Voorstel Ruigenhil - beëindiging actieve verwervingsfase woningen / intrekking gem. voorkeursrecht bedrijfsperceel / begrotingswijziging structurele lasten beheer - Voorstel.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering: 30 september 2025 Datum B&W: 2 september 2025 zaaknummer: 2025-0079576
Portefeuillehouder: Frederik de Gier Auteur: Netty Advocaat
Onderwerp: Ruigenhil - beëindiging actieve verwervingsfase woningen / intrekking gem. voorkeursrecht bedrijfsperceel / begrotingswijziging structurele lasten beheer Voorgesteld besluit: 1. Het gemeentelijk voorkeursrecht op de percelen plaatselijk bekend als Ruigenhil 58/58C te Alblasserdam (hierna ook: ‘het bedrijfsperceel’) in te trekken, conform het bijgevoegde raadsbesluit. 2. Het structureel benodigd budget voor beheer van de aangekochte percelen en panden van € 62.000 ten laste van het resultaat op te nemen in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Inleiding Met dit voorstel wordt de fase van actieve benadering voor vrijwillige verwerving binnen het voorkeursrechtgebied Ruigenhil afgerond. De gemeente zet daarmee een logische stap naar een nieuwe fase, waarin het beheer van het gemeentelijk bezit centraal staat. Daarbij blijft het voorkeursrecht op de woningen van kracht tot 1 oktober 2027, tenzij de raad besluit het eerder te laten vervallen of te verlengen. Voor het bedrijfsperceel aan de rand van het gebied wordt het voorkeursrecht formeel ingetrokken via een separaat raadsbesluit, dat aan dit voorstel is bijgevoegd. Tegelijk wordt een begrotingswijziging voorgesteld om de structurele lasten van het gemeentelijk bezit te dekken. Hiermee ontstaat bestuurlijke rust, financiële helderheid en juridische duidelijkheid, terwijl de regie op de toekomstige ontwikkeling behouden blijft. In 2021 heeft uw raad het voorkeursrecht gevestigd op gronden aan de Ruigenhil, vooruitlopend op nadere planvorming. Doel was het behouden van gemeentelijke regie op een gebied met potentie voor functieverandering. Sindsdien is op vrijwillige basis circa 60% van de woningen verworven. In oktober 2024 is het Omgevingsprogramma Poort aan de Noord vastgesteld. Dit programma bevestigt de ontwikkelrichting: beëindiging van wonen, ruimte voor mobiliteit en passende bedrijvigheid.
Op basis hiervan wordt de fase van actieve benadering voor vrijwillige verwerving nu beëindigd. Het beleid is daarmee niet volledig nieuw, maar wel aangepast op basis van actuele inzichten en ontwikkelingen. De hoofdlijn - het beëindigen van wonen en ruimte maken voor mobiliteit en bedrijvigheid - blijft overeind, maar de strategie is bijgesteld. Dit voorstel markeert die bijstelling en sluit daarmee aan op het eerder ingezette beleid. Stand van zaken verwerving in cijfers Sinds de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht in 2021 zijn in totaal 17 woningen (19 huisnummers) en 1 bedrijfsperceel binnen het gebied aangemerkt als onderdeel van de verwervingsopgave. Inmiddels is circa 60% van de woningen daadwerkelijk door de gemeente verworven. Een visueel overzicht van de eigendomssituatie is opgenomen in bijlage 4. Voor de resterende, niet-verworven woningen, is eind juni 2025 een schriftelijk en finaal aanbod uitgebracht. Hiermee is de fase van actieve benadering voor vrijwillige verwerving formeel afgesloten.
Beoogd effect • Dit voorstel markeert de formele afronding van de fase van actieve benadering voor vrijwillige verwerving in Ruigenhil. Alle bewoners hebben een eenmalig, zorgvuldig onderbouwd aanbod ontvangen, op basis van objectieve taxaties en gelijkwaardige behandeling. Daarmee is rechtszekerheid geboden, zonder druk uit te oefenen. •
Door het voorkeursrecht op het bedrijfsperceel in te trekken - waarvoor geen publiek belang meer geldt - wordt het verwervingsgebied duidelijk afgebakend. Dit voorkomt precedentwerking en versterkt de juridische onderbouwing van het onderscheid tussen woningen en het bedrijfspand.
