t_NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-on01.pdf
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9
Toelichting bestemmingsplan ‘Alblasserdam, nabij Oost Kinderdijk 9’
Identificatiecode NL.IMRO.0482.okinderdijk9113-on01 Datum 11-06-2021 Status Ontwerp Versie 2.4
1
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..............................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................2 1.3 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................4 2 BESTAANDE SITUATIE.........................................................................................5 2.1 Algemeen ........................................................................................................5 2.2 Ruimtelijke structuur ........................................................................................5 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis ............................................................................5 2.2.2 Stedenbouwkundige structuur ..................................................................6 3 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................8 3.1 Plan..................................................................................................................8 3.2
Beeldkwaliteit ................................................................................................ 10 3.3 Groen (bomen) ............................................................................................. 11 3.4 Verkeer, ontsluiting en parkeren .................................................................. 12 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 14 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................... 14 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ......................................................... 14 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ........................... 14 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .......................................................... 15 4.1.4 Conclusie rijksbeleid .............................................................................. 15 4.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 16 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland ................................................................ 16 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland ....................................................
19 4.3 Regionaal beleid ........................................................................................... 20 4.3.1 Regionale ruimtelijke strategie Drechtsteden ........................................ 20 4.3.2 Regionale Woonvisie 2017-2031 ‘Goed wonen in de Drechtsteden’ en de groeiagenda Drechtsteden 2030 ............................................................... 21 4.3.3 Conclusie regionaal beleid .................................................................... 23 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 24 4.4.1 Structuurvisie Alblasserdam 2040 ‘bedrijvig Hollands dijkdorp’ ............ 24 4.4.2 Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031 ................................ 24 4.4.3 Energiestrategie 'Drechtsteden, Energieneutraal 2050' ........................ 25 4.4.4 Duurzaamheidsagenda 2016-2020 Samen Slim investeren ................. 25 4.4.5 Bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ ...................................... 26 4.4.6 Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord – Alblasserdam’ ................................................................................................. 26 4.4.7 Conclusie gemeentelijk beleid ...............................................................
26 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 26 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING ................................................................. 27
5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) ...................................................... 27 5.2 Geluid ........................................................................................................... 28 5.3 Bedrijven- en milieuzonering ........................................................................ 29 5.4 Bodem .......................................................................................................... 30 5.5 Archeologische en cultuurhistorische waarden ............................................ 31 5.6 Watertoets .................................................................................................... 34 5.7 Ecologie ........................................................................................................ 38 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 42 5.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 43 5.10 Duurzaamheid ............................................................................................ 46 6 JURIDISCHE PLANOPZET ................................................................................. 47 6.1 Inleiding ........................................................................................................
47 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 47 6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 47 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 47 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 48 7.1 Exploitatie ..................................................................................................... 48 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................... 48 8.1 Vooroverleg .................................................................................................. 48 8.2 Inspraak ........................................................................................................ 48 8.3 Zienswijzen ................................................................................................... 49 8.4 Maatschappelijk draagvlak ........................................................................... 49 Bijlage 1 2
3 4 5 6 7 8
9 10
Omschrijving Overzichtstekening nieuwe situatie Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai Verkennend bodemonderzoek Digitale watertoets Archeologisch onderzoek Ecologische quickscan Overzichtstekening bomen nieuwe situatie Verslag Erfgoedcommissie Nota van Inspraak en vooroverleg Bomeneffectanalyse
Auteur Bouwzaken plus
Referentie 1801/BA/100
Datum 08-01-2020
Adromi Groep
S201908/v03
14-01-2020
Bakker Milieuadviezen Waterschap Rivierenland ADC ArcheoProjecten Blom Ecologie B.V.
BM/25114-2019
Sept. 2019
20190830-921298 4967
30-08-2019
BE/2019/454/r
23-02-2021
Bouwzaken plus
1801
09-01-2020
Erfgoedcommissie gemeente Alblasserdam Gemeente Alblasserdam idverde Bomendienst B.V.
-
19-11-2019
-
Mei 2021
-
Juni 2021
28-01-2020
1
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het perceel nabij de Oost Kinderdijk 9 betreft de bestemming ‘Tuin’. Op dit perceel heeft in het verleden een pand gestaan dat bekend was onder de naam “de Bockhorn”. De woning is in 1964 afgebrand en de locatie heeft tot op heden geen nieuwe invulling gekregen. Het plan is om ter plaatse een appartementengebouw, bestaande uit 5 woningen, te realiseren (een ‘nieuwe’ Bockhorn). Het voorgenomen plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ (vastgesteld op 31 maart 2015). Op gronden met de bestemming ‘tuin’ is het niet toegestaan om woningen te realiseren. Het plan is middels een conceptaanvraag d.d. 26 september 2018 voorgelegd aan de gemeente Alblasserdam. In een schriftelijke reactie (d.d. 29 mei 2019) heeft de gemeente aangegeven bereid te zijn om in principe medewerking te verlenen aan het plan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Alblasserdam. Het plangebied is gelegen op de hoek van de Oost Kinderdijk en de Touwbaan. Aan zowel de noord-, oost- als de westzijde wordt het plangebied begrensd door woningen, met aan de noordkant veel groen en het Lammetjeswiel. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Oost Kinderdijk met daarachter de rivier Noord. Het plangebied is kadastraal bekend als ABS01 - C – 5908.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
2
1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ van de gemeente Alblasserdam, dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 31 maart 2015. De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemming: • Tuin; De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie 2; • Waarde – Archeologie 3; • Waterstaat – Waterkering; En de aanduidingen: • Gebiedsaanduiding: geluidszone – industrie; • Gebiedsaanduiding: overige zone – beschermd dorpsgezicht.
