CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel Vaststellen bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 - Voorstel.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 23 juni 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Vaststellen bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 - Voorstel21.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsvoorstel Datum vergadering: 23 juni 2026 Datum B&W: 26 mei 2026 zaaknummer: 2026-0029206

Portefeuillehouder: Frederik de Gier Auteur: Luna Becirspahic

Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 Voorgesteld besluit: 1. de nota van zienswijzen behorende bij het bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 vast te stellen 2. het bestemmingsplan “Fop Smitstraat 48” gewijzigd vast te stellen, overeenkomstig de bij het voorstel behorende stukken 3. het vastgestelde bestemmingsplan op de gebruikelijke wijze ter inzage te leggen, met de mogelijkheid tot het indienen van beroep

Inleiding Voor de locatie Fop Smitstraat 48 loopt sinds 2022 een bestemmingsplanprocedure om de bestaande bedrijfsbestemming te wijzigen naar een woonbestemming. Het ontwerpbestemmingsplan heeft in 2022 overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn beoordeeld en verwerkt in een Nota van zienswijzen. Het bestemmingsplan is op onderdelen aangepast. Inmiddels zijn de aan het plan ten grondslag liggende onderzoeken waar nodig geactualiseerd. Het bestemmingsplan is nu gereed om ter vaststelling aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Beoogd effect Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt de realisatie van twee woningen op de locatie Fop Smitstraat 48 planologisch mogelijk gemaakt. Hiermee wordt een voormalige bedrijfsfunctie beëindigd en krijgt de locatie een woonfunctie. Argumenten • Het plan voorziet in een passende herontwikkeling van een voormalige bedrijfslocatie binnen een overwegend woongebied. •

De ontwikkeling draagt bij aan de gemeentelijke woningbouwopgave.

•

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen en belanghebbenden hebben gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

•

De ingediende zienswijzen zijn zorgvuldig beoordeeld en hebben geleid tot aanpassingen van het plan.

•

De benodigde onderzoeken en adviezen zijn waar nodig geactualiseerd, waardoor sprake is van een zorgvuldig voorbereid en uitvoerbaar plan.

•

Het kostenverhaal is verzekerd via een anterieure overeenkomst.

Duurzaamheid -

Alternatieven Kanttekeningen • Het betreft hier nog een Wro-procedure, gezien deze in 2022 is ingediend. •

De vaststelling van het bestemmingsplan vindt plaats buiten de termijn van twaalf weken zoals genoemd in artikel 3.8, vierde lid, Wro. Deze termijn is echter niet fataal. De Wet ruimtelijke ordening kent geen vervaltermijn voor een ontwerpbestemmingsplan.

•

Op 27 mei 2025 is het plan overgedragen aan een nieuwe initiatiefnemer. De inhoud en opzet van het plan zijn hierbij niet gewijzigd. De bijbehorende anterieure overeenkomst is eveneens overgedragen aan de nieuwe initiatiefnemer, waarmee het kostenverhaal ongewijzigd en voldoende is geborgd.

Financiële informatie Het bureau van de initiatiefnemer heeft zelf de stukken van het ontwerp bestemmingsplan ingediend. De gemeente heeft hiervoor geen kosten gemaakt. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst aangegaan tot een vast bedrag van € 20.000,- waarmee het kostenverhaal verzekerd is. De eerste helft van het bedrag is betaald na het sluiten van de AOK, en de tweede helft wordt betaald na het onherroepelijk worden van het nieuwe bestemmingsplan zoals opgenomen in de AOK. Vervolg Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het bestemmingsplan ter inzage gelegd ten behoeve van de beroepsfase. Indien geen beroep wordt ingesteld, of indien het plan onherroepelijk wordt, kan de initiatiefnemer overgaan tot het aanvragen van de benodigde omgevingsvergunning en daarna de uitvoering van het plan. Communicatie Na vaststelling wordt het bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.8 Wro bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het instellen van beroep. Gekoppelde besluiten Ontwerp bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 - Voorstel

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Nota van zienswijzen bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 Bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 (verbeelding) Bestemmingsplan Fop Smitstraat (toelichting) Bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 (bijlagen bij toelichting) Bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 (regels).pdf Zienswijze 1.pdf Zienswijze 2.pdf Zienswijze 3.pdf Zienswijze 4.pdf

Niet-digitale bijlagen

CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Alblasserdam;

gelet op: Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.8 overwegende dat: • het ontwerpbestemmingsplan Fop Smitstraat 48 op 8 november 2022 overeenkomstig artikel 3.8 Wro ter inzage heeft gelegen en belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld zienswijzen in te dienen; •

op de ingediende zienswijzen een zorgvuldige beoordeling heeft plaatsgevonden en de reacties zijn samengevat en beantwoord in de Nota van zienswijzen;

•

het bestemmingsplan op onderdelen is aangepast naar aanleiding van de ingediende zienswijzen;

•

de ontwerp-terinzagelegging geen vervaltermijn kent en de gemeenteraad, ondanks het tijdsverloop, nog steeds bevoegd is het bestemmingsplan vast te stellen, aangezien de termijn van artikel 3.8, lid 4 Wro geen fatale termijn betreft;

•

de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende onderzoeken en adviezen zijn geactualiseerd waar nodig, zodat sprake is van een actueel en zorgvuldig afgewogen planologisch besluit;

B E S L U I T:

1. de nota van zienswijzen behorende bij het bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 vast te stellen 2. het bestemmingsplan “Fop Smitstraat 48” gewijzigd vast te stellen, overeenkomstig de bij het voorstel behorende stukken 3. het vastgestelde bestemmingsplan op de gebruikelijke wijze ter inzage te leggen, met de mogelijkheid tot het indienen van beroep

ZIENSWIJZENNOTA EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN BESTEMMINGSPLAN FOP SMITSTRAAT 48 ALBLASSERDAM Nr. 1.

Zienswijze Anoniem Ontvangen d.d. 6 december 2022

Samenvatting reactie 1. Met de omzetting naar een woonbestemming zal het leefgenot afnemen voor de bewoners aan de Donkersloot 20-24. De huidige loods voorkomt inkijk in de achtertuinen en woonkamers.

Beantwoording Het geldende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ voorziet niet in een verplichting waarmee de huidige bedrijfsbebouwing in stand moet worden gehouden. Binnen het plangebied kan op basis van de geldende bedrijfsbestemming wel nieuwe (grootschalige) bebouwing worden opgericht voor een bedrijfsmatige functie. Gezien de ligging van het perceel in een woonomgeving wordt bedrijfsmatig hergebruik niet als een wenselijke ontwikkeling beschouwd. In samenhang met de beoogde functiewijziging naar een woonfunctie zal de gebruiksintensiteit en het bouwvolume worden verminderd. Op basis van het voorliggende bestemmingsplan worden geen hogere bouw- of goothoogten mogelijk gemaakt dan in de geldende regeling reeds zijn toegestaan. De bouwmogelijkheden zoals vastgelegd in het voorliggende bestemmingsplan zijn bovendien gelijk gehouden aan de thans geldende bestemmingsplannen voor de bestaande woningen aan onder meer de Fop Smitstraat en de Donkersloot. Er is sprake van een woongebied binnen de bebouwde kom en een woonwijk met aaneengebouwde woningen waar al enig indirect zicht op aanliggende tuinen bestaat. De mate van privacy past ook in de nieuwe situatie binnen een woonwijk met een hoge bebouwingsdichtheid.

