RO -Bestemmingsplan Kloos - TOTAAL.pdf
Tekst van het document
Afbeelding 8.1.: Stedenbouwkundig plan Mercon Kloos uit 2018 (KuiperCompagnons)
Afbeelding 8.2.: Stedenbouwkundig plan Kloos 2021 (Bosch Slabbers)
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
85
Behoudenswaardige objecten De gemeentelijke commissie heeft aangegeven dat de bestaande muren langs de dijk van de Merconhallen behoudenswaardig zijn, en dat moet worden onderzocht of deze in de nieuwbouwplannen (deels) behouden kunnen blijven of in de nieuwe vorm terug kunnen komen. De noordelijke oudste hal blijft als staalconstructie behouden, de dijk- en kadewoningen worden hier omheen geplaatst waardoor de hal als het ware als een pergola gaat functioneren boven de gezamenlijke binnentuin. Ook de staalconstructie van de Merconhal aan de dijkzijde blijft bewaard: hiérachter worden drie blokken met huurappartementen geplaatst waardoor de contour van de hal overeind blijft, maar meer doorzicht op het water wordt gerealiseerd. In het voorgaande stedenbouwkundig plan was juist een gedeelte van de bestaande metselwerkmuur tussen deze twee hallen hergebruikt. Door de dijkverzwaring valt deze muur gedeeltelijk uit het zicht. Daarbij is de huidige muur in zeer slechte staat. Daarom is dit onderdeel is vervallen en de identiteit wordt uit de twee kenmerkende staalconstructies gehaald. Molenbiotoop Het (ontwikkelingsgerichte deel van het) plangebied, ontwikkelgebied Kloos, ligt buiten de in het gebied aanwezige molenbiotoop (afbeelding 8.3).
Afbeelding 8.3.: Uitsnede kaart 15 – cultureel erfgoed met ligging molenbiotoop ten opzichte van het ontwikkelgebied Kloos (Bron: Omgevingsverordening Zuid-Holland)
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
86
Beoordeling welstandscommissie Op verzoek van de gemeente Alblasserdam heeft de welstandscommissie op 16 februari 2021 advies uitgebracht over het aangepaste stedenbouwkundig plan. De commissie heeft met waardering kennis genomen van de ontwikkeling. Uit het plan spreekt een hoog ambitieniveau en de commissie ziet een verdere uitwerking van het plan met belangstelling tegemoet. Het plan biedt voldoende basis voor een positief welstandsadvies bij verdere uitwerking. In collegiaal overleg heeft de commissie de volgende aandachtspunten genoemd: ▪
aandacht wordt staalconstructie;
▪
de plint langs het water oogt erg gesloten, mede omdat op dit buitendijks gelegen niveau geen gebruiksruimten kunnen worden gerealiseerd. De gebouwen doen daardoor weinig met de kade; de overweging is gegeven de plint niet over de volle lengte te laten doorlopen, maar de gebouwen tot op de kade door te zetten (met bijvoorbeeld een geperforeerde invulling);
▪
aan de dijkzijde is de parkeergarage begrensd met een lange opstand; deze zou niet teveel de aandacht moeten trekken;
▪
tenslotte is de suggestie gedaan om met afbeeldingen ter versiering niet te verwijzen naar de molens, maar meer naar het industriële verleden van het gebied.
gevraagd
voor het conserveren
van
de
overblijvende
De aandachtspunten worden meegenomen in de verdere uitwerking en detaillering van het plan. Voor het meest zuidelijke appartementengebouw is nadere afstemming met de erfgoedcommissie geregeld via een voorwaardelijke verplichting. 8.2.3 Conclusie Voor de ontwikkeling van het plan Kloos gelden geen belemmeringen ten aanzien van de cultuurhistorische aspecten.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
87
Hoofdstuk 9 Milieu In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke (on)mogelijkheden inzichtelijk gemaakt. Waar nodig dient een vertaling plaats te vinden naar de juridische regeling. Het uitgangspunt hierbij is dat de juridische regeling zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit voldoende dient te borgen. 9.1
M.e.r.-beoordeling
9.1.1 Kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. 9.1.2 Afweging en conclusie In het kader van dit bestemmingsplan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, in de vorm van een aanmeldnotitie. Deze is opgenomen als bijlage 14 bij deze toelichting. Uit deze notitie blijkt dat er sprake is of kan zijn van nadelige milieueffecten. Deze effecten zijn weloverwogen beoordeeld.
