CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 30 september 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 9: Vaststelling Bestemmingsplan Uitbreiding Oceanco - Voorstel15.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Oceanco Klant:

Oceanco

Referentie: BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status:

Definitief/1

Datum:

30 mei 2024

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

George Hintzenweg 85 3068 AX Rotterdam Netherlands Mobility & Infrastructure +31 88 348 90 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Oceanco Referentie: BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status: Definitief/1 Datum: 30 mei 2024 Projectnaam: Oceanco Projectnummer: BJ2481 Auteur(s): ML Opgesteld door: ML Gecontroleerd door: RB Datum: Goedgekeurd door: RB Datum:

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DOCTITLE2"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Introductie

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Ligging en begrenzing

1

2

Planbeschrijving

2

2.1

Huidig gebruik

2

2.2

Toekomstig gebruik

3

2.3

Vigerende bestemmingen

5

2.4

Strijdigheden met bestemmingsplan

6

3

Beleid

7

3.1

Rijksbeleid

7

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

9

3.3

Regionaal en gemeentelijk beleid

11

4

Beschrijving van het plangebied

14

4.1

Historische context

14

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

14

4.3

Noordtunnel A15

15

4.4

Water en bodem sturend

15

5

Juridische planopzet

17

5.1

Opzet van het plan

17

5.2

Juridische planbeschrijving

17

6

Water

20

6.1

Beleidskader

20

6.2

Huidige watersysteem

22

6.3

Conclusie

24

7

Omgevingsaspecten

25

7.1

Inleiding

25

7.2

Milieueffectrapportage (m.e.r.)

25

7.3

Mobiliteit

26

7.4

Milieuzonering

27

7.5

Geluid

28

7.6

Luchtkwaliteit

29

7.7

Bodem

31

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

iii

Projectgerelateerd

7.8

Externe veiligheid

32

7.9

Ecologie

35

8

Uitvoerbaarheid

39

8.1

Economische uitvoerbaarheid

39

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

iv

Projectgerelateerd

1

Introductie

1.1

Aanleiding

Oceanco, een internationale scheepsbouwer, is onderdeel van een gebiedsontwikkeling die door de gemeente Alblasserdam het “Haven-Zuid” gebied wordt genoemd. Er zijn verschillende plannen geweest om Haven-Zuid te activeren en aantrekkelijk te maken voor de omgeving. Hiervoor is in 2015 een bestemmingsplan opgesteld met bouwmogelijkheden voor Oceanco en realiseren van woningen ten noorden van het terrein grenzend aan Oceanco. Oceanco heeft behoefte aan uitbreiding op het eigen terrein met een nieuwe loods. Voor deze nieuwe loods, werkplaatsen en opslagruimte is daarom in 2015 reeds een bouwvlak opgenomen in het bestemmingsplan. De nieuw te realiseren loods past daarmee binnen de juridische kaders van het vigerende bestemmingsplan. Echter, er is ook behoefte om een uitbreiding voor bedrijfsondersteunende functies te realiseren aan de zuidzijde van het terrein van Oceanco. Deze passen qua omvang niet binnen het vigerende bestemmingsplan. De aanleiding van onderhavig bestemmingsplan betreft daarmee de uitbreiding op eigen terrein met bedrijfsondersteunende functies.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied is gelegen binnen het gebied Haven-Zuid, gemeente Alblasserdam. De locatie ligt buitendijks en grenst: • • • •

aan de noordzijde aan de binnenhaven en het centrum Alblasserdam; aan de oostzijde ligt de brandweerkazerne en de ontsluitingsweg ‘Dam’ met daarachter enkele woningen en bedrijvigheid; aan de zuidzijde liggen de A15 en de N915 met daarachter bedrijvigheid; aan de oostzijde ligt de doorgaande vaarroute Noord.

De rivier de Noord, vroeger ook wel Oude Merwede genoemd, is een druk bevaren scheepvaartroute en daarom aangewezen als hoofdtransportas zoals genoemd in het Structuurschema Verkeer en Vervoer II (CEMT klassse VI). Het vormt als zodanig een onderdeel van de doorgaande vaarroute tussen Rotterdam en Duitsland voor zowel binnenvaart als recreatievaart. De Noord verbindt het rivierenkruispunt van de Beneden-Merwede en de Oude Maas bij Dordrecht met de noordzijde van Ridderkerk, waar de Lek en de Noord samenvloeien en de Nieuwe Maas vormen. Circa 100 meter ten zuiden van het plangebied van Oceanco ligt een te openen brugdeel van de Brug over de Noord bedoeld voor de recreatieve vaart die ongeveer 1150 keer per jaar open en dicht gaat. Vanwege de ligging aan de druk bevaren scheepvaartroute wordt in de plannen ook rekening gehouden met voldoende ruimte voor de scheepvaart om hinder en gevaarlijke situaties te voorkomen. In navolgende afbeelding is het plangebied aangegeven middels een rode contour.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

1

Projectgerelateerd

Figuur 1: Plangebied

2

Planbeschrijving

2.1

Huidig gebruik

Oceanco is een internationale scheepsbouwer van luxe jachten. Om de schepen te bouwen zijn twee loodsen gerealiseerd met een hoogte van ca. 34 meter. Loods 1 aan de binnenhaven geeft de mogelijkheid om twee jachten af te bouwen. Bij te waterlating worden de jachten over het binnenterrein verplaatst en ten zuiden van de loods getransporteerd over het water. Bij loods 2 worden de jachten direct vanuit de loods te water gelaten. Een groot deel van het terrein wordt gebruikt voor opslag ten behoeve van de bedrijfsvoering, parkeerplaatsen voor werknemers en manoeuvreerruimte. Op het niet-openbare parkeerterrein aan de zuidzijde van loods 2 ligt planologisch de uitbreidingsmogelijkheid voor loods 3 en is tevens de locatie voor de voorziene uitbreiding en verdere ontwikkeling van de bedrijfsondersteunende functies.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

2

Projectgerelateerd

Figuur 2: huidige situatie met Loods 3 reeds aangegeven.