•
De structurele lasten voor beheer, OZB en verzekering worden geborgd in de begroting. De inzet van het verwervingskrediet, inclusief ramingen voor sloop, sanering en bouwrijp maken, is transparant toegelicht. Financiële risico’s worden beperkt.
•
De aanpak is in lijn met het eerder bestuurlijk commitment aan bewoners, met het gemeentelijk en provinciaal beleid, en met het Convenant ruimte voor bedrijven. De hoofdlijn beëindiging van wonen, ruimte voor mobiliteit en bedrijvigheid - blijft overeind. De strategie is aangepast op basis van actuele inzichten, eigendomsverhoudingen en praktijkervaring.
•
Tot slot wordt met dit voorstel de informatiepositie van uw raad versterkt: er is helderheid over voortgang, financiële inzet en het tijdpad richting vervolgbesluiten. Daarmee ontstaat ruimte voor regie en rust in het gebied.
Argumenten Beslispunt 1: Intrekken voorkeursrecht perceel ondernemer Argumenten: •
Het bedrijfsperceel maakte aanvankelijk deel uit van de verwervingsopgave, maar is niet langer nodig voor de uitvoering van het programma Poort aan de Noord. Het beoogde transferium is elders gepland, waardoor deze locatie haar strategische betekenis heeft verloren. Het voorkeursrecht bleef gehandhaafd in afwachting van verdere planuitwerking; nu de ontwikkelkoers is geconcretiseerd, is intrekking passend.
•
Het huidige gebruik van het bedrijfsperceel is in overeenstemming met het bestemmingsplan, niet in strijd met de gewenste toekomstige functies, en ruimtelijk niet strategisch gelegen ten opzichte van gemeentelijk bezit.
•
Waar het bedrijfsperceel eerder nog als strategisch werd beschouwd, blijkt dit in de praktijk niet meer het geval: het ligt geïsoleerd, biedt geen koppelkansen meer en draagt niet bij aan een samenhangende eigendomsstructuur.
•
Daarmee ontbreekt het publieke belang bij verwerving, en is er ook geen juridische titel voor onteigening. Intrekking van het voorkeursrecht is dan ook logisch, verdedigbaar en juridisch houdbaar.
•
De keuze om het bedrijfsperceel buiten de verwerving te houden is gebaseerd op objectieve en juridisch onderbouwde gronden. In tegenstelling tot de woningen past het huidige gebruik binnen het omgevingsplan, zonder milieukundige of beleidsmatige strijdigheid. Dit maakt een onderscheid mogelijk zonder dat sprake is van willekeur.
•
Het intrekken van het voorkeursrecht biedt de ondernemer duidelijkheid en handelingsvrijheid. De ondernemer behoudt volledige zeggenschap over het eigendom en wordt niet langer geconfronteerd met een voorkeursrecht dat verwerving door de gemeente mogelijk maakt. Dit vergroot de rechtszekerheid en biedt ruimte om zelf keuzes te maken over de toekomst van het bedrijfsperceel, bijvoorbeeld bij herinvestering of overdracht.
Beslispunt 2: Begroting structurele lasten verworven panden Argumenten: •
De gemeente bezit inmiddels een aanzienlijk deel van het gebied. Dit brengt structurele lasten met zich mee, zoals beheer, verzekering en belastingen. Structurele dekking hiervan is
financieel en bestuurlijk verantwoord. Dekking vanuit incidentele middelen past niet meer bij deze fase. •
Passend beheer en toezicht (videobewaking en onderhoud van de tuinen van de aangekochte woningen) zijn nodig om verval en overlast te voorkomen, de leefbaarheid te borgen en de waarde van het bezit te behouden. Binnenonderhoud is niet benodigd; de woningen en nutsvoorzieningen zijn afgesloten. De beheerfase zal naar verwachting meerdere jaren duren. De voorgestelde aanpak sluit aan bij het gemeentelijk vastgoedbeleid.