Waar mogelijk worden maatregelen worden genomen en/of onderzocht om deze effecten te beperken. Er kan worden geconstateerd dat de nadelige effecten te reguleren zijn en dat een uitgebreide m.e.r.-beoordeling of het opstellen van een MER in deze niet zinvol en/of noodzakelijk is. Het college van B en W heeft in januari 2021 een positief / instemmend besluit genomen over de aanmeldnotitie. 9.2
Bedrijven en milieuzonering
9.2.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
88
9.2.2 Onderzoek Ten noordwesten van het ontwikkelgebied Kloos is bedrijvigheid aanwezig, voorzien van een toereikende bestemming. Door KuiperCompagnons is quick scan uitgevoerd om te bepalen in hoeverre het milieuaspect ‘bedrijven & milieuzonering’ een belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. De resultaten zijn samengevat in een notitie, die is opgenomen als bijlage 16. Uit de quick scan wordt geconcludeerd dat de toekomstige woonbebouwing in het noorden van het ontwikkelgebied Kloos mogelijk hinder oplevert voor de beoogde woningbouw en dat nader onderzoek c.q. een nadere afweging noodzakelijk is. Daarom is een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hierin is gekeken naar de plaats waar de specifieke hinder plaatsvindt die vanuit deze bedrijvigheid te verwachten is. De onderzoeksresultaten worden hieronder nader toegelicht. Akoestisch onderzoek "Jonker-bedrijven" Om te voorkomen dat de “Jonker-bedrijven” in hun activiteiten worden belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en om borgen dat ter plaatste van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is FSD Development voornemens een afschermende voorziening tussen de “Jonker-bedrijven” en het plan te realiseren.
Het doel van het onderzoek is het bepalen en beoordelen van de optredende geluidniveaus ten gevolge van de activiteiten van de “Jonker-bedrijven” ter plaatse van het ontwikkelgebied Kloos en ook te beoordelen in hoeverre de “Jonker-bedrijven” als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling in haar activiteiten wordt belemmerd. Het onderzoek is uitgevoerd door KuiperCompagnons en opgenomen als bijlage 17. Uit het rapport blijkt het volgende. Omdat uit eerdere onderzoeken is gebleken dat niet zondermeer voldaan kan worden én om een visuele afscheiding te vormen tussen de bedrijfsactiviteiten en de woningen is overeengekomen dat ter plaatste van de erfgrens diverse afschermende voorzieningen gerealiseerd zullen worden. Deze maatregelen zijn in het onderzoek meegenomen. De volgende maatregelen zijn voorzien: 1. De realisatie van een “box” aan het einde van de “gang” tussen de twee bedrijfsgebouwen. Deze box dient enerzijds als afgeschermde ruimte voor het testen van de machines en anderzijds als afscherming voor het geluid van de overige activiteiten in de “gang”. 2. De realisatie van een scherm tussen de “box” en het water, aan de zuidzijde van het westelijke bedrijfsgebouw. Dit ter afscherming van de activiteiten van “WD Infra BV”. 3. De realisatie van een scherm tussen de “box” en de West Kinderdijk, aan de zuidzijde van het oostelijke bedrijfsgebouw.
Dit ter afscherming van de activiteiten van het parkeerterrein.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
89
Afbeelding 9.1 situering voorzieningen
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ten gevolge van Jonker Tuin en Park c.s. ter plaatse van de geprojecteerde woningen bedraagt ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde. Ter plaatse van Montagebedrijf Jonker c.s. bedraagt deze waarde ten hoogste 42 dB(A). Geconcludeerd wordt dat ruimschoots voldaan wordt aan de norm van 50 dB(A) etmaalwaarde. Dit betekent dat voor wat betreft het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNG-publicatie. Daarmee is voor wat betreft dit aspect sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt voor dit aspect de inrichting als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Maximale geluidsniveaus Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat het maximale geluidsniveau ten hoogste 67 dB(A) bedraagt. Dit betekent dat voor wat betreft het maximale geluidsniveau voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNGpublicatie. Daarmee is voor wat betreft dit aspect sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt voor dit aspect de inrichting als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet in haar bedrijfsvoering belemmerd.