2.2

Toekomstig gebruik

Oceanco verwacht op basis van de huidige marktwerking en de ontwikkelingen van de afgelopen 10 jaar dat de vraag naar opslagruimte, kantoren en werkplaatsen steeds verder toeneemt in het proces van het bouwen van jachten. Redenen hiervoor zijn de een sterk toenemende ontwikkeling van geavanceerde technische apparatuur welke in de jachten wordt geplaatst, en ook is er een toenemend volume per jacht waardoor de vraag naar interieur en inrichting ook sterk toeneemt. Daarom zal er in de toekomst meer vraag zijn naar grotere jachten tot een lengte van 160 meter. De voorzieningen van Oceanco aan de Marineweg 1-5 zijn slechts toereikend voor de huidige activiteiten van Oceanco welke bestaan uit het (af)bouwen van luxe jachten met lengtes variërend tussen de 70 en 140 meter, en onderhoudswerkzaamheden en “refit” werkzaamheden aan bestaande luxe jachten. Daarom is binnen de juridisch planologische mogelijkheden die het vigerend bestemmingsplan biedt een derde scheepsbouwhal voorzien ten zuiden van de bestaande Loods 2. Er is ook een stedenbouwkundige visie opgesteld voor de beoogde ontwikkeling (RHDHV, d.d. 13 april 2023, zie bijlage 1).

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

3

Projectgerelateerd

De uitbreidingen die niet passen binnen het vigerend bestemmingsplan betreffen: • Een hal voor werkplaatsen en opslagruimten in 4 bouwlagen met een totaal vloeroppervlakte van ca 15.000 m2. Een deel van dit vloeroppervlak, ca. 1.000 m2, zal worden benut voor gebouw gebonden installaties. Deze hal grenst direct aan de scheepsbouwhal en heeft een maximale hoogte van 24 meter. • Een kantoorgebouw in 6 lagen met een totaal vloeroppervlakte van ca 12.500 m2, waarvan ca.1.500 m2 zal worden gebruikt voor gebouw gebonden installaties. De bouwhoogte is maximaal 33 meter voor het hoogteaccent. • Een parkeergebouw met gestapelde parkeerdekken met een maximale bouwhoogte van 18 meter. Het parkeergebouw biedt ruimte aan maximaal 1.000 voertuigen, wat overeenkomt met de verwachte behoefte na uitbreiding. De voorziene ontwikkelingen zijn in figuur 3 visueel aangegeven.

Figuur 3: toekomstige ontwikkelingen. Om de uitbreidingen mogelijk te maken wordt de bestaande kade gedeeltelijk verlegd. In figuur 3 is de bestaande kade indicatief aangeduid met de onderbroken, blauwe streep. Zoals te zien is wordt de kade in de toekomstige situatie verlegd naar het westen ten behoeve van de beoogde nieuwe voorzieningen. Ter compensatie wordt de bestaande aanlegkade ter hoogte van de toekomstige Loods 3 verwijderd. Voor het gebruik van de haven van Oceanco verandert er niets. De haven is voldoende ruim voor het aanbod aan jachten en het streven is om jachten zoveel mogelijk binnen in de hallen te kunnen afmeren.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

4

Projectgerelateerd

2.3

Vigerende bestemmingen

Het vigerende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ is op 31 maart 2015 vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Alblasserdam. Van de planlocatie is een uitsnede zichtbaar in figuur 4.

Figuur 4: Uitsnede plangebied bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ (vastgesteld d.d. 31 maart 2015) In het vigerende bestemmingsplan gelden voor de planlocatie (paarse vlak) de volgende bestemmingen: • • • • • • • • • •

Enkelbestemming ‘Bedrijf – Scheepswerf’ Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ Gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – industrie’ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – beschermd dorpsgezicht’ Gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – vaarweg’ Bouwaanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding – bebouwingsvrije zone’ Bouwaanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding – Containers’ Functieaanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijf – Scheepslift’

Tevens zijn er enkele bouwvlakken opgenomen en is er maatvoering opgenomen ten aanzien van de maximum bouwhoogte. Een deel van de bebouwingsvlakken op het terrein van Oceanco is reeds volledig benut. Ten zuiden van loods 2 (blauw omlijnd in figuur 5) geldt een nog niet volledig benut bouwvlak, waarbinnen de derde loods en enkele bedrijfsondersteunende functies zijn voorzien. Loods 3 zal voldoen aan de juridisch planologische kaders van het vigerend bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’. Ter hoogte van de bestaande, zuidelijke parkeerplaats op het terrein van Oceanco zijn nog een drietal bouwvlakken voor werkplaatsen en opslag containers bestemd, met een maximum bouwhoogte variërend tussen de 6.5-18 meter.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

