Voorstel Kaderbrief 2027 - Voorstel.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering: 7 juli 2026 Datum B&W: 16 juni 2026 zaaknummer: 2026-0066778
Portefeuillehouder: Ramon Pardo Kruidenier Auteur: Wilbert Koolmees
Onderwerp: Kaderbrief 2027 Voorgesteld besluit: 1. De Kaderbrief 2027 vast te stellen en richtinggevende uitspraken te doen die bijdragen aan het opstellen van de Begroting 2027 en verder. 2. De programma-indeling vast te stellen voor de Begroting 2027 en verder, welke aansluit bij een generieke en meer overzichtelijke wijze van presenteren van inkomsten en uitgaven.
Inleiding Het is gebruikelijk om vlak voor het zomerreces in een Perspectiefnota de uitgangspunten en richting voor de komende Begroting vast te stellen. Vanwege de overgang naar een nieuw bestuur wordt dit jaar de Kaderbrief aangeboden. In deze Kaderbrief verwerken we uitsluitend de ontwikkelingen die voortvloeien uit reeds vastgesteld beleid en genomen besluiten, zonder nieuwe bestuurlijke keuzes. Tegelijkertijd schetsen we de financiële realiteit waar we mee te maken krijgen. Alblasserdam wordt helaas opnieuw geconfronteerd met een grote financiële opgave. Financieel perspectief zorgelijk Voor de jaren 2025 en 2026 zijn al ingrijpende bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd om het financiële evenwicht te herstellen. De uitvoering hiervan vraagt ook de komende periode blijvende inzet en discipline. Tegelijkertijd zien we dat de druk op onze financiën onverminderd hoog blijft. De opgaven nemen toe, terwijl de beschikbare middelen niet meestijgen. Bovendien worden we opnieuw geconfronteerd met financiële tegenvallers vanuit de gemeenschappelijke regelingen waar onze beïnvloedingsruimte beperkt is maar de financiële consequenties reëel en substantieel zijn. In het najaar wordt de Begroting 2027 opgesteld. Deze Kaderbrief en het Coalitieakkoord vormen hiervoor de basis. Ook het rapport Zelfbewust Alblasserdam zal hierbij worden betrokken.
Op basis van deze documenten is het aan de gemeenteraad om kaders te stellen, richting te geven en wederom keuzes te maken welke onvermijdelijk zijn. Beoogd effect Kennisnemen van de actuele (financiële) situatie en richting en kaders geven aan de Begroting 2027 en de meerjarenraming en het vaststellen van de begrotingsuitgangspunten. De Kaderbrief is de opmaat naar een meerjarig structureel sluitende Begroting 2027-2030. Argumenten Deze Kaderbrief wordt behandeld in combinatie met het Coalitieakkoord en het Rapport Zelfbewust Alblasserdam in de raadsvergadering met de Algemene Beschouwingen op 14 juli 2026. De Algemene Beschouwingen zijn het moment voor de raad om richting te geven aan het college over de mate waarin het aan de knoppen, zoals het weerstandsvermogen, de lokale lasten, het ambitieniveau en het voorzieningenniveau in het dorp, kan draaien richting een sluitende begroting. Alternatieven n.v.t.
Kanttekeningen Gelet op de financieel zorgelijke situatie en de huidige ontwikkelingen is de verwachting dat het in 2027 en in de jaren daarna niet zal lukken om een sluitende begroting te realiseren, ondanks de reeds getroffen en in uitvoering zijnde eerdere maatregelen. Er resteert een structureel tekort van circa € 1,5 á 2 miljoen. Deze situatie vraagt om duidelijk politiek-bestuurlijk leiderschap, scherpe prioritering en een hoge mate van urgentie om tot duurzame oplossingen te komen. De consequenties van geen sluitende Begroting 2027 en verder betekent dat de gemeente mogelijk onder preventief toezicht komt te staan van de provincie (zie bijlage). Om het repressief toezicht te behouden moet óf 2027 óf 2030 sluitend zijn. Uiteraard is de insteek in te zetten op een sluitende Begroting 2027. Waar mogelijk worden incidentele middelen ingezet en aanvullende ombuigingsmaatregelen getroffen om dit doel te bereiken. Dit zou dan ruimte creëren om in 2027 zorgvuldig toe te werken naar een duurzaam meerjarenperspectief vanaf 2028. In de aanloop naar de Perspectiefnota 2028 wordt dit verder uitgewerkt en geconcretiseerd op basis van de ingezette koers voor deze periode uit het Coalitieakkoord. De raad is als kaderstellend bestuursorgaan aan zet om hierover richtinggevende uitspraken te doen.
Financiële informatie In het financiële beeld van de Begroting 2027–2030 zijn we als startpunt uitgegaan van de (geamendeerde) Begroting 2026 en de besluiten tot en met de raad van december 2025. Vervolgens zijn de structurele effecten vanuit de 1e Bestuursrapportage 2026, de bijstellingen van de gemeenschappelijke regelingen (GR’en) op basis van de aangeboden concept-begrotingen, indexaties en overige mutaties (mei circulaire) in het meerjarig perspectief verwerkt. Deze wijzigingen zijn technisch en dus beleidsarm, verwerkt. Voor 2027 komt het perspectief uit op -1,9 mln. oplopend tot -3,1 mln. in 2030. We worden wederom geconfronteerd met een grote financiële opgave voor de komende jaren.
Voor de jaren 2025 en 2026 zijn al ingrijpende bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd om het financiële evenwicht te herstellen. De uitvoering hiervan vraagt ook de komende periode blijvende inzet en discipline. Tegelijkertijd blijft de druk op onze financiën onverminderd hoog. De opgaven nemen toe en bestuurlijke ambities vragen meer middelen, terwijl de beschikbare middelen (voornamelijk vanuit het Rijk) niet in gelijke mate meegroeien. Daarnaast worden wij opnieuw geconfronteerd met financiële tegenvallers bij de gemeenschappelijke regelingen. Onze beïnvloedingsmogelijkheden hierin zijn beperkt, terwijl de financiële consequenties voor de gemeentelijke begroting reëel en substantieel zijn. Gelet op de financieel zorgelijke situatie en de huidige ontwikkelingen is de verwachting dat het in 2027 en in de jaren daarna niet zal lukken om zonder forse ingrepen en keuzes een sluitende Begroting te realiseren. Dit ondanks de reeds getroffen en voorgenomen maatregelen. Het begrotingstekort blijft structureel € 1,5 á 2 miljoen. De consequenties van een niet sluitende Begroting 2027 en verder, betekent dat de gemeente mogelijk onder preventief toezicht komt te staan van de provincie. Om het huidige niveau van toezicht te behouden moet tenminste óf 2027 óf 2030 sluitend zijn.
In juli 2026 is het daarom aan de raad om aan te geven welke maatregelen ingezet dienen te worden en bijvoorbeeld aan knoppen zoals het weerstandsvermogen en de lokale lasten kan worden gedraaid. Ook is het van groot belang om gezamenlijk het ambitieniveau en helaas ook het voorzieningenniveau in het dorp opnieuw te bepalen. Vervolg De behandeling van de Begroting 2027 staat gepland op 10 november 2026. Voorafgaand aan de behandeling van de Begroting 2027 zal de raad afzonderlijk worden geïnformeerd over de effecten van de septembercirculaire 2026.
