Technische vragen bij raadsvoorstel Jaarrekening 2025.pdf
Tekst van het document
Technische vragen bij Raadsvoorstel Jaarrekening 2025 Nr. 1
Vraag Pagina 32: pensioen taakveld 0.1 Bestuur Waarom was er geen toevoeging aan de voorziening pensioenen geraamd in 2025? In de jaarrekening 2024 werd immers reeds gemeld “Er heeft voor de begroting geen actualisatie plaatsgevonden van de benodigde dotatie aan de voorziening. De verplichtingen nemen jaarlijks toe, omdat (oud-)wethouders steeds langer leven en daardoor over een langere periode recht hebben op pensioenuitkeringen”.
Partij Antwoord CDA Bij het opstellen van de begroting 2025 gingen we ervan uit dat de voorziening toereikend was. Gedurende het jaar hebben we niet geanticipeerd op de nieuwe regelgeving waarbij een toevoeging aan de voorziening noodzakelijk was. Per 1 januari 2028 gaan de pensioenen over naar het nieuwe pensioenstelsel en worden deze ondergebracht bij het ABP. In verband met de per 1 januari 2028 geplande pensioenoverdracht zijn de wethouders pensioenen in 2025 opnieuw berekend.
2
Belastingopbrengsten pagina 40 Er is geen consistente manier van weergave van belasting- en legesopbrengsten in de tabel met opbrengsten op pagina 40 in vergelijking tot de tabellen verder op in dit hoofdstuk waarin de dekkingspercentages berekend worden. Bij sommige worden de opbrengsten inclusief mutatie reserve/voorziening weergegeven (zoals bij begraafrechten) en bij andere (zoals rioolheffing) exclusief mutatie reserve/voorziening).
CDA
In de definitieve versie van de jaarrekening die ter besluitvorming voor ligt is de tabel van belastingopbrengsten op pag. 40 aangepast; daar stond 907 en is aangepast naar 774. De weergave is nu consistent met de rest van de legesopbrengsten.
3
Rechtmatigheidsverantwoording pagina 65 Welke beheersmaatregelen zijn er naar aanleiding van de eindconclusie door het college opgestart om ervoor te zorgen
CDA
Via bestedingsanalyses op crediteurenniveau (spend-analyse) wordt tussentijds gestuurd of onrechtmatigheden zich voor doen. Dit maakt onderdeel uit van de verbeteragenda die we met ingang van september 2026 periodiek gaan opzetten, monitoren en verantwoorden. Het streven is dat we bij de laatste bestuursrapportage de raad hierover informeren.
dat onrechtmatigheden bij (Europese) inkoop- en aanbestedingstrajecten zoveel mogelijk voorkomen worden?
4
Pagina 6: Het blijft noodzakelijk om lokale en regionale taken beter op elkaar af te stemmen om zo kosten te beheersen en kwaliteit te waarborgen. Vraag: wat hebben we hiervan geleerd? En wat nemen we mee in voor de komende jaren? Wat zijn uw nieuwe keuzes om het huidige voorzieningsniveau te handhaven?
PRO
Zoals wordt gesteld blijft het zoeken hoe regionale en lokale taken op elkaar worden afgestemd. Hoe we hier binnen het sociaal domein verder mee willen, is verwoord in de concept visie sociaal domein, die nog ter vaststelling zal worden voorgelegd.
Het maken van nieuwe keuzes is geen technische vraag, maar een politieke en daarom kunnen wij deze niet beantwoorden.
5
Pagina 29: PRO Wat is de stand van zaken over: De uitkomst van het gemeentelijk beleid over welke maatschappelijke organisaties in het gemeentelijk vastgoed gehuisvest worden, vormt in 2025 het startpunt voor de ontwikkeling van het Nokkenwiel. Deze uitkomst wordt opgenomen in een raadsinformatiebrief over de keuze voor één of twee locaties. Staat voor 2025 op rood, zonder argumentatie. Graag een reactie.
