CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

RO -Bestemmingsplan Kloos - TOTAAL.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 16 december 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan Kloos - Raadsvoorstel31.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Naar een klimaatbestendige delta

2.

Naar een nieuwe economie: the next level

3.

Naar een levendige meerkernige metropool

4.

Energievernieuwing

5.

Best bereikbare provincie

6.

Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

Ruimtelijke kwaliteit Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. De provincie maakt hierbij onderscheid in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Kwaliteitskaart Blijkens de kwaliteitskaart is voor wat betreft de laag van de ondergrond binnen het ontwikkelgebied Kloos sprake van rivierzandafzettingen, veengebieden en rivierklei. Voor wat betreft de laag van de cultuur- en natuurlandschappen is binnen het plangebied sprake van een veen(weide)landschap. Op de laag van de beleving is aangrenzend aan het ontwikkelgebied Kloos (op de dijk) een fiets- en wandelroute aangemerkt.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

32

Voor wat betreft de laag van de stedelijke occupatie is het ontwikkelgebied Kloos aangemerkt op de kaarten:  steden en dorpen  stads- en dorpsrand  water als structuurdrager  bouwwerken voor energieopwekking De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Fiets- en wandelroute Het ontwikkelgebied Kloos is direct gelegen aan de West Kinderdijk. Deze route is aangemerkt als onderdeel van het netwerk van fiets- en wandelpaden. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk teweeg brengen. Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties. Steden en dorpen Het ontwikkelgebied Kloos bevindt zich op een bestaand bedrijventerrein. Het bedrijventerrein is gesaneerd van de provinciale plancapaciteit, waardoor het plan geen compensatie behoeft. Het beleid geeft aan dat bedrijventerreinen veelal gelegen zijn aan de toegangswegen van dorpen en steden.

Ze bepalen in belangrijke mate de entree van het gebied, maar zijn ruimtelijk veelal niet verbonden met het aangrenzende landschap, stads- of dorpsgebied en hebben daardoor een afgesloten karakter. Daar waar bedrijventerreinen de entree van een stad of dorp vormen, is extra aandacht voor de beeldkwaliteit van (de rand van) het terrein, de ontsluiting en de samenhang met de omgeving van belang. Deze terreinen zijn het visitekaartje van dorp of stad. Doorgaande recreatieve routestructuren worden gerespecteerd of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers. Stads- en dorpsrand De overgangskwaliteiten zijn verder uitgewerkt in de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Water als structuurdrager Het watersysteem beslaat zowel het oppervlakte- als het grondwater en is daarmee zeer bepalend voor het functioneren van de provincie in al haar facetten. Daarmee is het watersysteem ook medebepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en vormt het een structuurdrager van de Zuid-Hollandse identiteit. Ontwikkelingen dienen rekening te houden met hun invloed op het watersysteem als geheel en moeten bijdragen aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem.

Daarnaast dienen ontwikkelingen de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende ecologische en recreatieve structuur van Zuid-Holland te versterken. Ruimte voor

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

33

natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt. Tot slot dienen ontwikkelingen bij te dragen aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. Bouwwerken voor energieopwekking Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Ruimtelijke kwaliteit De provincie heeft gebieden ingedeeld in drie beschermingscategorieën:  Beschermingscategorie 1: gebieden met topkwaliteit (bv. EHS en Natura2000 en cultuurhistorische kroonjuwelen). Ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met beschermingscategorie 1 zijn in beginsel alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de specifieke waarden.  Beschermingscategorie 2: gebieden met bijzondere kwaliteit (weidevogelgebieden buiten EHS, groene buffers, graslanden in Bollenstreek en openbare recreatiegebieden). Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden.  Beschermingscategorie 3: overige gebieden.

Uit Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën behorende bij Omgevingsverordening, blijkt dat binnen het ontwikkelgebied Kloos geen sprake is van een ecologische hoofdstructuur (EHS), een Natura 2000-gebied of een andere bijzondere, beschermde ruimtelijke kwaliteit. Dat betekent dat aan het gebied beschermingscategorie 3, overige gebieden, is toegekend. Deze beschermingscategorie heeft geen invloed op voorliggend plan. Deze waarden zijn overigens wel van toepassing voor de gronden ten oosten van de West-Kinderdijk, net buiten het ontwikkelgebied. Hier ligt natuurgebied Boezems Kinderdijk, dat is aangewezen als EHS, Natura 2000-gebied en kroonjuweel met beschermingscategorie 1. Werelderfgoed Kinderdijk De herontwikkelingslocatie Kloos ligt op zeer korte afstand van het werelderfgoed Kinderdijk. Het werelderfgoed Kinderdijk is in het provinciaal beleid tevens aangeduid als cultuurhistorisch kroonjuweel. Voor het kroonjuweel zijn richtpunten geformuleerd waaraan ontwikkelingen moeten voldoen:  Behouden en versterken van de kwaliteiten van werelderfgoedcomplex Kinderdijk door het in stand houden van de samenhang tussen alle onderdelen van dit ensemble en het bewaren van de openheid van het gebied en omgeving.  Behouden en versterken van de zichtlijnen van en naar het complex Kinderdijk.

Het terrein Kloos ligt niet binnen de begrenzing van het kroonjuweel, maar maakt wel onderdeel uit van de zichtlijnen van en naar Kinderdijk. In dit kader is een HIA (heritage impact assesment) uitgevoerd, waarna aanpassingen zijn doorgevoerd (bouwlaag eraf) en opnieuw een toetsing heeft plaatsgevonden. Het huidige plan is op hoofdlijnen gelijk aan het voorgaande stedenbouwkundig plan, waarover een positief advies is verkregen door

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

34

zowel de RCE als de provincie. De maximale bouwhoogten in het plan blijven onveranderd en zijn niet hoger dan de voorgaande bedrijfsbebouwing op het terrein. Daarbij zijn door een iets gewijzigde positionering van de gebouwen en het behoud van enkel staalconstructies van de Mercon Hal in plaats van het totale bouwvolume, meer zichtlijnen gecreëerd en krijgt het gebied meer openheid. Hiermee kan worden gesteld dat het plan voldoet aan de richtpunten die zijn geformuleerd ten aanzien van het werelderfgoed Kinderdijk. Voor meer informatie omtrent de HIA wordt verwezen naar hoofdstuk 2.5. Gebiedsprofiel Het ontwikkelgebied Kloos is gelegen tussen rivier De Noord, grenzend aan het gebiedsprofiel voor Alblasserwaard – Vijfherenlanden. Voor ontwikkelingen langs grote rivieren gelden de volgende relevante ambities:  Versterken van het contact met de rivier door handhaven en creëren van het zicht op de rivier vanaf de naastliggende dijken en wegen;  Als ontwikkelingen plaatsvinden langs de rivier dan krijgen deze een voorkant naar de rivier en dragen deze bij aan behoud of versterking van het eigen karakter van de rivier (zie ook kwaliteit van stads- en dorpsranden). Waar mogelijk versterken van de oriëntatie naar de rivier, ook door handhaven of realiseren van dijkwoningen.

