Regionaal Risicoprofiel 2025-2028.pdf
Tekst van het document
Het Volkerak-Zoommeer kan ingezet worden om extra water te bergen en daarmee de waterstand te verlagen. Overgangsgebied: In het overgangsgebied is sprake van een combinatie van bovenstaande bedreigingen in wisselende samenstelling. Er komen drie overgangen voor: f-a: De maatgevende situatie is altijd met open Europoortkeringen, maar gaande van het faalkansgebied naar het rivierengebied wordt de rol van de rivierafvoer steeds belangrijker en die van de stormopzet minder. f-b: De maatgevende situatie gaat gaande van faalkansgebied naar bergingsgebied van open naar dichte Europoortkeringen, waarbij situatie met een hoge (maar niet extreem) afvoer die samenvalt met een middelbare stormvloed steeds belangrijker wordt. b-a: De maatgevende situatie gaat gaande van berging naar afvoergebied van dichte naar open stormvloedkeringen waarbij de rol van de afvoer steeds hoger wordt en die van de stormopzet terugloopt.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
61
Primaire waterkeringen Nederland wordt beschermd tegen overstromingen vanuit de Noordzee of de grote rivieren door een stelsel van primaire waterkeringen: duinen, dijken, dammen en stormvloedkeringen. Deze waterkeringen zijn opgedeeld in dijktrajecten die zijn aangewezen en genormeerd (van omgevingswaarde voorzien) in het Besluit kwaliteit leefomgeving Een dijktraject is een deel van een waterkering waarop een omgevingswaarde (voorheen norm) van toepassing is. In het gebied van VRZHZ wordt een deel van de dijktrajecten beheerd door waterschap Hollandse Delta en een deel door waterschap Rivierenland (zie figuren 3a en 3b).
Figuur 3a: Overzichtskaart van de gebieden in Zuid-Holland Zuid die voorheen dijkringen werden genoemd
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
62
Dijkring
Inliggende veiligheidsregio
16
Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
Zuid-Holland Zuid, Utrecht, Gelderland-Zuid (gebied bij Asperen)
43
Betuwe en Tieler- en Culemborgerwaarden
Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Zuid-Holland Zuid (Gorinchem Oost)
17
IJsselmonde
Rotterdam Rijnmond, Zuid-Holland Zuid (Zwijndrechtse Waard)
21
Hoeksche Waard
Zuid-Holland Zuid
22
Eiland van Dordrecht
Zuid-Holland Zuid
In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het begrip ‘dijktraject’ als volgt omschreven: “Een dijktraject is een deel van een waterkering waarop een omgevingswaarde van toepassing is.”
Figuur 3b: Dijktrajecten in het Benedenrivierengebied (bron: Waterveiligheidsportaal)
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
63
Binnen het gebied van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid gelden de volgende omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen: Dijkring
Beheerder
Dijktraject
Signaleringswaarde
Ondergrens
Veiligheidsbeoordeling
Alblasserwaard
WSRL
16-1
1:100.000
1:30.000
Voldoet ruim niet aan de ondergrens
Alblasserwaard
WSRL
16-2
1:30.000
1:10.000
Voldoet ruim niet aan de ondergrens
Alblasserwaard
WSRL
16-3
1:30.000
1:10.000
Voldoet ruim niet aan de ondergrens
Alblasserwaard
WSRL
16-4
1:30.000
1:10.000
Voldoet ruim niet aan de ondergrens
IJsselmonde
WSHD
17-1
1:3.000
1:1.000
Voldoet niet aan de ondergrens
IJsselmonde
WSHD
17-3
1:100.000
1:30.000
Voldoet ruim niet aan de ondergrens
Hoeksche Waard
WSHD
21-1
1:3.000
1:1.000
Voldoet niet aan de ondergrens
Hoeksche Waard
WSHD
21-2
1:300
1:100
Voldoet niet aan de ondergrens
Eiland van Dordrecht
WSHD
22-1
1:3.000
1:1.000
Voldoet niet aan de ondergrens
Eiland van Dordrecht
WSHD
22-2
1:10.000
1:3.000
Voldoet aan de ondergrens maar niet aan de signaleringswaarde
Beheerders-oordeel: waarschijnlijkheid doorbraak gehele dijkring
Mogelijk
Onwaarschijnlijk
Mogelijk
Mogelijk tot Onwaarschijnlijk
WSRL = Waterschap Rivierenland / WSHD = Waterschap Hollandse Delta
Tabel 1: Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject
Iedere twaalf jaar brengt de beheerder verslag uit aan de Minister van Infrastructuur en Water over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkering.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
64
Signaleringswaarde De signaleringswaarde is een overstromingskans voor een dijktraject, die samen met de ondergrens, als omgevingswaarde (veiligheidsnorm) in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Alle dijktrajecten van primaire waterkeringen in Nederland hebben een signaleringswaarde gekregen tussen de 1 in 300 jaar en 1 in 1.000.000 jaar. Periodiek wordt beoordeeld of dijktrajecten van primaire waterkeringen nog aan de signaleringswaarde voldoen. Als een dijktraject niet meer aan de signaleringswaarde voldoet, is dit een signaal dat deze op termijn versterkt moet worden. Als uit de twaalf jaarlijkse beoordeling blijkt dat de overstromingskans voor een dijktraject groter is dan deze waarde, moet dit worden gemeld aan de minister van Infrastructuur en Water. Het bereiken van de signaleringswaarde is één van de voorwaarden voor subsidiëring van maatregelen. Ondergrens De ondergrens geeft de maximaal toelaatbare faalkans voor een dijktraject aan. Dit is de overstromingskans waarop de waterkering minimaal berekend moet zijn. De ondergrens is dus de maximaal toelaatbare waarde van de overstromingskans. Als hieraan wordt voldaan, is het basisbeschermingsniveau gewaarborgd. In 2050 moeten alle waterkeringen hieraan voldoen. Veiligheidsbeoordeling De eerste beoordelingsronde, van 2017 t/m 2022 is afgerond en alle dijktrajecten zijn beoordeeld.
