Raadsinformatiebrief wijziging omgevingsplan(2).pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Onderwerp
: Kennisgeving wijziging omgevingsplan bodemregels en Hergebruik PFAS-houdende grond
Aanleiding
: Omgevingsplan wijziging
Datum
: 01 oktober 2024
Portefeuillehouder
: F.C. de Gier
Schrijver
: S. van Beekum
Geachte leden van de gemeenteraad, U ontvangt deze raadsinformatiebrief omdat de omgevingswet in 2024 in werking is getreden. De gemeente heeft nu van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat uit twee onderdelen: (1) de op dit moment geldende bestemmingsplannen en (2) de gedecentraliseerde rijksregels (bruidsschat). De gemeente Alblasserdam heeft tot en met 31 december 2031 de tijd om één omgevingsplan voor de gehele gemeente te maken. Deze periode noemen wij de transitiefase. In de transitiefase bepalen wij welke regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan we handhaven, laten vervallen en meenemen naar het permanente deel van het omgevingsplan. Binnen de transitie zullen meerdere milieuonderwerpen worden overgezet van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het permanente deel van het omgevingsplan. Het proces voor een wijziging omgevingsplan wordt gestart met een kennisgeving (kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan). Deze kennisgeving wordt gepubliceerd in het gemeenteblad en op overheid.nl. Via deze weg wordt ook gepubliceerd hoe de gemeente gaat participeren met de belanghebbenden. Voor de bodemregels en het PFAS-houdende grond wordt een gezamenlijk participatietraject ingericht omdat PFAS-houdende grond ook een verdere uitwerking is van bepaalde bodemregels.
De gemeente heeft het proces van het wijzigen omgevingsplan bodemregels en PFAS-houdende grond gestart door de kennisgeving te publiceren. Hieronder zal kort worden toegelicht wat er verandert met de bodemregels, het voorgestelde beleid hergebruik PFAS-houdende grond en het participatietraject. Bodemregels Als gemeente willen wij zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. De bodemregels dragen hieraan bij. Het gebruik en de bescherming van de bodem moeten in balans zijn. Daarnaast hebben de regels ook als doel om zuinig om te gaan met energie en grondstoffen. De bodemkwaliteit moet passen bij de functie die een locatie heeft. In een woonwijk moet de bodem bijvoorbeeld schoner zijn dan een industrieterrein. Zo kan de bodem overal duurzaam gebruikt blijven worden. De Omgevingswet schiet voor de regio tekort omdat bijvoorbeeld PFOA er niet in staat. Daarom hebben alle gemeenten in de regio in januari 2024 al zogenaamde voorbeschermingsregels vastgesteld in het omgevingsplan om enkele tekortkomingen op te vangen. Nu volgen de overige regels. De nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bodemkwaliteit zijn opgenomen in de regels. Dit gaat niet alleen over PFOA, maar ook over lood, ecologie, duurzaamheid, circulariteit en digitalisering. PFOA Voor hergebruik van grond binnen de regio zijn nieuwe normen opgenomen. Deze bieden meer ruimte
voor maatwerk dan het landelijke beleid, maar zijn strenger dan de oude normen uit 2018. De nieuwe normen zijn gebaseerd op de adviezen van het RIVM en regionaal onderzoek. Er is ook maatwerk mogelijk. Dat betekent dat in bepaalde situaties afgeweken kan worden van de normen. Een van de voorwaarden is dat de locatie waar grond wordt hergebruikt nooit vuiler mag worden en het hergebruik nooit mag leiden tot gezondheidsrisico’s. Dit zal verder worden toegelicht onder het kopje concept PFAS-houdende grond. Voor het saneren bij bouw is op advies van het RIVM een strengere norm opgenomen dan vorig jaar landelijk was vastgesteld. De norm geldt bijvoorbeeld bij het bouwen van een nieuwe woning en graafwerkzaamheden. Lood De norm die het Rijk meegeeft rondom lood is niet voldoende voor een gezonde leefomgeving voor kinderen. Het RIVM, GGD en provincie adviseren een strengere norm. Daarom hanteren we voor de gemeente regels met een strengere norm voor het toepassen van grond (afkomstig van binnen en buiten onze regio) in woonwijken en volkstuinen. Voor het saneren bij bouw is ook een strengere norm opgenomen. De norm geldt bijvoorbeeld bij het bouwen van een nieuwe woning en bij het toepassen van grond in een woonwijk waar ook kinderen spelen. Vluchtige stoffen Een vluchtige stof is een stof die snel verdampt.
