CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Bruidsschat.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 23 juni 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Zienswijze gemeenteraad Liquidatieplan GR Sportpark Souburgh - Voorstel1.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Molenlanden T.a.v. Janneke van den Heuvel Willem van den Heerikweg 1 2971 XG Bleskensgraaf Datum: 28 april 2026 Betreft: Bepaling afkoopsom voetbalvereniging De Alblas 1. Inleiding De gemeenten Molenlanden en Alblasserdam hebben besloten om per 1 januari 2027 de gemeenschappelijke regeling Souburgh op te heffen, waarvan voetbalvereniging De Alblas onderdeel uitmaakt. In het kader van dit besluit hebben beide gemeenten gezamenlijk opdracht verstrekt aan Vinario om de verdiscontering en de looptijd van de afkoop van de verplichting met betrekking tot voetbalvereniging De Alblas te bepalen. Vinario heeft deze opdracht uitgevoerd als onafhankelijk adviseur en opereert daarbij zonder belangenverstrengeling met één van beide gemeenten. De analyse en conclusies in deze rapportage zijn derhalve objectief en gebaseerd op de gehanteerde uitgangspunten en parameters. Deze rapportage bevat een toelichting op de gehanteerde uitgangspunten en parameters. Daarnaast is een nadere uitwerking van de gehanteerde methodiek opgenomen, waarmee inzicht wordt geboden in de wijze waarop de afkoopverplichting is berekend. 2. Reikwijdte van de werkzaamheden De werkzaamheden hebben uitsluitend bestaan uit het opstellen van een financiële berekening op basis van de door de opdrachtgever aangeleverde informatie.

Bij het tot stand komen van de onderliggende financiële gegevens is geen betrokkenheid geweest. In het (concept-)liquidatieplan zijn de netto kosten per jaar vastgesteld op afgerond EUR 103.000. De werkzaamheden zien uitsluitend op het nader duiden van de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de bepaling van deze afkoopsom, in het bijzonder ten aanzien van de gehanteerde looptijd en disconteringsvoet. Daarbij zijn geen controle- of beoordelingswerkzaamheden uitgevoerd op deze gegevens en is evenmin een analyse verricht naar de juistheid of volledigheid van de financiële positie van de regeling. Tevens heeft geen inhoudelijke beoordeling plaatsgevonden van de onderliggende subsidies, verplichtingen of beleidskeuzes. 1

De verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de aangeleverde informatie berust derhalve volledig bij de opdrachtgever. 3 . Bandbreedte Het bepalen van een afkoopsom is niet gebaseerd op eenduidige of objectief vastgestelde normen. De uitkomst is in belangrijke mate afhankelijk van de gehanteerde uitgangspunten en aannames, zoals de looptijd van verplichtingen en de toegepaste disconteringsvoet. Kleine wijzigingen in deze parameters kunnen leiden tot significante verschillen in de uiteindelijke uitkomst. Om die reden zijn de gehanteerde uitgangspunten en parameters in deze rapportage zo expliciet en transparant mogelijk uiteengezet. Hiermee wordt inzicht geboden in de wijze waarop de berekening tot stand is gekomen en in de gevoeligheid van de uitkomst voor wijzigingen in de gehanteerde aannames. 4. Gehanteerde uitgangspunten Bij het opstellen van de berekening is uitgegaan van een afkoopsom per 1 januari 2027. De financiële verplichtingen die samenhangen met de afkoop zijn bepaald op basis van het (concept-)liquidatieplan, dat tot stand is gekomen met behulp van de jaarrekening en begroting van de gemeenschappelijke regeling. Eventuele afwijkingen, onzekerheden of aanvullende aannames die van invloed kunnen zijn op de uitkomst van de berekening, zijn nader toegelicht in deze rapportage.

Voor de bepaling van de afkoopsom zijn daarnaast een aantal parameters gehanteerd die bepalend zijn voor de uitkomst van de berekening. Hieronder worden deze parameters nader toegelicht. 4.1 Looptijd van de afwikkeling De bepaling van de afkoopsom kan vanuit verschillende invalshoeken worden benaderd. Enerzijds kan worden aangesloten bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin wordt uitgegaan van het vergoeden van frictiekosten en tijdelijke schade als gevolg van uittreding. In dat kader worden, bij het ontbreken van specifieke bepalingen in de regeling, onder meer de volgende methoden als aanvaardbaar beschouwd: •

De uittredende deelnemer betaalt over een periode van vijf jaar de eigen kosten voor deelname door, waarbij de bijdrage jaarlijks met twintig procent afneemt (KB van 14 mei 1985, AB 1985/424);

2

•

De uittredende deelnemer vergoedt de directe, reële schade als gevolg van de uittreding, met een overbruggingsperiode van vijf jaar (ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1198).