De beoordelingen zijn beschikbaar in het Waterveiligheidsportaal 2. Beheerdersoordeel Het beheerdersoordeel is een inschatting van de waarschijnlijkheid van een dijkdoorbraak zoals beschreven in de scenario’s in dit Risicoprofiel en volgens de methodiek beschreven in bijlage 2. Zettingsvloeiing Door morfologische processen in de Dordtse Kil, Oude Maas en Spui is ‘zettingsvloeiing’ in dit gebied van belang. In de Dordtsche Kil zijn in 2012, in de Oude Maas bij Hoogvliet en Spijkenisse in 2013 en in het Spui bij Hekelingen en Oud-Beijerland in 2013, noodmaatregelen uitgevoerd (bestorting van diepe stroomgeulen) om het ontstaan van het faalmechanisme zettingsvloeiing te voorkomen onder primaire waterkeringen langs de Dordtsche Kil, de Oude Maas en het Spui. In het Spui en de Oude Maas zijn in 2018 nog extra maatregelen uitgevoerd. Het faalmechanisme zettingsvloeiing kan pas visueel worden waargenomen als (een gedeelte van) de primaire waterkering al is afgeschoven. Met het meten en monitoren van waterspanningen in de primaire waterkeringen kan eerder het ontstaan van het faalmechanisme worden gedetecteerd. Waterschap Hollandse Delta heeft daarom waterspanningsmeters in primaire waterkeringen langs de Dordtsche Kil, de Oude Maas en het Spui aangebracht.
Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid en waterschap Hollandse Delta voeren een gezamenlijk monitoringsprogramma uit op de ontwikkeling van stroomgeulen in het Benedenrivierengebied. Door de uitvoering van het Kierbesluit, de verdieping van de Nieuwe Waterweg, en andere werkzaamheden in de rivieren zouden stroomsnelheden in het Benedenrivierengebied kunnen toenemen, waardoor snellere ontwikkeling van (diepe) stroomgeulen zou kunnen ontstaan.
2) Waterveiligheidsportaal
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
65
1.1
Overstroming dijktrajecten 16-1 t/m 16-5 (Alblasserwaard)
Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Overstroming normvakken 16-1 t/m 16-5
Aanduiding risicodiagram
Overstroming 16
Context Dijktrajecten of normvakken (16-1 t/m 16-5) vormen samen de ring (voorheen dijkring 16) Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden en beschermen een gebied van circa 39.230 hectare met circa 240.000 inwoners. De Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden ligt grotendeels in de provincie Zuid-Holland, voor een deel in de provincie Utrecht (gemeente Vijfheerenlanden) en voor een klein deel in de provincie Gelderland (gemeente West-Betuwe voor Asperen en Heukelum). De waterkeringen zijn in beheer bij Waterschap Rivierenland. Het gebied bevat acht inliggende gemeenten, zie tabel 2. Gemeenten in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden Alblasserdam Gorinchem*) Hardinxveld-Giessendam Molenlanden
Voorheen gemeente Giessenlanden en Molenwaard, laatstgenoemde bestaande uit gemeente Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland.
Papendrecht Sliedrecht Vijfheerenlanden**) let op: Provincie Utrecht en Veiligheidsregio Utrecht.
Voorheen gemeente Leerdam, Vianen en Zederik.
West-Betuwe***) voor een gedeelte van Lingewaal (Asperen en Heukelum), let op: Provincie Gelderland en Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.
Voorheen gemeente Lingewaal, Neerijnen en Geldermalsen.
Tabel 2: gemeenten gelegen in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden *) Gorinchem-Oost ligt in de Tieler- en Culemborgerwaarden bij een eventuele evacuatie is coördinatie tussen normvakken 16-1 t/m 16-5 en 43-1 t/m 43-6 noodzakelijk. **) Een gedeelte van de gemeente Vijfheerenlanden bevindt zich weliswaar in normvakken 16-1 t/m 16-5, maar behoort tot de Veiligheidsregio Utrecht (Provincie Utrecht). ***) Een gedeelte van de gemeente West-Betuwe (de Gelderse kernen Asperen en Heukelum) bevindt zich tussen de Linge, de grens van de veiligheidsregio’s en de Nieuwe Zuider Lingedijk die de grens van ring vormt, maar behoort tot de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (Provincie Gelderland).
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
66
Primaire waterkeringen De primaire waterkering rond de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden is circa 111 km lang, waarvan circa 86 km direct het buitenwater keert, de categorie a-waterkering. Deze keringen liggen langs de rivieren de Boven- en de Beneden-Merwede (zuidzijde), de Noord (westzijde) en de Lek (noordzijde). De normvakken 16-1 t/m 16-5 wordt gesloten door de Diefdijklinie (Oostzijde), dit betreft een waterkering van circa 25 km die tot het stelsel van primaire waterkeringen behoort, maar alleen water moet keren bij een doorbraak in de dijktrajecten 43-1 t/m 43-6.
Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de laatste overstromingsmodellen van Waterschap Rivierenland gebruikt. De gekozen waterstanden passen bij de kans ‘mogelijk’ en komen statistisch eens in de 1.000 jaar voor. Er is een doorbraaklocatie gekozen die de uitdagingen bij een evacuatie van deze dijkring inzichtelijk maken. De gevolgen in slachtoffers en getroffenen zijn berekend met de Schade en Slachtoffer module. Het aantal gewonden is ingeschat op vier maal het aantal dodelijke slachtoffers. Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen plaatsvindt.
Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.
Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Binnen enkele uren zijn evacuatieroutes aan de zuidzijde van dijkring 16 niet meer toegankelijk. Binnen een halve dag staan de eerste woonkernen onder water en is de maatschappelijke impact al immens. Met circa twee dagen staat ook de noordzijde van dijkring 16 onder water. In totaal worden 66.570 personen getroffen waarvan er 215 overlijden. De schade bedraagt 4.2 miljard euro. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
67
Figuur 4: Maximale waterdiepte in meters
Figuur 5: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
68
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
E
2.1 Doden
E
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
D hoog
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
E
3.1 Kosten
E
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
C
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
E
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaarbestuur
A
5.3 Sociaal psychologische impact
D
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
C
Waarschijnlijkheid De beheerders oordelen dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1.000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
69
1.2 Overstroming dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3 (IJsselmonde) Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Overstroming dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3 Dijkring 17 IJsselmonde
Aanduiding risicodiagram
Overstroming 17
Context De dijkring IJsselmonde is 62 km lang en ligt langs de rivieren de Nieuwe Maas (noordzijde), de Noord (oostzijde) en de Oude Maas (westzijde en zuidzijde). De dijkring beschermd een gebied van circa 12.550 hectare met circa 443.300 inwoners en 6 inliggende gemeenten. Er bevindt zich een uitgebreid stelsel regionale waterkeringen in het gebied, waaronder boezemkaden en compartimenteringskeringen. Dijkring 17 IJsselmonde is verdeeld in 3 dijktrajecten: • Dijktraject 17-1 ligt in het zuiden langs de Noord en Oude Maas • Dijktraject 17-2 loopt vanaf Hoogvliet tot aan de Brienenoordbrug • Dijktraject 17-3 ligt vanaf de Brienenoordbrug tot voorbij Ridderkerk
Gemeenten
Veiligheidsregio
Rotterdam
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Albrandswaard
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Barendrecht
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Ridderkerk
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Hendrik-Ido-Ambacht
Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
Zwijndrecht
Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid
Tabel 3: gemeenten gelegen in dijkring IJsselmonde
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
70
Figuur 6: Dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3
Er zijn berekeningen gemaakt met een doorbraak langs diverse delen van dit dijktraject, waardoor het berekende aantal slachtoffers (998 slachtoffers) en de berekende schade (ruim 40 miljard euro) hoog is. Vanuit de risicobenadering (risico = kans x gevolg) komt dat de overstromingskans klein is. Vandaar de vastgestelde norm van 1:100.000 per jaar. De normeringen van de dijktrajecten zijn in de Tabel 1 ‘Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject’ opgenomen.
Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 17 IJsselmonde gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijktraject. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig bij meerdere dijktrajecten optreedt, met mogelijk een overstroming achter meerdere dijktrajecten tot gevolg.
Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
71
Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.
Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario voor het beleidsplan is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig. Figuur 7: Kaart maximale waterdiepten bij zeer kleine kans
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
D
2.1 Doden
D-E
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
E
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
E
3.1 Kosten
D-E
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
D
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
E
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
B
5.3 Sociaal psychologische impact
D
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
C
Waarschijnlijkheid Omdat er nog dijkversterkingen moeten plaatsvinden om aan de normeringen te voldoen is het beheerdersoordeel over de kans op een overstroming van de Zwijndrechtse Waard (dijktraject 17-1) in dijkring 17 klasse B (onwaarschijnlijk).
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
72
1.3 Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 (Hoeksche Waard) Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 Dijkring 21 Hoeksche Waard
Aanduiding risicodiagram
Overstroming 21
Context Dijkring 21 Hoeksche Waard is verdeeld in twee dijktrajecten: • Dijktraject 21-1 ligt langs de noordrand • Dijktraject 21-2 ligt aan de zuidzijde Dijktrajecten 21-1 en 21-2 vormen samen dijkring 21 Hoeksche Waard en beschermen een gebied van circa 24.550 hectare met circa 89.760 inwoners in de gemeente Hoeksche Waard. De primaire waterkering rond de dijkring Hoeksche Waard is 69,4 km lang. De primaire waterkeringen liggen langs de rivieren het Spui (westzijde), de Oude Maas (noordzijde), Dordtsche Kil, (oostzijde), Hollands Diep en Haringvliet (zuidzijde). Er bevindt zich een uitgebreid stelsel regionale waterkeringen in het gebied, waaronder boezemkaden en compartimenteringskeringen. Figuur 8: dijktrajecten 21-1 en 21-2
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
73
Compartimenteringskeringen Specifiek voor de Hoeksche Waard is het stelsel van compartimenteringsdijken, die de dijkring in vele kleinere compartimenten verdeeld. De faalkans van deze compartimenteringsdijken is van belang voor de afleiding van de norm. Vanuit het landelijke traject is uitgegaan dat deze compartimenteringskeringen ‘standzeker’ zijn (faalkans = 0). In de landelijke Stuurgroep Deltaprogramma is aangegeven, dat deze aanname nog kritisch beschouwd zou moeten worden. De compartimenteringskeringen aan de zuidzijde liggen dicht achter de primaire waterkeringen en omsluiten de oude ‘opwassen’ (relatief hoge polders). Deze polders hebben vooral een agrarische functie. Achter de compartimenteringsdijken liggen oudere, diepere polders met de woonkernen en de lokale industriegebieden. Bij de berekeningen is aangenomen dat de compartimenteringskeringen ’standzeker’ zijn, d.w.z. ze blijven in stand, ook al staat het water tot de kruin. Dat betekent dat de polder zelf helemaal vol kan stromen, maar daarbuiten zou geen schade optreden of slachtoffers vallen. Vanuit het waterschap Hollandse Delta is voorgesteld om de signaleringswaarde voor dijktraject 21-2 te verhogen van 1:300 per jaar naar 1:1.000 per jaar vanwege de gevoeligheid van de aanname van standzekere compartimenteringskeringen.
Met dit voorstel is niet ingestemd bij de vaststelling van de huidige normering van dijktraject 21-2. De normeringen van de dijktrajecten zijn in de Tabel 1 ‘Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject’ opgenomen.
Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 21 Hoeksche Waard gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijktrajecten optreedt, met mogelijk een overstroming in meerdere dijktrajecten als gevolg.
Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
74
Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten.
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
D
2.1 Doden
C
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
C hoog
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
E
3.1 Kosten
C
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
C
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
E
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
A
5.3 Sociaal psychologische impact
D
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
B
Waarschijnlijkheid Het beheerdersoordeel is dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
75
1.4 Overstroming dijktrajecten 22-1 en 22-2 (Eiland van Dordrecht) Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Overstroming normvakken 22-1 en 22-2 Dijkring 22 Eiland van Dordrecht
Aanduiding risicodiagram
Overstroming 22
Context Dijkring 22 Eiland van Dordrecht is verdeeld in twee dijktrajecten. Dijktraject 22-1 ligt langs de zuidzijde en wordt begrensd door de compartimenteringsdijk, de Wieldrechtse Zeedijk. Dijktraject 22-2 ligt aan de noordzijde. Dijktrajecten 22-1 en 22-2 vormen tezamen dijkring 22 Eiland van Dordrecht en beschermen een gebied van 4.910 hectare met circa 121.450 inwoners in de gemeente Dordrecht. Ca 13.780 inwoners zijn woonachtig zijn in buitendijks gebieden. De primaire waterkering rond de dijkring Eiland van Dordrecht is 37,1 km lang. De keringen liggen langs de rivieren de Dordtsche Kil (westzijde) Oude Maas (noordwest zijde), de Beneden Merwede en Wantij (noordzijde), de Nieuwe Merwede (oostzijde) en het Hollands Diep (zuidzijde). Dijkring 22 Eiland van Dordrecht is op grond van de Waterwet ontworpen op een gemiddelde overschrijdingskans van 1/2.000 per jaar. Er bevindt zich een stelsel regionale waterkeringen in het gebied, compartimenteringskeringen. Overstromingsberekening Voorstraat Voor dijktraject 22-2 bij de Voorstraat is een afwijkende overstromingsberekening doorgevoerd. De Voorstraat in Dordrecht is al eeuwen een primaire waterkering voor de binnenstad van Dordrecht. Ook in 1953 is deze dijk niet doorgebroken, maar is er wel water over de kruin gestroomd.
