CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-BP-62012811-TL-ON07.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 25 mei 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 16: Ontwerp bestemmingsplan Kloos - Raadsinformatiebrief31.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Waar mogelijk worden maatregelen worden genomen en/of onderzocht om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is. Het college van B en W heeft in januari 2021 een positief besluit genomen over de aanmeldnotitie. 9.2

Bedrijven en milieuzonering

9.2.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

87

9.2.2 Onderzoek Ten noordwesten van het ontwikkelgebied Kloos is bedrijvigheid aanwezig, voorzien van een toereikende bestemming. Door KuiperCompagnons is quick scan uitgevoerd om te bepalen in hoeverre het milieuaspect ‘bedrijven & milieuzonering’ een belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. De resultaten zijn samengevat in een notitie, die is opgenomen als bijlage 16. Uit de quick scan wordt geconcludeerd dat de toekomstige woonbebouwing in het noorden van het ontwikkelgebied Kloos mogelijk hinder oplevert voor de beoogde woningbouw en dat nader onderzoek c.q. een nadere afweging noodzakelijk is. Daarom is een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hierin is gekeken naar de plaats waar de specifieke hinder plaatsvindt die vanuit deze bedrijvigheid te verwachten is. De onderzoeksresultaten worden hieronder nader toegelicht. Akoestisch onderzoek "Jonker-bedrijven" Om te voorkomen dat de “Jonker-bedrijven” in hun activiteiten worden belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en om borgen dat ter plaatste van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is FSD Development voornemens een afschermende voorziening tussen de “Jonker-bedrijven” en het plan te realiseren.

Het doel van het onderzoek is het bepalen en beoordelen van de optredende geluidniveaus ten gevolge van de activiteiten van de “Jonker-bedrijven” ter plaatse van het ontwikkelgebied Kloos en ook te beoordelen in hoeverre de “Jonker-bedrijven” als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling in haar activiteiten wordt belemmerd. Het onderzoek is uitgevoerd door KuiperCompagnons en opgenomen als bijlage 17. Uit het rapport blijkt het volgende: ▪

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van Jonker Tuin en Park c.s. ter plaatse van de geprojecteerde woningen bedraagt ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde. Ter plaatse van Montagebedrijf Jonker c.s. bedraagt deze waarde ten hoogste 42 dB(A). Geconcludeerd wordt dat ruimschoots voldaan wordt aan de norm van 50 dB(A) etmaalwaarde.

▪

Fa. A. Jonker Constructiebedrijf (West Kinderdijk 124) en het bedrijfsverzamelgebouw (noordzijde perceel West Kinderdijk 122) worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling en ter plaatse van de toekomstige woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van de activiteiten van deze inrichtingen.

▪

Jonker Tuin en Park c.s. en Montagebedrijf Jonker c.s. worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling en ter plaatse van de toekomstige woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van de activiteiten van deze inrichtingen, mits een geluidscherm tussen de bedrijven en het ontwikkelgebied Kloos wordt opgericht en in stand wordt gehouden.

▪

Het aspect indirecte hinder (ten gevolge van het verkeer van en naar Jonker Tuin en Park c.s. en Montagebedrijf Jonker c.s.) vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

88

Met de realisatie van een geluidscherm kan een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen én een onbelemmerde bedrijfsvoering van de Jonker-bedrijven worden gegarandeerd. Tussen de ontwikkelaar en Jonker vindt echter nog (goed) overleg plaats, om te bekijken of er ook andere oplossingen denkbaar zijn, om de milieuproblematiek goed te tackelen. Gedacht wordt nu bijvoorbeeld aan een gedeeltelijke overkapping op het bedrijfsperceel, daar waar de grootste geluidproductie plaatsvindt. Ten tijde van het vast te stellen bestemmingsplan zullen hierin definitieve keuzes zijn gemaakt en dit zal ook juridisch worden geborgd in het bestemmingsplan. Toekomstige horeca en andere voorzieningen in het hoofdgebouw In het plan wordt kleinschalige horecavoorziening mogelijk gemaakt, alsmede maatschappelijke voorzieningen. Er dient een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen te worden geborgd. In de regels van voorliggend plan is een bepaling opgenomen, dat voor deze functies aan de richtafstanden conform de VNG brochure (‘gemengd gebied’) moet worden voldaan, of dat daarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Daar deze gereduceerde richtafstand voor dergelijke functies vaak 0 meter bedraagt, levert dat in de praktijk geen problemen op.