Indirecte hinder Het verkeer van en naar de bedrijven komt en gaat via de inrit ten noordoosten van het gebouw van Jonker Tuin en Park, op ruim 50 meter van het plangebied. Het verkeer wordt na het verlaten van de inrit direct opgenomen in het heersende verkeersbeeld en is ter plaatse van het plan akoestisch niet te onderscheiden van het overige verkeer. De geluidbelasting ten gevolge van al het verkeer op de West Kinderdijk is in een separaat akoestisch onderzoek onderzocht en afgewogen. Het aspect indirecte hinder vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
90
Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat met het treffen van de voorzieningen voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau voldaan kan worden aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en de toetswaarden uit de VNG-publicatie. Dit betekent dat de “Jonker bedrijven” niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden door de voorgenomen ontwikkeling en dat ter plaatse van de toekomstige woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van de activiteiten van de “Jonker bedrijven”. De op te richten geluidafschermende voorzieningen zijn via een gebiedsaanduiding en voorwaardelijke verplichting juridisch geborgd in dit bestemmingsplan. Toekomstige horeca en andere voorzieningen in het hoofdgebouw In het plan wordt kleinschalige horecavoorziening mogelijk gemaakt, alsmede maatschappelijke voorzieningen. Er dient een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen te worden geborgd. In de regels van voorliggend plan is een bepaling opgenomen, dat voor deze functies aan de richtafstanden conform de VNG brochure (‘gemengd gebied’) moet worden voldaan, of dat daarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Daar deze gereduceerde richtafstand voor dergelijke functies vaak 0 meter bedraagt, levert dat in de praktijk geen problemen op.
Toekomstige niet-woonfuncties zullen overigens te allen tijde moeten voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit (of diens rechtsopvolger). 9.2.3 Conclusie Uit onderzoek blijkt dat met de voorgenomen maatregelen, te weten het toepassen van een geluidscherm en box ten aanzien van de ‘Jonker-bedrijven’, aan de normen wordt voldaan. Deze toepassing is haalbaar. Om een goed woon- en leefklimaat te borgen is op de verbeelding de “overige zone – geluidafscherming” aangeduid. Op deze locatie is de uitwerking van de genoemde maatregelen juridisch geborgd in de regels van het plan. Een nadere stedenbouwkundige uitwerking (impressie) van het scherm en de box is opgenomen als bijlage 23. Voor de voorzieningen die mogelijk worden gerealiseerd in het hoofdgebouw, is bepaald dat moet worden voldaan aan de richtafstanden voor ‘gemengd gebied’, die in de praktijk veelal 0 m bedraagt. Het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
91
9.3
Bodem
9.3.1 Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.
Relatie Wabo, Wbb en Woningwet (Wonw) De inwerkingtreding van de Wabo (1 oktober 2010) heeft ook effect op de Wbb en de Woningwet (Ww): in de Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond (uit de Ww) een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bodemverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen. Die voorschriften moeten in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport. 9.3.2 Onderzoek Verkennend (actualiserend) bodemonderzoek West Kinderdijk 120 In opdracht van Mercon Montage BV heeft Geofoxx een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie West Kinderdijk 120 te Alblasserdam. De aanleiding van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen transactie (verkoop van het bedrijf) en de toekomstige ontwikkeling tot mogelijk woningbouwlocatie of maatschappelijke functie (recreatie, toerisme). Het rapport is opgenomen in bijlage 9.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
92
Onderzoeksresultaten Tijdens het actualiserend bodemonderzoek wordt bevestigd dat de grond van de locatie plaatselijk (heterogeen) sterk verontreinigd is met niet-mobiele verontreinigingen (m.n. zware metalen en PAK). In het grondwater zijn geen matig of sterk verhoogde gehaltes gemeten. Er zijn tijdens eerder onderzoek en ook het onderhavig onderzoek geen aanwijzingen gevonden (of bevestigd) voor puntbronnen als gevolg van specifieke bedrijfsactiviteiten. In de bodem zijn wel, voornamelijk in de bovenste 1,5 meter, bodemvreemde materialen aanwezig, vaak gerelateerd aan de sterke verontreiniging. Een asbestbodemonderzoek is niet opnieuw uitgevoerd. Gezien de periode van ophogen (1946-1964), het type bodemvreemde materialen en de resultaten van eerder uitgevoerd indicatief asbestonderzoek lijkt er geen aanleiding asbestverdacht materiaal te verwachten. Op basis van het bovenstaande is er vooralsnog geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek uit te voeren. De actuele eindsituatie is hiermee afdoende vastgelegd en is op hoofdlijnen gelijk aan de situatie tijdens voorgaande bodemonderzoeken. Bij toekomstige inrichting dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat plaatselijk sterke verontreinigingen en bodemvreemde materialen aanwezig zijn. Het terrein is op het moment niet zonder meer geschikt voor het gebruik wonen met tuin.
