RO-BP-62012811-RE-ON07.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
38
Artikel 12
12.1
Water
Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; c. bruggen ten behoeve van kruisend verkeer; d. overige voorzieningen voor verkeer en verblijf; e. kunstwerken, beeldende kunst; f. groenvoorzieningen; g. recreatief medegebruik.
12.2
Bouwregels Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
12.2.1
Gebouwen a. binnen de bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd.
12.2.2
Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 5 m. b. de bouwhoogte van verkeerstekens voor de geleiding van scheepvaart niet meer mag bedragen dan 7 m; c. de bouwhoogte van kunstwerken, beeldende kunst niet meer mag bedragen dan 12 m.
12.3
Specifieke gebruiksregels
12.3.1
Algemeen Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in elke geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
12.3.2
Aanleggen van schepen Het is verboden om (woon)schepen aan te leggen. Uitgezonderd hiervan zijn de schepen welke deel uit maken van de bedrijfsvoering van een zoetwaterbedrijf en ten behoeve van de hiervoor genoemde jachthaven en veerdienst.
12.3.3
Horecaterrassen Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 12.1 teneinde horecaterrassen toe te staan, onder de voorwaarden dat:
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
39
a. het woon- en leefklimaat van omliggende woonfuncties niet onevenredig wordt geschaad; b. de doorgang voor het verkeer (inclusief voor voetgangers) vrij blijft. 12.4
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 12.2.1 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van de bestemming mits: a. het belang van de waterhuishouding met betrekking tot de waterkwaliteit en waterkwantiteit niet onevenredig wordt aangetast en; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder over de vraag of door de voorgenomen activiteit het belang van de waterhuishouding niet onevenredig wordt aangetast en welke voorwaarden aan de afwijking van een omgevingsvergunning moeten worden gesteld.
12.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.5.1
Verbod Het is verboden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het aanleggen of aanbrengen van beschoeiingen en puinstortingen; b. het graven of dempen van waterpartijen en het afdammen van waterpartijen; c. boringen te verrichten, seismisch of ander bodemonderzoek te doen; d. het wijzigen van het waterpeil.
12.5.2
Uitzonderingen Het in lid 12.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de bestemmingen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
12.5.3
Toelaatbaarheid De hiervoor in lid 12.5.1 genoemde werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad.
12.5.4
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de waterbeheerder om te weten welke voorwaarden aan de omgevingsvergunning moeten worden gesteld.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
40
Artikel 13
13.1
Water - Vaarweg
Bestemmingsomschrijving De voor Water - Vaarweg aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; b. verkeer te water; c. afmeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen; d. steigers; e. bruggen ten behoeve van kruisend verkeer; f. overige voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder een halte voor personenvervoer over water; g. kunstwerken, beeldende kunst; h. groenvoorzieningen; i. recreatief medegebruik.
13.2
Bouwregels Op de in lid 13.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
13.2.1
Gebouwen a. binnen de bestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd;
13.2.2
Andere bouwwerken a. de bouwhoogte van verkeerstekens voor de geleiding van scheepvaart bedraagt ten hoogste 12 m; b. de bouwhoogte van kunstwerken bedraagt ten hoogste 12 m; c. de bouwhoogte van brugjukken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - brugjukken' mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 5 m.
13.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 13.2.1 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van de bestemming mits: a. het belang van de waterhuishouding met betrekking tot de waterkwaliteit en waterkwantiteit niet onevenredig wordt aangetast en; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de waterbeheerder over de vraag of door de voorgenomen activiteit het belang van de waterhuishouding niet onevenredig wordt aangetast en welke voorwaarden aan de afwijking van een omgevingsvergunning moeten worden gesteld.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
41
13.4
Specifieke gebruiksregels
13.4.1
Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in elke geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
13.4.2
Aanleggen van schepen Het is verboden om woonschepen aan te leggen.
13.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.5.1
Verbod Het is verboden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders: a. het aanleggen of aanbrengen van beschoeiingen en puinstortingen; b. het graven of dempen van waterpartijen en het afdammen van waterpartijen; c. boringen te verrichten, seismisch of ander bodemonderzoek te doen; d. het wijzigen van het waterpeil.