Ruimtelijke ontwikkeling Afhankelijk van de aard en de schaal van de ontwikkeling is er sprake van inpassing (gebiedseigen ontwikkeling, passend bij aard en schaal landschap), aanpassing (gebiedsvreemde ontwikkeling, met maatregelen passend te maken aan aard en schaal van het landschap) en transformatie (niet passend bij aard en schaal van het landschap). Voor ruimtelijke ontwikkelingen die (in eerste instantie) niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Het gaat dan om:  Duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en/of sierteelt;  Wegnemen van verharding;  Toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;  Andere maatregelen waarbij de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in nieuwe planologische ontwikkelingen. Het grotendeels braakliggende en verouderde bedrijventerrein krijgt met de transformatie een nieuwe impuls. Het industriële verleden krijgt een nieuw gezicht, met behoud en referentie naar de oude loodsen, en aantrekkelijke en beleefbare kade en zonder afbreuk te doen aan de karakteristieke gebiedskwaliteiten.

Het plan sluit aan op de ambities die door de provincie zijn gesteld ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen, waaronder het creëren van dijkwoningen en doorzichten naar de rivier. De provinciale belangen zoals hierboven benoemd zijn opgenomen en nader uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan (bijlage 1). Het stedenbouwkundig plan, en daarmee de provinciale belangen, zijn in voorliggend bestemmingsplan doorvertaald in een passende juridisch-planologische regeling om de beoogde ruimtelijke maatregelen en kwaliteit te waarborgen.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

35

Compensatie bedrijventerreinen Op grond van artikel 6.12 van de Omgevingsverordening dient een bestemmingsplan bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein en dat (gehele of gedeeltelijke) transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, te verantwoorden op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Daarbij wordt aangegeven dat deze compensatie achterwege kan blijven indien regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven. Dit moet worden afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Het plan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied en was tot voor kort aangewezen als bedrijventerrein. De locatie is niet meer als bedrijventerrein opgenomen in de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen 2017. Hierdoor behoeft het plan geen compensatie voor wat betreft het verlies aan bedrijventerrein. Ladder voor duurzame verstedelijking Een belangrijke opgave in het kader van ruimte en verstedelijking is het zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied.

Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Nieuwe verstedelijking moet daarom passen in regionale visies, de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit en andere in de visie en verordening aangegeven ruimtelijke kaders. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. In dit bestemmingsplan wordt de laddertoets beschreven in hoofdstuk 4: Volkshuisvesting. 3.1.3 Regionaal beleid Ruimtelijke strategie Drechtsteden De Ruimtelijke strategie Drechtsteden (d.d. 14 januari 2014) omschrijft Alblasserdam als het kleine dijkdorp op de grens van rivier en polder. Het is een van de meest karakteristieke Drechtstedengemeenten, waar het dorpse karakter behouden is gebleven. Het profiel wordt enerzijds bepaald door de lange traditie van maritieme industrie aan de rivier de Noord; anderzijds door de tradities van de polderontginning, gekarakteriseerd door haar molens. In dit van oorsprong socialistische arbeidersdorp spelen ook kerk en moskee een belangrijke rol in het leven van de inwoners.

Er zijn een viertal uitgangspunten geformuleerd waarmee Alblasserdam bijdraagt aan de regio:  Scheepsbouw  Poortfunctie naar Kinderdijk/Alblasserwaard

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

36

Wonen in/aan maritiem industrieel erfgoed (bijv. Mercon Kloos terrein en/of Haven Zuid)  Landgoed De ontwikkeling van het Kloos-terrein draagt bij aan wonen in en aan maritiem industrieel erfgoed, en daarmee het karakteristieke profiel aan rivier De Noord. 3.1.4 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Alblasserdam 2040 De structuurvisie Alblasserdam 2040 (d.d. 2013) biedt een profiel, ambitie en ontwikkelstrategie voor de gemeente Alblasserdam. De structuurvisie is een strategisch beleidsdocument, dat kaders biedt voor toekomstige ontwikkelingen. Uitgangspunt van de visie is om bij te dragen aan het algemene profiel van Alblasserdam: een Bedrijvig Hollands Dijkdorp. De verbinding met de rivier en het polderlandschap bepaalt in belangrijke mate de sfeer van Alblasserdam. Alblasserdam is een dorp met twee gezichten (een januskop) die wezenlijk van karakter verschillen. Er is het historische dijkdorp met een zekere robuustheid en stedelijkheid, met voorzieningen en maritieme bedrijvigheid. Aan de andere zijde van de medaille is er het polderdorp: kleinschalig en groen. De dijk fungeert hierin als zichtbare spil. Alblasserdam wil haar karakter behouden en vanuit die kracht flexibel meebewegen en inspelen op de ontwikkelingen.

Om dat goed te kunnen doen zet de gemeente in op een aantal ruimtelijke thema's:  Veiligheid  Bereikbaarheid  Wonen en zorg: leefmilieus  Werken  Vrije-tijds economie  Duurzaamheid  Transformatiegebieden Wonen en zorg De structuurvisie Alblasserdam 2040 geeft handelingsperspectieven voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Op het gebied van wonen en zorg zijn een aantal leefmilieus gedefinieerd. Deze leefmilieus dragen bij aan het aangenaam wonen in de gemeente. Uitgangspunten van het kader wan wonen zijn:  Geen concessie doen aan kwaliteit, om meer toekomstbestendig te zijn en de aantrekkelijkheid op peil te houden;  Ruimte geven aan bewoners om flexibel op nieuwe situaties, nieuwe kansen in te spelen door bijvoorbeeld particulier opdrachtgeverschap;  Combinaties voor wonen, werken en vrije tijd mogelijk maken op plekken die zich daarvoor lenen, of in door de gemeente aangewezen zones. Voorliggend ontwikkelgebied Kloos bevindt zich in de zone 'rustig groen’. Hier is het uitgangspunt de combinatie tussen wonen en water. Het stedenbouwkundig plan speelt in

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

37

op de relatie met water en groen, door het vormgeven van een aantrekkelijke kade, doorzichten op het water en waarbij tevens wordt gekeken naar de inpassing van een waterbushalte. De relatie tussen wonen en water is nader uitgewerkt in het voorgaande stedenbouwkundig plan, opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting, en de bijbehorende oplegnotitie (bijlage 2).

Afbeelding 3.1 Kaart Wonen en Zorg uit structuurvisie Alblasserdam 2040 Aandachtsgebieden Alblasserdam kent geen uitleggebieden. Ingeklemd tussen het Groene Hart aan de ene kant en de bedrijvigheid, A15 en rivier de Noord aan de andere kant bestaat de opgave voor Alblasserdam vooral uit herstructureren binnen het stedelijk gebied. Er zijn veel kleine plekken in Alblasserdam die van functie kunnen veranderen. Daarnaast worden op gemeentelijk niveau drie grote gebieden onderscheiden die bijzondere aandacht verdienen en waar ontwikkelingen plaats kunnen vinden. Ontwikkelgebied Kloos is aangemerkt als één van deze locaties (afbeelding 3.2). Het gebied is aangemerkt voor transformatie naar een andere functie. Daarbij is de locatie in de regionale structuurvisie aangemerkt als een locatie met bijzondere potentie, waar de relatie met het water goed beleefbaar gemaakt kan worden. Welke invulling de locatie ook krijgt, de randvoorwaarde hierbij is dat deze potentie wordt benut.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

