Voorstel Raadsvoorstel Samenwerkingsovereenkomst Kinderdijk - Voorstel.pdf
Tekst van het document
Datum vergadering: 14 maart 2023 Datum B&W: 14 februari 2023
Portefeuillehouder: Ramon Pardo Kruidenier Auteur: Marko Stout
Onderwerp: Raadsvoorstel Samenwerkingsovereenkomst Kinderdijk Voorgesteld besluit: 1. Ten aanzien van de SOK geen wensen en bedenkingen in te dienen op het aangaan van deze overeenkomst.
Inleiding Op 1 december j.l. heeft het bestuurlijk platform Kinderdijk (BPK) bijgevoegde Samenwerkingsovereenkomst Kinderdijk (SOK) besproken. Alle leden van het BPK stemmen in met deze versie en zullen deze versie met een positief advies voorleggen aan de formeel besluitvormende organen, alvorens tot ondertekening over te gaan. Het aangaan van een dergelijke verplichting is de bevoegdheid van het college. Volgend op de eerdere bespreking in de gemeenteraad en gegeven het grote maatschappelijke belang geven we u als gemeenteraad de mogelijkheid om eventuele wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college alvorens we als college hierop een besluit nemen. Deze versie is het resultaat van een langdurig en intensief proces en legt naar onze overtuiging op een adequate manier de afspraken vast waarop partijen in en rond Kinderdijk hun samenwerking willen baseren. Wij adviseren u dan ook om geen wensen en bedenkingen in te dienen.
NB! Kinderdijkfonds Zoals omschreven in de SOK en verderop in dit voorstel is het "Kinderdijkfonds" is een methodiek voor verrekening van kosten en baten: het verrekeningsmechanisme Werelderfgoed Kinderdijk. Het verrekeningsmechanisme maakt geen onderdeel uit van reserves en voorzieningen van beide gemeenten of van SWEK. Beoogd effect Met het ondertekenen van de SOK wordt een proces dat in 2015 is ingezet (oprichting stuurgroep, uitwerking gebiedsperspectief) afgerond. De SOK vormt de basis voor moderne en transparantere onderlinge bestuurlijke verhoudingen. Argumenten 1.1 Het proces was intensief maar het resultaat kan rekenen op ieders instemming Het proces waarin de SOK is opgesteld, was veel intensiever en nam veel meer tijd in beslag dan wij in november 2021, nadat het rapport van JBR gereedgekomen was, hebben voorzien. Uiteindelijk is op voorspraak van ons door de heer Van Velzen, oud-wethouder van Alphen aan de Rijn, een versie gemaakt die op instemming van alle partijen kan rekenen. De samenwerking in de verschillende organen (BPK, kernteam, werkgroep bezoekersmanagement, werkgroep communicatie) werd de afgelopen 2 jaar gehinderd door het ontbreken van een
samenwerkingsovereenkomst. Die belemmering is nu weggenomen, waardoor ruimte ontstaat om al langer lopende vraagstukken met nieuw elan aan te pakken. 1.2
De SOK is compleet en bevat afspraken over inhoud (beleid), financiële relaties en zeggenschap
Het rapport van JBR (november 2021) adviseerde om de governance van een ‘laissez-faire’ in de richting van een meer ‘hybride model’ te ontwikkelen. Het bureau adviseerde om in een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst (SOK) de afspraken vast te leggen over inhoud, financiële relaties en de zeggenschap. De versie die nu voorligt gaat op al deze aspecten in. De afspraken zijn voldoende concreet uitgewerkt en vormen daarmee een goede basis voor de samenwerking. De afspraken zijn getoetst op hun juridische en financiële consequenties door de betreffende deskundigen van alle partijen in het BPK. In de bijgevoegde versie zijn hun opmerkingen, die vooral van redactionele waard waren, verwerkt. 1.3 ‘21
Adequate uitwerking van uitgangspunten van oktober 2019 en brief van de raad van december
De SOK beschrijft de samenwerking, gebaseerd op besturing vanuit één punt: op bestuurlijk niveau vormgegeven via het BPK, op uitvoerend niveau via de SWEK. DE SOK maakt duidelijk dat de SWEK een publieke verantwoordelijkheid heeft die zich verder uitstrekt dan alleen het exploiteren van de betaalde bezoeklocaties. Artikel D1 van de SOK beschrijft de rol die de SWEK heeft voor het geleiden van de bezoekersstromen, voor het integraal gebiedsbeheer en voor het op een goede manier ontvangen en begeleiden van bezoekers. Daarnaast zijn de afspraken over de betrokkenheid van het BPK bij de financiële rapportages nu veel explicieter en completer dan voorheen. De SWEK heeft herhaaldelijk aangegeven te streven naar een modernere, transparantere verantwoording van de financiën. De afspraken en spelregels die daarbij horen, leggen dat nu vast. De uitwerking van het financieel arrangement bevat duidelijke afspraken hoe voorkomen kan worden dat partijen verrast kunnen worden door financiële tegenvallers. 1.4
Democratische controle op inhoudelijke kaders
Met het onderteken van de SOK bevestigen de partijen hun commitment aan de collectieve ambitie en het uitvoeringsprogramma. Beide stukken zijn uitvoerig door de raad besproken en vervolgens unaniem vastgesteld. Binnen deze kaders vindt de exploitatie plaats. In lijn met de collectieve ambitie is het afgelopen jaar “Het Verhaal van Kinderdijk” uitgewerkt, dat u ter informatie is aangeboden, maakt de SWEK veel explicieter dan voorheen in het eigen beleid de keuze voor “erfgoedbeheerder’ en richt de SWEK zich nadrukkelijk op de waardevolle bezoeker. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de gezamenlijk gevoelde noodzaak om de balans te handhaven tussen cultuurhistorische, maatschappelijke, financiële commerciële en leefbaarheidsbelangen. 1.5
Financiële verhoudingen zijn helder