Afbeelding 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’
Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord – Alblasserdam’ De gemeente Alblasserdam heeft op 24 januari 2017 het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord’ vastgesteld. In deze herziening zijn enkele regels opgenomen en aangepast op akoestisch gebied. Voor het plangebied betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving. Een gedeelte van het plangebied blijft binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ vallen.
3
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan parapluherziening
1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: -
Hoofdstuk 2: Beschouwing van de bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving en stedenbouwkundige onderbouwing; Hoofdstuk 4: Beleidskaders; Hoofdstuk 5: Onderzoek/verantwoording; Hoofdstuk 6: Juridische planopzet; Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid.
4
2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in Alblasserdam, een dorp met ca. 20.000 inwoners en is één van de plaatsen die samen de Merwedezone vormen. De gemeente Alblasserdam behoort tot de provincie Zuid-Holland en is gelegen aan de westrand van de Alblasserwaard, langs de rivier de Noord.
2.2 Ruimtelijke structuur 2.2.1 Ontstaansgeschiedenis Alblasserdam is gelegen aan één van de drukst bevaren rivieren van West-Europa, de ‘Noord’. De geschiedenis van Alblasserdam gaat ruim 700 jaar terug. De naam wordt voor het eerst genoemd in een kroniek van Melis Stoke uit 1299, maar is gesticht in 1447. Voor die tijd vormde het één geheel met Oud-Alblas. Het oude centrum werd op 11 mei 1940 zwaar getroffen. De historische Kerkstraat en de karakteristieke dijkbebouwing langs de rivier de Noord zijn grotendeels bewaard gebleven. In de geschiedenis van Alblasserdam heeft water een grote rol gespeeld. De naam is afkomstig van het riviertje, de Alblas, waar een dam werd aangelegd. De rivier de Noord is van groot belang geweest voor de groei van Alblasserdam. Door de ligging aan deze rivier was Alblasserdam een gunstige vestigingsplaats voor industrie. De ligging aan het water bracht ook nadelen met zich mee. In de jaren tussen 1350 en 1821 liep de Alblasserwaard 32 keer onder water. Ook de watersnood van 1953 trof een gedeelte van Alblasserdam. Heden ten dage, door versterking van de dijk en verbeteringen aan de sluis vormt het water geen direct gevaar meer. Kortom, vanwege de aanwezigheid van de rivier de Noord heeft Alblasserdam zich ontwikkeld tot een dorp met een sterke binding met watergebonden industrie.
Vanuit het aan de rivier gelegen centrum heeft het dorp door de loop van de eeuwen zich steeds meer uitgebreid richting het polderlandschap van de Alblasserwaard.
Afbeelding 4: Alblasserdam omstreeks 1869
5
2.2.2 Stedenbouwkundige structuur Het plangebied is gelegen in het dijklint langs de Oost Kinderdijk. Het dijklint kenmerkt zich door een grote variatie aan architectonische bouwstijlen wat in de meeste situatie een samenhangend geheel heeft gemaakt. De bebouwing is doorgaans opgebouwd uit bakstenen gevels met een steenachtige dakbedekking. De woningen hebben een rechthoekige opzet en zijn voornamelijk parallel aan de dijk gelegen. De gebruikte kleuren voor o.a. gevelstenen, overstekken, kozijnen, deuren zijn over het algemeen ingetogen. Het private groen aan de dijk in voor- en zijtuinen is belangrijk voor het dijklint en zijn van karakteristieke uitstraling. De beeldkwaliteit, het straatprofiel en de ruimtelijke structuur is voor het gehele dijklint van bijzondere waarde. De ruimtelijke schakeling van lintbebouwing wordt doorgaans aan de dorpszijde alleen onderbroken door uitzichten op grote natuurlijke elementen zoals de wielen, door private tuinen of door straten. Dit plan zorgt voor een verbinding in het dijklint wat ter hoogte van het plangebied onderbroken is. Het plangebied betreft een stuk tuingrond met een dichte begroeiing. Op het perceel zijn de fundering en de tuinmuren (voorzijde) van de voormalige woning nog aanwezig, welke in 1964 is afgebrand. De fundering is niet meer bruikbaar voor herbouw. Tevens zijn er een tuinhuis en twee houthokken gesitueerd.
Afbeelding 5: Huidig aanzicht vanaf de Touwbaan
6
Afbeelding 6: Huidige aanzicht vanaf Cortgene
Afbeelding 7: Huidige aanzicht vanaf Oost Kinderdijk
7
3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het plan is om een appartementengebouw, bestaande uit 5 woningen, te realiseren. Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen een kap. Onder dijkniveau wordt een parkeerlaag gerealiseerd. De bouw- en goothoogte van het gebouw bedraagt ca. 10,4 meter en ca. 7,1 meter (gemeten vanaf de begane grondvloer). Het gebouw wordt gesitueerd op de locatie van de voormalige woning. De appartementen hebben een gebruiksoppervlakte (GO) tussen de 85 m 2 en 120 m2. De balkons / buitenruimtes worden aan de achterzijde van het gebouw gerealiseerd. Ieder appartement heeft een eigen balkon. De woningen zijn bedoeld voor de doelgroep 50+’ers en senioren.