38

Afbeelding 3.2 Kaart 3 Aandachtsgebieden uit structuurvisie Alblasserdam 2040 Visie Recreatie en Toerisme Alblasserdam Door de gemeente Alblasserdam is op 25 april 2017 de "Visie Recreatie en Toerisme: Landschapsbeleving in Alblasserdam" vastgesteld. Met deze visie wordt richting gegeven aan betrokkenen in de sector recreatie en toerisme. De potenties van Alblasserdam als knooppunt in het regionaal netwerk worden in beeld gebracht. Een bijkomend voordeel is dat met investeringen in recreatie en toerisme wordt bijgedragen aan ruimtelijke kwaliteit en daarmee aan het vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven. In de Structuurvisie Alblasserdam 2040 is het verband tussen het landschap en de rijke cultuurhistorie en de bijdrage van het landschap aan de ruimtelijke kwaliteit voor wonen en leven in het dorp, ook benoemd. De gebiedsessentie voor recreatie en toerisme is het onderliggend landschap met groene en blauwe structuren; de combinatie van natuurwaarden, rivieren en de menselijke aanpak van innovatieve waterbeheersing van polders en veenweideontginning.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

39

Afbeelding 3.3 Beschermd dorpsgezicht Alblasserdam Beschermd dorpsgezicht Alblasserdam Het ontwikkelgebied Kloos ligt binnen het beschermd dorpsgezicht van Alblasserdam. Het College van Burgemeester en wethouders vindt het belangrijk dat de karakteristieke historische identiteit van Alblasserdam voor komende generaties behouden blijft. Hiervoor is op 26 november 2013 een beschermd dorpsgezicht met daarin 331 beeldbepalende zaken aangewezen (afbeelding 3.3). De volgende elementen worden beschermd:  historische structuren (dijklinten, kernen, wielen)  stedenbouwkundige clusters (een groep onroerende zaken)  zichtlijnen en open landschap. Bij nieuwbouwplannen wordt gekeken naar de inpassing in een historisch gegroeid karakter met behoud van identiteit. Tegelijkertijd moeten nieuwe ontwikkelingen mogelijk blijven. Nieuwbouw kan worden toegevoegd wanneer dit past in het landschap of bij het historisch karakter van de locatie. Voorliggend plan speelt op verschillende manieren in op het aanwezige historische karakter van het gebied. De dijk wordt ingepast in het stedenbouwkundig plan en de noordelijke hallen worden getransformeerd. Het karakter van het gebied en de relatie met het water worden versterkt, waarbij rekening is gehouden met het zicht op werelderfgoed Kinderdijk door onder meer een Heritage Impact Analyse (HIA), nader toegelicht onder 8.2.2.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

40

Visitor management en poorten naar het Werelderfgoed Recreatie en toerisme hebben een sterke relatie met andere sectoren, waaronder verkeer en vervoer. Op het gebied van verkeer en vervoer geldt dat de raad in november 2015 kennis heeft genomen van het Plan van aanpak visitor management Werelderfgoed Kinderdijk (2015, zie afbeelding 3.4). Hierin is een programmatisch kader opgesteld om de bezoekersstromen binnen het werelderfgoedgebied en de aanvoer naar het gebied te reguleren. Werelderfgoed Kinderdijk heeft een matige bereikbaarheid voor bezoekers, wat een negatieve uitstraling geeft op het imago van het kroonjuweel. De logistieke druk heeft voorts nadelige gevolgen voor het omliggende gebied. Deze vervoersstromen moeten in de omgeving goed worden afgewikkeld. Het uitgangspunt is om de groei van toeristen vooral via het water te vervoeren. Hiermee wordt de reis naar het gebied al onderdeel van de beleving ervan. Immers, het staat internationaal bekend om de innovatieve techniek van de waterbeheersing.

Afbeelding 3.4 Conceptschema Visitor Management 2016 Een van de kansrijke onderdelen van verkeer en vervoer omvat de waterbus. Alblasserdam heeft met de waterbus een rechtstreekse openbaar vervoerverbinding waar de fiets gratis mee kan, met Dordrecht en Rotterdam. Om het Werelderfgoed Kinderdijk met de waterbus te bereiken vanuit Alblasserdam, kan in Ridderkerk worden overgestapt op het Driehoeksveer. Vanuit Rotterdam is er een rechtstreekse verbinding met het Werelderfgoed. Voorliggend plan voorziet in een mogelijk nieuwe halte voor de waterbus. Het ontwikkelgebied Kloos wordt hierdoor goed bereikbaar voor recreanten en bewoners. De ontwikkeling wordt hierdoor onderdeel van de reis en beleving van en naar Kinderdijk. 3.2

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling van het Kloosterrein is in lijn met de nationale, provinciale en gemeentelijke belangen op het gebied van ruimtelijke ordening.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

41

Hoofdstuk 4 Wonen 4.1

Kader

4.1.1 Rijksbeleid Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien een bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten bevat, kan bij het moederplan worden bepaald dat de Laddertoets zich niet richt op de toelichting bij het moederplan, maar op de toelichting bij het wijzigings- of uitwerkingsplan.

Woonvisie Op 1 juli 2011 is de Woonvisie bekend gemaakt, deze visie volgt de 'Nota wonen; Mensen, Wensen, Wonen' uit 2002 op. De beleidsagenda van de Woonvisie volgt kort gezegd drie hoofdlijnen:  verbeteren van de aansluiting tussen vraag en aanbod op huur- en koopmarkt;  het verbeteren van de condities voor investeringen op de woningmarkt;  het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving in dorpen en steden. De Woonvisie bevat verschillen over de provinciale rol ten opzichte van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De minister heeft daarop aangegeven dat de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) het leidende document is. De SVIR als leidend document betekent dat, anders dan in de Woonvisie, de provincies vooraf sturen op woningbouwprogrammering omdat zij een integrale ruimtelijke afweging kunnen maken. Daarnaast zijn er in de Woonvisie Rijksdoelstellingen benoemd, die niet als zodanig terugkomen in de SVIR. 4.1.2 Provinciaal beleid Woonvisie Zuid-Holland 2011-2020 In oktober 2011 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Woonvisie Zuid-Holland 2011 - 2020 vastgesteld. In deze woonvisie zijn ambities en doelstellingen voor wonen in Zuid-Holland tot 2020 vastgelegd.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

42

De woningbehoefte is als gevolg van economische en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen (individualisering, gezinsverdunning, vergrijzing, vluchtelingenbeleid) aan verandering onderhevig. Het provinciale beleid is erop gericht voor alle bevolkingsgroepen een voldoende en passend woningaanbod te realiseren. Passend betekent dat woningen en woonmilieus aansluiten bij de situatie en wensen van bewoners, duurzaam zijn en passen in de ruimtelijke visie. Met dit uitgangspunt heeft de provincie 5 ambities geformuleerd:  Passend woningaanbod voor iedereen.  Niet meer woningen plannen dan nodig.  Toevoegingen en impulsen dragen bij aan een verbetering van de leefbaarheid.  Provincie stelt kaders voor de lange termijn, waardoor innovatie mogelijk wordt.  Regionale verscheidenheid wordt behouden en benut. 4.1.3 Regionaal beleid Regionale Woonvisie Drechtsteden In 2017 is een nieuwe regionale woonvisie opgesteld. De Woonvisie heeft als doel in 2030 een 'goed' woonklimaat in de Drechtsteden te voorzien, met hoogwaardig wonen en een stevige aantrekkingskracht om te werken en verblijven. Centrale vraag hierbij is wat het gewenste woonprofiel van de regio Drechtsteden in 2030 is en wat dit betekent voor de ontwikkeling van de gemeentelijke woonprofielen in de periode 2012-2030.