In artikel F1 van de SOK wordt aangegeven dat de SWEK zijn financiële huishouding zo moet inrichten dat de die past bij het publieke karakter van de Stichting. De SOK komt in de plaats van de verschillende financiële afspraken die in de loop der jaren tussen SWEK en gemeentes zijn gemaakt. (zie ook bijlage 3). Er komt een regelmatig overleg tussen financiële medewerkers van de gemeente en de SWEK; het BPK krijgt een rol bij het bespreken van de begroting van de SWEK, alvorens de RvT deze vaststelt. Met medewerkers van de gemeente worden overleg gevoerd over deze begroting. De actuele financiële situatie wordt regelmatig met deze medewerkers besproken. 1.6
Afspraken over zeggenschap zijn een flinke stap vooruit
In de SOK wordt vastgelegd dat de RvT bij het toezicht houden ook het publieke belang betrekt en een rol heeft bij het bewaken van de balans tussen leefbaarheid en attractiviteit. Bij het vervullen van de laatste twee vacatures in de RvT en bij het vervullen van de vacature van de bestuurder, is een extern bureau ingeschakeld. Daarbij werd gebruik gemaakt van een openbaar profiel. Bij werving – en selectie van de bestuurder werden bewoners en omwonenden betrokken. Dit
werkwijze wordt nu vastgelegd in de SOK. Bovendien zal het BPK de conceptprofielen kunnen bespreken en krijgt de voorzitter van het BPK een rol in de benoemingsprocedure van de bestuurder (artikel G4). 1.7
Afspraken liggen vast over het betrekken van bewoners en omwonenden
De afgelopen periode zijn bewoners en omwonenden intensief betrokken bij de uitwerking van de plannen voor de entreezone. In de SOK wordt deze werkwijze vastgelegd en wordt bepaald dat er een regulier overleg tussen de SWEK, omwonenden en bewoners tot stand komt. Kanttekeningen 2.1 Enkele geringe aanpassingen zijn noodzakelijk Het college zal de partners in het BPK voorstellen om: Een artikel toe te voegen waarin wordt aangegeven dat partijen de voorliggende overeenkomst na twee jaar gaan evalueren Een onduidelijkheid in artikel F3 weg te nemen door een andere formulering of door het geheel laten vervallen. Met de huidige formulering van het laatste deel van de eerste zin van dat artikel (“Alle partijen zijn gehouden aan de kaders en spelregels die in het BPK zijn besproken en voor zover individuele partijen hier ook mee ingestemd hebben “) zou je kunnen lezen dat een partij zelf bepaalt in hoeverre deze zich verbonden voelt aan de afspraken die in BPK verband worden gemaakt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, zoals ook al in de artikelen van hoofdstuk C en in artikel E1 en E6 wordt uitgewerkt. 2.2
Voorbehoud over verrekening kosten 2021-2022
In de SOK staan in artikel F8 afspraken over de verrekening van de kosten die vanaf 2015 door beide gemeentes zijn gemaakt. Voor de periode t/m 2020 zijn deze kosten al in kaart gebracht, voor de periode 2021 en 2022 wordt dat op dit moment gedaan. In de periode tot 2020 bleken de kosten van beide gemeentes redelijk in evenwicht, reden waarom de 50-50 verdeling van de bijdrage van de SWEK logisch is. Als blijkt dat deze kosten voor de periode 2021-2022 sterk uit elkaar zijn gelopen, zal de gemeente in overleg treden met de SWEK en de gemeente Molenlanden om te bespreken of de bijdrage van de SWEK meer naar rato over de gemeentes verdeeld kan gaan worden. Hierop aanvullend kunnen op basis van dezelfde verdeling ook de gemaakte (exploitatie) 2021 en 2022 worden meegenomen. 2.3
Afspraken dienen in de praktijk te worden toegepast
Een overeenkomst is geen garantie dat mensen die met elkaar moeten samenwerken om hun gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid in te vullen, dit ook doen. Het is wel een garantie dat partijen ergens op kunnen terugvallen, mocht dat nodig zijn. 2.4
Organisatie van de SWEK is op onderdelen kwetsbaar
De coronacrisis laat bij de SWEK niet alleen financieel diepe sporen na, maar ook organisatorisch. Het is bijvoorbeeld moeilijk om voldoende vrijwilligers te vinden. De organisatie moet alle zeilen bij zetten om de bezoekers op een goede manier te kunnen ontvangen, op een aantal belangrijke posities zijn de afgelopen jaren mensen vertrokken en nieuwe mensen aangenomen. Mede door dit soort capaciteitsproblemen speelt de SWEK een minder proactieve rol in lopende dossiers zoals de herontwikkeling van het entreegebied en de verbetering van de veiligheid van de molens. 2.5
Ook de gemeentes moeten een been bijtrekken
De tijd dat beide gemeentes met een zeker afstandelijkheid naar het molengebied konden kijken, ligt definitief achter ons. Ook beide gemeentes zullen moeten investeren in capaciteit en middelen om de ontwikkelingen in en rond het Werelderfgoed te kunnen begeleiden. Beide gemeentes zullen daarbij waar mogelijk gezamenlijk optrekken. Financiële informatie Financieel arrangement uit 2016 vervalt
Het in 2012 en 2016 overeengekomen financieel arrangement tussen de SWEK, de gemeente Alblasserdam en Molenwaard komt met het onderteken van deze SOK te vervallen. Dat arrangement was nodig om de bouw van o.a. het nieuwe bezoekerscentrum mogelijk te maken. Verrekening exploitatieresultaten en historische kosten Met het ondertekenen van de SOK committeren beide gemeentes zich aan het financieel arrangement zoals in het najaar van 2021 door Twynstra Gudde is voorgesteld. Dat kan financiële consequenties hebben, maar als alle partijen zich aan de afspraken van de SOK houden, zullen deze nooit onverwacht kunnen komen. Essentieel is dat de partijen voordat zij financiële verplichten aangaan, waarbij andere betrokken zijn, met elkaar afspraken maken over de betreffende begrotingen en over de te verwachten exploitatieresultaten. Als de gemeente daarbij verplichtingen aangaat die nog niet in de begroting zijn verwerkt, is daarvoor uiteraard altijd instemming van de gemeenteraad nodig. Deze ‘begrote’ exploitatieresultaten kunnen, als dat zo is afgesproken, verrekend worden met het Kinderdijkfonds, een methodiek om deze kosten inzichtelijk te houden en om aan te geven op welke manier deze kosten gedekt worden uit de bijdrages van de SWEK, gebaseerd op de bezoekersaantallen.