In 2025 heeft dit beleid niet tot resultaat geleid over de invulling Nokkenwiel en de keuze voor één of twee locaties. Het wordt verklaard door de lange afweging van één of twee locaties. Onderwerpen bij deze afweging zijn financiën, lopende afspraken en wenselijkheid (één of twee locaties).
6
Bij leges omgevingsvergunning wordt aangegeven dat als gevolg van de omgevingswet er minder vergunningplichten zijn en dat dit niet
Er is geen sprake van minder inzet omdat het werk niet verdwijnt, maar verschuift en complexer wordt: van vergunningverlening naar maatwerk, begeleiding, toezicht en integrale beoordeling.
PRO
kan worden gecompenseerd door minder inzet en dus minder kosten. Waardoor is er geen sprake van minder inzet? Vervolgens wordt er onder de verwachting gesteld dat in de meerjarenraming een aflopende reeks baten is opgenomen vanwege afnemende bouwactiviteiten maar dat voor 2026 wordt verwacht dat de begrote opbrengst gerealiseerd gaat worden zodat het risico daarom lager wordt ingeschat. Desondanks wordt de kans op 25% ingeschat, hetgeen in vergelijking met Jeugdhulp en Participatiewet, waarbij de kansen vele malen hoger liggen, als een hoog percentage kan worden beschouwd. Waarom 25%?
Daarnaast is het lastig in te schatten wanneer en hoeveel bouwactiviteiten ook daadwerkelijk starten. De verwachting is dat voor 2026 de opbrengst wordt gerealiseerd. Dit blijft altijd een risico, welke ingeschat wordt op basis van ervaringen nu nog ca 25%.
7
Bij de WMO/huishoudelijke hulp mist een terugblik/verwachting. We willen weten waarom er uit wordt gegaan van een schatting van het risico van 10%.
PRO
8
Het kopje Voormalig Nedstaalterrein De verwachting voor 2026 is dat een deel van het terrein beschikbaar komt voor ontwikkeling. Inmiddels is het medio
PRO
De Wmo-voorziening huishoudelijke ondersteuning betreft een maatwerkvoorziening die door de GR Sociaal wordt uitgevoerd en is openeindregeling. Het gebruik hiervan is moeilijk vooraf nauwkeurig te prognosticeren, aangezien dit sterk afhankelijk is van individuele indicaties en externe ontwikkelingen. De gehanteerde risicoschatting van 10% is gebaseerd op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Daarbij is sprake geweest van een stijging van de kosten, met name als gevolg van volumegroei en tariefontwikkelingen binnen de huishoudelijke hulp. Gezien de voortgaande vergrijzing, de aanhoudende arbeidsmarktkrapte en de verwachte kostenstijgingen binnen de sector, wordt deze bandbreedte ook voor de komende jaren als realistisch beschouwd. Ja, dat wordt waargemaakt. Het voorstel ligt er om een grondexploitatie te openen. Hiermee wordt formeel een start gemaakt met de ontwikkeling. De ontwikkeling wordt in samenwerking met de Regionale OntwikkelingsMaatschappij Drechtsteden (ROM-D) uitgevoerd.
2026, bestaat er kans dat dit inderdaad kan worden waargemaakt? Doordat het risico op 10% wordt geschat betekent dit wel dat er alleen al door deze aankoop er een buffer nodig is van 2,8 miljoen. Klopt dit? 9
Tot slot lees ik op pag. 52 dat de onbenutte belastingcapaciteit zeer beperkt blijft en in 2025 uitkomt op 0,1%. Dat zal aangeven dat er nauwelijks ruimte is om via belastingverhoging extra inkomsten te genereren. Dit begrijpen we niet goed. Met name niet omdat in de Kaderbrief wordt voorgesteld de OZB in 2027 met wel 12,5% te verhogen.
PRO
10
Onderhoud kapitaalgoederen Gesteld wordt dat in deze paragraaf inzicht wordt gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. Het beleid wordt netjes weergegeven, maar wat precies de daaruit voortvloeiende financiële consequenties zijn vind ik in deze paragraaf nergens terug.
