CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Tweede-voortgangsrapportage-energieregio-drechtsteden.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 30 september 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 34: Voortgangsrapportage Regionale Energie Strategie 2024 - Raadsinformatiebrief8.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TWEEDE VOORTGANGSRAPPORTAGE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE

ENERGIEREGIO DRECHTSTEDEN

Versie juni 2025

Ons RES-bod is 0,37 TWh bij te dragen aan de nationale opgave van 35 TWh. Dat is 1,1% van de opgave.

In 2018 gebruikte de regio 5,4 TWh aan energie*. Daarvan werd 1,67 TWh door woningen gebruikt.

7.500 van de 127.000 woningequivalenten in de regio zijn aangesloten op een warmtenet.

*mobiliteit niet meegerekend

1

Alle 289.000 inwoners van de Drechtsteden vormen samen.

1,7%

INLEIDING EN SAMENVATTING

van alle 17.475.000 inwoners uit Nederland.

Dit is de tweede voortgangsrapportage van de energieregio Drechtsteden, sinds in 2021 de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES) is vastgesteld. In dit document is toegelicht hoe de regio ervoor staat met betrekking tot de vastgestelde doelstellingen.

Bijna 80% van het regionale Voortgang energieverbruik energiegebruik in de gebouwde gebouwde omgeving omgeving is middels gas en de restDrechtsteden middels elektriciteit. In de RES is de doelEr zijn zo’n 127.000 woningen stelling opgenomen om in 2030 in de Drechtsteden. tenminste 20% minder energie te verbruiken in de gebouwde omgeving 77.000 koopwoningen a 40.000 sociale huurwoningen b ten opzichte van 2020. Om energiever10.000 overige huursector c bruik te verminderen hebben we ons de afgelopen jaren samen met onze c a partners ingezet om het handelingsb perspectief van inwoners, maatschappelijke partners en ondernemers te versterken. Een van de concrete acties is de lancering van ons eigen ener20.6% gieloket (duurzaam-drechtsteden.nl) op 1 januari 2024. 79.4 % Duurzaam Drechtsteden is het nieuwe energieloket van de regio Drechtsteden voor verschillende gebouweigenaren waaronder bewoners (koop, huur, monument en VvE) en ondernemers.

Ook is er in 2024 gestart met het opzetten van een Meerjarige Collectieve Ontzorgingsaanpak (MCO) voor bewoners. Met deze aanpak worden eigenaren van grondgebonden woningen ontzorgd bij het verduurzamen van hun woning. In deze aanpak wordt voor alle deelnemende woningen toegewerkt naar de standaard isolatiewaarde, die de woning transitiegereed maakt. Het gemiddelde huishouden in de Drechtsteden gebruikte in Dordrecht en Hendrik-Ido-Ambacht 2019 2600 KWh aan geven ieder invulling aanelektriciteit. een vergelijkbare lokale aanpak. Hier zijn ongeveer 9 zonnepanelen per huishouden voor nodig. Het energieverbruik van de afgelopen jaren baseren wij op gegevens die van netbeheerder Stedin zijn verkregen. De gegevens tonen aan dat het elektriciteitsverbruik in de gehele Drechtsteden is gedaald met 5% ten opzichte van 2020. Voor kleinverbruikers is dit 6% en voor grootverbruikers 4%. Het gasverbruik is ten opzichte van 2020 met 23% flink afgenomen. Voor kleinverbruikers is dit zelfs 26%, de grootverbruikers lopen achter met een daling van 15%.

In 2019 had 7.9% van de woningen in de regio zonnepanelen op dak. Dat is onder het nationale gemiddelde van 12.5%.

Dat het elektriciteitsverbruik ten opzichte van het gasverbruik Op dit moment zijn er vier minder hard is teruggelopen is te verklaren windmolens en vier zonnevelden gerealiseerd in de regio. vanuit de elektrificatie van de gebouwde omgeving. Steeds meer elektrische alternatieven worden gebruikt in productieprocessen en daarnaast wordt er steeds meer elektrisch gekookt, verwarmd en gereden. Dit draagt daarentegen bij aan een vermindering van het gasverbruik, zoals de cijfers laten zien. Zoals de grafieken op de volgende pagina ook laten zien, is de doelstelling om in 2030 tenminste 20% minder energie te verbruiken reeds behaald voor het gasverbruik. Het elektriciteitsverbruik blijft gestaag afnemen maar het doel is nog niet gehaald.

2

Voortgang energiegebruik mobiliteit Mobiliteit is één van de vijf belangrijke sectoren waarover in het Klimaatakkoord afspraken zijn gemaakt. Ook deze sector gaat overstappen van fossiele brandstoffen op hernieuwbare energiebronnen om zo de CO2-uitstoot te verminderen. Relevant met betrekking tot deze opgave is dat veel mobiliteit niet regio-gebonden is. Dit betekent dat 85% van het vrachtverkeer een herkomst en bestemming heeft van buiten de regio. Veel hangt daarom af van eisen die het Rijk en de Europese Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies van voertuigen. Toch zijn er ook manieren waarop we als regio kunnen bijdragen aan de verduurzaming van de sector.

Een integrale benadering met aandacht voor de samenhang van de woningbouwopgaven en het creëren van extra banen is van belang om de mobiliteitstransitie door te zetten. Alle Drechtsteden gemeenten werken inmiddels volgens het STOMP-principe: bij de inrichting van de ruimte gaan zij eerst uit van voetgangers (stappen), vervolgens fietsers (trappen), openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten als deelauto’s en deelfietsen en tot slot privéauto’s. Enkele voorbeelden zijn Donkey Republic fietsen die regiobreed beschikbaar zijn, de toename van het aantal OV-fietsen en Greenwheels dat beschikbaar is op verschillende plekken. Daarnaast zijn verschillende gemeenten bezig met verlaagde parkeernormen voor nieuwbouw. Eerst was er vooral aandacht voor de fiets, nu krijgen voetgangers ook steeds meer aandacht.

3

Het werkveld van de laadinfra wordt steeds breder en complexer. Er ontstaan nieuwe uitdagingen, nieuwe ambities en raakvlakken met werkvelden buiten energie en mobiliteit. De cijfers over mobiliteit komen uit de databank van de Klimaatmonitor. Het percentage elektrische personenauto’s (BEV) in de Drechtsteden is sinds 2020 toegenomen van 1,6% naar 4,7%. Het aantal laadpunten voor elektrische auto’s blijft toenemen, in het vierde kwartaal van 2024 zijn er in totaal 3.499 laadpalen in de Drechtsteden. Dit waren er begin 2020 slechts 891.

Voortgang Duurzame opwekking Een van de maatregelen uit het Nationaal Klimaatakkoord is het opwekken van hernieuwbare energie op land in 2030. De dertig energieregio’s hebben ieder een deel van deze opgave op zich genomen. De Drechtsteden hebben in de RES een doelstelling van 0,37 TeraWattuur (TWh) aan duurzame opwekking in 2030 vastgesteld. Het grootste deel van onze regionale doelstelling (0,21 TWh) heeft betrekking op de duurzame opwek van energie op grote daken. Op basis van de data van Zonnedakje blijkt dat er in 2024 een opwek van 0,11 TWh is gerealiseerd op 2.202 daken. In 2022 betrof de opwek op grote daken nog 0,06 TWh. We liggen met oog op deze voortgang (ruimschoots) op schema om de doelstelling van 0,21 TWh in 2030 te halen. Het blijft echter wel zaak om het tempo van de afgelopen jaren op dit vlak vast te houden. Onder andere netcongestie kan hier een belemmerende factor zijn.