In concrete betekent dit, dat als de partijen dat zo met elkaar afspraken, een negatief exploitatieresultaat door de gemeente gedekt zal kunnen worden. Maar ook dat een positief exploitatieresultaat ten gunste van de gemeente kan komen. Bezoekersmanagement, exploitatie Westrand en Transferium Het bezoekersmanagement valt vanaf 2021 geheel onder de verantwoordelijkheid van de SWEK. Bij het bezoekersmanagement hoort ook het zorgdragen voor de financiële exploitatie van de Westrand en het Transferium. Afspraken die daarover gemaakt worden, worden onderdeel van de begroting voor het bezoekersmanagement. Hiervoor gelden overigens dezelfde afspraken als voor andere exploitaties: op basis van een met elkaar opgestelde begroting kunnen begrote exploitatieresultaten worden verrekend via het Kinderdijkfonds. Bijdrage van de SWEK In de SOK wordt afgesproken dat de SWEK € 1,00 (geïndexeerd) per bezoeker afdraagt aan beide gemeentes. Deze bijdrage wordt dan gebruikt voor de verrekening van de historische kosten en voor de exploitaties. De reserves van de SWEK zijn door de Coronacrisis tot ver onder het wenselijk niveau gedaald. Het is in ieders belang dat de SWEK eerst de tijd krijgt om deze reserves weer op voldoende niveau te krijgen. Tot dat het geval is, zal de SWEK deze afdracht per bezoeker alleen gaan betalen als het aantal betalende bezoekers op jaarbasis meer dan 250.000 is.
Voor het jaar 2023 gaat de SWEK in haar begroting uit van 324.000 betalende bezoekers en daarmee van een bijdrage aan beide gemeenten van in totaal € 77.700 euro (€ 1,05 per bezoeker). Vanaf het moment dat reserves van de SWEK weer van voldoende niveau zijn, zal de SWEK voor alle betalende bezoekers € 1,00 (geïndexeerd) uitkeren aan de gemeentes. Door de SWEK wordt op dit moment een meerjarenbegroting opgesteld, waarmee duidelijk wordt op welke termijn deze reserves weer op peil kunnen zijn. Als om wat voor reden dan ook de bezoekersaantallen tegenvallen of zelfs teruglopen, heeft dat natuurlijk direct effect op de bijdrage van de SWEK aan beide gemeentes. Regionaal Fonds Tot voor 2020 (Corona) vulde de SWEK met een bedrag van € 0,75 per betalende bezoeker boven de 250.000 bezoekers het zogenaamde Regionale Fonds. Dit fonds wordt beheerd door de SWEK. Vanuit dit fonds zijn de afgelopen jaren enkele regionale initiatieven op het gebied van toerisme en recreatie gefinancierd. Dit fonds wordt nu opgeheven. In dit fonds zit op dit moment nog een bedrag
van ca. € 81.000,-- . We zullen in overleg treden met de gemeente Molenlanden en de SWEK en daarbij voorstellen dit bedrag ten gunste te laten komen aan het Kinderdijkfonds. Overige financiële afspraken tussen SWEK en gemeentes De gemeente Molenlanden heeft de SWEK een lening beschikbaar gesteld om de verbouw van de Lage Molen te financieren. Deze lening staat los van de afspraken die in deze SOK worden gemaakt. Uitvoering Uitvoering vind plaats conform het bijgevoegde uitvoeringsprogramma Kinderdijk 2020-2025. Communicatie Bij de daadwerkelijke ondertekening van de SOK zal de pers geïnformeerd worden. Overige partijen worden via de nieuwsbrief Kinderdijk 2030 geïnformeerd. Eerdere besluitvorming • 10-03-2020; Uitvoeringsprogramma Kinderdijk 2020-2025 (werkbijeenkomst)(zie bijlage 4) •
17-11-2020;
Collegevoorstel Opdrachtverlening Expertadvies Governance Kinderdijk
•
30-11-2021;
Raadsvoorstel Financieel arrangement Kinderdijk
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Bijlage 1 Toelichting op de SOK bij raadsbesluit SOK versie 19-12-2022.docx Bijlage 2 SOK versie 19 december def.pdf Bijlage 3 Overzicht financiele afspraken Kinderdijk versie 10-1-2023.docx Bijlage 4 UItvoeringsprogramma toekomst Kinderdijk.pdf
CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Alblasserdam;
B E S L U I T:
1. Ten aanzien van de SOK geen wensen en bedenkingen in te dienen op het aangaan van deze overeenkomst.
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk
A.
Partijen -
Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK), gevestigd op 2961 AT Kinderdijk, Overwaard 2, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer P.J.H. van Steenbergen,
-
Gemeente Molenlanden, gevestigd op 2971 VR Bleskensgraaf, Melkwegplein 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar wethouder de heer A.C. Bikker,
-
Gemeente Alblasserdam, gevestigd op 2951 ED Alblasserdam, Cortgene 2, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar wethouder de heer R. Pardo Kruidenier
-
Waterschap Rivierenland, gevestigd op 4003 BX Tiel, De Blomboogerd 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door zijn heemraad de heer M.H.M. Gremmen
-
Provincie Zuid-Holland, gevestigd op 2596 AW Den Haag, Zuid-Hollandplein 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar gedeputeerde mevrouw W. de Zoete – van der Hout
-
Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, gevestigd op 3811 MG Amersfoort, Smallepad 5, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door het hoofd Regio Noord West mevrouw M. Verhoek
Partijen sluiten met elkaar een samenwerkingsovereenkomst (SOK) waarin is vastgelegd dat zij tezamen een Bestuurlijk Platform Kinderdijk (BPK) vormen en waarin een aantal afspraken is vastgelegd met betrekking tot het functioneren van partijen met elkaar in het BPK en van het BPK als geheel.