9.2.3 Conclusie Er is onderzoek uitgevoerd naar het toepassen van een geluidscherm ten aanzien van de ‘Jonker-bedrijven’, waarmee aan de normen kan worden voldaan. Deze toepassing is haalbaar. Momenteel wordt verder gestudeerd op andere milieutechnische oplossingen, zoals bijvoorbeeld een overkapping van een deel van het bedrijfsperceel. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan zal een definitieve oplossing bekend en doorgerekend zijn. Eventuele wijzigingen worden te zijner tijd opgenomen in deze paragraaf. Voor de voorzieningen die mogelijk worden gerealiseerd in het hoofdgebouw, is bepaald dat moet worden voldaan aan de richtafstanden voor ‘gemengd gebied’, die in de praktijk veelal 0 m bedraagt. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor voorliggend plan. 9.3

Bodem

9.3.1 Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

89

Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Relatie Wabo, Wbb en Woningwet (Wonw) De inwerkingtreding van de Wabo (1 oktober 2010) heeft ook effect op de Wbb en de Woningwet (Ww): in de Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond (uit de Ww) een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bodemverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen.

Die voorschriften moeten in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport. 9.3.2 Onderzoek Verkennend (actualiserend) bodemonderzoek West Kinderdijk 120 In opdracht van Mercon Montage BV heeft Geofoxx een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie West Kinderdijk 120 te Alblasserdam. De aanleiding van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen transactie (verkoop van het bedrijf) en de toekomstige ontwikkeling tot mogelijk woningbouwlocatie of maatschappelijke functie (recreatie, toerisme). Het rapport is opgenomen in Bijlage 9. Onderzoeksresultaten Tijdens het actualiserend bodemonderzoek wordt bevestigd dat de grond van de locatie plaatselijk (heterogeen) sterk verontreinigd is met niet-mobiele verontreinigingen (m.n. zware metalen en PAK). In het grondwater zijn geen matig of sterk verhoogde gehaltes gemeten. Er zijn tijdens eerder onderzoek en ook het onderhavig onderzoek geen aanwijzingen gevonden (of bevestigd) voor puntbronnen als gevolg van specifieke bedrijfsactiviteiten. In de bodem zijn wel, voornamelijk in de bovenste 1,5 meter, bodemvreemde materialen aanwezig, vaak gerelateerd aan de sterke verontreiniging. Een asbestbodemonderzoek is niet opnieuw uitgevoerd.

Gezien de periode van ophogen (1946-1964), het type bodemvreemde materialen en de resultaten van eerder uitgevoerd indicatief asbestonderzoek lijkt er geen aanleiding asbestverdacht materiaal te verwachten.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

90

Op basis van het bovenstaande is er vooralsnog geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek uit te voeren. De actuele eindsituatie is hiermee afdoende vastgelegd en is op hoofdlijnen gelijk aan de situatie tijdens voorgaande bodemonderzoeken. Bij toekomstige inrichting dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat plaatselijk sterke verontreinigingen en bodemvreemde materialen aanwezig zijn. Het terrein is op het moment niet zonder meer geschikt voor het gebruik wonen met tuin. Bij de eigendomsoverdracht en de toekomstige ontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met sanerende maatregelen zoals formeel vastgelegd in het eerder opgestelde saneringsplan en de beschikking. Afhankelijk van de inrichting dient rekening te worden gehouden met eventuele afvoer van verontreinigde grond of onwenselijk bodemvreemd materiaal (extra kosten, afstemming en saneringsplannen) en zo nodig aanvullend onderzoek wanneer plaatselijk grond ontgraven gaat worden. Verkennend (actualiserend) bodemonderzoek West Kinderdijk 24 Om vast te stellen of er aanleiding is om op (delen van) de onderzoekslocatie verontreinigingen te verwachten, en zo ja, om welke stoffen het daarbij gaat, is voorafgaand aan het bodemonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van West Kinderdijk 24 te Alblasserdam. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN57252.