2. De maximale bouwhoogte van 10 meter en maximale goothoogte van 6 meter zijn te hoog. Het vrije uitzicht zal grotendeels verdwijnen en er ontstaat inkijk in de achtertuinen. Dit vermindert het leefgenot.

Het huidige bouwvlak van ca 550 m2 is in de uitgangssituatie reeds volledig bebouwd met een loods met een bouwhoogte (kap) van circa 7 m. De huidige loods is vrijwel tot aan de perceelsgrens gebouwd. Binnen de huidige bedrijfsbestemming zijn volgens de geldende planregels bovendien bedrijfsgebouwen toegestaan tot een bouwhoogte van 10 meter en een goothoogte van 6,5 meter. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Op aanliggende percelen zijn aaneengebouwde woningen op smalle percelen in woonstraten gelegen in een gebied met een hoge bebouwingsdichtheid. Vanaf de achterzijde van de bestaande woningen is in de uitgangssituatie al enig zicht op achtertuinen. Ook in de bestaande situatie is geen sprake van vrij uitzicht door de aanwezigheid van de grootschalige bedrijfsloods binnen het plangebied op een afstand van circa 8

tot 10 meter van de achtergevels van omliggende woningen. De loods is tot op vrijwel de perceelsgrens gebouwd. De voorliggende herziening van het bestemmingsplan staat geen grotere bouw- of goothoogte toe ten opzichte van de geldende planologische regeling. Met het saneren van de bedrijfsbebouwing en de wijziging van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van een bedrijfsbestemming naar een woonfunctie is voor de lange termijn sprake van een extensivering van gebruik, kleinere bouwvolumes en een grotere afstand tot perceelsgrenzen van woningen. Ter plaatse worden twee woningen mogelijk gemaakt. Met deze bouwwijze blijft ook in de toekomst uitzicht gewaarborgd. In de uitgangssituatie is er vanaf de huidige aaneengebouwde woningen sprake van enig indirect zicht vanaf de verdieping op elkaars perceel. Aangezien de beoogde woningen op voldoende afstand van de perceelgrenzen en het bouwvlak worden opgericht ten opzichte van respectievelijk de achtertuinen en de bouwvlakken van bestaande woningen aan de Fop Smitstraat, zal er geen sprake zijn van onevenredige inkijk. De beoogde situatie is inpasbaar in een woonomgeving. In de bijlage is een schets van de bouwmassa en situering van de bestaande en beoogde situatie opgenomen. 3. De huidige bedrijfsloods vormt de erfafscheiding. Er is niet in de tekeningen opgenomen hoe de erfafscheiding in de nieuwe situatie zal worden aangebracht.

Kosten en uitvoering horen bij de projectontwikkelaar te liggen. De gemeente wordt verzocht om dit mee te nemen in de beoordeling van de vergunningaanvraag bouwen.

Het staat reclamant en de nieuwe bewoners vrij om een erfafscheiding op te richten op de perceelgrens. Er is geen aanleiding om deze als verplichting op te nemen in het bestemmingsplan.

4. De huidige Aeriusberekening is onwettig. De vermelde bouwvrijstelling is niet meer van toepassing. Er is een nieuwe rapportage nodig op basis van de (meest actuele) Aerius versie van 26 januari 2023.

Als gevolg van het vernieuwde rekenmodel is een actuele stikstofdepositie opgesteld en toegevoegd aan het voorliggende bestemmingsplan.

5. Er heeft geen communicatie plaatsgevonden met omwonenden behalve de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan. Dit wordt betreurd.

Sinds de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is er een nieuwe eigenaar van de planlocatie. Deze nieuwe eigenaar heeft er voor gekozen om wél in overleg te treden met de omwonenden. Er hebben participatiemomenten plaatsgevonden in juni-september 2025. De indiener van de zienswijze was hierbij ook aanwezig. Uit dit participatiemoment is gebleken dat: • Enkele omwonenden hebben moeite met de inkijk die ontstaat door de te realiseren woningbouw; • Enkele omwonenden vragen zich af hoe om te gaan met de erf scheiding; • De omwonenden zijn content het feit dat de nieuwe eigenaar sinds de aankoop in 2023 goed gecommuniceerd. Middels de input uit het participatiemoment is de initiatiefnemer aan de slag gegaan. Na de participatie is het plan op de volgende punten geoptimaliseerd om de omwonenden tegemoet te komen: • De twee vrijstaande woningen zijn gewijzigd in een compacter plan met een twee-onder-een-kapvolume; • De goothoogte is verlaagd en er is een schuin dakvlak ontworpen. Hierdoor is de bebouwing minder massief naar de omwonenden; • De topgevel is gedraaid (schuindak richting deze omwonenden); • Dakramen in plaats van dakkappelen; • De dakkappelen die blijven worden zo hoog als mogelijk geplaatst; • De bestaande tuinmuur blijft behouden; • Er is een zonnestudie opgesteld.

2.

Anoniem Ontvangen d.d. 8 november 2022

1. De woning is niet onderheid. De kans op schade wordt groot geacht als gevolg van zwaar verkeer en heiwerkzaamheden.

Schade aan omliggende percelen dient voorkomen te worden en is wettelijk geregeld in onder meer hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012. Er zal voor uitvoering een bouwkundige opname worden gedaan.

2. Door de nieuwe bebouwing wordt zonlicht weggenomen in de tuin. De nieuwe woningen geven inkijk op de woonkamer en de kamers op de eerste verdieping.

In de uitgangssituatie is binnen het plangebied een bedrijfsloods aanwezig van ca 550m2 met een bouwhoogte van ca 7m. De loods ligt vrijwel op de perceelsgrens. Daarbij mag het bouwvlak volledig worden bebouwd tot een bouwhoogte van 10 meter ten behoeve van een bedrijfsmatige functie. Deze bestaande bouw-

en gebruiksmogelijkheden zijn onwenselijk in een dicht bebouwd woongebied binnen de bebouwde kom. Als gevolg van de voorliggende functiewijziging naar een woonbestemming ten behoeve van twee woningen, zal een forse (werkelijke en planologische) vermindering van de bouwmogelijkheden worden gerealiseerd. Effecten van schaduwwerking op percelen door de nieuwe bebouwing zijn denkbaar in oostelijke richting (Fop Smitstraat) in de late namiddag en bij lage zonstand. De beoogde woningen bevinden zich op afstand van de perceelgrenzen van de bestaande woningen. Hiermee is sprake van een vergroting van de afstand tussen bebouwing en bestaande woonpercelen ten opzichte van de bedrijfsloods. De maximale toegestane bouwhoogte binnen het plangebied verandert niet in de beoogde situatie. Wel zal door de verkleining van het bouwvlak en de bouwwijze, het bouwvolume in de toekomst sterk afnemen. Daarbij wordt opgemerkt dat in aanliggende achtertuinen diverse bijgebouwen zijn opgericht die bij lage zonstand enige schaduw zullen veroorzaken. Sinds de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is er een nieuwe eigenaar van de planlocatie. Deze nieuwe eigenaar heeft er voor gekozen om wél in overleg te treden met de omwonenden. Er hebben participatiemomenten plaatsgevonden in juni-september 2025. De indiener van deze zienswijze is in de tussentijd echter verhuisd.