Communicatie De communicatie over de Kaderbrief 2027 vindt plaats via de gebruikelijke kanalen. Zo wordt de Kaderbrief gepubliceerd op de gemeentelijke website en wordt een persbericht opgesteld. Daarnaast wordt expliciet aandacht besteed aan de interne communicatie. Via raadscommunicatie betrekt de gemeenteraad inwoners, organisaties en ondernemers bij de te maken keuzes en het meedenken over de te maken afweging in algemeen belang. Eerdere besluitvorming 1. Programmabegroting 2026 2. Perspectiefnota 2026
Bijlagen 1. Bijlage Preventief toezicht Provincie.docx 2. Persbericht kaderbrief HC versie 1606.docx 3. Kaderbrief 2027.pdf
Niet-digitale bijlagen
CONCEPT RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Alblasserdam;
B E S L U I T:
1. De Kaderbrief 2027 vast te stellen en richtinggevende uitspraken te doen die bijdragen aan het opstellen van de Begroting 2027 en verder. 2. De programma-indeling vast te stellen voor de Begroting 2027 en verder, welke aansluit bij een generieke en meer overzichtelijke wijze van presenteren van inkomsten en uitgaven.
_______________________________________________________________________________
Kaderbrief 2027 Meerjarenperspectief 2028 – 2030
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________
Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................................................................................................... 3 2. Financieel perspectief 2027 en verder ........................................................................................................................................................................................ 4 2.1 Financieel perspectief ........................................................................................................................................................................................................ 4 2.2 Meicirculaire Gemeentefonds ............................................................................................................................................................................................ 6 2.3 Stand van de bezuinigingen ............................................................................................................................................................................................... 6 3.
Toekomst ..................................................................................................................................................................................................................................... 9 3.1 Mogelijke voordelen/ inkomsten ......................................................................................................................................................................................... 9 3.2 Investeringen ....................................................................................................................................................................................................................12 3.3 Regionale samenwerking .................................................................................................................................................................................................12 3.4 Bijstellingen gemeenschappelijke regelingen ..................................................................................................................................................................14 4. Begrotingsuitgangspunten .........................................................................................................................................................................................................16 5.
Programma-indeling Begroting ..................................................................................................................................................................................................20 6. Van Kaderbrief naar Begroting ..................................................................................................................................................................................................21 Bijlage 1 – Lijst 3 Mogelijke ombuigingsmaatregelen, die nog niet in de begroting zijn verwerkt .................................................................................................22 Bijlage 2 – Lijst 4 Ongewenste mogelijke ombuigingsmaatregelen ..............................................................................................................................................24 Bijlage 3 – Ontwikkeling woonlasten .............................................................................................................................................................................................25
Pagina 2 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________
1. Inleiding Het is gebruikelijk om vlak voor het zomerreces in een Perspectiefnota de uitgangspunten en richting voor de komende Begroting vast te stellen. Vanwege de overgang naar een nieuw bestuur is gekozen voor een Kaderbrief. In deze Kaderbrief verwerken we uitsluitend de ontwikkelingen die voortvloeien uit reeds vastgesteld beleid en genomen besluiten, zonder nieuwe bestuurlijke keuzes. Tegelijkertijd schetsen we de financiële realiteit waar we mee te maken krijgen. Alblasserdam wordt helaas opnieuw geconfronteerd met een grote financiële opgave. Financieel perspectief Voor de jaren 2025 en 2026 zijn al ingrijpende bezuinigingsmaatregelen doorgevoerd om het financiële evenwicht te herstellen. De uitvoering hiervan vraagt ook de komende periode blijvende inzet en discipline. Tegelijkertijd zien we dat de druk op onze Begroting onverminderd hoog blijft. De opgaven nemen toe, terwijl de beschikbare middelen niet meestijgen. Bovendien worden we opnieuw geconfronteerd met financiële tegenvallers vanuit de gemeenschappelijke regelingen waar onze beïnvloedingsruimte beperkt is maar de financiële consequenties reëel en substantieel zijn. Het college beoordeelt de huidige financiële situatie als zorgelijk en heeft dan ook een duidelijke boodschap aan de gemeenteraad.
Dit financieel perspectief vraagt om scherpe prioritering, duidelijke politieke keuzes en het vermogen om ‘nee’ te zeggen tegen opgaven die niet langer haalbaar zijn. Alleen zo kunnen we toewerken naar een duurzaam financieel evenwicht. Deze situatie doet een nadrukkelijk beroep op politiek-bestuurlijk leiderschap, ambtelijke professionaliteit en een samenhangende, integrale aanpak van de vraagstukken waar we voor staan. Het (nieuwe) college stelt in het najaar de conceptbegroting 2027 op. Deze Kaderbrief en het Coalitieakkoord vormen hiervoor de basis. Ook het rapport Zelfbewust Alblasserdam zal hierbij worden betrokken. Het moge duidelijk zijn dat er wederom ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt die onvermijdelijk zijn.
Leeswijzer Deze Kaderbrief is als volgt opgebouwd. Na deze korte inleiding wordt in hoofdstuk 2 het financieel perspectief vanaf 2027 geschetst. Vervolgens wordt ingegaan op de meicirculaire en de stand van de bezuinigingen. Hoofdstuk 3 richt zich op de toekomst, met aandacht voor mogelijke voordelen, inkomsten, investeringen en de regionale samenwerking. Ook wordt hier ingegaan op de bijstellingen van de gemeenschappelijke regelingen. In hoofdstuk 4 worden de begrotingsuitgangspunten toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat een voorstel voor een nieuwe programma-indeling voor de Begroting 2027. Tot slot beschrijft hoofdstuk 6 het proces van Kaderbrief naar Begroting en de richtinggevende en koersbepalende rol van de gemeenteraad hierbij.
Pagina 3 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________
2. Financieel perspectief 2027 en verder 2.1 Financieel perspectief Onderstaand het financiële beeld van de begroting 2027–2030. Als startpunt gaan we uit van de (geamendeerde) begroting 2026 en de besluiten tot en met de raad van december 2025. Vervolgens zijn de structurele effecten vanuit de 1e bestuursrapportage 2026, de bijstellingen van de gemeenschappelijke regelingen (GR’en) op basis van de aangeboden concept-begrotingen, indexaties en overige mutaties in het meerjarig perspectief verwerkt. Hoewel de cijfers nog in ontwikkeling zijn, geven zij een duidelijk beeld van de opgave waar de gemeente de komende jaren voor staat.
Raming 2027
Financieel beeld Begroting 2027-2030
Raming 2028
Raming 2029
Raming 2030
Saldo na raad december 2025 (ook in Overdrachtsdocument)
367.179
-182.110
-237.414
-181.672
1e burap 2026
125.826
296.070
352.758
276.410
493.005
113.960
115.344
94.738
-456.000
-276.000
-276.000
-276.000
-2.931.408
-2.593.093
-2.699.982
-2.801.982
Indexatie uitgaven
-700.000
-700.000
-700.000
-700.000
Indexatie OZB en overige belastingen
200.000
200.000
200.000
200.000
Bijstelling raming baten algemene uitkering n.a.v. meicirculaire
1.651.479
465.619
-649.921
-332.122
Gedeelte inzet CDOKE middelen tbv capaciteit klimaat- en energiebeleid
-175.041 960.855
993.168
Subtotaal Verwachte bijstellingen: Niet te realiseren bezuinigingen Gemeenschappelijke Regelingen (GR'en), incl rijksbijdrage (BUIG)
Meicirculaire
Opnemen stelpost i.v.m. korting Huishoudelijke Hulp (uit WMO) Investeringen op onderwijshuisvesting Perspectief tot nu toe
pm
pm
pm
-350.000
-1.917.965
-2.789.514
-3.049.704
-3.172.198
Pagina 4 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Toelichting: Het overzicht start met het saldo conform de Programmabegroting 2026 na de raad van december 2025. In de eerste bestuursrapportage 2026 die u voor besluitvorming is aangeboden zijn mutaties opgenomen met structurele bijstellingen die in dit overzicht zijn verwerkt. Daarnaast zijn er (actuele) ontwikkelingen die relevant zijn voor de begroting 2027 en het meerjarenperspectief. Deze bijstellingen worden hieronder toegelicht. Niet te realiseren bezuinigingen De afgelopen jaren is een intensief proces doorlopen om ombuigingsmaatregelen in beeld te brengen en te verkennen. Dat heeft geleid tot een pakket aan maatregelen waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden bij de begrotingen 2025 en 2026 en die ook financieel zijn verwerkt. In aanloop naar de 1e burap 2026 en de Kaderbrief 2027 is de stand van zaken van de ombuigingen beoordeeld. Daaruit is gebleken dat (nog) niet alle maatregelen realistisch zijn voor het betreffende jaar. In de 1e Bestuursrapportage 2026 is voorgesteld de niet realistische bezuinigingen voor het jaar 2026 terug te draaien. Voor 2027 en verder zijn deze verwerkt in het meerjarenperspectief van de Kaderbrief. Voorgesteld wordt om de (deels) niet realistisch geachte maatregelen voor 2027 en volgende jaren financieel bij te stellen.