SOK WEK definitief 19 december 2022
1
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk B.
Overwegingen: waarom deze SOK? 1. Het Molencomplex Kinderdijk-Elshout is uniek als icoon voor Nederlands watermanagement. Het complex is in 1997 door UNESCO op de Werelderfgoedlijst gezet; SWEK is aangewezen als UNESCO siteholder. 2. Het Werelderfgoed Kinderdijk, hierna ook te noemen: het Werelderfgoed, is openbaar gebied. In 2005 heeft SWEK om niet voor een periode van 30 jaar het recht van erfpacht gekregen. In 2013 is het juridisch eigendom van alle 19 molens overgegaan naar de Gemeente Molenwaard (voorloper Gemeente Molenlanden). In het gebied zijn enkele bezoeklocaties die alleen voor betalende bezoekers toegankelijk zijn. 3. Het Werelderfgoed heeft een grote aantrekkingskracht op bewoners, bedrijven en bezoekers en speelt een belangrijke rol in de toeristische ontwikkeling van de regio. Tegelijkertijd legt het toenemende bezoek een grotere druk op het gebied qua leefbaarheid, natuur, ecologie. 4. Partijen werken sinds 2012 in toenemende mate met elkaar samen de groei van het toerisme zorgvuldig te geleiden, de bezoekers gastvrij te ontvangen en hen een prachtig dagje uit en een leerzame ervaring te gunnen.
En om tegelijkertijd de bewoners in het gebied, in Kinderdijk en in de omliggende dorpen te garanderen dat hun dorp een prachtige plek om te wonen blijft en zij kunnen blijven genieten van de mogelijkheid die wonen in en in de nabijheid van een internationale hotspot hen biedt. 5. De inspanningen van alle betrokken partijen zijn gericht op het behouden en versterken van het Werelderfgoed. Daarbij kijken zij verder dan alleen de ca. 300 hectare die het Werelderfgoed nu omvat. Zij kijken ook hoe de ontwikkelingen in de omgeving en in de regio het gebied kunnen versterken en daar kwaliteit aan kunnen toevoegen. 6. Partijen hebben in oktober 2019 op basis van het gebiedsperspectief ‘Kinderdijk 2030, Balans tussen Sightseeing, erfgoed en leefbaarheid’ het Advies Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk opgesteld met daarin hun collectieve ambitie en de beleidsdoelenstellingen. 7. Sindsdien hanteren zij de volgende gezamenlijke ambities als basis voor hun beleid en de daaruit voortvloeiende maatregelen: Het UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk wordt het eerste icoon in de wereld waar het ontwikkelen van de toeristische hotspot samengaat met het verbeteren van de leefbaarheid, het behouden van de beleving, authenticiteit, rust, ruimte en het versterken van de natuur, omdat: a. We gastvrij de waardevolle bezoekers willen ontvangen die komen voor een hoogwaardige beleving. b.
We willen dat de bezoekers de rust, ruimte, authenticiteit en karakter van het gebied kunnen ervaren. c. We willen dat het Werelderfgoed, het dorp Kinderdijk en de omliggende dorpen bereikbaar en bewoonbaar blijven. d. We willen dat de inwoners van het Werelderfgoed, het dorp Kinderdijk en de omliggende dorpen profiteren van het toerisme. e. We willen de inwoners van het Werelderfgoed, het dorp Kinderdijk en de omliggende dorpen de mogelijkheid bieden om vrij te genieten van de schoonheid van het gebied.
SOK WEK definitief 19 december 2022
2
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk 8. Om deze collectieve ambitie te kunnen realiseren, streven partijen naar een slagvaardige samenwerking met een bijpassende governance1 om het Werelderfgoed en het bijhorende gebied te besturen, beheren en verder te ontwikkelen. 9. Partijen willen afspraken over de governance uit 2012-2013 op een aantal punten aanpassen. Deze SOK voorziet in een structuur waarbij afspraken worden verduidelijkt en verder uitgewerkt en de coördinatie wordt versterkt. 10. De in 2012 gekozen bestuursrechtelijke vorm blijft ongewijzigd: “SWEK, siteholder van het UNESCO Werelderfgoed, is een stichting met een autonome Raad van Toezicht, die toezicht houdt”. De stichting moet over voldoende ruimte en slagkracht beschikken om deze verantwoordelijkheid waar te kunnen maken. 11. Sinds oktober 2019 zijn via een geleidelijk proces langs de lijnen van de inhoud, de financiële afspraken en invloed op de zeggenschap nieuwe afspraken gemaakt. 12. In deze SOK worden deze afspraken vastgelegd.
1
Onder governance verstaan we het geheel aan afspraken over de wijze waarop alle partijen die in en rond het Werelderfgoed actief zijn met elkaar hun samenwerking inrichten, vanuit de eigen (wettelijke/ bestuursrechtelijke) taak en verantwoordelijkheid.
SOK WEK definitief 19 december 2022
3
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk C.
Basis afspraken 1. Het in stand houden van het unieke Werelderfgoed is de zorg is van alle betrokken partijen: gemeenten, waterschap, provincie en rijk. SWEK is de stichting die in het leven is geroepen om hier namens de overheden, met een eigen verantwoordelijkheid, zorg voor te dragen. 2. In de samenwerking vindt geen overdracht van bevoegdheden plaats. Het is een samenspel tussen verschillende autonome partijen die zich verenigd hebben rondom hun gezamenlijke ambitie, maar ieder wel met een andere invalshoek, andere betrokkenheid en een ander belang. Het respecteren van deze verschillen, gecombineerd met de gezamenlijk gevoelde zorg voor het in stand houden van het Werelderfgoed, kenmerkt de samenwerking. 3. Het gebiedsperspectief “Toekomst Werelderfgoed Kinderdijk” en het Uitvoeringsprogramma 2020-2025 vormen voor de partijen de basis voor hun beleid en de daaruit voortvloeiende maatregelen voor alles wat in en rondom het Werelderfgoed speelt. Partijen conformeren zich aan het vastgestelde uitvoeringsprogramma, de daarin vastgelegde rolverdeling en spelregels met betrekking tot de start en uitvoering van projecten en activiteiten. 4. Alle toekomstige ontwikkelingen en initiatieven in en rondom Kinderdijk worden vanuit dit perspectief proactief met elkaar besproken en beoordeeld.
