CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Omgang Bruidsschat Omgevingswet.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 25 mei 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 15: Omgang bruidsschat Omgevingswet - Raadsinformatiebrief3.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Onderwerp Aanleiding Datum Portefeuillehouder Schrijver

: Omgang met bruidsschat omgevingswet :: 24 maart 2021 : J.Kraijo : P.M. Stortenbeker

Geachte leden van de gemeenteraad, Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het (tijdelijk) omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Wanneer regels van het Rijk naar gemeenten overgaan moet een voorziening getroffen worden om te voorkomen dat deze regels vervallen voordat de gemeente vergelijkbare of vervangende regels heeft kunnen stellen. Het gaat dus om een tijdelijke oplossing, bedoeld om een rechtsvacuüm te voorkomen. Deze voorziening wordt de bruidsschat genoemd. De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het huidige Activiteitenbesluit, Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht. De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen, zoals horeca, detailhandel, recreatie, lozingen, emissies van geluid, geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. Ze voldoen ook nog niet aan álle eisen van de Omgevingswet, waaronder instructieregels van Rijk en provincie. Ook is vanzelfsprekend het lokale maatwerk nog niet vormgegeven. Wij moeten dus in een later stadium met de bruidsschat aan de slag. Behandelvoorstel Deze raadsinformatiebrief is technisch van aard.

Wij kunnen ons voorstellen dat deze raadsinformatiebrief technische en inhoudelijke vragen oproept. Wij willen u verzoeken om deze vragen (ruim) voorafgaand aan de behandeling in de commissie te stellen. Zo kunnen wij deze vragen op voorhand door de juiste deskundigen laten beantwoorden. Hoe gaat Alblasserdam met de bruidsschat om? Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden taken van het Rijk overgedragen aan de gemeenten. Deze taken worden door het Rijk in het digitale stelsel geplaatst, waarbij er sprake is van een beleidsneutrale overgang. Deze regels maken automatisch deel uit van het omgevingsplan dat van rechtswege ontstaat (tijdelijk omgevingsplan). Wanneer besloten wordt om bepaalde regels over te hevelen van het tijdelijk omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan heeft de gemeente de vrijheid om (binnen een bepaalde bandbreedte) te schuiven in de normering. Daarmee kunnen normen zowel strenger als soepeler worden dan dat nu het geval is. Om regels over te kunnen brengen naar het definitieve omgevingsplan is het wenselijk dat er een omgevingsvisie is vastgesteld. De omgevingsvisie vormt immers het afwegingskader. De omgevingsvisie moet uiterlijk 31 december 2024 vastgesteld zijn. Daarna is er tot uiterlijk 31 december 2029 de tijd om regels uit de bruidsschat over te plaatsen naar het definitieve omgevingsplan.

Verderop in deze raadsinformatiebrief zal per thema aangegeven worden wat de gevolgen zijn van de bruidsschat. Onderdelen bruidsschat In de bruidsschat worden, naast regels per thema, ook een aantal algemene zaken opgenomen. Het gaat dan om termen en begrippen. Een van deze begrippen is belangrijk om te noemen. Tot op heden wordt in de huidige wet- en regelgeving het begrip inrichting gebruikt voor een bedrijf. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de term inrichting te vervallen en is er alleen nog maar sprake van activiteiten. Het maakt met na de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer uit of

een activiteit bedrijfsmatig of hobbymatig wordt uitgevoerd. Voor deze activiteit zijn dezelfde regels van toepassing. De bruidsschat betreft in ieder geval de volgende onderdelen: Bouwen Hoe is het nu geregeld? Bouwen is nu geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Besluit omgevingsrecht , Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor), Wet ruimtelijke ordening, Bouwbesluit, Bouwverordening en het gemeentelijke Welstandsbeleid (Welstandsnota). De omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit bouwen onder de Wabo kent vier weigeringsgronden: 1. 2. 3. 4.

Strijd met het Bouwbesluit. Strijd met de Bouwverordening. Strijd met de redelijke eisen van welstand. Strijd met het bestemmingsplan.