Afbeelding 8: Impressie nieuwe situatie
Afbeelding 9: Impressie voorgevel nieuwe situatie
8
Afbeelding 10: Impressie achtergevel nieuwe situatie
Afbeelding 11: Impressie zijgevel nieuwe situatie
Afbeelding 12: Doorsnede nieuwe situatie
9
3.2 Beeldkwaliteit Het plangebied is gelegen in het beschermd dorpsgezicht van Alblasserdam. Ter bescherming van het dorpsgezicht van Alblasserdam is in het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ de aanduiding ‘overige zone - beschermd dorpsgezicht’ opgenomen. Ter bescherming van het dorpsgezicht van Alblasserdam en het straatbeeld van de Oost Kinderdijk is onderzoek gedaan naar de historische situatie. In het verleden heeft op deze locatie een pand gestaan. Dit pand was bekend onder de naam “de Bockhorn”. Het pand is in 1964 afgebrand. De fundering en de tuinmuren (voorzijde) zijn bewaard gebleven. Bij het ontwerp van het gebouw is aangesloten bij de oorspronkelijke historische situatie (zie afbeelding 13) en de omliggende bebouwing. Hierdoor is sprake van een samenhangend geheel. Het gebouw wordt gerealiseerd op dezelfde locatie als het voormalige pand ‘de Bockhorn’. Het nieuwe gebouw ‘de Bockhorn’ wordt uitgevoerd in roodbruin metselwerk met een licht grijze voeg wat aansluit bij get metselwerk van de woningen en gebouwen aan de Oost Kinderdijk. De gevels zijn gedetailleerd en zijn voorzien van grote gevelopeningen. De bovenste woonlaag wordt uitgevoerd in een kaplaag. De kozijnen worden gemaakt van hout en voorzien van voldoende detaillering.
Verder wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van streekeigen bouwmaterialen die passend zijn in het straatbeeld van de Oost Kinderdijk. Het plan is beoordeeld en akkoord bevonden door de erfgoedcommissie van de gemeente Alblasserdam. Het verslag van de Erfgoedcommissie is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan.
Afbeelding 13: Historische situatie
Afbeelding 14: Impressie nieuwe situatie 10
3.3 Groen (bomen) De groene uitstraling van de dijk is voor de gemeente Alblasserdam belangrijk. In het groenstructuurplan is aangegeven dat hier vooral sprake is van particulier groen vanwege de beperkingen die er gelden t.a.v. gemeentelijk groen op de dijk. De gemeente hecht dan ook veel waarde aan handhaving van het overige groen rond de nieuwbouw van de Bockhorn, dus ook aan de bomen die door hun beperktere omvang niet op de bomenlijst staan en overig groen. Esdoorns Ten behoeve van het plan worden zeven bomen (esdoorns) van de waardevolle particuliere bomenlijst gekapt. Het algemene criterium voor deze bomen om op deze lijst te komen vooral is gelegen in de stamdikte, zijnde tenminste 40 cm doorsnede op 1.30 meter hoogte. De bomen die in het geding zijn betreffen esdoorns welke waarschijnlijk spontaan als zaailing zijn gaan groeien. Daarmee zijn het geen minderwaardige bomen. De bomen voldoen immers aan het criterium om op de lijst te staan. Met kap kan worden ingestemd onder de voorwaarde dat herplant van de bomen in de directe omgeving plaatsvindt, bij voorkeur zo dicht mogelijk aan de dijk. En verder mogen er geen natuurwaarden worden verstoord (geen verblijfplaats/paarplaats vleermuizen of jaarrond beschermde nesten). Dit blijkt uit hoofdstuk 5.7 ‘Ecologie’ van de toelichting van het bestemmingsplan. Kap dient sowieso buiten het broedseizoen plaats te vinden.
De esdoorns worden vervangen door nieuwe bomen. Na afstemming met de afdeling Groen van de gemeente Alblasserdam is besloten om 11 bomen terug te planten in de omgeving (tuin van de initiatiefnemer), waarmee wordt voldaan aan de herplantingsplicht. In overleg met de afdeling Groen van de gemeente Alblasserdam is besloten om 2 koningslinden, 1 witte paardenkastanje, 2 Noorse esdoorns, 2 esdoorns "Royal Red", 3 berkenbomen en 1 walnotenboom terug te planten. De nieuwe bomen worden omdat ze ter compensatie worden geplant, ondanks hun in eerste instantie nog kleine omvang, op de bomenlijst vastgelegd om te waarborgen dat deze bomen ook in de toekomst zullen blijven staan. Plataan De grote plataan in het plangebied blijft behouden. De nieuwbouw komt op een afstand van (geschat) ca. 3 meter van het hart van de stam en daarmee binnen de kroonprojectie en binnen de wortelkluit van de plataan. Bij de uitvoering van het plan wordt rekening gehouden met de plataan en bezien welke maatregelen nodig zijn om de boom te behouden. Voor de plataan is een bomeneffectanalyse uitgevoerd om schade aan deze waardevolle boom te voorkomen. De bomeneffectanalyse is toegevoegd in de bijlage van het bestemmingsplan. Leilindes De bestaande leilindes zijn zodanig gekortwiekt dat ze nimmer meer de uitstraling zullen krijgen die ze hadden. De leilindes worden vervangen door vijf nieuwe leilindes.
De nieuw te planten leibomen worden ca. 60 cm naar achteren geplaatst om een breder trottoir mogelijk te maken. De leilindes zijn eveneens meegenomen in de bomeneffectanalyse. Conclusie Met deze maatregelen blijft de groene uitstraling van de Oost Kinderdijk behouden.
