geluidhinder vast te stellen. Dit besluit moet zijn genomen voor uw gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. Het besluit is genomen in de vergadering van 23 november 2021. Op 21 december 2021 en 1 februari 2022 is door de gemeenteraad besloten om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Initiatiefnemer heeft zich tegen dit besluit verzet door beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast is door ons een aansprakelijkheidsstelling ontvangen. Inmiddels heeft een nadere analyse van het juridisch geschil plaatsgevonden en hebben partijen onderling gesproken hoe tot een bevredigende oplossing

gekomen kan worden. De uitkomst van zowel de juridische analyse als het onderlinge gesprek is dat het besluit tot niet vaststellen van het bestemmingsplan niet houdbaar wordt geacht. Daarnaast is gebleken dat initiatiefnemer primair niet uit is op schadevergoeding, maar op realisatie van zijn initiatief. Door nu terug te komen op het eerdere besluit en het bestemmingsplan opnieuw in procedure te brengen en zo toe te werken naar een deugdelijk gemotiveerd besluit, ontstaat een situatie waarbij verdere juridische procedures niet meer aan de orde zijn. Na het besluit van de gemeenteraad op 20 juni 2023 (intrekking primaire besluit) is de weg vrijgemaakt om te komen tot een nieuw besluit. Hiertoe strekt dit voorstel. Ter voorbereiding op het te nemen besluit is, met het oog op eventuele nieuwe belangen vanuit de samenleving, het ontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. De zienswijzen welke zijn ingediend tijdens deze "tweede ontwerpfase" zijn in een afzonderlijke nota van beantwoording voorzien. Beoogd effect De vaststelling van het bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9. Argumenten 1.1 De binnengekomen zienswijzen zijn ordentelijk samengevat en van beantwoording voorzien.

Omdat het bestemmingsplan twee keer als ontwerp ter inzage heeft gelegen en na het primaire besluit van de gemeenteraad om het bestemmingsplan niet vast te stellen, geen formele reactie is gegeven op de ontvangen zienswijzen, is zowel voor de binnengekomen zienswijzen uit 2021 als voor de nieuw binnengekomen zienswijzen een nota beantwoording zienswijzen opgesteld.

2.1 De binnengekomen zienswijzen geven geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling. Het bestemmingsplan zoals dat ter vaststelling is aangeboden, is ten opzichte van het ontwerp zoals dat in 2023 ter inzage heeft gelegen, ongewijzigd. De wijzigingen welke zijn doorgevoerd ten opzichte van het oorspronkelijk ontwerp bestemmingsplan (2021) hebben nu dus ook ter inzage gelegen nu de ontwerpfase in 2023 opnieuw is doorlopen. Dit maakt dat in tegenstelling tot het voorstel uit 2021,niet gesproken wordt van "gewijzigde vaststelling". Kanttekeningen N.v.t. Financiële informatie Door de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst op 10 september 2020 en een allonge op 23 november 2021 ondertekend. In deze overeenkomst en allonge zijn afspraken gemaakt over de te verhalen kosten. Vanwege de aanwezigheid van een kostenverhaalovereenkomst kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. Conform artikel 6.12, 2e lid onder a. Wet ruimtelijke ordening zijn de kosten met een dergelijke overeenkomst anderszins verzekerd en is de economische uitvoerbaarheid van het plan geborgd. De zakelijke inhoud van de overeenkomst is na ondertekening gepubliceerd. Dat is een wettelijke vereiste.

Op grond van artikel 3.8. Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht zal het vastgestelde bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Gedurende deze termijn kunnen belanghebbenden een beroepschrift indienen. Uitvoering - Ter inzage leggen van het besluit hogere waarden geluid gelijktijdig met het vastgestelde bestemmingsplan; - Tijdens de periode van ter inzage ligging kunnen belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (postbus 20019, 2500 EA Den Haag). Het besluit treedt daags na afloop van de beroepstermijn in werking. Een beroepsschrift heeft geen schorsende werking. Indien binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.

Communicatie Vooruitlopend op de behandeling door de gemeenteraad, zullen indieners van een zienswijze door de griffie worden geïnformeerd over de agendering van dit voorstel. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken op het vastgestelde bestemmingsplan en het besluit hogere grenswaarden te reageren. Het vastgestelde bestemmingsplan zal tegelijkertijd met het besluit hogere grenswaarden op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en gepubliceerd worden in het Klaroen, in het Gemeenteblad, de gemeentelijke website en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast heeft de aanvrager al meerdere malen zelf met de omgeving over de plannen gecommuniceerd. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Ontwerpbestemmingsplan en ontwerp besluit hogere grenswaarden geluid Oost-Kinderdijk nabij 9 - Raadsinformatiebrief

Bijlagen 1. Zienswijzen 2021.pdf 2. b_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02_regels.pdf 3. b_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02_toelichting.pdf 4. i_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02.pdf 5. r_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02.pdf 6. r_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02.pdf 7. t_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02.pdf 8. vb_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02.pdf 9. Nota van Zienswijzen nov. 2023.2.pdf 10. IMRO-dataset vaststelling bestemmingsplan 'Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9' d.d. 29-112023.zip 11. Brief bewonersgroep Touwbaan inzake controlerende taak raad inzake Oost Kinderdijk nabij 9 aangepast 12. Technische vragen en beantwoording bij Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9

CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Alblasserdam;

gelet op: artikel 37 van het Reglement van Orde

B E S L U I T:

1. De Nota van Zienswijzen van het bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9 vast te stellen (bijlage 11 en bijlage 12 van het bestemmingsplan); 2. Het bestemmingsplan Oost Kinderdijk nabij 9, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals opgenomen in het GML bestand NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-vg02 (inclusief bijlagen) met bijbehorende regels en plantoelichting en digitale ondergrond, vast te stellen; 3. Indieners van de zienswijzen op de hoogte stellen per brief; 4. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen omdat het kostenverhaal anderszins (door middel van een anterieure overeenkomst) verzekerd is.

Nota van Zienswijzen Ontwerp-bestemmingsplan Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 3 1.1 Algemeen....................................................................................................................................... 3 1.2. Verdere procedure bestemmingsplan ......................................................................................... 4 1.3. Leeswijzer ..................................................................................................................................... 4 2. Zienswijzen .............................................................................................................................. 5 2.1 Zienswijze A ................................................................................................................................... 5 2.2 Zienswijze B ................................................................................................................................... 6 2.3 Zienswijze C ................................................................................................................................... 9 2.4 Zienswijze D ................................................................................................................................. 10 3.

Planwijzigingen....................................................................................................................... 13 3.1 Wijzigingen n.a.v. zienswijzen ..................................................................................................... 13

2

1. Inleiding 1.1 Algemeen Het ontwerpAlblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9 hebben met ingang van donderdag 24 juni 2021 t/m donderdag 5 augustus 2021 ter inzage gelegen via de gemeentelijke website www.alblasserdam.nl en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl via het identificatienummer: NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-on01. Er zijn vier zienswijzen ingediend. In verband met de bescherming van de persoonsgegevens zijn de namen van de reclamanten van de zienswijzen in deze nota geanonimiseerd. Anonimisering Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens; naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In voorliggende nota wordt hieraan voldaan door natuurlijke personen die een zienswijze hebben gegeven niet bij naam te noemen. Ontvangen zienswijzen: A. Brief 2 augustus 2021. B. Brief 4 augustus 2021. C. Brief 2 augustus 2021. D. Brief 23 augustus 2021.