Het in strijd zijn van de aanvraag met één van deze onderdelen betekent in beginsel dat de omgevingsvergunning geweigerd zal worden. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen betekent dus dat voldaan wordt aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening, er geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan (dan wel dat een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan is verleend) en wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand. Wat verandert met de komst van de Omgevingswet? Onder de Omgevingswet wordt de activiteit bouwen opgesplitst in een bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit, waarvoor twee aparte vergunningen nodig zijn: een bouwtechnische vergunning en een ruimtelijke vergunning – de omgevingsplanvergunning. Het opsplitsen of opknippen heet ‘de knip’. Bouwtechnische toets Art. 5.1 van de Omgevingswet geeft de grondslag voor de vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit. Deze vergunningplicht is verder uitgewerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaalt of er een bouwtechnische vergunning (of melding) nodig is. Het Besluit bouwwerken leefomgeving ziet met name op de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen. Ruimtelijke toets Het omgevingsplan (inclusief de bruidsschat) bepaalt of er een ruimtelijke vergunning (of melding) nodig is.

Het omgevingsplan is enigszins vergelijkbaar met het huidige bestemmingsplan. Een verschil met het bestemmingsplan is dat er behalve ruimtelijke en stedenbouwkundige aspecten ook andere aspecten in geregeld worden, zoals bijvoorbeeld milieuaspecten, duurzaamheid en ook welstand. Het welstandsbeleid is een onderdeel van het omgevingsplan, zodat met de ruimtelijke toets aan het omgevingsplan ook aan de redelijke eisen van welstand wordt getoetst. De bruidsschat geeft regels voor de ruimtelijke kant van bouwen. De regels in de bruidsschat zijn afkomstig uit onder andere het Besluit omgevingsrecht, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Ook geeft de bruidsschat een ruime mogelijkheid voor het opstellen van maatwerkvoorschriften. Welstandstoets Op grond van art. 4.19 Omgevingswet heeft een gemeente onder de Omgevingswet een Welstandsnota, die onderdeel is van het omgevingsplan. De Welstandsnota blijft dus van toepassing. Het uiterlijk van een bestaand bouwwerk mag in beginsel niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand (bruidsschat art. 22.7 Repressief welstand). Vergunningvrij bouwen Vergunningvrij bouwen onder de Omgevingswet is ook opgeknipt in de bouwtechnische activiteit en de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit.

Een bepaalde activiteit moet dus zowel op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving, als op grond van het omgevingsplan (de bruidsschat) vergunningvrij zijn, wil je kunnen spreken van vergunningvrij bouwen.

Bouwtechnisch vergunningvrij bouwen Bouwactiviteiten worden voor het technische deel niet getoetst als de bouwactiviteit genoemd is in art. 2.15d van het Besluit bouwwerken leefomgeving of als de bouwactiviteit als omgevingsplanactiviteit is opgenomen in art. 2.15f van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De meeste van de huidige vergunningvrije bouwactiviteiten blijven vergunningvrij voor wat betreft de bouwtechnische toets. Of deze bouwactiviteiten op de gewenste plek ook ruimtelijk en esthetisch vergunningvrij zijn, is geregeld in de bruidsschat. Dat deze bouwwerken bouwtechnisch vergunningvrij zijn, betekent dat er geen (voorafgaande) toets door het bevoegd gezag plaatsvindt. Uiteraard moet wel aan de bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving worden voldaan. Ruimtelijk en esthetisch vergunningvrij bouwen In artikel 22.28 van de bruidsschat staan de bouwactiviteiten waarvoor geen vergunningsplicht geldt, mits de activiteit voldoet aan de regels van het omgevingsplan. In dit artikel staan de huidige vergunningvrije bouwactiviteiten van art. 3 lid 1 bijlage II Besluit omgevingsrecht. Art. 22.35 van de bruidsschat met de titel ‘Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan’ geeft aan welke regels van rechtswege onderdeel zijn van het omgevingsplan. Dit artikel komt overeen met het huidige art.