Daarom is in de overstromingsberekening niet uitgegaan van een ‘bres’ in de Voorstraat (zodat het water snel en diep de binnenstad kan instromen en veel schade en slachtoffers eist), maar is uitgegaan van een overstroming van de kruin van de dijk. Daardoor is de hoeveelheid water aanzienlijk kleiner en de schade en slachtoffers beperkt. Daarom is de overstromingsberekening voor deze locatie niet vergelijkbaar met elders in Nederland.
Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 22 Eiland van Dordrecht gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen in het Benedenrivierengebied optreedt, met mogelijk overstromingen in meerdere dijkringen als gevolg.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
76
Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.
Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario voor het regionaal beleidsplan is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
77
Gevolgen (impact) De impact is afhankelijk van de plaats van de doorbraak, waarbij een doorbraak van dijktraject 22-2 in het stedelijke gebied een veel hogere impact zou hebben dan een dijkdoorbraak van dijktraject 22-1 in het landelijke gebied. Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
D
2.1 Doden
C hoog-E
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
D hoog-E
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
E
3.1 Kosten
D-E
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
C
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
E
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
B
5.3 Sociaal psychologische impact
D
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
C
Waarschijnlijkheid Het beheerdersoordeel voor een overstroming van dijktraject 22-1 is klasse C (mogelijk).
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
78
1.5 Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (grondgebied Zuid-Holland Zuid) Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (gedeelte Gorinchem-Oost, Hoog Dalem)
Aanduiding risicodiagram
Overstroming 43
Context Een relatief klein gedeelte (ca. 6,5 km2) van het grondgebied van de VRZHZ is gelegen binnen Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden. Het betreft een gedeelte van de gemeente Gorinchem (Linge, Wijdschild, Dalem, Laag Dalem, Laag Dalem Zuid en Hoog Dalem). In dit gebied wonen ca. 12.200 mensen. Het overstromingsscenario van normdijktraject 43-1 t/m 43-6 in zijn totaliteit, is uitgewerkt in het regionaal risicoprofiel van buurregio Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het regionaal risicoprofiel Zuid-Holland Zuid behandelt “slechts” het gedeelte Gorinchem-Oost en Hoog Dalem. Dit heeft consequenties voor de impactscores in de risicoanalyse. Deze zullen lager uitvallen dan de scores van de overige overstromingsscenario’s binnen de regio aangezien de impact o.a. wordt getoetst aan criteria zoals oppervlakte van het gebied en het aantal getroffenen. Dit leidt tot een vertekend beeld van de crisis die zal ontstaan, aangezien die minimaal gelijk is aan de overstroming van de overige dijkringen. De dijken rond de Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden beschermen een gebied van circa 66.000 hectare met circa 330.000 inwoners. Binnen het gebied liggen de gemeenten Arnhem (Zuid), Lingewaard, Over-Betuwe, Neder-Betuwe, Tiel, West-Betuwe (voor Neerijnen en Geldermalsen), Buren, Culemborg, Lingewaal en Gorinchem (Oost).
Met name het oostelijk deel van het gebied is sterk verstedelijkt met plaatsen zoals Arnhem (Zuid), Elst, Huissen en Bemmel. Daarnaast liggen verspreid door het gebied nog enkele relatief grote plaatsen zoals Tiel, Geldermalsen, Culemborg en Gorinchem-Oost. Verder kenmerkt een groot deel van het gebied zich als grasland en akkerbouw, met veel fruitteelt en boomteelt op de oeverwallen en tuinbouw op de stroomruggen.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
79
Figuur 9: Ligging (norm)dijktraject 43-1 t/m 43-6
De Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden liggen in de provincie Gelderland en (voor een klein gedeelte) in de provincie Zuid-Holland. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de Nederrijn en de Lek, aan de oostzijde door het Pannerdensch kanaal, aan de zuidzijde door de Waal en de Boven-Merwede aan de westzijde door de Diefdijklinie (figuur 9). Het gebied wordt omsloten door de normdijktrajecten 43-1 t/m 43-6. De totale lengte van de waterkeringen die tot het nationale systeem horen is circa 170,8 km, waarvan 166,9 km in beheer bij Waterschap Rivierenland, 3,3 km in beheer bij Rijkswaterstaat (voorhavendijken Amsterdam-Rijnkanaal) en 0,6 km in beheer bij Defensie (Fort Everdingen). In de dijken van normvakken 43-1 t/m 43-6 ligt een aantal kunstwerken als onderdeel van de primaire waterkeringen van normdijktraject 43-1 t/m 43-6. Deze kunstwerken zijn eveneens in beheer bij Waterschap Rivierenland, met uitzondering van de sluizen in het AmsterdamRijnkanaal. In het gebied liggen diverse grote infrastructurele werken, zoals rijkswegen, spoorlijnen en kanalen. Zo wordt het gebied doorsneden door de rijkswegen A325, A50, A2 en A15. Ook de spoorlijnen Gorinchem-Elst, ArnhemNijmegen, Utrecht-Den Bosch en de Betuwelijn doorsnijden het gebied.
Het gebied wordt daarnaast doorsneden door twee voor het gebied van belang zijnde waterlichamen: het Amsterdam-Rijnkanaal en de rivier de Linge. Met 100 km van Doornenburg tot Boven-Hardinxveld, is de Linge de langste rivier die geheel in Nederland ligt. Het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt het IJ in Amsterdam via Utrecht en Wijk bij Duurstede met de Waal bij Tiel. Het gebied loopt naar het westen af, inundatiewater loopt dan ook van Oost naar West. Naast de mogelijkheid om inundatiewater via de Linge af te voeren, kunnen ook de overlaten en de suatiesluis (afwateringsluis) bij Dalem worden ingezet om het inundatiewater af te laten naar de rivier. Het gebied Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden is op grond van de Waterwet ontworpen op een gemiddelde overschrijdingskans van 1/1.250 per jaar.