Op grond van de verzamelde basisinformatie, de aanleiding van het onderzoek en de mate van verdachtheid is, conform de NEN5725, een standaard vooronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door Geofoxx en opgenomen als Bijlage 10. Onderzoeksresultaten Tijdens het actualiserend bodemonderzoek is aangetoond dat de grond van de locatie licht verontreinigd is met zware metalen, PCB’s, PAK’s en minerale olie. Er is in de grond nabij de zoutopslag geen cyanide aangetroffen; in het grondwater is wel een licht verhoogd gehalte cyanide gemeten. Verder zijn in het grondwater licht verhoogde gehaltes barium en molybdeen gemeten. Er zijn tijdens eerder onderzoek en ook tijdens onderhavig onderzoek, behalve het cyanide in het grondwater, geen aanwijzingen gevonden (of bevestigd) voor verontreinigingen bij puntbronnen als gevolg van specifieke bedrijfsactiviteiten. In de bodem zijn wel, voornamelijk rond 0,5 m-mv, bodemvreemde materialen aanwezig. De aanwezigheid van deze materialen (opgemengd met bodem) heeft in de onderzochte grondmonsters blijkbaar niet geleid tot sterke verontreinigingen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de (ophoog)lagen met (alleen) bodemvreemde materialen niet chemisch zijn onderzocht. Er kan dus niet uitgesloten worden dat er verontreinigingen aanwezig zijn in de bodemvreemde materialen.

Bovendien is tijdens het onderhavige onderzoek niet de diepere bodemlaag (oorspronkelijke bodem) onderzocht, aangezien deze sinds de eerdere onderzoeken waarschijnlijk niet is beïnvloed. In deze laag zijn tijdens eerder onderzoek wel sterke verontreinigingen (in grond) aangetroffen. Een asbestbodemonderzoek is niet uitgevoerd. Gezien de periode van ophogen (19461964), het type bodemvreemde materialen en de resultaten van eerder uitgevoerd indicatief asbestonderzoek op het naastgelegen bedrijfsterrein (Mercon), lijkt er geen aanleiding te zijn om asbestverdacht materiaal te verwachten.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

91

Aangezien als gevolg van de huidige (recente) opslag van strooizout wel een verontreiniging met cyanide (en waarschijnlijk chloride) in het grondwater is ontstaan, bestaat er voor deze verontreiniging vanuit de Wet bodembescherming (Wbb) een verplichting om de verontreiniging te saneren (verwijderen; zorgplichtbeginsel Wbb; bijlage 4). Op basis van het bovenstaande is er voor de overige verontreinigingen geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek uit te voeren. De actuele kwaliteit van de bodem (m.u.v. cyanide, chloride) is hiermee afdoende vastgelegd. Bij de toekomstige inrichting dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat er plaatselijk bodemvreemde materialen aanwezig zijn en dat in de diepere bodem (beneden 4 m-mv) verontreiniging aanwezig kan zijn. Het terrein is op dit moment (voornamelijk als gevolg van ophooglagen) niet zonder meer geschikt voor het gebruik wonen met tuin. Bij de eigendomsoverdracht en de toekomstige ontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met sanerende maatregelen zoals formeel vastgelegd in het eerder opgestelde saneringsplan en de beschikking.

Afhankelijk van de inrichting dient rekening te worden gehouden met eventuele afvoer van onwenselijk bodemvreemd materiaal en mogelijk met verontreinigde grond (extra kosten, afstemming en saneringsplannen) en zo nodig aanvullend onderzoek wanneer plaatselijk grond ontgraven gaat worden. 9.3.3 Conclusie Op basis van de actualiserende bodemonderzoeken blijkt dat voor beide onderzochte locaties ter plaatse van het ontwikkelgebied Kloos de grond niet zonder meer geschikt is voor het gebruik 'wonen met tuin'. Er dient wel rekening te worden gehouden met eventuele afvoer van onwenselijk bodemvreemd materiaal met verontreinigde grond. Aanvullend onderzoek is benodigd wanneer plaatselijk grond ontgraven gaat worden. In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van het opbrengen van een 'leeflaag', een ophoging van ongeveer 1 meter. De ondersteunende laag van de nieuwbouw wordt half verzonken in deze ophoging. De bodemverontreiniging wordt op deze manier ingepakt. Dit geldt niet voor de meest westelijke 25 m van de Riviertuinen, waar een park wordt gerealiseerd en geen ophoging plaatsvindt. Daar moet een nader saneringsonderzoek plaatsvinden. In februari 2021 wordt een PVA opgesteld, dat wordt getoetst binnen de geldende saneringsvergunning. De goedkeuring wordt medio maart 2021 verwacht. Wanneer aanvullende onderzoeksresultaten bekend zijn, wordt dat hier genoemd.