3

1.2. Verdere procedure bestemmingsplan De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Bovendien is de afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). Vaststelling Na de zienswijzenprocedure beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan (incl. de Nota van Zienswijzen). De gemeenteraad weegt hierbij de ontvangen zienswijzen mee. Na afloop van de beroepstermijn (6 weken) heeft het besluit over de vaststelling rechtskracht. Beroep Tegen het besluit tot vaststelling kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Om te voorkomen dat het besluit tot vaststelling in werking treedt, kan een voorlopige voorziening worden gevraagd bij de voorzieningenrechter.

1.3. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ingediende zienswijzen samengevat en beantwoord. Daarbij is, indien van toepassing, aangegeven op welke wijze het plan zal worden aangepast. In hoofdstuk 3 een samenvatting gegeven van de aanpassingen van het plan naar aanleiding van de zienswijzen en de doorgevoerde ambtshalve wijzigingen.

4

2. Zienswijzen 2.1 Zienswijze A 1. De reclamant verzoekt het college van B&W van de gemeente Alblasserdam zorg te dragen dat het ontwerp-bestemmingsplan, althans niet ongewijzigd, ter vaststelling aan de gemeenteraad voor te leggen. De reclamant verzoekt de gemeente een termijn te stellen van ten minste zes weken (gelet op de vakantieperiode) voor het aanvullen van de zienswijze. Beantwoording In het kader van een goede ruimtelijke ordening heeft een zorgvuldige ruimtelijke afweging plaatsgevonden. Ruimtelijk gezien zijn er geen bezwaren om woningen op deze plek toe te voegen. Het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad ziet de gemeente als een groot maatschappelijk belang. Er is een grote behoefte aan het toevoegen van woningen zoals blijkt uit de Regionale Woonvisie 2017groeiagenda Drechtsteden 2030 en Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031. De geplande woningbouw aan de Bockhorn locatie valt binnen het actuele woningbouwprogramma dat nodig is om de autonome woningbehoefte van Alblasserdam op te vangen. Om de gewenste woningen op een goede wijze in te passen is in het kader van een goede ruimtelijke ordening besloten om een woongebouw te realiseren dat past bij de historische context van de locatie. De gemeente heeft de reclamant een termijn gesteld van ten minste 6 weken voor het aanvullen van de zienswijze. De reclamant heeft geen gebruik gemaakt van deze optie.

5

2.2 Zienswijze B 1. De reclamant geeft aan dat dit gebied is aangemerkt als een ecologische verbindingszone tussen de Crezéepolder, de Rietgors, Groene long, Polder Blokweer en de Boezems van Kinderdijk. De reclamant geeft aan dat dit in het ecologisch onderzoek niet wordt erkend. De reclamant verzoekt om een second opinion. Beantwoording: De groene uitstraling van de dijk is voor de gemeente Alblasserdam belangrijk. De gemeente hecht dan ook veel waarde aan handhaving van het overige groen rond de nieuwbouw van de Bockhorn. Er heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden met de gemeente om te bezien hoe de groene uitstraling van dit stukje dijk zo veel mogelijk kan worden gewaarborgd. Dit heeft geresulteerd in een groenplan zoals beschreven in hoofdstuk 3.3 Groen (bomen) in de toelichting van het bestemmingsplan. De gemeente is van mening dat met deze maatregelen de groene uitstraling van de Oost Kinderdijk voor dit stukje dijk behouden blijft. De gemeente ziet geen aanleiding om een second opinion aan te vragen, omdat het ecologisch bureau correct heeft geconstateerd dat dit gebied geen ecologische verbindingszone betreft. De ecologische hoofdstructuur is sinds 2013 bekend onder de naam Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Zoals op de figuur 3 in het ecologisch onderzoek staat weergegeven (bron: Provincie Zuid-Holland, https://pzh.b3p.nl), maakt de planlocatie geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het bestemmingsplan (incl. het ecologisch onderzoek) is toegezonden aan de provincie die toeziet op het behoud van natuurwaarden. De provincie heeft geen aanleiding gezien om opmerkingen te maken over het plan. 2. De reclamant vraagt zich af of dat de gemeente, vlak voor de nieuwe Omgevingswet in werking treedt, dit bestemmingsplan nog moet vaststellen. Beantwoording: Op 26 mei 2021 is bekendgemaakt dat de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 juli 2022. Los van dit gegeven, is de aankomende nieuwe Omgevingswet voor de gemeente geen reden om dit plan uit te stellen. 3. De reclamant merkt op dat veel kleine groene percelen langs de dijk worden volgebouwd. Men vraagt zich af waar de grens ligt voor de gemeente, omdat dit leidt tot meer verkeersbewegingen, luchtverontreiniging en negatieve gevolgen voor flora en fauna. Beantwoording: De groene uitstraling van de dijk is voor de gemeente belangrijk. Het toevoegen van woningen aan de woningvoorraad ziet de gemeente evenzeer als een groot maatschappelijk belang.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt door de gemeente bij ieder binnenkomend verzoek tot woningbouw een zorgvuldige afweging gemaakt van de verschillende belangen. De afweging van de belangen varieert per locatie. 4. De reclamant pleit voor een integrale aanpak van de dijkbebouwing in plaats van telkens Beantwoording: De gemeente erkent dat er veel ontwikkelingen spelen langs de dijk. Een groot aantal daarvan is reeds benoemd in de Structuurvisie Dijklint (1999) van de gemeente. Daarnaast heeft de gemeente een structuurvisie 2040 waarin is aangeven dat wanneer er in het dorp 6

moet worden gebouwd om aan de woningbehoefte te voldoen, de gemeente dat bij voorkeur doet in de bebouwde kom, om daarmee een aantrekkelijk buitengebied te kunnen behouden. Of zoals letterlijk uit de Structuurvisie 2040: Zorgvuldig met ruimte omgaan. De gemeente wil toekomstige ontwikkelingen mogelijk maken zonder grote uitbreidingen van het bebouwde gebied en met behoud van het open, groene raamwerk als kwaliteitsdrager binnen het bebouwde gebied. Daarom wil de gemeente zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte. Zij toetst daarom nieuwe ontwikkelingen aan hun toekomstbestendigheid. Hier heeft de gemeente een meer sturende rol. 5. De reclamant geeft aan dat de esdoorns in het plangebied op de lijst met beeldbepalende bomen van de gemeente staan en derhalve uitsluitend gekapt mogen worden als er een groot maatschappelijk belang mee is gediend. De reclamant is van mening dat vervangen van de bomen voor jonge exemplaren de ecologische waarde niet ten goede komt. Men pleit er voor de oude bomen te laten staan. Mochten de bomen toch moeten wijken adviseert men de gemeente duidelijkheid te geven waar de nieuwe bomen komen en wanneer ze worden geplant. Beantwoording: Ten behoeve van het plan worden zeven bomen (esdoorns) van de waardevolle particuliere bomenlijst gekapt.