5

Projectgerelateerd

Figuur 5: bestaand bouwvlak rond bestaande Loods 2, welke de uitbreidingsmogelijkheid biedt voor de realisatie van een derde loods (scheepsbouwhal). Naast het bestemmingsplan Herstelplan Alblasserdam’ gelden voor de gronden van het plangebied de bestemmingsplannen ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord-Alblasserdam’, vastgesteld 24 januari 2017 en ‘Parapluherziening Wonen en parkeernormen’, vastgesteld op 9 mei 2023, alsmede het ‘Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters’, vastgesteld op 8 november 2022. In het ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord-Alblasserdam’ gelden de volgende aanduidingen en maatvoeringen: • Functieaanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijf – akoestische gebiedseenheid 43’ • Maatvoering ‘avond: maximum geluidsemissie in dB/m²: 62’ • Maatvoering ‘dag: maximum geluidsemissie in dB/m²: 68’ • Maatvoering ‘nacht: maximum geluidsemissie in dB/m²: 50’ • ‘Gebiedsaanduiding: overige zone – gezoneerd industrieterrein’. Om de woningen aan de noordoostzijde van Oceanco niet meer onderdeel te laten zijn van het gezoneerd industrieterrein is besloten om de parapluherziening te herzien en een nieuwe grens vast te stellen. Dit heeft tevens consequenties voor de grens en de geluidsemissie- en immissiewaarden van de akoestische gebiedseenheid 43. Dit is verwerkt in de planregels en de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Wonen en parkeernormen’ geldt ook voor de planlocatie, waarin wordt vermeld dat moet worden voldaan aan het ‘Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam’, vastgesteld op 29 oktober 2019 (of diens rechtsopvolger). Het ‘Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters’ is voor onderhavige ontwikkeling niet relevant.

2.4

Strijdigheden met bestemmingsplan

De gewenste uitbreiding waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld vindt, zoals in paragraaf 1.3 beschreven, enkel en alleen plaats op de bestaande parkeerplaats aan de zuidzijde van loods 2. De strijdige elementen met het vigerend bestemmingsplan betreffen de bedrijfsondersteunende voorzieningen, te weten werkplaatsen, kantoorruimte en de parkeervoorzieningen. Deze passen qua functie binnen de vigerende enkelbestemming ‘Bedrijf – Scheepswerf’, maar vallen door omvang en locatie niet binnen de bestaande bouwvlakken.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

6

Projectgerelateerd

3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Dit is de Rijksvisie op de leefomgeving. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de vaststelling van de NOVI is haar voorganger (de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) vervallen. In Nederland spelen meerdere urgente maatschappelijke opgaven die hun invloed hebben op ruimtelijke opgaven. Zowel lokaal, nationaal als wereldwijd. Voorbeelden hiervan zijn de energietransitie, klimaatverandering, circulaire economie, maar ook de woningbouwopgave. De nationale strategie om deze maatschappelijke opgaven voor de langere termijn te integreren bij ruimtelijke ontwikkelingen is vastgelegd in de NOVI. De NOVI maakt onderscheidt in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Plantoetsing Gezien de aard en omvang is de NOVI niet specifiek van belang.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De doorwerking van het ruimtelijk beleid wordt geregeld in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De inhoud van dit besluit is gebaseerd op de onderwerpen van het ruimtelijk beleid die door het Rijk in de NOVI zijn vastgesteld. De Barro behelst onderwerpen op het gebied van de hoofdinfrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond rijksvaarwegen en hoofdbuisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeer gebied). Plantoetsing Uit de kaart 'Grote rivieren' van het Barro blijkt dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het rivierbed. Voor het rivierbed (artikel 2.4.3) gelden de volgende regels: 1. Een bestemmingsplan wijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen in een rivierbed aan in het geval er sprake is van: a. een zodanige situering van de bestemming dat het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b. geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier; c. een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

7

Projectgerelateerd

d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert. 2. Bij toepassing van het eerste lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd. 3. In een bestemmingsplan wordt vastgelegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd. Voor bouwen en aanleggen in het rivierbed (het buitendijks gebied) van de grote rivieren is, op grond van de Waterwet en het bijbehorende Waterbesluit, een vergunning nodig van Rijkswaterstaat. Nieuwe (bouw)werken in het rivierbed mogen geen afbreuk doen aan de waterhuishoudkundige functie van de rivier. Het verhard oppervlak zal per saldo in de toekomstige situatie niet of nauwelijks wijzigen. Om de uitbreidingen mogelijk te maken wordt de bestaande kade gedeeltelijk verlegd naar het westen. Ter compensatie wordt de bestaande aanlegkade ter hoogte van de toekomstige Loods 3 verwijderd. Voor het gebruik van de haven van Oceanco verandert er niets. De haven is voldoende ruim voor het aanbod aan jachten en het streven is om jachten zoveel mogelijk binnen in de hallen te kunnen afmeren. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild.

In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Met het beoogde initiatief is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het hemelwater vloeit net als in de bestaande situatie af op het oppervlaktewater via een olie- en bezineafscheider. Bij de aanvraag voor een Watervergunning zal specifieker worden aangetoond dat de ontwikkeling voldoet aan de Beleidsregels grote rivieren. Daarnaast geldt conform artikel 2.1.2. van het Barro voor rijksvaarwegen met CEMT-klasse VI een benodigde vrijwaringszone van 25 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg. Dit is ook de maximale afstand die moet worden aangehouden voor een overstrook en vrije ruimte conform de Richtlijn vaarwegen 2020.