11
Afbeelding 15: Overzicht te kappen, behouden en te planten bomen
3.4 Verkeer, ontsluiting en parkeren Verkeer Het plan betreft de nieuwbouw van een appartementengebouw bestaande uit 5 appartementen. Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeerbewegingen toenemen ten opzichte van de bestaande planologische situatie. Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van het landelijke CROW-beleid. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de categorie ‘koop, etage, duur’, liggend in het ‘schil centrum’ in een ‘matig stedelijk’ gebied. In het CROW-beleid wordt een bandbreedte aangehouden van een minimale tot een maximale verkeersgeneratie. In de berekening is uitgegaan van het gemiddelde hiervan. Tabel 1: Verkeersgeneratie Categorie Verkeersgeneratie (per woning per weekdag) Koop, etage, duur 6,9
Aantal 5
Totale verkeersgeneratie (afgerond) 35
Als gevolg van het plan krijgen de omliggende wegen te maken met 35 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke intensiteit zal niet leiden tot negatieve effecten op het gebied van doorstroming. De verkeerstoename is dermate laag, dat het niet aannemelijk is dat de verkeersveiligheid buitenproportioneel wordt benadeeld. Ontsluiting Het plangebied word voor gemotoriseerd verkeer ontsloten via de bestaande inrit van het buurperceel (recht van overpad). De entree van het appartementengebouw ligt aan de Oost Kinderdijk. Parkeren Voor de vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP), vastgesteld op 29 oktober 2019, en de Parkeernotitie van de gemeente Alblasserdam. In het GVVP en de parkeernotitie 12
geldt de basisregel: ‘een ontwikkeling mag niet leiden tot een toename van de huidige parkeerdruk in de buurt’. Als referentie voor de te hanteren parkeernormen voor nieuwbouwlocaties van woningen geldt in principe het CROW, publicatie 317. De geplande vijf koopappartementen kunnen worden geschaald in de categorie ‘koop, etage, duur’. Het plangebied is gelegen in ‘de schil van het centrum’ in een ‘matig stedelijk’ gebied. In de parkeernormering van het CROW-beleid wordt een bandbreedte aangehouden van een minimale parkeernorm tot een maximale parkeernorm. In de berekening is uitgegaan van het gemiddelde hiervan. Tabel 2: Parkeerbehoefte Categorie Parkeernorm (per woning) Koop, etage, duur 1,7
Aantal 5
Totale parkeerbehoefte (afgerond) 9
De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Omdat de parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd zijn deze parkeerplaatsen niet bruikbaar voor anderen. Daarom worden parkeerplaatsen op eigen terrein verminderd gewaardeerd met een factor 0,8. In de parkeerlaag van het gebouw is ruimte voor het parkeren van 5 auto’s. Op het achterterrein (buiten) worden 7 parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal worden 12 parkeerplaatsen gerealiseerd. Omgerekend zijn dit 12 parkeerplaatsen * factor 0,8 = 9,6 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.
Afbeelding 16: Ontsluiting en parkeren nieuwe situatie
13
4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
14
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt.
In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ‘Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL: RVS: 2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3)’. Dit plan voorziet in de nieuwbouw van vijf appartementen. Op basis van bovenstaande jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is. 4.1.4 Conclusie rijksbeleid Vanwege het kleinschalige karakter van het plan worden geen rijksbelangen geschaad. Er is geen sprake van ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ waarvoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijk is vereist.
15
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kader stellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.
Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.
Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied is gelegen aan de rand van het BSD binnen de ‘bebouwde ruimte’. Binnen het gebied ‘bebouwde ruimte’ (systeem van kernen en linten) streeft de provincie Zuid-Holland naar het beter benutten van deze ruimte voor een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied door het stimuleren en faciliteren van verdichting, herstructurering en transformatie. Het plan zorgt voor een passende invulling van een ongepaste onderbreking in het dijklint van de Oost Kinderdijk. Het gebouw wordt gerealiseerd op de locatie van het voormalige pand ‘de Bockhorn’ dat in 1964 is afgebrand. Het nieuwe appartementen zal qua uitstraling aansluiten bij de omliggende bebouwing. Middels het aanplanten van nieuwe bomen behoudt het plangebied een groene uitstraling.
16
Plangebied
Afbeelding 17: Bestaand stads- en dorpsgebied (oranje) en dijklint (paars)
Ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Middels het plan is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan zorgt voor een passende invulling van een ongepaste onderbreking in het dijklint van de Oost Kinderdijk wat thans een verwilderde uitstraling heeft. Het gebouw wordt gerealiseerd op de locatie van het voormalige pand ‘de Bockhorn’ dat in 1964 is afgebrand. Het nieuwe appartementen zal qua uitstraling aansluiten bij de omliggende bebouwing.
Middels het aanplanten van nieuwe bomen behoudt het plangebied een waardevolle groene uitstraling. Het karakteristiek van het dijklint en de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Kwaliteitskaart De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De provincie heeft de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen vastgelegd op de kwaliteitskaart. Het plangebied is gelegen in het ‘lint’ en op de ‘rivierdijk’. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Voor ontwikkelingen in de linten heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied; • Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst;
17
• •
Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend; Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.
De dijken zijn lijnvormige, herkenbare structuurdragers in het landschap met als primaire functie het keren van water. De dijken worden periodiek aangepast aan de dan geldende veiligheidsnormen. Met name in het veengebied is er sprake van dichte lintbebouwing op of aan de dijk. Het doorgaand profiel van de dijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit draagt bij aan het herkenbaar houden en begrijpbaar houden van de dijk. Het ritme langs de dijk met afritten, bebouwing, afwisselend open-dicht etc. kan houvast geven voor het plaatsen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingen, evenals het dwarsprofiel van de dijk en bijbehorende bebouwing. Indien mogelijk worden recreatieve routes gekoppeld aan het water en/of de dijk. Voor ontwikkelingen in en aan rivierdijken heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen het bestaande dijklint en niet in de veenweidepolders; • Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap; • Ontwikkelingen dragen bij aan behoud of herstel van de openbaarheid van oevers.