2, lid 3 van bijlage II Besluit omgevingsrecht (bijbehorend bouwwerk). Dus om een bouwwerk onder de Omgevingswet geheel vergunningvrij te kunnen realiseren, moet het bouwwerk voldoen aan de bouwtechnische criteria voor vergunningvrij bouwen van het Besluit bouwwerken leefomgeving én aan de ruimtelijke criteria voor vergunningvrij bouwen van de bruidsschat. Als het bouwwerk slechts voldoet aan één van beide moet voor de ander een vergunning worden aangevraagd. Het bovenstaande is een vereenvoudigde weergave van de systematiek van vergunningvrij bouwen onder het Besluit bouwwerken leefomgeving en de bruidsschat. Welke onderwerpen zijn opgenomen voor bouwen in de bruidsschat? De regels voor de ruimtelijke kant van bouwen staan in Afdeling 22.2 “Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen”. De titels van de paragrafen zijn:        

Algemene regels voor het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden, inclusief een zorgplicht. Algemene regels over het bouwen en in stand houden van bouwwerken (o.a.repressief welstand, aansluiting op distributienetwerk voor elektriciteit, gas, warmte en drinkwater, afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater, bluswatervoorziening, bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten). Algemene regels over het gebruik van bouwwerken (o.a. over overbewoning, bouwvalligheid en zorgplicht). Algemene regels over het in stand houden en gebruiken van open erven en terreinen (o.a. over aanwezigheid van brandgevaarlijke stoffen en zorgplicht). Cultureel erfgoed (o.a. over vrijstelling van archeologisch onderzoek). Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, instandhouden en gebruiken van bouwwerken. Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken. Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan.

Instructieregel Afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, met als titel “Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit”, geeft instructieregels voor de regels in het omgevingsplan over een omgevingsvergunning voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met de regels in het omgevingsplan. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vervolgens geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving beoordelingsregels voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (§ 8.1.1.2). Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Wanneer een gemeente de bruidsschat integraal overneemt, dan gelden er ruimtelijk dezelfde regels voor vergunningsplichten of afwijkingen als de regels die nu gelden. De regels voor vergunningvrij bouwen zijn dan ongeveer hetzelfde als de regels uit het Besluit omgevingsrecht. De kruimelgevallenregeling op basis van de Wet algemene bepalingen bestaat niet meer onder de Omgevingswet. Deze kruimelgevallenregeling zorgde er voor dat de daartoe aangewezen gevallen

met de reguliere procedure konden worden afgedaan en verlegde de bevoegdheid daarvoor van de raad naar het college van burgemeester en wethouders. Deze regeling wordt overbodig omdat onder de Omgevingswet in principe alle omgevingsvergunningsactiviteiten vallen onder de reguliere procedure (tenzij dit bij wet anders is aangegeven). Ook is het college bevoegd gezag voor buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan (eventueel na advies van de raad in daartoe door de raad aangewezen gevallen). Daarnaast kan het bevoegd gezag altijd maatwerkvoorschriften opstellen, waarmee van de bepalingen van de bruidsschat wordt afgeweken. Energiebesparing Instructieregel De regels voor milieubelastende activiteiten die niet meer landelijk geregeld zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving en waarvoor de bevoegdheid overgaat naar de gemeente, zoals de horeca, moeten in het omgevingsplan komen. Hieraan worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving geen nadere eisen gesteld. Wel staan in Afdeling 8.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving op diverse plaatsen beoordelingsregels voor energieverbruik bij de diverse milieubelastende activiteiten. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat volledig worden overgenomen in het nieuwe deel, dan blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

Zwerfafval Instructieregel In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan geen instructieregels over het opruimen van zwerfafval. Door een wijziging van art. 10.14 van de Wet milieubeheer (via de Invoeringswet Omgevingswet), moeten gemeenten bij het aanpassen van het omgevingsplan wel rekening houden met het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3). Gemeenten moeten op grond hiervan in hun omgevingsplan een regel opnemen over het opruimen van zwerfafval. De gemeente kan de regels toespitsen op de lokale situatie. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat volledig worden overgenomen in het nieuwe deel, dan blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Geluid Instructieregel Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat geen verplichte geluidnormen voor geluidbelasting op de gevel van en in geluidgevoelige gebouwen of locaties. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Indien wordt voldaan aan de standaardwaarden, wordt voldaan aan de aanvaarbaarheidseis. Afwijken van de standaardwaarden kan, mits gemotiveerd. Uitzondering is het geluidniveau in geluidgevoelige gebouwen; dat is een grenswaarde waar niet van afgeweken kan worden.