In 2027 betreft de bijstelling € 0,45 mln., in 2028 en verder € 0,28 mln. In paragraaf 2.3 wordt dit nader toegelicht. Gemeenschappelijke regelingen (GR’en) 2027 ev. De ramingen zijn gebaseerd op de door het Dagelijks Bestuur van de diverse GR-en aangeboden concept-begrotingen 2027-2030 die voor zienswijzen zijn aangeboden aan de gemeenteraden. Verwezen wordt naar uw ingediende zienswijze. De zienswijze procedure kan leiden tot gewijzigde vaststelling van de definitieve Begroting via vaststelling van een begrotingswijziging. Bij de Begroting van de GR Sociaal is dit aannemelijk (echter slechts beperkt) gelet op de aangeboden lijst van besparingsmogelijkheden die in deze zienswijzen zijn voorgesteld. Verband houdend met de uitgaven voor lokale uitkeringen is ook de inkomstenraming aangepast. Voor het verstrekken van uitkeringen wordt een specifieke rijksbijdrage ontvangen, het zogenaamde BUIG budget (Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten). Deze inkomstenraming is bijgesteld naar de te verwachten uitkering. In paragraaf 3.3 en 3.4 wordt nader ingegaan op de Regionale Samenwerking en de bijstellingen op de GR-en.
Indexatie uitgaven Voor overige loon- en prijsontwikkeling is een indexatie aangehouden gelijk aan de compensatie die we hiervoor ontvangen via het gemeentefonds en via indexatie van onze eigen belastingeninkomsten, dit zoals is opgenomen in de voorgestelde begrotingsuitgangspunten. Indexatie OZB en overige belastingen 2,5% naast de 10% OZB verhoging De tarieven voor de OZB en overige gemeentelijke belastingen worden geïndexeerd met 2,5% om de inflatie en stijgende kosten op te vangen. Daarnaast wordt specifiek voor de OZB conform raadsbesluit een extra verhoging van 10% doorgevoerd als extra bezuinigingsmaatregel om de OZB stapsgewijs te verhogen. Onderwijshuisvesting Op het gebied van het gemeentelijk vastgoed ligt de komende jaren de nadruk op onderwijshuisvesting. Er zijn drie scholen die voor nieuwbouw of renovatie op de rol staan en waarvoor de voorbereiding is of komende periode wordt gestart. Dit betreft Nokkenwiel (€ 4,6 mln. tot € 11,5 mln.), het Kompas (€ 5,2 mln.), De Schalm (€ 4,7 mln.) en Palet (€ 1,3 mln.).
Pagina 5 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Voor het Nokkenwiel is in het (meerjaren)perspectief (deels) rekening gehouden met kapitaallasten, De genoemde investeringskosten zijn nog exclusief de kosten voor sloop, bouwrijp, onderzoeken en buitenruimte. De eerste afschrijving wordt verwacht in 2030. Hiervoor is indicatief een bedrag opgenomen van € 0,35 mln. exclusief de genoemde investeringen waar nog geen rekening mee is gehouden. In de Begroting 2027 is deels rekening gehouden met een aantal belangrijke ontwikkelingen en onzekerheden. Zo zijn autonome groei, de verwachte toename van de WMO-uitgaven en de effecten van vergrijzing moeilijk in te schatten. Ook de financiële consequenties van onderwijshuisvesting en bijbehorende afschrijvingen zijn nog niet geheel verwerkt. Daarnaast zal het gemeentefonds op een later moment worden herijkt, wat mogelijk nog gevolgen heeft voor de beschikbare middelen. Deze factoren kunnen in een later stadium leiden tot bijstellingen van de Begroting. 2.2 Meicirculaire Gemeentefonds De meicirculaire 2026 geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid. In de meicirculaire is een nieuwe raming voor het accres (indexatie) 2026 en verder opgenomen. Deze raming wordt gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau.
Naast algemene mutaties is ook een aantal taakmutaties opgenomen. Vooral de mutaties in de Wmo hebben gevolgen. De afschaffing van het abonnementstarief wordt met een jaar uitgesteld naar 2028. Eerder was het gemeentefonds gekort in het jaar 2027. Voor het jaar 2027 wordt dit gecorrigeerd. Vanaf 2029 wordt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening geschrapt binnen de WMO, waarvoor middelen aan het gemeentefonds zijn onttrokken. Tegelijk heeft er een toevoeging plaatsgevonden als vangnet voor mensen die deze hulp niet zelf kunnen regelen. Deze mutatis hebben ook effect op de lastenkant van de begroting en is budgettair neutraal verwerkt. Wetgeving is er nog niet en daarom is het nog niet duidelijk hoe dit vorm gaat krijgen. Aanpassing van de uitkering participatie voor uitstroom WSW heeft voor onze gemeente een nadelig effect evenals het ingroeipad voor wat betreft de herverdeling van het gemeentefonds. Het actualiseren van landelijke en eigen maatstafgegevens en daardoor wijziging van de uitkeringsfactor heeft ook een negatief effect op de ontwikkeling van de algemene uitkering. Het aantal inwoners bijvoorbeeld voor de gemeente Alblasserdam vertoont geen stijgende tendens, maar daalt al een aantal jaren licht. Het algemene deel van de algemene uitkering van het Gemeentefonds wordt voor het grootste deel bepaald aan de hand van het aantal inwoners.
2.3 Stand van de bezuinigingen Voor 2026 en verder staat de gemeente Alblasserdam voor een aanzienlijke financiële opgave. Met het ingaan van de zogenoemde ravijnjaren worden gemeenten geconfronteerd met structureel minder middelen, terwijl ook zonder deze kortingen van het Rijk sprake is van meerjarige begrotingstekorten. In de afgelopen jaren is een intensief en breed traject doorlopen om ombuigingsmaatregelen te identificeren, te verkennen en bestuurlijk en politiek af te wegen. Dit heeft geresulteerd in een samenhangend pakket aan maatregelen, waarvan de financiële effecten zijn verwerkt in de begrotingen 2025 en 2026. Bij het opstellen van deze Kaderbrief – als startpunt van de nieuwe bestuursperiode – is er behoefte aan een actueel en scherp inzicht in de stand van zaken van deze ombuigingen. Het gaat daarbij zowel om de mate waarin de beoogde besparingen daadwerkelijk worden gerealiseerd, als om eventuele afwijkingen, risico’s en resterende opgaven. Voor 2026 is € 1.545 mln. aan besparingsmaatregelen ingeboekt, oplopend tot € 4.571 mln. in 2029. De ombuigingsmaatregelen worden structureel gemonitord.