Plangebied
Afbeelding 18: Uitsnede kwaliteitskaart
Het ontwerp van het appartementengebouw sluit aan bij de karakteristiek van het dijklint en de omliggende gebouwen en woningen. Het plan zorgt voor een passende invulling van een ongepaste onderbreking het dijklint. Het plan sluit daarmee aan bij de provinciale kwaliteitskaart.
18
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit.
Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: • De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); • Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; • Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen.
Gezien de schaal en aard kan het plan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het realiseren van woningen in het lint. Hierbij is geen sprake van wijzigingen op structuurniveau. De bestaande gebiedsidentiteit blijft ongewijzigd. Het plan is qua aard en schaal passend is in dit gebied. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Dit plan voorziet in de nieuwbouw van vijf appartementen. Vanuit jurisprudentie is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet van toepassing is.
19
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale ruimtelijke strategie Drechtsteden In 2006 is de regionale structuurvisie “Ruimte Geven” vastgesteld, en in 2008 de daarop volgende “Realisatiestrategie”. Beide documenten zijn verouderd. Op 14 januari 2014 is de geactualiseerde structuurvisie ‘Ruimtelijke strategie Drechtsteden’ vastgesteld. In deze strategie wordt richting gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de Drechtsteden. De regio Drechtsteden heeft een belang bij 6 grote thema’s: 1. Aantrekkelijk leefklimaat: a. Koesteren en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, door toetsen en stimuleren. b. Op peil houden en incidenteel aanvullen van het voorzieningenniveau, onder meer door regulering en goede afstemming van programma’s. c. Verhogen van de aantrekkingskracht van de historische binnenstad van Dordrecht en delen van de S, vooral door te stimuleren en coördineren waar het gaat om culturele voorzieningen en detailhandel. d. Verbeteren van de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van de regio als woongebied, door in te zetten op: - een groter aanbod van rustig groene en blauwe woonmilieus; aan de rivier en aan de stadsranden. 2. Economische ontwikkeling: a. Het aanbieden van voldoende aanbod en kwaliteit voor bestaande en te vestigen maritieme bedrijven in de Drechtsteden. b. Het versterken van de bijbehorende kennisstructuur en een aanpak van het tekort aan vakkrachten. c.
Goede afstemming tussen de vraag naar kantoorruimte en het bestaande aanbod, incl. de plancapaciteit. 3. Externe veiligheid: a. Voor de middellange termijn inzetten op de bouw van de Boog bij Meteren (verbindingsboog tussen de Betuweroute en de spoorlijn Utrecht den Bosch), waardoor er minder treinen door Dordrecht en Zwijndrecht rijden. b. Voor de lange termijn zijn andere oplossingen noodzakelijk, bijvoorbeeld een dedicated goederenlijn. 4. Klimaatadaptatie: a. Veiligheid voor bewoners en bedrijven heeft de hoogste prioriteit. b. De regio wil zich in deze projecten manifesteren als proeftuin, waarin de aanwezige expertise op het gebied van waterbouw, watermanagement en waterbeheer (o.a. Urban Flood Management en MARE) kan worden toegepast. c. Voorkomen van een negatief effect op de ruimtelijke kwaliteiten van de regio, zoals dijklinten, zicht op het historische waterfront of de beleving van het water. d. De bereikbaarheid van de natte bedrijventerreinen of de uitbreidingsmogelijkheden daarvan. 5. Bereikbaarheid: a. Versterken en verbeteren van de positie van de fiets. b. Versterken van de positie van het openbaar vervoer. c. Voor het gemotoriseerd verkeer heeft de doorstroming op het hoofdwegennet en de directe aansluitingen op het onderliggend wegennet prioriteit.
20
6. Duurzaamheid: a. De regionale doelstelling is 2% energiebesparing per jaar en 20% duurzame energie in 2020 (conform het Klimaatakkoord Gemeenten en Rijk 2007-2011). Het plan voorziet in een aanbod in een rustig groen en blauw woonmilieu aan het dijklint, hetgeen bijdraagt aan de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het woongebied. Er zal worden aangesloten bij het vigerende duurzaamheidsbeleid. 4.3.2 Regionale Woonvisie 2017-2031 ‘Goed wonen in de Drechtsteden’ en de groeiagenda Drechtsteden 2030 De afgelopen jaren lag de focus van het woonbeleid van de regio Drechtsteden op de kwaliteit van het wonen in de Drechtsteden. Doelstellingen hadden betrekking op het realiseren van aansprekende woonmilieus en bijzondere woningen. Daarnaast was er aandacht voor de toekomstwaarde van bestaande wijken in het algemeen, en de kwaliteit en spreiding van de sociale voorraad in het bijzonder. Als gevolg van het economisch herstel is de woningmarkt in 2015 weer in beweging gekomen. Inmiddels is duidelijk dat er in de zuidvleugel van de Randstad een forse nieuwbouwopgave ligt. De regio Drechtsteden is voornemens hier een bijdrage aan te leveren. In de regionale woonvisie worden de kwalitatieve ambities verbonden met een kwantitatieve groeidoelstelling. De centrale ambitie is vertaald in 20 kernpunten: 1.
De zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.500 tot 2031. Rekening houdend met de toekomstige demografische ontwikkelingen, trends en mogelijke economische ontwikkelingen betreft het volgende overzicht de woningbehoefte in hoofdlijnen: Tabel 3: Woningbehoefte 2031 koop eengezins + 5.900 koop meergezins + 2.100 huur eengezins - 1.000 huur meergezins + 2.000 Onzelfstandig + 500 Totaal + 9.500 2. Door alle zeven gemeenten wordt naarstig gezocht naar locaties/ mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3. De zeven gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 woningen te realiseren. Hierbij is de opgave op zich meer van belang dan het jaartal van realisatie (2031). 4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, worden vastgesteld in de regionale en lokale energiestrategieën en uitwerkingsplannen en worden bij de realisatie van de Woonvisie toegepast. 5. De Drechtstedengemeenten werken met alle relevante partners samen op het gebied van ‘langer en passend thuis’. 6.