Het algemene criterium voor deze bomen om op deze lijst te komen vooral is gelegen in de stamdikte, zijnde tenminste 40 cm doorsnede op 1.30 meter hoogte. De bomen die in het geding zijn betreffen esdoorns welke waarschijnlijk spontaan als zaailing zijn gaan groeien. Daarmee zijn het geen minderwaardige bomen. De bomen voldoen immers aan het criterium om op de lijst te staan. Met kap kan worden ingestemd onder de voorwaarde dat herplant van de bomen in de directe omgeving plaatsvindt, bij voorkeur zo dicht mogelijk aan de dijk. De esdoorns worden vervangen door nieuwe bomen. Na afstemming met de afdeling Buitenruimte van de gemeente Alblasserdam is besloten om 11 bomen terug te planten in de omgeving (tuin van de initiatiefnemer), waarmee wordt voldaan aan de herplantingsplicht. In overleg met de afdeling Buitenruimte van de gemeente Alblasserdam is besloten om 2 koningslinden, 1 witte paardenkastanje, 2 Noorse esdoorns, 2 esdoorns "Royal Red", 3 berkenbomen en 1 walnotenboom terug te planten. De nieuwe bomen worden omdat ze ter compensatie worden geplant, ondanks hun in eerste instantie nog kleine omvang, op de bomenlijst vastgelegd om te waarborgen dat deze bomen ook in de toekomst zullen blijven staan. De groene uitstraling van de dijk vindt de gemeente belangrijk.

In het groenstructuurplan is aangegeven dat we het hier vooral moeten hebben van particulier groen vanwege de beperkingen die er gelden t.a.v. gemeentelijk groen op de dijk. We hechten dan ook in het bijzonder aan handhaving van het overige groen rond de nieuwbouw van de Bockhorn, dus ook aan de bomen die door hun beperktere omvang niet op de bomenlijst staan en overig groen. Er heeft overleg plaatsgevonden om te bezien hoe de groene uitstraling van dit stukje dijk zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. Vervangende kleine bomen zijn zeker niet hetzelfde als volwassen bomen. Een grotere maat bomen valt daarmee te overwegen maar groter dan de maat 30-35 wordt niet geadviseerd om de kans van aanslaan ook zo groot mogelijk te houden. Ook wordt natuurlijk gekeken naar de toestand van de te kappen bomen: hoe goed is die en wat is de toekomstverwachting. De herplant wordt ook aan de dijk, dus zichtbaar voor iedereen, uitgevoerd.

7

6. De reclamant geeft aan dat er op het terrein al twee woningen staan ter compensatie voor het afgebrande huis. Beantwoording: De voormalige Bockhorn is inderdaad gecompenseerd. Dat dit plan de Bockhorn heet heeft meer te maken met historie (de plek) als met compensatie. Ruimtelijk gezien zijn er geen bezwaren om woningen op deze plek toe te voegen. Bovendien kan hier worden voorzien in de huidige woningbehoefte. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is besloten om een woongebouw te realiseren dat past bij de historische context van de locatie. 7. De reclamant verwijst naar de toelichting van het bestemmingsplan waarin staat dat het plan leidt tot 35 extra verkeersbewegingen per dag. Er worden geen negatieve effecten op doorstroming en verkeersveiligheid verwacht. De reclamant geeft aan dat dit bovenop het bestaande drukke verkeer plus de verkeersbewegingen komt die ontstaan door de woningen op het Merconterrein. De reclamant is hiermee van mening dat er sprake is van een onacceptabele toename van de verkeersdrukte. Beantwoording: Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeerbewegingen toenemen ten opzichte van de bestaande planologische situatie.

Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is in overeenstemming met het vastgestelde Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan gebruik gemaakt van de kengetallen van het landelijk gebruikelijke ASVVwegontwerpboek, uitgegeven door CROW. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is maximale verkeersgeneratie. In de berekening is, conform het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan, uitgegaan van het gemiddelde hiervan. Als gevolg van het plan krijgen de omliggende wegen te maken met 35 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke intensiteit zal niet leiden tot negatieve effecten op het gebied van doorstroming. De verkeerstoename is verhoudingsgewijs dermate laag, dat het niet aannemelijk is dat de verkeersveiligheid buitenproportioneel wordt benadeeld.

8

2.3 Zienswijze C 1. De reclamant gaat akkoord met het voorstel (in reactie op de inspraakreactie) inzake de trottoir verbreding van 60 centimeter. Voordat men definitief akkoord gaat wenst men een en ander wel vermeld te zien in de daartoe strekkende vergunningen, inclusief maatvoeringen). Ter vastlegging vermeldt men dat het huidige trottoir 4,5 tegels telt in de breedte achter de trottoirband hetgeen dus zal worden uitgebreid met 2 tegels tot totaal 6,5 tegels achter de trottoirband. Beantwoording: In hoofdstuk 8.2 Inspraak van de toelichting van het bestemmingsplan staat vermeld dat de voorgestelde nieuw te planten leibomen 60 cm naar achteren worden geplaatst om een breder trottoir mogelijk te maken. In de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen, welke na vaststelling van dit bestemmingsplan zal worden aangevraagd, zal de trottoir verbreding van 60 centimeter als voorwaarde worden opgenomen. Het trottoir is op de verbeelding van het bestemmingsplan bestemd als Verkeer .

9

2.4 Zienswijze D 1. De reclamanten geven aan dat woningbouw door het college van B&W te zwaar wordt gewogen. De reclamanten geven aan dat hiermee sprake is van precedentwerking met grote nadelige gevolgen voor omwonenden en het groen/kwaliteit van de publieke ruimte. Beantwoording: In het kader van een goede ruimtelijke ordening zal de gemeente bij bouwaanvragen of andere ruimtelijke ontwikkelingen altijd een zorgvuldige afweging maken van de verschillende belangen. De afweging van de belangen varieert per locatie. Voor de gemeente zijn er in dit geval ruimtelijk gezien geen bezwaren om woningen op deze plek toe te voegen. Het plan speelt in de woningbehoefte zoals blijkt uit de Regionale Woonvisie 2017-2031 uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031. De geplande woningbouw aan de Bockhorn locatie valt binnen het actuele woningbouwprogramma dat nodig is om de autonome woningbehoefte van Alblasserdam op te vangen. Om de gewenste woningen op een goede wijze in te passen is in het kader van een goede ruimtelijke ordening besloten om een woongebouw te realiseren dat past bij de historische context van de locatie en maatregelen te treffen wat betreft de groene uitstraling van dit stukje dijk. 2. De reclamanten verwijzen naar het door de gemeente gestarte proces waarin met de inwoners van het dorp wordt gesproken over de toekomst van Alblasserdam (de accentencarrousel etc.).