13.5.2
Uitzonderingen Het in lid 13.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: e. het normale onderhoud betreffen overeenkomstig de bestemmingen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de bestemming; f. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; g. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
13.5.3
Toelaatbaarheid De hiervoor in lid 13.5.1 genoemde werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad.
13.5.4
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de waterbeheerder om te weten welke voorwaarden aan de omgevingsvergunning moeten worden gesteld.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
42
Artikel 14
14.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-verbonden beroepen; c. aan de functie onder a gebonden parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen en water; e. erven en tuinen; f. paden en wegen; g. ter plaatse van de aanduiding "dienstverlening" tevens voor een dienstverlenend bedrijf op de begane grondlaag, alsmede op de verdieping(en) voorzover dit de bestaande situatie betreft; h. ter plaatse van de aanduiding "garage" uitsluitend voor de stalling van voertuigen dan wel voor huishoudelijke opslagruimte (garagebox); i. ter plaatse van de aanduiding "gezondheidszorg" tevens voor medische voorzieningen; j. ter plaatse van de aanduiding ''specifieke bouwaanduiding - kunstwerk'' tevens voor een kunstwerk.
14.2
Bouwregels Op de in lid 14.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
14.2.1
Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)" de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen; c. ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen; d. voor zover binnen een bouwvlak geen hoogte is bepaald, de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 10 m en de goothoogte niet meer dan 6,5 m; e. het aantal woningen bedraagt niet meer dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; indien deze aanduiding niet is opgenomen geldt dat het aantal woningen niet meer bedraagt dan het bestaande aantal woningen.
14.2.2
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen (exclusief garageboxen) a. aan- en utibouwen en bijgebouwen zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. aan en uitbouwen en bijgebouwen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. maximaal 50% van het bouwperceel dat buiten het bouwvlak ligt en dat de bestemming 'Wonen' heeft, mag worden bebouwd tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 60 m2 aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw (de woning); d. in geval het oppervlak van de gronden die buiten het bouwvlak liggen en de
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
43
bestemming 'Wonen' hebben, zoals genoemd onder c, groter is dan 200 m2, mag het gezamenlijk bebouwd oppervlak van 60 m 2 worden vermeerderd met 10% van de desbetreffende gronden tot een maximum van 90 m 2 per hoofdgebouw (de woning); e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag tot een maximum van 4 m; f. in afwijking van het bepaalde hiervoor geldt dat: 1. indien de afmetingen van bestaande aan- en uitbouwen en bijgebouwen groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen de afmetingen van bestaande aan- en uitbouwen bijgebouwen de maximale afmetingen zijn. 14.2.3
Andere bouwwerken a. andere bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: 1. op de gronden voor de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw: 1 m; 2. ten behoeve van nutsvoorzieningen: 2,5 m; 3. voor het overige 2 m; c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat indien de bouwhoogte van bestaande erf- en/of terreinafscheidingen hoger is dan de onder b genoemde bouwhoogten de bestaande bouwhoogte de maximale bouwhoogte is; d. ter plaatse van de aanduiding ''specifieke bouwaanduiding - kunstwerk'' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 6 m; e. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer mag bedragen dan 8 m; f. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, gelegen achter de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw, niet meer mag bedragen dan 3 m.
14.2.4
Garageboxen a. garageboxen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde a mogen ter plaatse van de aanduiding "garage" tevens garageboxen worden gebouwd; c. de inhoud per garagebox niet meer mag bedragen dan 50 m 3; d. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.
14.3
Afwijken van de bouwregels
14.3.1
Dakopbouwen Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 14.2.1 onder b t/m d voor de bouw van dakopbouwen, mits: a. het betreft een dakopbouw op een dak waarvan de hellingshoek kleiner is dan 30 graden of; b. het betreft een dakopbouw ter vervanging van de bestaande dakopbouw, mits de bestaande maatvoering niet wordt gewijzigd; c. geen afbreuk wordt gedaan aan het bestaande straatprofiel en/of cultuurhistorische waarden.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
44
14.3.2
Kappen bij bijgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 14.2.2 voor de bouw van een kap op een bijgebouw waarbij de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m.