Bij de eigendomsoverdracht en de toekomstige ontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met sanerende maatregelen zoals formeel vastgelegd in het eerder opgestelde saneringsplan en de beschikking. Afhankelijk van de inrichting dient rekening te worden gehouden met eventuele afvoer van verontreinigde grond of onwenselijk bodemvreemd materiaal (extra kosten, afstemming en saneringsplannen) en zo nodig aanvullend onderzoek wanneer plaatselijk grond ontgraven gaat worden. Verkennend (actualiserend) bodemonderzoek West Kinderdijk 24 Om vast te stellen of er aanleiding is om op (delen van) de onderzoekslocatie verontreinigingen te verwachten, en zo ja, om welke stoffen het daarbij gaat, is voorafgaand aan het bodemonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van West Kinderdijk 24 te Alblasserdam. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN57252. Op grond van de verzamelde basisinformatie, de aanleiding van het onderzoek en de mate van verdachtheid is, conform de NEN5725, een standaard vooronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door Geofoxx en opgenomen als Bijlage 10. Onderzoeksresultaten Tijdens het actualiserend bodemonderzoek is aangetoond dat de grond van de locatie licht verontreinigd is met zware metalen, PCB’s, PAK’s en minerale olie.
Er is in de grond nabij de zoutopslag geen cyanide aangetroffen; in het grondwater is wel een licht verhoogd gehalte cyanide gemeten. Verder zijn in het grondwater licht verhoogde gehaltes barium en molybdeen gemeten. Er zijn tijdens eerder onderzoek en ook tijdens onderhavig onderzoek, behalve het cyanide in het grondwater, geen aanwijzingen gevonden (of bevestigd) voor verontreinigingen bij puntbronnen als gevolg van specifieke bedrijfsactiviteiten.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
93
In de bodem zijn wel, voornamelijk rond 0,5 m-mv, bodemvreemde materialen aanwezig. De aanwezigheid van deze materialen (opgemengd met bodem) heeft in de onderzochte grondmonsters blijkbaar niet geleid tot sterke verontreinigingen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de (ophoog)lagen met (alleen) bodemvreemde materialen niet chemisch zijn onderzocht. Er kan dus niet uitgesloten worden dat er verontreinigingen aanwezig zijn in de bodemvreemde materialen. Bovendien is tijdens het onderhavige onderzoek niet de diepere bodemlaag (oorspronkelijke bodem) onderzocht, aangezien deze sinds de eerdere onderzoeken waarschijnlijk niet is beïnvloed. In deze laag zijn tijdens eerder onderzoek wel sterke verontreinigingen (in grond) aangetroffen. Een asbestbodemonderzoek is niet uitgevoerd. Gezien de periode van ophogen (19461964), het type bodemvreemde materialen en de resultaten van eerder uitgevoerd indicatief asbestonderzoek op het naastgelegen bedrijfsterrein (Mercon), lijkt er geen aanleiding te zijn om asbestverdacht materiaal te verwachten. Aangezien als gevolg van de huidige (recente) opslag van strooizout wel een verontreiniging met cyanide (en waarschijnlijk chloride) in het grondwater is ontstaan, bestaat er voor deze verontreiniging vanuit de Wet bodembescherming (Wbb) een verplichting om de verontreiniging te saneren (verwijderen; zorgplichtbeginsel Wbb; bijlage 4).
Op basis van het bovenstaande is er voor de overige verontreinigingen geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek uit te voeren. De actuele kwaliteit van de bodem (m.u.v. cyanide, chloride) is hiermee afdoende vastgelegd. Bij de toekomstige inrichting dient wel rekening te worden gehouden met het feit dat er plaatselijk bodemvreemde materialen aanwezig zijn en dat in de diepere bodem (beneden 4 m-mv) verontreiniging aanwezig kan zijn. Het terrein is op dit moment (voornamelijk als gevolg van ophooglagen) niet zonder meer geschikt voor het gebruik wonen met tuin. Bij de eigendomsoverdracht en de toekomstige ontwikkeling dient derhalve rekening te worden gehouden met sanerende maatregelen zoals formeel vastgelegd in het eerder opgestelde saneringsplan en de beschikking. Afhankelijk van de inrichting dient rekening te worden gehouden met eventuele afvoer van onwenselijk bodemvreemd materiaal en mogelijk met verontreinigde grond (extra kosten, afstemming en saneringsplannen) en zo nodig aanvullend onderzoek wanneer plaatselijk grond ontgraven gaat worden. 9.3.3 Conclusie Op basis van de actualiserende bodemonderzoeken blijkt dat voor beide onderzochte locaties ter plaatse van het ontwikkelgebied Kloos de grond niet zonder meer geschikt is voor het gebruik 'wonen met tuin'.