Pagina 6 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Het grootste risico ligt bij de maatregelen die een aanzienlijke extra inspanning vragen om daadwerkelijk gerealiseerd te worden. Vaak omdat de bezuiniging gerealiseerd moet worden in samenwerking met een regionale of maatschappelijke partner. Daarbij zijn onderstaande ombuigingen tegen het licht gehouden en afgezet tegen de stelpost die deels was opgenomen om dit risico te ondervangen. 1. Besparen op sportvoorzieningen (huur, subsidie en onderhoud), De sportverenigingen zijn ingelicht over de ontvlechting van Souburgh en zijn op de hoogte van de ombuiging over het (voor een deel) in eigen beheer nemen van het onderhoud. In de tussentijd is in beeld gebracht welke werkzaamheden het betreffen zodat duidelijk is wat minimaal nodig is om het onderhoudsniveau op een acceptabel peil te houden (te leren van de aanbevelingen van ‘Het lek boven’) en wat de kosten hiervan zijn. Dit wordt besproken met de verenigingen en afhankelijk van deze uitkomst kan verder ingeschat worden wat op langere termijn het realiteitsgehalte is van deze 158k. Voor 2027 wordt de ombuiging van 58k realistisch geacht (stelpost van 100k ingezet). 2. Inzetten op verminderen subsidie activiteiten/exploitatie Landvast Begin dit jaar is de gemeente geïnformeerd over de financiële cijfers van Landvast.
Uit de cijfers blijkt opnieuw een negatief resultaat voor 2025 en winstwaarschuwing ten aanzien van de kosten voor de toekomst. Ook de afgelopen jaren was er een bijdrage vanuit de gemeente nodig om het exploitatietekort aan te zuiveren. Voor 2027 wordt voorgesteld om de ombuiging van 100k af te ramen, omdat in de huidige constructie en opdracht dit realiseren niet realistisch is. De mate waarin na 2028 verdere bezuinigingsmaatregelen mogelijk zijn rondom Landvast, vloeit rechtstreeks voort uit een verandering van de visie/opdracht die de gemeenteraad hieraan verbindt. 3. Lagere subsidie bibliotheek en 4. Subsidie bibliotheek verder afbouwen tot regionaal gemiddelde Ambtelijk en bestuurlijk hebben er het afgelopen jaar intensieve gesprekken met Bibliotheek AanZet plaatsgevonden. De doelstelling van 50k aan besparingen voor 2026 is gerealiseerd, met behoud van de kwaliteit van onze dienstverlening. Daarnaast zijn wij momenteel nog in gesprek met Bibliotheek AanZet over de invulling van de bezuinigingsopgave voor 2027. Om minimaal aan de wettelijke vereisten van de Wsob te blijven voldoen achter wij het realistisch dat een structurele besparing van 50k (voor 2027, 2028 en 2029) haalbaar is. De toekomstige besparing wordt structureel afgeraamd tot een opbrengst tot 50k. 5.
Anders organiseren Wmo, meer lokaal, via vrijwilligers, concreet uitgewerkt (GR Sociaal) Het reduceren van de uitgaven binnen het Wmo domein wordt vooral gezocht in het aanbod van maatwerkvoorzieningen, die nu worden uitgevoerd door de SDD. De rode draad in de Wmo bezuinigingsvoorstellen is dat de huidige, door regionale partijen geboden, ondersteuning overeind blijft, maar dat voor een beperkt deel van de doelgroep ondersteuning anders, lokaal, wordt georganiseerd. Om de plannen lokaal te realiseren worden gesprekken gevoerd met de SDD en lokale zorg- en welzijnspartijen (o.a. met het Brughuis, Stichting Helpende Handen, Stichting Yulius en Stichting Odensehuis). Hoewel de besparing uitvoerbaar is, vergt het realiseren van de eerste bezuinigingen tijd, inspanning en bijbehorende kosten, en is deze tevens afhankelijk van besluitvorming in de gemeenteraden. Positief is dat het maatregelenpakket bij de GR Sociaal is verbreed en deze ombuiging meeloopt in de besluitvorming via de gemeenteraden. Voor 2026 wordt deze maatregel dan ook met 105k afgeraamd (waarvan 60k gedekt uit de eenmalige stelpost) en voor 2027 en verder met -160k (besparing 70k).
Pagina 7 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ 6. Anders organiseren activiteiten participatie (GR Sociaal) Alblasserdam heeft ertoe bijgedragen dat dit onderdeel is opgenomen in het maatregelenpakket die de GR Sociaal in besluitvorming brengt naar de gemeenteraden. Afhankelijk van het definitieve maatregelenpakket door de GR Sociaal wordt de begroting van de GR Sociaal medio dit jaar bijgesteld en de bijdrage van Alblasserdam lager. De ombuiging is opgenomen onder maatregel 44; Ontwikkelen naar Werk - Arbeids- en maatschappelijke participatie. Het transformatieplan sociale infrastructuur wordt hierin verder doorgerekend en door het anders organiseren van de sociale infrastructuur kunnen op dit terrein besparingen worden gerealiseerd. Aangezien deze ombuiging meeloopt in het regionale maatregelen pakket wordt deze structureel met 200k afgeraamd, evenals de stelpost van 200k die er tegenover staat. Netto dus financieel neutraal. 7. Anders organiseren ambulant specialistische jeugdhulp (alg. voorziening) (DG&J: SOJ) Conform Perspectiefnota 2026-2029 en Programmabegroting 2026 is er met het Brughuis gesproken over een aanvullende opdracht “anders organiseren ambulante jeugdhulp”. Het Brughuis ziet hier mogelijkheden en staat er positief tegenover.
Door het toekennen van een specifieke subsidie van 100k voor de implementatiekosten van de pilot “jeugdhulp naar voren” wordt het Brughuis in staat gesteld om ambulant aanbod op te bouwen die verwijzing naar specialistische zorg voorkomt. Gezien de implementatieperiode wordt voor 2026 het volledige bedrag met 100k afgeraamd. Voor 2027 vraagt deze afweging nog een besluit van het nieuwe college. 8. Beëindigen bijdrage voor innovatie ICT (SGD) Deze bijdrage is in theorie beëindigd. Omdat de kosten voor doorontwikkeling, waar dit budget grotendeels voor werd gebruikt, nu via de reguliere bijdrage worden opgehaald, is er feitelijk geen sprake van een bezuinigingsmogelijkheid. De ombuiging a 130k is geschrapt, evenals de stelpost, waardoor het schrappen van deze ombuiging geen effect heeft op het saldo van de gemeente. 9. Inzet op verminderen afname diensten (Bedrijfsvoering Drechtsteden/SGD) Onderzocht is of er meer taken zijn die Alblasserdam zelf kan uitvoeren, die nu door Bedrijfsvoering Drechtsteden worden gedaan. “We maken opnieuw de keuzes wat doen we zelf, wat kopen we in, of wat doen we in de regio. We kijken daarbij naar alle bedrijfsvoeringstaken en maken de keuzes op basis van efficiency en kwaliteit conform onze gemaakte afspraken.