14.4
Specifieke gebruiksregels
14.4.1
Aan-huis-verbonden beroep Voor het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat binnen de bestemming de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m 2; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen, de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte de maximale afmetingen zijn; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
14.4.2
Overstromingsrisico Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - peil' geldt dat in de eventuele bouwla(a)g(en) onder peil, in verband met overstromingsrisico, uitsluitend aan het wonen ondersteunende functies zijn toegestaan, zoals parkeren, bergingen, welnessruimte e.d. De verblijfsruimten van een woning, zoals woonkamer, slaapkamers, keuken e.d. zijn uitsluitend toegestaan op de bouwlagen boven peil.
14.5
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde onder lid 14.4 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en bijgebouwen voor een aan-huis-verbonden bedrijf als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m 2; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen, de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte de maximale afmetingen zijn; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; d. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
45
Artikel 15
15.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving De voor Woongebied aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. erven en tuinen, paden en wegen en overig verblijfsgebied; d. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens een horecabedrijf van categorie 1 als bedoeld in lid 1.49; e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': tevens maatschappelijke voorzieningen; f. ter plaatse van de aanduiding 'sport': tevens een sportvoorziening in de vorm van een sportschool/fitnesscentrum; g. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; tevens voor aan de functies zoals bedoeld onder a t/m f gebonden gebouwde parkeervoorzieningen, al dan niet met ondersteunende voorzieningen zoals een service-/verkooppunt, en bergingen; h. aan-huis-verbonden beroepen; i. bijbehorende voorzieningen, zoals straatmeubilair en nutsvoorzieningen.
15.2
Bouwregels Op de in lid 15.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
15.2.1
Gebouwen a. gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. het aantal woningen niet meer bedraagt dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de waarde die in de aanduiding is opgenomen; d. in afwijking van het voorgaande: gebouwde parkeervoorzieningen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage', voor zover deze geheel onder peil worden gerealiseerd (met uitzondering van entree / stijgpunten / ontluchtingspunten / ondergeschikte bouwonderdelen e.d.).
15.2.2
Andere bouwwerken a. andere bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan: 1. op de gronden voor de naar een openbare weg gekeerde gevel het hoofdgebouw: 1 m; 2. ten behoeve van nutsvoorzieningen: 2,5 m; 3. voor het overige 2 m; c. de bouwhoogte van toegangspaden en/of -bruggen naar de woningen niet meer mag bedragen dan 3 m; d. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat indien de bouwhoogte van bestaande erf- en/of terreinafscheidingen hoger is dan de onder b genoemde bouwhoogten de bestaande bouwhoogte de maximale bouwhoogte is; e. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer mag bedragen dan 8 m;
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
46
f.
de bouwhoogte van bestaande spanten en/of andere bestaande constructie/gebouwonderdelen van de vroegere bedrijfsactiviteiten niet meer mag bedragen dan de bestaande bouwhoogte; g. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m. 15.3
Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik van gronden en bouwwerken geldt dat: a. in totaal maximaal 350 m2 bvo is toegestaan aan maatschappelijke voorzieningen, horeca en sportvoorzieningen, met dien verstande dat: 1. deze functies uitsluitend zijn toegestaan op de begane grond; 2. tussen deze functies en de woningen, de richtafstanden voor 'gemengd gebied' uit de VNG-brochure moeten worden aangehouden, of gemotiveerd moet worden dat hiervan wordt afgeweken; b. binnen de bestemming de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m2; 2. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen, de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte de maximale afmetingen zijn; 3. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 4. detailhandel is niet toegestaan; 5. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; c.
in de eventuele bouwla(a)g(en) onder peil zijn, in verband met overstromingsrisico, uitsluitend aan het wonen ondersteunende functies toegestaan, zoals parkeren, bergingen, installaties e.d. De verblijfsruimten van een woning, zoals woonkamer, slaapkamers, keuken e.d. zijn uitsluitend toegestaan op de bouwlagen boven peil.