Het PVA hoeft niet te zijn goedgekeurd voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan. Dit is wel vereist voor de afgifte van de omgevingsvergunning. 9.4

Externe veiligheid

9.4.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

92

In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10 -6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit).

De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. In 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. In dit onderzoek is op deze wetgeving voorgesorteerd. Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter, in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

93

Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als in het Bevb, onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c.

de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.

d. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. 9.4.2 Onderzoek en conclusie Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn de volgende risicobronnen in de omgeving aanwezig: •

Vervoer gevaarlijke stoffen over de rivier de Noord

•

Containertransferium Groenenboom te Ridderkerk

Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de EV signaleringskaart weergegeven met de globale ligging van het ontwikkelgebied Kloos.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

94

Afbeelding 9.1: Uitsnede EV signaleringskaart met globale ligging ontwikkelgebied Kloos (rode ovaal) Rivier de Noord In het bestemmingsplangebied is op basis van de risicokaart van provincie Zuid-Holland de risicobron rivier de Noord aanwezig. De Noord is aangewezen als binnenvaartroute voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Stofgroep

Omschrijving

Jaarintensiteit

LF1

Licht ontvlambare vloeistoffen

9882

LF2

Licht ontvlambare vloeistoffen

13958

LT1

Toxische vloeistoffen

146

GF3

Brandbare gassen

2135

GT3

Toxische gassen

196

Tabel 9.1 Intensiteiten over de Noord Bij de analyse van vaarwegen worden volgens de “Handleiding Risicoberekeningen Bevt” drie routetypen onderscheiden. De vaarwegen zijn ingedeeld in bevaarbaarheidsklassen of CEMT-klassen. De CEMT-klasse legt de maximale afmetingen vast van een schip dat op de vaarweg is toegestaan. De rivier de Noord is heeft de bevaarbaarheidsklasse 6. Aangezien met onderhavig bestemmingsplan de ontwikkeling van nieuwe kwetsbare objecten, zoals woningen, mogelijk wordt gemaakt, zijn met behulp van de HART-methode de externe veiligheidsrisico’s bepaald.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

95

Toetsing plaatsgebonden risico Vuistregel 1: Een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 heeft geen 10 -6 contour. Toetsing oriëntatiewaarde groepsrisico Vuistregel 1: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde groepsrisico Vuistregel 1: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen mogelijk overschreden wanneer binnen 200 meter van de oever aanwezigheidsdichtheden voorkomen groter dan 500 /ha en LT2+GT3>1000 per jaar. Er worden over de rivier de Noord geen stoffen uit de categorie LT2 vervoerd en het aantal GT3 transporten is slechts 196, waardoor de 10% van de oriëntatiewaarde groepsrisico niet wordt overschreden. Plasbrandaandachtszone Vanwege het transport van licht ontvlambare vloeistoffen dient rekening te worden gehouden met een plasbrandaandachtszone. In de toelichting van het Barro is de rivier de Noord benoemd als een zeehaventoegang. Dit leidt tot een vrijwaringszone van 40 meter aan weerszijden van de vaarweg, gemeten vanaf de oeverlijn. De bebouwing in het ontwikkelgebied Kloos is deels binnen deze 40 meter zone gelegen.