De doelstelling voor duurzame opwek op land door zon en wind is in de RES bepaald op 0,16 TWh. In totaal is er momenteel 0,04 TWh aan duurzame opwek gerealiseerd door middel van zon op land en windmolens. Er gaan momenteel twee zonneparken richting de realisatiefase, namelijk Kijfhoek in Zwijndrecht en de Betuwelijn in Hardinxveld-Giessendam. Deze zonneparken zijn samen goed voor een aanvulling van 0,05 TWh. Daarnaast bevinden zich verschillende zon op land initiatieven in de onderzoeksfase en in het voortraject, deze leveren naar schatting nog een aanvullende 0,07 TWh op. Met betrekking tot zon op land wordt ook de haalbaarheid van zonnepanelen in de bermen van snelwegen, spoorwegen en op geluidsschermen in onze regio onderzocht. We zijn hierover in gesprek met het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) en Prorail.

4

De energietransitie vraagt niet alleen om een voortvarende koers ten aanzien van het verhogen van het aandeel duurzame energie, maar juist ook ten aanzien van integrale, lokale energiesystemen. Schaarste van netcapaciteit is immers een realiteit waar we rekening mee moeten houden. Dit doen we in de regio Drechtsteden onder andere door in te zetten op het faciliteren van de oprichting van energiecoöperaties op bedrijventerreinen. Een energiecoöperatie is een samenwerking tussen bedrijven om hun lokale energievoorziening te organiseren. De bedrijven stemmen opwek, opslag en verbruik van energie slim op elkaar af, zodat zij de beschikbare capaciteit van elektriciteitsnet beter benutten. Zo verlichten ze overbelasting van het net. Door krachten te bundelen kunnen energiecoöperaties bovendien samen meer en efficiënter energie opwekken, deze onderling delen en/of gezamenlijk opslaan. Van de doelstelling van 0,37 TWh aan duurzame opwek in 2030 is tot dusver in totaal 0,15 TWh gerealiseerd. Netcongestieproblematiek, de toenemende ruimtelijke concurrentie en schaarste aan materiaal en technische vakmensen vormen een bedreiging om het benodigde tempo vast te kunnen houden.

Het is daarom belangrijk dat we toewerken naar een energiesysteem waarin energie zoveel mogelijk op lokaal niveau op de juiste plek en het juiste moment wordt uitgewisseld én waarbij we gebiedsgericht samenwerken aan slimme energiecombinaties. Voortgang regionale structuur warmte In de RES is in het kader van de warmtetransitie de doelstelling opgenomen om uiterlijk in 2030 tenminste een aanvullende

12.000 woningequivalenten (WEQ) maar liever een aanvullende 25.000 WEQ aardgasvrij te maken door middel van aansluitingen op het warmtenet. In mei 2021 waren er ongeveer 7.500 WEQ aangesloten op warmtenetten. Dit betekent dat er wordt toegewerkt naar een totaal van 32.500 WEQ aansluitingen in 2030. Anno februari 2025 zijn dit ongeveer 12.000 WEQ. Om deze aansluitingen te realiseren is en wordt er intensief samengewerkt tussen de gemeenten, woningcorporaties, warmtebedrijf HVC, netbeheerder Stedin en de provincie Zuid-Holland. Veruit het grootste deel van de nieuwe aansluitingen betreft namelijk huurwoningen, waarvoor gebruik is gemaakt van de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Deze bijdrage is beschikbaar om huurwoningen aardgasvrij te maken. Om onze doelen voor 2030 en 2050 te halen is er versnelling nodig. In januari 2024 is met het oog hierop het Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij ondertekend. Hierin is vastgesteld dat zowel individuele oplossingen als het collectieve spoor in de warmtetransitie versnelling nodig heeft. Bij de Rijksoverheid ligt nu de taak om het betaalbaarheidsvraagstuk op te lossen. Ook wordt door het Rijk gewerkt aan de benodigde wet- en regelgeving.

De regio Drechtsteden zet zich actief in voor de lobby om deze randvoorwaarden op orde te krijgen en neemt daar waar dit mogelijk is het initiatief om zelf oplossingen te vinden. Of het huidige tempo van de warmtetransitie kan worden vastgehouden of versneld richting 2030 is sterk afhankelijk van de (financiële) regelingen die beschikbaar komen en het effect van

5

deze regelingen op de haalbaarheid en betaalbaarheid van projecten. Daarnaast is het tempo afhankelijk van de beschikbare uitvoerings- en draagkracht bij gemeenten, HVC en belangrijke partners zoals de woningcorporaties. De projecten zullen steeds complexer worden, bijvoorbeeld omdat participatie een steeds grotere rol gaat spelen op het moment dat ook particuliere woningen worden betrokken. Momenteel is de volledige warmtetransitie nog niet haalbaar en betaalbaar. Een belangrijk uitgangspunt binnen de warmtetransitie is dat we alleen starten met een volledige transitie naar aardgasvrij waar het wel kan. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is gaan we op zoek naar tussenstappen. Het toepassen van isolatie en andere vormen van energiebesparing is altijd een belangrijke eerste stap.

gevolg dat het stroomnet op sommige momenten en energiestations vol is. Dit vormt ook in de regio Drechtsteden een groeiend knelpunt. Bijna de gehele regio zit in netcongestie op afname en de druk neemt verder toe. Hierdoor bewegen we ons weg van onbeperkte toegang tot het elektriciteitsnet. Altijd en overal toegang tot vermogen (stroom) is niet meer de standaard. Dit vraagt om zowel uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet als ook om het beter benutten van de netcapaciteit. Beiden zijn structureel nodig. Verzwaring en uitbreiding is een belangrijke, maar kostbare troef en kost bovendien tijd (tot 2029-2035 in de regio). Verzwaring is daarom niet genoeg. Op kortere termijn zullen we manieren moeten vinden om het elektriciteitsnet efficiënter te benutten, om de veranderingen bij te benen. Vanuit de regio zetten we ook op dit thema nadrukkelijk in op lobby. Rechtstreeks, als aandeelhouder van Stedin en via de G40 en VNG werkt de regio aan verbetering van randvoorwaarden voor een meer decentraal perspectief op het energiesysteem.

Ontwikkelingen energiesysteem De druk op het Nederlandse elektriciteitsnet neemt toe, met als

Toewerken naar de RES 2.0 We werken aan de vastgestelde doelstellingen uit de RES 1.0 voor 2030. We maken tempo, maar er is een keerzijde die ons uitdaagt. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, gebiedsontwikkelingen kunnen niet gerealiseerd worden en nettarieven dreigen onbetaalbaar te worden. Zowel de regio als onze partners lopen met opgaven tegen de grenzen van het energiesysteem aan. Dit vraagt om een veranderd perspectief, waarmee we in de re-

6

gio met een gebiedsgerichte strategie en inzet toewerken naar een gelaagder en lokaler energiesysteem waarin we onder andere energie zoveel mogelijk op lokaal niveau op de juiste plek en het juist moment uitwisselen, waarbij we gebiedsgericht samenwerken aan slimme energiecombinaties- en oplossingen en voortvarend blijven inzetten op energiebesparing en de warmtetransitie. Dit leidt tot de wens om de RES 1.0 Drechtsteden te herijken, daar de RES niet meer voldoende kaders biedt. We duiken hiervoor de gebieden in, verkennen vraag en aanbod en zullen inzichten opdoen in de gevolgen van keuzes. Met de RES 2.0 hebben we dan het (gebiedsgerichte) inzicht en de kaders die noodzakelijk zijn om de verduurzaming, invulling van de woonopgave en doorontwikkeling van de lokale en regionale economie voort te laten gaan.

2. LEESWIJZER In hoofdstuk 3 lichten we het energieverbruik in de gebouwde omgeving toe en bieden we inzicht in de voortgang op de doelstelling om 20% energie te besparen. Het energieverbruik met betrekking tot regionale mobiliteit beschouwen we in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat vervolgens in op de voortgang met betrekking tot duurzame opwek in de regio. De in de RES vastgestelde doelstelling is om uiterlijk in 2030 tenminste 0,37 Terawattuur (TWh) aan duurzame opwek te realiseren. De warmtetransitie en de voortgang met betrekking tot de doelstelling om een aanvullende 12.000 tot 25.000 woningequivalenten (WEQ) aan te sluiten op het warmtenet is in hoofdstuk 6 uitgewerkt.