We hanteren de woningbehoeftetabel 2031 als koers voor de verdeling van de woontypen (bij de autonome groei) over het Drechtstedengebied. 7. Bij de nieuwbouwplannen in de koopsector zorgen we voor voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 8. We zetten in op groei in het duurdere segment om een meer evenwichtig samengestelde bevolking te realiseren. 9. Tevens geven we meer aandacht aan het vasthouden van jongeren/studenten en het aanboren van nieuwe doelgroepen (nieuwe, innovatieve woonconcepten). 21
10. Op dit moment wordt de voorraad goedkope koopwoningen (< € 177.400) niet uitgebreid. Er kunnen goede redenen zijn om de vraag naar koopwoningen in het middeldure segment (€ 177.400 - € 250.000) te faciliteren. 11. We kiezen voor de sociale huurvoorraad voor een pas-op-de-plaatsbeleid. We houden vast aan de PALT-afspraken voor wat betreft het goed monitoren van de feitelijke ontwikkelingen. 12. Vanwege de verschillen in de sociale huurvoorraad per gemeente realiseren we een meer evenwichtige spreiding. 13. Het pas-op-de-plaats-beleid kan ook ingevuld worden door reductie van de voorraad in een buurt waar een grote concentratie huurwoningen is, met compenserende nieuwbouw op een andere plek die daarvoor beter geëigend is. 14. De ontwikkeling in de onderscheiden segmenten van de sociale huurvoorraad wordt actief gevolgd. Zo nodig wordt het beleid aangepast aan gewijzigde omstandigheden binnen de algemene kaders van deze Woonvisie. 15. De uitgangspunten 11, 12, 13 en 14 worden in samenspraak met de woningcorporaties en de huurdersraden verder uitgewerkt. De resultaten worden medio 2018 vastgelegd in de Prestatieafspraken Lange Termijn. 16. We ontwikkelen een gezamenlijke strategie om beleggers te stimuleren om in de vrije huursector te investeren. Daarnaast bespreken we met woningcorporaties wat zij hierbij kunnen betekenen.
De verantwoordelijkheid en de uitvoering blijven lokaal. 17. Om recht te doen aan de lokale situatie, kan de vertaling van de uitgangspunten 11 t/m 16 naar een woningbouwprogramma en prestatieafspraken per gemeente verschillen. Gemeenten geven in hun lokale uitvoeringsparagraaf en het lokale deel (III) van de PALT-afspraken aan hoe ze hiermee omgaan. Randvoorwaarde hierbij is dat de optelsom van lokale plannen voldoende is om de regionale opgave te realiseren. 18. De zeven gemeenten geven de bijdrage aan die zij aan de vraag naar onderscheidende woonmilieus leveren. 19. Alle zeven Drechtstedengemeenten verplichten zich om locaties te vinden om de woonopgave van deze Woonvisie te realiseren. Zij verantwoorden zich hierover naar elkaar om na te gaan of de optelsom van de lokale plannen leidt tot een adequate uitvoering van de opgave. 20. Om de uitgangspunten van deze Woonvisie te kunnen realiseren, werken de zeven gemeenten verplichtend samen; hiervoor verantwoorden zij zich naar elkaar over de lokale keuzes en plannen via een bestuurlijke ‘taskforce uitvoering Woonvisie’. De taskforce faciliteert de gemeenten bij de versnelling van de woningbouwprogrammering.
De woonvisie vormt de context voor de invulling van de regionale en lokale woningbouwprogramma's, die tegemoet komen aan de behoeften van de regio en die van de afzonderlijke gemeenten en biedt gemeenten ruimte voor eigen invulling. Behoefte koopwoningen duurdere segment Het plan speelt specifiek in op de behoefte aan voldoende aanbod in het duurdere prijssegment (> € 300.000). De realisatie van aantrekkelijke en onderscheidende woonmilieus, die inspelen op de vraag van binnen en buiten de regio, is een hefboom om de regio sociaaleconomisch verder te ontwikkelen. Toevoegen van woningen in het duurdere segment beperkt de uitstroom van hogere inkomens, is een verleidingsinstrument om een wooncarrière in de Drechtsteden te starten én te behouden en brengt daarmee een keten van verhuisbewegingen op gang. Een groter aandeel hoger opgeleiden en huishoudens met een hoger inkomen in de totale bevolking, vormt ook een stimulans voor economische groei en nog betere voorzieningen. Duurdere woonmilieus kunnen echter niet op elke locatie worden gecreëerd. In dit segment
22
moet niet alleen de woning, maar ook de woonomgeving onderscheidend zijn. Nieuwbouw in het hogere segment en voor nieuwe doelgroepen programmeren we daarom in ieder geval op locaties met unieke kwaliteiten. Zulke locaties zijn bijvoorbeeld te vinden aan de rivieroevers. Het plangebied betreft een locatie met unieke kwaliteiten (vrij uitzicht op de rivier). Gezien de ligging van het woongebouw en de afmetingen en vormgeving van de appartementen kunnen de geplande appartementen worden geschaard in het duurdere prijssegment. De woningen zijn bedoeld voor de doelgroep 50+’ers en senioren. Woonmilieu groen- en blauwstedelijk gebied De Drechtsteden onderscheidt een vijftal verschillende woonmilieus. Het plangebied valt in het woonmilieu groen- en blauwstedelijk gebied. Dit zijn wijken in het groen en/of aan het water met veel groen en minder voorzieningen. Er is in de Drechtsteden meer behoefte aan groen- en blauwstedelijk, dorps en landelijk wonen. Langs de rivieroevers en rond het Drierivierenpunt liggen grote kansen om de verschillende kernen meer met de rivier en met elkaar te verbinden. De ontwikkelpotentie van de oeverlocaties wordt lokaal ingevuld en in gezamenlijkheid bezien. Doorstroming woningmarkt en uitstroom hoge inkomens Het plan levert met de nieuwbouw van appartementen in het duurdere segment een bijdrage in de gewenste doorstroming op de woningmarkt.