In een omgevingsplan kunnen gebiedsgericht geluidnormen opgenomen worden, bijvoorbeeld afhankelijk van de functie van een gebied. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Het overnemen van de regels van de bruidsschat geeft duidelijkheid in de geluidnormen die gelden voor activiteiten in de vorm van een continuering van de huidige regels. Dit geeft gemeenten meer tijd om goed na te denken over op te nemen geluidnormen, al dan niet gebiedsgericht. Bij overnemen van de bruidsschatregels wordt nog geen aandacht geschonken aan gebiedsgerichte kwaliteit. Het overnemen van de bruidsschat kan er toe leiden dat impliciet veel geluidruimte wordt 'weggegeven’, waardoor mogelijk de vrije functie indeling belemmerd wordt. Ook wordt niet al het geluid meegenomen onder de bruidsschat, bijvoorbeeld het geluid van mobiele installaties is bij agrarische bedrijven in de bruidsschat uitgezonderd, terwijl dit in het Besluit kwaliteit leefomgeving wel meegenomen wordt bij toetsing aan de geluidnormen. Dit kan ertoe leiden dat bij het overgaan van de bruidsschatregels naar het definitieve omgevingsplan, meer activiteiten moeten gaan voldoen aan de geluidregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Trillingen Instructieregels De regels voor trillingen die veroorzaakt worden door milieubelastende activiteiten, moeten in het omgevingsplan opgenomen worden. In § 5.1.4.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan instructieregels voor het toelaten van activiteiten die trillingen veroorzaken in het omgevingsplan. In artikel 5.80 en 5.81 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangegeven wat verstaan wordt onder trillinggevoelige gebouwen onder meer woonfuncties en onderwijsfuncties) en trillinggevoelige ruimten (verblijfsruimten in een trillinggevoelig gebouw). In het Besluit kwaliteit leefomgeving is ook de tabel met maximale waarden voor continue trillingen opgenomen. Ook bevat het Besluit kwaliteit leefomgeving een artikel met standaardwaarden voor herhaald voorkomende trillingen (art. 5.87a). Zolang het omgevingsplan niet is aangepast aan bovenstaande instructieregels, gelden de artikelen uit de bruidsschat. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat ongewijzigd worden overgenomen in het nieuwe deel, blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Maar dan zijn er geen regels voor herhaald voorkomende trillingen. Bovendien wordt er dan geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden om lokaal af te wijken van de standaardwaarden.

Geur Instructieregels Het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft in § 5.1.4.6 instructieregels voor geur in het omgevingsplan voor de evenwichtige toedeling van functies:    

§ 5.1.4.6.1 Algemene bepalingen § 5.1.4.6.2 Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken § 5.1.4.6.3 Geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf § 5.1.4.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten

In de algemene bepaling worden definities gegeven en waar en wanneer de voorschriften voor beperking van geurhinder gelden. Voor rioolwaterzuiveringen en agrarische bedrijven worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving grenswaarden en afstandseisen met betrekking tot geurhinder gegeven. Voor deze activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Voor alle andere (geuremitterende) activiteiten, waaronder horeca en de industrie stelt het Rijk geen regels. De gemeente bepaalt zelf of en welke regels ze hiervoor opneemt in het omgevingsplan. Wel geldt hierbij de voorwaarde dat de gemeente moet zorgen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau cf. de specifieke zorgplicht. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Als de gemeente besluit de regels van de bruidsschat volledig over te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, dan is de kans groot dat er meer regels dan noodzakelijk worden vastgelegd. Aan de andere kant: voor industriële activiteiten ontbreekt in de bruidsschat een normering. Voor deze activiteiten moet in het omgevingsplan een aanvaardbaar hinderniveau worden vastgelegd. Bodem Instructieregels De gemeente kan per activiteit waarvoor regels in de bruidsschat zijn opgenomen bekijken of zij deze regels wil overnemen.