In hoofdstuk 7 zijn de ontwikkelingen rondom het energiesysteem en de stappen op dit onderwerp uiteengezet. Hoofdstuk 8 geeft tot slot inzicht in de overige relevante ontwikkelingen. Dit is de tweede tweejaarlijkse RES voortgangsrapportage, de eerste voortgangsrapportage is opgeleverd in 2023. Deze voortgangsrapportage is geschreven voor bestuurders van de regio Drechtsteden. Daarnaast wordt dit document gebruikt door het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) om de landelijke voortgang te bekijken. Op basis van alle regionale voortgangsrapportages wordt bepaald of de energieregio’s gezamenlijk op koers liggen om uiterlijk in 2030 tot 35 TWh aan duurzame opwek op land te komen.

7

3 VOORTGANG ENERGIEGEBRUIK IN DE GEBOUWDE OMGEVING

Energiebesparing is in onze regio de eerste stap, zowel voor de energietransitie als het reduceren van CO2-uitstoot. In de RES is daarom opgenomen om in 2030 tenminste 20% minder energie te gebruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2020. Om deze doelstelling te halen is het noodzakelijk de verschillende type gebouweigenaren te activeren en te ondersteunen in de klantreis om te gaan verduurzamen. We onderscheiden eigenaren van (grondgebonden) koopwoningen, huurwoningen, woningen verenigd in een VvE, maatschappelijk vastgoed en bedrijven.

Eigen vastgoed Een aantal gemeenten heeft voor het eigen vastgoed onder andere een routekaart CO2-reductie opgesteld. In deze routekaart is opgenomen welke concrete acties en maatregelen genomen kunnen worden om CO2-reductie en klimaatdoelstellingen te behalen. Wat er in deze routekaart is opgenomen is vervolgens verwerkt in de duurzame meerjarenonderhoudsplannen, inclusief jaartallen en bedragen.

Overzicht inspanningen Op 1 januari 2024 is ons energieloket www.duurzaam-drechtsteden.nl gelanceerd. Duurzaam Drechtsteden is het nieuwe energieloket van de regio Drechtsteden voor verschillende gebouweigenaren waaronder bewoners (koop, huur, monument en VvE) en ondernemers. Voor het energieloket hebben we een eigen huisstijl laten ontwikkelen waarmee we op verschillende communicatiemomenten nu

Energiearmoede Sinds de energiecrisis hebben verschillende Drechtsteden gemeenten samengewerkt met energiehulpen of andere maatschappelijke organisaties. Door het aanbrengen van kleine energiebesparende maatregelen zijn er structurele verbeteringen in woonsituaties ontstaan. Hiermee zijn ook de kosten en het verbruik structureel verlaagd. Er blijft een groep inwoners bestaan die te maken heeft met

en in de toekomst herkenbaar zijn. Daarnaast biedt het energieloket meer mogelijkheden om lokale wensen toe te passen op de website.

energiearmoede. Vanuit het Rijk is voor de mensen binnen deze doelgroep die in een koopwoning wonen extra budget beschikbaar gesteld om subsidie te kunnen geven bij het uitvoeren van grotere maatregelen waaronder spouwmuurisolatie of vloerisolatie. Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden & lokale aanpak isolatie Het is voor gemeenten sinds 2023 mogelijk om middelen aan te vragen in het kader van de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Op basis van deze regeling is er voor de jaren 2023 tot en met 2030 in totaal 5,6 miljard euro beschikbaar voor gemeenten en provincies ten behoeve van de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Vanwege de arbeidsintensiviteit worden deze middelen voor een behoorlijk deel ingezet ten behoeve van de doelstelling op energiebesparing. Daarnaast kunnen gemeenten sinds 2023 in drie verschillende tranches

8

middelen aanvragen via de Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie (LAI). Deze middelen zijn bedoeld om uitvoering te geven aan het Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Het NIP heeft als doel om uiterlijk in 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren. De nadruk ligt hier op slecht geïsoleerde woningen (energielabel E, F of G) waarbij één of meerdere stappen worden gezet richting de isolatiestandaard voor woningen. Met behulp van de CDOKE, SPUK LAI en SPUK Energiearmoede middelen zijn de gemeenten enerzijds in staat om de capaciteit uit te breiden en de inzet op energiebesparing te intensiveren. Anderzijds biedt het stapelen van verschillende middelen de mogelijkheid om een flinke subsidie te geven aan de meest kwetsbare huishoudens. In 2024 is in dit kader ook gestart met het opzetten van een Meerjarige Collectieve Ontzorgingsaanpak (MCO) voor bewoners. Met deze aanpak worden eigenaren van grondgebonden woningen ontzorgd met het verduurzamen van hun woning. De eigenaar-bewoner profiteert van gemak en is hierbij zeker van onafhankelijk advies. Ook

biedt het programma onder andere inzicht in financiering- en subsidiemogelijkheden en ontzorging bij aanvraag van landelijke subsidie. In deze aanpak wordt voor alle deelnemende woningen toegewerkt naar de standaard isolatiewaarde, die de woning transitiegereed maakt. Dordrecht en Hendrik-Ido-Ambacht geven ieder invulling aan een vergelijkbare lokale aanpak.

Informatie- en energiebesparingsplicht De Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (OZHZ) houdt toezicht op de informatie- en energiebesparingsplicht voor de gemeenten bij energierelevante bedrijven. Daarnaast zet OZHZ zich in op drie regionale actielijnen: ontsluiten data afkomstig uit energiecontroles voor alle gemeenten, meelopen met innovatieve ontwikkelingen rondom netcongestie en de opzet en uitvoering van een zorg- en

9

een scholen convenant. Met het convenant zorg is samen met 11 zorginstellingen gewerkt aan CO2-reductie (onder andere energie en vervoer) en circulaire bedrijfsvoering. Samenwerking partners Ook andere partners en initiatieven, zoals energiecoöperaties op bedrijventerreinen, helpen binnen de opgave en dragen bij aan het informeren, inspireren en faciliteren van verschillende doelgroepen. Door samenwerking met partners zoals de Werkgevers Drechtsteden en de lokale federaties kunnen zoveel mogelijk verschillende doelgroepen worden bereikt. Uitvoeringskracht en regionale partijen Het voorziene tekort aan technische vakmensen om de energietransitie uit te voeren geldt als een van de belangrijkste uitdagingen in de energietransitie. Tegelijk ontstaat hier ook een kans om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (weer) in het arbeidsproces te betrekken. Sinds 2022 zijn er leerwerktrajecten bij de Beroepentuin, waar deelnemers in ongeveer drie maanden worden opgeleid voor een specifieke instroomfunctie binnen de energietransitie.

Inmiddels heeft zowel gemeente Sliedrecht (vanaf 2022) als Dordrecht (vanaf 2023) een wijkaanpak gericht op toeleiding van inwoners naar deze instroomfuncties in de energietransitie. Samen met de woningcorporaties en aannemers die woningen in de wijken verduurzamen helpen de gemeenten inwoners hun toekomstperspectief te verbeteren door hun talent te ontwikkelen via de Beroepentuin of in andere richtingen zoals zorg en kinderopvang. Ook heeft de Sociale Dienst Drechtsteden vanaf dit jaar de Beroepentuin omarmd als ontwikkeltraject voor inwoners met een bijstandsuitkering, waaronder statushouders. Inmiddels zijn er vanuit de wijkaanpakken mensen ingestroomd bij het traject van de Beroepentuin en hebben zij hierna ook betaald werk gevonden. Bij de Beroepentuin wordt een basis gelegd en voor wie verder wil leren is er nu ook een leerlijn techniek ontwikkeld samen met opleidingsinstanties en bedrijven, waardoor deelnemers na de Beroepentuin kunnen doorstromen naar een vervolgopleiding. Verder proberen we tot slimmere samenwerkingen te komen met regionale uitvoerders. We streven er hierbij naar dat het werk dat

voortkomt uit de energietransitie zoveel mogelijk door regionale partijen wordt uitgevoerd. Cijfers energieverbruik In de RES is opgenomen om in 2030 tenminste 20% minder energie te gebruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2020. Het energieverbruik van de afgelopen jaren baseren wij op gegevens die van netbeheerder Stedin zijn verkregen. De gegevens tonen aan dat het elektriciteitsverbruik in de gehele Drechtsteden is gedaald met 5% ten opzichte van 2020. Voor kleinverbruikers is dit 6% en voor grootverbruikers 4%. Het gasverbruik is ten opzichte van 2020 met 23% flink afgenomen. Voor kleinverbruikers is dit zelfs 26%, de grootverbruikers lopen hierop achter met een daling van 15%. Dat het elektriciteitsverbruik ten opzichte van het gasverbruik minder hard is teruggelopen is te verklaren vanuit de elektrificatie van de gebouwde omgeving. Steeds meer elektrische alternatieven worden gebruikt in productieprocessen en daarnaast wordt er steeds meer elektrisch gekookt, verwarmd en gereden. Dit draagt daarentegen bij aan een vermindering van het gasverbruik, zoals de cijfers laten zien.