15.4
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde onder lid 15.3 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen een woning en bijgebouwen voor een aan-huis-verbonden bedrijf als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 30 m2; b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat indien de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte groter zijn dan de hiervoor genoemde afmetingen, de afmetingen van bestaande vloeroppervlakte de maximale afmetingen zijn; c. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; d. detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
47
Artikel 16
Waarde - Archeologie 2
16.1
Bestemmingsomschrijving
16.1.1
Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.
16.1.2
Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.
16.1.3
Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
16.2
Bouwregels a. Op de in lid 16.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 16.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 50 m 2.
16.3
Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 16.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b. In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
48
indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 16.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 16.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
16.4.2
Uitzonderingen Het in lid 16.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld én met een omvang minder 50 m2.
16.4.3
Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 16.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.
16.4.4
Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 16.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
49
b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 16.4.5
Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
16.4.6
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
50
Artikel 17
Waarde - Archeologie 3
17.1
Bestemmingsomschrijving
17.1.1
Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.
17.1.2
Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.
17.1.3
Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
17.2
Bouwregels a. Op de in lid 17.1 bedoelde gronden mag worden gebouwd overeenkomstig de bouwregels uit de onderliggende bestemmingen.
17.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
17.3.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand; i. het doorgraven van de dijk of het uitvoeren van vergravingen aan de dijk.
17.3.2
Uitzonderingen Het in lid 17.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn;
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
51
b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn. 17.3.3
Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 17.3.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.
17.3.4
Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 17.3.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie.
17.3.5
Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
17.3.6
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
52
Artikel 18
Waarde - Archeologie 4
18.1
Bestemmingsomschrijving
18.1.1
Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.
18.1.2
Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.
18.1.3
Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
18.2
Bouwregels a. Op de in lid 18.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 18.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 100 m2.
18.3
Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 18.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b. In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
53
indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 18.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 18.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
18.4.2
Uitzonderingen Het in lid 18.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld én werken en werkzaamheden met een omvang minder 100 m 2.
18.4.3
Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 18.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.
18.4.4
Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 18.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
54
b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 18.4.5
Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
18.4.6
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
55
Artikel 19
Waarde - Archeologie 5
19.1
Bestemmingsomschrijving
19.1.1
Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.
19.1.2
Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 5 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.
19.1.3
Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
19.2
Bouwregels a. Op de in lid 19.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 19.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn, of/danwel; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd, of/danwel; 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 500 m 2.
19.3
Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 19.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b. In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
56
indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 19.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 19.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
19.4.2
Uitzonderingen Het in lid 19.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld én werken en werkzaamheden met een omvang minder 500 m 2.
19.4.3
Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 19.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.
19.4.4
Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 19.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
57
b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 19.4.5
Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
19.4.6
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
58
Artikel 20
Waarde - Archeologie 6
20.1
Bestemmingsomschrijving
20.1.1
Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 6 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.
20.1.2
Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 6 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.
20.1.3
Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
20.2
Bouwregels a. Op de in lid 20.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 20.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 400 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 500 m2.
20.3
Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 20.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b. In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
59
indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 20.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 20.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
20.4.2
Uitzonderingen Het in lid 20.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 400 cm onder het maaiveld én werken en werkzaamheden met een omvang minder 500 m 2.
20.4.3
Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 20.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.
20.4.4
Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 20.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
60
b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 20.4.5
Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
20.4.6
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
61
Artikel 21
Waarde - Archeologie 8
21.1
Bestemmingsomschrijving
21.1.1
Primaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 8 aangewezen gronden zijn primair bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden.
21.1.2
Secundaire bestemming De voor Waarde - Archeologie 8 aangewezen gronden zijn secundair bestemd voor de doeleinden van de onderliggende bestemmingen.
21.1.3
Volgorde dubbelbestemmingen Voor zover dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde: a. primair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering; b. secundair geldt het bepaalde in de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 8; c. tertiair geldt het bepaalde in de onderliggende bestemming.