Met de regionale woonvisie wordt daarnaast invulling gegeven aan de eis van de provincie om in bestemmingsplannen de behoefte aan te tonen middels een regionale visie. De woonvisie wil een gezicht geven aan degenen die nu nog geen wooncarrière kunnen worden geboden. De belangrijkste ambitie hierbij is het inspelen op het onvoldoende passende aanbod in de grotere steden. De regio wil een kwalitatief hoog woningaanbod realiseren voor een doelgroep in een duurder segment, goed bereikbaar, met meer ruimte en met moderne stedelijke voorzieningen in of direct bij Dordrecht, met een traditioneel Hollands karakter. Hierbij wordt gekozen voor samenhangende groeiagenda. De zeven gemeenten blijven verplicht gezamenlijk optrekken en doorpakken om de woningvoorraad en woningkwaliteit sneller te laten groeien. Het doel van de woonvisie is: woningen bouwen waaraan behoefte is: gepaard met de economische groei, en met een gevarieerd woningaanbod. De juiste hoeveelheid gewenste woningen en woonmilieus voor de doelgroepen in de regio, op het juiste moment op de juiste plek. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met aandacht voor de bereikbaarheid en voorzieningen op maat. Als overkoepelend thema wordt nadrukkelijk ingezet op duurzaamheid en een energieneutraal Drechtsteden in 2050. Belangrijke uitgangspunten om het doel van de woonvisie te bereiken zijn geformuleerd in 20 kernpunten.

De voor de dit plan meest relevante kernpunten zijn in onderstaande lijst opgenomen. 1. De Drechtstedengemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. 2. De gemeenten zoeken naarstig naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3. De gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo’n 15.000 woningen te realiseren.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

43

4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. 5. De woningbehoeftetabel 2031 biedt koers voor de verdeling van de woontypen. 6. Nieuwbouwplannen voorzien in voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 7. Alle gemeenten zijn verplicht om locaties ten behoeve van de woonopgave te realiseren. Uit de woonvisie blijkt dat de regionale 'ladderruimte' nog niet volledig wordt benut. Er is behoefte aan en ruimte voor nieuwe plannen, op zowel korte, middellange als lange termijn. Wel is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de nieuwe plannen voorzien in de woningtypen, -segmenten en -kwaliteiten die gevraagd worden. Ut het woningbehoefteonderzoek van RIGO blijkt dat er in het woningbouwprogramma meer behoefte is aan koopwoningen en eengezinswoningen. Hierbij ligt de nadruk op koopwoningen vanaf 300.000 euro. Hiervoor moet een versnelling worden ingezet. Aanvullend op en binnen de kaders van deze regionale Woonvisie stellen de individuele gemeenten uiterlijk medio 2018 een lokale uitvoeringsparagraaf op. Hierin worden de regionale ambities verbonden met lokale wensen en mogelijkheden. De lokale uitvoeringsparagraaf concretiseert het woningbouwprogramma, en wordt jaarlijks herijkt. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is wat de regio kan doen om de gewenste ontwikkelingen te faciliteren.

Uitvoering van de lokale programma's en regie op monitoring en uitvoering ligt bij de gemeentes. Tevens wordt een gezamenlijke aanjaagrol ingericht en wordt gezamenlijke promotie van de Drechtsteden geëffectueerd. 4.1.4 Gemeentelijk beleid Nota Wonen 2012-2020 Deze gemeentelijke nota betreft een uitwerking van de regionale Woonvisie Drechtsteden 2010-2020. Het lokale woonbeleid past binnen het regionale woonbeleid. De Drechtsteden functioneren als één stedelijk gebied en één woningmarkt. Voor Alblasserdam wordt voor de periode 2010-2020 uitgegaan van een nieuwbouwproductie van tenminste 900 woningen en 100 onttrekkingen, dus een netto toevoeging van 800 woningen. Het gaat hierbij om: de onttrekking van 100 sociale huurwoningen, de bouw van 50 appartementen sociale huur, 50 eengezinswoningen sociale huur, 350 koopappartementen en 450 koop eengezinswoningen. In de nota worden de belangrijke projecten om deze opgave te realiseren aangegeven. In mei 2019 is het lokale uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031 verschenen, dat toeziet op het woningbouwprogramma binnen de gemeente Alblasserdam. In de autonome situatie heeft Alblasserdam een groei van circa 490 huishoudens. De plancapaciteit tot 2017 voorziet in circa 750 woningen. Daarbij zijn planontwikkelingen rond het Havengebied (circa 90 woningen) en transformatie van het Mercon terrein (circa 260 woningen) meegenomen.

Alblasserdam voorziet met deze plancapaciteit van het huidige woningbouwprogramma in voldoende mate in haar eigen behoefte, voortkomend uit de autonome groei zoals aangegeven in de Regionale Woonvisie 2017 - 2031.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

44

Regionaal is afgesproken dat in de plancapaciteit enige overmaat moet zitten (40%) omdat de ervaringen uit het verleden leren dat plannen soms doorschuiven of soms niet door gaan. Uitdagingen voor Alblasserdam bij deze extra groeiopgave liggen in het behoud van het kwalitatieve groen, de herallocatie van bedrijvigheid en de bereikbaarheid/ontsluiting van Alblasserdam. Kwalitatief zet de gemeente in op de tekorten in het huidige aanbod. Deze te korten zitten met name in de eengezinswoningen (koop) en in mindere mate in de categorie meergezinswoningen (koop en huur). Bij de nieuwbouwplannen in de koopsector moet worden gezorgd voor voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). Groei in het duurdere segment zorgt voor een meer evenwichtig samengestelde bevolking. Met de planontwikkelingen in het Havengebied en het Kloosterrein levert Alblasserdam een bijdrage aan het ontwikkelen van onderscheidende woonmilieus. 4.2

Onderzoek

Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder heeft betrekking op alle stedelijke ontwikkelingen: woningbouw, kantoren, bedrijven, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. Toetsing Het bestemmingsplan voorziet in maximaal 275 woningen in verschillende woontypologieën en aanvullend programma, namelijk kleinschalige horeca, maatschappelijke voorzieningen en een sportvoorziening voor de buurt. De definitieve aantallen per woningtypologie zijn weergegeven in afbeelding 4.1. In het noordelijk deel worden 23 grondgebonden dijkwoningen, 50 kleine kadeappartementen (beide in de koopsector) en 101 loodsappartementen (huur) gerealiseerd. Het middengebied bestaat uit 85 grote koopappartementen, waaronder enkele penthouses, verdeeld over 4 gebouwen. Tot slot worden er in het zuidelijk deel 8 grondgebonden villa’s gebouwd (koop) en een klein appartementengebouw met circa 8 appartementen.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

45

Afbeelding 4.1. Programma woningbouw (bron: inrichtingsplan Bosch Slabbers). NB de inrichting van de buitenruimte wordt nog nader uitgewerkt. Er is dus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied en was tot voor kort aangewezen als bedrijventerrein. Het terrein is inmiddels reeds aangemerkt als transformatiegebied. De voormalige aanduiding als bedrijventerrein is gesaneerd van de provinciale plancapaciteit, waardoor het plan geen compensatie behoeft voor wat betreft het verlies aan bedrijventerrein. Wanneer een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet de toelichting een beschrijving bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten tot het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. Het heeft de voorkeur dat de gemeente de ladder niet per plan toepast, maar vooraf in regionaal verband afspraken maakt over de kwantitatieve en kwalitatieve regionale behoefte. Als het plan past in een actuele regionale visie die is aanvaard door Gedeputeerde Staten, is daarmee voldaan aan één of meer treden van de ladder.