Duurzaamheid Alternatieven Kanttekeningen • De duur van de beheerfase is onzeker. Leegstand kan tot negatieve beeldvorming leiden, terwijl tijdelijke invulling beperkt mogelijk is door milieuzonering, veiligheidseisen en planologische kaders. •
Bij eerdere taxaties is het dijklichaam meegerekend, terwijl dit niet bruikbaar is als bedrijfsgrond. De boekwaarde is daarom herbeoordeeld door onze planeconoom en bijstelling bleek niet nodig.
Bewonersperspectief en zorgvuldigheid De gemeente onderkent dat bewoners zich langdurig in onzekerheid hebben bevonden. Daarom is gedurende het traject steeds ingezet op een zorgvuldige en transparante aanpak. Met het schriftelijke, finale aanbod dat eind juni 2025 is uitgebracht, hebben bewoners duidelijkheid gekregen over hun positie en de keuzemogelijkheden die zij hebben. Alle woningeigenaren hebben een vergelijkbaar aanbod ontvangen, gebaseerd op objectieve en juridisch verantwoorde taxaties. Tegelijkertijd bleef het principe van vrijwilligheid overeind: bewoners bepaalden zelf of zij op het aanbod ingingen. Zolang het voorkeursrecht van kracht blijft, behouden zij ook in de toekomst de mogelijkheid zich tot de gemeente te wenden. Deze aanpak bood rechtsgelijkheid, voorkwam willekeur en markeerde een ordentelijke afronding van het verwervingstraject. Tegelijkertijd werd voorkomen dat individuele onderhandelingen zonder eindpunt bleven doorlopen. Er is bewust onderscheid gemaakt tussen het betrekken van bewoners - op vrijwillige basis, passend bij de minnelijke fase - en het realiseren van de bredere gebiedsontwikkeling. Beide trajecten liepen parallel. Door gelijktijdig een uniform schriftelijk aanbod uit te brengen aan alle resterende woningeigenaren is aangesloten bij het beginsel van gelijke behandeling.
Dit versterkt de juridische onderbouwing van het proces en bood bewoners helderheid, zonder druk op te leggen. De deadline voor het reageren op het finale aanbod is inmiddels verstreken. Geen van de aangeschreven bewoners is tot op heden op het aanbod ingegaan. Het aanbod was bedoeld om duidelijkheid te bieden over hun positie binnen het minnelijke traject. Bewoners behouden de mogelijkheid zich tot de gemeente te wenden zolang het voorkeursrecht van kracht blijft. Financiële informatie • Op basis van het totaal aan biedingen en de geraamde kosten voor sloop, sanering en bouwrijp maken is een globale inschatting gemaakt van het resterende krediet. De exacte omvang wordt duidelijk na afloop van de vierweekstermijn. De huidige berekening is dus indicatief en wordt indien nodig bijgesteld. •
De verwachte kosten zijn opgenomen in de bijlage Financiële rapportage verwervingskrediet (geheim). Aankoop van het bedrijfsperceel is niet meer noodzakelijk; hiervoor is dan ook geen reservering opgenomen.
•
De taxaties zijn verricht door een gecertificeerd, onafhankelijk taxateur. In drie gevallen is een eerder hoger bod gehandhaafd op basis van coulance, rechtsgelijkheid en ligging.
•
De structurele lasten voor beheer (verzekering, OZB en toezicht) bedragen circa € 62.000 per jaar. Voorgesteld wordt deze structureel in de begroting op te nemen. Ook is in de bijlage een overzicht opgenomen van de inzet van het krediet tot nu toe
•
Met dit voorstel wordt de overgang naar de beheerfase gemarkeerd, met financiële borging en behoud van flexibiliteit voor toekomstige keuzes.