Eén van de onderwerpen die in de besproken 'accenten" aan de orde komt is: hoe groen moet het dorp blijven? De reclamant verzoekt om de besluitvorming van dit bestemmingsplan in elk geval uit te stellen tot na de afronding van het lopende overlegproces. Beantwoording: Zie D1. Op basis van ruimtelijke afweging ziet de gemeente geen reden om de besluitvorming van dit plan uit te stellen. 3. De reclamanten zijn van mening dat er geen sprake is van een gelijkwaardige vervanging van de nog te kappen bomen. Men stelt voor om de huidige bomen gewoon te laten staan en om voor de kap van de bomen geen toestemming te verlenen om het groen op deze plek onaangetast te laten. Beantwoording: Ten behoeve van het plan dienen zeven esdoorns van de waardevolle particuliere bomenlijst te worden gekapt. Het algemene criterium voor deze bomen om op deze lijst te komen vooral is gelegen in de stamdikte, zijnde tenminste 40 cm doorsnede op 1.30 meter hoogte. De bomen die in het geding zijn betreffen esdoorns welke waarschijnlijk spontaan als zaailing zijn gaan groeien. Daarmee zijn het geen minderwaardige bomen. De bomen voldoen immers aan het criterium om op de lijst te staan. Met kap kan worden ingestemd onder de voorwaarde dat herplant van de bomen in de directe omgeving plaatsvindt, bij voorkeur zo dicht mogelijk aan de dijk. De esdoorns worden vervangen door nieuwe bomen.

Na afstemming met de afdeling Buitenruimte van de gemeente Alblasserdam is besloten om 11 bomen terug te planten in de omgeving (tuin van de initiatiefnemer), waarmee wordt voldaan aan de herplantingsplicht. In overleg met de afdeling Buitenruimte van de gemeente Alblasserdam is besloten om 2 koningslinden, 1 witte paardenkastanje, 2 Noorse esdoorns, 2 esdoorns "Royal Red", 3 berkenbomen en 1 walnotenboom terug te planten. De nieuwe bomen worden omdat ze ter compensatie worden geplant, ondanks hun in eerste instantie 10

nog kleine omvang, op de bomenlijst vastgelegd om te waarborgen dat deze bomen ook in de toekomst zullen blijven staan. De groene uitstraling van de dijk vindt de gemeente belangrijk. In het groenstructuurplan is aangegeven dat we het hier vooral moeten hebben van particulier groen vanwege de beperkingen die er gelden t.a.v. gemeentelijk groen op de dijk. We hechten dan ook in het bijzonder aan handhaving van het overige groen rond de nieuwbouw van de Bockhorn, dus ook aan de bomen die door hun beperktere omvang niet op de bomenlijst staan en overig groen. Er heeft overleg plaatsgevonden om te bezien hoe de groene uitstraling van dit stukje dijk zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. De grote plataan blijft staan in het plan en zal elk jaar door een ETW specialist worden gecontroleerd / onderhouden. De nieuwbouw komt echter op een afstand van (geschat) ca. 3 meter van het hart van de stam en daarmee binnen de kroonprojectie en binnen de wortelkluit van de plataan. Bij de uitvoering van het plan wordt rekening gehouden met de plataan en bezien welke maatregelen nodig zijn om de boom te behouden. De leilindes zijn helaas zodanig gekortwiekt dat ze nimmer meer de uitstraling zullen krijgen die ze hadden. De voorkeur zou het dan ook hebben deze te vervangen door nieuwe leilindes met een grote maat (minimaal 20-25 incl. ondergrondse maatregelen).

Vervangende kleine bomen zijn zeker niet hetzelfde als volwassen bomen. Een grotere maat bomen valt daarmee te overwegen maar groter dan de maat 30-35 wordt niet geadviseerd om de kans van aanslaan ook zo groot mogelijk te houden. Ook wordt natuurlijk gekeken naar de toestand van de te kappen bomen: hoe goed is die en wat is de toekomstverwachting. De herplant wordt ook aan de dijk, dus zichtbaar voor iedereen, uitgevoerd. Tot slot, dient vermeld te worden dat de deskundigen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) inmiddels op locatie zijn geweest en hebben aangegeven dat wordt voldaan aan de herplantingsplicht. 4. De reclamanten verwijzen naar de kaders voor de kap van particuliere bomen. De reclamanten geven aan dat met dit plan de indruk wordt gewekt dat de gestelde kaders niet serieus worden genomen. Beantwoording: Zie D3. 5. De reclamanten verwijzen naar de zinsnede dat de voorgestelde woningbouw "past bij de historische context van de locatie". De reclamanten vragen zich af hoe dit moet worden gelezen. Men geeft aan dat nadat de bestemming van deze grond is veranderd, daar ook bouwplannen worden gerealiseerd die afwijken van het huidige bouwplan. Daarmee zouden ook plannen gerealiseerd kunnen worden die helemaal niet zo goed passen in de historische context van de locatie. Men vraagt zich af of dat de bestemming niet moet worden aangepast naar wonen.

Beantwoording: De gemeente erkent dat in het bestemmingsplan flexibelere kaders worden gesteld voor woningbouw op deze locatie. Het bestemmingsplan is in dit geval echter niet het enige kader waar de omgevingsvergunning dient te worden getoetst. De vergunningsaanvraag voor de bouw van de woningen dient goedgekeurd te worden door de Erfgoedcommissie van de gemeente. De Erfgoedcommissie zal niet instemmen met een bouwplan dat niet past bij de historische context van de locatie. Ter juridische waarborging van de groene uitstraling van dit plangebied zal de strook grond aan de voor- en zijkanten van het woongebouw . Hieraan wordt regelgeving (o.a. een voorwaardelijke 11

verplichting) gekoppeld waarmee de groene inpassing van het bouwplan juridisch is geborgd. Tot slot, zijn er wat betreft het onderwerp 'groen' afspraken gemaakt tussen de initiatiefnemer en de gemeente (een allonge).

12

3. Planwijzigingen 3.1 Wijzigingen n.a.v. zienswijzen Op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn de gronden aan de voor- en zijkanten opgenomen dat de maatregelen uit het landschappelijke inrichtingsplan uiterlijk 6 maanden na afronding van de bouwwerkzaamheden dienen te zijn gerealiseerd. Tot slot, is in de regels voor de bestemming 'Groen' vastgelegd dat de gronden voor maximaal 20% mogen worden verhard. Op de verbeelding van het bestemmingsp opgenomen dat de gronden dienen te worden ingericht en in stand dienen te worden gehouden overeenkomstig het aan de regels van het bestemmingsplan gekoppelde landschappelijk inrichtingsplan. Op de verbeelding van het bestemmingsplan is het volledige achtererfgebied bestemd als e bestemming 'Tuin' is vastgelegd dat de gronden voor maximaal 55% mogen worden verhard.