Gedeputeerde Staten geven bij de aanvaarding van de regionale visie aan in hoeverre daarmee op regionaal niveau de ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen, zodat bij individuele bestemmingsplannen daar naar kan worden verwezen.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

46

De bouw van woningen ter plaatse van het ontwikkelgebied Kloos speelt in op de regionale woonvisie van de Drechtsteden. Het plan draagt in de eerste plaats bij aan de opgave om het sterk groeiende aantal huishoudens te voorzien van een passend woningaanbod. Dit geldt ook voor de afstemming van de woningbouwplannen in de planmonitor wonen. De Klooslocatie is met 275 woningen opgenomen in de provinciale planmonitor van ZuidHolland, en daarmee regionaal afgestemd. Ook voorziet het plan in een divers palet aan woningtypen, met onder meer koopwoningen in het duurdere segment, waartoe een versnelling is gewenst. De kleinschalige horecavoorziening en sportvoorziening vormen ondergeschikte functies die complementair zijn aan de woningbouwontwikkeling. Zij vormen geen belemmering voor gelijkwaardige functies in de omgeving. Gezien voorgaande voldoet het plan aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 4.3

Conclusie

De maximaal 275 woningen ter plaatse van Kloos past binnen het Rijks-, provinciaal-, en gemeentelijk beleid aangaande volkshuisvesting, waarin maximaal 275 woningen zijn genoemd. Voorliggend bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Het aspect volkshuisvesting vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

47

Hoofdstuk 5 Mobiliteit 5.1

Kader

5.1.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) voorziet een groei in de mobiliteitsbehoefte tot 2030. Deze groei is het grootst in de Randstad en Brabant. Om de concurrentiekracht van Nederland te versterken, is een netwerk van hoogwaardige internationale verbindingen nodig, net als een goede nationale bereikbaarheid van onze belangrijkste economische regio's. Het Rijk zet de gebruiker van mobiliteit centraal. Het verknopen van verkeerssystemen en vervoerwijzen neemt daarbij een belangrijke plaats in, net als het beter benutten van infrastructuur, met een volwaardige plaats voor langzaam en recreatief verkeer. Het Rijk mikt op multimodale (keten)maatregelen die het gebruik van de capaciteit optimaliseren. In de ambitie van het Rijk is Nederland in 2040 een bepalende speler in de transitie naar duurzame mobiliteit. In de SVIR gaat het Rijk vooral in op de transitie naar schone voertuigen, uitgewerkt in de duurzaamheidsagenda. Deze doet een beroep op bedrijfsleven (Green Deals) en decentrale overheden (Klimaatagenda). Duurzaamheid is op meerdere manieren verwerkt in het stedenbouwkundig plan voor Kloos. Ten aanzien van mobiliteit zijn een aantal uitgangspunten opgesteld. Het plan stimuleert het fietsverkeer en creëert veiligheid door het weghalen van de loods aan de dijk.

Er blijft een mogelijkheid voor een toekomstige halte voor de waterbus en parkeren wordt uit het zicht geplaatst, wat ongewenst parkeren van toeristen ontmoedigt. 5.1.2 Provinciaal beleid Visie Ruimte en Mobiliteit De Visie ruimte en mobiliteit bevat het strategische beleid met een planhorizon tot 2030. Het Programma mobiliteit operationaliseert de strategische doelstellingen voor mobiliteit en beschrijft concrete maatregelen. Het Programma ruimte operationaliseert parallel aan dit programma de strategische doelen voor ruimte. Voor mobiliteit heeft de provincie ZuidHolland de volgende drie strategische doelen: 1. Op orde brengen van het mobiliteitsnetwerk, zodat mensen en goederen doelmatig de juiste plaats kunnen bereiken. 2. Verbeteren van de balans tussen mobiliteit en de kwaliteit van de omgeving, zodat mobiliteit veilig is, de omgeving leefbaar is en bijgedragen wordt aan energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. 3. Beter aansluiten van het aanbod van openbaar vervoer bij de maatschappelijke vraag. Programma mobiliteit In het programma mobiliteit staan de ambities en de provinciale belangen. Het programma

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

48

mobiliteit kent een grotere dynamiek dan de visie. Het kan hierdoor bijvoorbeeld in samenhang met een nieuw collegeprogramma, elke vier jaar worden geactualiseerd. Er wordt daarbij verbinding gelegd met de verschillende uitvoeringsprogramma’s, beleidsuitwerkingen en verordeningen zoals deze al bestaan voor mobiliteit. Provinciaal Verkeer- en Vervoerplan 2002 - 2020 In het Provinciaal Verkeer- en Vervoer Plan (PVVP) van 21 januari 2004 beschrijft de provincie Zuid-Holland hoe zij de komende jaren haar beleid op het terrein van verkeer en vervoer vorm wil gaan geven. Daarbij komen onderwerpen aan de orde als bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De provincie Zuid-Holland kiest voor een beleid van beheerste groei van de mobiliteit. Daarbij moeten tegelijkertijd de individuele wensen en eisen die reizigers en het bedrijfsleven aan de kwaliteit van hun mobiliteit stellen niet uit het oog worden verloren. Om de bereikbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving in stand te houden is ten eerste een kwaliteitssprong van het openbaar vervoer op alle niveaus vereist. Vervolgens dient een vermindering van congestie en een verbetering van de bereikbaarheid plaats te vinden. Om die reden worden kwaliteitseisen gesteld aan de trajectsnelheden van de verschillende typen wegverbindingen. Tot slot wordt gestreefd naar een toename van het fietsgebruik.

Daartoe zal een volwaardig fijnmazig netwerk van zowel verkeersveilige, sociaal veilige, als comfortabele verbindingen moeten worden gerealiseerd. De groei van de mobiliteit mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de leefomgeving. Eén van de ambities van de provincie is dan ook het duurzaam verbeteren van de omgevingskwaliteit in Zuid-Holland door het oplossen van de belangrijkste knelpunten in de omgevingskwaliteit (te hoge uitstoot van vervuilende stoffen, geluidsoverlast en ruimtelijke versnippering) en het voorkomen van nieuwe knelpunten. 5.1.3 Gemeentelijk beleid Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan Alblasserdam (GVVP) Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam (eindnota d.d. 25 september 2019) is enerzijds een afgeleide van het vigerende landelijk, regionaal en lokaal verkeer– en vervoerbeleid, anderzijds geeft het invulling aan de lokale speelruimte op het gebied van verkeer en vervoer. De visie functioneert voor de gemeente Alblasserdam als leidraad bij de ontwikkeling of uitvoering van lokaal beleid op het gebied van verkeer en vervoer. Een GVVP is een afweging tussen allerlei belangen zoals economie en leefbaarheid, waarbij verschillende invalshoeken een rol spelen. Bij elke ontwikkeling moet worden gezocht naar een balans tussen onder andere aspecten als leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid, duurzaamheid en economische aspecten.