•
Dekking verloopt in 2025 via het projectbudget en reserves: vanaf 2026 structureel via de programmabegroting.
•
Bij de jaarrekening 2025 wordt beoordeeld of het krediet kan worden afgesloten en wordt een voorstel gedaan voor het al dan niet beschikbaar houden of overhevelen van het resterend saldo van de reserve.
Vervolg Na besluit van uw raad wordt het voorkeursrecht op het bedrijfsperceel ingetrokken en juridisch bekendgemaakt. Betrokkenen worden persoonlijk geïnformeerd. Woningeigenaren hebben het finale aanbod reeds ontvangen en zijn hier niet op ingegaan. Bij een toekomstige koerswijziging - zoals het verlengen of laten vervallen van het voorkeursrecht, of de inzet van onteigening - volgt een nieuw voorstel aan uw raad. Voor de woningen blijft het voorkeursrecht gelden tot uiterlijk 1 oktober 2027. Voor zowel verlenging als onteigening is een vastgestelde wijziging van het omgevingsplan vereist. De voorbereiding op dit besluitvormingsmoment start tijdig in 2026 en vereist een actuele beleidsafweging. Tot die tijd blijft het voorkeursrecht een effectief en niet-verplichtend instrument voor sturing. Voorkeursrecht als flexibel en passief sturingsmiddel De gemeente kiest bewust voor een sobere en flexibele vorm van grondbeleid. Het voorkeursrecht blijft van kracht, maar eigenaren worden niet actief benaderd om tot verkoop over te gaan. Het voorkeursrecht fungeert dan ook als passief verwervingsinstrument. Dit geeft regie zonder inzet van middelen. Zodra een eigenaar wil verkopen, kan de gemeente doelgericht handelen. Zo blijft de gewenste ontwikkelrichting beschermd, terwijl bestuurlijke rust behouden blijft. Reflectie Met dit voorstel sluit de gemeente een belangrijke fase af.
De fase van vrijwillige verwerving maakt plaats voor beheer en strategisch grondbeleid. Het beleid is niet nieuw, maar aangepast op basis van actuele inzichten en eigendomsverhoudingen. De hoofdlijn (beëindigen van wonen, ruimte voor mobiliteit en bedrijvigheid) blijft overeind. Deze koers is zorgvuldig, uitlegbaar en juridisch houdbaar. Bewoners houden keuzeruimte, de ondernemer krijgt duidelijkheid, en de gemeente blijft in regie. Zo wordt een evenwichtige stap gezet naar toekomstbestendige gebiedsontwikkeling. Communicatie Communicatieproces Sinds 2021 is actief en zorgvuldig gecommuniceerd met bewoners en ondernemers. Nieuwsbrieven en gesprekken boden ruimte voor toelichting en participatie. Met bewoners die dat wilden, zijn gesprekken gevoerd. Een aantal bewoners gaf aan hiervan af te zien. Dit is gerespecteerd en past bij de aard van deze fase: de minnelijke overlegfase, waarin gesprekken plaatsvinden op vrijwillige basis. Bewoners konden zelf bepalen of zij met de gemeente in gesprek gingen, en of zij al dan niet tot verkoop wilden overgaan. Het besluit van het college om een schriftelijk en eenmalig aanbod te doen, is zorgvuldig voorbereid binnen het projectteam.
Eerdere besluitvorming • Collegebesluit van 27 juli 2021 om het gebied rondom de Ruigenhil en Kabelbaan aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 t/m 15, artikel 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn.
•
Raadsbesluit van 28 september 2021 om de voorlopige vestiging van het voorkeursrecht te bestendigen.
•
Raadsbesluit van 21 december 2021 voor de instelling van de bestemmingsreserve voor de aankoop van woningen en gronden aan de Ruigenhil.
