Voorstel 3e bestuursrapportage 2021 - Raadsvoorstel.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering: 14 december 2021 Datum B&W: 30 november 2021
Portefeuillehouder: Arjan Kraijo Auteur: Daniëlle de Jong
Onderwerp: 3e bestuursrapportage 2021 Voorgesteld besluit: 1. De 3e bestuursrapportage 2021 vast te stellen 2. De in de 3e bestuursrapportage 2021 opgenomen mutaties in de reserve te autoriseren. Dit betreft de volgende mutaties: € 282.000 onttrekking aan de reserve coronacompensatie € 427.000 onttrekking aan de algemene reserve 3. De in de 3e bestuursrapportage opgenomen wijziging in de investeringskredieten te autoriseren. Dit betreft de volgende mutatie: € 33.500 voor het project woonwagenzaken 4. De in de 3e bestuursrapportage 2021 opgenomen mutaties in de begroting 2021 te verwerken .
Inleiding Begrotingsrechtmatigheid In november jongstleden heeft de raad de tweede bestuursrapportage 2021 vastgesteld. Het is nieuw dat de raad kort daarop de derde bestuursrapportage ontvangt. Over voorgaande begrotingsjaren ontving de raad een derde bestuursrapportage na afloop van een begrotingsjaar, in de maand januari van het daarop volgende jaar. Bij het opstellen van de jaarstukken analyseren wij de afwijkingen tussen werkelijke uitgaven en inkomsten en begrote uitgaven en inkomsten. Met ingang van de jaarstukken 2020 nemen wij een analyse begrotingsrechtmatigheid op in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Elke overschrijding van een uitgavenbudget of onderuitputting van een inkomstenbudget is een begrotingsonrechtmatigheid. Deze onrechtmatigheid is niet te voorkomen, maar we streven er wel naar deze te minimaliseren. Het informeren van de raad over begrotingsafwijkingen is hiervoor niet toereikend. Het is van belang dat de raad de benodigde budgetbijstellingen vaststelt. Beleidsneutraal De raad kan met de 1e en 2e bestuursrapportage bijsturen op het gebied van beleid en met financiële middelen als de uitvoering van de begroting daartoe aanleiding geeft. Met de 3e bestuursrapportage is bijsturing in beleid niet meer mogelijk, omdat de behandeling hiervan aan het einde van het jaar plaatsvindt.
Daarom zijn in de 3e bestuursrapportage uitsluitend onderwerpen benoemd waarvan, na het opstellen van de 2e bestuursrapportage is gebleken, dat de verwachte kosten of inkomsten aan het einde van het jaar afwijken van hetgeen hiervoor is begroot. In de jaarstukken 2021 zal het college
verantwoording afleggen over gevoerd beleid en over het financiële resultaat, inclusief de meevallers die bij het opstellen van de jaarstukken duidelijk worden. Verwacht resultaat Het zicht op verwachte tegenvallers is op dit moment duidelijker dan het zicht op meevallers. Het verwachte rekeningresultaat kan dan ook nog positiever uitvallen dan nu bij de 3e burap is gepresenteerd; het is echter heel lastig om voorspellingen te doen over de meevallers. Door de complexiteit van de financiële bedrijfsvoering, waarin de resultaten per product pas zichtbaar worden na verwerking van de resultaten van de uitvoeringspartners, periodieke doorbelastingen van kapitaal- en personeelslasten, en verwerking van mutaties in reserves en voorzieningen is een tussentijdse prognose niet met 'een druk op de knop' te maken. Met het presenteren van de 3e burap maken we echter wel een kwaliteitsslag en zijn we pro actief bezig de jaarstukken 2021 en het controledossier tijdig voor te bereiden en geven we vervolg aan de bevindingen van de accountant bij de controle over 2020. Beoogd effect Het tijdig informeren van de raad en het bijstellen van de begroting 2021 inclusief investeringskredieten. Argumenten 1.1 Het college informeert de raad conform de financiële verordening.
In de financiële verordening 2015 is in artikel 6 een bepaling opgenomen dat het college overweegt, op grond van de actieve informatieplicht, om uiterlijk voor 1 februari in het jaar volgend op het begrotingsjaar de raad te informeren over relevante afwijkingen ten opzichte van de door de raad vastgestelde budgetten op programmaniveau en/of investeringskredieten, die in de jaarrekening over het begrotingsjaar zullen worden verantwoord. Door het vaststellen van een begrotingswijziging vóór 31 december, zullen de huidige verwachte begrotingsafwijkingen worden voorkomen, en zal de kans op begrotingsrechtmatigheid van de jaarstukken over 2021 toenemen. Kanttekeningen n.v.t. Financiële informatie In de vastgestelde programmabegroting 2021 was het geraamd resultaat nihil. In de 1e bestuursrapportage 2021 is het geraamd resultaat bijgesteld naar € 2.042.000 nadelig en is voorgesteld dit volledig te dekken uit de reserve Enecogelden en de algemene reserve. Deze reserve mutatie is ook in de 1e bestuursrapportage 2021 verwerkt zodat per saldo een geraamd resultaat van € 0 is gepresenteerd. De mutaties in de 2e bestuursrapportage 2021 hebben een nadelig effect op het geraamd resultaat. De mutaties met nadelige effecten zijn groter dan de mutaties met voordelige effecten.
Dit betekent dat wij op grond van de 2e bestuursrapportage 2021 een extra nadelig resultaat verwachten van € 931.000, ook hier werd voorgesteld om dit deels uit de algemene reserve te dekken en deels uit de reserve coronacompensatie. Per saldo sluit de 2e bestuursrapportage 2021 dan ook met een geraamd resultaat van € 0. Ook de mutaties in de 3e bestuursrapportage hebben een nadelig effect op het geraamd resultaat. De mutaties met nadelige effecten zijn groter dan de mutaties met voordelige effecten. Dit betekent dat wij op grond van de 3e bestuursrapportage 2021 een extra nadelig resultaat verwachten van € 709.000, ook hier wordt voorgesteld om dit deels uit de algemene reserve te dekken en deels uit de reserve coronacompensatie. De werkelijke uitkomsten in de jaarrekening 2021 kunnen hiervan afwijken als gevolg van risico's en kansen die zich in de komende weken nog voor kunnen doen.
Uitvoering n.v.t Communicatie n.v.t. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? 1e Bestuursrapportage 2021 - Raadsvoorstel
Bijlagen 1. 3e Bestuursrapportage 2021