Daardoor is men geen belanghebbende meer en is men niet meer meegenomen in de participatie. De nieuwe bewoners zijn geïnformeerd over het plan. 3.

Geanonimiseerd d.d. 9 januari 2023

Het plan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening en er is sprake van het aantasten van het woongenot om de volgende redenen: 1. De toegestane maximale bouwhoogte van 10 meter en een maximale goothoogte van 6,5 meter zijn te hoog. Tevens is onduidelijk wat de

De bouwmogelijkheden voor de beoogde woningen zijn gelijk gehouden aan de bouwmogelijkheden van de bestaande omliggende woningen volgens de geldende bestemmingsplannen ‘Herstelplan Alblasserdam’ en ‘Kloos’. In de uitgangssituatie is ter plaatse reeds grootschalige bedrijfsbebouwing aanwezig op zeer korte afstand van de perceelsgrenzen. Het bouwperceel mag in de uitgangssituatie

uitzondering voor de bouw van een dakopbouw in artikel 3.3.1 precies inhoudt.

volledig worden bebouwd tot een bouwhoogte van 10 meter. De maximale toegestane bouwhoogte verandert niet in de nieuwe situatie. In de nieuwe situatie vindt wel een flinke vermindering plaats van het bouwvolume en het areaal aan verhard oppervlak door een verkleining van het bouwvlak en de in de regels voorgeschreven bouwwijze van de nieuwe woningen.

2. De toegestane maximale bouwhoogte van een bijgebouw bedraagt 4 meter. Op grond van artikel 3.3.2 kan voor een kap op een bijgebouw worden afgeweken naar 7 meter. Een bijgebouw mag binnen en buiten het bouwvlak worden opgericht waardoor er een gebouw tot 7 meter hoog op de perceelsgrens kan worden gerealiseerd.

Voor de bouwregels van bijgebouwen is aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ en ‘Kloos’. Er is geen aanleiding om de bouwregels voor de beoogde woningen aan te passen ten opzichte van de geldende bouwregels voor omliggende woningen. Overigens betreft de mogelijkheid om tot 7 meter hoog te bouwen een afwijkingsbevoegdheid voor het plaatsen van een kap op een bijgebouw. Bij het beoordelen van een dergelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheid moet aangetoond worden dat er sprake zal zijn van een goede ruimtelijke ordening en een zorgvuldige belangenafweging, waarbij ook de invloed op omliggende percelen zal worden betrokken. Voor het oprichten van bijgebouwen gelden naast het bestemmingsplan voldoende regels zoals het Burgerlijk Wetboek die behoud van privacy waarborgen.

3. Artikel 8 geeft de mogelijkheid om 10% af te wijken van het bestemmingsplan. Waarmee aanzienlijke mogelijkheden bestaan om nog hoger te bouwen.

De planregels voor de beoogde ontwikkeling zijn gebaseerd op de geldende regels uit de bestemmingsplannen ‘Herstelplan Alblasserdam’ en ‘Kloos’. De mogelijkheid om af te wijken betreft een gangbare afwijkingsbevoegdheid, bedoeld om kleine afwijkingen via een reguliere omgevingsvergunningprocedure te kunnen beoordelen. Indien een aanvrager gebruik wenst te maken van een dergelijke afwijking is een omgevingsvergunningaanvraag noodzakelijk welke door de gemeente zal worden beoordeeld op een goede ruimtelijke ordening. De stedenbouwkundige inpasbaarheid en mogelijke invloed op omliggende percelen maakt onderdeel uit van deze afweging. Dit geldt ook voor dergelijke aanvragen bij bestaande woningen.

4. Vanuit het bouwvlak is inkijk op de achtertuin en woning mogelijk. Dit is een enorme inbreuk op privacy. Aanpassing van het bestemmingsplan is nodig. Om inkijk te voorkomen is een afschermende groenstrook nodig met groenblijvende heesters van voldoende hoogte. Gevraagd wordt om aanleg en instandhouding van deze groenstrook in de vorm van een voorwaardelijke verplichting en een beplantingsplan op te laten nemen in de planregels.

Het bouwvlak van de woningen zal zich op afstand van de achtertuin van de woningen aan de Fop Smitstraat bevinden. De afstand tussen het bouwvlak van de beoogde woningen en de bouwvlakken van de woningen aan de Fop Smitstraat bedraagt meer dan 16,5 meter. Dit wordt als voldoende beschouwd in een woongebied binnen de bebouwde kom. Het waarborgen van voldoende privacy wordt getoetst op basis van het bouwkundig ontwerp gedurende de bouwaanvraag. Er is geen aanleiding om hierover in het voorliggende bestemmingsplan aanvullende bepalingen op te nemen. Het staat bewoners vrij om een erfafscheiding al dan niet in combinatie met groen aan te leggen.

5. De nieuwe woningen blokkeren het uitzicht en er zijn mogelijkheden om bijgebouwen tegen de perceelgrens aan te bouwen. Als oplossing wordt het ter beschikking stellen van grond aan reclamant voorgesteld.

De maximaal toegestane bouw- en goothoogte veranderen niet ten opzichte van de geldende planologische bouwmogelijkheden van de bedrijfsbestemming. Met de beoogde functiewijziging naar wonen ten behoeve van twee woningen op een grotere afstand van de perceelsgrens, vindt een extensivering van bouwvolume en een vermindering van het verhard oppervlak plaats. Met het ter beschikking stellen van grond zou de afstand van het perceel van reclamant tot de beoogde hoofdgebouwen worden verkleind. Het verschuiven van perceelsgrenzen heeft geen invloed op de mogelijkheid om bijbehorende bouwwerken tegen de perceelsgrens te kunnen bouwen.

6. Schaduwhinder op het perceel tast woongenot en beplanting aan. Er is onderzoek nodig naar schaduwwerking en een aanpassing aan het plan om schaduwhinder zoveel als mogelijk te voorkomen

Gezien de oriëntatie en de situering van de woningen kunnen effecten door schaduwwerking met name in oostelijke richting worden verwacht. Uitgaande van een forse vermindering van de bouwmogelijkheden ten opzichte van de uitgangssituatie, de bouwwijze van de nieuwe woningen en de grotere afstand van de nieuwe bebouwing tot de oostelijke perceelsgrens kan worden aangenomen dat er geen sprake zal zijn van onevenredige hinder. Enige aanvullende schaduwwerking gedurende korte perioden van de dag bij lage zonstand in de namiddag als gevolg van bebouwing op aanliggende percelen kan in zijn algemeenheid als gevolg van de ligging in een woonwijk niet geheel worden voorkomen. Dat wil niet zeggen dat er sprake zou zijn van een onevenredige situatie. Daarbij wordt opgemerkt dat schaduwwerking ook optreedt door bijgebouwen in achtertuinen.