PRO
11
Financiering Op pag 58 wordt aangegeven dat de gemeente Alblasserdam in 2025 twee
PRO
De onbenutte belastingcapaciteit van 0,1% is als volgt te duiden: - Het kengetal zegt: er is weinig ruimte binnen gangbare kaders. - De mate waarin een gemeente nog ruimte heeft t.o.v. landelijke normen of signaleringswaarden (zoals de macronorm OZB of woonlastenontwikkeling). - Een waarde rond 0% of negatief (0,1%) betekent: De gemeente zit al ongeveer op of iets boven het referentieniveau. Er is feitelijk weinig “gebruikelijke” ruimte om belastingen te verhogen zonder boven die norm uit te komen. Dit is geen absolute wettelijke grens, maar een indicator/benchmark. Waarom dan tóch een OZB-verhoging van 12,5%? 2,5% is indexering, 10% is een besluit en bewuste keuze om toch boven de norm te gaan om onze financiële opgave in te vullen. Financiële consequenties zijn in verschillende raadsvoorstellen beschreven (zoals Openbare verlichting, etc.) en in de begroting verwerkt. Eventuele afwijkingen hierop worden via bestuursrapportages verwerkt.
De rentevergoeding voor de achtergestelde lening vanuit ROM-D is op dit moment nog niet bekend. In de komende periode worden nog afspraken gemaakt over de voorwaarden van de lening en de eventuele rentevergoeding die daarbij hoort.
langlopende leningen heeft aangetrokken i.v.m. aankoop voormalig Nedstaalterrein. Een is een lening van 22 miljoen, met een looptijd van 10 jaar en een rente van 2,75%. De andere (van 6 miljoen?) is een fixe lening voor een jaar en een dag tegen een rentepercentage van 2. In 2026 zal deze lening door ROMD worden gefinancierd middels een achtergestelde lening. Tegen welk rentepercentage wordt niet duidelijk gemaakt. Kun u dit duiden? 12
13
14
Wat is de omvang van de mogelijke onrechtmatigheid (± €770k volgens accountant?) bij de GR Sociaal en hoe wordt deze op dit moment verwerkt in de jaarrekening en SiSa-verantwoording? (SiSa-paragraaf / rechtmatigheidsverantwoording – ca. p. 100–120) Welke structurele maatregelen zijn genomen om de rechtmatigheidsfouten (€2,17 mln) in de toekomst binnen de norm te brengen? (Rechtmatigheidsverantwoording – ca. p. 100–110)
SGP
Verwezen wordt naar de bij het voorstel voor de jaarrekening aangeboden Raadsinformatiebrief met als onderwerp ‘Onzekerheid in de verantwoording Wet herstel Operatie Toeslagen bij GRS en gevolgen voor de jaarrekening 2025’. Het betreft een omvang van € 77.000, - zoals genoemd in het accountantsverslag.
SGP
Via bestedingsanalyses op crediteurenniveau (spend-analyse) wordt tussentijds gestuurd of onrechtmatigheden zich voor doen. Dit maakt onderdeel uit van de verbeteragenda die we met ingang van september 2026 periodiek gaan opzetten, monitoren en verantwoorde. Het streven is dat we bij de laatste bestuursrapportage de raad hierover informeren.
Kan het college het jaarresultaat (€1,16 mln) expliciet uitsplitsen in structurele en incidentele componenten?