Op basis daarvan brengen de individuele leden van het Bestuurlijk Platform Kinderdijk (hierna ook te noemen: BPK) advies uit aan de daartoe bevoegde besluitvormende organen. 5. Als een advies om wat voor reden ook niet opgevolgd kan worden, wordt gezamenlijk gezocht naar een uitkomst die wel op voldoende instemming kan rekenen. 6. Indien een van partijen zonder overleg met de andere een besluit neemt met aantoonbare negatieve consequenties voor een van de andere partijen, zal dat altijd onderwerp van gesprek in het BPK zijn.
SOK WEK definitief 19 december 2022
4
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk D.
Verantwoordelijkheden en rollen van de betrokken partijen 1. SWEK is aangewezen als “siteholder” van het Werelderfgoed en heeft de volgende statutaire doelstelling: a. Het in stand (doen) houden van molens en opstallen in het molengebied Kinderdijk die geheel of gedeeltelijk zijn aangemerkt als beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988; b. Behouden en conserveren van het molengebied Kinderdijk als (cultuur) historisch- en natuurmonument; c. Bevorderen van de publieke presentatie en de toegankelijkheid van het Werelderfgoed Kinderdijk, binnen de context van de huidige gebiedskenmerken, zijnde de historie, de cultuur en de natuur (instandhouding van het huidige unieke karakter en de identiteit, zonder aantasting van de cultuur-, landschappelijke en natuurhistorische waarden); d. Bevorderen van kennisoverdracht omtrent het Werelderfgoed en de (historische) functie van de molens en waterstaatswerken, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. SWEK is de erfpachter die de plicht heeft om ‘de erfpachtzaak’ in goede staat te houden en daartoe het nodige gewoon en buitengewoon onderhoud te doen, waaronder restauratie, het bewoonbaar houden van de bewoonde molens en het voldoen aan de daarbij horende veiligheidseisen.
SWEK is verantwoordelijk voor de exploitatie van de bezoekerslocaties in het Werelderfgoed, de verhuur van de bewoonde molens en het zorg dragen voor het geleiden van de bezoekersstromen en het exploiteren van de parkeervoorzieningen (bezoekersmanagement). SWEK is verantwoordelijk voor een integraal gebiedsbeheer, zowel op het gebied van erfgoed- en landschapsbeheer, alsmede ook het op een goede manier ontvangen en begeleiden van bezoekers. 2. De Gemeente Molenlanden en de Gemeente Alblasserdam Het Werelderfgoed ligt op het grondgebied van deze gemeenten (hierna ook te noemen: de beide gemeenten). De beide gemeenten zijn daarmee tevens bevoegd gezag voor het gedeelte van het Werelderfgoed dat op hun grondgebied ligt. De gemeenten zijn onder meer eindverantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, waarbij beide burgemeesters een eigen wettelijke taak hebben, maar ook voor het ruimtelijk beleid, het vergunningen- en handhavingsbeleid, het toepassen van de Erfgoedwet en het beheer van de openbare ruimte. De Gemeente Molenlanden is bovendien eigenaar van de molens en het molengebied en daarmee uit hoofde van de Erfgoedwet ook publiekrechtelijk eindverantwoordelijk voor het onderhoud en het in stand houden van de monumenten; de gemeenten hebben daarmee ook de publiekrechtelijke handhavingstaak. 3.
Waterschap Rivierenland (WSRL) WSRL heeft als primaire doelstelling het waterbeheer binnen het molengebied. WSRL is tevens wegbeheerder en grotendeels eigenaar van het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk. WSRL is eigenaar van het water, de waterstaatkundige werken, de wegen en enkele gebouwen in het Werelderfgoed Kinderdijk. Met haar eigendomspositie, beleid en
SOK WEK definitief 19 december 2022
5
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk regelgeving bewaakt WSRL dat voldoende ruimte aanwezig is voor zijn beheertaken in het Werelderfgoed gebied. Binnen het gebiedsperspectief/ uitvoeringsprogramma ondersteunt WSRL daar waar mogelijk de activiteiten uit het gebiedsperspectief en denkt ze actief mee met de plannen. Daar waar WSRL initiatiefnemer is van aanpassing van het waterbeheer of het eigendom van het WSRL, heeft het waterschap een voortrekkersrol bij de planvorming en uitvoering van de plannen. 4. Provincie Zuid-Holland De provincie is primair verantwoordelijk voor de uitvoering van haar bestuurlijke taken rondom het beheer van het Natura2000 gebied en het openbaar vervoer. De provinciale verantwoordelijkheid raakt ook het Werelderfgoed, alsmede het grotere beschermingsgebied van provinciaal kroonjuweel Kinderdijk. De provincie wil hier het cultureel erfgoed beschermen, beleefbaar maken en ontwikkelen en doorgeven aan toekomstige generaties. Daarnaast stimuleert de provincie samenwerking in de regio, zowel binnen het Werelderfgoed als daarbuiten in het Waterdriehoek-verband.