Scenario Uitgangspunt voor dit scenario zijn de laatste overstromingsmodellen van Waterschap Rivierenland. De gekozen waterstanden passen bij de kans ‘mogelijk’ en komen statistisch eens in de 1.000 jaar voor. Er is een doorbraaklocatie gekozen direct bij Gorinchem om de effecten zoveel mogelijk binnen de regio Zuid-Holland Zuid te laten vallen. De gevolgen in slachtoffers, getroffen en inwoners zijn berekend met de Schade en slachtoffer module. Het aantal gewonden is ingeschat op viermaal het aantal dodelijke slachtoffers. Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen plaats vindt.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
80
Oorzaak Hoge waterstanden op de rivier, kunnen op tal van plaatsen leiden tot het falen van de waterkering. Wanneer een bres ontstaat of dreigt te ontstaan, heeft Gorinchem afhankelijk van de locatie vrijwel geen of voldoende tijd om te evacueren. Berekeningen van waterdiepte en het verloop van de overstroming in de tijd zijn gebaseerd op maatgevende hoogwaterstanden. In normdijktraject 43-1 t/m 43-6 krijgt Gorinchem vanwege haar relatief lage ligging in bijna alle gevallen te maken met overstroming.
Incident Een bres in de directe nabijheid van Gorinchem heeft tot gevolg dat Gorinchem-Oost binnen een uur al voor grote delen overstroomt. In dat geval is geen evacuatie (preventief, horizontaal) meer mogelijk. Een bres bij Tiel zal eveneens leiden tot overstroming, maar hierbij duurt het ruim een dag voordat het water Gorinchem heeft bereikt. Volgens de Schade Slachtoffer Moduele zijn er 32.090 getroffenen waarvan 263 dodelijke slachtoffers. De schade bedraagt 3.4 miljard euro.
Figuur 10: Maximale waterdiepte
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
81
Figuur 11: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
D
2.1 Doden
D
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
C hoog
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
C
3.1 Kosten
D
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
A
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
E
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
A
5.3 Sociaal psychologische impact
D
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
C
Waarschijnlijkheid Voor dijkring 43 is het beheerdersoordeel dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1.000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
82
1.6 Overstroming buitendijkse gebieden Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Overstroming buitendijkse gebieden
Aanduiding risicodiagram
Overstroming buitendijks
Context Land dat direct grenst aan de rivieren en niet wordt beschermd door een genormeerd stelsel van waterkeringen wordt in dit plan gedefinieerd als buitendijks gebied. Buitendijkse gebieden zullen bij een bepaalde rivierwaterstand overstromen, dit noemen we hoogwater. We spreken dan van ‘wateroverlast buitendijks’. Buitendijkse gebieden worden soms door een voorliggende waterkering beschermd. Deze keringen zijn over het algemeen lager dan de primaire kering die de dijkring beschermt. Voor de buitendijkse gebieden bestaat er een onderscheid in de volgende typen: • gebieden met bescherming tegen hoog water doordat ze geheel of gedeeltelijk zijn opgehoogd maar zonder waterkering (vooral haven- en industrieterreinen maar ook stedelijk gebied); • niet-beschermde gebieden (veelal landbouw- en natuurgebieden, maar in de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid ook stedelijke gebieden); • gebieden met bescherming tegen hoog water door een regionale waterkering (zogenoemde voorlandkering die door de provincie is genormeerd in de Waterverordening) Figuur 12: Verdeling landelijk/stedelijk van buitendijks gebied
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
83
De beoordeling van de feitelijke veiligheidssituatie in buitendijkse gebieden is een taak van de regionale en lokale overheden. De rijksoverheid heeft een faciliterende rol op het gebied van informeren en waarschuwen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijkse gebieden mogen de afvoercapaciteit en toekomstige peilopzet van de rivieren niet belemmeren. De provincie Zuid-Holland heeft in 2009 aan gemeenten een beoordelingskader voor het al dan niet toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijkse gebieden aangeboden. (“Risicomethode buitendijks: methodiek ter bepaling van risico’s als gevolg van hoogwater” vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid Holland 21 april 2009). Enkele gemeenten in de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, te weten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht, hebben vastgestelde hoogwaterbestrijdingsplannen voor de in hun gemeente gelegen buitendijkse gebieden. Daarin staat aangegeven hoe de gemeente zich op een (dreigende) overstroming van deze buitendijkse gebieden heeft voorbereid, en welke maatregelen zij bij een (dreigende) overstroming neemt. Zo is voor burgers en bedrijven die in die buitendijkse gebieden verblijven of gevestigd zijn duidelijk wat zij bij een overstroming (dreiging) van de overheid kunnen verwachten en welke maatregelen zij zelf nog kunnen, dan wel moeten nemen.
Bewoners, bedrijven en gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het treffen van gevolgbeperkende maatregelen, na waarschuwing voor overstromingsdreiging van de buitendijkse gebieden. Alle gemeenten in Zuid-Holland Zuid hebben buitendijksgebied zonder waterkering. Polder Nieuwland (Alblasserdam en Papendrecht) is een buitendijkse polder met een genormeerde voorlandkering. De normering van de volgende buitendijkse polders zijn in onderzoek: • Nedstaal terrein (Alblasserdam) • Leenherenpolder (Hoeksche Waard) • Noord-Bovenpolder (Dordrecht)
Incident Omdat de buitendijkse gebieden in Zuid-Holland Zuid relatief hoog liggen is de kans op wateroverlast door hoog water relatief beperkt. De kaartjes hieronder geven een overzicht van de overstromingsdiepten met een overstromingskans van 1/10, 1/100 en 1/1.000 per jaar. De effecten van zeespiegelstijging zijn hierin nog niet meegenomen. Voor de buitendijkse polders mét een al dan niet genormeerde waterkering verloopt een overstroming vergelijkbaar met een doorbraak van de primaire kering. Als de kering doorbreekt stroomt de buitendijkse polder snel vol. Uit de analyse van verschillende hoogwaterscenario’s is het volgende af te leiden: • Lokaal treden er in het “worstcase” scenario op de huidige in gebruik zijnde terreinen vrijwel nergens waterdieptes op van meer dan 1 - 1,5 meter. Voor een aantal onbebouwde (natuur)gebieden kunnen wel grotere waterdiepten optreden. Bestaande woon- en werkgebieden blijven voor het grootste deel droog. • Het verloop van een overstroming in het buitendijkse gebied is beter in te schatten dan een binnendijkse overstroming door een dijkdoorbraak. Hoogwater is voorspelbaar en waterstanden zullen niet plotseling heel snel stijgen. Dit biedt in geval van hoog water meer tijd om een veilig heenkomen te zoeken.