13

1.4 -/-NAP mv

fdri o

leri

hoo ng

hoo

fdrio

lerin

g

groen 1 00 m2

sokkellamp

sokkellamp

sokkellamp

sokkellamp

21 .5 m'

ingemeten positie plataan wortelkluit beschermen

bestaan de sokkella mp

sokkellamp

100 +NAP mv

10 x kliko 240 ltr

inrichting: min 45 % groen max 55% verharding

sokkellamp

terrein verlichting

5400

terrein verlichting

sokkellamp

plangebied: particulier eigendom ca. 1600 m2

inrichting: min 80 % groen max 20% verharding

hergeplante bomen postitie n.t.b. (11x)

parkere n 125 m2 op eigen terr e geslote openverhardin in: 12 p (7+5 ) n g/ 50 m 2

bestaan de sokkella mp

10 x kliko 240 ltr

inrichting: min 45 % groen max 55% verharding

bestaan de sokkella mp

g

groen 1 00 m2

terrein verlichting

bestaan de sokkella mp

lerin

sokkellamp

sokkellamp

21 .5 m'

bestaan de sokkella mp

fdrio

sokkellamp

bestaan de sokkella mp

riolerin g aanslu app. min. 5m iten op m hoofrio /m' afschot lering. HWA a pp aanslu . min. 5mm/m iten op openba ' afschot ar wate r

ingemeten positie plataan wortelkluit beschermen

hoo

sokkellamp

parkere n 125 m2 op eigen terr e geslote openverhardin in: 12 p (7+5 ) n g/ 50 m 2

bestaan de sokkella mp

ng

bestaan de sokkella mp

sokkellamp

bestaan de sokkella mp

leri

hergeplante bomen postitie n.t.b. (11x)

sokkellamp

bestaan de sokkella mp

fdri o

riolerin g aanslu app. min. 5m iten op m hoofrio /m' afschot lering. HWA a pp aanslu . min. 5mm/m iten op openba ' afschot ar wate r

hoo

bestaan de sokkella mp

5400

terrein verlichting

inrichting: min 80 % groen max 20% verharding

bestaan de sokkella mp inrichting: min 80 % groen max 20% verharding

bestaan de sokkella mp

sokkellamp

inrichting: min 80 % groen max 20% verharding

bestaan de sokkella mp

toegang percee

kunstwerk : ''het raadsel der dingen" positie op bestaande fundering

l helling

uitrit

toegang percee

entree verlichting baan 1: 20

haag >

trottoir aansluiten op bestaande trottoir

inrichting aangebracht volgens LIOR

l helling

entree verlichting

1 .0 m' nieuwe leilinde n (4x)

kunstwerk : ''het raadsel der dingen" positie op bestaande fundering

afsche

haag > iding te

uitrit 1 .0 m'

nieuwe muur, h leiltuinind oogte ca en (2 x) . 30 cm

entree verlichting baan 1: 20

haag >

trottoir aansluiten op bestaande trottoir

rrein als

aansluiten op bestaande tuinmuur

entree verlichting

1 .0 m' nieuwe leilinde n (4x)

inrichting aangebracht volgens LIOR

afsche

haag > iding te

1 .0 m'

nieuwe muur, h leiltuinind oogte ca en (2 x) . 30 cm rrein als

aansluiten op bestaande tuinmuur

plangebied: openbaar toegankelijk 89 m2

uitrit aanpassen aan breedte stoep PROJECT

PROJECT NUMMER

Bockhorn, OK nabij 9 te Albasserdam

1801

dhr M.J. van Horssen

BOUWZAKEN PLUS Wester Hordijk 326 3079 DM Rotterdam 010 419 00 56 info@bouwzakenplus .nl

TEKENING

FORMAAT

SCHAAL

STATUS

bijlage 1 Allonge OK nabij 9

A1

1:100

situatie

FASE

TEK.NR

REV.NR.

DATUM

BIJLAGE

1

08.11.2021

10

8

6 5

4 11 9

Touwbaan3 2

1

7

29 27 21

19

3810

10

129

131

8

10100

3145

10100

3145

6290+ 2

6

3145+ 1

4

3145+ 1

127

4a

123

3145

3145

3145+ 1

3145

23

25

17

6290+ 2

10100

3145

6290+ 2

B

10100+ d

3810

10100+ d

3810

10100+ d

Rivierstaete

2775k

2775

2775

000+ b

2775

2775

000+ b

2775

2775

000+ b

2775k

2775k

23

Bockhorn. Kadastraal bekend onder Alblasserdam F 6825 RENVOOI 1:100 BRAND B60 BC B20 sub B

zelfsluitende deur

60min brandwerend

brandcompartiment sub brandcompartiment sprinkler

brandslanghaspel

slow-whoop

30min brandwerend

DOORSNEDE AANBOUW DBL

G S

droge blusleiding

waterafsluiter gasafsluiter sprinklerafsluiter

transparant (incl verlichting) nood uitgang

rookmelder NV

W

noodverlichting

MATERIALISATIE

5710

materiaal

kleur, afwerking

1

metselwerk

licht grijze voeg, rood/bruin

p

paneel

1a

..

..

v

ventilatierooster

2

deur

schilderwerk, warmgrijs RAL 7039

3

gevel

minerale laag op steenstrips, wit

4

houten kozijn

kozijn RAL 9010, draaiende delen RAL 7039

4b

houten kozijn

idem

5

trim

zinken kraal

6

lichtstraat

VELUX lichtstraat

-

-

-

B T N

H.. / S.. / A..

* //

kozijnmerk (hout/staal/aluminium) glas NEN 3569 1B glas NEN 3569 2B/C

BOUWBESLUIT 2012 nvt

AFDELING 1.2 ALGEMEEN, AANTAL PERSONEN

2225

gebruiksfunctie aantal personen GO per m2 of aantal personen VOm per m2

2500

.

. .

.

.

.

4270

13340

.

APP 1-2

k .

v

APP 1-1

.

k

3340

APP 0-2

v

BS

min. breedte min. aantrede max. hoogte optrede min. vrije hoogte

900 230 188 2300

afdeling 2.9 BEPERKING VAN HET ONTWIKKELEN VAN BRAND

BS

begane grondvloer gevel dak kozijn (U-waarde; W/m2.K) glas (U-waarde; W/m2.K)

extra beschermde vluchtroute beschermde vluchtroute overig

TB

N

nvt nvt

nvt

afdeling 2.12 VLUCHTROUTES nw Het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen zoals aangegeven in art. 2.101 t/m 2.110: vluchtroutes worden aangepast nvt doorstroomcapaciteit vluchtroute nvt

4730 9000

VB

afdeling 5.1 ENERGIEZUINIGHEID De uitwendige scheidingsconstructie heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van tenminste:

grootte van brandcompartiment

4040

>2

De trap(pen) zoals bedoeld in art. 2.32 t/m art. 2.37 voldoen aan de gestelde eisen:

afdeling 2.10 BEPERKING VAN UITBREIDING VAN BRAND BS Het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen zoals aangegeven in art. 2.81 t/m 2.90:

8770

VB

In het bouwwerk wordt/worden een aantal (N) toiletruimten gerealiseerd:

De toe te passen nieuwe kozijnen t.b.v. de doorgang zoals bedoelt in art. 4.21 t/m art. 4.33 hebben een netto afmeting van 850x2300

Het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen zoals aangegeven in art. 2.66 t/m 2.74:

APP 2-1

900

v

k

5500

afdeling 4.2 TOILETRUIMTEN

afdeling 4.3 BEREIKBAARHEID EN TOEGANKELIJKHEID

1.0 mtr

afdeling 2.5 TRAP.