Er is geen aanleiding om in het bestemmingsplan bijzondere aanvullende bepalingen op te nemen ten aanzien van schaduwwerking. Om de zorgen van de indiener van ze zienswijze weg te nemen is een zonnestudie opgesteld. 7. Voorgesteld wordt om samen met de gemeente mee te denken over een andere oplossing. Een oplossing is een bestemmingsplan waarin door middel van een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat: - Dichte groenstrook met groenblijvende heesters met voldoende hoogte wordt gerealiseerd; - Bouwhoogte van hoofdgebouwen wordt verlaagd naar 7,5m - Bouwhoogte van bijgebouwen wordt verlaagd naar 2,5 meter; - Bijgebouwen niet binnen 3m van de voorste perceelgrens mogen worden gebouwd. Verzocht wordt verder: - Het uitvoeren van een bezonningsstudie naar schaduwhinder; - Verschuiven bouwvlak naar links met enkele meters

Er is geen aanleiding om in het voorliggende bestemmingsplan voorwaardelijke verplichtingen op te nemen die de bouw- of goothoogte, afstand tot de perceelsgrens of de realisatie van een groenstrook verplichten. Er is sprake van een in een woonwijk inpasbare situatie. Daarbij weegt mee dat de gebruiks- en bouwmogelijkheden ten opzichte van de planologische mogelijkheden sterk zullen verminderen wat voor de lange termijn het woongenot ten goede komt.

Sinds de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is er een nieuwe eigenaar van de planlocatie. Deze nieuwe eigenaar heeft er voor gekozen om wél in overleg te treden met de omwonenden. Er hebben participatiemomenten plaatsgevonden in juni-september 2025. De indiener van de zienswijze was hierbij ook aanwezig. Uit dit participatiemoment is gebleken dat: • Omwonenden vragen zich af hoe wordt omgegaan met de erfafscheiding; • Omwonenden zijn content het feit dat de nieuwe eigenaar sinds de aankoop in 2023 goed gecommuniceerd. Middels de input uit het participatiemoment is de initiatiefnemer aan de slag gegaan. Na de participatie is het plan op de volgende punten geoptimaliseerd om de omwonenden tegemoet te komen:

• •

• • • • • •

De twee vrijstaande woningen zijn gewijzigd in een compacter plan met een twee-onder-een-kapvolume; De goothoogte is verlaagd en er is een schuin dakvlak ontworpen. Hierdoor is de bebouwing minder massief naar de omwonenden; De topgevel is gedraaid; Dakramen in plaats van dakkappelen; De dakkappelen die blijven worden zo hoog als mogelijk geplaatst; De erfafscheiding kan in overleg met de toekomstige bewoners worden bepaald; Er is een zonnestudie opgesteld; Er is een intentie een stukje grond te verkopen aan de indieners van de zienswijze.

Overlegreacties 4.

Waterschap Rivierenland Ontvangen d.d. 14 december 2022

1. De opmerkingen op het ontwerpplan zijn op de juiste wijze verwerkt. Het plan geeft geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. Voor de uitvoering van het plan is een watervergunning vereist.

Voor kennisgeving aangenomen

Ambtshalve wijzigingen

In het vastgestelde bestemmingsplan zijn de volgende ambtshalve wijzigingen opgenomen. Er zijn aanpassingen gedaan naar aanleiding van de overname van de locatie door een nieuwe eigenaar, naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en naar aanleiding van participatie met de omwonenden. Dit alles met als doel een betere uitvoering van het plan teweeg te brengen. Toelichting en bijlagen

-

-

Planregels en verbeelding

-

-

De toelichting is ambtshalve tekstueel aangepast en geactualiseerd naar aanleiding van de overname van de locatie door een nieuwe eigenaar (daardoor ook diens planologisch adviseur) en de optimalisatie van het plan van twee vrijstaande woningen naar een twee-onder-een-kapvolume. De inhoud en de conclusies zijn (grotendeels) gelijk gebleven; In de bijlagen van de toelichting zijn het planontwerp (tekeningen), het akoestisch onderzoek, de ecologische quickscan en de stikstofberekening geactualiseerd. Tevens is een zonnestudie toegevoegd. De conclusies van de onderzoeken zijn gelijk gebleven. In de planregels en verbeelding zijn tevens aanpassingen gedaan naar aanleiding van de optimalisatie van het plan van twee vrijstaande woningen naar een twee-onder-een-kapvolume. Dit betreffen aanpassingen aan het bouwvlak en de bouwaanduiding; De begrippen huishouden en wonen zijn geactualiseerd op basis van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening wonen en parkeernormen’ uit 2023.

Plangebied Fop Smitstraat 48

Enkelbestemmingen W

Wonen

Dubbelbestemmingen WR-A6

Waarde - Archeologie 6

Gebiedsaanduidingen overige zone - beschermd dorpsgezicht vrijwaringszone - dijk 1

Bouwvlakken bouwvlak

Bouwaanduidingen [tae]

WR-A6

twee-aaneen

Maatvoeringen

2

2

maximum aantal wooneenheden

W [tae]

Gemeente Alblasserdam "Fop Smitstraat 48" NL.IMRO.0482.BPFopSmitstr48-VG01 Schaal: Status: Datum:

1:500 Vaststelling 05-03-2026

Toelichting bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48’

Toelichting bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48’

Opgesteld door: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44 2967GB Langerak Identificatie: NL.IMRO.0482.BPFopSmitstr48-VG01 Datum: 09-03-2026

2

Inhoud 1.

2.

3.

4.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doel ...................................................................................... 5

1.2

Locatie ........................................................................................................ 5

Planbeschrijving ....................................................................................................................... 7 2.1

Gebiedsanalyse ........................................................................................... 7

2.2

Stedenbouwkundige randvoorwaarden ........................................................ 9

2.3

Beoogde situatie ....................................................................................... 10

Beleidskader............................................................................................................................ 13 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 13

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 15

3.3

Regionaal beleid ....................................................................................... 17

3.4

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 19

Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 23 4.1

Cultuurhistorie en archeologie .................................................................. 23

4.2

Duurzaam bouwen.................................................................................... 25

4.3

Geluid ....................................................................................................... 26

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 28

4.5

Bedrijven en milieuzonering ...................................................................... 30

4.6

Bodem ...................................................................................................... 31

4.7

Flora en fauna........................................................................................... 33

4.8

Water ........................................................................................................ 35

4.9

Externe veiligheid ..................................................................................... 39

4.10 Technische infrastructuur ......................................................................... 43 4.11 Vormvrije MER-beoordeling ....................................................................... 44 4.12 Provinciale milieubelangen........................................................................ 46 5 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 47 6 Juridische planbeschrijving .................................................................................................. 48 6.1

Inleiding ................................................................................................... 48

6.2

Bestemmingen .......................................................................................... 48

7 De procedure .............................................................................................................................. 49 7.1 Reacties vooroverleg .................................................................................... 49 7.2 Zienswijzen .................................................................................................. 49

3

Bijlage Omschrijving 1 Tekeningen, impressies, zonnestudie 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 3 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek (incl. asbest) 4 Ecologische quickscan 5 Stikstofdepositieonderzoek 6

Nota van Beantwoording

7

Nota van Zienswijzen

Auteur Bureau Rozendaal De Roever Omgevingsadvies Inventerra

Referentie 25070

Datum 20-03-2025

Blom Ecologie De Roever Omgevingsadvies Gemeente Alblasserdam Gemeente Alblasserdam