Binnen het gebiedsperspectief is de provincie verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten behoeve van de wettelijke (Wet natuurbescherming) instandhoudingsdoelstellingen, zoals vastgelegd in het Aanwijzingsbesluit Natura 2000gebied Boezems Kinderdijk en uitgewerkt in het Natura 2000 Beheerplan (Beheerplan bijzondere natuurwaarden Boezems Kinderdijk). Daarnaast levert de provincie kennis, kunde en capaciteit bij de uitwerking van de plannen. De provincie stelt op incidentele basis middelen ter beschikking. 5. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) RCE bewaakt de kernwaarden van het Werelderfgoed Kinderdijk. De RCE is de verbindende schakel tussen het Werelderfgoed en UNESCO/ ICOMOS. Concreet bewaakt de RCE de Outstanding Universal Values (OUV’s) van het Werelderfgoed en daarnaast de monumentale en historische kwaliteit van Kinderdijk. Binnen het gebiedsperspectief/ uitvoeringsprogramma heeft de RCE ook deze rol.
SOK WEK definitief 19 december 2022
6
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk E.
Overleg, afstemming en besluitvorming
Bestuurlijk Platform Kinderdijk (BPK): platform voor afstemming, coördinatie en voorbereiding besluitvorming 1. Het BPK is een vorm van samenwerking waar partijen met elkaar de belangen van het Werelderfgoed bewaken en meer in het bijzonder ook de voortgang en de realisatie van het Uitvoeringsprogramma bespreken. Om efficiënt en effectief werken te bevorderen, kunnen onderling bindende afspraken worden gemaakt, voor zover deze binnen het bestuurlijke mandaat van de afzonderlijke partijen vallen en deze individuele partijen hier ook mee instemmen. 2. De samenstelling van het BPK illustreert de bijzondere bestuurlijke constellatie en garandeert dat de ontwikkelingen van het Werelderfgoed vanuit alle niveaus (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal) gevolgd worden. Het BPK bestaat uit: Namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen: het hoofd van de regio Noord-West van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Namens de Provincie Zuid-Holland: de gedeputeerde met de portefeuille Cultuur en erfgoed of een ambtelijke vertegenwoordiger namens de gedeputeerde. Namens Waterschap Rivierenland: de heemraad met portefeuille Watersysteem. Namens de Gemeente Alblasserdam: de wethouder met de portefeuille Recreatie en toerisme. Namens de Gemeente Molenlanden: de wethouder met portefeuille Werelderfgoed Kinderdijk. Namens SWEK: de directeur-bestuurder.
De burgemeester van de Gemeente Molenlanden is voorzitter van het BPK. 3. Het BPK vergadert minimaal twee keer per jaar of zoveel haar leden dit wensen. 4. Het BPK bespreekt in zijn vergadering de algemene gang van zaken rondom het Werelderfgoed, formuleert adviezen over gemeenschappelijk beleid en gemeenschappelijke projecten en geeft aan individuele partijen gevraagd en ongevraagd advies over beleid, projecten en andere uitvoeringszaken die betrekking hebben op het Uitvoeringsprogramma Kinderdijk 2020-2025 of daaraan gelieerde zaken. 5. In het BPK informeren partijen elkaar in ieder geval over de volgende documenten: De voortgang en bijstellingen van het Uitvoeringsprogramma en daaraan gerelateerde adviesaanvragen; De voortgang van de projecten en activiteiten (inhoudelijk en financieel); De begroting, jaarstukken en daaraan gelieerde rapportages van SWEK (zie ook hierna onder F ad 5); Veranderingen van de statuten van SWEK. 6. Het BPK streeft in zijn adviezen naar consensus. Indien er geen consensus wordt bereikt dan geldt bij afspraken over gemeenschappelijk beleid en projecten dat er sprake is van een verdeeld advies. Eventueel kan het onderwerp op een gewijzigde manier weer ter advisering aan het BPK voorgelegd worden.
SOK WEK definitief 19 december 2022
7
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk
Kernteam: ambtelijke coördinatie, afstemming, voorbereiding BPK 7. Het Kernteam adviseert het BPK over de hierboven genoemde onderwerpen. Het Kernteam is daarmee het ambtelijk overlegorgaan tussen de partijen dat de besluitvorming in het BPK voorbereidt. 8. Iedere partij vaardigt minimaal één persoon af voor het Kernteam. 9. De programmaregisseur is voorzitter van het Kernteam. 10. Het Kernteam vergadert zoveel als wenselijk wordt geacht door de partijen en in ieder geval voorafgaand aan de vergaderingen van het BPK.
Programmaregisseur 11. Het BPK stelt een programmaregisseur aan die namens de partijen de voortgang van de afspraken die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma en uit deze samenwerkingsovereenkomst bewaakt. Daarnaast bewaakt de programmaregisseur de gemaakte financiële afspraken en rapporteert daar ook over. 12. Het BPK stelt een profiel en opdrachtomschrijving vast voor de programmaregisseur. De functie van programmaregisseur is onverenigbaar met enige andere functie bij een van de deelnemende partners in het BPK. De programmaregisseur is adviserend lid van het BPK. 13. Eén keer per jaar wordt een functioneringsgesprek gevoerd met de programmaregisseur, waarbij in ieder geval de voorzitter van het BPK aanwezig is. 14. De kosten voor de programmaregisseur worden gefinancierd binnen het vm-WEK (zie sectie F). Betrekken omwonenden 15. De inwoners en de bewoners in en rondom het Werelderfgoed krijgen een rol bij het opstellen en uitwerken van de beleidsplannen en projecten. De mate van participatie is afhankelijk van het project en kan variëren van ‘actief informeren’ bij projecten waarbij hun belang slechts zijdelings geraakt wordt, via ‘adviseren’ tot aan ‘mee-denken’ en ‘mee-maken’ (co-creatie) bij projecten waarbij zij direct belang hebben.
Bij de aanvang van een project of een proces wordt steeds vastgelegd op welke wijze de participatie van omwonenden en inwoners wordt vormgegeven. 16. Er komt een regulier overleg met de directe omgeving van het Werelderfgoed. In het bijzonder gaat het om de Belangenvereniging Leefbaarheid Kinderdijk en “De Vereenigde Molenbewoners van Kinderdijk”. SWEK heeft hierin een initiërende rol.