Het veilig en doelmatig gebruik van het oppervlaktelichaam, de rivier de Noord, is daarom middels een aanduiding ‘Vrijwaringszone – vaarweg’ op de verbeelding geborgd. Deze zone is bestemd voor de veilige doorvaart van schepen. Binnen de zone mogen geen gebouwen worden gebouwd. De beoogde planlocatie heeft een feitelijke afstand van ca. 40 meter tussen de bouwwerken die zijn voorzien en de vaarweg. Hiermee wordt ruim voldaan aan de minimale afstanden genoemd in het Barro en de Richtlijn vaarwegen 2020. Geconcludeerd kan daarom worden dat scheepvaart niet wordt gehinderd en sprake is van een veilige situatie zonder aannemelijk aanvaarrisico.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Een stedelijke ontwikkeling volgens het Bro betreft een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De 30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

8

Projectgerelateerd

motivering bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Plantoetsing Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ In dit geval gaat het om de uitbreiding van een bestaand bedrijf. Afgezet tegen de reeds bestaande planologische mogelijkheden voor de betreffende gronden, op basis van het huidige bestemmingsplan, kan de beoogde uitbreiding niet als een stedelijke ontwikkeling worden gezien. Desondanks is de behoefte naar de uitbreiding van Oceanco onderbouwd. De huidige voorzieningen van Oceanco zijn volledig toereikend voor de huidige activiteiten van Oceanco. In het geldende bestemmingsplan wat is opgesteld tijdens de ontwikkeling van de Scheepsbouwhal op Marineweg 5, zijn toekomstplannen meegenomen voor een eventuele uitbreiding van Oceanco, genoemd in het bestemmingsplan als fase 2.

Deze uitbreiding betreft in het kort, een tweede scheepsbouwhal op Marineweg 5 en extra opslagmogelijkheden op de parkeerplaats van Marineweg 5, dit in de vorm van opslagcontainers. Uit de ontwikkelingen van de afgelopen 10 jaar blijkt echter dat de vraag naar opslagruimte, kantoren en werkplaatsen steeds verder toeneemt in het proces van het bouwen van jachten. Redenen hiervoor zijn de een sterk toenemende ontwikkeling van geavanceerde technische apparatuur welke in de jachten wordt geplaatst, en ook is er een toenemend volume per jacht waardoor de vraag naar interieur en inrichting ook sterk toeneemt. Nu blijkt het uitgangspunt van ruim 10 jaar geleden, waarbij de bestaande opslagruimte, kantoren en werkplaatsen van de huidige scheepsbouwhal van Marineweg 5 voldoende zouden zijn voor zelfs een tweede scheepsbouwhal, niet meer te voldoen. Om deze reden heeft Oceanco de toekomstplannen voor de huisvesting op Marineweg 5 bijgesteld. De nieuwe scheepsbouwhal zal niet wezenlijk veranderen, de afmetingen en positie blijven gelijk. Aangrenzend aan de nieuwe scheepsbouwhal, aan de zuidgevel, is een extra bouwvolume geplaatst voor het onderbrengen van werkplaatsen en opslagruimten. Ook de technische installaties zullen hier grotendeels worden geplaatst. De kantoorruimten worden gesitueerd in de zuidwest hoek van het terrein, grenzend aan de rivier. Dit alles voor eigen gebruik.

De in het huidige bestemmingsplan geplande opslagruimten in de vorm van containers zal dan kunnen vervallen. Conclusie Het Bro staat de ontwikkeling niet in de weg.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Het provinciaal beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening ZuidHolland. De omgevingsvisie is in werking getreden op 20 februari 2019 en geconsolideerd op 1 april 2023. De Omgevingsvisie Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan van de fysieke leefomgeving. Hoofddoel van de Omgevingsvisie Zuid-Holland is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De sturingsfilosofie van de omgevingsvisie betreft:

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

9

Projectgerelateerd

1. ruimte bieden aan ontwikkelingen; 2. aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; 3. allianties aangaan met maatschappelijke partners; 4. minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. Ruimtelijke hoofdstructuur Op het kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provinciale Omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als 'de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht'. Zuid-Holland wil zich profileren als aantrekkelijke en concurrerende provincie. De hoogstedelijke zone draagt hieraan bij door te voorzien in een goede connectiviteit, hoogwaardige stedelijke voorzieningen en een internationaal onderscheidende kennisinfrastructuur van universiteiten, kennis- en onderzoeksinstellingen en science parken. Het vormt daarmee een fundamenteel onderdeel voor een concurrerend vestigingsklimaat. Het projectgebied in Alblasserdam is aangeduid als ‘overige bebouwing’ binnen de hoogstedelijke zone. Door de urbanisatie staan het landschap en de biodiversiteit onder druk. De provincie Zuid-Holland wil voorzien in de toenemende behoefte aan woningen en ruimte voor bedrijvigheid, maar tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie als samenhangend geheel te beschouwen.

Er wordt gestreefd naar een zachte overgang van stedelijk naar landelijk gebied door de kwaliteiten van het landschap, alsmede de binnenstedelijke groenbeleving, te verbeteren. Kwaliteitskaart Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van ZuidHolland, waarmee rekening moet worden gehouden in de planvorming. Op de kwaliteitskaart is het gebied aangeduid als 'steden en dorpen' binnen de laag van stedelijke occupatie. Voor dorpen, waaronder Alblasserdam, geldt dat zij zich moeten focussen op de eigen identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers en daarmee een unieke ruimtelijke karakteristiek creëren. Het is van belang een aantrekkelijk vestigingsklimaat te creëren door een diversiteit aan woon- en werkmilieus te ontwikkelen.

Herstructurering, transformatie of verdichting binnen de stad moet bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Conclusie De beoogde ontwikkeling betreft een uitbreiding van een bestaand bedrijf waarin oog is voor een duurzame inpassing die bijdraagt aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van Alblasserdam. Het planvoornemen draagt bij aan de duurzame, binnenstedelijke transformatieopgave en functiemenging, zoals deze in de Omgevingsvisie Zuid-Holland geformuleerd is.

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen, die moeten worden overgenomen in gemeentelijke bestemmingsplannen.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

10

Projectgerelateerd

Ruimtelijke kwaliteit Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het 'handelingskader ruimtelijke kwaliteit': een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing), afhankelijk van de impact op de omgeving, en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen 1) moeten passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit en 2) moeten voldoen aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: I. II.