•
Raadsbesluit van 1 oktober 2024 voor vaststelling omgevingsprogramma Poort aan de Noord waarmee het voorkeursrecht voor een termijn van drie jaar verlengd is.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
4- Eigendomssituatie Ruigenhil.pdf 5 - Raadsbesluit en bijbeh. stukken.pdf Brief bewoner Ruigenhil (besloten) 3. Financiele rapportage verwervingskrediet 202508 (GEHEIM) Bijlage raadsvoorstel Ruigenhil nav vraag Presidium Brief bewoner Ruigenhil geanonimiseerd 20250923 beantwoording Brief Ruigenhil geanonimiseerd 20250923 beantwoording Brief Ruigenhil niet geanonimiseerd.docx
Niet-digitale bijlagen
CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Alblasserdam;
gelet op: artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet artikel 192, lid 1 van de Gemeentewet
B E S L U I T:
1. Het gemeentelijk voorkeursrecht op de percelen plaatselijk bekend als Ruigenhil 58/58C te Alblasserdam (hierna ook: ‘het bedrijfsperceel’) in te trekken, conform het bijgevoegde raadsbesluit. 2. Het structureel benodigd budget voor beheer van de aangekochte percelen en panden van € 62.000 ten laste van het resultaat op te nemen in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
4473
4841
4842
Reeds verworven percelen:
56-56a
4839 3571 3572 4844
58c
58
4843
3590 58a
OTD
60
60a
60b
WGD
3845 3847
Ruigenhil
3846
3622
B 2937 B 2940 B 3590 B 3623 B 3680 B 3682 B 3845 B 3945 B 4035 B 4551 B 4552 B 4839 B 4841 B 4844
480 m2 555 m2 251 m2 220 m2 230 m2 435 m2 570 m2 200 m2 460 m2 180 m2 190 m2 237 m2 17 m2 24 m2
Totaal:
4.049 m2
62
3623 64
3945 66
3946
9
68
3680 70
3682 74
VERSIE
OTD
2937
L
Maten in meters, tenzij anders vermeld. Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld. Diameters in mm, tenzij anders vermeld.
76
0
2938
2
4
6
omschrijving
datum
8m
78 KWDP1
4035
2940
KWDP1
Cortgene 2 2951 ED Postbus 2 - 2950 AA tel.: 14 078
82
datum:
2951 KWDP1
30/06/'25
Afdeling:
OWT
getekend:
84
gezien:
2952
Project:
86
4552
no.:
schaal:
4551 88
formaat:
A3
onderwerp:
dienstjaar:
2025
reeds verworven percelen
gew.: OWT
dat.:
bestek no.:
wv
Besluit intrekking voorkeursrecht Ruigenhil
De raad van de gemeente Alblasserdam, Gelet op artikel 9.5 Omgevingswet, Overwegede hetgeen verwoord in de bij dit besluit behorende motivering, Besluit: Beslispunt 1 Het bij raadsbesluit van 28 september 2021 gevestigde voorkeursrecht op grond van artikel 9.5 Omgevingswet op de percelen, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende perceelslijst met nummer PL-30408474-01 en grondtekening met nummer TK-30408474-01, in te trekken. Beslispunt 2 De eigenaar van en beperkt gerechtigde tot deze percelen van de procedurele en materiële rechtsgevolgen van dit besluit in kennis te stellen. Beslispunt 3 In de openbare registers van het Kadaster aan te laten tekenen dat op deze percelen het gemeentelijk voorkeursrecht niet meer van toepassing is.