Anderzijds kan de afkoopsom worden bezien vanuit de financiële verslaggevingskaders binnen gemeenten (BBV), waarbij bij kapitaalgoederen wordt uitgegaan van meerjarige onderhoudsvoorzieningen en een langere tijdshorizon. 5-jaarsbenadering (jurisprudentie) Op basis van de jurisprudentie wordt veelal uitgegaan van een termijn van circa vijf jaar. Deze termijn is gebaseerd op de gedachte dat de achterblijvende organisatie binnen deze periode haar bedrijfsvoering kan aanpassen en frictiekosten kan afbouwen. Het betreft hierbij met name kosten met een tijdelijk en afbouwbaar karakter, zoals desintegratiekosten en organisatorische aanpassingen. Deze lijn wordt bevestigd in lagere rechtspraak. Zo oordeelde de rechtbank NoordHolland (ECLI:NL:RBNHO:2018:7649) dat het hanteren van een termijn die aanzienlijk langer is dan deze gangbare vijf jaar onredelijk kan zijn. In die zaak was uitgegaan van een termijn die negen jaar langer was dan de gebruikelijke vijf jaar (in totaal circa 14 jaar), hetgeen door de rechtbank niet aanvaardbaar werd geacht, omdat een uittredende deelnemer niet voor een dergelijke lange periode financieel gebonden mag blijven alsof nog sprake is van deelname aan de regeling.

BBV-benadering: onderhoudsvoorziening (20-30 jaar) Naast de hiervoor beschreven benadering op basis van de jurisprudentie kan in deze casus de BBV-benadering worden gehanteerd, gebaseerd op de aard van de onderliggende verplichtingen. De kosten waarop de afkoopsom betrekking heeft, hangen samen met het in stand houden van sportvelden en daarmee met fysieke kapitaalgoederen. Deze kosten hebben een structureel en cyclisch karakter en verdwijnen niet als gevolg van de opheffing. Zij keren periodiek terug, bijvoorbeeld bij vervanging van de toplaag, onderhoud aan drainage en overige veldinrichting. Binnen gemeenten worden dergelijke verplichtingen verwerkt via onderhoudsvoorzieningen op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP), conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV, artikelen 44 en 59). Hierbij wordt uitgegaan van een langere planningshorizon (veelal 20 tot 30 jaar), waarin onderhoudslasten over de tijd worden geëgaliseerd.

3

Vanuit deze systematiek kan worden betoogd dat geen sprake is van afbouwbare schade, maar van een structurele instandhoudingsopgave. In dat geval ligt het voor de hand om voor de waardering aan te sluiten bij een langere looptijd. Op basis van deze benadering kan een looptijd van 20 jaar als een prudente en verdedigbare ondergrens worden beschouwd. Deze termijn sluit aan bij de gemeentelijke praktijk rondom onderhoudsvoorzieningen en omvat meerdere onderhoudscycli, zonder maximaal op te rekken richting de bovengrens van circa 30 jaar. Uiteenzetting De keuze voor de gehanteerde looptijd heeft een directe en significante invloed op de hoogte van de afkoopsom. In deze rapportage worden daarom twee benaderingen onderscheiden en naast elkaar gepresenteerd, die uitgaan van verschillende duidingen van de onderliggende kosten. De eerste benadering is gebaseerd op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en gaat uit van een looptijd van 5 jaar. Deze benadering sluit aan bij situaties waarin sprake is van frictiekosten en tijdelijke effecten van de opheffing, die binnen een redelijke termijn kunnen worden afgebouwd. In de onderhavige casus is hiervan slechts in beperkte mate sprake.

De kosten die samenhangen met de opheffing van de gemeenschappelijke regeling en daarmee de verplichtingen van de voetbalvereniging De Alblas hebben namelijk grotendeels betrekking op het onderhoud van de sportvelden, welke niet van tijdelijke aard zijn en ook na de opheffing blijven doorlopen. De tweede benadering sluit aan bij de aard van de verplichtingen in deze casus en gaat uit van een langere looptijd (circa 20 jaar). Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de kosten samenhangen met het in stand houden van fysieke voorzieningen en daarmee een structureel en cyclisch karakter hebben. Dit betekent dat deze kosten niet binnen een korte termijn kunnen worden afgebouwd. Hoewel bij de opheffing sprake is van een beperkt aandeel aan kortlopende kosten die wel kunnen worden afgebouwd, zijn de belangrijkste bezuinigingsmogelijkheden reeds verwerkt in de liquiditeitsplanning. Daarentegen blijven de onderhoudsverplichtingen langdurig doorlopen en vormen deze het grootste deel van de financiële opgave. De toepassing van beide benaderingen leidt tot een duidelijk verschillende uitkomst van de afkoopsom. Het verschil tussen deze uitkomsten wordt primair verklaard door de gehanteerde looptijd en de wijze waarop de onderliggende kosten worden gekwalificeerd. Door beide benaderingen expliciet naast elkaar te presenteren, wordt inzicht geboden in de bandbreedte van mogelijke uitkomsten.