10

Hieronder vindt u een overzicht van het energieverbruik van onze regio. Zie de bijlagen voor een overzicht van het energieverbruik per gemeente.

11

4 VOORTGANG ENERGIEGEBRUIK MOBILITEIT

Mobiliteit is één van de vijf belangrijke sectoren waarover in het Klimaatakkoord afspraken zijn gemaakt. Ook deze sector gaat overstappen van fossiele brandstoffen op hernieuwbare energiebronnen om zo de CO2-uitstoot te verminderen. Relevant met betrekking tot deze opgave is dat veel mobiliteit niet regio-gebonden is. Dit betekent dat 85% van het vrachtverkeer een herkomst en bestemming heeft van buiten de regio. Veel hangt daarom af van eisen die het Rijk en de Europese Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies van voertuigen. Toch zijn er ook manieren waarop we als regio kunnen bijdragen aan de verduurzaming van de sector. STOMP Een integrale benadering met aandacht voor de samenhang van de woningbouwopgaven en het creëren van extra banen is van belang om de mobiliteitstransitie door te zetten. Alle Drechtsteden gemeenten werken inmiddels volgens het STOMP-principe: bij de inrichting van de ruimte gaan zij

eerst uit van voetgangers (stappen), vervolgens fietsers (trappen), openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten als deelauto’s en deelfietsen en tot slot privéauto’s. Enkele voorbeelden zijn Donkey Republic fietsen die regiobreed beschikbaar zijn, de toename van het aantal OV-fietsen en Greenwheels dat beschikbaar is op verschillende plekken. Daarnaast zijn verschillende gemeenten bezig met verlaagde parkeernormen voor nieuwbouw. Eerst was er vooral aandacht voor de fiets, nu krijgen voetgangers ook steeds meer aandacht. Regionale samenwerking laadinfra Het werkveld van de laadinfra wordt steeds breder en complexer. Er ontstaan nieuwe uitdagingen, nieuwe ambities en raakvlakken met werkvelden buiten energie en mobiliteit. Niet elke gemeente heeft hiervoor de kennis en capaciteit beschikbaar. Om regionaal efficiënt en effectief samen te werken zijn er vanaf 2025 regionale coördinatoren laadinfra voor de Drechtsteden gemeenten. Daarnaast wordt ook buiten de Drechtsteden de regionale samenwerking gezocht met

gemeenten Gorinchem en Molenlanden. Samen met de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL) Zuidwest wordt ingezet op het behalen van de duurzaamheidsambities op een toekomstbestendige manier. Voortbestaan open markt model publieke laadinfra Netbewust laden is één van de acties uit het landelijk actieplan Slim Laden voor Iedereen (SLVI). Bij netbewust laden worden elektrische auto’s binnen de capaciteitsgrenzen van het netwerk geladen, waarbij het laden in tijd wordt verschoven (na de piekmomenten) en/of elektrische auto’s gedurende de piekmomenten met een lager vermogen worden geladen. Pilots en rekenmodellen laten zien dat de toepassing van netbewust laden een piekreductie van circa 20% oplevert. Op dit moment hanteren 6 van de 7 Drechtsteden gemeenten een open markt model voor de aanleg van publieke laadinfra. De markt voor publieke laadinfra is in de afgelopen

12

jaren steeds verder ontwikkeld met tientallen aanbieders (CPO’s). Deze ontwikkelingen gecombineerd met de uitdagingen in de openbare ruimte en het energienetwerk zorgen ervoor dat gemeenten meer grip willen krijgen op de publieke laadpalen. Vanuit RAL Zuidwest is het advies uitgebracht om voor publieke laadinfra een concessie model te hanteren. Door goed contractmanagement en duidelijke afspraken in de concessie kan dit model veel problemen in de toekomst voorkomen. Dit model geeft meer regie en afdwingbaarheid en hierdoor de mogelijkheid om slim/ netbewust laden als voorwaarde op te nemen. Vanaf januari 2026 wordt er vanuit de RAL Zuid West de nieuwe concessie gestart. Regiogemeenten krijgen de mogelijkheid hierbij in te stappen. Deze keuze moet elke gemeente voor 1 juli 2025 individueel nemen. Logistieke laadvisie Er is een regionale logistieke laadvisie opgesteld die door de individuele gemeenten vastgesteld dient te

worden. Deze visie vormt de strategie van de regio Drechtsteden om tijdig toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilige laadinfrastructuur voor elektrische logistieke voertuigen te realiseren. Dit gebeurt in navolging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), een bijlage van het Klimaatakkoord. Dit document zal uiteindelijk een onderdeel vormen van de Integrale Laadvisie van elke gemeente. De volgende stap is om een concreet uitvoeringsprogramma op te stellen voor logistiek laden. De Drechtsteden is de eerste regio in de provincie Zuid-Holland die hiermee aan de slag gaat. In het najaar van 2025 wordt gestart met dit uitvoeringsprogramma samen met de adviseurs vanuit de RAL en de Drechtsteden gemeenten. Snelladen Er is een regionale agenda laden opgesteld, deze geldt voor zowel snelals privaat laden. Op het gebied van snelladen zal voor zware vrachtvoertuigen (N2 en N3-voertuigen) middels een regionale aanpak gewerkt worden,

dit wordt gefaciliteerd door het netwerk RAL Zuidwest. Momenteel zijn er vier publieke laadlocaties voor vrachtwagens in de regio Drechtsteden. Daarnaast kunnen bestelvoertuigen ook gebruik maken van de beschikbare snellaadinfrastructuur voor personenvervoer. Privaat laden Voor privaat laden wordt een openmarkt model gehanteerd met hierin verschillende bedrijven met een collectief particulier opdrachtgeverschap. Vanaf 2026 is de binnenstad van Dordrecht een zero-emissiezone, met het oog hierop worden in de komende jaren nog meer laadpalen geplaatst. Bij steeds meer elektrische rijders is de behoefte ontstaan om via een verlengde private aansluiting (VPA) hun auto op te laden. Deze behoefte wordt sterk gedreven door de afschaffing van de salderingsregeling voor zonnestroom. Deze ontwikkeling brengt nieuwe uitdagingen met zich mee in het kader van veiligheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte. Struikelgevaar en het claimen van

13

parkeerplaatsen kunnen voor problemen zorgen. Met een VPA is het voor een gemeente en netbeheerder niet meer mogelijk om netbewust laden af te dwingen. Het toestaan van VPA’s wordt daardoor vanuit de NAL en RAL sterk afgeraden. Desondanks zijn er enkele Drechtsteden-gemeenten die het onder strenge voorwaarden (zullen) toestaan. Waterstofvulpunten In de regio wordt er in nauwe samenwerking tussen ondernemers, gemeenten en de omgevingsdienst gewerkt aan de realisatie van verschillende waterstofvulpunten. Met deze vulpunten wordt duurzaam vervoer met waterstof mogelijk gemaakt. In 2023 is het eerste waterstoftankstation van de regio geopend in Dordrecht. Logistiek (bestel- en vrachtwagens) In Dordrecht geldt de zero-emissiezone voor stadslogistiek in de binnenstad per 2026. Er wordt momenteel gewerkt aan een pilot rondom verslogistiek (verse producten). Veel restaurants en cafés bestellen zelf hun eten, er wordt nu onderzocht of dit ook via een tussenplatform kan. Dit zorgt er

dan voor dat bestellingen gebundeld naar de leveranciers gaan en dat dit wordt afgeleverd op een punt buiten het historisch centrum. Deze bestellingen kunnen dan met elektrische voertuigen worden opgehaald.