SGP
Het jaarresultaat van € 1,18 mln bestaat uit een grote hoeveelheid van uitgaven en inkomsten. Uitsplitsing van de vele mutaties is een tijdrovende klus en de vraag is in hoeverre dit realistische informatie biedt voor de volgende jaren. Bij opstelling van ieder P&C document worden alle budgetten gescreend en vinden zonodig bijstellingen plaats op basis van realisatie. Zo is voor de noodzakelijke bijstellingen in de 1e burap 2026 en Kaderbrief 2027 voor de reguliere budgetten
rekening gehouden met de realisatie 2025. De ramingen voor bijvoorbeeld de GR-en worden in overeenstemming gebracht met de vastgestelde P&C documenten van de betreffende 2025. Realisatie 2025 is daarbij niet van toepassing. Dit kan ook gelden voor andere budgetten en onderwerpen. In het resultaat 2025 zitten wel wat opbrengsten van enige omvang die niet meer terugkeren in de komende jaren, zoals een inkomst van € 0,85 mln vanuit de centrumgemeente Dordrecht voor uitvoering van de taak Beschermd Wonen en een voordelig resultaat in verband met de verwerving van het Nedstaal-terrein van € 0,45 miljoen. Een positief resultaat voor de opvang Oekraine van € 0,85 miljoen zal ook niet meer in deze mate gerealiseerd kunnen worden in verband met wijziging van regeling op grond waarvan we inkomsten van het Rijk ontvangen. Een stijgend balanstotaal gecombineerd met een schuldquote rond de 100% maakt de gemeente structureel minder financieel flexibel: een groter deel van de begroting gaat op aan rente en aflossing, waardoor minder ruimte overblijft voor nieuw beleid en het opvangen van tegenvallers. Tegelijk neemt de gevoeligheid voor risico’s toe, zoals rentestijgingen en tegenvallende opbrengsten uit investeringen. Dit is beheersbaar zolang de schuld samenhangt met waardevolle investeringen, maar maakt de financiële positie wel duidelijk kwetsbaarder.
15
Wat is het structurele effect van de SGP toename van het balanstotaal en de schuldquote (circa 100%) op de financiële positie van de gemeente? (Paragraaf financiële kengetallen / balans – ca. p. 80–95)
16
Welke effecten heeft de toekomstige verwerking van het Nedstaalterrein in een GREX op kengetallen zoals schuldquote en structurele exploitatieruimte?
SGP
De investering voor het Nedstaal-terrein is in de gemeentelijke begroting opgenomen. Hierdoor verslechtert op korte termijn de schuldquote door de hoge investering en dus meer schuld. Op lange termijn kan dit omkeren, bij een positief projectresultaat verbeteren zowel de schuldquote als de exploitatieruimte. De GREX is nu nog niet in de begroting opgenomen. Het wel opnemen daarvan heeft geen effect op de structurele exploitatieruimte, want een GREX is naar aard incidenteel. In het begrotingsproces worden de kengetallen weer geactualiseerd en worden alle ontwikkelingen daarin meegenomen.
17
Kunt u bevestigen dat de verliesvoorziening grondexploitaties per 31-12-2025 €946k bedraagt en dat het afwijkende bedrag (€2,016 mln) in de grondbeleidparagraaf onjuist is? (Paragraaf grondbeleid – p. 76) Kunt u bevestigen wat de juiste stand is van de reserve grondexploitatie per 31-
SGP
Ja. In de definitieve versie die voor besluitvorming is geagendeerd bedraagt de verliesvoorziening per 31-12-2025 € 946k.
SGP
De reserve grondexploitatie per 31-12-2025 is € 1.325k (pagina 94). Dit betreft de beginstand per 31-12-2024 van € 79k plus een toevoeging in verband met de verbeteringen van de
18
19
20
21
22
23
12-2025, gezien de inconsistenties tussen paragraaf en mutatietabellen? (Reserves en voorzieningen – ca. p. 90–100 + paragraaf grondbeleid p. 76) Waarom zijn huurcontracten met een einddatum van 31-05-2025 nog opgenomen als niet in de balans opgenomen verplichtingen per 31-122025? (Niet in de balans opgenomen verplichtingen – p.100) Wat zijn de uitkomsten van het onderzoek naar een extra Waterbushalte (gepland Q1 2026) en waarom heeft dit nog niet geleid tot besluitvorming? (Programma bereikbaarheid / verkeer – ca. p. 30–45) Wat verklaart de vertraging in de besluitvorming rond de locatiekeuze Nokkenwiel ten opzichte van eerdere planningen? (Programma onderwijs / huisvesting – ca. p. 45–60) Hoe is de risicoscore voor samenwerkingen met vrijwilligersorganisaties bepaald en welke concrete beheersmaatregelen worden per partij (bijv. Landvast) getroffen? (Paragraaf weerstandsvermogen en risico’s + samenwerking vrijwilligersbesturen – p. 49 en p. 71) De schuldenlast beweegt zich in het oranje gebied (tussen 100 en 130%). De reserves zijn tot nu toe toereikend, maar nemen in de jaren af. Welke maatregelen
SGP
grondexploitaties met een bedrag van € 1.246k die vanuit de verliesvoorziening zijn toegevoegd aan de reserve. Verwezen wordt naar het beslispunt bij het voorstel actualisatie grondexploitatie. In de paragraaf grondbeleid (pagina 76) is abusievelijk nog genoemd € 79k. Dit had € 1.325k moeten zijn. De organisatie is nog in gesprek over verlenging van de contracten en voortzetting van de huur.