SOK WEK definitief 19 december 2022
8
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk Communicatie 17. Partijen stellen een Werkgroep Communicatie in die gericht is op het informeren van met name de inwoners van de Gemeenten Molenlanden en Alblasserdam en dan in het bijzonder de bewoners in en rondom het Werelderfgoed over het Uitvoeringsprogramma 2020-2025. 18. Partijen stemmen hun uitingen naar de pers zoveel als mogelijk af via deze Werkgroep. 19. De Werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de Gemeente Molenlanden, de Gemeente Alblasserdam en SWEK. Zij beheren gezamenlijk de website Kinderdijk2030.
SOK WEK definitief 19 december 2022
9
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk F.
Afspraken met betrekking tot de financiën 1. SWEK heeft een publieke doelstelling en is met betrekking tot haar financiering voor een groot deel afhankelijk van de markt (toerisme). Dat betekent dat SWEK enerzijds moet beschikken over voldoende ruimte om ondernemend, snel en flexibel te kunnen reageren op ontwikkelingen in de markt en aan de andere kant haar financiële huishouding zo moet inrichten dat de financiële verantwoording past bij het publieke karakter van de stichting. 2. SWEK moet minimaal voldoende middelen kunnen genereren om, gelet op haar doelstellingen en verantwoordelijkheden, de financiële continuïteit voor de langere termijn te kunnen waarborgen. 3. Alle partijen zijn gehouden aan de kaders en spelregels die in het BPK zijn besproken en voor zover individuele partijen hier ook mee ingestemd hebben. Dit betreft de collectieve ambitie, het uitvoeringsprogramma, de uitwerking van de diverse projecten en de financiële afspraken die daarbij horen. 4. De begroting en jaarrekening van SWEK geven een onderbouwd cijfermatig inzicht in het dagelijks onderhoud en het groot onderhoud van de molens en monumenten, het beheer van het Werelderfgoed en de educatieve taak. De begroting voor het groot onderhoud is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsprogramma.
De uitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen, worden gedeeld en besproken met de beide gemeenten, mede als onderdeel van de schriftelijke voortgangsrapportage zoals hierna onder 6. genoemd. 5. Het vaststellen van de begroting en de jaarrekening is de bevoegdheid van de Raad van Toezicht van SWEK. De conceptbegroting wordt door SWEK aan het BPK voorgelegd voor advies voordat de Raad van Toezicht de begroting vaststelt. De conceptbegroting geeft daarbij een helder inzicht in de baten en lasten voor het komende jaar, de investeringen en de dotatie aan reserves en voorzieningen, inclusief de opbouw daarvan. Voordat de conceptbegroting door het bestuur van SWEK wordt gepresenteerd, is er ambtelijk overleg met de beide gemeenten. 6. Tenminste één keer per jaar, rond de zomervakantie, wordt de actuele en financiële stand van zaken besproken aan de hand van een schriftelijke voortgangsrapportage van SWEK, met daarin de ontwikkelingen in het lopende boekjaar, de liquiditeitspositie, inclusief een liquiditeitsplanning die tenminste vier jaar vooruit loopt, een actualisatie van de risicoparagraaf en het meerjarenperspectief. Het BPK brengt hierover advies uit aan SWEK.
SOK WEK definitief 19 december 2022
10
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk Verrekeningsmechanisme Werelderfgoed Kinderdijk 7. De beide gemeenten en SWEK richten een “Kinderdijkfonds” op. Dit is een methodiek voor verrekening van kosten en baten: het verrekeningsmechanisme Werelderfgoed Kinderdijk (vm-WEK). Het vm-WEK maakt geen onderdeel uit van de staat van reserves en voorzieningen van de beide gemeenten of van SWEK. Bijdrage van SWEK aan vm-WEK 8. SWEK levert uit haar exploitatie een bijdrage aan de beide gemeenten via het vm-WEK. De totale bijdrage van SWEK aan het vm-WEK bedraagt: - Vanaf 1 januari 2023 tot het moment waarop SWEK over voldoende reserves beschikt hiervan is sprake zodra de tekorten als gevolg van de COVID crisis zijn aangezuiverd en reserves voldoende zijn om de continuïteit te waarborgen - € 1,00 per betalende bezoeker (prijspeil 2021, te indexeren met de CPI) boven de 250.000 bezoekers. - Vanaf het moment dat SWEK over voldoende reserves beschikt € 1,00 per betalende bezoeker (prijspeil 2021, te indexeren met de CPI). - Voor wat betreft de omvang van de reserves geldt dat in ieder geval de Algemene Reserve op een dusdanig niveau moet zijn om in geval van een nieuwe crisis twee jaar te kunnen overbruggen. SWEK gaat bij de voortgangsrapportage zoals hiervoor onder 6.
genoemd in op de omvang van de reserves en geeft daarbij een indicatie hoe lang het duurt voordat de reserves weer aangezuiverd zijn. Van deze bijdrage komt 50% ten gunste van de Gemeente Molenlanden en 50% van deze bijdrage komt ten gunste van de Gemeente Alblasserdam. Deze verdeling heeft betrekking op de historische kosten2 2015 t/m 2020 zoals eerder zijn benoemd. Hierop aanvullend kunnen, op basis van dezelfde verdeling, ook de gemaakte (exploitatie-) kosten 2021 en 2022 worden meegenomen. Vanaf het exploitatiejaar 2023 wordt de verdeling tussen de twee gemeenten bepaald naar rato van de door de gemeenten gemaakte exploitatiekosten. Dit is inclusief de afzonderlijke investeringen die gemeenten zelf maken. Deze worden geactiveerd in de gemeentelijke begroting en vertaald in de gemeentelijke exploitaties (via kapitaallasten). Op basis van bovenstaande punten dient vanaf het moment van uitkeren van SWEK de gemeenten preferent de historische kosten 2015-2020 en de exploitatiekosten 2021 en 2022 op basis van 50/50 te verrekenen.