In de toelichting van artikel 16 van de Regeling basisnet wordt echter gesteld dat in afwijking van de regels voor plasbrandaandachtsgebieden bij de Basisnetten Weg en Spoor in de bouwregelgeving geen extra bouweisen gelden voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die in een vrijwaringszone worden gebouwd. De reden hiervoor is dat het stellen van extra bouweisen aan bouwwerken langs de vaarweg vanwege de kleine kans op een plasbrand op de vaarweg disproportioneel wordt geacht. Wel moet gemotiveerd worden waarom kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke effecten van een plasbrand. Containertransferium Groenenboom te Ridderkerk Aan de overzijde van de rivier de Noord is het containertransferium Groenenboom gelegen. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van dit bedrijf, waardoor inzicht in de externe veiligheidsrisico’s gewenst is. In de notitie Externe Veiligheid Groenenboom, opgesteld door AVIV op 3 november 2020, wordt het huidige externe veiligheidsniveau getoond en de invloed van het nieuwe planvoornemen behandeld. De notitie is opgenomen in bijlage 15. Uit de notitie volgt dat het ontwikkelgebied Kloos ruim buiten de PR 10-6 contour ligt. Tevens wordt geconcludeerd dat het groepsrisico zeer waarschijnlijk niet zodanig zal toenemen dat er meer dan 10 slachtoffers zijn.

Er is dus in de toekomstige situatie, conform de definitie van het Bevi, geen groepsrisico.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

96

Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt het externe veiligheidsbeleid gemoderniseerd. Er zal gebruik worden gemaakt van aandachtsgebieden waarmee in een omgevingsplan rekening gehouden moet worden. Voor bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, gelden brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebieden. Voor brand- en explosieaandachtsgebieden kunnen voorschriftengebieden aangewezen worden. Voor gifwolkaandachtsgebieden kunnen geen voorschriftengebieden aangewezen worden. In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving zijn de afstanden van de verschillende aandachtsgebieden opgenomen. In het omgevingsplan aan te wijzen brand- en explosievoorschriftengebieden gelden extra bouwmaatregelen. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken door de omvang van deze gebieden te beperken. De gemeente kan hier haar eigen beleid voor blijven voeren. De gemeente Alblasserdam heeft op het moment van indiening van dit bestemmingsplan nog geen plan met betrekking tot het aanwijzen van de voorschriftengebieden. Brandaandachtsgebieden uit de regeling Basisnet (PAG) worden automatisch ongewijzigd omgezet naar brandvoorschriftengebieden. Tevens dienen locaties voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen binnen een aandachtsgebied aangewezen te worden als voorschriftengebieden.

Planologische en stedenbouwkundige mogelijkheden De ontwikkeling van het plan Kloos past binnen de ambitie van de gemeente Alblasserdam om een verstedelijkingsopgave te realiseren. Het plangebied van Kloos is de enige locatie waar binnen het bestaande bebouwd gebied een substantieel deel van de woningopgave kan worden gerealiseerd en deze locatie is, gelet op de beperkte oppervlakte van de overige locaties, nodig om aan de woningopgave te kunnen voldoen. Er zijn weinig tot geen mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen van dergelijk grote omvang die op het gebied van externe veiligheid een betere optie zouden zijn. Vanwege de reden dat de kans op overlijden aanzienlijk groter is als men zich dichterbij de risicobron bevindt, wordt aangeraden op stedenbouwkundig niveau rekening te houden met de risicobronnen en, indien mogelijk, meer aanwezigen te plaatsen op een grotere afstand hiervan. Gelet op de mogelijke effecten van een plasbrand is er toch voor gekozen om kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten te bouwen binnen de 40 meter zone van het plasbrandaandachtsgebied. De bebouwing is in het stedenbouwkundig plan echter wel ontworpen op een afstand van minimaal circa 25 meter van de waterkant, en slechts een klein deel van de te realiseren woningen bevindt zich binnen de zone van 25 tot 40 meter van de oever.

Daarbij komt dat er een strikte scheiding tussen het plangebied en de rivier aanwezig is in de vorm van een kademuur. Tevens is er een groot hoogteverschil tussen het waterpeil van de rivier en het plangebied. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat de brandende vloeistof (meer dan 25 meter) het plangebied instroomt.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

97

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting.