III.

De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart ('inpassen'). Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet ('aanpassen'), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: a. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en; b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit ('transformeren'), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: a. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en; b. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

Conclusie Het plangebied valt onder de gebiedsidentiteit 'steden en dorpen'. Dorpen als Alblasserdam moeten zich focussen op het creëren van een unieke ruimtelijke karakteristiek, zodat door een diversiteit aan woon- en werkmilieus te ontwikkelen een aantrekkelijk vestigingsklimaat ontstaat. De beoogde ontwikkeling past in de gebiedsidentiteit en voorziet geen verandering op structuurniveau. De ontwikkeling valt daarmee onder het onderdeel 'inpassen' van de Omgevingsverordening. Het voorgenomen project betreft een stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. In paragraaf 2.1.3 is de behoefte aan deze ontwikkeling gemotiveerd. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden voor duurzame verstedelijking en is derhalve in overeenstemming met de provinciale Omgevingsverordening

3.3

Regionaal en gemeentelijk beleid

3.3.1

Regionale ruimtelijke strategie Drechtsteden

De regio Drechtsteden wil groeien. Daarvoor werken overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen onder de vlag Smart Delta Drechtsteden en investeren zij gezamenlijk in mensen, innovatie en de economie. De regio Drechtsteden bestaat uit zeven gemeenten met ieder een eigen cultuur. In het gebied zijn vele bedrijven van wereldfaam gevestigd. Hierdoor wordt de regio ook wel gezien als de industriële motor van 30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

11

Projectgerelateerd

de Rotterdamse metropool. Het belang van samenwerking in de Triple Helix wordt gezien en komt tot uiting in Smart Delta Drechtsteden en de Regio Deal Drechtsteden Gorinchem, waarbij ook over de grenzen van de regio Drechtsteden samenwerking wordt gevonden. Er zijn lokale woonvisies die op elkaar worden afgestemd als gezamenlijke ambitie. De economische promotie en acquisitie voor nieuwe bedrijven wordt gezamenlijk opgepakt vanuit Deal, ROM-D en via het samenwerkingsverband Rotterdam Maritime Capital of Europe. Plantoetsing Gezien de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling, wat een beperkte uitbreiding van een bestaand bedrijf betreft, doet het geen afbreuk aan de ambities van de Regionale ruimtelijke strategie Drechtsteden.

3.3.2

Structuurvisie Alblasserdam 2040

Op 29 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Alblasserdam de Structuurvisie Alblasserdam 2040 vastgesteld. In deze structuurvisie staat wat Alblasserdam kenmerkt, wat moet worden behouden en wat moet worden versterkt. Alblasserdam is een dorp met een tweezijdig profiel door enerzijds de verbinding met de rivier en anderzijds door de verbinding met het polderlandschap. De verbinding met de rivier zorgt voor een zekere robuustheid met voorzieningen en maritieme bedrijvigheid. In Alblasserdam is van oudsher maritieme industrie gevestigd: scheepswerven en aanverwante bedrijvigheid. Voor het planvoornemen worden het thema werken nader toegelicht. De ambitie voor dit thema is: Alblasserdam als marktplaats. • Behoud van de huidige omvang aan (lokale) werkgelegenheid, zowel voor Alblasserdammers als arbeidskrachten van buiten Alblasserdam, zodat de goede balans tussen werkgelegenheid en arbeidskrachten behouden blijft. • Ruimte blijven bieden aan traditionele bedrijven omdat de werkgelegenheid aansluit bij het gemiddelde opleidingsniveau van de inwoners van Alblasserdam. • Behoud van een voldoende aanbod aan leerwerkplaatsen. • Flexibele en goed opgeleide beroepsbevolking. • Duurzame, toekomstbestendige bedrijven en bedrijventerreinen. • Goede bereikbaarheid van de bedrijventerreinen. • Vergroting van de toeristische sector. • Goed functionerende en toekomstbestendige winkelcentra.

Opgaven en uitwerking Faciliterende gemeente Er wordt geïnvesteerd in een goede verhouding tussen de gemeente en het bedrijfsleven door het huidige bedrijfsleven en de detailhandel zo optimaal mogelijk te blijven bedienen middels de functie van bedrijvencontactfunctionaris/accountmanager bedrijven. Bedrijventerreinen Aantrekkelijke bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en duurzaam. Flexibiliteit is daarbij een sleutelwoord. De gemeente Alblasserdam wil werk maken van duurzaamheid. Waar nodig investeert de gemeente in het opknappen van de bedrijfsterreinen zodat ze ook in de toekomst aantrekkelijk blijven. De gemeente en de bedrijven kunnen hier samen een rol in spelen. De gemeente wil zorgvuldig met de beschikbare ruimte omgaan en voor zover in haar macht ligt leegstand voorkomen.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

12

Projectgerelateerd

Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de Structuurvisie Alblasserdam 2040.