.

APP 0-1

VB

hoogte van de afscheiding zoals bedoeld in art. 2.16 t/m art. 2.20 is

4370

OOM VAN B HART TEN E INGEM

afdeling 3.10 BESCHERMING TEGEN RATTEN EN MUIZEN Het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen zoals verwoord in art. 3.68 t/m art. 3.71

BS 20 min nvt

afdeling 2.3 AFSCHEIDING VLOER/TRAP/HELLING

a 1

a 1

A

woonfunctie nvt nvt

afdeling 2.2 STERKTE BIJ BRAND tijdsduur van de bezwijking trap tijdsduur van de brandwerendheid constructie

2060

3800

afdeling 3.6 LUCHTVERVERSING. VB De luchtverversing zoals bedoeld in afd. 3.6 wordt aangepast c.q. gerealiseerd.

9000

nw 2

afdeling 2.15 INBRAAKWERENDHEID weerstandsklasse

3,5 m2.K/W 3,5 m2.K/W 3,5 m2.K/W <1.65 W/m2.K <1.1 W/m2.K

art. 5.2 Energieprestatiecoefficient De energieprestatiecoefficient zoals bedoelt in tabel 5.1 heeft een grenswaarde van max.

nvt

afdeling 6.1 VERLICHTING Het bouwwerk heeft een zodanig verlichting zoals omschreven in art. 6.1 t/m art. 6.6

nvt

..

afdeling 6.2 VOORZIENING TBV AFNEMEN EN GEBRUIK ENERGIE nvt Het bouwwerk heeft een zodanige inrichting zoals omschreven in art. 6.7 t/m art. 6.10 VB

afdeling 6.5 TIJDIG VASTSTELLEN VAN BRAND

Het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen zoals verwoord in art. 6.19 t/m art. 6.21 art. 6.20 Brandmeldinstallatie art. 6.21 rookmelders

afdeling 3.2 BESCHERMING TEGEN GELUID VAN INSTALLATIES nw Het bouwwerk biedt bescherming tegen geluid van installaties. voldoen NEN 5077<30dB

nvt zie tek.

afdeling 6.6 VLUCHTEN BIJ BRAND VB Het bouwwerk voldoet aan de gestelde eisen zoals verwoord in art. 6.22 t/m art. 6.26 nvt art. 6.23 ontruimings installatie nvt art. 6.24 vluchtroute aanduidingen nvt art. 6.25 anti-panieksluiting

afdeling 3.4 GELUIDWERING TUSSEN RUIMTEN nw de geluidwering tussen ruimten van verschillenden gebruiksfuncties voldoen aan de gestelde eisen in art. 3.15 t/m 3.19 afdeling 3.5 WERING VAN VOCHT VB Een uitwendige scheidingsconstructie zoals bedoeld in art. 3.20 wordt gerealiseerd. tot plafond Hoogte tegelwerk toiletruimte c.q. badruimte o.g.

afdeling 6.7 BESTRIJDEN VAN BRAND nvt Het bouwwerk heeft voldoende brandslanghaspel(s) en /of blustoestel(len) zoals verwoord in art. 6.27 t/m art. 6.34

nvt = niet van toepassing/ NB = nieuwbouw/ VB=verbouw/BS=bestaande bouw

13340 350

4000

4640

0 4000

350

3810

3000

10100+ d

10100

PROJECT NUMMER

Bockhorn, oost kinderdijk 7 te Albasserdam

1801

dhr M.J. van Horssen 3145+ 1

3145

6805

7100

3145

6290+ 2

PROJECT

. sch m.v theoreti

000+ b

2775

2775

2425

1120

825

m.v.

peil leggerdoorsnede

2450

VRIJE PROFIEL LEGGER

2775k

VRIJE

m.v.

PROF IEL LE

GGER

BEGANE GROND

1e VERDIEPING

theoretisch m.v.

BOUWZAKEN PLUS Wester Hordijk 326 3079 DM Rotterdam 010 419 00 56 info@bouwzakenplus .nl

TEKENING

FORMAAT

SCHAAL

STATUS

overzichtstekening

A1

1:100

indiening

FASE

TEK.NR

REV.NR.

DATUM

BA

100

08.01.2020

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai en industrielawaai

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai en industrielawaai

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Onderhavige rapportage vervangt de rapportage met versienr. 02b d.d. 1 oktober 2019.

Projectnummer: Versie:

S201908 03

Datum:

14 januari 2019

Auteur: Gecontroleerd:

F. Erdem R. van de Bank

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2.

Wettelijk kader ................................................................................................................................ 6

3.

4.

5.

6.

2.1.

Algemeen................................................................................................................................. 6

2.2.

Industrielawaai ........................................................................................................................ 6

2.3.

Wegverkeerlawaai - geluidzone .............................................................................................. 6

2.4.

Wegverkeerlawaai - geluidgrenswaarden ............................................................................... 7

2.5.

Hogere Waarden ..................................................................................................................... 9

2.6.

Wettelijk kader in relatie tot het bouwplan (m.n. wegverkeer) ........................................... 10

Uitgangspunten ............................................................................................................................. 11 3.1.

Algemeen............................................................................................................................... 11

3.2.

Algemene gegevens, verkeersgegevens, gegevens industrielawaai ..................................... 11

3.3.

Rekenmethode en rekenmodel ............................................................................................. 12

Resultaten en tussenbeoordeling industrielawaai ........................................................................ 14 4.1.

Industrieterrein ‘Aan de Noord e.a.’ ..................................................................................... 14

4.2.

Tussenbeoordeling industrielawaai ...................................................................................... 14

Resultaten en tussenbeoordeling wegverkeerlawaai ................................................................... 15 5.1.

Berekende geluidbelasting vanwege relevante wegen......................................................... 15

5.2.

Tussenbeoordeling wegverkeerlawaai .................................................................................. 16

Beoordeling ................................................................................................................................... 17

Bijlage 1

Verkeersdata

Bijlage 2

Invoergegevens rekenmodel (algemeen en specifiek wegverkeer)

Bijlage 3

Rekenresultaten IT ‘Aan de Noord e.a.’

Bijlage 4

Rekenresultaten wegverkeerlawaai waaronder cumulatie

Bijlage 5

Informatie bouwplan

Adromi B.V.

S201908

Pagina 3

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

1.

Inleiding

In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer B.V. is door adviesbureau Adromi b.v. een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai en industrielawaai uitgevoerd voor een bouwplan nabij de Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam (hierna aangeduid als plan of bouwplan). Op een perceel ten zuiden van het perceel Oost Kinderdijk 9 respectievelijk ten oosten van het perceel Oost Kinderdijk 17 is in de huidige situatie sprake van ‘groenvoorziening’. Initiatiefnemer is voornemens om op dit perceel woningbouw te realiseren in de vorm van een appartementengebouw. Onderstaande afbeelding toont de globale ligging van de planlocatie.