Hiermee beogen we een deel van de relatief hoge kosten van de regionale organisatie te verminderen.” Deze beweging heeft gezorgd dat Alblasserdam niet meer 9% betaalt voor dezelfde regionale dienstverlening maar ‘slechts’ 2,4% meer. Een aanvullende vermindering van de kosten met 5% is echter niet haalbaar omdat de overige dienstverlening voor het grootste deel randvoorwaardelijk is en verplicht moet worden afgenomen als deelgenomen wordt aan deze samenwerking. De ombuiging is met 120k structureel afgeraamd, evenals de stelpost van 120k, waardoor het schrappen van deze ombuiging geen effect heeft op het saldo van de gemeente. 10. Beperken eigen gebruik Rederij en verhuren vrijgekomen ruimte De ombuiging staat on hold in afwachting van het onderzoek dat plaats vindt naar de optimale indeling van de Rederij voor het personeel en dienstverlening en het ruimte bieden aan andere partners. Dit wordt in Q4 van dit jaar opgeleverd. Op dat moment is duidelijk of en welke ruimte overblijft en weer ingevuld kan worden door een andere partij. Voor 2026 is de beoogde ombuiging van 25k afgeraamd, evenals voor 2027 (50k- 25k). Het opzeggen van de huur door de Bibliotheek op de eerste etage van de Rederij heeft gezorgd voor een huurderving van 27k. Pagina 8 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Bovenstaande toelichting op 10 specifieke ombuigingen leidt tot de volgende financiële bijstelling, waarbij de actuele (lichte) bijstelling over 2025 is meegenomen: • € 252.000 in 2026 • € 456.000 in 2027 • € 276.000 structureel vanaf 2028 We blijven de realisatie van de ombuigingen volgen. De kans is reëel dat zich hier nieuwe ontwikkelingen in voordoen en de (langjarige) inschatting verder moet worden bijgesteld.
3. Toekomst Ook in 2027 blijft de druk op de gemeentelijke begroting onverminderd hoog. De opgaven nemen toe, terwijl de middelen vanuit het Rijk niet in gelijke mate meegroeien. Daarnaast worden wij opnieuw geconfronteerd met financiële tegenvallers bij de gemeenschappelijke regelingen. Onze beïnvloedingsmogelijkheden daarop zijn beperkt, terwijl de financiële impact op de gemeentelijke begroting aanzienlijk is. Deze ontwikkeling vraagt om scherpe prioritering, heldere politieke keuzes en het vermogen om ‘nee’ te zeggen tegen opgaven die niet langer binnen de financiële kaders passen. Het streven is als altijd om de Begroting sluitend te maken, dit geldt ook voor 2027. Hiervoor verwerken we de richting welke wordt gegeven in het Coalitieakkoord en onderzoeken we of incidentele inzet van middelen mogelijk is zodat ruimte ontstaat om zorgvuldig te werken aan een duurzaam meerjarenperspectief. 3.1 Mogelijke voordelen/ inkomsten Met bovenstaand financieel perspectief is het noodzakelijk bestaande bezuinigingsmaatregelen te heroverwegen, nieuwe besparingsopties te verkennen en de focus nadrukkelijk te richten op de (wettelijke) kerntaken. In deze paragraaf worden een aantal richtingen aangegeven die ruimte kunnen bieden om het financieel evenwicht weer te herstellen.
Inzet algemene reserve De algemene reserve vervult een belangrijke functie als financiële buffer voor het opvangen van risico’s en het borgen van de continuïteit van de gemeentelijke financiën. Tegelijkertijd biedt deze reserve ruimte om – mits goed onderbouwd en incidenteel van aard – in te zetten voor specifieke doeleinden die bijdragen aan de realisatie van beleidsdoelstellingen en maatschappelijke opgaven. Alle mutaties in de reserves zijn in principe incidenteel van aard. Dit geldt dus ook voor egalisatiereserves of reserves waarmee wordt gestreefd naar een ‘gesloten systeem'. Er zijn slechts twee uitzonderingen op deze algemene regel. Pagina 9 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Kapitaaldekkingsreserves De eerste uitzondering geldt voor de bestemmingsreserves die specifiek zijn gevormd voor de dekking van kapitaallasten. Door de onttrekkingen aan bestemmingsreserves dekking kapitaallasten apart te benoemen (en op te nemen in het overzicht van structurele reservemutaties) wordt duidelijk dat het hier om structurele lasten gaat. De looptijd van de ingestelde reserve is gelijk aan de afschrijvingstermijn van de geactiveerde investering. Hierdoor hebben zowel de kapitaallasten als de onttrekking aan de reserve geen invloed op het structurele begrotingssaldo. Surplus algemene reserve De tweede uitzondering op de regel betreft de inzet van het surplus van het ‘vrij aanwendbare deel’ van de algemene reserve. Deze optie is beschikbaar sinds 1 januari 2024 en is ook opgenomen in de notitie ‘Structurele en incidentele baten en lasten 2025’ van de Commissie BBV. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s. Van dit vrij besteedbare deel van de algemene reserve kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten.
Hiervoor gelden echter wel drie voorwaarden: - Ten eerste dient de gemeente voldoende weerstandscapaciteit te behouden om de gekwantificeerde risico’s af te dekken (de weerstandsratio moet minimaal 1,0 bedragen). De berekening van de weerstandsratio dient te zijn gebaseerd op een adequate en actuele risico-inventarisatie. - Ten tweede moet de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% zijn in het jaar van inzet. - De structurele onttrekkingen aan de algemene reserve moeten worden opgenomen op het overzicht van structurele reservemutaties. Daarnaast moet de inzet van het surplus van de algemene reserve afgestemd worden met de toezichthouder. Jaarlijks wordt getoetst of nog aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Dit geldt ook voor de meerjarenraming. In het huidige Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) bestaat een derde optie voor structurele reserve inzet. Dit betreft de optie om een structurele dekkingsreserve te vormen voor een specifiek beleidsdoel. Het is daarmee mogelijk om, bij een weerstandsratio van 1,0 en solvabiliteit van 20%, een deel van het surplus van de algemene reserve in een dekkingsreserve te storten. Deze dekkingsreserve kan vervolgens voor maximaal 4 jaar worden ingezet voor een specifiek beleidsdoel. Er wordt momenteel gewerkt aan een aanpassing van het GTK. Hierin zullen alle opties worden opgenomen.
Naar verwachting zal het vernieuwde GTK in de eerste helft van 2026 door de colleges van Gedeputeerde Staten worden vastgesteld. Het vernieuwde GTK zal daarmee bij de beoordeling van de begroting 2027 van kracht zijn. Als gebruik gemaakt wordt van de surplus algemene reserve dan zou 10% kunnen worden ingezet van het deel van de algemene reserve dat niet nodig is voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s. Dat zou ca. 0,5 mln. zijn. De weerstandsratio blijft hiermee ruim voldoende en ook de solvabiliteitsratio blijft na de voorgestelde inzet op een voldoende niveau. Ombuigingsmaatregelen In 2025 en 2026 is een pakket aan ombuigingsmaatregelen uitgewerkt. De overzichten hiervan zijn opgenomen in de Begroting 2026 (lijsten 1 t/m 4): • Lijst 1: Ombuigingsmaatregelen die in de Begroting 2025 zijn verwerkt en inmiddels (meerjarig) gerealiseerd zijn.
Pagina 10 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ • • •
Lijst 2: Ombuigingsmaatregelen die in de Begroting 2026 zijn opgenomen. Lijst 3: Mogelijke ombuigingsmaatregelen die nog niet in de begroting zijn verwerkt. Deze lijst bevat verdergaande maatregelen die uitsluitend worden ingezet indien zich in de toekomst opnieuw een financieel tekort voordoet. (zie bijlage 1) Lijst 4: Ongewenste mogelijke ombuigingsmaatregelen. Dit betreft maatregelen die in theorie uitvoerbaar zijn, maar aanzienlijke maatschappelijke en/of bestuurlijke gevolgen hebben en daarom in de vorige raadsperiode als politiek (nog) ongewenst werden beschouwd. (zie bijlage 2)
De raad kan voor het sluitend maken van de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief: 1. De maatregelen uit lijst 3 en 4 heroverwegen op actualiteit, haalbaarheid en effectiviteit. 2. De impact en prioritering te actualiseren, mede in het licht van de huidige financiële vooruitzichten. 3. Aanvullende bezuinigingsopties verkennen. Mede in relatie tot de discussie over wettelijke taken versus niet wettelijke taken welke vanuit ambitie vooralsnog wel worden uitgevoerd en begroot. Belangrijk hierbij is de te realiseren bedrag gebaseerd is op besluitvorming in 2025 voor de Begroting 2026 en bij besluitvorming bij de Kaderbrief 2027 niet per definitie al in 2027 tot realisatie van deze ombuiging leidt. Huurinkomsten voormalig terrein Nedstaal In 2025 is de gemeente Alblasserdam eigenaar geworden van het voormalig Nedstaal-terrein. Bij de besluitvorming omtrent de aankoop is rekening gehouden met een drietal scenario’s. Inmiddels is duidelijk geworden dat FN-Steel als huurder op het terrein aanwezig blijft, gecombineerd met een inkrimping van het bedrijf. De huursituatie zal deze inkrimping volgen en hiermee samenhangend zal er in de komende jaren een aanzienlijk deel van het terrein in herontwikkeling worden gebracht. In een samenwerking met ROM-D wordt gewerkt aan deze herontwikkeling en inmiddels is een (concept) GREX opgesteld en voorhanden.
