Regels.pdf
Tekst van het document
het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw. f. de bouw- en bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en een bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Adromi B.V.
Pagina 33 van 39
Artikel 15 Overige regels 15.1 Regelingen a. Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wettelijke regeling, dan geldt deze regeling zoals die van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan. b. Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een beleidsregeling, dan geldt deze regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van indienen van een aanvraag omgevingsvergunning.
Adromi B.V.
Pagina 34 van 39
Artikel 16 Geluid 16.1 Wegverkeerslawaai De realisering van een geluidgevoelig gebouw op een plek of (bouw)hoogte waar nog geen geluidgevoelig gebouw aanwezig is, is uitsluitend toegestaan indien voor dat gebouw, respectievelijk de geluidgevoelige ruimte in dat gebouw: a. voldaan zal worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals vastgelegd in: 1. artikel 12.13m van het Besluit kwaliteit leefomgeving jo. artikel 3.27, lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving vanwege gemeentewegen en waterschapswegen; 2. artikel 12.13ia, lid 2, Besluit kwaliteit leefomgeving vanwege provinciale wegen; 3. artikel 5,78t Besluit kwaliteit leefomgeving vanwege rijkswegen; b. dan wel, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid a, voldaan zal worden aan een door het bevoegd gezag vastgestelde en bij dit bestemmingsplan behorend Besluit hogere waarde overeenkomstig artikel artikel 5.78u Besluit activiteiten leefomgeving; c.
dan wel, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid a of b, sprake zal zijn van geluidbelasting op een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen in de zin van artikel 5.78y Besluit kwaliteit leefomgeving; 16.2 Geluidzone - industrie De realisering van een geluidgevoelig gebouw op een plek of (bouw)hoogte waar nog geen geluidgevoelig gebouw aanwezig is, is uitsluitend toegestaan indien voor dat gebouw, respectievelijk de geluidgevoelige ruimte in dat gebouw: a. voldaan zal worden aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zoals vastgelegd krachtens artikel 12.7, lid 3, Besluit kwaliteit leefomgeving jo. artikel 12.13ia, lid 2, Besluit kwaliteit leefomgeving; b. dan wel, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid a, voldaan zal worden aan een door het bevoegd gezag vastgestelde en bij dit bestemmingsplan behorend Besluit hogere waarde overeenkomstig artikel artikel 5.78u Besluit activiteiten leefomgeving; c.
dan wel, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in lid a of b, sprake zal zijn van geluidbelasting op een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen in de zin van artikel 5.78y Besluit kwaliteit leefomgeving; 16.3 Maximaal geluidniveau De realisering van geluidgevoelige gebouwen op een plek of (bouw)hoogte waar nog geen geluidgevoelig gebouw aanwezig is, is uitsluitend toegestaan indien voor geluidgevoelige ruimten in dat gebouw zal worden voorzien in voldoende geluidswering in de gevelconstructie vanwege het piekgeluid vanwege inrichtingen, waarbij aan de volgende waarden moet worden voldaan: a. een maximaal binnenniveau voor het maximale geluidsniveau (LAmax) van: 45 dB(A) in de nachtperiode, 50 dB(A) in de avondperiode en 55 dB(A) in de dagperiode. 16.4 Overig industrielawaai De realisering van geluidgevoelige objecten op een plek of (bouw)hoogte waar nog geen geluidgevoelig object aanwezig is, is uitsluitend toegestaan indien voldaan zal worden aan: a.
artikel 5.65 Besluit activiteiten leefomgeving voor geluid vanwege milieubelastende activiteiten waarmee het geluidgevoelige gebouw geen functione verbinding heeft en welke
Adromi B.V.
Pagina 35 van 39
niet worden uitgevoerd op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds dienen te worden vastgesteld. 16.5 Hogere waarden a. De volgende hogere waarden zijn verleend bij vaststelling van dit plan: Bron A15 / N915 De Helling Aan de Noord
Type bron wegverkeer wegverkeer industrie
Vastgestelde hogere waarden 60 dB Lden 70 dB Lden 55 dB(A) Lden en 45 dB(A) Lnight
b. Het is verboden een gebouw te gebruiken voor geluidgevoelige objecten en functies, voorzover niet wordt voldaan aan het beleid hogere waarden, zoals vastgelegd in het 'Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening',dan wel de voorwaarden zoals beschreven in de toelichting van dit plan. c. Onder verboden gebruik van de gronden en bouwwerken zoals bedoeld in regels hoofdstuk 2, wordt tevens verstaan een gebruik voor het ongedaan maken van een geluidmaatregel die is gerealiseerd om te voldoen aan de vastgestelde hogere waarden. Onder geluidmaatregel wordt tevens verstaan het situeren van een niet geluidgevoelige functie/ruimte achter een geluidbelaste gevel. 16.6 Geluidwering Indien en voor zover dit nodig is voor het bereiken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is de bouw van geluidwerende voorzieningen in het plangebied toegelaten. Hierbij gelden de volgende regels a. Indien en voor zover op of aan een gebouw wordt gebouwd bedraagt de maximaal toegelaten bouwhoogte 3 meter meer dan de hoogte van dat gebouw; b. In overige gevallen bedraagt de maximaal toegelaten bouwhoogte 12 meter. 16.7 Sloopverbod 16.7.1 Sloopverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (gedeelten van) bouwwerken te slopen indien: a. sprake is van een geluidscherm; b. indien en voor zover het te slopen bouwwerk een geluidgevoelig gebouw blijft (d.w.z.
ook na beoogde sloop).
16.7.2 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16 lid 7.1 wordt uitsluitend verleend indien uit akoestisch onderzoek is gebleken ook na de sloop wordt voldaan aan de overige bepalingen van dit artikel cq. de geluidvoorschriften zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Daarbij gelden aanvullend de volgende bepalingen.
Adromi B.V.
Pagina 36 van 39
a. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat hiertoe maatregelen dienen te worden getroffen, dient voldoende zekerheid te bestaan dat deze maatregelen zullen worden getroffen. b. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden om het bepaalde onder a zeker te stellen. 16.7.3 Samenloop Indien en voor zover sprake is van een activiteit die zowel valt onder artikel 16 lid 5 sub b als onder artikel 16 lid 7.1, wordt bij verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 16 lid 7.1 overwogen of wordt voldaan aan artikel 16 lid 5 sub b. 16.8 Advies Alvorens te beslissen omtrent: a. de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw of verbouw van een geluidgevoelig gebouw waar dit artikel betrekking op heeft; b. de verlening van een vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 16 lid 7.1. vraagt het bevoegd gezag om advies van de Omgevingsdienst.
Adromi B.V.
Pagina 37 van 39
4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht 17.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 17.2 Afwijking door middel van een omgevingsvergunning Eenmalig kan in afwijking van artikel 17 lid 1 een omgevingsvergunning worden verleend van voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. 17.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken artikel 17 lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
17.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 17 lid 4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 17.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 17 lid 4, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 17.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik artikel 17 lid 4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Adromi B.V.
Pagina 38 van 39
Artikel 18 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het ontwerp TAM-omgevingsplan Polderstraat van de Gemeente Alblasserdam
Adromi B.V.
Pagina 39 van 39