2025-1943 15-01-2026 20251690.v01 22-01-2026

20251691.v01 19-02-2026 20-2393R01JV

23-04-2021

-

-

-

-

4

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel De planlocatie is gelegen aan de Fop Smitstraat 48, 2953 XG in Alblasserdam. Binnen het planperceel is in de uitgangssituatie een bedrijf gevestigd in achtererfgebied van een woonlint. De omgeving van het planperceel heeft hoofdzakelijk een woonfunctie. De initiatiefnemer wenst de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en binnen het plangebied twee woningen te realiseren. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ uit 2015 van kracht (nu tijdelijk onderdeel van het Omgevingsplan). Het oprichten van woningen binnen de geldende bedrijfsbestemming is niet mogelijk volgens de regels van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan in de beoogde functiewijziging kan worden voorzien. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, zal het geldende bestemmingsplan moeten worden gewijzigd. Het initiatief is reeds overlegd met de gemeente Alblasserdam. Per brief van 10 augustus 2021 heeft de gemeente via een beoordeling van een concept omgevingsvergunningaanvraag (Z-21-386606) aangegeven dat ze in principe en onder voorwaarden bereid is om aan de beoogde ontwikkeling medewerking te verlenen. Inmiddels heeft het ontwerpbestemmingsplan in 2022-2023 ter inzage gelegen.

Sindsdien heeft de locatie een nieuwe eigenaar verkregen en is mede naar aanleiding van de zienswijzen besloten om het plan te optimaliseren van twee vrijstaande woningen naar een twee-onder-een-kapvolume (zie ook paragraaf 2.3 & 7.2). Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging naar een woonbestemming waardoor de realisatie van een twee-onder-een-kapvolume planologisch mogelijk wordt. Op basis van een vastgesteld bestemmingsplan kunnen de benodigde vergunningen/meldingen voor de bouw van de woningen worden verleend. In onderliggende toelichting worden de plannen beschreven en worden de milieukundige en ruimtelijke randvoorwaarden beoordeeld.

1.2 Locatie De planlocatie bevindt zich aan de noordwestzijde van de kern Alblasserdam. Kadastraal is de locatie bekend als Alblasserdam, sectie A, nummer 7062. Het planperceel bedraagt circa 715 m2. Op onderstaande kaart wordt de bestaande situatie van het plangebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.

5

Afbeelding 1: Kadastraal perceel

6

2.

Planbeschrijving

2.1 Gebiedsanalyse De Alblasserwaard is vanwege de bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden aangewezen als Belvedèregebied en TOP-gebied. Het molencomplex van Kinderdijk heeft een status als Unesco-werelderfgoed en kroonjuweel. Kenmerkend voor het cultuurhistorische karakter zijn de structuren van waterlopen, linten, kades, dijken en weteringen. Van oudsher bevindt de bebouwing in het gebied zich tussen de dijk en de wetering. Karakteristieke landschappelijke elementen in het gebied zijn: het contrast tussen de landschappelijke openheid, graslanden, het fijnmazige slotenpatroon en de historische bebouwingsstructuren. De ontstaansgeschiedenis van de kern Alblasserdam hangt sterk samen met de watergerichte bedrijvigheid in de omgeving. De ligging van de kern aan het water maakte dat Alblasserdam regelmatig onder water liep. Sinds de aanleg van de poldermolens van de Kinderdijk, later vervangen door gemalen, is de kern beschermd tegen overstromingen. De Noord en de Lek vormen bij Ridderkerk de Nieuwe Maas. De Noord is een belangrijke verbindingsroute voor binnenscheepvaart tussen de haven van Rotterdam en het achterland. Van oudsher is in Alblasserdam veel scheepvaart gevestigd geweest. Door de ligging aan de rivier was de kern een interessante vestigingsplaats voor industrie. De kern Alblasserdam is ontstaan op een dam aan de rivier de Alblas.

Het historische stratenpatroon volgt de stroomgordel van de Noord en de Alblas. Alblasserdam kent twee historische kernen: aan de Dam ontstonden handelsactiviteiten en rond de kerk aan de Kerkstraat ontstond een bebouwingskern. Het gebied rondom de Dam is uitgegroeid tot stedelijk industriegebied met voorzieningen en maritieme bedrijvigheid. Rond de Kerkstraat heeft zich een dijkdorp ontwikkeld met bijbehorende bebouwing en kleinschalige voorzieningen. Alblasserdam is één van de weinige dijkdorpen binnen de Drechtsteden waar het historische karakter herkenbaar bewaard is gebleven. Als gevolg van gevechten in 1940 is een deel van het historisch centrum verwoest. De bebouwing aan de Kerkstraat en de dijkbebouwing langs de Noord zijn grotendeels bewaard gebleven. Het historische deel van Alblasserdam is aangemerkt als beschermd dorpsgezicht. De kern heeft een kleinschalige, groene en dorpse structuur. Binnen de kern Alblasserdam zijn woonfuncties, voorzieningen en bedrijvigheid overwegend ruimtelijk van elkaar gescheiden. Er vindt weinig functiemenging plaats. Alleen langs de historische dijklinten zijn een aantal bedrijven gevestigd tussen de woonfuncties. Binnen de kern werd hoofdzakelijk langs de dijken verder uitgebreid. Er werd vrijwel uitsluitend vrijstaand gebouwd.

Hierdoor ontstond een open bebouwingsstructuur met bebouwde dijklinten en veel zichtlijnen naar dijk, rivier en polderlandschap. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft verdichting plaatsgevonden en zijn meer projectmatige uitbreidingswijken buiten de dijkstructuur gerealiseerd. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Alblasserdam, achter het dijklint West-Kinderdijk. Het plangebied maakt onderdeel uit van de woonwijk ‘NieuwKinderdijk’. De wijk is één van de eerste uitbreidingswijken van kern buiten de historische lintstructuur uit de jaren ’30-’50. Het perceel ligt op de grens tussen het 7

historische dijklint aan de West-Kinderdijk aan de zuidwestzijde en de uitbreidingswijk ‘Nieuw-Kinderdijk’ aan de noordoostzijde. Binnen het planperceel is sinds omstreeks 1950 bedrijfsbebouwing aanwezig. Het bedrijfsterrein bevindt zich aan de achterzijde van de huidige rijwoningen, op het achter terrein van de woning aan de Fop Smitstraat, en wordt ontsloten door middel van een eigen uitrit naar de Fop Smitstraat. Volgens het bestemmingsplan zijn binnen het bedrijfsgebouw activiteiten toegestaan met een lichtere milieubelasting (maximaal milieucategorie 2). De aanliggende dijkstructuur is aangemerkt als beschermd dorpsgezicht. Op de dijk liggen historische vrijstaande woningen met diepe achtertuinen. Met het herontwikkelen van een grootschalige bedrijfsbestemming naar een woonfunctie in een dorpse woonwijk wordt aangesloten op de functies en structuur van de omgeving.