Dit biedt betrokken partijen de mogelijkheid om, met inachtneming van zowel de juridische kaders als de inhoudelijke kenmerken 4

van de verplichtingen, een onderbouwde keuze te maken ten aanzien van de te hanteren looptijd. 4.2 Netto contante waarde De hoogte van de afkoopsom wordt bepaald op basis van de netto contante waarde van de toekomstige verplichtingen over de overeengekomen looptijd. Disconteren is daarbij noodzakelijk om kosten en baten in de tijd vergelijkbaar te maken. Naarmate de disconteringsvoet hoger is, wordt minder gewicht toegekend aan toekomstige kasstromen. Voor de bepaling van de netto contante waarde is de netto contante waarde-formule toegepast, waarbij de volgende parameters1 zijn gehanteerd:

A= netto contante waarde K = kasstroom (kosten) in jaar j d= disconteringsvoet j= jaar (periode) n= looptijd

Gemeenten hanteren doorgaans een disconteringsvoet van circa 2% voor grondexploitaties en verlieslatende voorzieningen, conform de BBV-systematiek. Deze benadering houdt in mindere mate expliciet rekening met risico’s in de kasstromen. Bij de bepaling van de disconteringsvoet is daarom gekozen voor een risico-gewogen benadering, waarbij rekening wordt gehouden met zowel een risicovrije component als een risicopremie. Dit sluit aan bij gangbare financieel-economische inzichten, waarin de disconteringsvoet het vereiste rendement weerspiegelt dat past bij de onzekerheid van de kasstromen. Op basis hiervan is een disconteringsvoet van 2,8% gehanteerd. Deze is ontleend aan het rapport van de Werkgroep discontovoet 20252, waarin deze voet wordt aanbevolen voor maatschappelijke kosten-batenanalyses met een looptijd tot en met 35 jaar. Deze disconteringsvoet is expliciet opgebouwd uit een risicovrije rente en een opslag voor risico, en biedt daarmee een meer volledige en economisch onderbouwde waardering van toekomstige kasstromen.

1 2

Berk, J., & DeMarzo, P. (2017). Corporate Finance (Nederlandse editie). Pearson. https://open.overheid.nl/documenten/43d845b2-d837-4e34-9a46-dffe460e043a/file

5

Gegeven het voorgaande is gekozen voor toepassing van de disconteringsvoet van 2,8%, omdat deze, in tegenstelling tot de binnen gemeenten gebruikelijke systematiek, expliciet rekening houdt met zowel de risicovrije component als de risicopremie en daarmee een meer realistische en robuuste waardering van de verplichtingen biedt. 5. Resultaat op hoofdlijnen Op basis van de gehanteerde uitgangspunten en parameters resulteert de berekening in een financiële afwikkeling met een netto contante waarde van EUR 472.467,94 indien de 5-jaarsbenadering wordt aangehouden. Indien de alternatieve benadering van 20-jaar wordt aangehouden, is de netto contante waarde van EUR 1,55 miljoen. Dit bedrag vertegenwoordigt de contante waarde van de toekomstige financiële verplichtingen die samenhangen met de opheffing per peildatum, waarbij rekening is gehouden met de gehanteerde disconteringsvoet en looptijd. Netto contante waarde indien uitgegaan wordt van 5 jaar:

6

Netto contante waarde indien uitgegaan wordt van 20 jaar:

6. Conclusie en aanbeveling De analyse laat zien dat de gehanteerde looptijd een bepalende invloed heeft op de hoogte van de afkoopsom. De 5-jaarsbenadering en de 20-jaarsbenadering zijn beide verdedigbaar, maar leiden tot een aanzienlijke bandbreedte in de uitkomst. Waar de 5-jaarsbenadering primair aansluit bij jurisprudentie rondom afbouwbare frictiekosten, sluit de 20-jaarsbenadering beter aan bij het structurele en langdurige karakter van de onderhoudsverplichtingen die in deze casus dominant zijn. Gelet op deze verschillen achten wij het niet passend om uitsluitend één van beide benaderingen te volgen. Wij adviseren daarom om in onderling overleg te komen tot een middenpositie in de looptijd, waarbij zowel de juridische kaders als de feitelijke aard van de verplichtingen in samenhang worden gewogen. Een dergelijke benadering draagt bij aan een evenwichtige en bestuurlijk werkbare oplossing. 7

7. Beperking in het gebruik en verspreidingskring Bij het opstellen van deze rapportage is rekening gehouden met de informatiebehoefte van de beoogde gebruikers. Deze rapportage is uitsluitend bestemd voor de gemeente Molenlanden en de gemeente Alblasserdam. Derden kunnen geen rechten ontlenen aan deze rapportage, aangezien zij niet bekend zijn met het doel van de werkzaamheden en de resultaten mogelijk onjuist kunnen interpreteren. Verstrekking van deze rapportage aan derden is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming, tenzij wettelijke voorschriften anders bepalen.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/836/documents/18902