3.3.3

Duurzaamheidsagenda 2023-2026

Alblasserdam wil in 2050 voldoen aan alle verplichtingen met betrekking tot energie en klimaat door een fit en groen dorp te zijn. Om dat te bereiken moeten er nu actie ondernomen worden. Met deze duurzaamheidsagenda zal er een bijdrage geleverd worden aan een enorme opgave: een rem op klimaatverandering en toegroeien naar een duurzame wereld. Naast klimaatverandering, is ook de maatschappelijke context een belangrijke drijfveer voor verduurzaming: de lastendruk van de elektriciteitsrekening en gasrekening nemen in rap tempo toe. Daarnaast is de afgelopen tijd gebleken dat onze afhankelijkheid van andere landen veel onzekerheid biedt. Verduurzaming zet een rem op klimaatverandering, maar ook op onze afhankelijkheid van anderen en de onzekerheid die daar mee gepaard gaat. Deze duurzaamheidsagenda is het kader, onze gids en toetsing voor alle ontwikkelingen, initiatieven en beleid die de komende jaren gaan lopen. Plantoetsing In het kader van duurzaam bouwen zijn er met name kansen om bij de uitvoering van het parkeergebouw veel aandacht te besteden aan duurzame energieopwekking. Derhalve zal bij het uitwerken van het voorgenomen bouwplan rekening worden gehouden met de Duurzaamheidsagenda, waaronder kansen voor het ontwikkelen van natuurinclusief bouwen en biodiversiteit.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

13

Projectgerelateerd

4

Beschrijving van het plangebied

4.1

Historische context

Het gebied is ontstaan door een aantal chronologische ontwikkelingen. Allereerst is het gebied historisch gegroeid door de binnendijkse en buitendijkse situatie. Alblasserdam, van origine een visserijdorp, veranderde door de strategische ligging aan bevaarbare waterwegen naar een dorp met een rijke geschiedenis aan scheepsbouw. Deze bedrijfsactiviteiten werden met name uitgevoerd op de binnendijkse delen grenzend aan de Noord. De huidige ontsluiting Dam en Haven op de dijk zorgt nog steeds voor de grens, waarbij vanaf de jaren ‘50 met name achter de dijk de dorpskern, woonbuurten en voorzieningen werden gerealiseerd. Alblasserdam groeide richting de polder en langs de dijk richting Kinderdijk en de scheepsbouw kende hoogtijdagen. Er werden grote gebouwen gerealiseerd om schepen overdekt te kunnen bouwen en af te monteren. Het zorgde voor een toename van de bevolking en uitbreiding ten oosten van de dorpskern. Vanaf de jaren ‘00 was er behoefte aan grotere voorzieningen (een theater, brandweerkazerne, havenvoorzieningen) met een goede bereikbaarheid. Hiervoor werd het binnendijkse deel aan de Dam en Haven gebruikt zowel voor het realiseren van de functies als het verbreden van de doorgaande route over de Dam.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Nederland heeft zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met de archeologische waarden door de ondertekening van het verdrag van Valletta (1992). In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden dient te worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Provinciaal beleid De provincie draagt zorg voor het beschermen en bewaren van archeologische en cultuurhistorische waarden vanuit de gedachte dat het beschermen, benutten en beleefbaar maken van cultuur en erfgoed bijdragen aan het de kwaliteit van de leefomgeving. Naast deze beschermingstaken wil de provincie ook zorgen voor meer draagvlak onder de bevolking voor (de bescherming van) het archeologisch erfgoed. De verwachting is dat daardoor de baten van de archeologie beter opwegen tegen de kosten in tijd en geld, die de samenleving opbrengt voor archeologie. In de provincie Zuid-Holland is een groot aantal cultuurhistorische en archeologische waarden aanwezig. Deze zijn beschreven in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS).

Daarin zijn, onder meer, historische molens, kastelen en landgoederen zichtbaar gemaakt, alsook erfgoedlijnen en cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Het behoud van de cultuurhistorische hoofdstructuur is van provinciaal belang. Uit de CHS blijkt dat het plangebied ligt binnen de aanduiding geen of lage archeologische waarde. Toetsing archeologie De gemeente Alblasserdam heeft haar eigen archeologiebeleid opgesteld. De archeologische verwachtingswaarden voor het gehele grondgebied van de gemeente Alblasserdam zijn hier in beeld gebracht, alsmede welk beschermingsniveau bij deze waarden hoort. Conform de archeologische beleidskaart zijn op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Oceanco’ dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie opgenomen.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

14

Projectgerelateerd

Voor het plangebied gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde - Archeologie 5’. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ is vastgelegd dat het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien er bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 30 cm onder het maaiveld en met een omvang van meer dan 50 m². Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ is vastgelegd dat het uitvoeren van archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien er bodemingrepen plaatsvinden dieper dan 30 cm onder het maaiveld en met een omvang van meer dan 500 m². De beoogde ontwikkeling betreft ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ onder andere een parkeergarage, werkplaatsen en kantoren. Dit overschrijdt de grens van 500 m². Mochten er bodemingrepen van dieper dan 30 cm plaats gaan vinden, dan is het uitvoeren van een archeologisch bodemonderzoek noodzakelijk. Wanneer tijdens de uitvoering van werkzaamheden een monument wordt gevonden moet dit op grond van de Erfgoedwet (artikel 5.10 en 5.11) verplicht worden gemeld aan de Minister van OCW en de gemeente Alblasserdam. De archeologische waarden en de onderzoeksverplichting zijn geborgd in de planregels en de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan. Daarmee is het aspect archeologie gewaarborgd in het bestemmingsplan.

Cultuurhistorie Het plangebied ligt binnen de aanduiding ‘overige zone – beschermd dorpsgezicht’. Hier is het verboden op deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning) de bestaande bouwwerken te slopen. Binnen onderhavig bestemmingsplan zijn geen sloopactiviteiten voorzien. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan, mits er aan bovenstaande voorwaarden voldaan wordt.

4.3

Noordtunnel A15

Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid ziet als tunnelbeheerder er op toe dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geen belemmeringen opwerpen voor het gebruik en beheer van de Noordtunnel. De bouw van de parkeergarage, het kantoor en de verlegging van de kade is gepland in het constructieve invloedsgebied van de tunnel. Derhalve stelt Rijkswaterstaat randvoorwaarden aan het planvoornemen t.a.v. de realisatie. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning zal afstemming plaatsvinden tussen Rijkswaterstaat en Oceanco om het gebruik en beheer van de Noordtunnel in de toekomst te garanderen.