De grondexploitatie wordt tegelijkertijd met deze Kaderbrief ter besluitvorming aan uw raad aangeboden. Op basis van huidige inzichten laten zowel de grondexploitatie als de reguliere verhuur een positief resultaat zien. In de meerjarenbegroting van de gemeente is tot dusver rekening gehouden met huurbaten die opwegen tegen de rentelasten. Met de huidige inzichten kan voorzichtig rekening worden gehouden met een positief resultaat, wat maakt dat ook de financiële uitdagingen rond een sluitende meerjarenbegroting kunnen profiteren van de aankoop en herontwikkeling van het Nedstaalterrein. Het concrete potentieel hiervan hangt af van de definitieve nog te openen GREX en het definitief formaliseren van de samenwerkingsafspraken tussen gemeente en ROM-D. Beide worden verwacht eind tweede kwartaal 2026. De exacte omvang is de resultante van een samenspel tussen enerzijds de huursituatie (te kenmerken als een strategische belegging met mogelijk ontwikkelingspotentieel in de toekomst) en het ontwikkeldeel (waarvoor de GREX in concept gereed is). De uiteindelijke administratieve verwerking zal hierbij ook nog van invloed zijn op het werkelijke voordeel voor de gemeentelijke meerjarenbegroting. Wij bieden u graag aan om in de komende tijd een nadere toelichting te verzorgen op de actualiteit in het “Nedstaaldossier”.
Reserve Enecogelden Eerder is in de raad de vraag gesteld of de reserve Enecogelden ingezet kan worden om een bijdrage te leveren aan de bezuinigingsopgave. Deze reserve is gevormd naar aanleiding van de verkoop aandelen Eneco, resulterend in een storting van € 18,4 miljoen. Het saldo per eind 2025 is € 6,5 miljoen. Pagina 11 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Het beleid rondom aanwending is door de raad op 21 december 2021 als volgt bepaald: a. voor bestedingen die leiden tot structurele financiële ruimte in de begroting; b. voor een revolverend mechanisme ten behoeve van maatschappelijke ontwikkelingen met een langlopend effect en in het bijzonder die welke betrekking hebben op duurzaamheid en klimaat adaptieve doelen; c. voor aankoop van gronden en/of gebouwen uit strategisch en/of maatschappelijk oogpunt t.b.v. regievoering bij de ontwikkeling van een plangebied voor zover deze (nog) niet via de reguliere grondexploitatie aan de raad kunnen worden aangeboden. Op dit moment zijn er geen mogelijke maatregelen in beeld waarmee besparing gerealiseerd kunnen worden middels het inzetten van de reserve. De raad kan besluiten om het doel van de reserve te wijzigen. Voor specifieke investeringen, die geactiveerd moeten worden kan door de raad worden besloten een bestemmingsreserve kapitaallasten te vormen. Hieruit kan dan jaarlijks een onttrekking worden gedaan ter dekking van de (afschrijvings)lasten van de betreffende geactiveerde investering. Hierbij kan worden gedacht aan het herzien van het doel van de reserve en omzetting naar een (duurzame) bestemmingsreserve ter dekking van de investeringen op verduurzaming gemeentelijk vastgoed o.a.
(nieuwe) schoolgebouwen, Participand en sporthallen. Zodat jaarlijks een onttrekking kan worden gedaan ter dekking van de (afschrijvings)lasten. 3.2 Investeringen In de begroting 2026 zijn de investeringen op urgentie en voortgang beoordeeld en verwerkt richting de Begroting 2027 wordt dit geactualiseerd. De projecten in de openbare ruimte lopen de komende jaren nog door qua voorbereiding en uitvoering. Ten aanzien van vastgoed ligt de nadruk op regulier groot onderhoud vastgoed in combinatie met verduurzaming en de wettelijke taak rond onderwijshuisvesting. Er zijn vier scholen die op het gebied van nieuwbouw, renovatie gepland staan qua voorbereiding en uitvoering tussen nu en 2030. Het huidige Integraal Huisvestingsprogramma (IHP) dient te worden geactualiseerd qua kosten en planning, Met de financiële consequenties van deze actualisatie is in de huidige begroting geen rekening gehouden. Alle duurzaamheidsinvesteringen aangaande ons vastgoed worden meegenomen in het reguliere (D)MJOP en waar nodig met een aanvullend raadsvoorstel. In de Begroting 2027 wordt een actueel Investeringsoverzicht gepresenteerd. 3.3 Regionale samenwerking Sturing op de regionale samenwerking en in het bijzonder op formele verbonden partijen is essentieel voor grip op zowel inhoud als financiën. Recent is de rapportage van de Bestuurlijke Regionale Regiegroep Ombuigingen opgeleverd.
Hierin worden stevige aanbevelingen gedaan om volgende periode politiek en bestuurlijk meer te investeren in grip op de regionale samenwerkingsverbanden. Vooruitlopend op de komst van het nieuwe college is al gestart met de uitvoering en wordt de voorbereiding van zienswijzen op verbonden partijen voor de raad zo veel mogelijk regionaal afgestemd. De Regiegroep doet de volgende inhoudelijke aanbevelingen: 1. Kom tot een gezamenlijke uitgangspuntenbrief voor de verbonden partijen. In 2018 zijn afspraken gemaakt over uniforme kaderstelling voor het opstellen van de begrotingen van de GR-en, zodat gemeenten aan de GR-en kaders kunnen meegeven voor het opstellen van de begroting. In de praktijk blijven de kaderbrieven vanuit de gemeenten achterwegen en komen GR-en met eigen Pagina 12 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ kaderbrieven. De Regionale Regiegroep is tot de conclusie gekomen dat gezamenlijke sturing aan de voorkant door middel van een gezamenlijke uitgangspuntenbrief wenselijk is, om meer grip en sturing te krijgen aan de voorkant van het begrotingsproces binnen de verbonden partijen. De uitgangspuntenbrief dient wel lokaal vastgesteld te worden. 2. Stel regionaal gezamenlijk zienswijzebrieven op De Regionale Regiegroep ziet mogelijkheden om de sturingskracht door middel van de zienswijzeprocedure te vergroten door meer uniformiteit in de zienswijzen aan te brengen. Zoek de gemene deler en gebruik deze om invulling te geven aan de zienswijzebrief. De gezamenlijk opgestelde zienswijzebrief wordt vervolgens in het reguliere lokale besluitvormingsproces opgenomen. 3. Kom in overleg met de griffies met een plan om raden beter te informeren en te betrekken. Raadsleden geven regelmatig aan afstand te ervaren tot en weinig grip te hebben op de verbonden partijen. Periodiek worden regio brede raadsbijeenkomsten georganiseerd, waar raadsleden worden geïnformeerd over specifieke regionale thema’s. Verder wordt de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over regionale ontwikkelingen lokaal ingericht.