Bij ruimtelijke plannen moeten de consequenties ten aanzien van verkeer en vervoer in een vroeg stadium in beeld worden gebracht.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

49

Lokaal autonetwerk Het gebruik van de auto neemt ondanks maatregelen ter stimulering van andere vervoerswijzen (fiets, openbaar vervoer e.d.) nog steeds toe. Enerzijds omdat de auto steeds vaker wordt gebruikt (ondanks de beschikbare alternatieven en ontmoedigende initiatieven) en anderzijds door regionale en lokale ontwikkelingen. Als voorbeelden kunnen hierbij worden genoemd:  Lokale- en regionale groei van het aantal inwoners  Ontwikkelingen zoals o.a. Kloos en Nedstaal  De ambitie voor de Maritieme regio  De groei van bedrijven op o.a. Nieuwland Parc  De groei van de container transferium  De ontwikkeling van het Transferium Deze ontwikkelingen zijn van invloed op het functioneren van de verkeersinfrastructuur in en om Alblasserdam. Met behulp van het rekenmodel voor de Regionale VerkeersMilieukaart Drechtsteden is een doorkijk gemaakt naar 2030 voor wat betreft de ontwikkeling van het autogebruik op het wegennet van Alblasserdam. Deze doorkijk is gebaseerd op zowel de gekende lokale– en regionale ontwikkelingen als het huidige verkeers- en vervoersbeleid; een zogenaamd “worst-case scenario”. De werkelijke groei van het autoverkeer zal naar alle waarschijnlijkheid minder groot zijn als gevolg van verdergaand en nieuw beleid met betrekking tot vervoerswijze, keuze, thuiswerken, werktijden, enzovoort.

Ook lokale ontwikkelingen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de beperking van de groei van het autoverkeer. De ontwikkeling van Kloos biedt bijvoorbeeld kansen met het realiseren van een extra waterbushalte. Tevens levert Kloos als woningbouwlocatie minder (zwaar) verkeer dan wanneer hier zich opnieuw een bedrijf met veel arbeidsplaatsen zal vestigen volgens het vigerend bestemmingsplan. Duurzaamheidsagenda 2016-2020 Samen Slim Investeren Duurzaamheid, milieu en leefbaarheid spelen een belangrijke rol in de toekomst van verkeer en vervoer. Door te investeren in oplaadpunten en deelauto's, het stimuleren van het gebruik van de waterbus, het ver verminderen van werkverkeer per auto en het voorkomen van bronverontreiniging kunnen deze aspecten worden verbeterd. 5.2

Onderzoek

Het stedenbouwkundig plan voor Kloos gaat uit van de realisatie van 275 woningen, een kleinschalige horecavoorziening, maatschappelijke voorzieningen en een sportvoorziening. In het plan is rekening gehouden met een logische en veilige verkeersafwikkeling en voldoende parkeervoorzieningen. Het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan zoals opgenomen in bijlage 1, voorziet in een toelichting op de autobereikbaarheid van de locatie maar is niet op alle punten actueel. Een juiste beschrijving van de verkeersstructuur is opgenomen in paragraaf 5.2.1.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

50

Het plan mag op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening geen onaanvaardbare verkeershinder in de nabijheid van de omliggende woningen veroorzaken. De Kloosontwikkeling kan echter niet los worden gezien van andere ontwikkelingen in het gebied. Vooral de mogelijke groei van het toeristisch verkeer van en naar de molens van Kinderdijk (Stichting Wereld Erfgoed Kinderdijk, SWEK) zijn in dit kader belangrijk. In het kader van het bestemmingsplan is een uitgebreid verkeersonderzoek uitgevoerd dat inzicht geeft in de effecten van de Kloos-ontwikkeling op de omgeving. De conclusie uit het rapport wordt toegelicht in paragraaf 5.2.2. Tot slot wordt in paragraaf 5.2.3 aandacht besteed aan parkeren. 5.2.1 Verkeersstructuur Ontsluitingsstructuur Voor de Klooslocatie is een stedenbouwkundig plan opgesteld waarbij wordt uitgegaan van 275 woningen. Naast deze woonfunctie wordt maximaal 350 m2 BVO aan voorzieningen, zoals een horecavoorziening en/of sportschool, in het gebied gerealiseerd. Vooralsnog wordt gedacht een restaurant dat ook ’s avonds en in het weekend open is. Voor het totale autoverkeer van de ontwikkeling Kloos, inclusief het zuidelijk gelegen appartementengebouw (8 stuks) en de 8 vrije kavels zouden in eerste instantie twee autoontsluitingen worden gerealiseerd.

Het verkeersbureau GraaffTraffic heeft in het kader van dit bestemmingsplan onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor ontsluiting, verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het verkeer van en naar het Kloos-terrein (bijlage 4). In februari 2021 is tijdens een (digitale) bewonersavond deze ontsluitingsstructuur besproken. Daarbij zijn, ten opzichte van het voornoemde, ook twee andere ontsluitingsmogelijkheden besproken: een hoofdontsluiting ter plaatse van het Zwarte Paard (in plaats van ter plaatse van de Molenkade) en juist een secundaire, ondergeschikte ontsluiting ter plaatse van de Molenkade; of in totaal maar één ontsluiting. Na diverse overleggen met omwonenden, de gemeente, adviesbureau GraaffTraffic en de ontwerpers van het plan, bleek een enkele verkeersontsluiting ter hoogte van het Zwarte Paard de voorkeur te hebben. Vervolgens is de ruimtelijke vormgeving van deze aansluiting verder onderzocht. Mogelijkheden en keuze type aansluiting De hoofdontsluiting van het gebied kan op meerdere manieren worden vormgegeven. Er is op verzoek van omwonenden en raadsleden gekeken naar de mogelijkheden voor realisatie van een rotonde ter plaatse van de hoofdontsluiting. Daarnaast zijn in diverse verkeerskundige onderzoeken door GraaffTraffic en overleggen tussen de ontwikkelaar en de gemeente Alblasserdam, ook diverse oplossingen voor de kruisingen besproken.

Dit alles met het doel om de verkeersveiligheid te garanderen en waar mogelijk te verbeteren. Ook een verbeterde doorstroming van het verkeer op de Kinderdijk heeft een hoge prioriteit. Concluderend zijn drie oplossingsrichtingen denkbaar: 1. Kruispunt met middenberm realiseren 2. Verkeerslichten plaatsen

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

51

3.