• Er kunnen echter wel delen van het buitendijkse gebied onderlopen en hierdoor kan lokaal grote economische en milieuschade optreden evenals maatschappelijke ontwrichting door het uitvallen van nutsfuncties en infrastructuur.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
84
Samenvattend kan worden gesteld dat overstromingen in buitendijkse gebieden anders verlopen dan in binnendijkse gebieden. De overstromingen zijn beter voorspelbaar en minder intens. Door de kans op falen (niet sluiten) van de Maeslantkering kan de situatie op het laatste moment intenser worden. Het onderlopen van gebieden blijft een reëel (en door klimaatverandering toenemend) risico. Bij buitendijkse gebieden mét voorlandkering verloopt de overstroming vergelijkbaar met een doorbraak van de primaire kering. De ernst van de overstroming is afhankelijk van de hoogteligging van de polder en de mate van bebouwing.
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
B
2.1 Doden
N.v.t.
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
A
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
B
3.1 Kosten
B
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
A
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
B
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
A
5.3 Sociaal psychologische impact
D
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
A
Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit type overstroming is, afhankelijk van de hoogteligging van de locatie aan de rivier, ‘mogelijk’ tot ‘waarschijnlijk’.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
85
1.7 Doorbraak regionale keringen (boezemkades) Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Overstroming
Scenario
Doorbraak boezemkade met inundatie (onderwaterzetting) tot gevolg
Aanduiding risicodiagram
Boezem
Context Alblasserwaard Binnen de primaire kering van (norm)dijktraject 16-1 t/m 16-5, wordt de waterstand van het boezemstelsel in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden met peilbeheer gereguleerd. Het water uit de polder wordt door een groot aantal poldergemalen op de boezem gezet, wat vervolgens bij de gemalen bij Kinderdijk uitgeslagen wordt op de rivier. In geval van extreme neerslag, vooral in combinatie met wind uit het zuidwesten kunnen extreme waterstanden op de boezem optreden. Wanneer deze waterstanden de toets peilen (behorend bij de norm) overschrijden, of bij lagere waterstanden wanneer de keringen niet aan de norm voldoen, kan dit leiden tot een doorbraak van de boezemkade met een inundatie (onderwaterzetting) van een overstromingsgebied als gevolg. De Linge is een regionale rivier met een lengte van circa 100km die in het beheergebied van Waterschap Rivierenland stroomt. De Linge mondt onder normale omstandigheden bij Hardinxveld-Giessendam via het kanaal Van Steenenhoek uit in de Merwede. Indien hier niet meer kan worden gespuid treedt het Kolffgemaal in werking. Tijdens extremen, kan de afvoer van de Linge door de Gorinchemse Kanaalsluis worden beperkt. Hiermee wordt voorkomen dat de waterstanden op het Merwedekanaal hoger worden dan NAP +1,25m.
In het zuidoosten van het beheergebied van veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (Leerdam tot Gorinchem) beschermen regionale keringen het achterland tegen een overstroming vanuit de Linge. IJsselmonde De Waal is de grootste boezem in de regio IJsselmonde. Het gebruik van De Waal komt niet overeen met de traditionele functie van een boezem. Op de Waal wordt tijdens wateroverlast geen water geloosd. Peilstijgingen op de Waal worden alleen veroorzaakt door directe neerslag en afvoer van boezemland. Echter, bij een peilstijging wordt water afgevoerd naar de omliggende polders. Hiervoor liggen overlaten langs de boezem. Het water loopt vanzelf in achterliggend gebied. Tijdens perioden van waterbehoefte voorziet de boezem de omliggende polders van zoetwater. De Waal heeft een vast peil van NAP -1,00 m.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
86
Figuur 13: Boezemkades met klasse indeling IJsselmonde
Zuid-Holland Zuid wordt tegen overstroming vanuit de Waal beschermd door een genormeerde regionale waterkering IPO-klasse II. Ten westen van Zwijndrecht loopt nog een compartimenteringskering met een behoudsnorm. Voor de normering van de boezemkaden zijn overstroming scenario’s berekend met doorbraken op verschillende plaatsen langs de regionale waterkeringen. Het potentieel overstroombare gebied is weergegeven in onderstaande figuur 14. Het gaat daarbij vooral om een overstroming ten zuiden van de boezem. De maximale waterdiepte is op de meeste plaatsen minder dan 0,5 m. Bij open water kan dit enigszins afwijken.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
87
Figuur 14: Potentieel overstroombaar gebied vanuit de Waal met indicatie van maximale waterdiepte.
Let op: bovenstaand beeld is een combinatie van de verschillende bresdoorbraken. Per incident zal er slechts een deel overstromen.
Hoeksche Waard Op de Binnenbedijkte Maas wordt een streefpeil nagestreefd van NAP –1,10 m. Automatische peilopnemers bij gemaal Sint Anthonypolder en bij de inlaat Munnikenland a/d Munnikenweg dienen als referentie. Bij extreme neerslag is het mogelijk dat de waterstand boven NAP 1,10 m stijgt. In die situaties worden dan noodpompen ingezet om lokaal de overlast te bestrijden. Bij een waterstand van NAP –0,95 m wordt een maalstop ingesteld, omdat bij een hoger peil sommige kadestrekkingen overlopen en negatieve riool overstorten plaatsvinden. Dat betekent dat de polderbemaling wordt stopgezet, totdat deze in evenwicht is met de boezembemaling. Een verdere peilstijging wordt dan zoveel mogelijk voorkomen. Op de boezem Binnenmaas lozen drie poldergemalen. Daarnaast loost er een noodgemaal op de boezem. Dit noodgemaal (Oostmolen) wordt gedurende grote peiloverschrijdingen ingezet, het betreft een permanent opgestelde pomp en werkt d.m.v. automatische aansturing. Bij het gemaal Sint Anthonypolder is er de mogelijkheid dat er extra capaciteit ingezet wordt om het water uit de polder weg te malen met het inzetten van de aanwezige watermolen (zie hierna). Er is bij gemaal Bonaventura, aan de Molendijk in Puttershoek, een zogenaamd compensatieschuif aangebracht.