Er dient rekening te worden gehouden met eventuele afvoer van onwenselijk bodemvreemd materiaal met verontreinigde grond. Aanvullend onderzoek is benodigd wanneer plaatselijk grond ontgraven gaat worden. Er zal een PVA worden opgesteld voor de omgang met de bodemverontreiniging c.q. de sanering. Het PVA hoeft niet te zijn goedgekeurd voor de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan. Dit is wel vereist voor de afgifte van de omgevingsvergunning.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
94
9.4
Externe veiligheid
9.4.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10 -6 contour.
Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. In 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. In dit onderzoek is op deze wetgeving voorgesorteerd.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
95
Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken buiten de 200 meter, in de toelichting aandacht moet worden gegeven aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als in het Bevb, onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan bovendien achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: a. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; b. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; c.
de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.
d. Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden (PAG) benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen een aanvullende verantwoording noodzakelijk is met betrekking tot het al dan niet nemen maatregelen om de effecten van een plasbrand te beperken en de zelfredzaamheid van personen. 9.4.2 Onderzoek en conclusie Externe veiligheid gaat over de invloed van het transport of opslag van gevaarlijke stoffen op de omgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn de volgende risicobronnen in de omgeving aanwezig: •
Vervoer gevaarlijke stoffen over de rivier de Noord
•
Containertransferium Groenenboom te Ridderkerk
Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de EV signaleringskaart weergegeven met de globale ligging van het ontwikkelgebied Kloos.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
96
Afbeelding 9.1: Uitsnede EV signaleringskaart met globale ligging ontwikkelgebied Kloos (rode ovaal) Rivier de Noord In het bestemmingsplangebied is op basis van de risicokaart van provincie Zuid-Holland de risicobron rivier de Noord aanwezig. De Noord is aangewezen als binnenvaartroute voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Stofgroep
Omschrijving
Jaarintensiteit
LF1
Licht ontvlambare vloeistoffen
9882
LF2
Licht ontvlambare vloeistoffen
13958
LT1
Toxische vloeistoffen
146
GF3
Brandbare gassen
2135
GT3
Toxische gassen
196
Tabel 9.1 Intensiteiten over de Noord Bij de analyse van vaarwegen worden volgens de “Handleiding Risicoberekeningen Bevt” drie routetypen onderscheiden. De vaarwegen zijn ingedeeld in bevaarbaarheidsklassen of CEMT-klassen. De CEMT-klasse legt de maximale afmetingen vast van een schip dat op de vaarweg is toegestaan. De rivier de Noord is heeft de bevaarbaarheidsklasse 6. Aangezien met onderhavig bestemmingsplan de ontwikkeling van nieuwe kwetsbare objecten, zoals woningen, mogelijk wordt gemaakt, zijn met behulp van de HART-methode de externe veiligheidsrisico’s bepaald.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
97
Toetsing plaatsgebonden risico Vuistregel 1: Een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 heeft geen 10 -6 contour. Toetsing oriëntatiewaarde groepsrisico Vuistregel 1: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde groepsrisico Vuistregel 1: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen mogelijk overschreden wanneer binnen 200 meter van de oever aanwezigheidsdichtheden voorkomen groter dan 500 /ha en LT2+GT3>1000 per jaar. Er worden over de rivier de Noord geen stoffen uit de categorie LT2 vervoerd en het aantal GT3 transporten is slechts 196, waardoor de 10% van de oriëntatiewaarde groepsrisico niet wordt overschreden. Plasbrandaandachtszone Vanwege het transport van licht ontvlambare vloeistoffen dient rekening te worden gehouden met een plasbrandaandachtszone. In de toelichting van het Barro is de rivier de Noord benoemd als een zeehaventoegang. Dit leidt tot een vrijwaringszone van 40 meter aan weerszijden van de vaarweg, gemeten vanaf de oeverlijn. De bebouwing in het ontwikkelgebied Kloos is deels binnen deze 40 meter zone gelegen.