Afbeelding 2: Omgeving plangebied

8

Afbeelding 3: Situatie door de tijd

2.2 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Centraal in het stedenbouwkundige beleid staat dat de huidige karakteristiek en de bestaande kwaliteiten van het landschap behouden blijven. De belangrijkste structuurbepalende randvoorwaarden van het gebied zijn vastgelegd in de ‘Structuurvisie Alblasserdam 2040’ en de ‘Welstandsnota Alblasserdam’ uit 2014. De stedenbouwkundige karakteristiek van de kern Alblasserdam wordt grotendeels bepaald door de ligging tussen rivier en polder. Het historische dijklint en de historische woonkern rondom de Kerkstraat hebben een groene en dorpse structuur. Dit deel van de kern is aangemerkt als Beschermd dorpsgezicht. Voor deze gebieden zijn bijzondere welstandscriteria (‘standaard-plus’) van toepassing waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. Het karakter van het kleinschalige en historische dorp aan de rivier met doorzichten naar het achterland is de belangrijkste structuurdrager. Het planperceel bevindt zich in de eerste uitbreidingswijk van de historische kern. Dit deel ligt buiten het beschermd dorpsgezicht. Voor de woonwijk geldt het ‘standaard’ welstandsniveau. In het welstandsbeleid is per wijk beschreven welke elementen de stedenbouwkundige samenhang van de wijk vormen. Het plangebied maakt onderdeel uit van een collectieve buurt ‘Nieuw Kinderdijk’ bestaande uit arbeiderswoningen opgericht omstreeks 1930 - 1950.

Kenmerkend voor de buurt is de ruimtelijke samenhang van bebouwing. De samenhang bestaat uit een stedenbouwkundige structuur met smalle straten, ondiepe voortuinen, weinig openbaar groen, detaillering in de toegepaste architectuur waarin de rijstructuur wordt benadrukt. Nieuwe bebouwing dient aan te sluiten bij het bestaande bebouwingsritme van detaillering, bouwvorm, massa en dakvlak van omliggende woningen. Uit de kenmerkende structuur volgen regels per wijk waar een ontwerp 9

voor nieuwe bouwwerken aan wordt getoetst. Belangrijke bepalende stedenbouwkundige elementen zijn onder meer: open hoeken, smalle straten, zadeldaken, rode keramische pannen, lange lijnen in het straatbeeld, sober en functioneel gevelbeeld. Specifiek voor de wijk ‘Nieuw- Kinderdijk’ is daaraan toegevoegd: smalle straten met Delftse stoepen, lange lijnen in het straatbeeld, zadeldaken met rode of grijze keramische dakpannen. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze dienen aan te sluiten bij bestaande halfopen bouwblokken en de architectonische karakteristiek. Nieuwe bebouwing dient daarbij de ritmiek van schoorstenen en dakkapellen aan te houden en aan te sluiten bij de bestaande plasticiteit. Aanbouwen of bijgebouwen in zijstroken op koppen van rijen worden niet toegestaan. Door aan te sluiten op de welstandcriteria uit het beeldkwaliteitsplan wordt de inpasbaarheid van een ontwikkeling binnen de karakteristiek van het landschap geborgd. In de volgende paragraaf worden de welstandcriteria in relatie tot de beoogde ontwikkeling nader uiteengezet.

2.3 Beoogde situatie Voor de ontwikkeling is een planstudie opgesteld waarin de twee woningen in de vorm van een twee-onder-een-kapvolume zijn weergegeven. Met de inrichtingsschets is op de volgende wijze invulling gegeven aan de algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria voor de collectieve woonwijk ‘Nieuw-Kinderdijk’. Situering De planlocatie bevindt zich ten westen van de in de jaren ’50 gerealiseerde woonstraat Fop Smitstraat met samenhangende rijbebouwing en ten oosten van het historische dijklint aan de West- Kinderdijk. De dijken zijn de belangrijkste structuurdragende landschapselementen in het gebied. De bebouwingsstructuur van het dijklint bestaat uit woningen met veel doorzichten en ruime achtertuinen. De bebouwing aan het dijklint Oost-Kinderdijk varieert sterk in architectuur en detaillering. De bebouwing aan de aanliggende arbeiderswijk ‘Nieuw-Kinderdijk’ kenmerkt zich door lange lijnen en functionele architectuur. Met de realisatie van een twee-onder-een-kapvolume wordt een logische overgang tussen het dijklint met overwegend individuele vrijstaande woningen en de collectieve woonwijk gerealiseerd. Door de bouwwijze worden de voor het dijklint kenmerkende doorzichten van en naar de dijk teruggebracht. Waar de kolossale bedrijfsloods hier momenteel afbreuk aan doet.

Met de situering aan de voorzijde van de kavel (‘Delftse stoep’) en de aanleg van een gedeeld voorerf wordt aangesloten bij de karakteristiek van de collectieve woonwijk ‘Nieuw-Kinderdijk’. Hoofdvormen van het bouwwerk De woningen sluiten aan op de aanliggende bebouwing aan het dijklint. Met de functionele vormgeving, oriëntatie en kleurgebruik wordt aangesloten bij aan de aanliggende woningen aan de Fop Smitstraat. De nieuwe bebouwing beschikt over een bouwlaag en een kap. De beoogde bouwhoogte en goothoogte passen binnen de maximale maatvoering van het bestemmingsplan.

10

Gevelaanzicht Met het aanzicht van de woningen wordt onder meer wat betreft de geleding van de gevel aangesloten op de bebouwingskarakteristiek van de aanliggende collectieve woonwijk. Materialisatie, detaillering en uitvoering In kleur- en materiaalgebruik en in detaillering wordt aangesloten bij de omgevingskarakteristiek van de aanliggende collectieve woonwijk. Er is sprake van een ingetogen vormgeving en een landelijke uitstraling. Binnen het terrein wordt een collectief woonerf gerealiseerd. Door de herontwikkeling van een bedrijfsperceel naar een woonperceel met tuin vindt een uitbreiding plaats van het areaal groen en neemt de bebouwde oppervlakte af. De aard van de ontwikkeling leidt tot een meerwaarde voor groen en de waterhuishouding.

Afbeelding 4: Nieuwe situatie

Verkeer en parkeren In de beoogde situatie zal de aanbouw van de bestaande woning aan de Fop Smitstraat 48 worden gesloopt. Hierdoor zal in de beoogde situatie geen sprake zijn van een uitkragende luifel en vervalt de huidige tweede toegangsdeur naar de woning op de toekomstige perceelsinrit. Op eigen perceel zullen 4 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. Binnen het collectieve woonerf is voldoende ruimte om te keren. Het gedeelte vóór de voorgevels van de woningen wordt gerealiseerd als privaat terrein. De verkeersgeneratie als gevolg van de herontwikkeling van een bedrijfsfunctie naar een woonfucntie voor twee woningen is marginaal en inpasbaar in het heersende verkeersbeeld.

11

Conclusie Met het inrichtingsplan wordt betreft de situering en oriëntatie van bebouwing aangesloten bij de algemene welstandscriteria en aanvullende gebiedscriteria voor de woonbuurt ‘Nieuw-Kinderdijk’. De detaillering, kleur- en materiaalgebruik zal eveneens aansluiten op de omgevingskarakteristiek. Het realiseren van de woningen conform de planstudie past binnen de voorwaarden uit het welstandsbeleid.

12

3.

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen, geeft richting op vier prioriteiten en maakt keuzes. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De ontwikkeling van twee woningen binnen de bebouwde kom van Alblasserdam is kleinschalig van aard en is niet strijdig met het Rijksbelang. De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.