In de huidige woningmarkt is onvoldoende aanbod aan woningen in het duurdere prijssegment, waardoor doorstroming niet op gang wordt gebracht. Hiermee wordt tevens uitstroom van hogere inkomens uit de gemeente voorkomen. Lokale marktanalyse Er is een lokale marktanalyse uitgevoerd. Uit deze marktanalyse blijkt dat er momenteel sprake is van een positieve ontwikkeling van de woningmarkt. De afgelopen tijd is de woningmarkt sterk aangetrokken. Dit blijkt ook uit de verkoopcijfers van het bouwplan ‘Kade Noord’ te Alblasserdam. Alle appartementen in dit plan staan onder optie. Dit toont aan dat er grote behoefte is aan appartementen in de gemeente Alblasserdam. In de gemeente Alblasserdam is verder nauwelijks aanbod van appartementen. Bovendien biedt het plan appartementen met zicht op de rivier. Hiermee betreft het plangebied een unieke locatie waar binnen Alblasserdam, maar zeker ook buiten de regio veel vraag naar is. Het plan betreft slechts een kleinschalig plan bestaande uit vijf appartementen. Regionale makelaars bevestigen dat voor deze appartementen ruim voldoende vraag zal zijn in de huidige woningmarkt. Het plan levert een positieve bijdrage aan de woningvoorraad van Alblasserdam en Drechtsteden. Het plan in overeenstemming met de centrale ambitie in de Regionale Woonvisie 2017-2031 Goed wonen in de Drechtsteden’ en de uitwerking “Groeiagenda Drechtsteden 2030”.
Het plan voorziet in de concrete behoefte aan woningen in het duurdere prijssegment in de Drechtsteden/Alblasserdam. Het plangebied betreft een groen- en blauwstedelijk woonmilieu. Het plan levert een bijdrage in de gewenste doorstroming op de woningmarkt. Tevens wordt uitstroom van hogere inkomens uit de gemeente voorkomen. 4.3.3 Conclusie regionaal beleid Het plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling welke passend is in het gebied. Het plan draagt bij aan het streven van de regio om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Het plan is in overeenstemming met het regionale beleid.
23
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Alblasserdam 2040 ‘bedrijvig Hollands dijkdorp’ Het college gaat ervan uit dat er de komende jaren geen grootschalige ruimtelijke ingrepen nodig zijn. Daarom ligt het accent in de visie op de beschrijving van de kwaliteiten van Alblasserdam (het profiel), de ambitie en de ontwikkelstrategie van Alblasserdam. Het wil nadrukkelijk geen blauwdruk voor de toekomst zijn, maar een visie die uitnodigt om samen aan de toekomst van Alblasserdam te werken. In de structuurvisie zijn verschillende speerpunten/uitdagingen benoemd, waar de ambitie is om in de komende jaren aan te werken. Deze speerpunten zijn: • Aantrekkelijkheid van het Centrum; • Bereikbaarheid; • Uitbouwen van de transferiumfunctie. Het plan is sluit aan bij de ruimtelijke structuur van het gebied en is daarmee in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. 4.4.2 Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031 In de gemeente Alblasserdam is de regionale Woonvisie Drechtsteden 2018 – 2031 leidend. In het lokaal uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031 is het woonbeleid geconcretiseerd. Het lokaal uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de lokale inzet binnen de regionale woonvisie. In de grijze kaders in de kantlijn zijn de kernpunten voor beleid uit de regionale Woonvisie opgenomen waarvoor de lokale invulling/uitvoering hieronder is weergegeven: 1.
Ruimte bieden aan autonome groei Alblasserdam voorziet met de plancapaciteit van het huidige woningbouwprogramma in voldoende mate in haar eigen behoefte. Regionaal is afgesproken dat in de plancapaciteit enige overmaat moet zitten (40%) omdat de ervaringen uit het verleden leren dat plannen soms doorschuiven of soms niet door gaan. 2. Bijdragen aan de extra groeiopgave van Drechtsteden Alblasserdam heeft op dit moment geen grote uitbreidingslocaties. Wel liggen er mogelijkheden in met name tot woongebieden te transformeren bedrijvenlocaties. Uitdagingen voor Alblasserdam bij deze extra groeiopgave liggen in het behoud van het kwalitatieve groen, de her-allocatie van bedrijvigheid en de bereikbaarheid/ ontsluiting van Alblasserdam. 3. Toepassing van maatregelen voor een energieneutrale omgeving In Alblasserdam gelden dezelfde doelen als omschreven in de regionale visie. Voor nieuwbouw: 1. Nieuwbouwwoningen worden niet meer aangesloten op aardgas (in lijn met de wetgeving); 2. We gaan met woningcorporaties in gesprek over het verduurzamen van hun bezit; 3. We gaan met projectontwikkelaars in gesprek over onze ambities op het gebied van duurzaam bouwen (energieneutraal of energieleverend, toekomstbestendig, gezond, klimaatbestendig, gebruik van duurzame materialen en natuur inclusief) en maken waar mogelijk (prestatie)afspraken die de eisen van het Bouwbesluit overstijgen; 4. 4.