Openbaar vervoer Al het stadsvervoer in de regio Drechtsteden is geëlektrificeerd. Qbuzz is bezig om het streekvervoer ook te elektrificeren, dit dient voor 2030 gebeurd te zijn. De elektrificatie van waterbussen ondervindt nog veel kinderziektes waardoor dit traject is vertraagd. Binnenvaart Slechts een klein deel van de binnenvaart, namelijk containervaart, kan relatief makkelijk gebruik gaan maken

van batterijcontainers. Voor (dry) bulkschepen is dit lastig vanwege de beperkte ruimte aan boord. Provincies, gemeenten, werkgroepen, havenbedrijven en Rijkswaterstaat zijn bezig met onderzoek en initiatieven. Het is nog niet duidelijk welke rol de regio hierin kan spelen en of het zwaartepunt hierop moet komen te liggen. Gezien de onduidelijke route naar verduurzaming voor de binnenvaart. Wel bevinden zich nu meer stekkers aan de kade, hierdoor is walladen verbeterd. Ook zijn enkele Drechtsteden gemeenten aangesloten bij het Walstroom Collectief om te kijken hoe het aanbod van walstroom kan worden uitgebreid. Cijfers mobiliteit De cijfers over mobiliteit (volgende pagina) komen uit de databank van de Klimaatmonitor. Het percentage elektrische personenauto’s (BEV) in de Drechtsteden is sinds 2020 toegenomen van 1,6% naar 4,7%. Het aantal laadpunten voor elektrische auto’s blijft toenemen, in het vierde kwartaal van 2024 zijn er in totaal 3.499 laadpalen in de Drechtsteden. Dit waren er begin 2020 slechts 891.

14

15

5 VOORTGANG DUURZAME OPWEKKING

Een van de maatregelen uit het Nationaal Klimaatakkoord is het opwekken van hernieuwbare energie op land in 2030. De dertig energieregio’s hebben ieder een deel van deze opgave op zich genomen. De Drechtsteden hebben in de RES een doelstelling van 0,37 TWh aan duurzame opwekking in 2030 vastgesteld. Duiding omvang TWh Een Terawattuur (TWh) komt overeen met 1 miljard kilowattuur (kWh). Een Nederlands huishouden verbruikt jaarlijks gemiddeld 2.500 kWh aan elektriciteit. Als de regionale doelstelling van 0,37 TWh in de Drechtsteden wordt gerealiseerd, kunnen hiermee bijna 150.000 huishoudens van duurzame elektriciteit worden voorzien. Zon op dak grootschalig Het grootste deel van onze regionale doelstelling (0,21 TWh), heeft betrekking op de duurzame opwek van energie op grote daken. Volgens het begrippenkader RES van het Nationaal Programma RES (NPRES) vallen onder het RES-bod alleen installaties

met een vermogen van ten minste 15 kilowattpiek, dit staat gelijk aan ongeveer 40-50 zonnepanelen. Met betrekking tot deze doelstelling is relevant dat Zonnedakje sinds 2023 voor alle Drechtsteden beschikbaar is. Zonnedakje maakt gebruikt van luchtfoto’s en specifieke software om zonnepanelen op daken in kaart te brengen én inzichtelijk te maken op welke daken nog ruimte is voor (aanvullende) zonnepanelen. Dit inzicht helpt en stimuleert inwoners, ondernemers en organisaties om duurzame opwek op daken te realiseren. Ook helpt zonnedakje ons om de voortgang met betrekking tot deze doelstelling te monitoren. Op basis van de data van Zonnedakje blijkt dat er in 2024 een opwek van 0,11 TWh is gerealiseerd op 2.202 grote daken. In 2022 betrof de opwek op grote daken nog 0,06 TWh. We liggen met oog op deze voortgang (ruimschoots) op schema om de doelstelling van 0,21 TWh in 2030 te halen. Het blijft echter wel zaak om het tempo van de afgelopen jaren op

dit vlak vast te houden. Relevant in dit kader is, dat er nog een aantal bedrijven en organisaties in de regio een stimuleringssubsidie voor duurzame energieproductie (SDE) hebben aangevraagd en een beschikking hebben ontvangen. In totaal staat er echter met betrekking tot grote daken nog slechts voor 0,016 TWh aan SDE beschikkingen open (peildatum januari 2025). De snelheid waarmee zonnedaken worden gerealiseerd was reeds afhankelijk van initiatiefnemers en de

16

beschikbaarheid van materiaal en technische vakmensen. Netcongestie vormt in aanvulling hierop een groeiend knelpunt in de regio Drechtsteden. Door netcongestie bewegen we ons weg van onbeperkte toegang tot het elektriciteitsnet. De impact ervan zal steeds meer merkbaar zijn. Een vol stroomnet zorgt ervoor dat wanneer de vraag naar energie of het aanbod van energie te hoog is, het net op deze momenten van de dag overbelast is. Dan stokt de energietransitie. Netcongestie heeft rechtstreeks impact op de realisatie van grootschalig zon op dak, omdat het voor ondernemers en organisaties door gebrek aan netcapaciteit niet altijd mogelijk zal zijn om energie terug te leveren op het net. Dit maakt dat het realiseren van duurzame zonnedaken als minder mogelijke en aantrekkelijke investering zal worden gezien. Dit geldt nu voor het zuidelijk deel van Dordrecht, maar naar verwachting zal dit ook een groeiend knelpunt worden voor andere gebieden en gemeenten. Omdat dit nog niet voor de rest van de Drechtsteden geldt biedt het voor nu ook kansen. Deze ruimte benutten wij het

liefst zo snel mogelijk voor de opwek van zonne-energie. Duurzame opwek met energiecoöperaties Daarom moeten we ook met oog op onze regionale doelstelling toe naar een systeem waarin energie zoveel mogelijk op lokaal niveau op de juiste plek en het juiste moment wordt uitgewisseld én waarbij we gebiedsgericht samenwerken aan slimme energiecombinaties. Bijvoorbeeld een combinatie van de realisatie van een grootschalig zonnedak met de energievraag van nabije ondernemers. Hiermee zorgen we dat de duurzame opwekking van energie ook vanuit financieel oogpunt aantrekkelijk blijft. Hiertoe zetten we in op energiecoöperaties. In elke gemeente in de regio Drechtsteden is een energiecoöperatie gestart of in oprichting. Dit is mede te danken aan de sterke samenwerking tussen Werkgevers Drechtsteden, de Federatie van Ondernemersverenigingen Drechtsteden, lokale ondernemersverenigingen, lokale ondernemers en overheden. De

energiecoöperaties zijn samenwerkingsverbanden van ondernemers, met als doel het elektriciteitsnet beter te benutten en energiegebruik- en opwek optimaal in te richten. De energiecoöperaties werken toe naar energiehubs waarbinnen het aandeel duurzame energie zal toenemen, omdat ondernemers met elkaar verkennen hoe zij samen zo ver als mogelijk zelfvoorzienend kunnen zijn met bijvoorbeeld zon op dak gecombineerd met opslag. Juist dit maakt het verder verhogen van het aandeel duurzame energie kansrijk, omdat netcongestie (op invoeding) er toe kan leiden dat duurzame opwek projecten vertragen of stil vallen. Zon op dak kleinschalig Zonneprojecten op daken die minder dan 15 kWp aan zonne-energie realiseren worden niet tot ons bod gerekend. Zon op kleine daken speelt echter wel een significante rol in de energietransitie. Het geeft inwoners en het midden- en kleinbedrijf (MKB) immers de mogelijkheid om (voor een deel) in de eigen energiebehoefte te voorzien. Daarnaast is het een effectieve en per-

17

Overzicht van energiecoöperaties

18

soonlijke manier om bij te dragen aan de energietransitie. Daarom hebben we in de RES een doelstelling van 0,07 TWh opgenomen voor zon op kleine daken. Cijfers van Zonnedakje tonen aan dat in 2024 reeds een opwek van 0,12 TWh op 37.887 kleine daken. Hiermee is de doelstelling met betrekking tot kleine daken al ruimschoots behaald.

mogelijkheden voor energiedelen en energieopslag in woonwijken.