Dit treedt ook op in de bodem en dat kan stinken of zelfs gezondheidsklachten veroorzaken. Bijvoorbeeld als de stoffen uit de bodem dampen tot in een woning. In de regels is daarom opgenomen dat deze stof bij sanering moet worden verwijderd. Afdekken (met bijvoorbeeld een leeflaag) mag niet, want dan kan de stof nog steeds uitdampen. Onder de oude wetgeving (voor 2024) werd de stof ook altijd zo goed mogelijk verwijderd. Omdat de omgevingswet niet voorziet in deze verplichting nemen we deze voorwaarde over uit de eerder genoemde voorbeschermingsregels. Thermisch gereinigde grond en bouwstoffen als staalslakken, immobilisaat en bodemas Er is een verbod opgenomen voor het toepassen van thermisch gereinigde grond en bouwstoffen zoals staalslakken, immobilisaat en bodemas. Van het verbod kan afgeweken worden met een vergunning, mits de werkwijze en locatie hiervoor geschikt is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik onder een grote bedrijfsloods. De regels geven een sterke grip op deze toepassingen en verkleinen de kans op milieuschade. De voorbeschermingsregel is aangepast en overgenomen. Ecologie Voor de ecologie is de juiste bodemkwaliteit van belang. Zo mag in wegbermen buiten de bebouwde kom alleen grond van de klasse wonen of schoner worden toegepast. Voorheen mocht hier klasse industrie worden toegepast, maar dit is niet goed voor de ecologie.
Daarnaast zijn er normen opgenomen voor de zuurgraad (pH) en het zoutgehalte van grond. Deze normen waren voorheen onduidelijk , maar zijn wel belangrijk voor de ecologie. De zuurgraad en het zoutgehalte moeten aansluiten bij wat in de regio normaal is. Kleine graafwerkzaamheden niet meer melden Het rijk heeft onder de Omgevingswet geen landelijke regels gemaakt voor kleine graafwerkzaamheden. Het rijk gaf hiervoor wel tijdelijke regels mee in het omgevingsplan. De gemeente mag zelf bepalen deze regels wel of niet over te nemen of aan te passen. Omdat kleine graafwerkzaamheden weinig impact hebben op het milieu worden deze regels niet overgenomen en hoeven kleine graafwerkzaamheden niet meer te worden gemeld. Efficiëntie en digitalisering Er zijn regels opgenomen zodat de omgevingsdienst (OZHZ) van een initiatiefnemer direct alle informatie krijgt, die zij nodig heeft om haar taken te kunnen uitvoeren. Uitleg concept PFAS-houdende grond De gemeenten van Zuid-Holland Zuid willen regionaal beleid vaststellen voor het toepassen van grond dat licht verontreinigd is met PFAS. Dit beleid biedt, op plaatsen waar dit kan, meer ruimte voor hergebruik dan het landelijke beleid voor het toepassen van met PFAS verontreinigde grond.
Pagina 2 van 4
Reden voor het hergebruiken van grond
Grond die ergens wordt toegepast is altijd al eerder ergens anders vrijgekomen. Sinds de jaren '80 weten we dat grond in Nederland soms vervuild is. Dat betekent dus dat ook grond die bij graafwerk vrijkomt niet altijd schoon is. Het verbieden van het hergebruik van licht vervuilde grond zou betekenen dat deze grond moet worden gestort of gereinigd. Ook is er dan voor de werken, die grond nodig hebben, meer schone grond nodig, wat in Nederland schaars is. We hebben niet genoeg schone grond om aan alle behoeften te voldoen, en het storten van licht en matig vervuilde grond is onwenselijk. Daarom is het hergebruik van deze grond noodzakelijk en onvermijdelijk. Regionaal beleid in plaats van nationaal: Het landelijke beleid voor PFAS houdt rekening met lage concentraties van PFAS in de bodem. Maar in Zuid-Holland Zuid zijn flink hogere concentraties PFOA te vinden door de uitstoot van chemische fabrieken zoals DuPont/Chemours. Daarom voldoet veel grond uit deze regio niet aan de landelijke normen, hierdoor zou dat niet mogen worden hergebruikt terwijl dit wel veilig kan. De grond kan op basis van de drie hoofddoelen van het hergebruiksbeleid(zie onder) veilig worden hergebruikt. Zonder regionale regels zou deze grond na vrijkomen tegen hoge kosten moeten worden gereinigd of gestort.