We stimuleren het gebruik van GPR-Gebouw (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) om duurzaam bouwen meetbaar en bespreekbaar te maken. 4. Wat gaan we bouwen? Vanuit het Woningmarktonderzoek Drechtsteden 2016 – 2031 (RIGO april 2017), dat de basis vormde voor de regionale woonvisie 2017 – 2031, zien we dat voor Alblasserdam de tekorten in aanbod enigszins zitten in de categorie meergezinskoop en meergezinshuur, maar met name in de eengezinskoopwoningen. In de koopsector is een tekort in alle prijscategorieën, maar met name het tekort in de prijsklasse 3 tot 4,5 ton euro valt op.
24
5. De sociale huurwoningvoorraad Vanuit het Woningmarktonderzoek dat ten grondslag lag aan de regionale Woonvisie zien we dat er in de sociale huurwoningenvoorraad overschotten in de huurprijscategorieën <410 en tussen 629-711 zijn. Daarentegen zien wij tekorten in de categorieën tussen 410-587 en 587-629. 6. Aandacht voor bijzondere en kwetsbare doelgroepen Alblasserdam werkt binnen Drechtsteden samen met partijen aan de ‘Agenda Huisvesting Kwetsbare Groepen’. 7. Regionale samenwerking In de regionale samenwerking en afstemming tussen gemeenten, maar ook met onze stakeholders op het vlak van Wonen zijn er nieuwe stappen te zetten. Alblasserdam draagt hier graag aan bij door onder andere het bij elkaar brengen van partijen rond opgaven voor de sociale huurwoningenvoorraad. Het plan speelt in op de behoefte aan koopwoningen in het duurdere prijssegment (> € 300.000). De woningen zijn bedoeld voor de doelgroep 50+’ers en senioren. Het appartementengebouw zal gasloos worden gebouwd. 4.4.3 Energiestrategie 'Drechtsteden, Energieneutraal 2050' Op 28 november 2017 heeft de gemeenteraad van Alblasserdam de Energiestrategie 'Drechtsteden, Energieneutraal 2050' vastgesteld. De doelstelling is om samen met partners te komen tot 'Drechtsteden Energieneutraal 2050'.
De Energiestrategie 'Drechtsteden, Energieneutraal 2050' wordt als leidraad gehanteerd voor het in gang zetten van deze beweging en voor het uitwerken van lokale maatregelen. De Energiestrategie 'Drechtsteden, Energieneutraal 2050' gaat uit van de volgende vijf richtinggevende ontwikkellijnen: 1. Gefaseerd los van aardgas; bij nieuwbouw en waar mogelijk bij verouderde bestaande aardgasnetten; 2. Afgaan van benzine, diesel en andere fossiele energie, zodra dat redelijkerwijs kan; 3. Sterk inzetten op energiebesparing; 4. Duurzaam opwekken van elektriciteit; met opbouw in tijdsstaffels; 5. Realisering van de hoogst maatschappelijke opbrengst. Het appartementengebouw zal gasloos worden gebouwd. De initiatiefnemer van dit plan is voornemens bij de technische uitwerking van het gebouw zoveel mogelijk rekening te houden met energiebesparing en het toepassen van duurzame energiebronnen. 4.4.4 Duurzaamheidsagenda 2016-2020 Samen Slim investeren In de Duurzaamheidsagenda is gemeentelijk duurzaamheidsbeleid van de gemeente Alblasserdam vastgesteld. De ambitie van de gemeente is het creëren van een toekomstbestendig dorp, dat ook voor de komende generaties gezond, leefbaar en aantrekkelijk is. Deze ambitie is vertaald in 5 sporen: 1. Duurzame energie (energie besparen, duurzame opwekking, samen komen tot een energieneutrale regio); 2.
Schone lucht en leefomgeving (terugdringen van fijnstof en stikstof tot de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2030); 3. Circulair en afvalvrij (verlagen van restafval, streven naar een afvalvrij dorp waar alles opnieuw bruikbaar is); 4. Duurzaam ruimtegebruik (ruimtegebruik voor de lange termijn, toekomstbestendig inrichting, klimaatadaptatie); 5. Gemeente en inwoners samen (aantrekkelijke ontmoetingsplaatsen creëren in de buitenruimte, betrouwbaar dorpsnetwerk). Het plan sluit aan bij de gemeentelijke ambitie. Het gebouw wordt gasloos gebouwd.
25
4.4.5 Bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ van de gemeente Alblasserdam, dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 31 maart 2015. De grond waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemming: • Tuin; De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie 2; • Waarde – Archeologie 3; • Waterstaat – Waterkering; En de aanduidingen: • Gebiedsaanduiding: geluidszone – industrie; • Gebiedsaanduiding: overige zone – beschermd dorpsgezicht.
Afbeelding 19: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’
4.4.6 Bestemmingsplan ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord – Alblasserdam’ De gemeente Alblasserdam heeft op 24 januari 2017 het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord’ vastgesteld. In deze herziening zijn enkele regels opgenomen en aangepast op akoestisch gebied. Voor het plangebied betekent dit de aanpassing/actualisatie van de regelgeving. Een gedeelte van het plangebied blijft binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ vallen. 4.4.7 Conclusie gemeentelijk beleid Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan, maar past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
4.5 Conclusie Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’, maar past verder binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders.
26
5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r. beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft hier enkel een kleinschalige woningbouwontwikkeling bestaande uit 5 woningen. Er is geen directe m.e.r-plicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal van 5 woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het plan Het plan maakt het juridisch-planologisch mogelijk om ter plaatse vijf woningen te realiseren.