SGP
In theorie lijken er kansen te zijn, maar realisatie hangt af van betrokkenheid en hulp van anderen. In deze lijn is het overgrote deel van het programma Poort aan de Noord opgesteld. Primair dus een wenkend perspectief. De uitnodiging is nog niet opgepakt door aan te dienen initiatiefnemers. Zelf hebben we geen mensen en middelen.
SGP
De vertraging wordt verklaard door de lange afweging van één of twee locaties. Onderwerpen bij deze afweging zijn financiën, lopende afspraken en wenselijkheid (één of twee locaties).
SGP
De risicoscores worden vanuit ambtelijke en bestuurlijke inzichten toegekend. Het college gaat intensiever en professioneler in gesprek met samenwerkingen met een verhoogd risico. Er wordt aan partijen gevraagd, bij een hoge risicoscore, om concrete plannen op te leveren hoe de kosten te beheersen. Dit gaat in samenwerking met de partijen en er wordt voorzien in (ambtelijke) ondersteuning bij het vormen van deze plannen, maar de verantwoordelijkheid wordt wel bij de partijen gelegd.
VVD
Het nemen van maatregelen om de schuldenlast te beïnvloeden is een politieke keuze. Zo kan gedacht worden aan het prioriteren en (deels) uitstellen van investeringen, zodat minder nieuwe leningen nodig zijn. Ook kan ingezet worden op het verbeteren van het exploitatieresultaat via
24
25
zijn of worden nog genomen om de schuldenlast onder de 100% te krijgen? Van de 18,4 miljoen Enecogelden resteert nog 6,4 miljoen. Waaraan zijn de 12 miljoen euro besteed? Uitgaande van de beleidskaders zoals verwoord op blz. 95: welke effecten zijn bereikt? (Voor m.n. de nieuwe raads- en commissieleden fijn om te weten, in ieder geval op hoofdlijnen.)
In het document wordt een aantal keer aangegeven dat bepaalde voornemens/bezuinigingen niet zijn gehaald, maar niet de reden waarom. Graag vernemen wij het hoe en waarom betreffende: a. Waarom is er geen budget aangewend voor dynamisch werken? Terwijl op pagina 62 staat aangegeven dat het dynamisch werken wel in gang is gezet. b. Waarom is het plaatsen van verkeersborden t.b.v. laadpalen nog niet volledig aangewend? (2.1 verkeer en vervoer).
VVD
VVD
hogere inkomsten en beheersing van kosten, waardoor meer aflossingsruimte ontstaat. Inzet van reserves of verkoop van activa kan ook effect hebben. In 2020 is € 18,4 miljoen ontvangen in verband met de verkoop aandelen Eneco. In 2021 is een onttrekking aan de reserve gedaan van € 2.806.000, - zoals door de raad besloten bij vaststelling van de 1e burap 2021 op 29 juni 2021; dit voordat de raad de huidige beleidskaders voor deze reserve heeft vastgesteld. Deze zijn vastgesteld op 21 december 2021. Tijdens dezelfde raad is een onttrekking aan deze reserve gedaan van € 9.121.000, - voor dotatie aan de bestemmingsreserve aankopen Ruigenhil. Dit gelet op beleidskader c.: ‘voor aankoop van gronden en/of gebouwen uit strategisch en/of maatschappelijk oogpunt t.b.v. regievoering bij de ontwikkeling van een plangebied voor zover deze (nog) niet via de reguliere grondexploitatie aan de raad kunnen worden aangeboden’. Rekening houdend met deze onttrekking resteert er per 31-12-2025 € 6,4 miljoen. Voor de stand van zaken van de ombuigingen wordt verwezen naar hoofdstuk 2.3 van de Kaderbrief 2027.