Figuur 1: Ligging bouwplan Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)

Om deze woningbouw mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Bij wijziging van een bestemmingplan waarbij nieuwe geluidgevoelige objecten, gelegen binnen een geluidzone, mogelijk gemaakt worden, geldt een verplichting vanuit de Wet geluidhinder om de geluidbelasting via een akoestisch onderzoek vast te stellen. Het appartementengebouw ligt binnen de geluidzones van wegen en een industrieterrein. De geluidbelasting vanwege wegverkeerlawaai en industrielawaai dient derhalve te worden bepaald en te worden getoetst aan de relevante geluidgrenswaarden zoals opgenomen in de Wet geluidhinder.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 4

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

Het plan is in ieder geval gelegen binnen de geluidzones van de wegen Oost Kinderdijk en de Cortgene (zie tevens paragraaf 2.6) en binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein ‘Aan de Noord e.a.’. In de hierna volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens het wettelijk kader, de uitgangspunten, de resultaten en de beoordeling beschreven.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 5

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

2.

Wettelijk kader

2.1. Algemeen In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn geluidgrenswaarden opgenomen met betrekking tot de maximaal toelaatbare geluidbelasting afkomstig van een spoorweg, industrieterrein of weg. Voor een spoorweg, een industrieterrein en een weg zijn verschillende hoofdstukken van de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidzone. De geluidgrenswaarden uit de Wet geluidhinder zijn binnen deze geluidzone overigens alleen van toepassing op de gevel(s) van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en randen van geluidgevoelige terreinen (o.a. scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidsgebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen). 2.2. Industrielawaai In hoofdstuk V van de Wet geluidhinder (‘Zones rond industrieterreinen’) zijn de relevante artikelen met betrekking tot industrielawaai opgenomen. Zoals vermeld, valt de planlocatie binnen de vastgestelde geluidzone van het industrieterrein ‘Aan de Noord e.a.’ gelegen in de gemeentes Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Papendrecht. In artikel 44 van de Wet geluidhinder is vermeld dat de geluidbelasting voor nieuwe situaties, waar hiervan sprake is, ten hoogste 50 dB(A)-etmaalwaarde mag bedragen.

In artikel 45 van de Wet geluidhinder is vermeld dat een hogere waarde kan worden vastgesteld van maximaal 55 dB(A)etmaalwaarde onder de voorwaarde dat de gevelwering van de gevel(s) zodanig is dat een maximaal binnenniveau van 35 dB(A) kan worden gegarandeerd in de verblijfsruimten van de woning. 2.3. Wegverkeerlawaai - geluidzone In hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder (‘Zones langs wegen’) zijn de relevante artikelen met betrekking tot wegverkeerlawaai opgenomen. Zoals in paragraaf 2.1. is vermeld, is de Wet geluidhinder alleen van toepassing binnen een geluidzone. Voor wegen is de omvang van de geluidzones gereguleerd in artikel 74 van de Wet geluidhinder. Artikel 74 luidt: 1. Langs een weg bevindt zich een zone die aan weerszijden van de weg de volgende breedte heeft: a. In een stedelijk gebied: 1. Voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; 2. Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. In een buitenstedelijk gebied: 1. Voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; 2. Voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; 3. Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 6

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam 2. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot: a. Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied;

b.

Wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt.

De omvang van de geluidzones is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De definities van stedelijk en buitenstedelijk zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Deze luiden: (artikel 1 Wgh) stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom (red.: bepaald door komgrensborden), doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.

Tot slot wordt in deze opgemerkt dat aan de uiteinden van een weg de geluidzone doorloopt over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De geluidzone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. 2.4. Wegverkeerlawaai - geluidgrenswaarden Algemeen In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerlawaai onderscheid gemaakt in nieuwe en bestaande situaties en in reconstructies. Voor deze situaties zijn geluidgrenswaarden gereguleerd in verschillende ‘afdelingen’ van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder. Onderhavig onderzoek gaat in op een nieuwe situatie, zodat afdeling 2 (artikelen 76 t/m 85) van toepassing is. Voorkeursgrenswaarde Op grond van artikel 82 Wgh bedraagt de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB (de zogeheten voorkeursgrenswaarde van 48 dB). (art. 82 Wgh: Behoudens het in de artikelen 83, 100 en 100a bepaalde is de voor woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de gevel, vanwege de weg, 48 dB.)

Hogere waarden Voor nieuwe woningen en nieuwe wegen kunnen, met name op grond van artikel 83, hogere waarden dan de voorkeursgrenswaarde worden vastgesteld mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In de hierna volgende tabel (samenvatting van artikel 83 Wgh) volgt een overzicht.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 7

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam Tabel 2.1: Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting volgens artikel 83 Wgh Omschrijving van de situatie Woningen Weg

Maximale geluidbelasting

Art. en lid Wgh

In buitenstedelijk gebied In stedelijk gebied Nog niet geprojecteerd, in stedelijk gebied Aanwezig of in aanbouw, in stedelijk gebied

Aanwezig Aanwezig Aanwezig Nog niet geprojecteerd Nog niet geprojecteerd Aanwezig

53 dB 58 dB 63 dB 63 dB

art. 83 lid 1 art. 83 lid 1 art. 83 lid 2 art. 83 lid 3a

58 dB

art. 83 lid 3b

58 dB

art. 83 lid 4

Aanwezig

68 dB

art. 83 lid 5

Aanwezig

63 dB

art. 83 lid 6

Aanwezig

58 dB

art. 83 lid 7

Aanwezig of in aanbouw, in buitenstedelijk gebied Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, in buitenstedelijk gebied, voor agrarisch bedrijf Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, in stedelijk gebied, ter vervanging van bestaande woningen Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, in stedelijk gebied, ter vervanging van bestaande woningen. Binnen zone van autoweg / autosnelweg Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, buiten de bebouwde kom, ter vervanging van bestaande woningen.

Aftrek artikel 110 Wgh Bij toetsing van de berekende geluidbelasting aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB dan wel de maximaal toelaatbare geluidbelasting (zie tabel 2.1), mag op grond van artikel 110g Wgh, een reductie (in Wgh: aftrek) worden toegepast op de berekende waarde. Dit op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen. De aftrek mag ten hoogste 5 dB bedragen. In het reken- en meetvoorschrift 2012 (artikel 3.4 hiervan) is de daadwerkelijke hoogte van de aftrek gereguleerd. Het betreffende artikel luidt: De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c.

2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 8

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

Dove gevel De geluidbelasting vanwege (in deze) wegverkeer en industrie wordt in eerste instantie berekend op de gevel. In artikel 1 Wgh wordt onder gevel verstaan: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. Onder een gevel in de zin van de Wet geluidhinder wordt niet verstaan: a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Als een dergelijke gevel, zoals vermeld bij a. of b., aanwezig is, dan hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. 2.5. Hogere Waarden Algemeen Als de geluidbelasting vanwege wegverkeer hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar gelijk dan wel lager is dan de van toepassing zijnde maximale geluidbelasting zoals vermeld in met name artikel 83 Wgh dan dient een hogere waarde te worden aangevraagd.