Rotonde aanbrengen

Door GraaffTraffic is een rapport opgesteld waarin de verschillende oplossingsrichtingen nader zijn onderzocht en toegelicht. Dit rapport is opgenomen als bijlage 22. Omdat een rotonde voor omwonenden de voorkeur had is hier een separate notitie voor opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage 21. Optie 1: Kruispunt met middenberm realiseren Uit de berekeningen blijkt dat voor de aansluiting Zwarte Paard – West Kinderdijk een voorrangskruispunt met brede middenberm het verkeer kan afwikkelen. Daarbij is het wenselijk om het fietspad langs de West Kinderdijk iets te verschuiven, zodat een afstand van 5 meter aanwezig blijft tussen het fietspad en rijbaan van de West Kinderdijk. Wel is er een risico voor wat betreft de opstelgelegenheid in de middenberm. Wanneer zich meer dan 2 twee voertuigen in de middenberm opstellen, is er een reële kans dat de aansluiting op het kruispunt wordt geblokkeerd. Deze kans kan worden verkleind door op de drukste verkeersrichting, de West Kinderdijk noord, een extra opstelvak voor linksafslaand verkeer te creëren (zie afbeelding 5.1). Dit biedt ook een oplossing voor het afslaand busverkeer.

Afbeelding 5.1.: onderzoeksschets inpassing voorrangskruispunt brede middenberm met extra opstelstrook West Kinderdijk noord (bron: Bosch Slabbers en Graaff Traffic) Optie 2: Verkeerslichten plaatsen De oplossingen met verkeerslichten hebben een groter ruimtebeslag (afbeelding 5.2). Dit geldt zeker voor de situatie waarbij voor het fietsverkeer aparte voorzieningen worden aangelegd. Een COCON berekening om de exacte configuratie en lengte van de opstelvakken te bepalen is bij een verdere uitwerking van verkeerslichten aan te bevelen.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

52

Afbeelding 5.2.: onderzoeksschets inpassing verkeerslichten hoofdontsluiting Kloos (bron: Bosch Slabbers en Graaff Traffic) Optie 3: Rotonde aanbrengen Het aanbrengen van een rotonde is in eerdere plannen al eens ter sprake gekomen, maar nooit technisch uitgewerkt. Ook is destijds geen rekening gehouden met een dijkverhoging. In de huidige plannen van FSD is de optie voor een rotonde nogmaals onderzocht, op verzoek van omwonenden. Er is concreet gekeken naar een rotonde met een diameter van 35 meter met (daarbuiten) een vrijliggend fietspad. Het fietspad aan de zijde van de dijk is daarbij tweerichtingsverkeer, en aan de kant van het Zwarte Paard een enkele richting. De rotonde ligt in het logische verlengde van het Zwarte Paard en zoveel mogelijk in het logische verlengde van de West Kinderdijk. Daarbij geldt:  De as van de weg op de rotonde komt niet dichterbij dan de as van de huidige weg;  De versterkte dijk krijgt een kruinhoogte van 5.10 meter NAP;  Het tracé van de versterkte dijk volgens VO-ontwerp Kloos van dec 2020 blijft behouden;  Bebouwingscontouren nieuwbouw zijn conform het VO-ontwerp Kloos van dec 2020. Het realiseren van een rotonde beperkt de wachttijden van het verkeer. Dat is positief. Maar met dit ontwerp ontstaan diverse inpassingsproblemen.

Door de ligging van het dijkprofiel en de ligging van de rotonde komt het deel van de rotonde aan de westzijde (rivierzijde) sowieso op dijkhoogte te liggen. De rotonde komt hiermee onder een hellingshoek van 4% te liggen, wat verkeerstechnisch niet wenselijk is zeker gezien de grote hoeveelheid vrachtverkeer. De dijk moet dan stijgen naar het hoge niveau van de rotonde. Dit is ruim 1 meter hoger dan in de huidige situatie, waardoor de aangrenzende woningen hun uitzicht verliezen. Hiermee komen tevens een aantal langsparkeerplaatsen te vervallen. Afbeelding 5.3. geeft dit weer. Daarbij staat ook het transformatorhuisje een goede inpassing in de weg. De gebiedstrafo voorziet een groot gedeelte van Alblasserdam van elektriciteit, waaronder ook het NedStaal terrein, dus die kan niet gesloopt worden. Verplaatsing van het trafohuisje is niet wenselijk vanwege de zeer hoge kosten en risico’s. Het huisje vormt hierdoor een obstructie bij de inpassing van een eventuele rotonde. Tot slot is bij een rotonde meer sprake van optrekkende voertuigen dan bij bijvoorbeeld een kruispuntsituatie.

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

53

Ook het realiseren van fietsstroken in plaats van fietspaden op de rotonde zal tot verkeersonveilige situaties leiden. Dit vooral vanwege intensiteit op de rotonde en het feit dat (aan de westzijde) sprake is van een tweerichtingenfietspad. Een rotonde is op deze plek dus niet binnen de verkeersveiligheidskaders in te passen. Uit de overleggen met verkeerstechnici volgt ook dat een rotonde meer afremmend en optrekkend verkeer als gevolg heeft, wat een extra geluidsbelasting voor de omgeving geeft. Daarnaast staat het nabijgelegen transformatorstation een goede inpassing in de weg. Eventuele verplaatsing van het station is daarbij een extra horde om te nemen. Samengevat zijn er diverse factoren die de keuze voor een rotonde in de weg staan ten opzichte van de andere opties: extra geluidsbelasting omgeving (waaronder vrachtverkeer), ruimtelijke inpassing (dijkverhoging, trafostation en naastgelegen bebouwing) en daarnaast een suboptimale verkeersveiligheid.

Afbeelding 5.3.: onderzoeksschets inpassing rotonde hoofdontsluiting Kloos (bron: Bosch Slabbers, 09-03-2021) Conclusie: Een voorrangskruispunt met extra opstelstrook waarborgt een goede verkeersafwikkeling en is het best inpasbaar. Gekozen oplossing verkeersafwikkeling Voor het autoverkeer met bestemming Kloos is uiteindelijk, na alle overleggen met omwonenden, verkeerskundigen van de gemeente en adviesbureau GraaffTraffic en de ontwerpers van het plan, gekozen voor een enkele verkeersontsluiting ter hoogte van het Zwarte Paard. Vanaf dit kruispunt heeft men toegang tot het gehele gebied. Hierbij is gekozen voor een ruim opgezet kruispunt met opstelplaatsen in de middenberm. De brede middenberm zorgt voor goede verkeersveiligheid en functionaliteit, door overzicht en ruimte te bieden voor alle soorten verkeer. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat wachttijden

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

54

met dit ontwerp optimaal blijven, zonder daarmee (op verzoek van omwonenden) stoplichten te hoeven plaatsen. Bij de keuze is tevens inpassing via een rotonde beschouwd, waarbij technische inpasbaarheid (hoogteverschillen, schuine vlakken en grote ruimte behoefte) en invloed op de omgeving door een verhoogd wegverkeerslawaai (optrekkend en afremmend verkeer) de inpassing onwenselijk maken. Met de keuze voor verkeersontsluiting op het Zwarte Paard blijft de situatie op de West Kinderdijk grotendeels gehandhaafd, waarbij er in het ontwerp van het kruispunt uitvoerige aandacht is geweest om verkeersveiligheid en functionaliteit te waarborgen. Tegelijkertijd zorgt een overzichtelijk kruispunt op één locatie voor rust en ruimte in de rest van het gebied, met een hoofdrol voor fietsers en wandelaars. Ook kan de bestaande gebiedstrafo landschappelijk goed worden ingepast. Een nieuwe waterbushalte langs de kade kan het autoverkeer ontlasten en het gebied beter bereikbaar maken niet alleen voor bezoekers maar ook voor toekomstige bewoners. Of deze halte er komt, is nog niet duidelijk. Dit hangt samen met de betreffende dienstregeling die op termijn mogelijk zal worden aangepast. Zowel het stedenbouwkundig plan als het bestemmingsplan anticiperen daarom op een mogelijke halte.