3.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening heeft de minister voor een beperkt aantal onderwerpen algemene regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden. Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op één van de nationale belangen uit de ruimtelijke hoofdstructuur. De beoogde ontwikkeling maakt de ontwikkeling

13

van een tweetal woningen mogelijk binnen de bebouwde kom. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1 lid 6 Bro. Ter hoogte van het plangebied gelden bouwbeperkingen voor de aanleg van hoge bouwwerken (boven de 90 meter t.o.v. NAP) als gevolg van de werking van militaire radarstations. Binnen het plangebied worden geen hoge bouwwerken mogelijk gemaakt.

14

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Vanaf 1 april 2019 zijn de Zuid- Hollandse Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening in werking getreden. Binnen het huidige omgevingsbeleid is het sectorale beleid samengevoegd in één digitaal raadpleegbaar systeem. In de Omgevingsverordening vinden de ruimtelijke structurele beleidsopgaven uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd augustus 2021) doorwerking. De centrale doelstelling van het provinciale omgevingsbeleid bestaat uit het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De kwaliteit van het landschap kan worden bepaald op basis van een aantal beoordelingsniveaus. Dit zijn de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. In de provinciale kwaliteitskaart worden deze samengevat in één integrale kaart. Voor het hele grondgebied uiteengezet welke kenmerken (richtpunten) belangrijk zijn voor een gebied. De gebiedsprofielen bieden een handvat om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling is. Afhankelijk van de invloed van een ontwikkeling op de bestaande gebiedsidentiteit en er sprake is van ‘inpassen’, ‘aanpassen’ of ‘transformeren’, zijn er mogelijk aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de gebiedskwaliteit te versterken.

Het plangebied bevindt zich in het bestaand stad- en dorpsgebied. Het verstedelijkingsbeleid van de provincie is gericht op een concentratie van bebouwing en voorzieningen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Door het bundelen van investeringen in het stedelijk gebied, blijft de kwaliteit behouden en versterkt. De provincie beoogt om het bestaande stads- en dorpsgebied beter te benutten door middel van verdichting, herstructurering en transformatie. Tegelijkertijd streeft de provincie naar het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving binnen de bebouwde ruimte. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn op basis van de Omgevingsverordening mogelijk na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Aan een ontwikkeling dient ook op regionale schaal zowel in kwantitatieve en kwalitatieve zin behoefte te zijn. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een bestaande stedelijke structuur dienen bij te dragen aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Ontwikkelingen dienen te passen binnen de met elkaar samenhangende ruimtelijke elementen en functies die het gebied in de loop der tijd hebben vormgegeven en de karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. De kern Alblasserdam is een groen en besloten dijkdorp in een open rivierdeltalandschap. Het dijklint vormt een belangrijk structuurbepalend element voor de opbouw van de huidige kern.

Het plangebied maakt volgens de Omgevingsvisie Zuid- Holland onderdeel uit van het bestaand Stads- en dorpsgebied. Beleidsuitgangspunten voor dergelijke gebieden zijn het behouden en versterken van de ruimtelijke karakteristiek. De omgeving van het plangebied heeft een compacte en kleinschalige, dorpse karakteristiek.

15

Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bedrijfslocatie binnen een woongebied gesaneerd en getransformeerd in een woonfunctie. De beoogde ontwikkeling past wat betreft de aard en schaal in de bestaande structuur. Er worden immers lintwoningen gerealiseerd, als inbreidingslocatie binnen een woongebied. Er is sprake van een ontwikkeling welke inpasbaar is in de bestaande karakteristiek (kwaliteitscategorie: ‘inpassen’). De wijze waarop met de planstudie is aangesloten op de omliggende bebouwingsstructuur, is reeds uitvoerig beschreven in hoofdstuk 2. Ter hoogte van het plangebied zijn geen bijzondere beschermingscategorieën van toepassing zoals de zogenaamde gebieden met topkwaliteit (EHS, Natura 2000 of cultuurhistorische kroonjuwelen) of bijzondere natuurwaarden. Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling binnen de bebouwde kom. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. De beoogde woningen passen binnen de regionale woningbouwafspraken, zoals in de navolgende paragraaf wordt behandeld.

Afbeelding 5: Uitsnede Kwaliteitskaart

16

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale ruimtelijke strategie Drechtsteden Op 14 januari 2014 is de geactualiseerde structuurvisie ‘Ruimtelijke strategie Drechtsteden’ vastgesteld. De strategie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de Drechtsteden. Hierbij staan 6 thema’s centraal: aantrekkelijk leefklimaat, economische ontwikkeling, externe veiligheid, klimaatadaptie, bereikbaarheid en duurzaamheid. In de ruimtelijke strategie wordt Alblasserdam beschreven als een karakteristiek dijkdorp tussen rivier en polder. Het dorpse karakter is relatief goed bewaard gebleven. De beoogde ontwikkeling voorziet in het versterken van een aantrekkelijk leefklimaat door de bijdrage van het plan aan het ontwikkelen van een dorps woonmilieu in het bestaande dijkdorp. Met de uitvoering van de woningen zal zo veel mogelijk worden uitgegaan van duurzaam bouwen. 3.3.2 Regionale Woonvisie 2017-2031 In de regionale groeiagenda Drechtsteden 2030 is door 7 samenwerkende gemeente uit de regio een regionale investeringsagenda opgesteld voor gebiedsontwikkelingen. Centraal in het beleid staat dat de Drechtsteden functioneren als één stedelijk gebied met één woningmarkt. De agenda is opgebouwd uit de sleutels: goed wonen, goede bereikbaarheid en goed werken met duurzaamheid, kwaliteit en innovatie als verbindend element.

Centraal in de programmalijn Transformatie Woonmilieus staat het ontwikkelen van de Drechtsteden als aantrekkelijke woonregio. De centrale doelstelling van het regionale woonbeleid is het realiseren van een aantrekkelijk woonmilieu. Met de ambities uit de Regionale woonvisie wordt tevens verdere invulling gegeven aan de ambities uit de ‘Groeiagenda Drechtsteden 2030’. In de Drechtsteden is behoefte aan groen- en blauwstedelijk, dorps en landelijk wonen. Sinds het economisch herstel vanaf 2015 en de daaruit voortkomende groeiende vraag naar woningen heeft de regio ook een kwantitatieve opgave waarbij invulling wordt gegeven aan de regionale woonbehoefte. Tot 2031 wordt op basis van demografische en economische ontwikkelingen en trends rekening gehouden met een autonome groei 9.560 huishoudens (woonbehoefteonderzoek RIGO 2017). In de nieuwbouwopgave wordt tevens ingespeeld op het huidige tekort aan passende woningen in de omliggende grote steden. Uit het woonbehoefteonderzoek blijkt dat er regionaal een grotere vraag is naar koopwoningen en eengezinswoningen. Bij nieuwbouwplannen in de koopsector wordt met name ingezet op het ontwikkelen van voldoende aanbod in het duurdere segment (>€300.000).