De Regionale Regiegroep concludeert dat de wijze waarop de informatievoorziening richting gemeenteraden op dit moment is georganiseerd, niet altijd goed aansluit bij de behoefte van de gemeenteraden. 4. Kom tot een regionale kadernotitie verbonden partijen De regiegroep adviseert om te komen tot een regionale kadernotitie verbonden partijen, waarin de afspraken over sturing structureel worden vastgelegd. Een dergelijke kadernotitie omvat ten minste: • • • • •
Financiële afspraken: indexering, risicodeling, omgang met reserves, meerjarige systeemafspraken. Bestuurlijke afspraken: wie heeft welke positie en rol in het bestuurlijk stelsel van de verbonden partijen. Afspraken over solidariteit en differentiatie: spelregels zoals eerder beschreven. Of en in welke mate er kernindicatoren en een regionaal dashboard voor voortgang, inzicht en sturingsinformatie. Procesafspraken en jaarlijkse cyclus: een helder jaarprogramma voor kaderstelling, begrotingsbehandeling, zienswijzen en verantwoording. Ook bestuurlijk geconcludeerd dat de sturing op de regio steviger moet.
Hiervoor wordt een voorstel voorbereid in ambtelijke afstemming tussen de regiogemeenten. Voor complexe en/of grootschalige taken zoekt de gemeente Alblasserdam actief de samenwerking met regionale partners. Om deze samenwerkingen effectief, doelgericht en verantwoord vorm te geven, hanteert de gemeente Alblasserdam een aantal duidelijke uitgangspunten. Deze uitgangspunten vormen het kader voor het aangaan, voortzetten en evalueren van alle samenwerkingsrelaties en manieren om te verbeteren. Zo geven wij samenwerken vorm: bewust, transparant, strategisch, wendbaar en met oog voor de toekomst.
Pagina 13 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ 3.4 Bijstellingen gemeenschappelijke regelingen Het totaal aan bijstellingen voor de GR’en telt op tot € 2,9 mln. in 2027 aflopend naar € 2,8 mln. in 2030. De bijstellingen van onder andere de GR Sociaal (€ 1,7 mln. incl. Rijksbijdrage) en de GR DG&J (€ 1,0 mln.) zijn substantieel en leggen een aanzienlijke druk op het meerjarig financieel perspectief van de gemeentelijke begroting. Dit maakt dat opnieuw aanvullende maatregelen en inspanningen noodzakelijk blijven. Per regeling wordt kort toegelicht wat de bijstelling inhoudt. GR Sociaal De omvang van de verwachte gemeentelijke bijdragen voor 2027 voor de GR Sociaal is fors naar boven bijgesteld. In de door het Algemeen Bestuur vastgestelde meerjarenbegroting 2026 – 2030 werd uitgegaan van een totale gemeentelijke bijdrage van €339 miljoen. Het totaalbedrag aan gemeentelijke bijdragen voor 2027 volgens de conceptbegroting 2027 – 2030 is echter €33 miljoen hoger (€372 miljoen). Voor specifiek onze gemeente was het eerst € 18.408.000 en is het nu € 20.886.000. Dat is dus een verschil van bijna €2,5 miljoen. Hooguit de helft hiervan wordt gedekt door verhoging van inkomsten vanuit het Rijk.
De grootste bijstellingen wordt veroorzaakt door Inkomensregelingen (1.2 mln), Arbeidsparticipatie (0,12 mln), Huishoudelijke hulp WMO (0,47 mln) en Begeleiding WMO (0,57 mln). Voor de GR Sociaal zijn 44 besparingsopties uitgewerkt, die (deels) ter besluitvorming aan de raden worden voorgelegd. De som van de indicatieve besparingsbedragen van maatregelen leidt tot een bedrag van ruim € 300K. Wat het bedrag werkelijk gaat worden hangt samen met verschillende factoren. Hieronder noemen we belangrijke: • • •
De keuzes van andere gemeenten, want niet op alle onderdelen is keuzevrijheid per gemeente mogelijk. De omvang van bijhorende besparingen op het apparaat van de GR Sociaal, want die zijn nu niet meegenomen. De omvang van het totale besparingsbedrag van maatregelen waarvan u aangeeft ze te willen invoeren, waarbij nu geen bedrag is opgenomen (PMposten). Onder meer de maatregel die betrekking heeft op de infrastructuur Ontwikkelen naar werk,
Het streven is dat tijdens de komende zomer een begrotingswijziging tot stand komt met daarin, op basis van besluiten over de besparingsopties, een minder hoge stijging van de te verwachten afdracht voor gemeenten. Uw raad is hierover eerder geïnformeerd via de RIB Proces bepalen besparingsopties GR Sociaal. Zie ook de “Zienswijze gemeenteraad Alblasserdam op Vjb 2026, Begr. 2027-2030 en ombuigingvoorstellen”. GR DG&J, GGD, LVS en Veilig Thuis en GR DG&J, -SOJ De bijstelling van de verwachte gemeentelijke bijdragen voor 2027 voor de GR DG&J bedraagt € 0,9 mln. In de bijstelling is verwerkt de loonindexatie en een noodzakelijke uitbreiding van 4,5 fte op Veilig Thuis. Daarnaast een bijstelling op suïcidepreventie en OGGZ. DG&J geeft aan ook in 2027 met 8% taakstelling in de begroting rekening te houden (exclusief SOJ), de zogenoemde nullijn. Deze nullijn betekent dat de DG&J met de bestaande capaciteit invulling geeft aan een toenemende stroom van meldingen bij LVS, OGGZ en Veilig Thuis. De uitvoering van het verbeterprogramma bij SOJ is een gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen SOJ, gemeenten en partners. Door de SOJ was voor Alblasserdam in 2026 een besparing van 221k geraamd, welke door de gemeente niet in de programmabegroting was meegenomen. In de “Zienswijze DGJ jaarstukken 2025 en begroting 2027” werd al geconcludeerd dat de voortgang beperkt zichtbaar is.
De tekorten in de eerste Burap 2026 met begrotingswijziging geven nog meer reden tot zorg. De beoogde besparing voor 2026 en verder zal niet worden gehaald. Er zal opschaling en activering van het verbeterprogramma nodig zijn om jeugdhulp beschikbaar en betaalbaar te houden. Pagina 14 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Zie ook de “Zienswijze DGJ jaarstukken 2025 en begroting 2027”. GR SVHW De bijstelling van de verwachte gemeentelijke bijdragen voor 2027 voor de GR SVHW is nihil (€ 5k) De begroting 2027 voldoet aan de gestelde kaders. “Zie ook de “Zienswijze ontwerpbegroting 2027 SVHW”. GR OZHZ De begroting voor OZHZ wordt voor 2027 met € 95k bijgesteld. Dit betreft hoofdzakelijk indexaties. De opgenomen bezuiniging van 5% in de bestuursopdracht is voor 4% behaald. Zie ook de “Brief zienswijze op concept-begroting 2027 OZHZ”. GR Bedrijfsvoering Drechtsteden Afgelopen periode is gewerkt aan het inzichtelijk en transparant maken van de financiering van Bedrijfsvoering Drechtsteden (eerder: Servicegemeente Dordrecht). Drie leidende principes voor de regionale samenwerking zijn geformuleerd: zakelijk partnerschap, operational excellence en prognose gestuurd werken. Het project transparante financiering heeft ons meer inzicht gegeven in de totale kosten en de verdeling ervan. Doordat Alblasserdam een nadeelgemeente is in de berekensystematiek (2,4% meer kosten voor dezelfde dienstverlening) levert dit een nadeel op van ca. € 0,1 mln. waar we komende jaren deels voor worden gecompenseerd.