Dit houdt in dat er bij een waterpeil van NAP –1,04 m een klep open gaat die dan overtollig water van de Boezem Binnenmaas loost in polder Bonaventura. Deze schuif is alleen in werking als de 2 pompen van gemaal Bonaventura draaien bij wateroverlast vanuit de polder. Met de Stichting tot behoud van molens in de gemeente Binnenmaas is overeengekomen dat zij ten tijde van wateroverlast twee watermolens inzetten. Het betreft de Polderse Molen, die maalt op de Sint Anthonypolder en uitslaat op de boezem van de Binnenmaas, en de Oostmolen die maalt op Polder Moerkerken en uitslaat op de boezem van de Binnenmaas. De betreffende molenaars hebben een meldingsplicht via het WSHD 0900telefoonnummer, indien zij de molens willen gaan inzetten.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
88
Figuur 15a: Boezemkades met klasse indeling Hoeksche Waard
De Binnenmaas wordt omsloten door regionale waterkeringen met als norm IPO-klasse I en II. De waterkering langs de zuidelijke en westelijke zijde is naast boezemwaterkering ook in de waterverordening opgenomen als compartimenteringskering met een behoudsnorm. Voor de normering van de boezemkaden zijn overstromingsscenario’s berekend met doorbraken op verschillende plaatsen langs de regionale waterkeringen. Het potentieel overstroombare gebied is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 15b: Potentieel overstroombaar gebied vanuit de Binnenbedijkte Maas van maximale waterdiepte.
Let op: bovenstaand beeld is een combinatie van de verschillende bresdoorbraken. Per incident zal er slechts deel overstromen.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
89
Incident (Alblasserwaard) Hoge waterstanden op de Linge worden bepaald door hevige neerslag in het gebied van de Linge en deelstroomgebieden die afwateren op de Linge. Naast neerslag is de duur en de vorm van afvoergolven op de Linge, afhankelijk van de (beperkte) capaciteit van de sifons onder het Amsterdam-Rijnkanaal en de werking van de Gorinchemse Kanaalsluis ter hoogte van het Merwedekanaal. De duur van hoge waterstanden op de Linge is daarom sterk afhankelijk van het wel of niet sluiten van de Kanaalsluis en het neerslag-afvoerproces. De specifiek gekozen bres bij het kanaal van Steenhoek heeft direct invloed op Gorinchem. Binnen enkele uren staat het grootste gedeelte van Gorinchem, ten noordwesten van het kanaal, onder water. Nabij de dijkdoorbraak komen waterstanden tot 3 meter voor. Volgens de Schade Slachtoffer Module zijn er 16.380 getroffenen waarvan 10 doden. De schade bedraagt 220 miljoen euro.
Figuur 16: Maximale waterdiepte in meters
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
90
Figuur 17: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
C
2.1 Doden
C
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
C
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
D
3.1 Kosten
C
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
B
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
D
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0
5.3 Sociaal psychologische impact
A
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
0
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
91
Waarschijnlijkheid Alblasserwaard Voor een doorbraak bij het kanaal van Steenhoek is het beheerdersoordeel dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk). IJsselmonde en Hoeksche Waard De norm die is uitgedrukt in een gemiddelde terugkeertijd betreft de waterstand, en is niet direct gelijk aan de overstromingskans. In de IPO-methodiek wordt verondersteld dat de getalsmatige overstromingskans een 0,2 maal het getal van de overschrijdingsfrequentie bedraagt. Bij een IPO-klasse II norm komt dat neer op 0,2x(1/30)= 1/150 per jaar. Dit valt in waarschijnlijkheidsklasse C (mogelijk). De waarschijnlijkheid op basis van de werkelijke sterkte is niet onderzocht.
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
92
1.8 Extreem veel neerslag Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Extreem veel neerslag
Aanduiding risicodiagram
Extreme neerslag
Context Neerslag is het atmosferische verschijnsel van naar de aarde vallend water. De hoeveelheid regen wordt in millimeters (mm) uitgedrukt. Eén millimeter in millimeters (mm) uitgedrukt. Eén millimeter regen komt overeen met 1 liter op een horizontaal gelegen oppervlakte van 1 m². Door extreem veel regen kan er wateroverlast ontstaan. Er zijn drie typen wateroverlast: 1. Wateroverlast door kortdurende hevige neerslag (vaker in de zomer) 2. Wateroverlast door langdurige neerslag (meestal in de winter) 3. Grondwateroverlast De impact van de eerste twee typen neerslag verschilt en is afhankelijk van de plaats waar de neerslag valt: in landelijk gebied of in de stad.3 In veel steden en dorpen is de riolering (nog) niet berekend op extreem veel neerslag, waardoor water op straat kan blijven staan. Ook kan het oppervlaktewater (sloten, grachten, kanalen etc.) buiten haar oevers treden.4 Hoe dit doorwerkt in de kans op wateroverlast verschilt van gebied tot gebied, maar over het algemeen neemt de kans op wateroverlast toe. Een reguliere regenbui hoeft geen problemen te veroorzaken in de woon- werkgebieden binnen de regio. De riolering voert het regenwater af naar de rioolwaterzuivering (RWZI) of naar het oppervlaktewater. Daarnaast infiltreert het regenwater in groene gebieden, zoals tuinen en parkjes.
Wanneer een regenbui heviger wordt en er meer regen valt dan direct kan worden afgevoerd, kunnen er problemen ontstaan. De klimaatatlas Zuid-Holland biedt inzicht in de locaties in gemeenten waar wateroverlast optreedt na een extreme bui van 100 mm in 2 uur. Hieruit blijkt dat in alle gemeenten in Zuid-Holland Zuid op bepaalde plekken waterdiepten van 20 cm en meer ontstaan.
Oorzaak Dit scenario beperkt zich tot neerslag in de vorm van regen. Hevige regenbuien kunnen ineens voor een afvoerprobleem zorgen, waardoor er water op straat blijft staan.