Door de realisatie van aantrekkelijke en onderscheidende woonmilieus in het duurdere segment, wordt de uitstroom van hogere inkomens beperkt, worden nieuwe koopkrachtige huishoudens aangetrokken en wordt de doorstroming binnen de regionale woningmarkt gestimuleerd. Het regionale woningbouwbeleid geeft invulling aan de prognose door in de periode tot 2031 zo’n 15.000 extra woningen te realiseren naast de autonome groeiopgave. In het woningbouwbeleid is tevens de ambitie opgenomen om de bebouwde omgeving in 2035 energieneutraal gerealiseerd te hebben. Gemeenten stellen binnen de kaders van de regionale woonvisie een lokale uitvoeringsparagraaf op. Met de beoogde kleinschalige ontwikkeling worden woningen binnen het midden/hogere segment gerealiseerd. De locatie is goed ontsloten en ligt binnen een 17

aantrekkelijk woongebied. De woningen grenzen aan het historische beschermde dorpsgezicht van Alblasserdam, tussen de groene zones van het Rijzenwiel en de Kattenwaal. De woningen hebben aan de achterzijde zicht op de West-Kinderdijk. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan het versterken van een aantrekkelijk dorps woonmilieu. Het plan draagt bij aan de doorstroming binnen de lokale woningmarkt.

18

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Alblasserdam 2040 De Structuurvisie Alblasserdam 2040 is vastgesteld op 29 oktober 2013 en vormt het ruimtelijke beleidskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente tot 2040. De structuurvisie is opgebouwd uit een beschrijving van het profiel van de gemeente, een beschrijving van de lange termijn ruimtelijke opgaven en ambities welke zijn vertaald in bijbehorende ontwikkelstrategieën. De structuurvisie vormt het ruimtelijke toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. In de gemeente Alblasserdam worden geen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen voorzien. Het uitgangspunt van de visie is het behoud en de versterking van het profiel van een ‘bedrijvig Hollands dijkdorp’. Bepalend voor de gemeente is de ligging tussen rivier en polderlandschap. Het dorp Alblasserdam heeft hierdoor twee gezichten (‘januskop’): enerzijds een stedelijk deel met voorzieningen en maritieme bedrijvigheid en anderzijds een kleinschalig en groen polderdorp. Belangrijke ambities voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn: het behoud van de lintstructuur, het ontwikkelen van hoogwaardige dorpsranden en het versterken van het contact met de rivier. Bij nieuwbouw wordt ingezet op het vergoten van de variatie in woningtypen en onderscheidende leefmilieus.

Voor de ontwikkelingen van toekomstige woningen binnen de kern zijn leefmilieus gedefinieerd die van elkaar verschillen in de mate van functiemenging. Om de kern toekomstbestendig te houden, dienen nieuwe ontwikkelingen bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefbaarheid in de woongebieden. Door aan te sluiten op de karakteristiek van de dorpse leefmilieus wordt bijgedragen aan het aangenaam wonen binnen de gemeente.

Afbeelding 6: Uitsnede Leefmilieus: ‘Rustig groen’ (plangebied rood omcirkeld

Het plangebied maakt onderdeel uit van het leefgebied ‘rustig groen’ en grenst aan het ‘suburbaan woonmilieu’. Kenmerkend is de combinatie tussen wonen, groen en water. Tevens grenst het plangebied aan het beschermd dorpsgezicht van Alblasserdam. Onderdeel van deze historische stedenbouwkundige structuur zijn de dijken met historische dijkbebouwing, de wielen, landschappelijke zichtlijnen en de historische kern. De omgeving van het plangebied kent weinig functiemenging. De 19

beoogde realisatie van twee koopwoningen langs de West-Kinderdijk, sluit in aard, schaal en bouwwijze aan op de bestaande structuur van de omgeving. 3.4.2 Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031 Met de Nota Wonen 2012-2020 werd een uitwering gegeven aan de doelstellingen uit de regionale Woonvisie Drechtsteden. De Drechtsteden benaderen de regio als een gezamenlijke woningmarkt en één stedelijk gebied. In mei 2019 is het lokale woningbouwbeleid van Alblasserdam geactualiseerd in het uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031. Op lokaal niveau is sprake van een autonome huishoudensgroei van circa 490 huishoudens. De plancapaciteit tot 2017 sluit reeds voldoende aan bij de te verwachten autonome groei. Op regionaal niveau is afgesproken dat alle gemeenten tevens invulling geven aan de gewenste bovenlokale kwalitatieve opgave. Regionaal is een overcapaciteit van 40% besproken om uitval van plannen te compenseren. Voor Alblasserdam is van belang dat met de groeiopgave ook in het behoud van het dorpse en groene karakter en een goede bereikbaarheid behouden blijven. In kwalitatief opzicht is behoefte aan eengezinswoningen (koop) in het duurdere segment (>300.000). Door koopkrachtige huishoudens aan te trekken, ontstaat een meer evenwichtige bevolkingsopbouw en een breder draagvlak voor voorzieningen.

De realisatie van aantrekkelijke woonmilieu’s gericht op meer koopkrachtige huishoudens voorkomt uitstroom van deze inkomensgroep en brengt een regionale verhuisketen op gang. De ontwikkeling van duurdere woningen op onderscheidende locaties wordt gezien als een hefboom voor sociaaleconomische groei. Onderliggende bestemmingsplan voorziet in een planologisch kader op basis waarvan twee gezinswoningen gerealiseerd kunnen worden. De woningen vallen onder het midden-/duurdere koopsegment. De locatie is goed ontsloten, ligt bij de dijk, in een groene omgeving en grenst aan het beschermd dorpsgezicht van de kern. Het ontwikkelen van koopwoningen is passend op de locatie. Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan een evenwichtige bevolkingssamenstelling en het ontwikkelen van een aantrekkelijk woonmilieu. 3.4.3 Energiestrategie ‘Drechtsteden, Energieneutraal 2050’ Met de regionale energiestrategie wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsambities uit de Groeiagenda 2030. Verbindende thema’s uit de groeiagenda zijn: duurzaamheid, kwaliteit en innovatie. In het toekomstperspectief wordt beschreven op welke wijze de Drechtsteden energieneutraal kunnen worden en wat dit betekent voor de regionale werkgelegenheid. Het toekomstperspectief is uitgewerkt in bouwstenen. Doelstelling voor de Drechtsteden is om in 2050 volledig energieneutraal te zijn.

Voor de gebouwde omgeving wordt een snellere transitie voorgenomen: namelijk energieneutraal in 2035. Door de uitfasering van het gebruik van fossiele brandstoffen, energiebesparing en het gebruik van duurzame bronnen, wordt de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd. De gevraagde aanpassingen aan de bebouwde omgeving creëren lokale arbeidsplaatsen en hebben daarmee ook lokale sociaal-economische opbrengsten. De beoogde woningen worden gasloos gerealiseerd zoals het Bouwbesluit inmiddels voorschrijft. Tijdens de bouw wordt zoveel mogelijk uitgegaan van het gebruik van duurzame bouwmaterialen en energiebesparing.

20

3.4.4 Bestemmingsplan De planologische kaders voor de locatie zijn vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ (vastgesteld 31 maart 2015). Dit bestemmingsplan is tijdelijk onderdeel van het Omgevingsplan. Aan de planlocatie is de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend met een bouwvlak ter hoogte van de bestaande bedrijfsbebouwing (zie afbeelding 7). Tevens geldt ter plaatse de dubbelbestemmingen ’Waarde- Archeologie 6’ ter bescherming van archeologische waarden in de ondergrond. Binnen de geldende bestemming zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan uit maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten uit bijlage 1 van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/836/documents/18929