Motivering
Inleiding Sinds 2021 rust op de percelen gelegen aan de Ruigenhil een gemeentelijk voorkeursrecht. Deze maatregel werd destijds genomen om regie te houden op mogelijke herontwikkeling. Als gevolg van de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht zijn eigenaren verplicht om bij een voorgenomen verkoop hun percelen als eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. Door tijdige vaststelling van het omgevingsprogramma ‘Poort aan de Noord’ op 1 oktober 2024 is het gevestigde voorkeursrecht voor een termijn van ten hoogste drie jaar bestendigd en dus nog van kracht. De gemeente heeft een deel van de gronden verworven, maar inmiddels is er geen directe ontwikkelnoodzaak of concreet plan voor een deel van het gebied. Dit deel van het gebied is momenteel bedrijfsmatig in gebruik. De betreffende bedrijfsmatige activiteiten passen binnen het geldende bestemmingsplan en kunnen worden voortgezet. Er is dan ook geen directe noodzaak om over te gaan tot ontwikkeling en verwerving van deze percelen. Voorgesteld wordt om het gemeentelijk voorkeursrecht op deze percelen in te trekken.
Beoogde effecten De beoogde effecten van dit voorstel zijn: • Duidelijkheid en afronding Door het intrekken van het voorkeursrecht ontstaat duidelijkheid voor de eigenaar. De eigenaar behoeft de percelen bij een voorgenomen verkoop niet meer aan de gemeente aan te bieden. Dit biedt een vorm van zekerheid voor de eigenaar en voorkomt dat de eigenaar niet onnodig wordt belast met de effecten van het voorkeursrecht. • Kostenbeheersing en begrenzing risico’s Door het voorkeursrecht in te trekken, wordt de financiële exposure van de gemeente beperkt. De gemeente hoeft immers geen verwervingskosten meer te maken. Argumenten De argumenten om het gemeentelijk voorkeursrecht in te trekken, zijn de volgende: 1.
Aan de wettelijke vereisten om het gemeentelijk voorkeursrecht op de percelen in stand te houden, wordt niet meer voldaan. Deze vereisten houden in dat er voor de percelen sprake dient te zijn van toegedacht (niet-agrarisch) gebruik. Met andere woorden: er dient ter plaatse een herontwikkeling te worden voorzien. Dit is op dit moment niet meer het geval. De gemeente is alsdan op basis van artikel 9.5 Omgevingswet gehouden om het voorkeursrecht in te trekken.
2.
De motivatie van de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht bevatte onder meer het behouden van regie bij een eventuele herontwikkeling. Nu er geen herontwikkeling ter plaatse meer is voorzien, gaat deze motivatie niet meer op.
3.
Aan de belangen van de eigenaar wordt tegemoet gekomen. Zo is er voor de eigenaar duidelijkheid omtrent de gemeentelijke plannen en haar grondbeleid. De eigenaar kan diens onderneming ter plaatse in relatieve rust voortzetten.
Belangenafweging Het algemeen belang dat gediend werd met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht afwegend tegen het individueel belang om tot intrekking van het voorkeursrecht over te gaan, komen wij tot de conclusie dat het intrekken van het gemeentelijk voorkeursrecht zwaarder moet wegen dan het achterwege laten van de toepassing daarvan. De reden hiervan is gelegen in bovengenoemde argumentatie (met name punt 3). Kanttekeningen De kanttekeningen bij het intrekken van het gemeentelijk voorkeursrecht, zijn de volgende: 1.
De gemeente verliest haar regie bij de eventuele herontwikkeling van de percelen. De percelen kunnen na de intrekking van het gemeentelijk voorkeursrecht aan willekeurige derden worden verkocht.
2.
Op basis van het herhalingsverbod kan de gemeente binnen een termijn van twee jaar niet opnieuw tot een vestiging van het voorkeursrecht (op basis van dezelfde grondslag) overgaan.
Juridische context Wettelijke grondslag De gemeenteraad is ingevolge artikel 9.5 Omgevingswet het bevoegd orgaan om tot intrekking van het gemeentelijk voorkeursrecht over te gaan. Voornoemd wetsartikel luidt als volgt: ‘Als een voorkeursrecht niet meer voldoet aan de eisen gesteld in artikel 9.1, eerste en tweede lid, of als de voorkeursrechtbeschikking niet binnen de in artikel 16.82a genoemde termijn in de openbare registers is ingeschreven, trekt het bestuursorgaan dat het gevestigd heeft het voorkeursrecht onverwijld in.’ Voorts is in leden 2 en 3 van artikel 9.5 Omgevingswet bepaald: ‘Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat een ingetrokken of vervallen voorkeursrecht of een voorkeursrecht waarvan de voorkeursrechtbeschikking is vernietigd, onverwijld wordt doorgehaald in de openbare registers. Het bestuursorgaan doet van de intrekking of het vervallen van een voorkeursrecht of van de vernietiging van een voorkeursrechtbeschikking mededeling aan de eigenaren van en de beperkt gerechtigden op de onroerende zaak.’