4.4

Water en bodem sturend

Water en bodem sturend Op 25 november 2022 is de kamerbrief water en bodem sturend gepubliceerd. Daarbij zijn zeven uitgangspunten van belang: 1. Niet afwentelen; 2. Meer rekening houden met extremen; 3. In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem; 4. Meerlaagsveiligheid; 30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

15

Projectgerelateerd

5. Bodem minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen; 6. Integrale aanpak in de leefomgeving; 7. Pas toe of leg uit. Deze uitgangspunten zijn verder uitgewerkt in 33 structurerende keuzes, waaronder het niet meer toestaan van bebouwing in de uiterwaarden die vallen onder de Beleidslijn grote rivieren. De Kamerbrief is nog geen formeel beleid. De uitgangspunten en structurerende keuzes zullen worden vertaald naar regionaal beleid en de kamerbrief is hierin een belangrijke leidraad. In paragraaf 3.1.2 van deze toelichting wordt het planvoornemen getoetst aan de Beleidslijn grote rivieren. Dit wordt nader uitgewerkt bij de aanvraag voor een watervergunning. In hoofdstuk 6 van deze toelichting staat vermeld hoe wordt omgegaan met onder meer het waterbergend vermogen en de afvoer van hemelen afvalwater. Er zijn daarbij geen nadelige effecten te verwachten op het gebruik, de kwaliteit en de afvoercapaciteit van het (oppervlakte)water(lichaam). Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.

Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). Afkoppeling van hemelwater zorgt ervoor dat het aantal riooloverstorten laag is. Ook dit komt de waterkwaliteit (in de omgeving) ten goede. Met het beoogde initiatief is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het hemelwater vloeit net als in de bestaande situatie af op het oppervlaktewater via een olie- en bezineafscheider.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

16

Projectgerelateerd

5

Juridische planopzet

5.1

Opzet van het plan

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van gronden in het plangebied.. De regeling geschiedt door middel van de bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Alblasserdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012). Bij het opstellen van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.

5.2

Juridische planbeschrijving

5.2.1

Inleiding

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO).

5.2.2

Geometrische plaatsbepaling / verbeelding

Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

5.2.3

Regels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • • • •

Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4)

Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

17

Projectgerelateerd

Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende enkel- en dubbelbestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3 Bedrijf – Scheepswerf Deze bestemming is gebruikt voor het terrein van Oceanco. De voor ‘Bedrijf – Scheepswerf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een scheepswerf, in de zin van een inrichting zoals aangewezen in Bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Stb. 2010, nr. 143); het laden en lossen van goederen; aan een scheepswerf ondergeschikte en gerelateerde detailhandel en bedrijvigheid in maximaal milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijf - Scheepswerf; nutsvoorzieningen; opslag en uitstalling; wegen, paden en hellingbanen; parkeervoorzieningen; voorzieningen ter geleiding en regeling van het vaarverkeer; tuinen, erven en verhardingen; groenvoorzieningen.

Tevens is binnen deze bestemming een functieaanduiding ‘kantoor’ opgenomen, waarbinnen planologisch de ruimte wordt geboden aan maximaal 12.500 m2 bedrijfsgebonden kantoren. Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan. Voor het kunnen garanderen van de constructieve veiligheid van de Noordtunnel is in de bouwregels opgenomen dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen alleen mag worden verleend indien door Rijkswaterstaat vooraf schriftelijke toestemming is verleend. Artikel 4 Water – Vaarweg Deze bestemming is opgenomen voor de rivier de Noord. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het water van de rivier en daarmee samenhangende activiteiten en voorzieningen. Het aanleggen van (woon)schepen is uitgesloten. Artikel 5 Waarde – Archeologie 2 De voor Waarde – Archeologie 2 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. In dit gebied is voor het bouwen of het uitvoeren van bodemingrepen waarbij een omvang van minder dan 50 m² en dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, geen nader onderzoek noodzakelijk. Artikel 6 Waarde – Archeologie 5 De voor Waarde – Archeologie 5 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.

In dit gebied is voor het bouwen of het uitvoeren van bodemingrepen waarbij een omvang van minder dan 500 m² en dieper dan 30 cm onder het maaiveld wordt geroerd, geen nader onderzoek noodzakelijk. Artikel 7 Waterstaat – Waterkering De voor Waterstaat – Waterkering aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken. In de aangegeven zone van de waterkering zijn uitsluitend bouwwerken ten dienste van de dubbelbestemming toegestaan, mits de bouwhoogte minder dan 10 m is.

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

18

Projectgerelateerd

Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten. Artikel 8 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De formulering van de anti-dubbeltelregel is bindend voorgeschreven in artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Met deze regel wordt voorkomen dat bepaalde gronden meerdere keren worden gebruikt om de toegestane oppervlakte van verschillende gebouwen te bepalen. Artikel 10 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden. Artikel 11 Algemene gebruiksregels In artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald dat het gebruik in strijd met een bestemmingsplan verboden is.