In de toelichting van artikel 16 van de Regeling basisnet wordt echter gesteld dat in afwijking van de regels voor plasbrandaandachtsgebieden bij de Basisnetten Weg en Spoor in de bouwregelgeving geen extra bouweisen gelden voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die in een vrijwaringszone worden gebouwd. De reden hiervoor is dat het stellen van extra bouweisen aan bouwwerken langs de vaarweg vanwege de kleine kans op een plasbrand op de vaarweg disproportioneel wordt geacht. Wel moet gemotiveerd worden waarom kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke effecten van een plasbrand. Containertransferium Groenenboom te Ridderkerk Aan de overzijde van de rivier de Noord is het containertransferium Groenenboom gelegen. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van dit bedrijf, waardoor inzicht in de externe veiligheidsrisico’s gewenst is. In de notitie Externe Veiligheid Groenenboom, opgesteld door AVIV op 3 november 2020, wordt het huidige externe veiligheidsniveau getoond en de invloed van het nieuwe planvoornemen behandeld. De notitie is opgenomen in bijlage 15. Uit de notitie volgt dat het ontwikkelgebied Kloos ruim buiten de PR 10-6 contour ligt. Tevens wordt geconcludeerd dat het groepsrisico zeer waarschijnlijk niet zodanig zal toenemen dat er meer dan 10 slachtoffers zijn.
Er is dus in de toekomstige situatie, conform de definitie van het Bevi, geen groepsrisico.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021
98
Vooruitblik Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt het externe veiligheidsbeleid gemoderniseerd. Er zal gebruik worden gemaakt van aandachtsgebieden waarmee in een omgevingsplan rekening gehouden moet worden. Voor bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, gelden brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebieden. Voor brand- en explosieaandachtsgebieden kunnen voorschriftengebieden aangewezen worden. Voor gifwolkaandachtsgebieden kunnen geen voorschriftengebieden aangewezen worden. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de afstanden van de verschillende aandachtsgebieden opgenomen. In het omgevingsplan aan te wijzen brand- en explosievoorschriftengebieden gelden extra bouwmaatregelen. Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken door de omvang van deze gebieden te beperken. De gemeente kan hier haar eigen beleid voor blijven voeren. De gemeente Alblasserdam heeft op het moment van indiening van dit bestemmingsplan nog geen plan met betrekking tot het aanwijzen van de voorschriftengebieden. Brandaandachtsgebieden uit de regeling Basisnet (PAG) worden automatisch ongewijzigd omgezet naar brandvoorschriftengebieden. Tevens dienen locaties voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen binnen een aandachtsgebied aangewezen te worden als voorschriftengebieden.
Planologische en stedenbouwkundige mogelijkheden De ontwikkeling van het plan Kloos past binnen de ambitie van de gemeente Alblasserdam om een verstedelijkingsopgave te realiseren. Het plangebied van Kloos is de enige locatie waar binnen het bestaande bebouwd gebied een substantieel deel van de woningopgave kan worden gerealiseerd en deze locatie is, gelet op de beperkte oppervlakte van de overige locaties, nodig om aan de woningopgave te kunnen voldoen. Er zijn weinig tot geen mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen van dergelijk grote omvang die op het gebied van externe veiligheid een betere optie zouden zijn. Vanwege de reden dat de kans op overlijden aanzienlijk groter is als men zich dichterbij de risicobron bevindt, wordt aangeraden op stedenbouwkundig niveau rekening te houden met de risicobronnen en, indien mogelijk, meer aanwezigen te plaatsen op een grotere afstand hiervan. Gelet op de mogelijke effecten van een plasbrand is er toch voor gekozen om kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten te bouwen binnen de 40 meter zone van het plasbrandaandachtsgebied. De bebouwing is in het stedenbouwkundig plan echter wel ontworpen op een afstand van minimaal circa 25 meter van de waterkant, en slechts een klein deel van de te realiseren woningen bevindt zich binnen de zone van 25 tot 40 meter van de oever.
Daarbij komt dat er een strikte scheiding tussen het plangebied en de rivier aanwezig is in de vorm van een kademuur. Tevens is er een groot hoogteverschil tussen het waterpeil van de rivier en het plangebied. Het is daarom zeer onwaarschijnlijk dat de brandende vloeistof (meer dan 25 meter) het plangebied instroomt.
Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021