3) Klimaatadaptatie Deltaprogramma 4) https://ruimtelijkeadaptatie.nl/stresstest/handreiking/wateroverlast/
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
93
Incident Binnen een kort tijdsbestek valt een grote hoeveelheid regen. Het huidige rioleringsstelsel (veelal gebaseerd op de verwerking van maximaal 20 mm/uur) kan de hoeveelheid water niet verwerken. Dit leidt tot wateroverlast, en mogelijk een overstroming. De wateroverlast kan zich uiten op verschillende manieren: • Waterschade in gebouwen; • Hoge grondwaterstanden; • Overbelasting van het riool; • Overstroming vanuit regionaal oppervlaktewater; • Overstromen/bezwijken van regionale waterkering; • Overstromen/bezwijken van primaire waterkering; • Overstromen van buitendijks gebied. Concrete voorbeelden van wateroverlast bij extreme neerslag zijn ondergelopen straten, kelders, wegen, tunnels, weilanden, overlopende toiletten, afvalwater op straat en verloren oogsten in de land- en tuinbouwsector. Een incident met extreem veel neerslag kan worden onderverdeeld in drie categorieën: • Hinderlijk, waarbij een beperkte hoeveelheid water (van enkele centimeters) niet langer dan een half uur op straat staat. Hierbij kan gedacht worden aan plassen op straat die hinderlijk kunnen zijn voor het verkeer. • Ernstig hinderlijk, waarbij er grote hoeveelheden water (van enkele tientallen centimeters tot meters) op straat staan wat 30 tot 120 minuten kan duren. Hierbij moet gedacht worden aan ondergelopen tunnels of drijvende putdeksels.
• Overlast, waarbij er grote hoeveelheden water langdurig op straat staan en het water winkels en huizen inloopt, waardoor er materiele schade ontstaat en er mogelijk ook sprake is van een ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Bij overlast zal er sprake zijn van een verhoogde hulpvraag aan de brandweer voor de inzet van pompcapaciteit.
Gevolgen (impact) Impact Criterium
Beoordeling
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied
A
2.1 Doden
A
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
A
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
B
3.1 Kosten
B
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
A
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
B
5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
A
5.3 Sociaal psychologische impact
B
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
A
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
94
Waarschijnlijkheid Als het gaat om zware regenbuien met kortstondig veel neerslag die tot overlast leiden, beoordelen de experts de waarschijnlijkheid van het scenario als ‘waarschijnlijk’ (klasse D). Extreem veel neerslag zoals in het omschreven scenario komt in Nederland 1 tot 2 keer per jaar voor. Er is wel een toenemende trend. Volgens de KNMI’23 klimaatscenario’s worden de winter, lente en herfst natter en de zomers droger. In de toekomst neemt het aantal zware zomerse buien met veel neerslag toe. Ook vindt een verschuiving plaats van lichte naar zwaardere zomerse buien, waardoor er meer regen in een kortere periode valt.5
5) KNMI’23 klimaatscenario’s
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
95
1.9 Extreme hitteperiode Thema
Natuurlijke omgeving
Incidenttype
Hittegolf
Aanduiding risicodiagram
Extreme hitte
Context Hittegolf Er is sprake van een hittegolf als er in de Bilt op minimaal vijf aaneengesloten dagen een temperatuur van 25 °C of hoger wordt gemeten. Daarvan zijn minimaal drie dagen tropisch met een temperatuur van 30 °C of meer. Als de kans groot is op een periode van (meer dan) vier dagen met een maximumtemperatuur boven 27 °C, wordt het Nationale Hitteplan geactiveerd. Het Nationaal Hitteplan is een waarschuwingssysteem waarmee organisaties, (zorg)professionals en mantelzorgers over de verwachte hitte geïnformeerd worden en handelingsperspectieven gegeven worden. Het Nationaal Hitteplan wordt door het RIVM uitgegeven in overleg met het KNMI. Gezondheidsklachten Hittestress is de algemene term voor gezondheidsklachten die ontstaan als mensen door hoge temperaturenen luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren6. Negatieve gevolgen van hitte op de volksgezondheid variëren van je niet prettig voelen, huidaandoeningen, uitdroging, ademhalings- en circulatieproblemen tot zelfs een hitteberoerte. In ernstige gevallen kan dit leiden tot (vervroegd) overlijden. Aanhoudende hitte is vooral een gezondheidsrisico voor ouderen, chronisch zieken en kinderen.7 Risicogroepen Door de toename van de levensverwachting hoort een groeiend aantal mensen tot de risicogroep.
Op hogere leeftijd kan het menselijk lichaam zich minder goed aanpassen aan warmte. Ook is er een verhoogde kans op ziekte waardoor het lichaam extra gevoelig is voor hitte. Ook kinderen zijn kwetsbaar voor hitte omdat ze niet altijd zelf in staat zijn om maatregelen te nemen om oververhitting te voorkomen. Op kinderdagverblijven waar geen airco aanwezig is en er door vakantie mogelijk onvoldoende personeel beschikbaar is om zorg te besteden aan extra drinken, koeling van ruimtes e.d., zal hitte een groot risico zijn. Het risico hierbij wordt vooral bepaald door het gedrag van verzorgers. Inwoners van steden zijn kwetsbaarder voor hittestress, omdat het in de stad bijna altijd warmer is dan in het buitengebied. Dit wordt het ‘stedelijk hitte-eiland effect’ (Urban Heat Island) genoemd8. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress. De aanwezigheid van schaduw en groen verlaagt de gevoelstemperatuur.9 ’s Nachts is dit hitte-eilandeffect het grootst. Het verschil tussen de stad en haar omgeving kan meer dan 5 °C zijn 10. Dat komt doordat donkere materialen meer zonlicht absorberen. En in steden waait het gemiddeld minder dan daarbuiten, waardoor de warmte langer blijft hangen.
6) GGD-richtlijn medische milieukunde: hitte en gezondheid | RIVM 7) RIVM Nationaal Hitteplan (2024) 8) KNMI’23 klimaatscenario’s 9) Klimaatatlas Zuid-Holland, hittestress 10) KNMI’23 klimaatscenario’s
Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024
96
Andere gevolgen van hitte Naast de impact op de gezondheid van mensen kan een aanhoudende hitteperiode ook leiden tot watertekort, dreigende stroomonderbreking, toenemend aantal (berm)brandjes en sociale onrust door overlast hiervan. Ook neemt irritatie van mensen die lang buiten zijn toe. Het verloop van evenementen kan hierdoor worden verstoord en in ernstige gevallen moeten mogelijk evenementen worden afgelast.