Om dit te bepalen is het nodig om te bezien of de regels van de bruidsschat iets toevoegen aan de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat volledig worden overgenomen in het nieuwe deel, dan blijft het beschermingsniveau in ieder geval gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer.

Bodembeheer en bouwen op verontreinigde grond Instructieregels Voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond zijn in Afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels opgenomen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies

aan locaties. In § 5.1.4 staan de specifieke regels ter bescherming van de gezondheid en van het milieu. Hierin is de definitie van een bodemgevoelig gebouw opgenomen, evenals de verplichting tot het vaststellen van waarden voor een toelaatbare kwaliteit bodem en de maatregelen die moeten worden genomen bij een overschrijding van deze waarden. In de bruidsschatregel is een invulling aan de instructieregels gegeven, die voortborduren op de regels uit de bestaande regelgeving. De gemeente kan de regels op een aantal punten aanpassen, zo kan onder andere voor de toelaatbare kwaliteit bodem voor een andere waarde worden gekozen dan de huidige interventiewaarde of kunnen locaties worden aangewezen waarvoor de verplichting om een bodemonderzoek bij de bouwaanvraag in te dienen niet geldt, omdat overschrijding van de toelaatbare kwaliteit bodem redelijkerwijs is uit te sluiten. Voor het beheer van historische bodemverontreinigingen zijn in Afdeling 3.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving milieubelastende activiteiten aangewezen, die een voortzetting en deels een vereenvoudiging zijn van de praktijk onder de Wet bodembescherming, waarbij de niet-spoed locaties doorgaans worden gesaneerd ‘op een natuurlijk moment’, dat wil zeggen bij een ontwikkeling (zoals bouwen).

Nazorg In § 5.1.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is een instructieregel opgenomen die de gemeente verplicht regels te stellen voor het in stand houden van afdeklagen en andere beschermende voorzieningen. De bruidsschatregels voor nazorg geven invulling aan deze verplichting met bepalingen die zijn afgeleid van de overeenkomstige bepalingen uit het huidige Besluit Uniforme Saneringen (BUS). Deze bruidsschatregel kan worden aangepast, maar niet helemaal worden geschrapt. Er moet worden voldaan aan de instructieregel. Kleinschalig grondverzet De regels in de bruidsschat zorgen voor een voortzetting van de regels die nu onder de Wet bodembescherming gelden. Als deze paragraaf ongewijzigd wordt gelaten, betekent dit dat de regels gelden voor locaties die onder de Wet bodembescherming zijn beschikt als ernstig, maar niet spoedeisend en voor locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde zoals dat blijkt uit een bodemkwaliteitskaart. Gemeenten kunnen deze bruidsschatregels op meerdere punten aanpassen of schrappen. Zo kan de gemeente de regels onder andere voor meer of minder locaties of gebieden laten gelden of kunnen andere regels worden gesteld ten aanzien van benodigde milieukundige begeleiding, invulling van de informatieplicht of tijdelijke opslag.

Gevolgen overnemen bruidsschatregels Inhoudelijk zijn de regels in de bruidsschat in grote lijnen een voortzetting van de regels die nu onder de Wet bodembescherming of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)/Woningwet gelden en zal overname in het nieuwe deel van het omgevingsplan nauwelijks gevolgen hebben. Afhankelijk van de specifieke bodemverontreinigingssituatie van een gemeente kan het wel wenselijk zijn de regels op onderdelen aan te passen. Lozen Instructieregels In Afdeling 3.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan regels voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van openbare riolering en waterzuivering. Een openbaar riool moet ontworpen zijn op het aanbod van stedelijk afvalwater. Verder moet de gemeente het lekken van rioolwater zoveel mogelijk voorkomen. En overstorten moeten beperkt worden. De regels in de bruidsschat zijn de bestaande standaard regels. Afhankelijk van de capaciteit en kwaliteit van het riool kan de gemeente de regels aanpassen. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Als de gemeente besluit de regels van de bruidsschat volledig over te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, dan is de kans groot dat er meer regels dan noodzakelijk worden vastgelegd. De bruidsschat voorziet bijvoorbeeld in regels voor recreatieve visvijvers of in die gevallen dat er geen riolering in de nabijheid aanwezig is.