2
De gemeenten brengen de volgende onderdelen in:
Historische kosten uit de periode 2015 t/m 2020: -
Voor de gemeente Alblasserdam bedragen deze kosten: € 259.949,-Voor de gemeente Molenlanden bedragen deze kosten: € 285.746,--
SOK WEK definitief 19 december 2022
11
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk 9. De beide gemeenten krijgen jaarlijks, als onderdeel van de begroting, een opgave van de te verwachten bijdrage van SWEK aan vm-WEK.
Gezamenlijke exploitaties 10. In geval van gezamenlijke exploitaties door SWEK en de beide gemeenten, mede naar aanleiding van nieuwe investeringen, wordt het exploitatieresultaat per jaar verrekend in het vm-WEK volgens een door de drie partijen geaccordeerde verdeelsleutel. In geval van het gezamenlijke bezoekersmanagement geldt dat 50% van het resultaat wordt verrekend met de Gemeente Molenlanden en 50% van het resultaat wordt verrekend met de Gemeente Alblasserdam. 11. De beide gemeenten en SWEK stellen in geval van gezamenlijke exploitaties ieder jaar een begroting op. Alle partijen dienen deze begroting te accorderen. Partijen streven ernaar een zo’n positief mogelijke exploitatie te realiseren. De exploitatie kan ook bijdragen van derden (bijvoorbeeld Provincie, Rijk, Waterschap) bevatten. Toetsing van de jaarlijkse conceptbegroting (en meerjarenramingen) zal vooraf plaatsvinden door afstemming tussen de medewerkers van SWEK en de gemeenten. In geval van gezamenlijke exploitaties is er regelmatig overleg tussen partijen en informeren partijen elkaar tijdig en actief over de lopende exploitaties. Indien nodig bespreken partijen maatregelen om de exploitatie te verbeteren. 12. Partijen wijzen in geval van een gezamenlijke exploitatie één partij aan die verantwoordelijk is voor de uitvoering daarvan. Voor het gezamenlijke bezoekersmanagement is dit SWEK. Overig 13.
Overheidspartijen spreken af dat over het verstrekken van nieuwe leningen, giften of andersoortige bijdrages aan SWEK, anders dan projectsubsidies, altijd eerst overleg zal plaatsvinden in het BPK. Daarbij moet helder zijn onder welke voorwaarden deze middelen beschikbaar worden gesteld.
SOK WEK definitief 19 december 2022
12
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk G.
Afspraken met betrekking tot SWEK 1. SWEK voert haar functie uit conform de doelstellingen zoals vastgelegd in de statuten. SWEK heeft een bestuur en een onafhankelijke Raad van Toezicht (RvT). De RvT houdt toezicht conform de wet en de statuten. Het bestuur en de RvT hebben specifieke aandacht voor het publiek belang, het behoud van het erfgoed en bewaken van de balans tussen leefbaarheid en attractiviteit. 2. SWEK moet over voldoende ruimte en slagkracht beschikken om haar verantwoordelijkheid te kunnen dragen. 3. Werving van de directeur-bestuurder van SWEK en van leden van de RvT geschiedt op basis van een openbaar profiel. Dit profiel wordt voordat de werving start voor advies voorgelegd aan het BPK. 4. De RvT benoemt de bestuurder. De voorzitter van het BPK krijgt voordat de benoeming plaatsvindt de gelegenheid advies uit te brengen over de te benoemen kandidaat. 5. Het BPK heeft minimaal eenmaal per jaar een overleg met (een delegatie) van de RvT waarin gereflecteerd wordt op de gezamenlijke doelstellingen en meer in het bijzonder over de instandhouding van het Werelderfgoed, de ontwikkelingen op en rond het molengebied en de onderlinge samenwerking.
SOK WEK definitief 19 december 2022
13
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk H.
Overige 1. Indien een van de partijen eenzijdig en zonder overleg met het BPK een besluit neemt dat afwijkt van hetgeen in deze overeenkomst is bepaald en dat negatieve consequenties heeft voor een van de andere partijen, kan het BPK een oproep doen dit besluit te herzien. 2. Indien de betrokken partij deze oproep niet kan volgen, volgt overleg in het BPK of, en zo ja, hoe deze negatieve consequenties kunnen worden gemitigeerd of gecompenseerd.
I.
Inwerkingtreding en geldigheidsduur 1. Deze samenwerkingsovereenkomst treedt in werking op de datum van ondertekening en heeft een geldigheidsduur tot 31 december 2027. Partijen kunnen in onderling overleg deze overeenkomst verlengen tot een nader te bepalen datum. 2. Tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst is slechts mogelijk indien alle partijen gezamenlijk besluiten tot het tussentijds opzeggen van de overeenkomst 3. Ingeval van de situatie als hiervoor onder 2. bedoeld, treden partijen in overleg over de afwikkeling van de financiële consequenties van de tussentijdse opzegging.
SOK WEK definitief 19 december 2022
14
Samenwerkingsovereenkomst – Werelderfgoed Kinderdijk J.
Ondertekening
Aldus overeengekomen te Kinderdijk op … 2022,
Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK), gevestigd op 2961 AT Kinderdijk, Overwaard 2, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Directeur/bestuurder de heer P.J.H. van Steenbergen, Gemeente Molenlanden, gevestigd op 2971 VR Bleskensgraaf, Melkwegplein 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door
Wethouder de heer A.C. Bikker,
Gemeente Alblasserdam, gevestigd op 2951 ED Alblasserdam, Cortgene 2, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door
Wethouder de heer R. Pardo Kruidenier
Waterschap Rivierenland, gevestigd op 4003 BX Tiel, Blomboogerd 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door
Heemraad de heer M.H.M. Gremmen
Provincie Zuid-Holland, gevestigd op 2596 AW Den Haag, Zuid-Hollandplein 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door
Gedeputeerde mevrouw W. de Zoete - van der Hout
Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, gevestigd op 3811 MG Amersfoort, Smallepad 5, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door
Hoofd Regio Noord West mevrouw M. Verhoek
SOK WEK definitief 19 december 2022
15