In het bestemmingsplan is daarop aangesloten door expliciet een aantal gebruiken op te sommen die als strijdig met het bestemmingsplan worden aangemerkt. Artikel 12 Algemene aanduidingsregels Aanvullend op de (algemene) bouwregels gelden enkele bijzondere bouwbepalingen die met een aanduiding in de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven. Het betreft regels met betrekking tot het gezoneerd industrieterrein, geluidzone industrie, beschermd dorpsgezicht, vrijwaringszones voor vaarwegen en het waterstaatswerk, bebouwingsvrije zones, containers, en scheepslift. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels Hierin zijn een aantal bepalingen opgenomen, waarmee het bevoegd gezag geringe afwijkingen van maten kan toestaan wanneer dit vanuit stedenbouwkundig of bouwkundig oogpunt noodzakelijk of gewenst is. Ook kan een overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen worden toegestaan, wanneer dit noodzakelijk is vanwege de werkelijke toestand van het terrein. Door het opnemen van deze bepalingen wordt voorkomen dat het bestemmingsplan onbedoeld ontwikkelingen belemmert. Artikel 14 Overige regels Hierin is juridisch geborgd dat ten aanzien van parkeren moet worden voldaan aan de parkeernormen overeenkomstog het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Artikel 16 Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

19

Projectgerelateerd

6

Water

6.1

Beleidskader

6.1.1

Europees en rijksbeleid

Kaderrichtlijn water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is op 22 december 2000 officieel van kracht geworden. De richtlijn heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie en kwelgebieden). De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050.

Het rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om de komende decennia te investeren in bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 door de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken vastgesteld. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Uitvoering van de watertoets betekent in feite dat de gemeente en het Waterschap samenwerken bij het uitwerken van ruimtelijke plannen, zodat problemen (bijvoorbeeld wateroverlast of verdroging) in het gebied zelf en de omgeving worden voorkomen.

De watertoets is sinds 2003 verankerd in de wetgeving en hiermee verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent

30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

20

Projectgerelateerd

onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Watertoets Omdat het aspect water in ruimtelijke plannen een mede ordenend principe is, is de watertoets geïntroduceerd. Deze watertoets is verplicht gesteld in november 2003 voor ruimtelijke plannen. De watertoets is een procedure waarbij de initiatiefnemer in overleg met de waterbeheerders de waterhuishouding van een te ontwikkelen gebied inricht. Belangrijkste inhoudelijke doel van de watertoets is dat initiatiefnemers ‘waterneutraal’ bouwen. Dit betekent voor het waterkwantiteitsaspect dat niet meer water wordt afgevoerd uit het plangebied dan in de situatie voor de ruimtelijke ingreep. Voor de waterkwaliteit betekent dit in ieder geval dat de waterkwaliteit in en om het gebied niet mag verslechteren. Bovendien mogen plannen de grondwatersituatie buiten het plangebied niet negatief beïnvloeden.

6.1.2

Provinciaal beleid

Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2022 - 2027 Op 9 maart 2022 is het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2022-2027 in werking getreden. Voorheen gold het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Op hoofdlijnen wordt het beleid uit het regionale waterplan voortgezet in het regionaal waterprogramma, maar op punten is het ook aangepast. Aanleidingen daartoe waren: 1. kwaliteitsverbetering; 2. klimaatadaptatie; 3. verandering van wetgeving. Het provinciaal Waterplan Zuid-Holland geeft antwoord op de vraag wat er in de periode 2022-2027 moet gebeuren, om de provincie Zuid-Holland ook in de toekomst op een duurzame wijze veilig en leefbaar te houden. Het gaat daarbij om de volgende opgaven: • waterveiligheid • mooi en schoon water; • beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling; • sport, recreatie en water- en groenbeleving • goed functionerende provinciale infrastructuur • toekomstbestendige infrastructuur Omgevingsverordening Zuid-Holland In 2019 is de omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Daarin is onder andere vastgelegd dat, voor bebouwing in de bebouwde kom, de norm voor de gemiddelde overstromingskans maximaal 1 keer per 100 jaar is. Deze norm is van toepassing vanuit het oogpunt van berging en afvoer van regionale wateren.

In de omgevingsverordening staan verder normen opgenomen voor regionale waterkeringen en zijn regels opgenomen ten aanzien van grote grondwateronttrekkingen.

6.1.3

Beleid waterbeheerder

De waterbeheerder ter plaatse van het plangebied is het Waterschap Rivierenland. De langetermijnvisie van het Waterschap is beschreven in de Watervisie 2050. Deze langetermijnvisie is concreter uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma (WBP) 2022-2027. Hierin worden voor de komende jaren de doelen van het waterbeheer beschreven en hoe die te bereiken. Het waterbeheer richt zich op de volgende speerpunten: • Beschermen tegen overstromingen • Water eerlijk verdelen • Voorbereiden op extreem weer 30 mei 2024

CLICK TO ENTER "DLCOLOPHON"

BJ2481-RHD-XX-XX-RP-X-0001

21

Projectgerelateerd

• • • •

Werken aan schoon water Bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur Toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit Toewerken naar circulariteit

Keur De keur van het Waterschap Rivierenland 2014 is op 1 januari 2015 vastgesteld. In de keur staan onder meer de regels om schade aan dijken en oevers te voorkomen, regels voor onderhoud van onder andere sloten en beken en regels om watertekort, wateroverlast en vervuiling te voorkomen. Legger In de legger van het Waterschap staan de wateren en waterkeringen die zij in het beheer hebben. Aan de hand van de legger kan bepaald worden welke wateren en waterkeringen er binnen het plangebied liggen en aan welke regels uit de keur moet worden voldaan. De wateren in de legger van Waterschap Rivierenland zijn verdeeld in 3 categorieën: A-wateren: van primair belang voor het waterbeheer en worden daarom door het Waterschap onderhouden. B-wateren: van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door de aangrenzende eigenaren te worden onderhouden. C-wateren: wateren die van tertiair belang zijn voor het waterbeheer waarvoor geen jaarlijkse onderhoudsplicht geldt.

6.1.4

Waterplan Alblasserdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/774/documents/16480