Daarnaast zou er dan voor projecten die grond nodig hebben, grond van elders moeten worden aangevoerd. Zo ga je niet zuinig om met energie en grondstoffen. Het landelijke hergebruikbeleid heeft drie hoofddoelen: 1. Geen gezondheidsrisico's. 2. Acceptabele risico’s voor de natuur. 3. De grond die wordt gebruikt moet schoner of vergelijkbaar zijn dan de bodem waarop deze wordt geplaatst. Hierbij gelden wel bepaalde klassen, waardoor "vergelijkbaar" soms ook wat vuiler mag zijn. Het voorgestelde, nieuwe regionale beleid geldt alleen voor PFOA en PFOS, niet voor andere PFASstoffen. In delen van de regio met een lagere PFOA en PFOS-vervuiling (zoals Hoeksche Waard, met uitzondering van de oostelijke strook) blijft het landelijke beleid van kracht. In gebieden met een hogere PFOA-vervuiling komt er beleid dat, waar dat kan, meer toepassingsmogelijkheden biedt. Sterk vervuilde grond mag nooit worden hergebruikt. Grond wordt als sterk met PFOA vervuild beschouwd als het PFOA-gehalte hoger is dan 60 µg/kg. Dit is het door het ministerie van I&W vastgestelde Indicatief Niveau voor Ernstige Verontreiniging (INEV). In het nieuwe beleid wordt onderscheid gemaakt tussen standaardtoepassing en maatwerktoepassing. De standaardtoepassing verschilt maar weinig van het landelijke beleid. Bij de standaardtoepassing zijn gebieden ingedeeld in bodemklassen.
Grond kan worden toegepast binnen een bodemklasse wanneer de hoeveelheid PFAS binnen de bandbreedte van die klasse zit. Voor de standaardtoepassing is geen onderzoek van de ontvangende bodem nodig. De maatwerktoepassing biedt meer ruimte voor hogere concentraties PFOA in de toe te passen grond. In tegenstelling tot het landelijke beleid en de standaardtoepassing, wordt bij de maatwerktoepassing het standstill-principe zonder klassen getoetst. Om dat te bewijzen is altijd onderzoek aan de ontvangende bodem nodig. Dat betekent dat de PFOA en PFOS concentratie in de toe te passen grond schoner dan, of precies gelijk aan, de ontvangende bodem moet zijn. Dit verschilt dus met de standaardtoepassing waar de grond mag worden gebruikt als het binnen een bepaalde bandbreedte valt. Veiligheid Gezondheidsrisico's en berekeningen Het voorgestelde beleid is gebaseerd op risicomodellen van het RIVM en berekeningen van adviesbureau Arcadis. Standstill-principe De grond die wordt gebruikt moet schoner of vergelijkbaar zijn dan de bodem waarop deze wordt geplaatst. Waar het beleid soepeler is dan het landelijke beleid, moet de grond die wordt hergebruikt altijd schoner zijn of net zo schoon als de grond waarin het wordt geplaatst. Dit heet het standstillprincipe. Hierdoor kan de situatie niet slechter worden.
Pagina 3 van 4
Participatie: Via de kennisgeving geeft de gemeente ook aan hoe de gemeente gaat participeren. De gemeente gaat beperkt participeren op dit gebied. De gemeente zal ter zijne tijd de documenten en video op de gemeentewebsite zetten. Samen met andere gemeenten is afgesproken om een video te maken over de bodemregels omdat dit een technisch onderwerp is. Door deze video probeert de gemeente op een toegankelijke manier belanghebbende te informeren. Voor private bedrijven die zich bezighouden met bodemkwaliteit is er een regio brede informatieavond georganiseerd om hen verdiepend te informeren over de bodemregels. Deze wordt georganiseerd door de omgevingsdienst. Na de participatiefase start de zienswijze periode. Dit zal bekend worden gemaakt op overheid.nl en worden ontsloten via het DSO. De start van de zienswijze periode zal ook worden gecommuniceerd via de gemeentewebsite. Het participatieplan staat in de bijlage en wordt tegelijkertijd gepubliceerd met de voornemen kennisgeving wijziging omgevingsplan. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
De gemeentesecretaris M. van Hall
De burgemeester J.W. Boersma
Pagina 4 van 4