Nadere uitwerking aansluiting op de Molenkade Nu definitief gekozen is voor één verkeersontsluiting ter hoogte van het Zwarte Paard, wordt deze aansluiting verder uitgewerkt. In het stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen is een bijna volledige rotonde ingetekend. Er wordt gekeken hoe deze aansluiting kan worden geoptimaliseerd. In afbeelding 5.4 is de recente stand van zaken weergegeven, waarbij een meer directe aansluiting is voorzien. Uiteraard vindt nog nadere uitwerking en detaillering plaats. Dit uitgewerkte detailniveau wordt ook niet vastgelegd met dit bestemmingsplan. De bestemming Verkeer-Verblijfsgebied die ter hoogte van de inrit is opgenomen, biedt voldoende flexibiliteit voor verdere uitwerking.

Afbeelding 5.4 Aansluiting West Kinderdijk – Zwarte Paard

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

55

5.2.2 Onderzoek verkeerseffecten Het onderzoek naar de verkeerseffecten van de ontwikkeling van Kloos is uitgevoerd door GraaffTraffic. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 4. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste conclusies. Belangrijk hierbij is om te vermelden dat in het verkeersonderzoek nog vermeldt dat er twee auto-ontsluitingen zijn voorzien. Zoals in de voorgaande paragraaf beschreven is in een later stadium gekozen voor één autoaansluiting ter hoogte van het Zwarte Paard. De verkeersintensiteiten en verkeersstromen in de omgeving van het plangebied veranderen hierdoor echter niet, waardoor het onderzoek gewoon toereikend is. De Kloos ontwikkeling bestaat uit maximaal 275 woningen en koffiebar/sportschool van circa 350 m2 bvo. Alle woningen worden via een ontsluiting ter hoogte van het Zwarte Paard ontsloten. Het verkeersonderzoek geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen:  Hoeveel autoverkeer genereert de nieuwbouwlocatie en hoe is de oriëntatie van dit autoverkeer?  Kan de huidige infrastructuur het verkeer door de komst van de nieuwe woningen blijven verwerken of zijn er aanpassingen nodig?  Geldt dit ook bij uitbreiding van de toeristische activiteiten van Kinderdijk? Het autoverkeer van en naar het plangebied is toegevoegd aan het regionale verkeersmodel.

Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van het meest recente verkeersmodel (RVMK Drechtsteden 2018). In deze RVMK is 2018 het basisjaar en zijn er standaard prognosejaren voor 2030 en 2040 met zowel een laag en hoog scenario. In het scenario “hoog” zitten alle woningbouwplannen van de regionale woningmonitor Drechtsteden verwerkt volgens de opgaven van alle Drechtsteden stand mei 2018. In de berekeningen voor Kloos is 2021 als referentiejaar geschat door interpolatie van 2018 en 2030. Voor de toekomst is het jaar 2040 scenario hoog aangehouden. Hiermee is meteen marge aangehouden voor het bestemmingsplan. Er is sprake van een worst case situatie. De Kloosontwikkeling kan niet los worden gezien van toeristische ontwikkelingen in het gebied. In het verkeersonderzoek uit 2018 zijn de verkeerseffecten van de IHC en SWEK berekend. Deze cijfers van IHC en SWEK zijn in het nieuwe verkeersmodel geïntegreerd. In het verkeersmodel zijn voor het jaar 2040 de volgende infrastructurele aanpassingen opgenomen:  Verbreding van de A15 tot Sliedrecht-Oost;  Verbeterde aansluiting A15/N3 met een ongelijkvloerse boog vanuit Gorinchem richting Dordrecht;  Lokaal is een correctie van de verkeersregelinstallatie Ruigenhil naar voorrangskruispunt ingebracht.

De verkeerseffecten zijn inzichtelijk gemaakt middels een berekening van de verkeersintensiteiten versus de wegcapaciteit: het I/C-ratio (verhouding intensiteitcapaciteit). Een kruispunt heeft een goede afwikkeling als de I/C-ratio voor iedere tak van het kruispunt onder de 0,8 ligt. Daarbij is het wenselijk de gemiddelde wachttijd voor het

Bestemmingsplan "Kloos" Toelichting Vast te stellen, november 2021

56

verkeer op de verschillende takken niet meer dan 15 seconden bedraagt. Bij een langere wachttijd zal verkeer steeds meer risico nemen, wat een negatieve invloed heeft op de verkeersveiligheid. Als de gemiddelde wachttijd meer dan 30 seconden bedraagt, zijn maatregelen absoluut noodzakelijk. Conclusie Als gevolg van alle ontwikkelingen zal de etmaalintensiteit op de West Kinderdijk in 2040 met circa 40% toenemen ten opzichte van 2021. Deze toename van het verkeer is vooral het gevolg van andere ontwikkelingen dan Kloos. Daarbij is de avondspits beduidend drukker dan de ochtendspits. De ontwikkeling Kloos leidt in het maatgevende avondspitsuur op de West Kinderdijk ten zuiden van de Molenkade tot een extra toename van 9% (159 voertuigen). Op de Oost Kinderdijk neemt de verkeersintensiteit in de avondspits toe met 28% waarvan 6% het gevolg is van de Kloos ontwikkeling. Op de Oost Kinderdijk blijft de toename van de etmaalintensiteit als gevolg van de Kloosontwikkeling beperkt tot circa 7%. Op De Helling en Cortgene is de toename van de etmaalintensiteit als gevolg van de Kloosontwikkeling minder dan 5%. Het effect van Kloos op de totale verkeersafwikkeling is verwaarloosbaar. De West Kinderdijk kan de toekomstige verkeersintensiteit blijven verwerken. De I/C ratio op de wegvak ligt in zowel ochtend- als avondspits onder de 0,7.

Het kruispunt West Kinderdijk – Molenkade – Kloos kan in de ochtend- als avondspitsuur met de huidige vormgeving het verkeer niet goed afwikkelen. Vooral in de avondspits is de I/C ratio te hoog en de gemiddelde wachttijd van het verkeer op de Molenkade en Kloos te lang. Met de aanleg van een middenberm van 5 meter breed kan het autoverkeer wel goed worden afgewikkeld. Met de aanleg van een middenberm verbetert ook de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers omdat de oversteekbaarheid aanzienlijk verbetert door het oversteken in twee etappes. De verkeersbewegingen ten aanzien van de woningen, die via het Zwarte Paard ontsloten worden, zijn bij een 5 meter brede middenberm de wachttijden in ochtend- en avondspits acceptabel. Ook hierdoor verbetert de verkeersveiligheid voor overstekende fietsers van het Zwarte Paard naar het fietspad langs de West Kinderdijk (en vv). Het verkeersmodel is een automodel en houdt geen rekening met verbeteringen in het OVaanbod. Het nieuwe buslijnennet kan gunstig uitwerken voor een vermindering van het autogebruik, zowel naar Kloos als naar Kinderdijk. 5.2.3 Parkeren Parkeerplaatsen langs de dijk De bestaande parkeerplaatsen langs de dijk blijven behouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/221/documents/5036