Tevens zullen dan onafhankelijk van de capaciteit en kwaliteit van het riool in de hele gemeente dezelfde regels gelden. Inhoudelijk zijn de regels in de bruidsschat in grote lijnen hetzelfde als nu in het Activiteitenbesluit, en zal overname in het nieuwe deel van het omgevingsplan nauwelijks gevolgen hebben.

Windturbines Instructieregels De regels voor windturbines en windparken in het omgevingsplan dienen te voldoen aan de regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan op verschillende plaatsen regels:       

Veiligheid (§ 5.1.2.2) Geluid door windturbines en windparken (§ 5.1.4.2.3, art. 5.74 en 5.75). In het omgevingsplan kan een lagere waarde worden vastgesteld. Slagschaduw van windturbines (§ 5.1.4.4a); De vergunningplicht bouwen in omgevingsplan (art. 5.155, derde lid); Geluid door windturbines en windparken (art. 8.41) Tijdelijke instructieregel geluid windturbines en windparken (artikel 10a (overgangsrecht geluid)); Landsverdediging en nationale veiligheid (§ 5.1.7.2) Instructieregel over de hoogte van windturbines en het voorkomen van belemmering van radarbeelden.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat worden overgenomen blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Archeologische monumentenzorg Instructieregels De manier waarop men archeologische resten moet beschermen is verder uitgewerkt in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Art. 5.130 (Besluit kwaliteit leefomgeving) stelt dat de reeds gangbare vrijstelling van 100 m2 gehandhaafd blijft, maar dat men daar van af mag wijken. Dit is feitelijk een voortzetting van de huidige situatie. Ook – en dat is nieuw – wordt vastgesteld dat behoud in situ (in de bodem) de voorkeur heeft boven behoud d.m.v. opgraven. Het begrip “Bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden” is hierbij uitgangspunt en een verandering ten opzichte van de vroeger gehanteerde “Bekende of te verwachten archeologische waarden”. Bijlage 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving definieert “Aantoonbaar te verwachten waarden” als volgt: "op basis van archeologische, bodemkundige of historische informatie op een locatie te verwachten archeologische monumenten." Dit impliceert dat men een actuele en goed onderbouwde archeologische waardenkaart moet hebben. Gevolgen overnemen bruidsschatregels Gemeenten zijn al jaren verplicht om voor archeologie beschermende regels op te nemen in bestemmingplannen.

Deze regels veranderen met het overnemen van de bruidsschat niet en het zou hierdoor dan ook geen grote belasting zijn om deze regels over te nemen in het omgevingsplan. Het blijft van belang om de regels voor archeologie (functie) losgekoppeld te houden van bouw- en sloopregels. Dit voorkomt dat men bij vergunningvrije bouwwerken geen archeologisch onderzoek kan voorschrijven. Wanneer een gemeente een archeologische waardenkaart heeft die ouder is dan 5 jaar, zou men deze beter kunnen laten actualiseren. Gemeenten die tot op heden gebruik maakten van grootschaliger kaarten (zoals bijv. een provinciale verwachtingenkaart) zullen een grotere inspanning moeten doen om te voldoen aan de eis van “aantoonbaar te verwachten archeologische waarden”. De verplichting tot het doen van onderzoek onder te wijzigen of te slopen gebouwde monumenten is een verandering op de huidige werkwijze. Dit vraagt om extra voorlichting en aandacht in de ontvankelijkheidstoets, een uitbreiding van het huidige vergunningenproces.

In deze raadsinformatiebrief is aangegeven dat voor sommige zaken onder het kopje bouwen later nog een besluit van uw raad gewenst is. U wordt in een separate raadsinformatiebrief geïnformeerd over nog te nemen besluiten in het kader van de omgevingswet. De hier bedoelde besluiten, maken deel uit van die raadsinformatiebrief. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,

de secretaris S. van Heeren

de burgemeester J.G.A. Paans

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/144/documents/2602