21.2
Bouwregels a. Op de in lid 21.1 bedoelde gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen op de in lid 21.1 bedoelde gronden bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen worden gebouwd mits: 1. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; 2. het bouwwerken betreffen die vergunningvrij op basis van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht kunnen worden uitgevoerd; 3. het bouwwerken betreffen die niet dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld én het bouwwerken betreffen met een omvang minder dan 5.000 m2.
21.3
Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2 onder a voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de onderliggende bestemmingen en die niet vallen onder de bouwwerken zoals genoemd in 21.2 onder b, op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarde van het gebied of een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft dat, onverminderd het elders in het plan bepaalde, een afwijking van een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd; bij de afweging van de afwijking van een omgevingsvergunning geven burgemeester en wethouders toepassing aan de volgende criteria: 1. de aanvrager van een omgevingsvergunning dient in het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. burgemeester en wethouders winnen alvorens de ontheffing te verlenen advies in bij een archeologisch deskundige; b. In afwijking van het bepaalde onder a kan de omgevingsvergunning worden verleend
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
62
indien voor de werkzaamheden voortvloeiend uit de bouwaanvraag reeds een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 21.4 is verleend; het bepaalde in de onderliggende bestemmingen blijft onverminderd van toepassing. 21.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
21.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden en of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. verhogen of verlagen van de grondwaterstand.
21.4.2
Uitzonderingen Het in lid 21.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. reeds uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische (verwachtings)waarden aanwezig zijn; b. het normale onderhoudswerkzaamheden betreffen gericht op en noodzakelijk voor de instandhouding van het plan; c. het andere werken en werkzaamheden betreffen die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde van niet ingrijpende betekenis zijn, waaronder werken en werkzaamheden die niet dieper worden uitgevoerd dan 30 cm onder het maaiveld én met een omvang minder 5.000 m2.
21.4.3
Toelaatbaarheid Een vergunning als bedoeld in lid 21.4.1 wordt slechts verleend indien gebleken is dat de genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de archeologische waarde van het gebied.
21.4.4
Voorschriften vergunning Voor zover de in lid 21.4.1 genoemde werken of werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen daarvan kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
63
b. de verplichting tot het doen van opgravingen, indien aan de orde; c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificatie. 21.4.5
Rapportage In het belang van de bescherming van de archeologische betekenis van de gronden dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijde, of van werkzaamheden een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
21.4.6
Advies Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
64
Artikel 22
22.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor: a. het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals: kunstwerken, dijksloten en andere waterstaatswerken.
22.2
Bouwregels Op de in lid 22.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de dubbelbestemming worden gebouwd, met dien verstande, dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m; b. ten behoeve van de andere voorkomende bestemming(en) mag niet worden gebouwd.
22.3
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken bij een omgevingsvergunning van het bepaalde in lid 22.2 onder b voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere voorkomende bestemmingen, met inachtneming van het volgende: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen; b. het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
65
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS
Artikel 23
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Kloos" Regels Ontwerp, 30 maart 2021
66
Artikel 24
Algemene bouwregels
24.1
Overschrijding bouwvlakken / bestemmingsgrenzen ondergeschikte bouwdelen
24.1.1
Toepassing De in deze regels opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen met betrekking tot: a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, indien de overschrijding van de voorgevelbouwgrens niet meer dan 12 cm bedraagt; c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, mits zij de voorgevelbouwgrens met niet meer dan 0,5 m overschrijden; d. voor de bouw van balkons of luifels dan wel, uitsluitend bij woningen op de verdiepingen, van galerijen, mits: 1. de overschrijding niet meer bedraagt dan 2,5 m; 2. de afstand tot de openbare weg niet minder dan 2 m mag bedragen, met uitzondering van galerijen, waarvan de afstand tot de openbare weg niet minder dan 0,5 m mag bedragen. e. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden; f. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevelbouwgrens met meer dan 1 m overschrijden.