a. In 2025 hebben we ons gericht op het beleid en de verwachting was dat we dit in Q4 konden uitrollen door onze medewerkers middelen aan te bieden voor het dynamisch werken. Dit is niet meer in 2025, maar in Q1 van 2026 gerealiseerd.
b. De realisatie van laadpalen is nog in volle gang. De status van uitvoering is per locatie zeer verschillend. Het gaat in totaal om 100 locaties die door 7 verschillende exploitanten worden uitgevoerd. Daarnaast spelen ook andere factoren een rol, zoals bezwaren van omwonenden, een combinatie met andere lopende ontwikkeling en het verkrijgen van stroomaansluitingen. Zodra bij ons bekend is dat een laadpaal is geplaatst en is aangesloten dan regelen we de bijbehorende verkeersborden. Ook doen we regelmatig een inventarisatieronde om te zien hoever exploitanten zijn met de uitvoering.
c. Waarom is de bezuiniging op speelplaatsen van € 25K niet gerealiseerd? (5.7 openbaar groen en (open lucht) recreatie.)
c. Aan het beheren van speelvoorzieningen is het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen gekoppeld. Als beheerder/eigenaar van speelvoorzieningen moet aan de eisen worden voldaan qua veiligheid. Dat kon in 2025 niet gerealiseerd worden binnen het in het kader van de bezuinigingen verlaagde budget.
d. Waarom is voor het opstellen van een onderhoudsplan baggeren € 21 K niet gerealiseerd?
d. Het onderhoudsplan baggeren is nog in ontwikkeling. Alle benodigde onderzoeken zijn uitgevoerd, planning voor de komende jaren is gemaakt. Bestek en raming zijn in voorbereiding.
26
Kan de tabel op pagina 41 ook worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde van met Alblasserdam vergelijkbare gemeenten?
VVD
27
Wat maakt dat de begrote opbrengst aan leges als gevolg van de Omgevingswet in 2026 kan worden verhoogd (blz. 48)? Is dit het gevolg van eenmalig te verwachten inkomsten als gevolg van grote (woning)bouwprojecten? Moet een solvabiliteitsrisico van minder dan 30% als hoog risicovol worden aangemerkt?
VVD
28
VVD
Onderaan in de tabel op pagina 41 wordt onze positie op de COELO-lijst weergegeven. De gemeente Alblasserdam streeft ernaar om met de lokale woonlasten rond het landelijk gemiddelde te zitten. Op de ranglijst van het COELO dat jaarlijks de gemeentelijke lasten in kaart brengt, schommelt de positie van Alblasserdam de afgelopen jaren. In Nederland zijn ca 340 gemeenten, het gemiddelde is 170. Alblasserdam bevindt zich daar iets boven op 221 voor eenpersoonshuishouders en 211 voor meer meerpersoonshuishoudens. Enerzijds door tariefverhogingen kan de opbrengst leges omgevingsvergunningen worden verhoogd zoals inmiddels is gebeurd via het bij de begroting 2026 ingediende amendement. Anderzijds is de bouwopgave hierbij van belang.
Een solvabiliteit onder de 30% wordt doorgaans gezien als een verhoogd risiconiveau, maar niet per se direct als hoog risico. Deze valt nog in de midden/attentiezone, maar niet automatisch in de hoogste risicocategorie. Pas onder de 20% kwalificeert de provincie solvabiliteit echt als hoog risicovol. Wij streven naar een solvabiliteitsratio (eigen vermogen + voorzieningen/ totaal balanssaldo) hoger of gelijk aan 20%. De jaarrekening 2025 voldoet hieraan.