Het maatgevende scenario voor een vaarweg is een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Ontvluchting in het geval van een BLEVE is mogelijk, mits er geen bijzondere beperkingen zijn ten aanzien van zelfredzaamheid van aanwezigen. De nieuwbouw die in het ontwikkelgebied Kloos ontwikkeld gaat worden is niet specifiek bedoeld voor personen met een beperkte zelfredzaamheid, zoals kinderen van 0 tot 4 jaar, ouderen, gehandicapten of gevangenen. De rivier de Noord bevindt zich aan de westzijde van het ontwikkelgebied Kloos. Aan de oostzijde is langs het gehele plangebied de weg Molenstraat – West Kinderdijk gelegen. Alle gebouwen die in het gebied gerealiseerd gaan worden hebben een entree aan de oostzijde of aan de noord- of zuidzijde. Via nog te realiseren paden in het ontwikkelgebied Kloos kan men vanaf de panden naar de Molenstraat – West Kinderdijk vluchten, om vandaaruit verder te gaan richting het noorden of zuiden op deze weg, of verder richting het oosten via de Molenkade. Conclusie Het aspect ‘externe veiligheid’ staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid.

9.5

Geluid

9.5.1 Kader Wegverkeerslawaai Langs alle wegen, met uitzondering van wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones. De geluidbelasting vanwege een weg dient binnen de zone aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van de het aantal rijstroken en van de binnen of buitenstedelijke ligging. De zone wordt gemeten vanaf de kant van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van binnenstedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden:  binnenstedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.  stedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

98

De ontwikkeling is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de West Kinderdijk en deels binnen de zone van Zwarte Paard. Dosismaat Lden De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat L den (L dayevening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Dit etmaal is onderverdeeld in dag (7:00 – 19:00 uur), avond (19:00 – 23:00 uur) en nacht (23:00 – 7:00 uur). Voor de avondperiode geldt een toeslag van 5 dB en voor de nachtperiode geldt een toeslag van 10 dB. Artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden voor wegverkeerslawaai betreffen waarden op de gevels inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelasting aan de normstellingen uit de Wgh. Op alle genoemde geluidbelastingen als gevolg van wegverkeer wordt in deze rapportage een aftrek toegepast van 5 dB.

Voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde Binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De maximale ontheffingswaarde bedraagt voor nieuwe woningen in de zone van een binnenstedelijke weg 63 dB, deze is van toepassing voor alle woningen binnen het nieuwe ontwikkelgebied Kloos. 30 km/u wegen Zoals aangegeven bij de normstellingen zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. De Fop Smitstraat, de Kloosstraat en de Mercon Kloos kade (allen 30 km/uur) zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening betrokken in het onderzoek.

Industrielawaai Het aspect industrielawaai maakt alleen onderdeel uit van de Wet geluidhinder (Wgh) als

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

99

het industrielawaai betreft dat afkomstig is van industrieterreinen waarvoor een geluidzone van kracht is. Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht te besteden aan industrielawaai dat niet afkomstig is van een industrieterrein. Industrieterreinen Binnen een deel van het ontwikkelgebied Kloos is een geluidzone voor industrielawaai zoals bedoeld in de Wgh aanwezig. Dit betreft de geluidzone van het industrieterrein IHC Kinderdijk. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk wanneer nieuwe woningen worden geprojecteerd in de zone van een industrieterrein. De zone van IHC Kinderdijk ligt niet over te projecteren woningen. De Wgh is voor het onderdeel industrielawaai daarom niet van toepassing. Uit aanvullende informatie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid blijkt dat de daadwerkelijke geluidbelasting in het ontwikkelgebied Kloos ten gevolge van IHC Kinderdijk inderdaad lager is dan 50 dB(A). Verder wordt de geluidszone van het voormalige Mercon Kloos industrieterrein in juridische zin geschrapt. Deze gronden zijn meegenomen in voorliggend plan. Hier zijn verder geen ruimtelijke ontwikkelingen. De vigerende bestemmingen zijn een op een overgenomen (behoudens dus de geluidszone). Het nieuwe plan heeft dus een gunstige invloed op de mogelijke geluidbelasting van industrielawaai in de omgeving.