Uiteraard zijn we ons bewust van alle ontwikkelingen rondom de salderingsregeling en tarieven voor terug leveren die veel onrust en onzekerheid veroorzaken én financiële gevolgen hebben voor eigenaren van zonnepanelen. Met oog hierop verkennen wij ook

Duurzame opwek op land De doelstelling voor duurzame opwek op land door zon en wind is in de RES bepaald op 0,16 TWh. In januari 2022 is het uitnodigingskader zon op land geopend. Initiatiefnemers worden via

In Dordrecht loopt er sinds vorig jaar een pilot voor kleine dakturbines. Gedurende drie jaar wordt onderzocht wat de stedenbouwkundige consequenties zijn en wat dergelijke kleine windturbines opleveren in een stedelijke omgeving.

dit platform uitgenodigd om ideeën en voorstellen met onderbouwing in te dienen voor zon op land binnen de vastgestelde uitwerkingsgebieden. Sinds de lancering hebben verschillende initiatiefnemers voor zon op land projecten zich gemeld. Momenteel zijn er locaties in onderzoek voor zon op land in Dordrecht (Grote Rug, Kildepot, A16/N3, Merwedehaven, Zuidpunt en Zeehaven). Ook zijn er zonneparken die zich in het voortraject bevinden. Dit betreft zonneparken in Dordrecht (A16 West), Hardinxveld-Giessendam (A15) en Sliedrecht (de Driehoek). Twee zonneparken gaan richting realisatiefase, namelijk Kijfhoek in Zwijndrecht en de Betuwelijn in Hardinxveld-Giessendam. In totaal is er momenteel 0,04 TWh aan duurzame opwek gerealiseerd door middel van zon op land en windmolens. De twee zonneparken die richting realisatiefase gaan zullen een aanvullende 0,05 TWh bijdragen aan de duurzame opwek in de regio. De zonneparken in onderzoek en in het

19

voortraject zijn naar schatting samen goed voor nog eens 0,07 TWh. Met betrekking tot zon op land is er momenteel een openstaande subsidiebeschikking van 756 MWh. Voor wind op land staan er momenteel geen subsidiebeschikkingen open. Met betrekking tot zon op land wordt ook de haalbaarheid van zonnepanelen in de bermen van snelwegen, spoorwegen en op geluidsschermen in onze regio onderzocht. We zijn hierover in gesprek met het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) en Prorail. In het OER programma wordt verkend waar en hoe we met steun van de omgeving grootschalig energie kunnen opwekken op rijksgronden. Deze gesprekken sluiten nauw aan bij de doelstelling voor zon in restruimten.

MW. De gemeente Dordrecht heeft voorkeurslocaties aangedragen die invulling kunnen geven aan deze opgave. Vanwege de actualisatie van het Omgevingsbeleid wordt een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. In deze OER worden alle technisch haalbare locaties voor windenergie onderzocht. In onze regio worden vier scenario’s onderzocht: 1.

2.

3.

4. De provincie Zuid-Holland werkt aan een actualisatie van haar omgevingsbeleid (herziening 2025). In het kader van deze herziening heeft de provincie voorgesteld om extra zoeklocaties voor wind te onderzoeken. In onze regio gaat het om 98 GWh, omgerekend zo’n 5 windturbines van 5,6

Voorkeurslocaties aangedragen door de gemeenten (in ons geval Dordrecht) Voorkeurslocaties gelet op de leefomgeving (zo min mogelijk hinder van de windturbines) Voorkeurslocaties gelet op de natuur (optimalisatie vanuit de criteria natuur en soortenbescherming) Voorkeurslocaties gelet op het landschap (goede landschappelijke inpasbaarheid)

Op basis van de resultaten van het OER maken provincie en gemeenten samen een keuze welke zoeklocaties worden opgenomen in de Omgevingsverordening.

Totaal overzicht duurzame opwek Kortom, met onze unieke eigenheid en inzet op het verhogen van het aandeel duurzame energie zetten we voortvarend in om samen met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners het RES bod te gaan realiseren. Van de doelstelling van 0,37 TWh aan duurzame opwek in 2030 is tot dusver in totaal 0,15 TWh gerealiseerd. Hier komt naar alle waarschijnlijkheid 0,05 TWh bij van de twee zonneparken die richting realisatie gaan. Daarnaast zijn de zonneparken in onderzoek en in het voortraject naar schatting samen goed voor nog eens 0,07 TWh. Daarnaast zullen de openstaande SDE-beschikkingen en de initiatieven voor zon op land die momenteel bekend zijn naar verwachting ook nog voor een toename in duurzame opwek zorgen. De doelstelling is hiermee haalbaar. Tegelijk geldt net als bij de eerste voortgangsrapportage, dat het belangrijk is om het huidige tempo tot 2030 vast te houden en projecten voortvarend te realiseren.

20

Netcongestieproblematiek, de toenemende ruimtelijke concurrentie en schaarste en het tekort aan initiatiefnemers, materiaal en technische vakmensen vormen een bedreiging om het benodigde tempo vast te kunnen houden. Het is daarom belangrijk dat we toewerken naar een integraal en lokaal energiesysteem waarin energie zoveel mogelijk op lokaal niveau op de juiste plek en het juiste moment wordt uitgewisseld én waarbij we gebiedsgericht samenwerken aan slimme energiecombinaties. Het behalen van de doelstelling is niet vanzelfsprekend, daar er een aantal belemmerende factoren zijn. We zien echter goede potenties en kansen om onze regionale doelstelling te gaan vervullen langs een aantal pijlers, zoals: zon op grote daken en onze aanpak t.a.v. integrale, lokale energiesystemen. Met deze pijlers én samen met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners hebben we er vertrouwen in het RES bod te gaan realiseren. Temeer omdat er op 77%

van de 7.785 gebouwen met grote daken in de RES regio Drechtsteden nog geen zonnepanelen liggen met een potentieel geschikt dakoppervlakte van 5.663.400 mw2. Een goede interbestuurlijke samenwerking is daarbij wel belangrijk om de kansen binnen de pijlers te kunnen verzilveren. Dit betekent bijvoorbeeld het continueren van het faciliteren en ondersteunen van het verlichten van netcongestie en energiecoöperaties.

21

6 VOORTGANG REGIONALE STRUCTUUR WARMTE

In 2050 gebruiken we in Nederland geen aardgas meer in onze gebouwde omgeving. Dit om CO2-uitstoot en verdere klimaatverandering een halt toe te roepen. Ook willen we hiermee de afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland verminderen. Ontwikkeling warmtenet In de RES is in het kader van de warmtetransitie de doelstelling opgenomen om uiterlijk in 2030 tenminste een aanvullende 12.000 woningequivalenten (WEQ) maar liever een aanvullende 25.000 WEQ aardgasvrij te maken door middel van aansluitingen op het warmtenet. In mei 2021 waren er ongeveer 7.500 WEQ aangesloten op warmtenetten. Dit betekent dat er wordt toegewerkt naar een totaal van 32.500 WEQ aansluitingen in 2030. Anno februari 2025 zijn dit ongeveer 12.000 WEQ. Om deze aansluitingen te realiseren is en wordt er intensief samengewerkt tussen de gemeenten, woningcorporaties, warmtebedrijf HVC, netbeheerder Stedin en de provincie Zuid-Holland. Veruit het grootste deel van de nieuwe aansluitingen betreft namelijk huurwoningen,

waarvoor gebruik is gemaakt van de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Deze bijdrage is beschikbaar om huurwoningen aardgasvrij te maken. Om het doel in 2050 energieneutraal te halen is er versnelling nodig. In januari 2024 is het Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij ondertekend, hierin is vastgesteld dat zowel individuele oplossingen als het collectieve spoor in de warmtetransitie versnelling nodig heeft. Warmteprogramma’s Een van de afspraken uit het Versnellingsprogramma is dat de gemeenten in 2025 de warmteprogramma’s hebben opgesteld. Dit is eerder dan de wettelijke actualisatietermijn van 31 december 2026. Met deze planning wordt voldaan aan het zo snel mogelijk inzichtelijk maken van de gewenste duidelijkheid waar welke warmteoptie de voorkeur heeft. Momenteel zijn de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht,