Als de geluidbelasting vanwege industrielawaai hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A), maar gelijk dan wel lager is dan 55 dB(A)-etmaalwaarde dan dient (eveneens) een hogere waarde te worden aangevraagd. In beginsel dient de hogere waarde te worden ingediend (‘verzocht’) bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waarbinnen de planlocatie is gelegen. Geldend beleid hogere grenswaarden gemeente Alblasserdam De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Alblasserdam. Voor het (zo nodig) vaststellen van hogere waarden heeft de gemeente Alblasserdam geluidbeleid vastgesteld. Dit is verwoord in het document ‘Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening gemeente Alblasserdam’, vastgesteld d.d. 22 januari 2018. In het geluidbeleid van de gemeente is, in relatie tot onderhavig bouwplan, het volgende aangegeven: - Het beleid is alleen van toepassing op het vaststellen van een hogere waarde (art. 110a Wgh) alsmede indien woningen worden geprojecteerd aan wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. - Bij de realisatie van minder dan 10 woningen is sprake van een kleinschalige ontwikkeling. - Bij een kleinschalige ontwikkeling is onderzoek naar geluidreducerende maatregelen in beginsel niet noodzakelijk.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 9

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

-

-

De cumulatieve geluidbelasting dient inzichtelijk te worden gemaakt, waarbij alleen een geluidbron bij de berekening wordt betrokken als de geluidbelasting vanwege deze geluidbron de betreffende voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De geluidbelasting vanwege 30 km/uur wegen dient bij de cumulatie te worden betrokken als deze hoger is dan 53 dB (zonder aftrek). Voor de overige relevante wegen dient de cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek Wgh te worden bepaald. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is acceptabel als er een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Hiervan is sprake als de geluidbelasting vanwege industrielawaai gelijk of lager is dan 50 dB(A)-etmaalwaarde of de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegen gelijk of lager is dan 53 dB (excl. aftrek) uitgaande van relevante wegen met een maximumsnelheid van ten hoogste 70 km/uur.

2.6. Wettelijk kader in relatie tot het bouwplan (m.n. wegverkeer) De planlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Alblasserdam en bevindt zich derhalve in stedelijk gebied. In relatie tot het bouwplan zijn de volgende wegen relevant (het bouwplan ligt binnen de geluidzone van deze wegen): - Oost Kinderdijk (maximumsnelheid 50 km/uur, zonebreedte 200 meter) - Cortgene (maximumsnelheid 50 km/uur, zonebreedte 200 meter) Alhoewel het bouwplan niet is gelegen binnen de geluidzone van de hiernavolgende weg(en), is (zijn) deze in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel bij de geluidberekeningen betrokken. Het betreft: - Touwbaan (maximumsnelheid 30 km/uur) Overige wegen zijn vanwege de afstand tot het bouwplan, de maximum snelheid en de tussenliggende bebouwing dan wel een combinatie hiervan niet bij de geluidberekeningen betrokken. In relatie tot de Wet geluidhinder betreft het bouwplan een nieuwe situatie, waarvoor op de woningen behorende tot het bouwplan in eerste instantie een voorkeursgrenswaarde geldt van 48 dB. Gelet op de ligging van het bouwplan in stedelijk gebied bedraagt de maximale ontheffingswaarde vanwege respectievelijk de Oost Kinderdijk en de Cortgene 63 dB. Verder geldt voor zowel de Oost Kinderdijk alsmede de Cortgene een maximumsnelheid van 50 km/uur.

Voor beide wegen mag derhalve een aftrek van 5 dB worden toegepast op grond van de Wet geluidhinder. De woningen binnen het bouwplan zijn vooralsnog niet voorzien van een dove gevel.

Adromi B.V.

S201908

Pagina 10

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

3.

Uitgangspunten

3.1. Algemeen Zoals vermeld in hoofdstuk 1, zal het bouwplan worden gerealiseerd op een perceel ten zuiden van de Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam. Op deze locatie wenst initiatiefnemer een appartementengebouw te realiseren, waarin wordt voorzien in vijf appartementen. In bijlage 5 van onderhavige rapportage is informatie van het bouwplan opgenomen. In de hierna volgende afbeelding is de invulling van de planlocatie met woningen weergegeven.

Figuur 2: Situatietekening en een impressie (doorsnede) bouwplan Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

Voor het appartementengebouw is uitgegaan van drie akoestisch relevante bouwlagen, derhalve bouwlagen waar zich achter een gevel geluidgevoelige ruimten, zoals woon- en slaapkamers, kunnen bevinden. Hierbij wordt opgemerkt dat onder het maaiveld (dijkniveau) parkeerruimten worden gerealiseerd, welke vanaf de Oost Kinderdijk toegankelijk zullen zijn. Deze ruimten zijn akoestisch niet relevant en zijn derhalve buiten beschouwing gelaten. 3.2. Algemene gegevens, verkeersgegevens, gegevens industrielawaai Algemene gegevens In het kader van onderhavig onderzoek is gebruik gemaakt van onder meer de volgende relevante informatie: door/namens de opdrachtgever verstrekte informatie van het bouwplan, waaronder kaartmateriaal; digitaal kadastraal kaartmateriaal, luchtfoto’s (verschillende bronnen) en Google Earth/Streetview; Verkeersgegeven (zie de volgende subparagraaf).

Adromi B.V.

S201908

Pagina 11

Bouwplan nabij Oost Kinderdijk 9 te Alblasserdam

Verkeersgegevens Etmaal-, verkeers- en uurintensiteiten voor de relevante wegen zijn afkomstig uit de Regionale VerkeersMilieuKaart Drechtsteden (RVMK DS) voor het jaar 2029. Deze gegevens zijn digitaal verstrekt door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) (d.d. 04-07-2019). Bij de verstrekte gegevens was tevens informatie opgenomen van de maximumsnelheid en de wegdekverharding. In bijlage 1 zijn de toegezonden gegevens opgenomen. Deze toegezonden gegevens zijn, als shape-bestand, ingelezen in het rekenmodel van het rekenprogramma. Bussen zijn hierbij automatisch verdisconteerd bij het middelzwaar verkeer. Voor wat betreft de Touwbaan wordt opgemerkt dat op nader aangeven van OZHZ (memo d.d. 15/11/19) uit is gegaan van een etmaalintensiteit van 260 motorvoertuigen per (weekdag)etmaal. Verkeersgeneratie bouwplan Op basis van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ is de verkeersgeneratie ten gevolge van het bouwplan bepaald. Uitgaande van (koop)appartementen voor het hoger segment is de te verwachten verkeersgeneratie voor een matig stedelijk gebied in de bebouwde kom maximaal 7,1 per appartement (worst case). Met vijf te realiseren appartementen bedraagt de verkeersgeneratie derhalve afgerond 36 motorvoertuigen per etmaal. De door OZHZ verstrekte etmaalintensiteiten van de Oost Kinderdijk en de Cortgene zijn vermeerderd met dit aantal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/482/documents/11905