De gemeente geeft met het intrekkingsbesluit en bijbehorende uitvoeringswerkzaamheden gevolg aan de wettelijke vereisten. Uitvoering Bekendmaking belanghebbenden De eigenaar van en beperkte gerechtigde tot de in het besluit betrokken percelen worden over de intrekking van het gemeentelijk voorkeursrecht geïnformeerd door middel van een bekendmakingsbrief, waarin een toelichting wordt gegeven over de procedurele en materiële rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit. Publicatie Ten aanzien van een intrekkingsbesluit geldt geen (wettelijk) publicatievereiste. De gemeente gaat dan ook niet over tot publicatie van het intrekkingsbesluit. Doorhaling van het voorkeursrecht In de openbare registers van het Kadaster wordt aangetekend dat op de percelen het gemeentelijk voorkeursrecht niet meer van toepassing is. Rechtsbescherming Bezwaar en beroep Het raadsbesluit tot intrekking van een gemeentelijk voorkeursrecht wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen bezwaar en beroep open staat. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? Collegebesluit van 27 juli 2021 om het gebied rondom de Ruigenhil en Kabelbaan aan te wijzen als gronden waarop de artikelen 10 t/m 15, artikel 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn.
Raadsbesluit van 28 september 2021 om de voorlopige vestiging van het voorkeursrecht te bestendigen. Raadsbesluit van 21 december 2021 voor de instelling van de bestemmingsreserve voor de aankoop van woningen en gronden aan de Ruigenhil. Raadsbesluit van 1 oktober 2024 voor vaststelling omgevingsprogramma Poort aan de Noord waarmee het voorkeursrecht voor een termijn van drie jaar verlengd is. Bijlagen: 1. Perceelslijst (geanonimiseerd) 2. Grondtekening
Bijlage 1 - Perceelslijst behorend bij intrekkingsbesluit PL-30408474-01 Gemeente Alblasserdam, locatie Ruigenhil Lijst van percelen in de kadastrale gemeente Alblasserdam te Alblasserdam, zoals deze voorkomen op de grondtekening met nummer TK-30408474-01, behorend bij het besluit van de raad van de gemeente Alblasserdam ex artikel 9.5 Omgevingswet van 30 september 2025. Kadastrale toestandsdatum per 17 juli 2025.
sectie en nummer ter grootte van in besluit opgenomen omschrijving eigenaar beperkt gerechtigde opmerkingen sectie en nummer ter grootte van in besluit opgenomen omschrijving eigenaar beperkt gerechtigde opmerkingen sectie en nummer ter grootte van in besluit opgenomen omschrijving eigenaar beperkt gerechtigde opmerkingen sectie en nummer ter grootte van in besluit opgenomen omschrijving eigenaar beperkt gerechtigde
Omschrijving B 3571 298 m² 298 m² Bedrijvigheid (industrie) Erf - Tuin De heer Samir Abarkan
B 3572 399 m² 399 m² Bedrijvigheid (industrie) Erf - Tuin De heer Samir Abarkan
B 4842 248 m² 248 m² Bedrijvigheid (industrie) Erf – Tuin De heer Samir Abarkan
B 4843 2.798 m² 2.798 m² Bedrijvigheid (industrie) Erf - Tuin De heer Samir Abarkan Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: STEDIN NETBEHEER B.V.
opmerkingen Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Alblasserdam van 30 september 2025.
Bijlage 2 - Grondtekening Ruigenhil