Sliedrecht en Zwijndrecht in een gezamenlijk proces haar warmteprogramma’s aan het opstellen. Hardinxveld-Giessendam heeft in 2024 een warmteplan opgesteld. Het aardgasvrije spoor (individueel of collectief) is voor het eerst vastgelegd in de Transitievisie Warmte van 2021. In de warmteprogramma’s actualiseren we deze sporen en geven we aan waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan. Met het warmteprogramma wordt onder andere een zorgvuldige basis gelegd voor de wijk- of buurtgerichte aanpak, de zogenoemde wijkuitvoeringsplannen. Wijkuitvoeringsplannen In het versnellingsprogramma is opgenomen dat uiterlijk in 2025 de gemeenten starten met het opstellen van wijk- of buurtuitvoeringsplannen, de meeste gemeenten zijn hier reeds mee gestart. Een uitvoeringsplan wordt opgesteld om het betreffende gebied met een gebiedsgerichte aanpak aardgasvrij te maken. Het uitgangspunt hierbij is wel dat bij een betaalbare warmtetransitie en voldoende draagvlak een (gefaseerde)

22

einddatum aan aardgaslevering aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Uitgangspunten Momenteel is de volledige warmtetransitie nog niet haalbaar en betaalbaar. Een belangrijk uitgangspunt binnen de warmtetransitie is dat we alleen starten met een volledige transitie naar aardgasvrij waar het wel kan. Daar waar de overstap naar aardgasvrij nog niet haalbaar en betaalbaar is gaan we op zoek naar tussenstappen. Het toepassen van isolatie en andere vormen van energiebesparing is altijd een belangrijke eerste stap. Bij de Rijksoverheid ligt nu de taak om het betaalbaarheidsvraagstuk op te lossen. Ook wordt door het Rijk gewerkt aan de benodigde wet- en regelgeving. De regio Drechtsteden zet zich actief in voor de lobby om deze randvoorwaarden op orde te krijgen en neemt daar waar dit mogelijk is het initiatief om zelf oplossingen te vinden.

Toekomstperspectief en bronnenstrategie warmtenet De lokale Transitievisies Warmte uit 2021 en de nog te publiceren warmteprogramma’s tonen beide aan dat het warmtenet in relatief veel wijken geldt als het beste alternatief voor aardgas. De regio Drechtsteden streeft naar een gezamenlijk warmtenet voor de gemeenten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht van 60.000 WEQ in 2050, dit is exclusief bedrijventerreinen. Deze 60.000 WEQ

bouwt verder op het RES doel van 32.500 WEQ in 2030. Vanuit de RES is bekend dat er in de regio Drechtsteden beperkte ruimte is voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Daartegenover staat dat er een grote aanwezigheid van warmtebronnen is. Concreet wordt de slib- en afvalverbranding van warmteleverancier HVC gebruikt als duurzame bron voor het warmtenet en wordt er op termijn gestart met de bouw van een geothermiecentrale

23

in Sliedrecht. De verbinding onder de Merwede om duurzame warmte tussen Sliedrecht en Dordrecht uit te wisselen is gerealiseerd. Zolang de warmtenetten van de andere Drechtsteden gemeenten niet met elkaar verbonden zijn wordt er gebruik gemaakt van tijdelijke duurzame bronnen. Overige alternatieven Met het voortschrijdend inzicht wordt ook steeds duidelijker in welke wijken het warmtenet met grote waarschijnlijkheid niet zal worden gerealiseerd. Warmte heeft een sterke relatie tot het energiesysteem, zeker voor wijken waar de elektrische of hybride warmtepomp als beste alternatief geldt. Het is belangrijk om tot een slimme aanpak voor deze wijken te komen die samenhangend met het energiesysteem. De komende tijd wordt verder gewerkt aan een aanpak voor deze wijken. Wel is het perspectief per buurt of wijk uit de Transitievisie Warmte vertaald naar een warmtetool op het platform duurzaam-drechtsteden.nl, hier kunnen inwoners door middel van hun

postcode het verwachte warmteperspectief voor hun buurt- of wijk inzien en contact opnemen met een adviseur van het platform voor persoonlijk advies. Zodra de warmteprogramma’s zijn vastgesteld wordt voor deze tool het perspectief uit het warmteprogramma gebruikt. Warmtebod Op initiatief van het Uitvoeringsoverleg Gebouwde Omgeving en het Nationaal Klimaat Platform is in het voorjaar van 2024 een aantal partijen bij elkaar gebracht om te doorgronden waarom de ontwikkeling van warmtenetten stagneert. Deze partijen, genoemd de Warmtealliantie, zijn zich gaan verdiepen in de analyse en het vinden van oplossingen om de ontwikkeling van warmtenetten weer op de rails te krijgen. Dit heeft geleid tot het Warmtebod. In het Warmtebod beschrijft de Warmtealliantie de positieve impact op de warmtemarkt indien aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste randvoorwaarden volgens de Warmteallantie zijn:

1. 2.

3.

Beheersing van de betaalbaarheid van het warmtenet. Meer toegesneden financiering en optimalisering van subsidiesystemen voor warmtenetten. Snelle duidelijkheid over de marktordening.

Alle Drechtsteden gemeenten hebben zich aangesloten bij deze Warmtealliantie en steunen het Warmtebod. Het op orde krijgen van alle randvoorwaarden zoals omschreven in het Warmtebod zal tijd en aanvullende Rijksmiddelen vragen. nMIEK Het warmtesysteem Zuid-Holland heeft een nMIEK (nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) status gekregen. De Drechtsteden is hierin één van de grote warmteclusters. Essentieel voor het slagen van de warmtetransitie is dat de grote potentie van warmtenetten in Zuid-Holland wordt benut.

24

Realisatie doelstelling Er wordt toegewerkt naar de doelstelling van 32.500 WEQ aansluitingen in 2030. Anno februari 2025 zijn er ongeveer 12.000 WEQ aangesloten. Of het huidige tempo van de warmtetransitie kan worden vastgehouden richting 2030 is sterk afhankelijk van de (financiële) regelingen die beschikbaar komen en het effect van deze regelingen op de haalbaarheid en betaalbaarheid van projecten. Overigens blijkt in de praktijk dat er momenteel nog slecht zicht is op wat met name particuliere woningeigenaren al hebben gedaan op het gebied van verduurzaming, dit kan invloed hebben op het gewenste tempo. Daarnaast is het tempo afhankelijk van de beschikbare uitvoerings- en draagkracht bij gemeenten, HVC en belangrijke partners zoals de woningcorporaties. De projecten zullen steeds complexer worden, bijvoorbeeld omdat participatie een steeds grotere rol gaat spelen op het moment dat ook particuliere woningen worden betrokken. Het realiseren van de doelstelling vergt een behoorlijke investering en inzet van de CDOKE middelen.