Scheepvaartlawaai Het geluid van scheepvaartverkeer is niet gereguleerd in de Wgh. Dit betekent echter niet dat onderzoek naar de geluidbelasting van de scheepvaart altijd achterwege kan blijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat aandacht wordt besteed aan alle geluidbronnen die een potentiële bron van hinder vormen. Het ontwikkelgebied Kloos ligt aan de rivier de Noord. Deze rivier wordt gebruikt voor transport over water, met name met binnenvaartschepen. Dit geeft aanleiding om onderzoek naar scheepvaartlawaai uit te voeren. Aangezien geen toetsingskader bestaat voor scheepvaartlawaai is aansluiting gezocht bij het beoordelingskader voor railverkeerslawaai. Uit onderzoek naar de dosis-effectrelatie van scheepvaartlawaai blijkt namelijk dat de dosis-effectrelatie van scheepvaartlawaai het meest lijkt op die van railverkeerslawaai. In dit rapport is daarom uitgegaan van een richtwaarde van 55 dB(A) en een maximaal aanvaardbare waarde van 68 dB, berekend in de dosismaat Lden. Beleid hogere waarden De gemeente Alblasserdam beschikt over “Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening Gemeente Alblasserdam” van 8 november 2017 dat is opgesteld door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. In dit beleid is de manier waarop de gemeente de beoordelingsvrijheid bij het verlenen van hogere waarden vastgelegd.

Het is mogelijk om van dit beleid af te wijken, mits dit goed wordt gemotiveerd.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

100

9.5.2 Onderzoek Het bestemmingsplangebied omvat een groter oppervlakte dan uitsluitend het ontwikkelingsgebied van Kloos, waar het stedenbouwkundig plan op toeziet. In het plan zijn ook delen van de vigerende bestemmingsplannen "Landelijk Gebied Alblasserdam" en "Herstelplan Alblasserdam" meegenomen. Deze gronden zijn opgenomen in het plan om de geluidszone van het voormalige Mercon Kloos industrieterrein, in juridische zin, te schrappen. In deze zone zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen voorzien; daar zijn de vigerende bestemmingen een op een overgenomen (behoudens dus de geluidszone). Het nieuwe plan heeft dus een gunstige invloed op de mogelijke geluidbelasting van industrielawaai in de omgeving. Er dient onderzocht te worden of er in het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Het akoestisch onderzoek is opgenomen als bijlage 13 bij de toelichting. Onderzoeksresultaten Binnen het bestemmingsplan ‘Kloos’ wordt voorzien in een woongebied van maximaal 275 woningen en nog enkele andere ondergeschikte functies. Omdat de nieuwe woningen zijn gelegen binnen de zone van de route West en Oost Kinderdijk en het Zwarte Paard is akoestisch onderzoek op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) noodzakelijk.

Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt ook het verkeer op de relevante 30 kmwegen en het scheepvaartverkeer in dit onderzoek betrokken. Uit het onderzoek blijkt dat alleen het verkeer op de West Kinderdijk en het scheepvaartverkeer over De Noord een geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting bedraagt maximaal respectievelijk 59 dB en 57 dB. De maximale hogere waarde voor wegverkeerslawaai van 63 dB wordt niet overschreden, zodat dove gevels niet noodzakelijk zijn. Omdat het wegverkeer alleen een hoge geluidsbelasting veroorzaakt in het deel van het plan aan de zijde van de West Kinderdijk en de scheepvaartverkeer aan de rivierzijde is geen sprake van cumulatie van geluid. De reconstructie van de West Kinderdijk veroorzaakt geen significante toename van de geluidsbelasting, zodat in de zin van de Wgh geen sprake is van een reconstructie. Uit dit onderzoek volgt verder dat met de huidige verkaveling bij de grondgebonden woningen kan worden voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk beleid. Omdat deze woningen evenwijdig aan de weg worden gebouwd en de zijde van de woning die gericht is op de rivier De Noord geluidsluw is kan aan de voorwaarden met betrekking tot een luwe gevel en buitenruimte worden voldaan.

Bij een aanzienlijk deel van de appartementen kan niet worden voldaan aan de voorwaarden uit het beleid. Ook na het toepassen van een stiller wegdek (reductie circa 2 dB) resteert nog steeds een aanzienlijk deel van de appartementen waar niet aan het beleid kan worden voldaan. Voor deze woningen zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Hierbij kan worden gedacht aan de toepassing van een scherm langs de West Kinderdijk of het toepassen van een bouwkundige constructie tussen de gebouwen waardoor de geluidsbelasting tussen de gebouwen, dieper in de wijk, wordt verminderd. Daarnaast kan ook worden afgeweken van het beleid. Dit dient bij voorkeur vooraf en in overleg met het bevoegd gezag (gemeente/omgevingsdienst) te worden gedaan.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Ontwerp, 30 maart 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/144/documents/2629