Vraagstukken met betrekking tot de schaal waarop taken georganiseerd kunnen worden en wat we als gemeente nog zelf en zelfstandig kunnen organiseren en uitvoeren houden onze blijvende aandacht en worden geactualiseerd wanneer daar vanuit het regionale kader verdergaande ruimte voor wordt geboden. GR VRZHZ De gemeentelijke bijdrage aan de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) neemt in 2027 toe ten opzichte van 2026. De totale gemeentelijke bijdrage stijgt van € 49,4 miljoen in 2026 naar €51,6 miljoen in 2027. Deze stijging van circa € 2,1 miljoen wordt veroorzaakt door loonindexatie (€ 1,412 miljoen), prijsindexatie (€ 0,334 miljoen) en overige mutaties (€ 0,392 miljoen), waaronder besluiten over investeringen en organisatieversterking. Voor de gemeente Alblasserdam stijgt de bijdrage van € 1.893.055 in 2026 naar € 1.974.933 in 2027. De begroting laat zien dat de ontwikkeling van de lasten van de VRZHZ in de jaren daarna verder toeneemt. De totale lasten bedragen € 64,9 miljoen in 2027 en nemen toe naar € 66,6 miljoen in 2028, € 68,6 miljoen in 2029 en € 70,4 miljoen in 2030. Daarbij geldt dat de begroting in alle jaren structureel sluitend is, waarbij baten en lasten aan elkaar gelijk zijn.
De financiële kengetallen laten zien dat de structurele exploitatieruimte in 2027 negatief is (-1,3%) en in de daaropvolgende jaren negatief blijft, zij het aflopend richting -0,5% in 2030. De solvabiliteitsratio bedraagt 4,5% in 2027 en daalt naar 3,2% in 2030 Zie ook de zienwijze “Concept zienswijze resultaatbestemming 2025 en ontwerpbegroting 2027 VRZHZ (21-05-2026).
Pagina 15 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ GR Dienstverlening Door het aanpassen van de servicenormen en openingstijden (waaronder de vrijdagsluiting) is de door de raad opgelegde besparing van € 25.000 gerealiseerd. Vanuit het gehouden rekenkameronderzoek is geconcludeerd dat de dienstverlening van hoge kwaliteit is en goed aansluit op de verwachtingen van onze inwoners. De samenwerking met dienstverlening Drechtsteden is succesvol en persoonlijk. Smart Delta Drechtsteden Smart Delta Drechtsteden richt zich op het realiseren van regionaal belangrijke projecten op ruimtelijk economisch gebied. De focus van Smart Delta Drechtsteden voor de toekomst is basis van de nog vast te stellen Regionale Investering Agenda (RIA). Binnen deze RIA zijn meerdere projecten opgenomen die op basis van concreetheid en realisme een bijdrage gaan leveren aan de Bredere Welvaart en realiseren van de Ruimtelijke Strategie Drechtsteden, die eerder onderdeel was van besluitvorming in de raad. Projecten als Vinkenwaard Noord en ontwikkeling Nedstaal terrein worden hiermee regionaal omarmd en waar nodig verder gebracht. Door een stevige vertegenwoordiging op bestuurlijk en ambtelijk vlak kan er gestuurd worden op ontwikkeling van Alblasserdam in relatie tot de regio Drechtsteden.
Zie ook Uitvoeringsprogramma en Begroting Smart Delta Drechtsteden 2026 en Samenwerking met Gorinchem.
4. Begrotingsuitgangspunten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitgangspunten voor de uitwerking van de Begroting 2027. Deze zijn vooral technisch van aard. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de ontwikkeling van de woonlasten van meerpersoonshuishoudens op basis van de informatie uit deze nota. Daar we in een situatie zitten dat strak financieel beleid noodzakelijk is, zijn ter ondersteuning daarbij de volgende richtinggevende principes nog steeds leidend. Deze zijn door de raad, bij de Begrotingsbehandeling 2024 vastgesteld. Ook blijven we voor de prioritering van de bezuinigingsmogelijkheden de Leidende Principes hanteren welke bij de bezuinigingsopgave voor de Begroting 2026 zijn gebruikt. Richtinggevende principes Begroting 2024: 1. Voordelige afrekening van reguliere taken vallen vrij ten gunste van de algemene middelen: we "slepen" geen middelen mee naar volgende jaren. Dat verwachten wij ook van gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde partijen. 2. Geen bekostiging van groei van organisaties: we focussen op innovatie en efficiency. 3. Geen automatische indexering van budgetten: noodzaak moet worden onderbouwd. 4. Indexering is maximaal wat wij daarvoor reserveren. Wij baseren ons hierbij op de compensatie die wij daarvoor vanuit het Rijk ontvangen: we willen balans houden tussen de ontwikkeling van onze lasten en die van onze baten.
Pagina 16 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ 5. Focus op fundamentele keuzes in plaats van uitholling: kaasschaaf kan niet blijvend worden toegepast. 6. Extra baten zijn niet automatisch voor meer of nieuwe taken: we kijken eerst naar wat we al doen voordat we het inzetten voor meer of nieuwe taken. Denk hierbij aan taakmutaties in de algemene uitkering en specifieke uitkeringen. 7. Activiteiten moeten een herkenbare meerwaarde hebben voor de gemeente. 8. Zonder concrete plannen geen aparte reserves meer: indien er nog geen specifiek doel is gaat het naar de algemene reserve. Met een goed plan kan het altijd nog worden ingezet. 9. We ramen realistisch: we hechten waarde aan onderbouwingen en maken bij onzekerheid bewuste afwegingen over de hoogte. 10. Eenmalig is eenmalig: omzetten naar structureel kan alleen als daar expliciet toe besloten wordt. 11. Omvang van de personele formatie volgt ontwikkeling van inhoudelijke keuzes: het behouden van uitvoeringskracht is ook zonder deze opgave een uitdaging. Daarnaast is deze nodig om de opgave te realiseren. Maar als inhoudelijke keuzes gemaakt worden minder te doen, dan heeft dat uiteindelijk ook gevolgen voor de benodigde eigen formatie. Leidende Principes Begroting 2026: 1. De uitkomst van de analyse op beleidsclusterniveau van het gemeentefonds als basis te gebruiken. 2.
In principe niet meer uit te geven voor een beleidscluster dan de gemeente voor dat cluster aan inkomsten ontvangt. 3. Daar waar een beleidscluster onvoldoende mogelijkheden biedt om de opgave te realiseren, deze te zoeken in de overige beleidsclusters, de investeringen en het verhogen van de inkomsten. 4. Kennis te nemen van het feit dat het huidige afschrijvings- en activeringsbeleid op de middellang en lange termijn niet houdbaar is en het college een eerste voorstel zal doen onrealistische afschrijvingstermijnen aan te passen. 5. Kennis te nemen van alle maatregelen in Lijst 3 en Lijst 4 welke beïnvloedbaar zijn en daarmee bij kunnen dragen om de doelstelling te behalen.
Pagina 17 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Indexering Voor de indexering van de budgetten en van de lokale belastingen wordt uitgegaan van de informatie in de meicirculaire van het gemeentefonds. Er wordt gerekend met de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product. Voor 2027 wordt deze geraamd op 2,5%. Dit betekent dus dat los van andere ontwikkelingen en keuzes in beginsel de budgetten en belastingopbrengsten worden geïndexeerd met 2,5%. Daarnaast moet rekening worden gehouden met prijsstijgingen van leveranciers en aannemers. Deze staan los van de index, denk aan hogere brandstofkosten met als gevolg materiaalkosten.
Pagina 18 van 25
Kaderbrief 2027
_______________________________________________________________________________ Bij het opstellen van de Begroting 2027 wordt voorgesteld de volgende uitgangspunten te hanteren: Onderwerp Personele budgetten