25

7 ONTWIKKELINGEN ENERGIESYSTEEM

De druk op het Nederlandse elektriciteitsnet neemt toe, met als gevolg dat het stroomnet op sommige momenten en energiestations vol is. Dit vormt ook in de regio Drechtsteden een groeiend knelpunt. Een groot deel van de regio is in netcongestie en de druk neemt verder toe. Hierdoor bewegen we ons weg van onbeperkte toegang tot het elektriciteitsnet. Altijd en overal toegang tot vermogen (stroom) is niet meer de standaard. Dit vraagt om zowel uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet als ook om het beter benutten van de netcapaciteit. Beiden zijn structureel nodig. Verzwaring en uitbreiding is een belangrijke, maar kostbare troef en kost bovendien tijd (tot 2029-2035 in de regio). Verzwaring is daarom niet genoeg. Op kortere termijn zullen we manieren moeten vinden om het elektriciteitsnet efficiënter te benutten, om de veranderingen bij te benen. Netcongestie blijft en de aanpak ervan is daarom van groot gezamenlijk belang. Dit vraagt om structurele inzet en regie. Het is een noodzakelijke

randvoorwaarde om de verduurzaming, invulling van de woonopgave en doorontwikkeling van de lokale en regionale economie voor te laten gaan. Verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet Het krijgen van meer grip is noodzakelijk om verzwaring tijdig te kunnen realiseren en ruimtelijke afstemming te waarborgen. Het is belangrijk om voortvarend mee te denken over geschikte locaties en procedures. Voor het laagspanningsnet is hiertoe een samenwerkingsovereenkomst met Stedin ondertekend, waarmee gemeenten en Stedin een buurtaanpak hebben opgestart om samen naar geschikte locaties te zoeken voor 800 trafohuisjes in de regio Drechtsteden. Ook op de hogere netvlakken (50 en 150 kV) komen er verzwaringen en uitbreidingen erbij. Stedin brengt deze opgave in beeld, waarna wordt verkend hoe we deze verzwaringsopgave kunnen versnellen.

Efficiënter benutten van het elektriciteitsnet Omdat het verzwaren van het energiesysteem niet genoeg is, moeten we op kortere termijn structureel manieren vinden om bottom-up het netcapaciteit efficiënter te benutten. Hiertoe zetten we in op de onderstaande punten: 1.

2.

Het regio team faciliteert ondernemers op bedrijventerreinen om energiecoöperaties op te zetten (momenteel zijn er 20 opgericht of in oprichting). Dit aantal groeit snel. We werken toe naar een aanvullende 45 energiecoöperaties over 3 á 4 jaar. We onderzoeken gezamenlijk de mogelijkheden om ook in woonwijken toe te werken naar (een vorm van) energiecoöperaties of energyhubs. Dit is in voorbereiding. Zeker voor wijken waar elektrische of hybride warmtepompen als beste alternatief gelden is het belangrijk om hier met een slimme aanpak te komen samenhangend met het energiesysteem.

26

3.

Het regio team is daarnaast in de lead voor het door ontwikkelen en continueren van de toepassing van de digital twin (Zenmo). De digital twin is een online simulatiemodel, waarmee we verkennen hoe de energievoorziening zich in een gebied ontwikkelt. De digital twin geeft inzicht in de gevolgen van keuzes, zoals de gevolgen van de warmtetransitie op het elektriciteitsnet of de gevolgen als bedrijven individueel gaan verduurzamen. We hebben hiermee dynamisch inzicht in de mogelijke keuzes en gevolgen voor het integrale energiesysteem.

Vergroten van oplossingsruimte door nieuwe werkwijze Er is een regionale Taskforce netcongestie opgezet voor het vergroten van oplossingsruimte. Het is een maatschappelijke noodzaak om te verzwaren, het energiesysteem beter te benutten én dit lokaal te optimaliseren. Het stroomnet is immers niet altijd en overal vol.

Tegelijkertijd worden deze inzichten nu nog onvoldoende vertaald naar de praktijk en samenwerking. We verkennen daarom hoe we de oplossingsruimten kunnen vergroten, mede in relatie tot de nu lopende congestieonderzoeken en de investeringsplannen van de netbeheerder. De Taskforce zal aanbevelingen formuleren ten behoeve van het handelingsperspectief en voorwaarden voor succes, mede in relatie tot de nu lopende congestieonderzoeken én de aankomende investeringsplannen van Stedin 2026 – 2036. De Taskforce Netcongestie Drechtsteden heeft als opdracht om aanvullende manieren te vinden voor verlichting van netcongestie: 1. Vergroten oplossingsruimte voor versnellen realisatie netverzwaring 2. Mogelijkheden maximaliseren om netcapaciteit efficiënter te benutten 3. Door middel van samenwerking

Lobby voor beter passende wet-en regelgeving Vanuit de regio zetten we nadrukkelijk in op lobby. Rechtstreeks, als aandeelhouder van Stedin en via de G40 en VNG werkt de regio aan verbetering van randvoorwaarden voor een meer decentraal perspectief op het energiesysteem. Onder andere door inbreng te geven aan input van G40 op het kamerdebat netcongestie op 19 februari 2025, en de motie Flach CS (data vanuit netbeheer beschikbaar stellen voor decentrale overheden, energiegemeenschappen en hubs, ingediend op 6 maart) en het artikel “IBO-rapport mist goedkopere decentrale oplossingen” in Energeia.

27

8 RELEVANTE ONTWIKKELINGEN ENERGIETRANSITIE

Toewerken naar de RES 2.0 We werken aan de vastgestelde doelstellingen uit de RES 1.0 voor 2030. We maken tempo, maar er is een keerzijde die ons uitdaagt. Bedrijven kunnen niet uitbreiden, gebiedsontwikkelingen kunnen niet gerealiseerd worden en nettarieven dreigen onbetaalbaar te worden. Zowel de regio als onze partners lopen met opgaven aan tegen de grenzen van het energiesysteem. Dit vraagt om een veranderd perspectief, waarmee we in de regio met een gebiedsgerichte strategie en inzet toewerken naar een gelaagder en lokaler energiesysteem waarin we onder andere energie zoveel mogelijk op lokaal niveau op de juiste plek en het juist moment uitwisselen, waarbij we gebiedsgericht samenwerken aan slimme energiecombinaties- en oplossingen en voortvarend blijven inzetten op energiebesparing en de warmtetransitie. Dit leidt tot de wens om de RES 1.0 Drechtsteden te herijken, daar de RES niet meer voldoende kaders biedt.

We duiken hiervoor de gebieden in, verkennen vraag en aanbod en zullen inzichten opdoen in de gevolgen van keuzes. Met de RES 2.0 hebben we dan het (gebiedsgerichte) inzicht en de kaders die noodzakelijk zijn om de verduurzaming, invulling van de woonopgave en doorontwikkeling van de lokale en regionale economie voort te laten gaan. Landelijk vooruitzicht emissiedoel 2030 Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde in oktober 2024 dat het erg onwaarschijnlijk is dat Nederland het wettelijke klimaatdoel van 55% emissiereductie in 2030 haalt. Met het uitgewerkte beleid koerst Nederland nu op een reductie van 44 tot 52 procent. Dit is 1 tot 5 procentpunt lager dan de doorrekening het jaar ervoor. Dit komt zowel door tegenslagen in de uitvoering als door politieke keuzes. Alleen extra beleid dat snel reducties oplevert kan het doel voor 2030 nog dichterbij brengen. Beleid dat lang

duurt om in te voeren zal tot 2030 geen resultaat meer opleveren. De verwachting is nu dat het doel van 55% emissiereductie waarschijnlijk rond 2035 wordt gehaald. Dat betekent dat het huidige beleid om klimaatneutraliteit in 2050 en een indicatieve emissiedaling rond 90% in 2040 in EU-verband niet wordt gehaald. In de Drechtsteden werken we gestaag verder om onze RES doelstelling in 2030 te halen. Desondanks is het belangrijk ons bewust te zijn van alles wat er op nationaal niveau speelt en hierop te acteren.

28

TWEEDE VOORTGANGSRAPPORTAGE REGIONALE ENERGIESTRATEGIE

BIJLAGEN

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE Alblasserdam

30

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE Dordrecht

31

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE HardinxveldGiessendam

32

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE Hendrik-Ido-Ambacht

33

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE Papendrecht

34

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE Sliedrecht

35

ENERGIE VERBRUIK PER GEMEENTE Zwijndrecht

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/774/documents/16635